diff --git a/wet/wet-buitengewoon-pensioen-zeelieden-oorlogsslachtoffers/BWBR0002035/README.md b/wet/wet-buitengewoon-pensioen-zeelieden-oorlogsslachtoffers/BWBR0002035/README.md index f8472887279..eb9f5b5583d 100644 --- a/wet/wet-buitengewoon-pensioen-zeelieden-oorlogsslachtoffers/BWBR0002035/README.md +++ b/wet/wet-buitengewoon-pensioen-zeelieden-oorlogsslachtoffers/BWBR0002035/README.md @@ -165,7 +165,7 @@ Tot de inkomsten van de betrokkene als bedoeld in de vorige volzin worden niet g a. inkomsten uit arbeid indien de betrokkene 65 jaar of ouder is; b. inkomsten uit arbeid, arbeidsvervangende inkomsten en inkomsten uit onderneming van zijn echtgenoot; -c. inkomsten uit vermogen, tot een bedrag van vijfhonderd gulden;per 1 januari 2005: zevenhonderdeenentwintig euro en zesennegentig eurocent. +c. inkomsten uit vermogen, tot een bedrag van vijfhonderd gulden;per 1 januari 2006: zevenhonderddrieƫndertig euro en vierenvijftig eurocent. met dien verstande, dat indien met zodanige inkomsten van de echtgenoot of gewezen echtgenoot of uit vermogen reeds rekening is gehouden bij de vaststelling van de pensioengrondslag, een bedrag gelijk aan het met deze inkomsten verband houdende deel van het buitengewoon pensioen op het buitengewoon pensioen in mindering wordt gebracht. Wij bepalen bij algemene maatregel van bestuur in welke gevallen van laatstgenoemde vermindering wordt afgezien. Het in of krachtens de tweede en derde volzin bepaalde vindt geen toepassing, indien zulks zou leiden tot een lager betaalbaar pensioenbedrag. @@ -173,7 +173,7 @@ met dien verstande, dat indien met zodanige inkomsten van de echtgenoot of gewez **4.** Voor de toepassing van de eerste volzin van het vorige lid wordt een afkoopsom krachtens de Liquidatiewet ongevallenwetten uitsluitend in aanmerking genomen in het jaar van uitbetaling daarvan. -**5.** Indien op grond van hetzelfde feit, als waaraan het genot van een buitengewoon pensioen wordt ontleend, gelijktijdig een uitkering krachtens de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers (*Stb.* 1962, 534) of een daarvoor in de plaats tredende uitkering krachtens de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering (*Stb.* 1967, 102) wordt genoten, wordt - indien dit voor betrokkene voordeliger is - voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid die uitkering verminderd met het bedrag van de daarover verschuldigde premie ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene nabestaandenwet, met dien verstande, dat deze vermindering beperkt blijft tot het bedrag, dat over het jaar 1966 in mindering werd gebracht. +**5.** Indien op grond van hetzelfde feit, als waaraan het genot van een buitengewoon pensioen wordt ontleend, gelijktijdig een uitkering krachtens de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers (*Stb.* 1962, 534) of een daarvoor in de plaats tredende uitkering krachtens de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering (*Stb.* 1967, 102) wordt genoten, wordt - indien dit voor betrokkene voordeliger is - voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid die uitkering verminderd met het bedrag van de daarover verschuldigde premie ingevolge de Wet financiering sociale verzekeringen, met dien verstande, dat deze vermindering beperkt blijft tot het bedrag, dat over het jaar 1966 in mindering werd gebracht. **6.** Voor de toepassing van de eerste volzin van het derde lid worden onder een uitkering krachtens de Zeeongevallenwet 1919 of een daarvoor in de plaats tredende uitkering krachtens de Liquidatiewet ongevallenwetten dan wel de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering mede begrepen de niet wettelijke toeslagen, welke op grond van aanvullende regelingen zijn of worden toegekend. @@ -586,7 +586,7 @@ c. de weduwnaar, genoemd in artikel 14, derde lid, onder *a*, die recht heeft op Het van toepassing zijnde normbedrag bedraagt: a. voor de gepensioneerde die de vijfenzestigjarige leeftijd nog niet heeft bereikt; zeventig procent van de minimum-pensioengrondslag op maandbasis' -b. voor de gepensioneerde die de vijfenzestigjarige leeftijd heeft bereikt: vijftig procent van de minimum-pensioengrondslag op maandbasis, vermeerderd met twintig procent van het bedrag genoemd in artikel 9, tiende lid, onder *a*, van de Algemene Ouderdomswet alsmede van de vakantie-uitkering, genoemd in artikel 29, negende lid, onder *c*, van die wet. +b. voor de gepensioneerde die de vijfenzestigjarige leeftijd heeft bereikt: vijftig procent van de minimum-pensioengrondslag op maandbasis, vermeerderd met twintig procent van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet alsmede van het bedrag van de bruto-vakantie-uitkering, vastgesteld overeenkomstig artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet. ### Artikel 28g @@ -648,7 +648,7 @@ De Raad is bevoegd geheel of gedeeltelijk van invordering af te zien van uit de **2.** Indien de gepensioneerde op grond van hetzelfde feit, als waaraan het genot van een buitengewoon pensioen wordt ontleend een uitkering geniet ingevolge de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, waarop eveneens het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt ingehouden, wordt het eerste lid zodanig toegepast, dat het totaal van de in te houden bedragen niet meer bedraagt dan het maximaal ingevolge het eerste lid in te houden bedrag. -**3.** Indien ingevolge een van de sociale verzekeringswetten een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen door Onze Minister voor de toepassing van het eerste lid een gemiddeld percentage vastgesteld. +**3.** Indien ingevolge de Wet financiering sociale verzekeringen een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen door Onze Minister voor de toepassing van het eerste lid een gemiddeld percentage vastgesteld. **4.** Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de uitkering (overlijdensuitkering) bedoeld in artikel 27a.