diff --git a/ministeriele-regeling/organisatie-en-mandaatbesluit-infrastructuur-en-waterstaat-2023/BWBR0048191/README.md b/ministeriele-regeling/organisatie-en-mandaatbesluit-infrastructuur-en-waterstaat-2023/BWBR0048191/README.md index f0600d6b0ce..c8b71d73433 100644 --- a/ministeriele-regeling/organisatie-en-mandaatbesluit-infrastructuur-en-waterstaat-2023/BWBR0048191/README.md +++ b/ministeriele-regeling/organisatie-en-mandaatbesluit-infrastructuur-en-waterstaat-2023/BWBR0048191/README.md @@ -21,7 +21,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - *diensthoofd:* persoon die overeenkomstig dit besluit, dan wel overeenkomstig overige wet- en regelgeving, is belast met de leiding van een dienst; - *dienstonderdeel:* onderdeel van een dienst; - *dienstonderdeelhoofd:* persoon die overeenkomstig dit besluit, dan wel overeenkomstig overige wet- en regelgeving, is belast met de leiding van een dienstonderdeel; -- *functionaris:* persoon die als ambtenaar is aangesteld bij het ministerie, of degene die krachtens overeenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is bij het ministerie; +- *functionaris:* persoon die krachtens een arbeidsovereenkomst of krachtens een andere overeenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is bij het ministerie; - *ministerie:* Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat; - *plaatsvervangend secretaris-generaal:* plaatsvervangend secretaris-generaal als bedoeld in artikel 4; - *secretaris van adviesorgaan:* secretaris van een adviesorgaan, genoemd in artikel 2, derde lid; @@ -33,7 +33,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: ### Artikel 2 -**1.** Het ministerie bestaat uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend-secretaris-generaal, de diensten en de secretariaten van de adviesorganen. +**1.** Het ministerie bestaat uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend-secretaris-generaal, de diensten en het secretariaat van het adviesorgaan van het ministerie. **2.** @@ -60,12 +60,7 @@ r. de Inspectie Leefomgeving en Transport; s. het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, bedoeld in het Instellingsbesluit Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; t. het directoraat-generaal Rijkswaterstaat, bedoeld in het Instellingsbesluit directoraat-generaal Rijkswaterstaat. -**3.** - -Secretariaten van adviesorganen van het ministerie zijn: - -a. het secretariaat van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, bedoeld in de Wet Raad voor de leefomgeving en infrastructuur; -b. het secretariaat van de Technische commissie bodem, bedoeld in de Wet bodembescherming. +**3.** Het secretariaat van het adviesorgaan van het ministerie is het secretariaat van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, bedoeld in de Wet Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. ### Paragraaf 2.2. Secretaris-generaal en plaatsvervangend secretaris-generaal @@ -117,7 +112,7 @@ Het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken bestaat uit de volgende d a. de directie Luchtvaart; b. de directie Maritieme Zaken; c. de programmadirectie Omgeving Luchthaven Schiphol; -d. het programma Luchtvaart; +d. de directie Luchtruimvernieuwing; e. het stafbureau directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken. **3.** De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a en b, staan onder leiding van een directeur. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder c, staat onder leiding van een programmadirecteur. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder d, staat onder leiding van de directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder e, staat onder leiding van een afdelingshoofd. @@ -147,17 +142,20 @@ b. de directie Maritieme Zaken: het ontwikkelen en implementeren van beleid met 1°. zeehavens en zeevaart, waaronder de maritieme toegang tot zeehavens; 2°. het vervoer over water en de Nederlandse binnenvaart; -3°. de instandhouding en gebruik van het hoofdvaarwegennet; en -4°. maritieme veiligheid en beveiliging; +3°. de instandhouding en gebruik van het hoofdvaarwegennet; +4°. maritieme veiligheid en security; +5°. verduurzaming van de scheepvaart; en +6°. bevorderen van multimodaal goederenvervoer en gebruik van buisleidingen; c. de programmadirectie Omgeving Luchthaven Schiphol: 1°. de besluitvorming over de ontwikkeling van Schiphol; 2°. het verminderen van geluidbelasting, geluidhinder en schadelijke stoffenuitstoot veroorzaakt door vliegverkeer; en 3°. de ruimtelijke kwaliteit rond Schiphol; -d. het programma Luchtvaart: +d. de directie Luchtruimvernieuwing: -1°. de realisatie van rijkskaders voor het vliegveld Lelystad; en -2°. de herziening van het luchtruim; +1°. de realisatie van rijkskaders voor het vliegveld Lelystad; +2°. de herziening van het luchtruim; en +3°. het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot onbemande luchtvaart; e. het stafbureau directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken: het ondersteunen van het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken. ### Artikel 6 @@ -200,8 +198,9 @@ b. de directie Internationaal: 1°. advisering ten behoeve van de bewindspersoon en de ambtelijke leiding op het terrein van internationale strategie en beleidsvorming; 2°. het verbinden van de internationale context met de nationale beleidsontwikkelingen; -3°. het waarborgen van de kwaliteit en coherentie van het beleid van het ministerie in het internationale veld; en -4°. het coördineren en regisseren van de internationale functie binnen het ministerie; +3°. het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot plaats- en tijdbepaling door middel van Global Navigation Satellite Systems (GNSS), andere al dan niet op ruimtevaart gebaseerde technologieën voor plaats- en tijdbepaling en aardobservatie; +4°. het waarborgen van de kwaliteit en coherentie van het beleid van het ministerie in het internationale veld; en +5°. het coördineren en regisseren van de internationale functie binnen het ministerie; c. de directie Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot omgevingsveiligheid en milieurisico’s op het gebied van: 1°. het vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, water, spoor en buisleidingen en door tunnels; @@ -223,11 +222,11 @@ a. de directie Openbaar Vervoer en Spoor; b. de directie Wegen en Verkeersveiligheid; c. de directie Mobiliteit en Gebieden; d. de directie Innovatie en Strategie voor Mobiliteit; -e. de programmadirectie Duurzame Mobiliteit; +e. de directie Duurzame Mobiliteit; f. de programmadirectie Vrachtwagenheffing en tijdelijke tolheffing; g. het stafbureau directoraat-generaal Mobiliteit. -**3.** De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d, staan onder leiding van een directeur. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder e en f, staan onder leiding van een programmadirecteur. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder g, staan onder leiding van een afdelingshoofd. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met e, bestaan uit afdelingen en programma’s die onder leiding staan van een afdelingshoofd respectievelijk een programmamanager. +**3.** De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met e, staan onder leiding van een directeur. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder f, staat onder leiding van een programmadirecteur. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder g, staat onder leiding van een afdelingshoofd. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met e, bestaan uit afdelingen en programma’s die onder leiding staan van een afdelingshoofd respectievelijk een programmamanager. **4.** Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal Mobiliteit zijn de directeuren-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Milieu en Internationaal en Water en Bodem, bedoeld in de artikelen 5, 6 en 8, en de directeuren en de programmadirecteuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden. @@ -260,15 +259,16 @@ c. de directie Mobiliteit en Gebieden: 3°. het realiseren, stimuleren en coördineren van beleid en activiteiten op het gebied van: i. integrale mobiliteitsaanpak en bereikbaarheidsprogramma’s in de vijf MIRT-gebieden en voor stedelijke bereikbaarheid; -ii. verduurzaming van het MIRT, de spelregels en het gehele MIRT-proces; -iii. integrale besluitvorming over en uitvoering van MIRT-onderzoeken en -verkenningen; en -iv. stadslogistiek en goederenvervoer binnen het directoraat-generaal Mobiliteit; +ii. toekomstbestendigheid van het MIRT, de spelregels en het gehele MIRT-proces; +iii. integrale besluitvorming over en uitvoering van MIRT-onderzoeken en -verkenningen; +iv. stadslogistiek en goederenvervoer binnen het directoraat-generaal Mobiliteit; en +v. het bereikbaar maken van nieuwe woningbouw; d. de directie Innovatie en Strategie voor Mobiliteit: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: 1°. het waarborgen van integrale beleids- en visievorming van het directoraat-generaal Mobiliteit en het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken; 2°. het bevorderen van de toepassing van innovatieve mogelijkheden binnen het mobiliteitsterrein; en 3°. het verbeteren van de sturing en beheersing van het Mobiliteitsfonds en het aanboren en vergroten van financiering van de IenW-opgaven; -e. de programmadirectie Duurzame Mobiliteit: het realiseren, stimuleren en faciliteren van strategie, coördinatie, aanpak en maatregelen met betrekking tot: +e. de directie Duurzame Mobiliteit: het realiseren, beheren, stimuleren en faciliteren van strategie, coördinatie, aanpak en maatregelen met betrekking tot: 1°. duurzame mobiliteit; 2°. CO_2-reductie voor de Nederlandse mobiliteits- en transportsector; @@ -277,7 +277,7 @@ e. de programmadirectie Duurzame Mobiliteit: het realiseren, stimuleren en facil f. de programmadirectie Vrachtwagenheffing en tijdelijke tolheffing: het realiseren, stimuleren en faciliteren van strategie, coördinatie, aanpak en maatregelen met betrekking tot: 1°. het programma Vrachtwagenheffing dat bestaat uit de invoering van een kilometerheffing voor vrachtwagens en een terugsluis naar verduurzaming en innovatie; en -2°. het project Tijdelijke Tolheffing dat de invoering van een tolheffing voor al het verkeer op de nog te realiseren snelwegtrajecten Blankenburgverbinding en ViA15 betreft; +2°. het project Tijdelijke Tolheffing dat de exploitatie van een tolheffing op het snelwegtraject Blankenburgverbinding en de invoering van de tolheffing op het snelwegtraject ViA15 betreft; g. het stafbureau directoraat-generaal Mobiliteit: het ondersteunen van het directoraat-generaal Mobiliteit. ### Artikel 8 @@ -332,7 +332,7 @@ c. de directie Waterveiligheid, Rivieren en Zee: het ontwikkelen en implementere 3°. de uitvoering en financiering van en toezicht op het waterbeleid; 4°. het monitoren en evalueren van het waterbeleid; 5°. de Rijnmond Drechtsteden; en -6°. de Noordzee en oceanen; +6°. de Noordzee, de Caribische zee en oceanen; d. de programmadirectie Klimaatadaptatie en Water Internationaal: het ontwikkelen en implementeren van (internationaal) beleid met betrekking tot klimaatadaptatie en water met een focus op: 1°. de watergerelateerde Sustainable Development Goals van Agenda 2030; @@ -406,17 +406,19 @@ b. de zorg voor de stukkenstroom naar de bewindspersoon, ambtelijke leiding en h ### Artikel 12 -**1.** De directie Participatie staat onder leiding van de directeur Participatie, tevens aangewezen als secretaris van het Overlegorgaan infrastructuur en milieu, bedoeld in de Wet overleg infrastructuur en milieu. +**1.** De directie Participatie staat onder leiding van de directeur Participatie, tevens aangewezen als secretaris van het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving, bedoeld in de Wet overleg fysieke leefomgeving. -**2.** Plaatsvervanging geschiedt overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur Participatie. +**2.** De directie Participatie bestaat uit afdelingen die onder leiding staan van een afdelingshoofd. -**3.** +**3.** Plaatsvervanging geschiedt overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur Participatie. + +**4.** De directie Participatie heeft de volgende taken: a. het verkennen, signaleren en analyseren van ontwikkelingen op het gebied van maatschappelijke participatie en het ontwikkelen van participatiebeleid; b. het coördineren van vormvrije consultatietrajecten en wettelijke voorbereidingsprocedures; en -c. het met instemming ondersteunen van het Overlegorgaan infrastructuur en milieu. +c. het met instemming ondersteunen van het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving. ### Artikel 13 @@ -442,7 +444,7 @@ c. het met instemming ondersteunen van het Overlegorgaan infrastructuur en milie **5.** De concerndirectie Informatiebeleid heeft als taak de uitvoering van de aan de Chief Information Officer en de Chief Information Security Officer (CISO) opgedragen taken, bedoeld in artikel 4, derde lid. -**6.** De Beveiligingsautoriteit, bedoeld in artikel 3 van het Besluit BVA-stelsel Rijksdienst 2021 en de Functionaris Gegevensbescherming, bedoeld in artikel 37 van de Algemene verordening gegevensbescherming zijn ondergebracht bij de concerndirectie Informatiebeleid. +**6.** De Beveiligingsautoriteit, bedoeld in artikel 3 van het Besluit BVA-stelsel Rijksdienst 2021, is ondergebracht bij de concerndirectie Informatiebeleid. ### Artikel 15 @@ -456,6 +458,8 @@ c. het met instemming ondersteunen van het Overlegorgaan infrastructuur en milie **5.** De concerndirectie Mens en Organisatie heeft de volgende taken: de departementale kaderstelling, control en advisering van de secretaris-generaal op het terrein van mens en organisatie, de zorg inzake goed werkgeverschap, rechtspositionele aangelegenheden, overleg met bonden en de medezeggenschap, duurzaamheid, huisvesting en integriteit. +**6.** De Functionaris Gegevensbescherming, bedoeld in artikel 37 van de Algemene verordening gegevensbescherming, is ondergebracht bij de concerndirectie Mens en Organisatie. + ### Artikel 16 **1.** De directie Eigenaarsadvisering staat onder leiding van een directeur. @@ -498,7 +502,14 @@ c. de directie Organisatie en Personeel: het verzorgen van dienstverlening, advi **2.** Plaatsvervanging geschiedt overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur Algemeen Strategisch Advies. -**3.** De directie Algemeen Strategisch Advies heeft tot taak de maatschappelijke prestaties van het ministerie te verbeteren door toe te zien op de integraliteit en consistentie van het (lange termijn-) beleid van het ministerie en de ontwikkeling van een gezamenlijke strategische agenda. De directie Algemeen Strategisch Advies werkt daarbij kaderstellend en sturend, ontwikkelt en haalt (macro-economische) kennis naar binnen, stimuleert innovatie en plaatst belangrijke onderwerpen op de agenda van de ambtelijke en bestuurlijke top. +**3.** + +De directie Algemeen Strategisch Advies heeft de volgende taken: + +a. het verbeteren van de maatschappelijke prestaties van het ministerie door toe te zien op en te adviseren over de integraliteit en consistentie van het langetermijnbeleid van het ministerie; +b. het ondersteunen van het primaire beleidsproces en het werken aan de opgaven uit Kompas IenW; +c. het verbeteren van de economische onderbouwing van het IenW-beleid, het versterken van de strategie-, kennis en innovatiefunctie; en +d. het plaatsen van belangrijke onderwerpen op de agenda van de ambtelijke en bestuurlijke top. ### Artikel 19 @@ -595,29 +606,29 @@ b. de taken van de nationale toezichthoudende instantie, bedoeld in artikel 4, e **1.** Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) staat overeenkomstig het Instellingsbesluit Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut onder leiding van de hoofddirecteur KNMI. -**2.** Onder de hoofddirecteur KNMI ressorteren directeuren. +**2.** Onder de hoofddirecteur KNMI ressorteren een directeur en drie domeinhoofden. -**3.** Het KNMI bestaat uit dienstonderdelen die onder leiding staan van een hoofd. +**3.** Het KNMI bestaat uit dienstonderdelen die onder leiding staan van een domeinhoofd. -**4.** Bij afwezigheid of verhindering van de hoofddirecteur KNMI zijn de directeuren en de hoofden bevoegd om als plaatsvervanger op te treden. +**4.** Bij afwezigheid of verhindering van de hoofddirecteur KNMI is de directeur bevoegd om als plaatsvervanger op te treden. -**5.** Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren en de hoofden bevoegd om als plaatsvervanger op te treden. +**5.** Bij afwezigheid of verhindering van de directeur zijn de domeinhoofden bevoegd om als plaatsvervanger op te treden. -**6.** Bij afwezigheid of verhindering van een hoofd zijn de overige hoofden bevoegd om als plaatsvervanger op te treden. +**6.** Bij afwezigheid of verhindering van een domeinhoofd zijn de overige domeinhoofden bevoegd om als plaatsvervanger op te treden. **7.** Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de hoofddirecteur KNMI. **8.** Het KNMI heeft de taken, genoemd in het Instellingsbesluit Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut. -### Paragraaf 2.4. Organisatie secretariaten adviesorganen +### Paragraaf 2.4. Organisatie secretariaat adviesorgaan ### Artikel 24 -**1.** De secretariaten van de adviesorganen van het ministerie staan onder leiding van de secretaris van het desbetreffende adviesorgaan. +**1.** Het secretariaat van het adviesorgaan staan onder leiding van de secretaris van het desbetreffende adviesorgaan. **2.** Plaatsvervanging geschiedt overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de secretaris van het betreffende adviesorgaan. -**3.** De secretariaten van de adviesorganen hebben tot taak het met instemming van het betreffende adviesorgaan ondersteunen van het adviesorgaan. +**3.** Het secretariaat van het adviesorgaan heeft tot taak het met instemming van het betreffende adviesorgaan ondersteunen van het adviesorgaan. ## Hoofdstuk 3. Mandaat @@ -631,7 +642,7 @@ b. de taken van de nationale toezichthoudende instantie, bedoeld in artikel 4, e ### Artikel 26 -**1.** In afwijking van artikel 25, eerste lid, wordt aan de plaatsvervangend secretaris-generaal mandaat verleend voor alle bevoegdheden van de bewindspersoon ten aanzien van de bedrijfsvoering van het ministerie, die behoren bij de uitoefening van zijn taken genoemd in artikel 4, een en ander tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald en onverminderd de artikelen 30 en 32, tweede lid. +**1.** Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat verleend voor alle bevoegdheden van de bewindspersoon ten aanzien van de bedrijfsvoering van het ministerie, die behoren bij de uitoefening van zijn taken genoemd in artikel 4, een en ander tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald en onverminderd de artikelen 30 en 32, tweede lid. **2.** De plaatsvervangend secretaris-generaal kan de aan hem verleende bevoegdheden in ondermandaat verlenen aan functionarissen, niet zijnde diensthoofden en rechtstreeks onder de diensthoofden ressorterende functionarissen. @@ -651,7 +662,9 @@ c. een niet onder zijn dienst ressorterend dienstonderdeelhoofd of functionaris, **3.** De directeur-generaal Rijkswaterstaat kan bij het verlenen van ondermandaat, bedoeld in het tweede lid, onder a, bepalen dat het dienstonderdeelhoofd ondermandaat kan verlenen aan een onder de directeur-generaal Rijkswaterstaat ressorterende functionaris. -**4.** De directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken kan ondermandaat verlenen aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat voor zover het de uitvoering van zijn taken met betrekking tot luchthavens betreft, mits de mate waarin en de wijze waarop het toegekende mandaat moet worden uitgeoefend schriftelijk zijn vastgelegd. +**4.** In afwijking van het tweede lid kan de directeur-generaal Rijkswaterstaat volmacht verlenen aan medewerkers van notariskantoren ten behoeve van het passeren van notariële akten inzake aangelegenheden die behoren tot het eigen werkterrein en voor zover het gaat om het zakenrechtelijk bevestigen van reeds aangegane verplichtingen. De directeur-generaal Rijkswaterstaat kan ter uitoefening van deze bevoegdheid ondermandaat verlenen aan één of meer onder hem ressorterende directeuren. + +**5.** De directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken kan ondermandaat verlenen aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat voor zover het de uitvoering van zijn taken met betrekking tot luchthavens betreft, mits de mate waarin en de wijze waarop het toegekende mandaat moet worden uitgeoefend schriftelijk zijn vastgelegd. ### Paragraaf 3.3. Mandaat aan secretarissen adviesorganen @@ -710,11 +723,11 @@ Onverminderd artikel 25, eerste lid, wordt aan de plaatsvervangend secretaris-ge a. de directeuren-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Milieu en Internationaal, Mobiliteit, Water en Bodem en Rijkswaterstaat: het vaststellen, wijzigen of intrekken van beleidsregels met betrekking tot de gemandateerde bevoegdheid; b. de directeuren-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Milieu en Internationaal, Mobiliteit, Water en Bodem en Rijkswaterstaat, de hoofddirecteuren Bestuurlijke en Juridische Zaken en KNMI, de programmadirecteuren, de directeur Planbureau voor de Leefomgeving en de inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport: het nemen van een besluit op verzoek om informatie, bedoeld in de Wet open overheid; -c. de hoofddirecteur Bestuurlijke en Juridische Zaken: de bevoegdheden inzake het behandelen van bezwaarschriften en het vertegenwoordigen van de bewindspersoon in bestuursrechtelijke procedures, bedoeld in artikel 8, achtste lid, onder c en d, met uitzondering van bezwaarschriften en bestuursrechtelijke procedures die verband houden met de taken van de Inspectie Leefomgeving en Transport en het directoraat-generaal Rijkswaterstaat, alsmede de ambtelijke rechtspositie; +c. de hoofddirecteur Bestuurlijke en Juridische Zaken: de bevoegdheden inzake het behandelen van bezwaarschriften en het vertegenwoordigen van de bewindspersoon in bestuursrechtelijke procedures, bedoeld in artikel 9, achtste lid, onder c en d, met uitzondering van bezwaarschriften en bestuursrechtelijke procedures die verband houden met de taken van de Inspectie Leefomgeving en Transport en het directoraat-generaal Rijkswaterstaat, alsmede de ambtelijke rechtspositie; d. de directeur Uitvoering en Decentraal Advies en Control: i. het voeren van de personeels- en salarisadministratie voor alle onderdelen, genoemd in artikel 2; -ii. het vaststellen van documentatie conform de Archiefwet 1995 en de daarop berustende en regelgeving ten behoeve van de documentaire informatiebeleid, behoudens bij instructie te bepalen uitzonderingen, welke worden vastgelegd in de beheersregels, bedoeld in artikel 14 van het Archiefbesluit 1995, voor de onderdelen van het ministerie, met uitzondering van het Planbureau voor de Leefomgeving, en het directoraat-generaal Rijkswaterstaat; +ii. het vaststellen van documentatie conform de Archiefwet 1995 en de daarop berustende regelgeving ten behoeve van de documentaire informatiebeleid, behoudens bij instructie te bepalen uitzonderingen, welke worden vastgelegd in de beheersregels, bedoeld in artikel 14 van het Archiefbesluit 1995, voor de onderdelen van het ministerie, met uitzondering van het Planbureau voor de Leefomgeving, en het directoraat-generaal Rijkswaterstaat; iii. de zorg voor gebouwgebonden veiligheid, waaronder brandpreventie en bedrijfshulpverlening bij alle gebouwen en vitale objecten van het ministerie, met uitzondering van die gebouwen waarvan het gebouwbeheer onder verantwoordelijkheid staat van het Planbureau voor de Leefomgeving, het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, de Inspectie Leefomgeving en Transport en het directoraat-generaal Rijkswaterstaat; en e. de directeur-generaal Rijkswaterstaat: de inkoop van energie voor gebruik door het ministerie. @@ -754,7 +767,7 @@ e. het bepaalde bij of krachtens de Comptabiliteitswet 2016 en de aanwijzingen v f. het Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2021 en het Besluit BVA-stelsel Rijksdienst 2021; en g. de overige ter zake geldende wet- en regelgeving en beleidsregels. -**2.** Een functionaris die krachtens overeenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is bij het ministerie, oefent de aan zijn functie verleende bevoegdheden slechts uit wanneer dat voor een goede functievervulling strikt noodzakelijk is en wanneer in de overeenkomst met de functionaris waarborgen voor een goede uitoefening van bevoegdheden zijn opgenomen. +**2.** Een functionaris die krachtens overeenkomst naar burgerlijk recht, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaam is bij het ministerie, oefent de aan zijn functie verleende bevoegdheden slechts uit wanneer dat voor een goede functievervulling strikt noodzakelijk is en wanneer in de overeenkomst met de functionaris waarborgen voor een goede uitoefening van bevoegdheden zijn opgenomen. ### Artikel 36 @@ -769,16 +782,6 @@ b. degene die het mandaat heeft verleend te informeren over de gebruikmaking van ### Artikel 37 -De directeur Bestuursondersteuning houdt een register bij waarin de volgende besluiten zijn opgenomen: - -a. dit besluit; -b. alle krachtens dit besluit genomen besluiten waarbij mandaat, volmacht of machtiging wordt verleend; -c. alle door de bewindspersoon genomen besluiten waarbij mandaat, volmacht of machtiging wordt verleend aan niet-ondergeschikten; -d. alle besluiten waarbij onderdelen van het ministerie worden ingesteld; en -e. alle besluiten tot wijziging of intrekking van de onder a tot en met d genoemde besluiten. - -### Artikel 38 - **1.** Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling, dient te geschieden op briefpapier van het ministerie met het hoofd: @@ -821,7 +824,7 @@ DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT. ## Hoofdstuk 5. Slotbepalingen -### Artikel 39 +### Artikel 38 **1.** Het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat wordt ingetrokken. @@ -829,16 +832,16 @@ DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT. **3.** Na de inwerkingtreding van dit besluit berust het Protocol KiM 2021 op artikel 19 van dit besluit. -### Artikel 40 +### Artikel 39 **1.** Het Instellingsbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport wordt ingetrokken. **2.** Na de inwerkingtreding van dit besluit berust het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport 2020 mede op de artikelen 22, derde lid, en 27, tweede lid, aanhef en onder a en b, van dit besluit. -### Artikel 41 +### Artikel 40 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 8, tweede lid, onder e, en achtste lid, onder e, die in werking treden met ingang van 1 juli 2023. -### Artikel 42 +### Artikel 41 Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023.