2000-01-14 | BWBR0004050 | Kennisgevingsbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen
This commit is contained in:
parent
c62312df96
commit
4ee4a7d673
1 changed files with 10 additions and 14 deletions
|
|
@ -48,7 +48,7 @@ a. een verklaring over de gevaren van de stof naar gelang van de verschillende t
|
|||
b. de rapporten van het onderzoek waarop de in het eerste lid bedoelde gegevens zijn gebaseerd;
|
||||
c. de samenstelling van het monster waaraan het onderzoek is verricht;
|
||||
d. een beschrijving van de gebruikte onderzoekmethoden;
|
||||
e. indien de stof behoort tot een of meer van de in artikel 34, tweede lid, van de wet aangewezen categorieën, tevens een voorstel voor een inlichtingenblad aangaande de veiligheid als bedoeld in artikel 31 van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen;
|
||||
e. indien de stof behoort tot een of meer van de in artikel 34, tweede lid, van de wet aangewezen categorieën, tevens een voorstel voor een inlichtingenblad aangaande de veiligheid als bedoeld in het Veiligheidsinformatiebladenbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen;
|
||||
f. de naam van de fabrikant en van degene die de kennisgeving doet indien deze niet dezelfde persoon is;
|
||||
g. gegevens met betrekking tot de ligging van het terrein waar de stof wordt vervaardigd;
|
||||
h. indien de fabrikant buiten de Europese Economische Ruimte gevestigd is en hij een vertegenwoordiger heeft aangewezen, tevens een verklaring van de fabrikant waaruit blijkt dat degene die de kennisgeving doet, voor de indiening daarvan door de fabrikant als zodanig is aangewezen;
|
||||
|
|
@ -119,10 +119,6 @@ b. indien Onze Minister overeenkomstig artikel 2*d*, eerste lid, aan degene die
|
|||
|
||||
Onze Minister kan bepalen dat degene die een kennisgeving doet als bedoeld in artikel 2 of artikel 2*a* die betrekking heeft op een polymeer, in afwijking van artikel 2, eerste en tweede lid, onderscheidenlijk artikel 2*a*, eerste en tweede lid, met betrekking tot die stof de door Onze Minister aan te wijzen gegevens dient over te leggen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2g
|
||||
|
||||
Onze Minister kan, indien ten aanzien van een tussenproduct met een beperkte blootstelling als bedoeld in punt 7 van bijlage VII.A van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen aan de aldaar bedoelde voorwaarden wordt voldaan, op verzoek van de kennisgever, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, toestemming geven om, in afwijking van artikel 2, eerste en tweede lid, met betrekking tot dat tussenproduct de door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij ministeriële regeling aan te wijzen gegevens over te leggen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -162,7 +158,7 @@ b. omdat de blootstelling van werknemers aan die stof verwaarloosbaar is of geen
|
|||
|
||||
Het onderzoek dat wordt verricht ten behoeve van een kennisgeving als bedoeld in artikel 3 van de wet, dient te worden uitgevoerd met toepassing van:
|
||||
|
||||
a. de beginselen van goede laboratoriumpraktijken, zoals die zijn omschreven in de bijlage bij richtlijn nr. 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (gecodificeerde versie) (PbEU L 50);
|
||||
a. de beginselen van goede laboratoriumpraktijken, zoals die zijn omschreven in de bijlage bij richtlijn nr. 87/18/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 december 1986 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (PbEG 1987, L 15);
|
||||
b. de bepalingen van richtlijn nr. 86/609/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 november 1986 inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lid-Staten betreffende de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt (*PbEG* L 358).
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -263,26 +259,26 @@ b. wijst hij daarbij op de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de kennisgevers
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** In plaats van het bepaalde in artikel 19, eerste lid, onder a, van de wet zijn de artikelen 3 tot en met 18 van de wet niet van toepassing op stoffen die voorkomen op de (EINECS) Europese inventaris van bestaande chemische handelsstoffen (*PbEG* 90/C 146A).
|
||||
**1.** In plaats van het bepaalde in artikel 19, eerste lid, onder *a*, van de wet zijn de artikelen 3 tot en met 18 van de wet niet van toepassing op stoffen die voorkomen op de (EINECS) Europese inventaris van bestaande chemische handelsstoffen (*PbEG* 90/C 146A).
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De artikelen 3 tot en met 18 van de wet zijn evenmin van toepassing op:
|
||||
De artikelen 3 tot en met 18 van de wet zijn evenmin van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. polymeren die minder dan twee gewichtsprocenten bevatten van een stof in gebonden vorm die niet in de in het eerste lid genoemde inventaris is opgenomen;
|
||||
b. een stof die vanuit een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (*Trb.* 1992, 132) in Nederland zal worden ingevoerd, indien die stof in de desbetreffende staat in de handel mag worden gebracht;
|
||||
c. toevoegingsmiddelen en stoffen die uitsluitend zijn bestemd voor gebruik in diervoeders, voor zover deze zijn toegelaten op grond van richtlijn nr. 70/524/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (*PbEG* L 270/1) en richtlijn nr. 82/471/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte produkten (*PbEG* L 213/8);
|
||||
d. stoffen die uitsluitend zijn bestemd voor gebruik als toevoegingsmiddel in levensmiddelen als bedoeld in richtlijn nr. 89/107/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake levensmiddelenadditieven die in voor menselijke voeding bestemde waren mogen worden gebruikt (*PbEG* L 40/27), alsmede stoffen die uitsluitend zijn bestemd voor gebruik als aroma in levensmiddelen als bedoeld in richtlijn nr. 88/388/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake aroma's voor gebruik in levensmiddelen en de uitgangsmaterialen voor de bereiding van die aroma's (*PbEG* L 184/61);
|
||||
e. werkzame bestanddelen die uitsluitend zijn bestemd voor gebruik in geneesmiddelen als bedoeld in de Geneesmiddelenwet of de Diergeneesmiddelenwet, waaronder niet begrepen de chemische tussenprodukten;
|
||||
e. werkzame bestanddelen die uitsluitend zijn bestemd voor gebruik in geneesmiddelen als bedoeld in de Wet op de geneesmiddelenvoorziening of de Diergeneesmiddelenwet, waaronder niet begrepen de chemische tussenprodukten;
|
||||
f. kosmetische produkten als bedoeld in richtlijn nr. 76/768/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake kosmetische produkten (*PbEG* L 262/169), laatstelijk gewijzigd bij de richtlijn van de Commissie nr. 86/199/EEG van 26 maart 1986 (*PbEG* L 149/38);
|
||||
g. diergeneesmiddelen als bedoeld in richtlijn nr. 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 311), alsmede stoffen, uitsluitend bestemd om te worden verwerkt in diergeneesmiddelen;
|
||||
h. gewasbeschermingsmiddelen of biociden die zijn toegelaten of vrijgesteld op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden met dien verstande dat voorzover een vrijstelling als bedoeld in artikel 37 of 64 van die wet is aangevraagd het hoeveelheden betreft die benodigd zijn voor het onderzoek;
|
||||
i. immunologische geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Geneesmiddelenwet;
|
||||
j. mengsels van stoffen, in de vorm van afvalstoffen als bedoeld in richtlijn nr. 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen (PbEU L 114/9) en in richtlijn nr. 78/319/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 maart 1978 betreffende toxische en gevaarlijke afvalstoffen (*PbEG* L 84/43);
|
||||
g. diergeneesmiddelen als bedoeld in richtlijn nr. 81/851/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, alsmede stoffen, uitsluitend bestemd om te worden verwerkt in diergeneesmiddelen;
|
||||
h. bestrijdingsmiddelen die zijn toegelaten op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 alsmede stoffen waarvoor een toelating als bedoeld in artikel 4 van die wet is aangevraagd, mits het hoeveelheden betreft die benodigd zijn voor het onderzoek ter verkrijging van de toelating;
|
||||
i. sera en vaccins als bedoeld in de Wet op sera en vaccins;
|
||||
j. mengsels van stoffen, in de vorm van afvalstoffen als bedoeld in richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (*PbEG* L 194/47) en in richtlijn nr. 78/319/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 maart 1978 betreffende toxische en gevaarlijke afvalstoffen (*PbEG* L 84/43);
|
||||
k. radioactieve stoffen als bedoeld in richtlijn nr. 80/836/Euratom van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1980 houdende wijziging van de richtlijnen tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren (*PbEG* L 246/1);
|
||||
l. stoffen, uitsluitend bestemd om te worden gebruikt voor andere categorieën van produkten waarvoor communautaire kennisgevings- of erkenningsprocedures bestaan en waarvoor de eisen betreffende de te verstrekken informatie gelijkwaardig zijn aan die van de richtlijn, nadat van het bestaan daarvan mededeling is gedaan in de *Staatscourant*.
|
||||
|
||||
**3.** Een wijziging van de richtlijn, genoemd in het tweede lid, onder c, d, f, g, j of k, treedt voor de toepassing van het tweede lid in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven.
|
||||
**3.** Een wijziging van de richtlijn, genoemd in het tweede lid, onder *c, d, f, g, j* of *k*, treedt voor de toepassing van het tweede lid in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue