2025-09-01 | BWBR0047689 | Subsidieregeling JTF 2021–2027

This commit is contained in:
Coornhert 2025-09-01 12:00:00 +00:00
parent b7ca4c4e67
commit 4ef096e820

View file

@ -660,6 +660,234 @@ Vervallen
Vervallen
### Titel 2.1. Subsidietitel voor steun aan investeringen en bijbehorende opleidingen
### Artikel 2.1.1
In deze titel wordt verstaan onder:
*business case:* uitwerking van een investeringsplan;
*capaciteit:* door de duurzame bedrijfsuitrusting bepaalde, technisch maximale vermogen tot produceren per tijdseenheid;
*committed termsheet:* juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met de voorwaarden van de investering;
*diversificatieproject:* een project dat de diversificatie inhoudt van de activiteit binnen een vestiging van de onderneming. De nieuwe activiteit mag niet dezelfde (of een vergelijkbare activiteit) zijn als de activiteit die eerder in de vestiging werd uitgeoefend;
*duurzame bedrijfsuitrusting:* een investering die wordt geactiveerd op de balans van de onderneming; Deze investering mag niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij de bedrijfsuitrusting willekeurig kan worden afgeschreven op grond van fiscale regelgeving;
*gewaarmerkte uncommitted termsheet:* niet juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met daarin de belangrijkste voorwaarden om tot de investering te komen. De uncommitted termsheet gaat vooraf aan de committed termsheet;
*groene waterstof:* waterstof geproduceerd uit hernieuwbare bronnen zoals duurzame elektriciteit via elektrolyse of uit biogrondstoffen;
*industriële onderneming:* een in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven entiteit die als economische activiteit goederen vervaardigt uit halffabricaten en grondstoffen met inzet van personeel, duurzame productiemiddelen en hulpstoffen;
*proces- en maakindustrie:* ondernemingen die activiteiten uitoefenen onder de codering van NACE Rev.2, sectie C;
*regionaal transitieplan:* het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen, opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 20212027;
*regionale innovatiestrategie:* de regionale innovatiestrategie voor slimme specialisatie (RIS3) voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de Colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen en te vinden op de website van SNN;
*sluitende financiering:* financiering van een project dat kan bestaan uit eigen middelen van de onderneming, vreemd vermogen en gevraagde subsidie(s). In geval van (co)financiering door derde(n) kan de aanvrager dit laten zien door middel van juridisch bindende documentatie van die derde(n). Het totaal van deze financiering is gelijk aan de projectkosten;
*SNN:* Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen;
*stimulerend effect:* stimulerend effect als bedoeld in artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
*transformatieproject:* een fundamentele wijziging van het volledige productieproces van een industrieel bedrijf;
*uitbreidingsproject:* een project dat de uitbreiding van de capaciteit inhoudt; het betreft een uitbreiding van een industrieel bedrijf, hoofdkantoor van een bedrijf, of laboratorium van een bedrijf in dezelfde gemeente als waarin al een bedrijf van de ondernemer of een bedrijf van een tot hetzelfde concern behorende ondernemer is gevestigd;
*vestigingsproject:* een project waar geen sprake is van een uitbreidingsproject, maar nieuwe economische activiteiten inhoudt voortkomende uit:
1. het stichten van een industrieel bedrijf;
2. het stichten van een hoofdkantoor of laboratorium; of
3. het nieuw vestigen van een locatie van een in onderdeel 1 of onderdeel 2 genoemd bedrijf;
*werkingsgebied:* de JTF-regio Groningen bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a;
*werkingsgebied voor regionale investeringssteun:* het gebied binnen het werkingsgebied dat is opgenomen in de Regionale Steunkaart 20222027, zoals door de Europese Commissie goedgekeurd bij Steunmaatregel SA.100273 (2021/N).
### Artikel 2.1.2
**1.**
Het doel van de subsidie op grond van deze titel is transformatie en diversificatie van de regionale economie en arbeidsmarkt conform het regionaal transitieplan. Deze transformatie wordt gerealiseerd in de vorm van steun aan een investeringsproject in de proces- en maakindustrie of de scheepsbouw en de daarbij behorende scholing van nieuw of bestaand personeel in het werken binnen en met de te realiseren investeringen.
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen:
a. Spoor 1 en Spoor 2 voor de investeringen onder deze openstellingen;
b. Spoor 3 voor de opleidingscomponent.
**2.**
Aanvrager draagt met de investeringen in het project bij aan de ontwikkeling van één of meer nieuwe waardeketens of industriële ecosystemen binnen de vier transities die zijn opgenomen in de regionale innovatiestrategie:
a. van een lineaire naar een circulaire economie;
b. van fossiele naar hernieuwbare energie;
c. van zorg naar duurzame gezondheid; of
d. van analoog naar digitaal.
**3.** Een aanvrager draagt met de om- of bijscholing van bestaande of nieuwe werknemers in het project bij aan het versterken van de competenties en vaardigheden van bestaande en nieuwe werknemers, niet zijnde standaardwerkzaamheden. Deze competenties en vaardigheden hangen voor de werkgever samen met de inzetbaarheid van deelnemers in het werken met de investeringen. Deze competenties en vaardigheden zijn voor de deelnemers gericht op hun toekomstbestendige inzetbaarheid op de arbeidsmarkt binnen de vier transities, bedoeld in het derde lid.
### Artikel 2.1.3
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een onderneming in de proces- en maakindustrie of de scheepsbouw voor projecten die worden uitgevoerd in het werkingsgebied en die passen binnen de kaders van deze regeling.
### Artikel 2.1.4
**1.**
Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor:
a. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een vestigingsproject van een industriële onderneming;
b. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een uitbreidingsproject van een industriële MKB-onderneming;
c. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een diversificatieproject van een industriële MKB-onderneming;
d. investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en daarbij behorende gebouwen; het gaat om een transformatieproject van een industriële MKB-onderneming;
e. bij- of omscholing en training van bestaand en nieuw personeel direct verbonden aan de realisatie, het doen en het gebruiken, respectievelijk het bedienen van de investeringen, bedoeld in de onderdelen a, b, c of d.
**2.** Projecten zijn gericht op toekomstbestendigheid van de economie door diversificatie langs de lijnen van de vier transities of op groen perspectief voor de industrie door transformatie naar groene productieprocessen in de industrie door het vervangen van fossiele grond- en brandstoffen.
### Artikel 2.1.5
**1.**
Het subsidieplafond bedraagt:
a. voor aanvragen voor projecten van grote ondernemingen € 21.000.000;
b. voor aanvragen voor projecten van MKB-ondernemingen € 29.000.000.
**2.** Met ingang van 15 december 2023 worden de subsidieplafonds uit het eerste lid samengevoegd. Het samengevoegde subsidieplafond bedraagt € 58.000.000.
**3.** Voor aanvragen die voor 15 december 2023 zijn ingediend, geldt dat het subsidieplafond als samengevoegd kan worden beschouwd, voor zover daar geen andere aanvragen mee worden benadeeld die voor 15 december 2023 zijn ingediend.
**4.** Indien in het subsidieplafond middelen uit Rijkscofinanciering zijn opgenomen, wordt een aanvraag onder deze titel eveneens beschouwd als een aanvraag voor Rijkscofinanciering op grond van Hoofdstuk 9.
**5.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18. Daarbij worden aanvragen die zijn ingediend op grond van titel 2.1, zoals die luidde op 31 augustus 2025, geacht te zijn ingediend op grond van deze titel en worden na die datum ontvangen aanvragen op grond van deze titel in de volgorde achteraan geplaatst.
### Artikel 2.1.6
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 23 januari 2023 tot en met 13 februari 2026 vóór 17.00 uur.
**2.** Een volgens titel 2.1, zoals die luidde op 31 augustus 2025, tijdig ingediende aanvraag, wordt geacht tijdig te zijn ingediend op grond van deze titel.
**3.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl/.
### Artikel 2.1.7
**1.**
Indien het project valt onder het werkingsgebied van de Regionale Steunkaart 20222027, bedoeld in artikelen 13 en 14 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, bedraagt de subsidie voor een:
a. kleine onderneming maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten;
b. middelgrote onderneming maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten;
c. grote onderneming maximaal 10 procent van de subsidiabele kosten.
**2.**
Indien het project niet valt onder het werkingsgebied van de Regionale Steunkaart 20222027 bedraagt de subsidie voor een:
a. kleine onderneming maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten;
b. middelgrote onderneming maximaal 10 procent van de subsidiabele kosten.
**3.** De subsidie bedraagt voor opleidingskosten maximaal 50% van de subsidiabele kosten.
**4.** De subsidie voor investeringskosten in een project bedraagt maximaal € 8.250.000 per project.
**5.** De subsidie bedraagt niet meer dan de maximale steunruimte op basis van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
### Artikel 2.1.8
**1.**
In afwijking van artikel 1.11 komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a. voor kosten van investeringen:
1°. andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor gebouwen, nader bepaald als de koopsom en overdrachtskosten of de aan derden verschuldigde verbouwkosten, exclusief de financieringskosten en de overdrachtsbelasting, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
2°. andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor duurzame bedrijfsuitrusting, nader bepaald als de koopsom, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
b. kosten voor investeringen als bedoeld in onderdeel a komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking voor zover:
1°. deze zijn geactiveerd op de balans;
2°. niet hoger zijn dan de taxatiewaarde;
3°. niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting is die met toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen;
c. voor kosten van bij- en omscholing:
1°. andere kosten voor opleiding en training als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f;
2°. in geval van opleiding en training voor competenties en vaardigheden niet zijnde standaardwerkzaamheden: loonkosten inclusief overhead als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, voor de uren die medewerkers in dienst van de aanvrager deelnemen aan bij- en omscholing.
**2.**
In aanvulling op artikel 1.15 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a. investeringen in bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting die de subsidieontvanger heeft gekregen van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort;
b. investeringen in niet permanent op de bedrijfslocatie aanwezige duurzame bedrijfsuitrusting;
c. immateriële vaste activa als bedoeld in artikel 365 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
d. zelfstandige investeringen in gebouwgebonden duurzame energie-opwekkers;
e. kosten van investeringen waarvoor onomkeerbare verplichtingen zijn aangegaan voor ontvangst van de aanvraag;
f. kosten van training en opleiding waarvoor verplichtingen zijn aangegaan voor ontvangst van de aanvraag.
### Artikel 2.1.9
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde projecten wordt gestart binnen zes maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking.
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking zijn verkregen.
**3.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde financiering nog niet is zeker gesteld kan de subsidie worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat de financiering uiterlijk zes maanden na datum verleningsbeschikking is zeker gesteld.
**4.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
**5.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede, derde lid of vierde lid verlengen.
### Artikel 2.1.10
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
a. na toepassing van artikel 1.20 aan een project minder dan 70 punten zijn toegekend;
b. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 80 procent op onderdeel a van artikel 1.20, eerste lid;
c. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 50 procent op onderdelen b, d, en f van artikel 1.20, eerste lid;
d. na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 100 procent op onderdeel e van artikel 1.20, eerste lid;
e. de totale subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 2.500.000;
f. de financiering van het project niet uiterlijk zes maanden na afgifte van de verleningsbeschikking aantoonbaar is. In het geval van financiering door derde(n) wordt juridisch bindende documentatie aangeleverd;
g. de activiteiten gericht zijn op industriële dienstverlening, energieproductie of waterstofproductie ten behoeve van energieopwekking;
h. de activiteiten gericht zijn op productie van biobrandstoffen waarvoor een bijmengverplichting reeds langer dan twee jaar van kracht is;
i. de activiteiten gericht zijn op hergebruik van producten, afvalstoffen en/of grondstoffen, waarbij er geen sprake is van een hoogwaardige toepassing of wanneer er sprake is van het opwerken van afval uitsluitend ten behoeve van export;
j. de onderneming geen financiële bijdrage levert uit eigen middelen van ten minste 25 procent van de subsidiabele kosten;
k. als gevolg van het project het aantal arbeidsplaatsen bij de aanvrager afneemt;
l. de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is;
m. de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen, gezien de rentabiliteit en de aard van het bedrijf, naar oordeel van de Minister van SZW niet aanvaardbaar zal zijn nadat na uitvoering van het project de bedrijfsactiviteiten zijn gestart;
n. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project;
o. het project niet voldoet aan het principe van Do no significant harm door ontbreken van overtuigend zicht op het ontvangen van alle noodzakelijke vergunningen;
p. de analyse waaruit blijkt dat het verwachte banenverlies zonder de investering groter zou zijn dan het verwachte aantal gecreëerde banen niet goedgekeurd wordt.
### Artikel 2.1.11
**1.**
Projecten worden beoordeeld door het toekennen van punten op de zes criteria bedoeld in het artikel 1.20. De weging van de zes criteria is:
a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 20212027: 25 punten;
b. de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 25 punten;
c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 0 punten;
d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 25 punten;
e. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 5 punten;
f. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.
**2.** Voor de toepassing van artikel 1.20, eerste lid, geldt de tabel die is opgenomen als bijlage 1 bij deze regeling.
### Artikel 2.1.12
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op realisatie van de projectactiviteiten een voorschot van 20 procent van de verleende subsidie.
**2.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten. Het voorschot bedraagt de in de rapportage verantwoorde gemaakte en betaalde subsidiabele kosten, vermenigvuldigd met het toegestane subsidiepercentage, bedoeld in artikel 1.31.
**4.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, bedragen de voorschotten in totaal maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
### Artikel 2.1.13
**1.**
In aanvulling op het artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
b. de in het aanvraagformulier genoemde documenten, waarvoor door het SNN aangeleverde vaste formats worden gebruikt inclusief daaraan verbonden voorschriften.
**2.** Voor het door de Minister van SZW vastgestelde format voor het projectplan bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, geldt het maximumaantal paginas. Een aanvraag die hieraan niet voldoet wordt afgewezen.
**3.** De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier via de link https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
### Artikel 2.1.14
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd overeenkomstig artikel 1.4, tweede lid.
### Artikel 2.1.15
Deze titel en bijlage 1 vervallen met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
### Titel 2.2. JTF-Call 2022 voor grote Kennis- en valorisatieprojecten die aansluiten bij de transities uit de RIS3 20212027
### Artikel 2.2.1
@ -4795,6 +5023,18 @@ Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte v
## Bijlage 1. behorende bij
Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.
Een lagere totaalscore dan 70 punten leidt tot afwijzing van de subsidie.
Op criterium A wordt minimaal een score van 20 punten (80 procent van 25) behaald. Wanneer een aanvraag op criterium A niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.
Op de respectieve criteria B, D en F per criterium minimaal een score van 50 procent van het maximumaantal punten per criterium behaald. Op criterium E wordt een score van 100 procent behaald. Wanneer een aanvraag op één of meerdere van deze criteria niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.
Bij vaststelling wordt ook getoetst op daadwerkelijke realisatie op de criteria B (B1) en D (D1). Indien de totaalscore bij vaststelling lager is dan 70 punten door een lagere score op deze beide criteria, leidt dat tot intrekking van de subsidie. Er wordt bij vaststelling niet opnieuw getoetst aan het minimum van 50 procent van het maximumaantal punten voor deze beide criteria.
## Bijlage 1. behorende bij
Vervallen
## Bijlage 2. behorende bij