2017-08-01 | BWBR0003549 | Wet op de expertisecentra

This commit is contained in:
Coornhert 2017-08-01 12:00:00 +00:00
parent 92737558fe
commit 4ef73d1562

View file

@ -69,9 +69,13 @@ a. een openbare school:
b. een bijzondere school: de rechtspersoon bedoeld in artikel 57;
c. een samenwerkingsschool: de stichting, bedoeld in artikel 28j;
*burgerservicenummer:*
burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
*persoonsgebonden nummer:*
het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, dan wel het door Onze minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 42a, vierde lid;
het burgerservicenummer dan wel het door Onze minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 42a, vierde lid;
*ouders*:
@ -104,7 +108,19 @@ basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijsto
*schoolondersteuningsprofiel:*
een beschrijving van de voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen die extra ondersteuning behoeven.
een beschrijving van de voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen die extra ondersteuning behoeven;
*lerarenregister:*
lerarenregister als bedoeld in artikel 38b;
*registervoorportaal:*
registervoorportaal als bedoeld in artikel 38p;
*basisgegevens:*
gegevens als bedoeld in artikel 38g, eerste lid, onderdelen a tot en met d.
### Artikel 2
@ -163,10 +179,10 @@ c. niet krachtens rechterlijke uitspraak van het geven van onderwijs is uitgeslo
**2.**
Het onderwijs in de onderwijsactiviteiten zintuiglijke oefening en lichamelijke oefening in groepen bestemd voor leerlingen vanaf 7 jaar in het speciaal onderwijs kan in afwijking van het eerste lid, onderdeel b. 1°, behalve door degene die beschikt over een in dat onderdeel b. 1° bedoeld getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de bekwaamheidseisen voor het geven van lichamelijke opvoeding in het voortgezet onderwijs, uitsluitend worden gegeven door degene die:
Het onderwijs in de onderwijsactiviteit zintuiglijke en lichamelijke oefening in groepen bestemd voor leerlingen vanaf 7 jaar in het speciaal onderwijs kan in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, onder 1, uitsluitend worden gegeven door degene die beschikt over een in dat onderdeel b, onder 1, bedoeld getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 32a, eerste lid, en:
a. beschikt over een in dat onderdeel b. 1° bedoeld getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 32a, eerste lid, en
b. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift dat specifiek is gericht op de bekwaamheid tot het geven van dat onderwijs, of onderwijs volgt ter verkrijging van een dergelijk getuigschrift, in welk laatste geval betrokkene het onderwijs in deze onderwijsactiviteiten mag geven gedurende ten hoogste twee aaneengesloten schooljaren, gerekend vanaf het moment waarop betrokkene het onderwijs ter verkrijging van dit getuigschrift voor de eerste maal volgt.
a. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift dat specifiek is gericht op de bekwaamheid tot het geven van dat onderwijs, of
b. onderwijs volgt ter verkrijging van een dergelijk getuigschrift, in welk geval betrokkene het onderwijs in deze onderwijsactiviteit mag geven gedurende ten hoogste twee aaneengesloten schooljaren, gerekend vanaf het moment waarop betrokkene het onderwijs ter verkrijging van dit getuigschrift voor de eerste maal volgt.
**2a.** Het onderwijs in de onderwijsactiviteiten zintuigelijke oefening en lichamelijke oefening in groepen bestemd voor leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs wordt, in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, onder 1, uitsluitend gegeven door degene die in het bezit is van een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat ten aanzien van dat onderwijs is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 36, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
@ -180,7 +196,9 @@ b. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift d
**7.** Dit artikel is niet van toepassing op het geven van onderwijs als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, onderdeel b.
**8.** Op het geven van onderwijs in een entreeopleiding die wordt verzorgd op basis van artikel 14a, tweede lid, is het eerste lid, onderdeel b, sub 1° en sub 3°, niet van toepassing. In plaats daarvan is artikel 33, eerste lid, onderdeel b, sub 1° en sub 3°, van de Wet op het voortgezet onderwijs daarop van overeenkomstige toepassing. Op het geven van onderwijs als bedoeld in de eerste volzin zijn eveneens de voorschriften gegeven bij of krachtens artikel 33, veertiende lid, artikel 33b, artikel 38 en de artikelen 118j tot en met 118s, van de Wet op het voortgezet onderwijs van overeenkomstige toepassing.
**8.** Op het geven van onderwijs in een entreeopleiding die wordt verzorgd op basis van artikel 14a, tweede lid, is het eerste lid, onderdeel b, sub 1° en sub 3°, niet van toepassing. In plaats daarvan is artikel 33, eerste lid, onderdeel b, sub 1° en sub 3°, van de Wet op het voortgezet onderwijs daarop van overeenkomstige toepassing. Op het geven van onderwijs als bedoeld in de eerste volzin zijn eveneens de voorschriften gegeven bij of krachtens artikel 33, veertiende lid, artikel 33b, artikel 38 en de artikelen 41a tot en met 41u en 118j tot en met 118s, van de Wet op het voortgezet onderwijs van overeenkomstige toepassing.
**9.** Op de inzet van een leraar voor speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs zijn artikelen 31a, en 38b tot en met 38v van toepassing.
### Artikel 3a
@ -1019,6 +1037,23 @@ c. de richtlijnen voor de uitoefening van de overgedragen taken en bevoegdheden.
**4.** Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een exemplaar van het managementstatuut in het gebouw van de school ter inzage beschikbaar is op een voor een ieder toegankelijke plaats. Het bevoegd gezag zendt een exemplaar van het managementstatuut, alsmede elke wijziging daarvan, zo spoedig mogelijk na de vaststelling ter kennisneming aan de inspectie.
### Artikel 31a
**1.** Onder het beroep van leraar wordt verstaan het binnen de kaders van het onderwijskundig beleid van de school, verantwoordelijkheid dragen voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de school.
**2.** Leraren komt een zelfstandige verantwoordelijkheid toe als het gaat om het beoordelen van de onderwijsprestaties van leerlingen.
**3.**
Leraren beschikken over voldoende vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische zeggenschap, waaronder wordt verstaan de zeggenschap over:
a. de inhoud van de lesstof;
b. de wijze waarop de lesstof wordt aangeboden en de middelen die daarbij worden gebruikt;
c. de te hanteren pedagogisch-didactische aanpak op de school en de wijze waarop daar uitvoering aan wordt gegeven, waaronder de begeleiding van de leerlingen en de contacten met de ouders;
d. het in samenhang met de onderdelen a, b en c, onderhouden van de bekwaamheid van de leraren als onderdeel van het team.
**4.** Het bevoegd gezag stelt in overleg met de leraren een professioneel statuut op waarin de afspraken zijn opgenomen over de wijze waarop de zeggenschap van leraren als bedoeld in het derde lid wordt georganiseerd. Bij het opstellen van het professioneel statuut wordt de professionele standaard van de beroepsgroep in acht genomen.
### Artikel 32
**1.** Directeuren, adjunct-directeuren en leraren worden door het bevoegd gezag benoemd dan wel tewerkgesteld zonder benoeming.
@ -1042,7 +1077,7 @@ c. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het verrichten van d
**4.** De directeur of adjunct-directeur die op grond van artikel 3 bevoegd is tot het geven van onderwijs of die op grond van artikel 3a bevoegd is tot het verrichten van de daar bedoelde onderwijsondersteunende werkzaamheden, kan tevens worden belast met het geven van onderwijs respectievelijk met het verrichten van die onderwijsondersteunende werkzaamheden.
**5.** Om te kunnen worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming tot leraar dient betrokkene te voldoen aan artikel 3, eerste lid, of op grond van het derde, vierde of achtste lid van dat artikel bevoegd te zijn tot het geven van onderwijs, of bevoegd te zijn als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
**5.** Om te kunnen worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming tot leraar dient betrokkene te voldoen aan artikel 3, eerste lid, of op grond van het derde, vierde, zesde of achtste lid van dat artikel bevoegd te zijn tot het geven van onderwijs, of bevoegd te zijn als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
**6.** De onderwijsondersteunend functionaris die wordt belast met werkzaamheden waarvoor op grond van artikel 32a, derde lid, bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, dient te voldoen aan artikel 3a, eerste lid, onverminderd het tweede tot en met vierde lid van dat artikel.
@ -1166,6 +1201,241 @@ Over de door het bevoegd gezag ingevolge artikel 33 te treffen regelingen, alsme
**4.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
#### Paragraaf 2a. Lerarenregister
### Artikel 38b
**1.** Er is een lerarenregister. In het lerarenregister zijn van leraren voor wie de grond van benoeming of tewerkstelling zonder benoeming is gelegen in artikel 32 en die bevoegd zijn tot het geven van onderwijs op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, onder 1 en 2, tweede lid, aanhef en onder a, lid 2a, derde lid of vierde lid, persoonsidentificerende gegevens en gegevens betreffende de school of instelling, de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming, en de herregistratie opgenomen.
**2.**
Het lerarenregister heeft tot doel:
a. het vastleggen van het onderwijs waarvoor een leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van artikel 32 en die bevoegd zijn tot het geven van onderwijs op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, onder 1 en 2, tweede lid, aanhef en onder a, lid 2a, derde lid of vierde lid;
b. het vastleggen op welke wijze een leraar voldoet aan de bekwaamheidseisen; en
c. het vastleggen of een leraar voldoet aan de herregistratiecriteria.
**3.**
In aanvulling op het tweede lid heeft het lerarenregister tot doel gegevens te verstrekken:
a. aan Onze Minister ten behoeve van de beleidsvorming; en
b. aan de inspectie voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
**4.** Onze Minister draagt zorg voor het beheer van het lerarenregister.
### Artikel 38c
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 38d
Onze Minister is voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister de verantwoordelijke, bedoeld in artikel 1 van de Wet bescherming persoonsgegevens.
### Artikel 38e
Onze Minister benoemt een functionaris voor de gegevensbescherming als bedoeld in artikel 62 van de Wet bescherming persoonsgegevens die belast is met het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister.
### Artikel 38f
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels over de autorisatie van degenen die onder zijn gezag vallen voor verwerking van persoonsgegevens in het kader van het lerarenregister.
### Artikel 38g
**1.**
Het lerarenregister bevat voor elke daarin opgenomen leraar:
a. het burgerservicenummer;
b. de geslachtsnaam, de voornamen, het geslacht, het adres, de postcode, en de geboortedatum van de leraar;
c. gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming, waaronder in ieder geval de ingangsdatum ervan;
d. gegevens betreffende de school waaraan hij benoemd is of tewerkgesteld zonder benoeming, waaronder in ieder geval het registratienummer van de school dan wel scholengemeenschap;
e. het onderwijs waarvoor de leraar kan opgaan voor herregistratie;
f. voor welk onderwijs als bedoeld in onderdeel e de leraar opgaat voor herregistratie;
g. gegevens betreffende de activiteiten voor herregistratie; en
h. gegevens betreffende de herregistratie waaronder, indien van toepassing, de aantekening, bedoeld in artikel 38l, tweede lid.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c tot en met h, nader worden gespecificeerd.
### Artikel 38h
**1.** Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de basisgegevens van leraren die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming op grond van artikel 32 en die bevoegd zijn tot het geven van onderwijs op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, onder 1 en 2, tweede lid, aanhef en onder a, lid 2a, derde lid of vierde lid, en draagt zorg voor het correct bijhouden van die gegevens ten behoeve van het lerarenregister.
**2.** De leraar verstrekt aan Onze Minister de gegevens, genoemd in artikel 38g, eerste lid, onderdelen e tot en met g.
**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de tijdstippen en wijze van levering, de correctie van de gegevens en over het aantonen van de bekwaamheidseisen, als bedoeld in het derde lid.
### Artikel 38i
**1.** De gegevens, bedoeld in artikel 38g, eerste lid, onder b, zijn gekoppeld aan het burgerservicenummer van de desbetreffende leraar en worden door Onze Minister verkregen uit de basisregistratie personen indien de leraar als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen.
**2.** Indien de leraar niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, worden de desbetreffende gegevens verkregen uit de levering op grond van artikel 38h.
### Artikel 38j
Nadat een leraar de gegevens, bedoeld in artikel 38h, tweede en derde lid, heeft verstrekt, neemt Onze Minister het burgerservicenummer en de andere gegevens die zijn geleverd op grond van artikel 38h en verkregen op grond van artikel 38i of 38r, tweede lid, op in het lerarenregister, met dien verstande dat hij de basisgegevens slechts opneemt voor zover deze niet kunnen worden verkregen uit de basisadministratie personen.
### Artikel 38k
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 38l
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 38m
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 38n
**1.**
Gegevens van een leraar als bedoeld in artikel 38g worden verwijderd uit het lerarenregister:
a. indien betrokkene Onze Minister hier om verzoekt;
b. indien betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;
c. indien betrokkene is overleden.
**2.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, worden alle in het lerarenregister geregistreerde gegevens van betrokkene verwijderd.
**3.** Indien een of meer gegevens van een leraar op grond van het eerste lid worden verwijderd uit het lerarenregister, blijven deze gegevens tot vijf jaar na verwijdering bewaard.
**4.** Indien op grond van artikel 38h gegevens worden verstrekt voor heropname van een leraar in het lerarenregister, worden door Onze Minister van deze leraar de bewaarde gegevens als bedoeld in artikel 38g, eerste lid, onderdelen e tot en met h, opgenomen in het lerarenregister.
**5.** Op verzoek van een leraar aan Onze Minister is het eerste lid, aanhef en onder b, op deze leraar niet van toepassing.
**6.** Met pensioengerechtigde leeftijd wordt in dit artikel bedoeld de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet.
### Artikel 38o
**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**2.**
Op verzoek van het bevoegd gezag van de school waaraan de leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens van een leraar verstrekt:
a. het geslacht, het adres, de postcode en de geboortedatum;
b. gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming;
c. gegevens betreffende de school waaraan hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming;
d. indien het bevoegd gezag daarvoor toestemming heeft van de leraar: gegevens betreffende de activiteiten voor herregistratie; en
e. overige gegevens betreffende de herregistratie.
**3.**
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
a. wordt de wijze waarop de gegevens van een leraar worden verstrekt vastgesteld;
b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden gespecificeerd.
**4.** Uit het lerarenregister kunnen aan betrokkenen het burgerservicenummer en de andere gegevens worden verstrekt.
**5.** De betrokkene heeft toegang tot de gegevens die worden bewaard op grond van artikel 38n, derde lid.
**6.**
Uit het lerarenregister worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van:
a. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
b. de beleidsvorming.
**7.** Uit het lerarenregister worden aan de inspectie gegevens verstrekt voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
**8.** De gegevens, bedoeld in het zesde lid, onder b, en zevende lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen op wie zij betrekking hebben niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.
#### Paragraaf 2b. Registervoorportaal
### Artikel 38p
**1.** Er is een registervoorportaal. In het registervoorportaal zijn van leraren die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming en niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van het onderwijs dat zij verzorgen persoonsidentificerende gegevens en gegevens betreffende de school en de benoeming of tewerkstelling opgenomen.
**2.** Het registervoorportaal heeft tot doel het inzichtelijk maken welke leraren die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming niet voldoen aan de bekwaamheidseisen van het onderwijs dat zij verzorgen.
**3.**
In aanvulling op het tweede lid heeft het registervoorportaal tot doel gegevens te verstrekken:
a. aan Onze Minister ten behoeve van de beleidsvorming; en
b. aan de inspectie voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
**4.** Onze Minister draagt zorg voor het beheer van het registervoorportaal.
### Artikel 38q
**1.** Het registervoorportaal bevat voor elke daarin opgenomen leraar de basisgegevens die op grond van artikel 38r worden geleverd, waaronder in ieder geval het gegeven betreffende het onderwijs waarvoor hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, nader worden gespecificeerd.
### Artikel 38r
**1.** Het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister de basisgegevens van leraren die zijn benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming of onderwijs verzorgen op grond van de artikelen 32 en 3, eerste lid, onderdeel b, onder 3, tweede lid, aanhef en onderdeel b, vijfde lid of zesde lid, en draagt zorg voor het correct bijhouden van die gegevens ten behoeve van het registervoorportaal.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het tijdstip en de wijze van levering en over de correctie van de gegevens.
### Artikel 38s
**1.**
De leraar blijft voor het onderwijs waarvoor hij in het registervoorportaal is opgenomen vermeld:
a. totdat hij voldoet aan de bekwaamheidseisen van dat onderwijs; of
b. maximaal voor de duur van de periode, genoemd in het artikel op grond waarvan deze leraar dit onderwijs geeft.
**2.** Het bevoegd gezag stelt een leraar die in het registervoorportaal is opgenomen in staat te voldoen aan de vereisten om voor het desbetreffende onderwijs in het lerarenregister te kunnen worden opgenomen.
**3.** Vanaf het moment dat een leraar voor het onderwijs waarvoor hij in het registervoorportaal is opgenomen, voldoet aan de criteria om in het lerarenregister te worden vermeld, worden de gegevens van deze leraar verstrekt voor opname in het lerarenregister.
**4.** Indien een leraar die opgenomen is in het registervoorportaal niet langer voldoet aan de vereisten die op grond van de in artikel 38r, eerste lid, genoemde bepalingen zijn gesteld aan de leraar, worden de gegevens van deze leraar verwijderd uit het registervoorportaal en gedurende vijf jaar bewaard.
### Artikel 38t
**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**2.**
Op verzoek van het bevoegd gezag van de school waaraan de leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming worden in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, de volgende gegevens van een leraar verstrekt:
a. het geslacht, het adres, de postcode en de geboortedatum;
b. overige gegevens betreffende de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming; en
c. gegevens betreffende de school waaraan hij is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming.
**3.**
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
a. wordt de wijze waarop de gegevens van een leraar worden verstrekt vastgesteld;
b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
c. kunnen de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, nader worden gespecificeerd.
**4.** Uit het registervoorportaal kunnen aan de leraar het burgerservicenummer en de andere gegevens worden verstrekt.
**5.** De leraar heeft toegang tot de gegevens die worden bewaard op grond van artikel 38s, derde lid.
**6.** Uit het registervoorportaal worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van de beleidsvorming.
**7.** Uit het registervoorportaal worden aan de inspectie gegevens verstrekt voor zover de verwerking van die gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van haar publieke taak.
**8.** De gegevens, bedoeld in het zesde en zevende lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen op wie zij betrekking hebben niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.
### Artikel 38u
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2022/86.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 38v
De artikelen 38b, vierde lid, 38d tot en met 38f, 38i tot en met 38k, zijn van overeenkomstige toepassing op het registervoorportaal.
#### Paragraaf 3. Leerlingen
### Artikel 39
@ -1290,7 +1560,7 @@ c. indien de leerling onmiddellijk voorafgaand aan de toelating niet was ingesch
De commissie voor de begeleiding heeft tot taak:
a. te adviseren over het vaststellen en bijstellen van het ontwikkelingsperspectief, bedoeld in artikel 41a, eerste en vierde lid,
a. te adviseren over het vaststellen en bijstellen van het ontwikkelingsperspectief, bedoeld in artikel 41a, eerste, tweede en vijfde lid,
b. het ten minste één keer per jaar evalueren van het ontwikkelingsperspectief en hiervan verslag te doen aan het bevoegd gezag,
c. te adviseren over terugplaatsing of overplaatsing van de leerling naar het basisonderwijs of het voortgezet onderwijs, en
d. het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, te adviseren over de begeleiding van leerlingen op scholen als bedoeld in die wetten.
@ -1305,7 +1575,7 @@ Het bevoegd gezag van een instelling of de bevoegde gezagsorganen van twee of me
a. te beoordelen of een kind gezien zijn handicap voor het onderwijs op de instelling in aanmerking komt, dan wel in aanmerking komt voor begeleiding door de instelling indien het kind is of wordt ingeschreven op een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs, met dien verstande dat het oordeel van de commissie betrekking heeft op een door haar te bepalen periode,
b. voor afloop van de periode, bedoeld in onderdeel a, te beoordelen of het kind nog in aanmerking komt voor het onderwijs op de instelling dan wel de begeleiding en indien het kind daarvoor in aanmerking komt voor welke periode,
c. te adviseren over het vaststellen en bijstellen van het ontwikkelingsperspectief, bedoeld in artikel 41a, eerste en vierde lid, dan wel te adviseren over de inhoud van de begeleiding,
c. te adviseren over het vaststellen en bijstellen van het ontwikkelingsperspectief, bedoeld in artikel 41a, eerste, tweede en vijfde lid, dan wel te adviseren over de inhoud van de begeleiding,
d. als onderdeel van de onder b genoemde taak, aan het eind van elk schooljaar te adviseren omtrent terugplaatsing of overplaatsing van de leerling naar het basisonderwijs, een andere vorm van speciaal onderwijs, het voortgezet onderwijs of een vorm van voortgezet speciaal onderwijs, en
e. het ten minste één keer per jaar evalueren van het ontwikkelingsperspectief dan wel de begeleiding en hiervan verslag te doen aan het bevoegd gezag.
@ -1333,13 +1603,17 @@ De commissie kan bij het uitoefenen van haar taak gebruik maken van bestaande on
**1.** Voor een leerling voor wie speciaal onderwijs dan wel voortgezet speciaal onderwijs wordt verzorgd, stelt het betreffende bevoegd gezag een ontwikkelingsperspectief vast na advies van de commissie voor de begeleiding dan wel de commissie van onderzoek en nadat op overeenstemming gericht overleg is gevoerd met de ouders dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, met de leerling.
**2.** Het ontwikkelingsperspectief wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na de inschrijving van de leerling vastgesteld. Indien het betreft een inschrijving op grond van artikel 40, achtste of negende lid, wordt het ontwikkelingsperspectief uiterlijk binnen zes weken na de definitieve plaatsing van de leerling vastgesteld.
**2.** In afwijking van het eerste lid, wordt het deel van het ontwikkelingsperspectief betreffende de individuele begeleiding van de leerling vastgesteld na advies van de commissie voor begeleiding dan wel de commissie van onderzoek en nadat hierover overeenstemming bereikt is tussen het bevoegd gezag en de ouders dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, met de leerling.
**3.** Het ontwikkelingsperspectief wordt ten minste één keer per schooljaar met de ouders, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, met de leerling, geëvalueerd.
**3.** Het ontwikkelingsperspectief wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na de inschrijving van de leerling vastgesteld. Indien het betreft een inschrijving op grond van artikel 40, achtste of negende lid, wordt het ontwikkelingsperspectief uiterlijk binnen zes weken na de definitieve plaatsing van de leerling vastgesteld.
**4.** Na advies van de commissie voor de begeleiding dan wel de commissie van onderzoek en nadat op overeenstemming gericht overleg is gevoerd met de ouders, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, met de leerling, kan het bevoegd gezag het ontwikkelingsperspectief bijstellen.
**4.** Het ontwikkelingsperspectief wordt ten minste één keer per schooljaar met de ouders, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, met de leerling, geëvalueerd.
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften over de inhoud van het ontwikkelingsperspectief vastgesteld.
**5.** Na advies van de commissie voor de begeleiding dan wel de commissie van onderzoek en nadat op overeenstemming gericht overleg is gevoerd met de ouders, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, met de leerling, kan het bevoegd gezag het ontwikkelingsperspectief bijstellen.
**6.** In afwijking van het vijfde lid kan het bevoegd gezag het deel van het ontwikkelingsperspectief betreffende de individuele begeleiding van de leerling bijstellen na advies van de commissie voor de begeleiding dan wel de commissie van onderzoek en nadat overeenstemming bereikt is met de ouders, dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, met de leerling.
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften over de inhoud van het ontwikkelingsperspectief vastgesteld.
### Artikel 42
@ -1365,7 +1639,9 @@ De commissie kan bij het uitoefenen van haar taak gebruik maken van bestaande on
### Artikel 42b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**2.** Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van het eerste lid regels vastgesteld. Deze betreffen in ieder geval een specificatie van de bij de opgave te leveren gegevens, het tijdstip en de wijze waarop deze gegevens worden geleverd.
### Artikel 43
@ -1386,7 +1662,7 @@ Het bevoegd gezag van de school waar de leerling voortgezet speciaal onderwijs h
De commissie neemt kennis van geschillen tussen ouders en bevoegd gezag van een school of instelling die ontstaan bij de toepassing van:
a. de artikelen 40, vierde, vijfde, zesde en achttiende lid, 41, tweede lid, onderdeel a, en
b. artikel 41a, eerste en vierde lid.
b. artikel 41a, eerste, tweede en vijfde lid.
**3.** De commissie brengt op verzoek van de ouders binnen 10 weken een oordeel uit aan het bevoegd gezag, rekening houdend met het schoolondersteuningsprofiel en het ondersteuningsplan.
@ -3455,7 +3731,7 @@ c. de begin- en de einddatum van de periode waarvoor de leerling of deelnemer wo
**5.** Het bevoegd gezag en het hoofd, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Leerplichtwet 1969, gebruiken het persoonsgebonden nummer van een leerling in contacten met een gemeente in het kader van de Leerplichtwet 1969, tezamen met de gegevens die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van die wet door de gemeente.
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 47a, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 42b, eerste lid, en artikel 47a, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
**7.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een leerling in het contact met een andere school of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die leerling en bij het overleggen van het onderwijskundig rapport, bedoeld in artikel 43.