2026-01-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs
This commit is contained in:
parent
abef75a4b2
commit
4f31ab1e11
1 changed files with 350 additions and 290 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet educatie en beroepsonderwijs
|
|||
bwb_id: BWBR0007625
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2022-01-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2026-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0007625
|
||||
citeertitel: Wet educatie en beroepsonderwijs
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -38,7 +38,7 @@ d. van een exameninstelling als bedoeld in artikel 1.6.1: rechtspersoon die de
|
|||
- *burgerservicenummer:* burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
|
||||
- *centraal examen:* examen of examenonderdeel bestaande uit door het College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens, vastgestelde toetsen die door of in opdracht van de instelling worden afgenomen;
|
||||
- *deelnemer:* degene die een opleiding educatie volgt, met uitzondering van een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs;
|
||||
- *doorlopende leerroute vmbo-mbo:* route als bedoeld in artikel 8.5a.2, tweede lid;
|
||||
- *doorlopende leerroute vmbo-mbo:* route als bedoeld in artikel 9.1.2, tweede lid;
|
||||
- *educatie:* onderwijs bestemd voor volwassenen als bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid;
|
||||
- *eindtermen:* eindtermen als bedoeld in artikel 7.3.3;
|
||||
- *exameninstelling:* instelling als bedoeld in artikel 1.6.1;
|
||||
|
|
@ -54,12 +54,12 @@ d. van een exameninstelling als bedoeld in artikel 1.6.1: rechtspersoon die de
|
|||
- *kwalificatiedossier:* document waarin een of meer kwalificaties zijn beschreven;
|
||||
- *leerweg:* leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, tenzij anders bepaald;
|
||||
- *ondernemingsraad:* ondernemingsraad als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden;
|
||||
- *onderwijs:* educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
- *Onze Minister:* Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
|
||||
- *openbare instelling:* instelling in stand gehouden door een gemeente dan wel door een openbaar lichaam, ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarin deelnemen een of meer gemeenten, al dan niet tezamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid;
|
||||
- *opleiding educatie:* opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid;
|
||||
- *opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs:* opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a;
|
||||
- *opleidingsdomein:* samenhangend geheel van kwalificatiedossiers die zijn gericht op en van belang zijn voor eenzelfde bedrijfstak of groep van bedrijfstakken;
|
||||
- *ouders:* met het gezag over de student of vavo-student belaste ouders, voogden of verzorgers;
|
||||
- *personeel:*
|
||||
|
||||
a. benoemde docenten en overig personeel dat is benoemd aan de instelling;
|
||||
|
|
@ -75,6 +75,7 @@ b. onder a bedoeld personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instel
|
|||
- *school voor mavo:* school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
|
||||
- *school voor praktijkonderwijs:* school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
|
||||
- *school voor vbo:* school voor voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.7 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
|
||||
- *startkwalificatie:* startkwalificatie als bedoeld in de Leerplichtwet 1969;
|
||||
- *student:* degene die beroepsonderwijs volgt;
|
||||
- *studiejaar:* tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daarop volgend jaar;
|
||||
- *vavo-student:* degene die een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs volgt;
|
||||
|
|
@ -98,7 +99,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Beroepsonderwijs is gericht op de theoretische en praktische voorbereiding voor de uitoefening van beroepen, waarvoor een beroepskwalificerende opleiding is vereist of dienstig kan zijn. Het beroepsonderwijs bevordert tevens de algemene vorming en de persoonlijke ontplooiing van de studenten en draagt bij tot het maatschappelijk functioneren. Beroepsonderwijs sluit aan op het voorbereidend beroepsonderwijs en het algemeen voortgezet onderwijs. Beroepsonderwijs omvat niet het hoger onderwijs.
|
||||
|
||||
### Titel 3. Bekostigde instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
|
||||
### Titel 3. Bekostigde instellingen
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Instellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -147,8 +148,9 @@ Vervallen
|
|||
Bij de uitvoering van hun taak dragen de instellingen, onverminderd het bij of krachtens deze wet bepaalde, mede zorg voor:
|
||||
|
||||
a. de toegankelijkheid van het onderwijs, in het bijzonder voor kansarme groepen,
|
||||
b. het aanbieden van doelmatige leerwegen, in het bijzonder door het zorgdragen voor een zorgvuldige afstemming tussen opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en beroepsopleidingen, en
|
||||
c. het bieden van mogelijkheden voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding.
|
||||
b. het aanbieden van doelmatige leerwegen, in het bijzonder door het zorgdragen voor een zorgvuldige afstemming tussen opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en beroepsopleidingen,
|
||||
c. het bieden van mogelijkheden voor loopbaanoriëntatie, en
|
||||
d. het bieden van mogelijkheden voor loopbaanbegeleiding tijdens de opleiding en na diplomering.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Kwaliteitszorg
|
||||
|
||||
|
|
@ -256,9 +258,8 @@ c. de opleiding niet binnen één jaar na de toewijzing is gestart.
|
|||
Voor een andere dan een in artikel 1.1.1 bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een beroepsopleiding ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing:
|
||||
|
||||
a. artikel 2.5.5a, eerste, vijfde, zesde en negende tot en met twaalfde lid;
|
||||
b. artikel 2.5.5e;
|
||||
c. de artikelen 8.1.1a, 8.1.8 en 8.1.8a; en
|
||||
d. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3.
|
||||
b. artikel 8.1.1a; en
|
||||
c. de artikelen 9.2.2, 9.2.3 en 9.2.6.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.4.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -266,7 +267,7 @@ d. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3.
|
|||
|
||||
**2.** Toepassing van het eerste lid berust op een samenwerkingsovereenkomst, gesloten tussen het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, en het bevoegd gezag van een ingevolgde artikel 2.66 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 aangewezen school.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 8.4.3, 8.5a.2, 8.5a.3, met uitzondering van het tweede lid wat betreft artikel 2.107b, tweede lid, onderdeel e, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, 8.5a.4 tot en met 8.5a.7, 8.5a.8, eerste en tweede lid, 8.5a.9, 8.5a.11, 8.5a.12, 8.5a.15 en 8.5a.17 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «school» telkens wordt gelezen «school aangewezen ingevolge artikel 2.66 van de Wet voortgezet onderwijs 2020».
|
||||
**3.** De artikelen 9.1.2, 9.1.3, met uitzondering van het tweede lid wat betreft artikel 2.107b, tweede lid, onderdeel e, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, 9.1.4 tot en met 9.1.6, 9.1.7, eerste en tweede lid, 9.1.8, 9.1.10, 9.1.11, 9.1.14, 9.1.16 en 9.1.17 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «school» telkens wordt gelezen «school aangewezen ingevolge artikel 2.66 van de Wet voortgezet onderwijs 2020».
|
||||
|
||||
### Titel 4a. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen
|
||||
|
||||
|
|
@ -291,9 +292,8 @@ d. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3.
|
|||
Voor een andere dan een in artikel 1.1.1 bedoelde instelling of een instelling zijn voor zover het betreft een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan het eerste lid van overeenkomstige toepassing:
|
||||
|
||||
a. artikel 2.3.6a, eerste, vierde en zevende tot en met negende lid;
|
||||
b. artikel 2.3.6d;
|
||||
c. de artikelen 8.1.1a, 8.1.8 en 8.1.8a; en
|
||||
d. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.3.
|
||||
b. artikel 8.1.1a; en
|
||||
c. de artikelen 9.2.2, 9.2.3 en 9.2.6.
|
||||
|
||||
**9.** Artikel 1.3.9 is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -404,7 +404,7 @@ b. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op aanvraag van de instell
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van:
|
||||
De eerste volzin van het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van:
|
||||
|
||||
a. instellingen die op grond van artikel 12.3.1 zoals dat luidde door de Wet van 11 april 2001, Stb. 207, of artikel 12.3.3 zoals dat luidde ingevolge de Wet educatie en beroepsonderwijs (Stb. 1995, 501) door Onze Minister voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, en
|
||||
b. instellingen die zijn voortgekomen uit:
|
||||
|
|
@ -555,7 +555,7 @@ b. de ontwikkelingen van het bestel van het beroepsonderwijs.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.2.4
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister maakt aan elke instelling jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend en vermeldt daarbij afzonderlijk het bedrag voor studenten met een handicap of chronische ziekte alsmede het bedrag voor de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a.
|
||||
**1.** Onze Minister maakt aan elke instelling jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend.
|
||||
|
||||
**2.** De rijksbijdrage wordt betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme.
|
||||
|
||||
|
|
@ -751,7 +751,7 @@ b. de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, indien he
|
|||
|
||||
**3.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 8.0.2, eerste lid, en artikel 8.1.8, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 8.0.2, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**5.** Vervallen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -785,11 +785,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.3.6d
|
||||
|
||||
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het burgerservicenummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een vavo-student of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1 uitsluitend ten behoeve van:
|
||||
|
||||
a. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin;
|
||||
b. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin;
|
||||
c. verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste en derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers, bij de registraties, bedoeld in onderdeel a, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel b.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 4. Subsidie Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven
|
||||
|
||||
|
|
@ -873,7 +869,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.5.5a
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een student gebruiken in het verkeer met de student op wie het nummer betrekking heeft, of, indien de student minderjarig is, met de ouders, voogden of verzorgers van deze student.
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een student gebruiken in het verkeer met de student op wie het nummer betrekking heeft, of, indien de student minderjarig is, met de ouders van deze student.
|
||||
|
||||
**2.** Vervallen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -883,13 +879,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag en het hoofd, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Leerplichtwet 1969, gebruiken het persoonsgebonden nummer van een student in contacten met een gemeente in het kader van de Leerplichtwet 1969, tezamen met de gegevens die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van die wet door de gemeente.
|
||||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van de betrokkene bij de opgave, bedoeld in artikel 8.0.3, derde en vierde lid, en bij de opgave, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid.
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van de betrokkene bij de opgave, bedoeld in artikel 8.0.3, derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
**7.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**8.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een student in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds.
|
||||
|
||||
**9.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een student in het contact met een andere instelling of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die student of ten behoeve van het volgen van onderwijs in een samenwerkingscollege, een doorlopende leerroute vmbo-mbo, de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 8.4.3 of artikel 8.5.3, of een doorlopende leerroute als bedoeld in artikel 8.5.4. Onder dit contact wordt mede begrepen de uitwisseling van leergegevens en direct met het leren samenhangende begeleidingsgegevens. Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens, bedoeld in de vorige volzin, gespecificeerd.
|
||||
**9.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een student in het contact met een andere instelling of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die student of ten behoeve van het volgen van onderwijs in een samenwerkingscollege, een doorlopende leerroute vmbo-mbo, de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 9.1.17 of 9.1.19, of een doorlopende leerroute als bedoeld in artikel 9.1.18. Onder dit contact wordt mede begrepen de uitwisseling van leergegevens en direct met het leren samenhangende begeleidingsgegevens. Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens, bedoeld in de vorige volzin, gespecificeerd.
|
||||
|
||||
**10.** Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een student ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan ter nakoming van verplichtingen als referent in de zin van artikel 1 van die wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -923,12 +919,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.5.5e
|
||||
|
||||
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het burgerservicenummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een student of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1 uitsluitend ten behoeve van:
|
||||
|
||||
a. een registratie van leerplichtige jongeren in het belang van het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet 1969;
|
||||
b. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin;
|
||||
c. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin;
|
||||
d. verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste en derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers, bij de registraties, bedoeld in de onderdelen a en b, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel c.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -1876,7 +1867,7 @@ b. een schoolbegeleidingsdienst als bedoeld in artikel 185 van de Wet op het pri
|
|||
|
||||
### Artikel 7.1.5
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag rapporteert over de vorderingen van de studenten aan hun ouders, voogden of verzorgers, dan wel aan de studenten zelf indien zij meerderjarig en handelingsbekwaam zijn.
|
||||
Het bevoegd gezag rapporteert over de vorderingen van de studenten aan hun ouders, dan wel aan de studenten zelf indien zij meerderjarig en handelingsbekwaam zijn.
|
||||
|
||||
### Titel 2. Het beroepsonderwijs
|
||||
|
||||
|
|
@ -2187,8 +2178,8 @@ f. het bij de uitslag betrekken van een keuzedeel waarin de student in het kader
|
|||
In afwijking van het eerste lid ontvangt de student, ook zonder een daartoe strekkend verzoek, een verklaring van de desbetreffende examencommissie, indien de student:
|
||||
|
||||
a. niet meer aan een instelling is ingeschreven,
|
||||
b. de leeftijd van drieëntwintig jaar nog niet heeft bereikt, en
|
||||
c. niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, dan wel een diploma vwo of havo als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, onderdeel a, of 2.80, tweede lid, onderdeel a, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
b. de leeftijd van 27 jaar nog niet heeft bereikt, en
|
||||
c. niet in het bezit is van een startkwalificatie.
|
||||
|
||||
**3.** Op de verklaring zijn in ieder geval opgenomen de onderdelen of de delen daarvan waarvoor op de datum van beëindiging van de opleiding door de student een waardering is behaald en de overige bij ministeriële regeling te bepalen gegevens die per categorie van studenten kunnen verschillen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2273,8 +2264,9 @@ f. het beleid met betrekking tot het beperkt en beheersbaar houden van de middel
|
|||
g. in voorkomend geval, bepalingen over de terugbetaling van voorschotten, verstrekt door het bevoegd gezag, ter voldoening van een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage als bedoeld in artikel 8.1.4;
|
||||
h. bepalingen over de terugbetaling van cursusgeld in andere gevallen dan bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a tot en met d, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000;
|
||||
i. het beleid van het bevoegd gezag met betrekking tot toelating, verzuim, schorsing en verwijdering van studenten;
|
||||
j. de rechten en plichten ten aanzien van zwangerschap en bevalling; en
|
||||
k. de instellingsregels over het mbo-studentenfonds, bedoeld in artikel 8.1.5e.
|
||||
j. de rechten en plichten ten aanzien van zwangerschap en bevalling;
|
||||
k. de instellingsregels over het mbo-studentenfonds, bedoeld in artikel 8.1.5e; en
|
||||
l. het beleid met betrekking tot loopbaanbegeleiding als bedoeld in artikel 9.2.12, vijfde lid.
|
||||
|
||||
**5.** De examencommissie stelt regels vast met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens het afnemen van de toetsen, het examen of de examenonderdelen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2447,7 +2439,7 @@ c. voormalige student, voormalige vavo-student of voormalige extraneus.
|
|||
|
||||
**4.** De commissie stelt een onderzoek in alvorens te beslissen. Zij stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen.
|
||||
|
||||
**5.** De commissie maakt haar beslissing bekend aan de kandidaat, aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, aan het bevoegd gezag, aan het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt, en aan de inspectie.
|
||||
**5.** De commissie maakt haar beslissing bekend aan de kandidaat, aan de ouders van de kandidaat indien deze minderjarig is, aan het bevoegd gezag, aan het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt, en aan de inspectie.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de commissie het beroep gegrond acht, vernietigt zij de beslissing geheel of gedeeltelijk. De commissie is niet bevoegd in de plaats van de geheel of gedeeltelijk vernietigde beslissing een nieuwe beslissing te nemen, wat de openbare instellingen betreft in afwijking van artikel 7:25 van de Algemene wet bestuursrecht. Zij kan bepalen dat opnieuw of, indien de beslissing is geweigerd, alsnog in de zaak wordt beslist, dan wel dat het examen of enig onderdeel daarvan opnieuw wordt afgenomen onder door de commissie te stellen voorwaarden. De examencommissie of de examinator van wie de beslissing is vernietigd, voorziet voor zover nodig opnieuw in de zaak met inachtneming van de uitspraak van de commissie van beroep voor de examens. De commissie kan daarvoor in haar uitspraak een termijn stellen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2559,7 +2551,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 8.0.3
|
||||
|
||||
**1.** Bij de aanmelding, bedoeld in artikel 8.0.1, legt de betrokkene of, als deze minderjarig is, diens ouders, voogden of verzorgers, zijn persoonsgebonden nummer over onder vermelding van, indien van toepassing, de school als bedoeld in de Wet op het voorgezet onderwijs, de school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of de instelling als bedoeld in deze wet waar hij op het moment van aanmelding staat ingeschreven.
|
||||
**1.** Bij de aanmelding, bedoeld in artikel 8.0.1, legt de betrokkene of, als deze minderjarig is, diens ouders, zijn persoonsgebonden nummer over onder vermelding van, indien van toepassing, de school als bedoeld in de Wet op het voorgezet onderwijs, de school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of de instelling als bedoeld in deze wet waar hij op het moment van aanmelding staat ingeschreven.
|
||||
|
||||
**2.** Het persoonsgebonden nummer wordt overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document, waarop tevens de gegevens over de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum en het geslacht van betrokkene zijn vermeld. Indien geen persoonsgebonden nummer kan worden overgelegd, worden in plaats daarvan de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum en het geslacht van betrokkene vermeld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2574,7 +2566,7 @@ d. of de betrokkene is ingeschreven.
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien degene die zich aanmeldt niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, dan wel een diploma vwo of havo als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, onderdeel a, of artikel 2.80, tweede lid, onderdeel a, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de leeftijd van 23 jaren nog niet heeft bereikt, doet het bevoegd gezag waar betrokkene zich aanmeldt, zo snel mogelijk aan het college van burgemeester en wethouders van de woon- of verblijfplaats van betrokkene, opgave van deze aanmelding en vermeldt daarbij:
|
||||
Indien degene die zich aanmeldt niet in het bezit is van een diploma dat wordt aangemerkt als een startkwalificatie en de leeftijd van 27 jaar nog niet heeft bereikt, doet het bevoegd gezag waar betrokkene zich aanmeldt, zo snel mogelijk aan het college van burgemeester en wethouders van de woon- of verblijfplaats van betrokkene, opgave van deze aanmelding en vermeldt daarbij:
|
||||
|
||||
a. of aan de betrokkene een positieve beslissing over inschrijving als bedoeld in artikel 8.1.1, lid 1c, bekend is gemaakt;
|
||||
b. of de aanmelding in verband met de toepassing van artikel 8.1.1c niet tot inschrijving leidt;
|
||||
|
|
@ -2611,7 +2603,7 @@ Dit recht geldt alleen als betrokkene deelneemt aan de intakeactiviteiten die he
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een ieder die gebruik wenst te kunnen maken van onderwijsvoorzieningen en examenvoorzieningen, dient zich door het bevoegd gezag als student of vavo-student te laten inschrijven. Een ieder die uitsluitend wenst te worden toegelaten tot examenvoorzieningen, dient zich door het bevoegd gezag als extraneus te laten inschrijven. Voor de inschrijving als extraneus is aan het bevoegd gezag een door dat gezag te bepalen vergoeding verschuldigd. Indien het een meerderjarige extraneus betreft die het examengeld niet zelf voldoet, wordt niet overgegaan tot inschrijving dan nadat de extraneus schriftelijk heeft verklaard dat hij ermee instemt dat een in die verklaring vermelde derde namens hem het examengeld voldoet. De inschrijving voor een opleiding of een onderdeel van een opleiding staat uitsluitend open voor degene waarvan de ouders, voogden of verzorgers aantonen, dan wel, indien hij meerderjarig en handelingsbekwaam is, degene die aantoont dat hij:
|
||||
Een ieder die gebruik wenst te kunnen maken van onderwijsvoorzieningen en examenvoorzieningen, dient zich door het bevoegd gezag als student of vavo-student te laten inschrijven. Een ieder die uitsluitend wenst te worden toegelaten tot examenvoorzieningen, dient zich door het bevoegd gezag als extraneus te laten inschrijven. Voor de inschrijving als extraneus is aan het bevoegd gezag een door dat gezag te bepalen vergoeding verschuldigd. Indien het een meerderjarige extraneus betreft die het examengeld niet zelf voldoet, wordt niet overgegaan tot inschrijving dan nadat de extraneus schriftelijk heeft verklaard dat hij ermee instemt dat een in die verklaring vermelde derde namens hem het examengeld voldoet. De inschrijving voor een opleiding of een onderdeel van een opleiding staat uitsluitend open voor degene waarvan de ouders aantonen, dan wel, indien hij meerderjarig en handelingsbekwaam is, degene die aantoont dat hij:
|
||||
|
||||
a. de Nederlandse nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld,
|
||||
b. vreemdeling is en jonger is dan 18 jaar op de eerste dag waarop de opleiding of het onderdeel van de opleiding begint waarvoor voor de eerste maal inschrijving wordt gewenst,
|
||||
|
|
@ -2622,7 +2614,7 @@ d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden genoemd onder b
|
|||
|
||||
**1b.** Voor de ho-student die zich heeft ingeschreven voor een associate degree-opleiding als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel m, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek geldt niet de verplichting, bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid, om gebruik te kunnen maken van de onderwijsvoorzieningen.
|
||||
|
||||
**1c.** Het bevoegd gezag van een bijzondere instelling maakt de beslissing over inschrijving schriftelijk en voorzien van een deugdelijke motivering bekend aan de student of vavo-student. Indien de student of vavo-student jonger dan 18 jaar is, maakt het bevoegd gezag de beslissing ook aan de ouders, voogden of verzorgers schriftelijk bekend.
|
||||
**1c.** Het bevoegd gezag van een bijzondere instelling maakt de beslissing over inschrijving schriftelijk en voorzien van een deugdelijke motivering bekend aan de student of vavo-student. Indien de student of vavo-student jonger dan 18 jaar is, maakt het bevoegd gezag de beslissing ook aan de ouders schriftelijk bekend.
|
||||
|
||||
**2.** De inschrijving geschiedt voor een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs of een onderdeel daarvan of voor een beroepsopleiding. In geval van een beroepsopleiding geschiedt de inschrijving voor een opleidingsdomein, een kwalificatiedossier of een kwalificatie. Bij de inschrijving worden alle gegevens vermeld die het bevoegd gezag nodig heeft om te kunnen voldoen aan de verplichting, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2636,11 +2628,11 @@ d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden genoemd onder b
|
|||
|
||||
### Artikel 8.1.1a
|
||||
|
||||
**1.** De inschrijving bij een instelling, bedoeld in artikel 8.1.1, vindt slechts plaats nadat door de student of vavo-student of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers de gegevens betreffende de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer van de student of vavo-student zijn overgelegd. Indien door de student of vavo-student of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de student of vavo-student kan worden overgelegd, vindt de inschrijving plaats met inachtneming van het derde lid.
|
||||
**1.** De inschrijving bij een instelling, bedoeld in artikel 8.1.1, vindt slechts plaats nadat door de student of vavo-student of, indien deze minderjarig is, door de ouders de gegevens betreffende de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer van de student of vavo-student zijn overgelegd. Indien door de student of vavo-student of, indien deze minderjarig is, door de ouders aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de student of vavo-student kan worden overgelegd, vindt de inschrijving plaats met inachtneming van het derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde gegevens worden overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document, waarin de desbetreffende gegevens zijn opgenomen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien door de student of vavo-student of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de student of vavo-student kan worden overgelegd, meldt het bevoegd gezag binnen twee weken na de beslissing tot inschrijving aan Onze Minister de beschikbare gegevens van de student of vavo-student, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn adres en woonplaats en, indien aanwezig, het studentadministratienummer.
|
||||
**3.** Indien door de student of vavo-student of, indien deze minderjarig is, door de ouders aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de student of vavo-student kan worden overgelegd, meldt het bevoegd gezag binnen twee weken na de beslissing tot inschrijving aan Onze Minister de beschikbare gegevens van de student of vavo-student, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn adres en woonplaats en, indien aanwezig, het studentadministratienummer.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister verstrekt binnen acht weken na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid, aan het bevoegd gezag het burgerservicenummer van de student of vavo-student, dan wel, indien is gebleken dat hem niet van overheidswege een burgerservicenummer is verstrekt, het onderwijsnummer van de student of vavo-student. Het onderwijsnummer is een door Onze Minister uitgegeven en aan de student of vavo-student toegekend persoonsgebonden nummer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2694,7 +2686,7 @@ c. paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969 op hem van toepassing is, en de betrok
|
|||
|
||||
**1.** De toelating tot opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs staat uitsluitend open voor volwassenen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid staat de toelating tot opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs tevens open voor degenen die niet meer zijn ingeschreven bij een school voor voortgezet onderwijs, in de loop van het studiejaar de leeftijd van 18 jaren bereiken en op grond van artikel 8.3.2 naar de desbetreffende opleiding zijn doorverwezen.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid staat de toelating tot opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs tevens open voor degenen die niet meer zijn ingeschreven bij een school voor voortgezet onderwijs, in de loop van het studiejaar de leeftijd van 18 jaren bereiken en op grond van artikel 9.2.5 of op grond van artikel 22, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969 naar de desbetreffende opleiding zijn doorverwezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.1.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -2796,7 +2788,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over vergoeding
|
|||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag stelt van iedere aan de instelling ingeschreven student of vavo-student die valt onder de werking van de Wet studiefinanciering 2000 of van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, vast, of deze student of vavo-student gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. In afwijking van de vorige volzin kan Onze Minister bepalen dat voor soorten van onderwijs als bedoeld in deze wet, de in die volzin bedoelde vaststelling wordt gedaan indien een ingeschreven student of vavo-student in een of meer vakken niet aan het onderwijs heeft deelgenomen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag meldt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van vier weken aan de student of vavo-student dat daarvan in de administratie van de instelling aantekening is gemaakt en verzoekt de student of vavo-student om opgaaf van de reden van de afwezigheid. Het bevoegd gezag doet daarbij mededeling van de opgave van de gegevens van de student of vavo-student, bedoeld in artikel 8.1.8a.
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag meldt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van vier weken aan de student of vavo-student dat daarvan in de administratie van de instelling aantekening is gemaakt en verzoekt de student of vavo-student om opgaaf van de reden van de afwezigheid. Het bevoegd gezag doet daarbij mededeling van de opgave van de gegevens van de student of vavo-student, bedoeld in artikel 9.2.2.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2860,7 +2852,7 @@ c. het bevoegd gezag de desbetreffende student een schriftelijke waarschuwing he
|
|||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag kan een student of vavo-student voor ten hoogste twee weken schorsen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag maakt de beslissing tot schorsing schriftelijk en voorzien van een deugdelijke motivering aan de student of vavo-student bekend. Indien de student of vavo-student jonger dan 18 jaar is, maakt het bevoegd gezag de beslissing ook aan de ouders, voogden of verzorgers schriftelijk bekend.
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag maakt de beslissing tot schorsing schriftelijk en voorzien van een deugdelijke motivering aan de student of vavo-student bekend. Indien de student of vavo-student jonger dan 18 jaar is, maakt het bevoegd gezag de beslissing ook aan de ouders schriftelijk bekend.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het schorsen van studenten en vavo-studenten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2870,27 +2862,19 @@ c. het bevoegd gezag de desbetreffende student een schriftelijke waarschuwing he
|
|||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag verwijdert een student of vavo-student op wie de Leerplichtwet 1969 van toepassing is pas definitief van de instelling nadat het bevoegd gezag ervoor heeft gezorgd dat het bevoegd gezag van een andere instelling, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Leerplichtwet 1969 bereid is de student of vavo-student toe te laten. Indien aantoonbaar gedurende acht weken zonder succes is gezocht naar een zodanige instelling of school waarnaar kan worden verwezen, kan in afwijking van de eerste volzin tot definitieve verwijdering worden overgegaan.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag maakt de beslissing tot verwijdering van een student of vavo-student schriftelijk en voorzien van een deugdelijke motivering aan hem bekend. Indien de student of vavo-student jonger dan 18 jaar is, maakt het bevoegd gezag de beslissing ook aan de ouders, voogden of verzorgers schriftelijk bekend. Voorafgaand daaraan kan de student of vavo-student worden geschorst. Deze schorsing kan de duur, bedoeld in artikel 8.1.7c, eerste lid, overschrijden. Het bevoegd gezag gaat in geval van schorsing na op welke andere manier de betrokken student of vavo-student onderwijs kan blijven volgen.
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag maakt de beslissing tot verwijdering van een student of vavo-student schriftelijk en voorzien van een deugdelijke motivering aan hem bekend. Indien de student of vavo-student jonger dan 18 jaar is, maakt het bevoegd gezag de beslissing ook aan de ouders schriftelijk bekend. Voorafgaand aan de beslissing tot verwijdering kan de student of vavo-student worden geschorst. Deze schorsing kan de duur, bedoeld in artikel 8.1.7c, eerste lid, overschrijden. Het bevoegd gezag gaat in geval van schorsing na op welke andere manier de betrokken student of vavo-student onderwijs kan blijven volgen.
|
||||
|
||||
**4.** Op een bezwaarschrift tegen een beslissing over verwijdering van een student of vavo-student beslist het bevoegd gezag, voor zover het een openbare instelling betreft in afwijking van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht, binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift. Voorafgaand daaraan wordt de student of vavo-student in de gelegenheid gesteld te worden gehoord en kennis te nemen van de adviezen en rapporten over die beslissing. Is de student of vavo-student jonger dan 18 jaar, dan komen deze rechten ook toe aan diens ouders, voogden of verzorgers.
|
||||
**4.** Op een bezwaarschrift tegen een beslissing over verwijdering van een student of vavo-student beslist het bevoegd gezag, voor zover het een openbare instelling betreft in afwijking van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht, binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift. Voorafgaand daaraan wordt de student of vavo-student in de gelegenheid gesteld te worden gehoord en kennis te nemen van de adviezen en rapporten over die beslissing. Indien de student of vavo-student jonger dan 18 jaar is, komen deze rechten ook toe aan diens ouders.
|
||||
|
||||
**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het verwijderen van studenten en vavo-studenten.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.1.8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag doet onverwijld opgave aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft van de gegevens van degene
|
||||
|
||||
a. op wie de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is en die de leeftijd van 23 jaren nog niet heeft bereikt,
|
||||
b. die niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, dan wel een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.4 onderscheidenlijk artikel 2.5 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, en
|
||||
c. die bij de instelling wordt verwijderd.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de toepassing van het eerste lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.1.8a
|
||||
|
||||
Indien degene die voldoet aan artikel 8.1.8, eerste lid, onderdelen a en b, het onderwijs of het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan de instelling gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden, waaronder in ieder geval de redenen, bedoeld in artikel 8.1.7, negende lid, worden verstaan, niet meer volgt, ontstaat voor het bevoegd gezag de leveringsverplichting, bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 2. Vooropleidingseisen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2967,66 +2951,25 @@ d. de diploma's voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs.
|
|||
|
||||
### Artikel 8.3.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onder een voortijdige schoolverlater in de zin van deze titel wordt verstaan degene op wie artikel 8.1.8, eerste lid onder a en b, van toepassing is en
|
||||
|
||||
a. die het onderwijs of het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan de instelling waaraan hij is ingeschreven gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden, waaronder in ieder geval de redenen, bedoeld in artikel 8.1.7, negende lid, worden verstaan, niet meer volgt, of
|
||||
b. die niet meer aan een instelling is ingeschreven en evenmin is ingeschreven aan een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 dan wel aan een school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a, een schooldiploma als bedoeld in artikel 14d of 14g van de Wet op de expertisecentra of een schooldiploma praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.58, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en werkzaam is op grond van een arbeidsovereenkomst.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.3.2
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge artikel 8.1.8 heeft gemeld of waarover zij op grond van artikel 21, eerste en derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers beschikken. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in artikel 8.3.1 bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de Leerplichtwet 1969. Burgemeester en wethouders volgen de deelname aan onderwijs en arbeidsmarkt van de personen, bedoeld in artikel 8.3.1, tweede lid, die de leeftijd van 23 jaren nog niet hebben bereikt. Voor de uitvoering van de eerste, tweede en vierde volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taken werken de colleges van burgemeester en wethouders samen binnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regio's. Zij maken tevens afspraken met instellingen, scholen als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020, scholen en instellingen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en organisaties die zijn betrokken bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De colleges van burgemeester en wethouders in een regio wijzen uit hun midden een contactgemeente aan. Deze aanwijzing wordt onverwijld gemeld aan Onze Minister. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente vervullen coördinerende taken met het oog op het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten. In dat verband:
|
||||
|
||||
a. maken zij afspraken met de in het tweede lid bedoelde scholen, instellingen en organisaties over de inzet en verantwoordelijkheid bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten;
|
||||
b. dragen zij zorg voor de totstandkoming van een regionaal netwerk van die scholen, instellingen en organisaties;
|
||||
c. organiseren en coördineren zij de in het eerste lid bedoelde melding, registratie en doorverwijzing.
|
||||
|
||||
**4.** Indien colleges van burgemeester en wethouders in een regio een andere contactgemeente aanwijzen, dragen burgemeester en wethouders van de vorige contactgemeente alle bescheiden die betrekking hebben op de uitvoering van dit artikel over aan burgemeester en wethouders van de opvolgende contactgemeente. De wijziging van de aanwijzing wordt onverwijld gemeld aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**5.** Ter tegemoetkoming in de kosten van uitvoering van het eerste tot en met derde lid kent Onze Minister onverminderd artikel 8.3.4, vierde lid, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen jaarlijks uiterlijk in september ten behoeve van de activiteiten van de colleges van burgemeester en wethouders in de regio aan de contactgemeente een specifieke uitkering toe. Deze uitkering heeft betrekking op het daarop volgende kalenderjaar. De contactgemeente draagt er zorg voor dat de colleges van burgemeester en wethouders in de regio gebruik kunnen maken van de instrumenten die met behulp van deze uitkering zijn verwezenlijkt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven voor de berekening en betaling van de uitkering. De berekening geschiedt in elk geval aan de hand van het aantal volwassen inwoners van de gemeenten in de regio op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar van de uitkering, waarbij rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau en met de etnische achtergrond van die inwoners. Bij de berekening van een deel van de uitkering kunnen de volwassen inwoners van gemeenten die op grond van een andere regeling reeds een vergoeding voor de bestrijding van voortijdig schoolverlaten ontvangen, buiten beschouwing worden gelaten. Onze Minister hanteert het aantal volwassen inwoners van de gemeenten in de regio dat blijkt uit de gegevens die het Centraal Bureau voor de Statistiek op verzoek van Onze Minister daarover verstrekt.
|
||||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag geeft aan de door burgemeester en wethouders aangewezen personen alle gevraagde bescheiden ter inzage en verstrekt de gevraagde inlichtingen die van belang zijn voor het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
|
||||
|
||||
**7.** De gemeenteraden in een regio stellen streefcijfers vast voor de in die regio te behalen resultaten. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente stellen mede namens de andere gemeenten in de regio jaarlijks een effectrapportage vast waarin zowel de streefcijfers als de bereikte resultaten zijn aangegeven en waarin afwijkingen worden toegelicht.
|
||||
|
||||
**8.** Indien burgemeester en wethouders van de contactgemeente het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met zevende lid niet nakomen, kan Onze Minister de uitkering geheel of gedeeltelijk inhouden of opschorten. Onze Minister gaat niet over tot gehele of gedeeltelijke inhouding dan na overleg met burgemeester en wethouders van de contactgemeente. Onze Minister kan de uitkering wederom toekennen indien de reden voor inhouding of opschorting is vervallen.
|
||||
|
||||
**9.** Onze Minister kan de in het vijfde lid bedoelde uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de informatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, niet blijkt dat de uitkering is besteed in overeenstemming met dit artikel.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.3.3
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders van de contactgemeente zenden de in artikel 8.3.2, zevende lid, bedoelde effectrapportage aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders zijn gehouden aan de door Onze Minister aangewezen personen alle gevraagde bescheiden ter inzage te geven en de gevraagde inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor het door Onze Minister te voeren beleid met betrekking tot het voortijdig schoolverlaten door niet-leerplichtigen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent het tijdstip van indiening en de inrichting van de effectrapportage en inzake de wijze van beschikbaarstelling van de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.3.4
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders in een regio als bedoeld in artikel 8.3.2, tweede lid, en de in dat lid bedoelde instellingen, scholen en organisaties stellen telkens voor een periode van vier jaren een regionaal programma op met maatregelen ter voorkoming en bestrijding van voortijdig schoolverlaten van jongeren tussen twaalf en drieëntwintig jaar. Het programma heeft mede betrekking op leer- en kwalificatieplichtigen en het volgen door burgemeester en wethouders van de deelname aan onderwijs en arbeidsmarkt van de personen, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, vierde volzin. Bij ministeriële regeling kan de periode van vier jaren worden verlengd met maximaal een jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders in een regio als bedoeld in artikel 8.3.2, tweede lid, en de in dat lid bedoelde instellingen, scholen en organisaties voeren regionaal bestuurlijk overleg over het regionaal programma en de uitvoering en financiering van de daarin opgenomen maatregelen. Bij het overleg worden tevens de domeinen arbeid en zorg betrokken.
|
||||
|
||||
**3.** Burgemeester en wethouders van de contactgemeente coördineren het regionaal bestuurlijk overleg, de totstandkoming van het regionaal programma en de uitvoering en financiering van de daarin opgenomen regionale maatregelen.
|
||||
|
||||
**4.** De specifieke uitkering, bedoeld in artikel 8.3.2, vijfde lid, is mede bestemd voor de uitvoering van het regionaal programma.
|
||||
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders van de contactgemeente geven in de effectrapportage, bedoeld in artikel 8.3.2, zevende lid, aan hoe de domeinen arbeid en zorg bij het regionale bestuurlijk overleg zijn betrokken en welke resultaten hiermee zijn bereikt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.3.5
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag neemt deel aan het overleg, bedoeld in artikel 2.47, tiende lid, tweede volzin, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, indien de instelling één of meer vestigingen heeft in het gebied van het desbetreffende samenwerkingsverband en stemt het ondersteuningsaanbod af op de afspraken die zijn gemaakt in dat overleg.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo, entreeopleiding in het vmbo en geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding
|
||||
### Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo en entreeopleiding in het vmbo
|
||||
|
||||
### Artikel 8.4.1
|
||||
|
||||
|
|
@ -3040,15 +2983,7 @@ Het bevoegd gezag neemt deel aan het overleg, bedoeld in artikel 2.47, tiende li
|
|||
|
||||
**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan het gestelde bij of krachtens artikel 2.102, vijfde lid en zevende lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.4.3
|
||||
|
||||
**1.** De geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 2.107l van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt verzorgd op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.7 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 2.107l in samenhang met artikel 2.107b van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**3.** Titel 8.5a van overeenkomstige toepassing op een geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding.
|
||||
|
||||
### Titel 5. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten VSO, entreeopleiding in het VSO, geïntegreerde route VSO-basisberoepsopleiding en doorlopende leerroute VSO-mbo
|
||||
### Titel 5. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten VSO en entreeopleiding in het VSO
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5.1
|
||||
|
||||
|
|
@ -3062,166 +2997,8 @@ Het bevoegd gezag neemt deel aan het overleg, bedoeld in artikel 2.47, tiende li
|
|||
|
||||
**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan het gestelde bij of krachtens artikel 2.102, vijfde lid en zevende lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5.3
|
||||
|
||||
**1.** De geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding ingevolge artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra dan wel artikel 2.71 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, in samenhang met artikel 2.107l, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt verzorgd op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd.
|
||||
|
||||
**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra in samenhang met artikel 2.107b van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**3.** Titel 8.5a van overeenkomstige toepassing op de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5.4
|
||||
|
||||
**1.** De doorlopende leerroute ingevolge artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra dan wel artikel 2.71 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, in samenhang met artikel 2.107a, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt verzorgd op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd.
|
||||
|
||||
**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra in samenhang met artikel 2.107b van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**3.** Titel 8.5a is van overeenkomstige toepassing op een doorlopende leerroute als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Titel 5a. Doorlopende leerroute vmbo-mbo
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder school: school voor mavo als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of school voor vbo als bedoeld in artikel 2.7 van die wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.2
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag van een instelling kan een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, c en d, aanbieden in een doorlopende leerroute vmbo-mbo.
|
||||
|
||||
**2.** Een doorlopende leerroute vmbo-mbo is een onderwijsprogramma vanaf het derde leerjaar aan een school, dat opleidt tot zowel een diploma vmbo als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 als het diploma van een basisberoepsopleiding, vakopleiding of middenkaderopleiding.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In een doorlopende leerroute vmbo-mbo worden tot één onderwijsprogramma geïntegreerd:
|
||||
|
||||
a. de basisberoepsgerichte leerweg en een basisberoepsopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie;
|
||||
b. de kaderberoepsgerichte leerweg en een vakopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie;
|
||||
c. de kaderberoepsgerichte, gemengde of theoretische leerweg en een middenkaderopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.3
|
||||
|
||||
**1.** Een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt verzorgd door het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school gezamenlijk op grond van een samenwerkingsovereenkomst.
|
||||
|
||||
**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid voldoet aan artikel 2.107b, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de doorlopende leerroute vmbo-mbo volledig wordt verzorgd binnen een verticale scholengemeenschap regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen, genoemd in artikel 2.107b, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met uitzondering van de onderdelen h en i van dat lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.4
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school melden gezamenlijk aan Onze Minister dat zij een doorlopende leerroute vmbo-mbo aanbieden.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.5
|
||||
|
||||
**1.** Aan een leerling van een school kunnen delen van het onderwijsprogramma van de doorlopende leerroute vmbo-mbo en examens worden aangeboden die behoren tot de beroepsopleiding die deel uitmaakt van die doorlopende leerroute, zonder inschrijving als bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Een student in de doorlopende leerroute vmbo-mbo kan in de gelegenheid worden gesteld om delen van het onderwijsprogramma te volgen en examens af te leggen die behoren tot het voortgezet onderwijs dat deel uitmaakt van die doorlopende leerroute.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De leerling van een school die een doorlopende leerroute vmbo-mbo volgt wordt met ingang van het derde studiejaar van die doorlopende leerroute vmbo-mbo ingeschreven als student aan de instelling die het beroepsonderwijs binnen de doorlopende leerroute vmbo-mbo verzorgt. In afwijking van artikel 8.1.1a, eerste lid, eerste volzin, overlegt de school de gegevens, bedoeld in die volzin.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, is het studentenstatuut, bedoeld in artikel 7.4.8, vierde lid, reeds van toepassing op een leerling van een school die een doorlopende leerroute vmbo-mbo volgt.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van de instelling draagt de gehele studieduur van de doorlopende leerroute vmbo-mbo zorg voor:
|
||||
|
||||
a. de uitvoering van delen van het onderwijsprogramma die behoren tot de beroepsopleiding die deel uitmaakt van de doorlopende leerroute vmbo-mbo, met inbegrip van de beroepspraktijkvorming;
|
||||
b. de examinering en diplomering betreffende de beroepsopleiding die deel uitmaakt van de doorlopende leerroute vmbo-mbo.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van de onderdelen van een doorlopende leerroute vmbo-mbo, bedoeld in het eerste lid, die in het eerste of tweede studiejaar van die route plaatsvinden, is van overeenkomstige toepassing hetgeen is bepaald bij of krachtens de artikelen 2.5.5 en 2.5.5a, eerste, vierde, negende, tiende en twaalfde tot en met vijftiende lid, alsmede het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10, 12, 14, 15 en 25 van de Wet register onderwijsdeelnemers.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 7.4.8a is van overeenkomstige toepassing op klachten over met de doorlopende leerroute vmbo-mbo verband houdende gedragingen van het bevoegd gezag van de school waarmee een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel is 8.5a.3 is gesloten, of van de ten behoeve van die school met taken belaste personen. Onverminderd artikel 7.4.8a, derde lid, maken de leden van de klachtencommissie geen deel uit van het bevoegd gezag van de school en is de voorzitter van de klachtencommissie niet werkzaam voor of bij dat bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.9
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In het kader van de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.4.8, tweede lid, en lid 2a die wordt opgesteld ten aanzien van een doorlopende leerroute, beschrijft het bevoegd gezag van de instelling samen met het bevoegd gezag van de school voor de gehele doorlopende leerroute vmbo-mbo het onderwijsprogramma en de examinering per studiejaar. Daarbij wordt vermeld welke onderdelen van het onderwijsprogramma en van het examen:
|
||||
|
||||
a. voortgezet onderwijs betreffen, en welk deel daarbinnen vakoverstijgend is;
|
||||
b. beroepsonderwijs betreffen;
|
||||
c. een combinatie van voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs betreffen, en welk deel daarbinnen voortgezet onderwijs onderscheidenlijk beroepsonderwijs betreft.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de beschrijving van het onderwijsprogramma wordt tevens vermeld bij welk deel gebruik wordt gemaakt van de teambevoegdheid, bedoeld in artikel 8.5a.13.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.10
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van de artikelen 2.6, derde lid, en 2.7, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 7.2.4a, derde lid, onderdelen b tot en met d, en vierde lid, bedraagt de studieduur van een doorlopende leerroute vmbo-mbo vanaf het derde leerjaar aan een school:
|
||||
|
||||
a. voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een eenjarige basisberoepsopleiding ten minste twee en ten hoogste drie volledige studiejaren;
|
||||
b. voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een tweejarige basisberoepsopleiding of tweejarige vakopleiding ten minste drie en ten hoogste vier volledige studiejaren;
|
||||
c. voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een driejarige vakopleiding of de middenkaderopleiding ten minste vier en ten hoogste vijf volledige studiejaren;
|
||||
d. voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een middenkaderopleiding als bedoeld in artikel 7.2.4a, vierde lid, ten minste vijf en ten hoogste zes volledige studiejaren.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van de opleiding voorbereidend beroepsonderwijs of middelbaar algemeen voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt onder «studieduur» mede verstaan «cursusduur als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020» en wordt onder «volledig studiejaar» mede verstaan «jaar».
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 2.38, derde en vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 7.2.7, derde lid, onderdelen b, c en d, en achtste lid omvat het gehele onderwijsprogramma van een doorlopende leerroute vmbo-mbo waarvan een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg deel uitmaakt:
|
||||
|
||||
a. bij een studieduur van twee volledige studiejaren ten minste 2.000 klokuren, waarvan ten minste 1.400 begeleide onderwijsuren en ten minste 250 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
b. bij een studieduur van drie volledige studiejaren ten minste 3.000 klokuren, waarvan ten minste 2.400 begeleide onderwijsuren en ten minste 250 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
c. bij een studieduur van vier volledige studiejaren ten minste 4.000 klokuren, waarvan ten minste 2.950 begeleide onderwijsuren en ten minste 450 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
d. bij een studieduur van vijf volledige studiejaren ten minste 5.000 klokuren, waarvan ten minste 3.500 begeleide onderwijsuren en ten minste 900 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
e. bij een studieduur van zes volledige studiejaren ten minste 6.000 klokuren, waarvan ten minste 4.050 begeleide onderwijsuren en ten minste 1.350 klokuren aan beroepspraktijkvorming.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag van de instelling en het bevoegd gezag van de school kunnen gezamenlijk een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde aantallen mits de opleiding aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.5.4 dan wel, bij toepassing van artikel 1.4.1, eerste lid, in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van het derde studiejaar van een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt onder begeleide onderwijsuren mede verstaan: onderwijstijd als bedoeld in artikel 2.38 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.12
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 2.38, derde en vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 7.2.7, vierde lid, eerste volzin, en onverminderd artikel 8.1.1, derde lid, omvat het gehele onderwijsprogramma van een doorlopende leerroute vmbo-mbo waarvan een beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg deel uitmaakt:
|
||||
|
||||
a. bij een studieduur van twee volledige studiejaren ten minste 1.850 klokuren, waarvan ten minste 900 begeleide onderwijsuren en ten minste 610 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
b. bij een studieduur van drie volledige studiejaren ten minste 2.850 klokuren, waarvan ten minste 2.200 begeleide onderwijsuren en ten minste 610 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
c. bij een studieduur van vier volledige studiejaren 3.700 klokuren, waarvan ten minste 2.400 begeleide onderwijsuren en ten minste 1.220 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
d. bij een studieduur van vijf volledige studiejaren ten minste 4.550 klokuren, waarvan ten minste 2.600 begeleide onderwijsuren en ten minste 1.830 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
e. bij een studieduur van zes volledige studiejaren ten minste 5.400 klokuren, waarvan ten minste 2.800 begeleide onderwijsuren en ten minste 2.300 klokuren aan beroepspraktijkvorming.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag van de instelling en het bevoegd gezag van de school kunnen gezamenlijk een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde aantallen mits de opleiding aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.5.4 dan wel, bij toepassing van artikel 1.4.1, eerste lid, in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van het derde studiejaar van een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt onder begeleide onderwijsuren mede verstaan: onderwijstijd als bedoeld in artikel 2.38 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.13
|
||||
|
||||
Voor de vakoverstijgende delen van het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 8.5a.9, eerste lid, onderdeel a, en voor de delen van het onderwijsprogramma die een combinatie van voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs betreffen, bedoeld 8.5a.9, eerste lid, onderdeel c, kan, voor zover wordt voldaan aan artikel 7.13a van de Wet voortgezet onderwijs 2020, worden gewerkt met teams die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van dat deel van het onderwijsprogramma.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.14
|
||||
|
||||
Op een student aan een doorlopende leerroute op wie de Leerplichtwet 1969 niet van toepassing is, is artikel 8.1.7d, tweede lid, van overeenkomstige toepassing, indien hij nog geen vmbo-diploma heeft behaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.15
|
||||
|
||||
**1.** Indien deelname van de student aan een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt beëindigd voordat hij deze met succes heeft afgerond wordt hij door het bevoegd gezag van de instelling en het bevoegd gezag van de school in staat gesteld een vmbo-diploma of het diploma van een beroepsopleiding te behalen, passend bij het naar het gezamenlijk oordeel van beide betrokken bevoegde gezagsorganen bereikte onderwijsniveau en de leeftijd van de student.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de student ingevolge het eerste lid een diploma van een beroepsopleiding wil behalen bij dezelfde instelling, zijn de artikelen 8.1.1c, 8.2.1, 8.2.2 en 8.2.2a niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de student definitief van de instelling wordt verwijderd.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.16
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van de instelling kan met het bevoegd gezag van de school waarmee een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 8.5a.3, overeenkomen om vanwege een doorlopende leerroute vmbo-mbo een deel van de rijksbijdrage over te dragen aan dat andere bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.5a.17
|
||||
|
||||
De artikelen 8.0.1, 8.0.3, 8.0.4, 8.1.1c, 8.1.7a, 8.2.1, 8.2.2 en 8.2.2a zijn niet van toepassing op een doorlopende leerroute vmbo-mbo.
|
||||
|
||||
### Titel 6. Samenwerking tussen uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
|
||||
|
||||
### Artikel 8.6.1
|
||||
|
|
@ -3375,7 +3152,7 @@ b. het studentenstatuut en de huisregels voor studenten en vavo-studenten;
|
|||
c. de beroeps- en klachtenregelingen voor studenten en vavo-studenten;
|
||||
d. de hoogte en de besteding van de vrijwillige ouder- of studentbijdrage, alsmede de wijze waarop deze bijdrage tussen student of vavo-student en bevoegd gezag wordt overeengekomen;
|
||||
e. de wijze waarop informatie wordt gegeven over de inhoud, planning en organisatie van het onderwijs en de examens;
|
||||
f. de besteding van stagefondsen;
|
||||
f. vervallen;
|
||||
g. vervallen;
|
||||
h. de model-praktijkovereenkomst;
|
||||
i. vervallen;
|
||||
|
|
@ -3537,55 +3314,338 @@ c. indien beroep is ingesteld tegen een uitspraak van de geschillencommissie en
|
|||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag toetst elke vijf jaar de stand van zaken met betrekking tot de gronden van de afwijking en de ondersteuning ervan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9. Het bestuur
|
||||
## Hoofdstuk 9. Samenwerking en ondersteuning
|
||||
|
||||
### Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
|
||||
### Titel 1. Samenwerking
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
|
||||
#### Paragraaf 1. Doorlopende en geïntegreerde routes vmbo-mbo
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder school: school voor mavo als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of school voor vbo als bedoeld in artikel 2.7 van die wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag van een instelling kan een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, c en d, aanbieden in een doorlopende leerroute vmbo-mbo.
|
||||
|
||||
**2.** Een doorlopende leerroute vmbo-mbo is een onderwijsprogramma vanaf het derde leerjaar aan een school, dat opleidt tot zowel een diploma vmbo als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 als het diploma van een basisberoepsopleiding, vakopleiding of middenkaderopleiding.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In een doorlopende leerroute vmbo-mbo worden tot één onderwijsprogramma geïntegreerd:
|
||||
|
||||
a. de basisberoepsgerichte leerweg en een basisberoepsopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie;
|
||||
b. de kaderberoepsgerichte leerweg en een vakopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie;
|
||||
c. de kaderberoepsgerichte, gemengde of theoretische leerweg en een middenkaderopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt verzorgd door het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school gezamenlijk op grond van een samenwerkingsovereenkomst.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
|
||||
**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid voldoet aan artikel 2.107b, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de doorlopende leerroute vmbo-mbo volledig wordt verzorgd binnen een verticale scholengemeenschap regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen, genoemd in artikel 2.107b, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met uitzondering van de onderdelen h en i van dat lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.4
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.4a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school melden gezamenlijk aan Onze Minister dat zij een doorlopende leerroute vmbo-mbo aanbieden.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Aan een leerling van een school kunnen delen van het onderwijsprogramma van de doorlopende leerroute vmbo-mbo en examens worden aangeboden die behoren tot de beroepsopleiding die deel uitmaakt van die doorlopende leerroute, zonder inschrijving als bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Een student in de doorlopende leerroute vmbo-mbo kan in de gelegenheid worden gesteld om delen van het onderwijsprogramma te volgen en examens af te leggen die behoren tot het voortgezet onderwijs dat deel uitmaakt van die doorlopende leerroute.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.6
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De leerling van een school die een doorlopende leerroute vmbo-mbo volgt wordt met ingang van het derde studiejaar van die doorlopende leerroute vmbo-mbo ingeschreven als student aan de instelling die het beroepsonderwijs binnen de doorlopende leerroute vmbo-mbo verzorgt. In afwijking van artikel 8.1.1a, eerste lid, eerste volzin, overlegt de school de gegevens, bedoeld in die volzin.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, is het studentenstatuut, bedoeld in artikel 7.4.8, vierde lid, reeds van toepassing op een leerling van een school die een doorlopende leerroute vmbo-mbo volgt.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van de instelling draagt de gehele studieduur van de doorlopende leerroute vmbo-mbo zorg voor:
|
||||
|
||||
a. de uitvoering van delen van het onderwijsprogramma die behoren tot de beroepsopleiding die deel uitmaakt van de doorlopende leerroute vmbo-mbo, met inbegrip van de beroepspraktijkvorming;
|
||||
b. de examinering en diplomering betreffende de beroepsopleiding die deel uitmaakt van de doorlopende leerroute vmbo-mbo.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van de onderdelen van een doorlopende leerroute vmbo-mbo, bedoeld in het eerste lid, die in het eerste of tweede studiejaar van die route plaatsvinden, is van overeenkomstige toepassing hetgeen is bepaald bij of krachtens de artikelen 2.5.5 en 2.5.5a, eerste, vierde, negende, tiende en twaalfde tot en met vijftiende lid, alsmede het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10, 12, 14, 15 en 25 van de Wet register onderwijsdeelnemers.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 7.4.8a is van overeenkomstige toepassing op klachten over met de doorlopende leerroute vmbo-mbo verband houdende gedragingen van het bevoegd gezag van de school waarmee een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 9.1.3 is gesloten, of van de ten behoeve van die school met taken belaste personen. Onverminderd artikel 7.4.8a, derde lid, maken de leden van de klachtencommissie geen deel uit van het bevoegd gezag van de school en is de voorzitter van de klachtencommissie niet werkzaam voor of bij dat bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
### Titel 2. De Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven
|
||||
In het kader van de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.4.8, tweede lid, en lid 2a die wordt opgesteld ten aanzien van een doorlopende leerroute, beschrijft het bevoegd gezag van de instelling samen met het bevoegd gezag van de school voor de gehele doorlopende leerroute vmbo-mbo het onderwijsprogramma en de examinering per studiejaar. Daarbij wordt vermeld welke onderdelen van het onderwijsprogramma en van het examen:
|
||||
|
||||
a. voortgezet onderwijs betreffen, en welk deel daarbinnen vakoverstijgend is;
|
||||
b. beroepsonderwijs betreffen;
|
||||
c. een combinatie van voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs betreffen, en welk deel daarbinnen voortgezet onderwijs onderscheidenlijk beroepsonderwijs betreft.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de beschrijving van het onderwijsprogramma wordt tevens vermeld bij welk deel gebruik wordt gemaakt van de teambevoegdheid, bedoeld in artikel 9.1.12.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.9
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van de artikelen 2.6, derde lid, en 2.7, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 7.2.4a, derde lid, onderdelen b tot en met d, en vierde lid, bedraagt de studieduur van een doorlopende leerroute vmbo-mbo vanaf het derde leerjaar aan een school:
|
||||
|
||||
a. voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een eenjarige basisberoepsopleiding ten minste twee en ten hoogste drie volledige studiejaren;
|
||||
b. voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een tweejarige basisberoepsopleiding of tweejarige vakopleiding ten minste drie en ten hoogste vier volledige studiejaren;
|
||||
c. voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een driejarige vakopleiding of de middenkaderopleiding ten minste vier en ten hoogste vijf volledige studiejaren;
|
||||
d. voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een middenkaderopleiding als bedoeld in artikel 7.2.4a, vierde lid, ten minste vijf en ten hoogste zes volledige studiejaren.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van de opleiding voorbereidend beroepsonderwijs of middelbaar algemeen voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt onder «studieduur» mede verstaan «cursusduur als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020» en wordt onder «volledig studiejaar» mede verstaan «jaar».
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.10
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 2.38, derde en vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 7.2.7, derde lid, onderdelen b, c en d, en achtste lid omvat het gehele onderwijsprogramma van een doorlopende leerroute vmbo-mbo waarvan een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg deel uitmaakt:
|
||||
|
||||
a. bij een studieduur van twee volledige studiejaren ten minste 2.000 klokuren, waarvan ten minste 1.400 begeleide onderwijsuren en ten minste 250 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
b. bij een studieduur van drie volledige studiejaren ten minste 3.000 klokuren, waarvan ten minste 2.400 begeleide onderwijsuren en ten minste 250 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
c. bij een studieduur van vier volledige studiejaren ten minste 4.000 klokuren, waarvan ten minste 2.950 begeleide onderwijsuren en ten minste 450 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
d. bij een studieduur van vijf volledige studiejaren ten minste 5.000 klokuren, waarvan ten minste 3.500 begeleide onderwijsuren en ten minste 900 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
e. bij een studieduur van zes volledige studiejaren ten minste 6.000 klokuren, waarvan ten minste 4.050 begeleide onderwijsuren en ten minste 1.350 klokuren aan beroepspraktijkvorming.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag van de instelling en het bevoegd gezag van de school kunnen gezamenlijk een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde aantallen mits de opleiding aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.5.4 dan wel, bij toepassing van artikel 1.4.1, eerste lid, in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van het derde studiejaar van een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt onder begeleide onderwijsuren mede verstaan: onderwijstijd als bedoeld in artikel 2.38 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 2.38, derde en vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 7.2.7, vierde lid, eerste volzin, en onverminderd artikel 8.1.1, derde lid, omvat het gehele onderwijsprogramma van een doorlopende leerroute vmbo-mbo waarvan een beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg deel uitmaakt:
|
||||
|
||||
a. bij een studieduur van twee volledige studiejaren ten minste 1.850 klokuren, waarvan ten minste 900 begeleide onderwijsuren en ten minste 610 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
b. bij een studieduur van drie volledige studiejaren ten minste 2.850 klokuren, waarvan ten minste 2.200 begeleide onderwijsuren en ten minste 610 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
c. bij een studieduur van vier volledige studiejaren 3.700 klokuren, waarvan ten minste 2.400 begeleide onderwijsuren en ten minste 1.220 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
d. bij een studieduur van vijf volledige studiejaren ten minste 4.550 klokuren, waarvan ten minste 2.600 begeleide onderwijsuren en ten minste 1.830 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
|
||||
e. bij een studieduur van zes volledige studiejaren ten minste 5.400 klokuren, waarvan ten minste 2.800 begeleide onderwijsuren en ten minste 2.300 klokuren aan beroepspraktijkvorming.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag van de instelling en het bevoegd gezag van de school kunnen gezamenlijk een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde aantallen mits de opleiding aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag hierover verantwoording af in het bestuursverslag, bedoeld in artikel 2.5.4 dan wel, bij toepassing van artikel 1.4.1, eerste lid, in het verslag, bedoeld in artikel 1.4.1, zevende lid.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van het derde studiejaar van een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt onder begeleide onderwijsuren mede verstaan: onderwijstijd als bedoeld in artikel 2.38 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.12
|
||||
|
||||
Voor de vakoverstijgende delen van het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 9.1.8, eerste lid, onderdeel a, en voor de delen van het onderwijsprogramma die een combinatie van voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs betreffen, bedoeld artikel 9.1.8, eerste lid, onderdeel c, kan, voor zover wordt voldaan aan artikel 7.13a van de Wet voortgezet onderwijs 2020, worden gewerkt met teams die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van dat deel van het onderwijsprogramma.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.13
|
||||
|
||||
Op een student aan een doorlopende leerroute op wie de Leerplichtwet 1969 niet van toepassing is, is artikel 8.1.7d, tweede lid, van overeenkomstige toepassing, indien hij nog geen vmbo-diploma heeft behaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.14
|
||||
|
||||
**1.** Indien deelname van de student aan een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt beëindigd voordat hij deze met succes heeft afgerond wordt hij door het bevoegd gezag van de instelling en het bevoegd gezag van de school in staat gesteld een vmbo-diploma of het diploma van een beroepsopleiding te behalen, passend bij het naar het gezamenlijk oordeel van beide betrokken bevoegde gezagsorganen bereikte onderwijsniveau en de leeftijd van de student.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de student ingevolge het eerste lid een diploma van een beroepsopleiding wil behalen bij dezelfde instelling, zijn de artikelen 8.1.1c, 8.2.1, 8.2.2 en 8.2.2a niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de student definitief van de instelling wordt verwijderd.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.15
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van de instelling kan met het bevoegd gezag van de school waarmee een samenwerkingsovereenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 9.1.3, overeenkomen om vanwege een doorlopende leerroute vmbo-mbo een deel van de rijksbijdrage over te dragen aan dat andere bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.16
|
||||
|
||||
De artikelen 8.0.1, 8.0.3, 8.0.4, 8.1.1c, 8.1.7a, 8.2.1, 8.2.2 en 8.2.2a zijn niet van toepassing op een doorlopende leerroute vmbo-mbo.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.17
|
||||
|
||||
**1.** De geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 2.107l van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt verzorgd op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.7 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 2.107l in samenhang met artikel 2.107b van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**3.** Hoofdstuk 9, titel 1, paragraaf 1, is van overeenkomstige toepassing op een geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Doorlopende en geïntegreerde routes vso-mbo
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.18
|
||||
|
||||
**1.** De doorlopende leerroute ingevolge artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra dan wel artikel 2.71 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, in samenhang met artikel 2.107a, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt verzorgd op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd.
|
||||
|
||||
**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra in samenhang met artikel 2.107b van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**3.** Hoofdstuk 9, titel 1, paragraaf 1, is van overeenkomstige toepassing op een doorlopende leerroute als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.19
|
||||
|
||||
**1.** De geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding ingevolge artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra dan wel artikel 2.71 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, in samenhang met artikel 2.107l, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt verzorgd op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een instelling en het bevoegd gezag van een school waar voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra wordt verzorgd.
|
||||
|
||||
**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra in samenhang met artikel 2.107b van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**3.** Hoofdstuk 9, titel 1, paragraaf 1, is van overeenkomstige toepassing op de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.1.20
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag neemt deel aan het overleg, bedoeld in artikel 2.47, tiende lid, tweede volzin, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, indien de instelling één of meer vestigingen heeft in het gebied van het desbetreffende samenwerkingsverband en stemt het ondersteuningsaanbod af op de afspraken die zijn gemaakt in dat overleg.
|
||||
|
||||
### Titel 2. Ondersteuning bij de overstap naar onderwijs of arbeidsmarkt
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1. Ondersteuning van jongeren zonder startkwalificatie en regionaal programma
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op degene:
|
||||
|
||||
a. op wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in paragraaf 2 onderscheidenlijk 2a van de Leerplichtwet 1969, niet meer van toepassing is en die jonger is dan 27 jaar;
|
||||
b. die geen startkwalificatie heeft behaald; en
|
||||
c. die:
|
||||
|
||||
1°. het onderwijs waarvoor hij is ingeschreven gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt; of
|
||||
2°. niet is ingeschreven aan een instelling als bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.2
|
||||
|
||||
**1.** Indien een student of vavo-student die voldoet aan artikel 9.2.1, onderdelen a en b, het beroepsonderwijs of het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan de instelling ten minste vier aaneengesloten weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt, ontstaat voor het bevoegd gezag de leveringsverplichting, bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers.
|
||||
|
||||
**2.** Onder een geldige reden voor afwezigheid wordt in ieder geval verstaan een van de redenen, bedoeld in artikel 8.1.7, negende lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.3
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag geeft uiterlijk binnen vier weken aan het college van burgemeester en wethouders alle gevraagde bescheiden ter inzage en verstrekt alle inlichtingen die het college van burgemeester en wethouders voor de uitvoering van deze paragraaf redelijkerwijs nodig heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.4
|
||||
|
||||
**1.** Voor de uitvoering van deze paragraaf werken de colleges van burgemeester en wethouders samen binnen bij ministeriële regeling vastgestelde regio’s.
|
||||
|
||||
**2.** De colleges van burgemeester en wethouders in een regio wijzen uit hun midden een contactgemeente aan. Deze aanwijzing wordt onmiddellijk gemeld aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente vervult coördinerende taken bij de uitvoering van deze paragraaf. In dat verband:
|
||||
|
||||
a. maakt het over de inzet en verantwoordelijkheid bij de uitvoering van deze paragraaf afspraken met:
|
||||
|
||||
1°. instellingen;
|
||||
2°. instellingen en scholen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
|
||||
3°. scholen als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020;
|
||||
4°. organisaties die betrokken zijn bij de begeleiding van personen tot 27 jaar; en
|
||||
5°. centrumgemeenten van de betrokken arbeidsmarktregio’s, vastgesteld krachtens artikel 10, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
b. draagt het zorg voor het tot stand komen van een regionaal netwerk van die instellingen, scholen, organisaties en gemeenten;
|
||||
c. organiseert en coördineert het de activiteiten, bedoeld in de artikelen 9.2.5 en 9.2.8; en
|
||||
d. stelt het beleid vast dat de hoofdzaken bevat van de uitvoering van artikel 9.2.5 met aandacht voor een zorgvuldige omgang met de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 9.2.7, en houdt het bij het vaststellen van dat beleid rekening met het regionaal programma, bedoeld in artikel 9.2.8.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de taken, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Indien colleges van burgemeester en wethouders in een regio een andere contactgemeente aanwijzen, draagt het college van burgemeester en wethouders van de vorige contactgemeente alle bescheiden met betrekking tot de uitvoering van deze paragraaf uiterlijk binnen vier weken over aan het college van burgemeester en wethouders van de nieuwe contactgemeente.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.5
|
||||
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders kan ondersteuning bieden aan de persoon, bedoeld in artikel 9.2.1, gericht op het terugleiden naar onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het terugleiden naar onderwijs niet passend is, kan het college van burgemeester en wethouders de persoon ondersteunen bij het vinden van werk of doorgeleiden naar ondersteuning op grond van artikel 7a van de Participatiewet.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van het eerste en het tweede lid, verwerkt het college van burgemeester en wethouders de volgende persoonsgegevens:
|
||||
|
||||
a. gegevens als bedoeld in artikel 21, eerste, derde en vierde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers;
|
||||
b. gegevens waarover het college beschikt ten behoeve van de uitvoering van de Leerplichtwet 1969; en
|
||||
c. gegevens als bedoeld in artikel 73, zevende lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
|
||||
|
||||
**4.** Het college van burgemeester en wethouders kan de gegevens, bedoeld in het derde lid, verder verwerken voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van artikel 7a van de Participatiewet.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De ondersteuning, bedoeld in het eerste en tweede lid, vindt pas plaats na overleg met het bevoegd gezag van de school of instelling over de aangeboden loopbaanbegeleiding indien de persoon, bedoeld in artikel 9.2.1:
|
||||
|
||||
a. korter dan een jaar geleden een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel a, heeft gehaald;
|
||||
b. korter dan twee jaar geleden een schooldiploma of verklaring als bedoeld in artikel 14d van de Wet op de expertisecentra heeft gehaald; of
|
||||
c. korter dan twee jaar geleden een schooldiploma praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.58, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of een verklaring praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.59, tweede lid, van die wet heeft gehaald.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de taken, bedoeld in dit artikel.
|
||||
|
||||
**7.** Van de termijnen, bedoeld in het vijfde lid, kan worden afgeweken indien daar gerechtvaardigde belangen voor zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.6
|
||||
|
||||
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde over het gebruik van het burgerservicenummer door het college van burgemeester en wethouders, gebruikt het college van burgemeester en wethouders het persoonsgebonden nummer van een student, vavo-student of persoon die voldoet aan artikel 9.2.1 alleen voor:
|
||||
|
||||
a. de registratie van leerplichtige en kwalificatieplichtige jongeren in het belang van het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet 1969;
|
||||
b. de uitvoering van artikel 9.2.5;
|
||||
c. het verwerken van de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste en derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.7
|
||||
|
||||
**1.** Indien de persoon, bedoeld in artikel 9.2.1, instemt met ondersteuning op grond van artikel 9.2.5, kan het college van burgemeester en wethouders zijn gegevens over gezondheid en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, verwerken voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van artikel 9.2.5.
|
||||
|
||||
**2.** Het college van burgemeester en wethouders verstrekt de gegevens over gezondheid en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, bedoeld in het eerste lid, niet aan derden en bewaart de gegevens op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor personen die belast zijn met de uitvoering van artikel 9.2.5.
|
||||
|
||||
**3.** Het college van burgemeester en wethouders bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, tot uiterlijk twee jaar nadat de betrokkene de leeftijd van 27 jaar bereikt of een startkwalificatie behaalt.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.8
|
||||
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente stelt mede namens de colleges van burgemeester en wethouders van de andere gemeenten in de regio, bedoeld in artikel 9.2.4, eerste lid, voor een bij ministeriële regeling te bepalen periode een regionaal programma op.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het regionaal programma worden de partijen, bedoeld in artikel 9.2.4, derde lid, onderdeel a, betrokken.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het regionaal programma bevat ten minste:
|
||||
|
||||
a. streefcijfers en daarbij behorende maatregelen ter bevordering van het aantal personen van 12 tot 27 jaar dat een startkwalificatie behaalt en ter verbetering van de overgang van het onderwijs naar de arbeidsmarkt; en
|
||||
b. afspraken over de samenwerking tussen de partijen bij de uitvoering van de maatregelen en de activiteiten, bedoeld in de artikelen 9.2.5, 9.2.12 en 9.2.13, de artikelen 44 en 44a van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 2.31a en 2.31b van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 7a van de Participatiewet.
|
||||
|
||||
**4.** De partijen bedoeld in artikel 9.2.4, derde lid, onderdeel a, voeren regionaal bestuurlijk overleg over de totstandkoming en de voortgang van het regionaal programma. Bij het overleg worden ook het domein zorg en het sociaal domein betrokken.
|
||||
|
||||
**5.** Bij regeling van Onze Minister, handelende in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan het regionaal programma.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.9
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister verstrekt aan de contactgemeente een specifieke uitkering voor de activiteiten die de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de regio verrichten op grond van deze paragraaf. Deze uitkering wordt jaarlijks uiterlijk verleend in december voor het daaropvolgende kalenderjaar en blijft binnen de grenzen van de middelen die de begrotingswetgever beschikbaar heeft gesteld. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de berekening en betaling van de uitkering.
|
||||
|
||||
**2.** Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente zorgt dat de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de regio gebruik kunnen maken van de instrumenten die met behulp van de uitkering zijn verwezenlijkt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf niet nakomt, kan Onze Minister de uitkering geheel of gedeeltelijk inhouden of opschorten. Onze Minister gaat pas na overleg met het college van burgemeester en wethouders over tot gehele of gedeeltelijke inhouding. Onze Minister kan de uitkering opnieuw toekennen indien de reden voor inhouding of opschorting is vervallen.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan de uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de informatie op grond van artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet niet blijkt dat de uitkering is besteed in overeenstemming met deze paragraaf.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.10
|
||||
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente stelt mede namens de colleges van burgemeester en wethouders van de andere gemeenten in de regio jaarlijks een effectrapportage vast. De effectrapportage vermeldt de streefcijfers, bedoeld in artikel 9.2.8, derde lid, onderdeel a, en de bereikte resultaten en bevat een toelichting op afwijkingen. Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente zendt de effectrapportage aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de inhoud, het tijdstip van indiening en de inrichting van de effectrapportage.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.11
|
||||
|
||||
**1.** Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente geeft aan Onze Minister alle gevraagde gegevens ter inzage en verstrekt de gevraagde inlichtingen die van belang zijn voor het beleid van Onze Minister op het gebied van het bevorderen van het aantal personen tot 27 jaar dat een startkwalificatie behaalt en het verbeteren van de overgang van het onderwijs naar de arbeidsmarkt.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de wijze waarop de gegevens beschikbaar worden gesteld.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Ondersteuning door de instelling
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.12
|
||||
|
||||
**1.** Loopbaanbegeleiding als bedoeld in dit artikel en de daarop berustende bepalingen omvat advisering en ondersteuning bij de overstap naar vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag biedt loopbaanbegeleiding aan tijdens de opleiding en tot een jaar na diplomering.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag doet een aanbod van loopbaanbegeleiding aan de student of gediplomeerde van de entreeopleiding of de beroepsopleidende leerweg van de basisberoepsopleiding, met uitzondering van de gediplomeerde met een aansluitende inschrijving voor vervolgonderwijs.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag kan loopbaanbegeleiding bieden aan de student of gediplomeerde van de beroepsbegeleidende leerweg van de basisberoepsopleiding of aan de student of gediplomeerde van de vakopleiding, de middenkaderopleiding of de specialistenopleiding.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag stelt beleid vast met betrekking tot de loopbaanbegeleiding dat in elk geval bevat op welke wijze het bevoegd gezag gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid. Het bevoegd gezag houdt bij het vaststellen van het beleid rekening met de afspraken uit het regionaal programma, bedoeld in artikel 9.2.8, derde lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud van het beleid, bedoeld in het vijfde lid, en de invulling van de loopbaanbegeleiding.
|
||||
|
||||
**7.** Van de termijn, bedoeld in het tweede lid, kan worden afgeweken in geval van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 8.1.5, derde lid, onderdelen a tot en met f.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2.13
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de student of gediplomeerde woon- of verblijfplaats heeft, betrekken bij de loopbaanbegeleiding, bedoeld in artikel 9.2.12, om de student of gediplomeerde ondersteuning te bieden op grond van artikel 7a van de Participatiewet.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de gediplomeerde woon- of verblijfplaats heeft, verzoeken de ondersteuning van een gediplomeerde voort te zetten op grond van artikel 7a van de Participatiewet, mits de betrokkene daarmee instemt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de ondersteuning met toepassing van het tweede lid wordt voortgezet door het college van burgemeester en wethouders, stelt het bevoegd gezag een overgangsdocument op overeenkomstig artikel 14e van de Wet op de expertisecentra en verstrekt dit document aan het college van burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10. Beroep bij de bestuursrechter
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue