2012-01-01 | BWBR0005570 | Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen
This commit is contained in:
parent
09e5a3a61d
commit
4f42c54a6d
1 changed files with 71 additions and 24 deletions
|
|
@ -82,6 +82,8 @@ c. wanneer het een persoonlijk beschermingsmiddel betreft dat niet wordt genoemd
|
|||
b. De in onderdeel a bedoelde aangewezen aangemelde instelling beoordeelt de wijzigingen en deelt de genoemde persoon mede of de typeonderzoekverklaring voor het aldus gewijzigde persoonlijke beschermingsmiddel geldig is.
|
||||
c. Indien de in onderdeel a bedoelde aangewezen aangemelde instelling van oordeel is dat de verklaring van EG-typeonderzoek voor het gewijzigde persoonlijke beschermingsmiddel niet geldig is, moet dit persoonlijke beschermingsmiddel aan een EG-typeonderzoek worden onderworpen.
|
||||
|
||||
**6.** De kosten van het EG-typeonderzoek, bedoeld in het tweede en vijfde lid, en de beoordeling, bedoeld in vijfde lid, zijn voor rekening van de fabrikant.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 5, eerste lid, bedoelde aanduiding en het in dat lid bedoelde identificatienummer zijn duidelijk leesbaar en onuitwisbaar op het persoonlijke beschermingsmiddel, dan wel, indien de kenmerken van het persoonlijke beschermingsmiddel dit onmogelijk maken, op de verpakking aangebracht.
|
||||
|
|
@ -102,65 +104,110 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Artikel 2 is niet van toepassing op het tentoonstellen en demonstreren op (jaar)beurzen, exposities en bij demonstraties van persoonlijke beschermingsmiddelen die niet in overeenstemming zijn met dit besluit, mits op een zichtbaar bord duidelijk is aangegeven dat ze niet in overeenstemming zijn met dit besluit en niet te koop zijn voordat zij door de fabrikant of zijn in de Europese Economische Ruimte gevestigde gevolmachtigde in overeenstemming zijn gebracht met dit besluit. Bij demonstraties zijn alle passende veiligheidsmaatregelen genomen om de bescherming van de mens te waarborgen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Aangewezen instellingen
|
||||
## Hoofdstuk 5. Aangewezen aangemelde instelling op verzoek
|
||||
|
||||
### Artikel 6d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Als aangewezen aangemelde instelling kan worden aangewezen een instelling die:
|
||||
Als aangewezen aangemelde instelling kan worden aangewezen de instelling die:
|
||||
|
||||
a. rechtspersoonlijkheid heeft;
|
||||
b. haar zetel of een vestiging in Nederland heeft;
|
||||
c. onafhankelijk is van degenen die bij het resultaat van de uitvoering van de taken waarvoor zij is aangewezen belang hebben;
|
||||
d. beschikt over voldoende deskundigheid en outillage om de uitvoering van de taken waarvoor zij is aangewezen, naar behoren te kunnen vervullen;
|
||||
e. beschikt over een behoorlijke administratie waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van haar taken, op een systematische wijze zijn vastgelegd. Aan de hand van deze gegevens zijn de gekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen en de onderzochte kwaliteitssystemen afdoende te identificeren;
|
||||
f. naar behoren functioneert.
|
||||
b. onafhankelijk is;
|
||||
c. beschikt over de deskundigheid en outillage die nodig zijn om de uitvoering van de taken waarvoor zij aangewezen wil worden, naar behoren te kunnen vervullen;
|
||||
d. beschikt over een registratiesysteem waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van de taken waarvoor zij aangewezen wil worden, naar behoren vastgelegd kunnen worden. Aan de hand van deze gegevens zijn de gekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen en de onderzochte kwaliteitssystemen afdoende te identificeren;
|
||||
e. verzekerd is tegen wettelijke aansprakelijkheid voor de risico’s die voortvloeien uit de uitoefening van de taken waarvoor zij aangewezen wil worden;
|
||||
f. een overeenkomst heeft gesloten met de in voorkomend geval aanwezige beheerstichting die de krachtens dit besluit geregelde certificatieschema’s beheert; en
|
||||
g. naar behoren functioneert.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op het eerste lid komen voor een aanwijzing als aangewezen aangemelde instelling slechts in aanmerking instellingen die ten minste voldoen aan de in bijlage V van de richtlijn neergelegde voorwaarden.
|
||||
**2.** In aanvulling op het eerste lid komt voor aanwijzing als aangewezen aangemelde instelling slechts in aanmerking de instelling die ten minste voldoet aan de in bijlage V bij de richtlijn neergelegde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 6e
|
||||
|
||||
De instelling verstrekt jaarlijks aan Onze Minister een afschrift van de polis van de afgesloten verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid tegen alle risico's die voortvloeien uit de uitoefening van de taken waarvoor zij is aangewezen.
|
||||
**1.** De instelling, bedoeld in artikel 6d, dient de aanvraag tot aanwijzing in bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** De instelling doet de aanvraag vergezellen van een beoordeling door de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht, waaruit blijkt dat zij voldoet aan de criteria, genoemd in artikel 6d, eerste lid, en van het bewijs dat is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 6d, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de indiening van de aanvraag, de beoordeling, het bewijs, bedoeld in het tweede lid, en de afhandeling van de aanvraag.
|
||||
|
||||
**4.** De kosten van de beoordeling en het bewijs, bedoeld in het tweede lid, zijn voor rekening van de aanvragende instelling.
|
||||
|
||||
### Artikel 6f
|
||||
|
||||
**1.** Indien een wijziging plaatsvindt in de gegevens op grond waarvan de instelling is aangewezen, doet de instelling hiervan terstond mededeling aan Onze Minister.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Indien een instelling voornemens is een of meer van de taken waarvoor zij is aangewezen, te beëindigen, doet de instelling hiervan terstond mededeling aan Onze Minister en de certificaathouders. In dat geval worden door de instelling de gegevens, bedoeld in artikel 6d, eerste lid, onder e, overgedragen aan Onze Minister dan wel, na toestemming van Onze Minister en de certificaathouders, een andere instelling die voor dezelfde taken is aangewezen.
|
||||
Een aanwijzing als aangewezen aangemelde instelling wordt geweigerd indien:
|
||||
|
||||
a. de aanvragende instelling niet heeft voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 6d of 6e; of
|
||||
b. ten hoogste twaalf maanden voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag, sprake was van een weigering om de aanvragende instelling aan te wijzen als aangewezen aangemelde instelling dan wel van een intrekking van een aanwijzing en de weigering of intrekking is geschied op grond van aan de aanvragende instelling toe te rekenen feiten of omstandigheden.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag wordt in het geval, genoemd in het eerste lid, onder b, eerst in behandeling genomen nadat twaalf maanden, te rekenen vanaf de dag na de datum van de weigering respectievelijk van de intrekking, zijn verstreken.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een aanwijzing kan worden geschorst, ten nadele van de aangemelde instelling worden gewijzigd of ingetrokken:
|
||||
|
||||
a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan Onze Minister bij de aanwijzing redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan hij de aanwijzing niet of alleen met voorschriften bedoeld in artikel 7a, vierde lid, van de wet zou hebben gegeven;
|
||||
b. op grond van door de aangewezen aangemelde instelling verstrekte onjuiste inlichtingen over feiten of omstandigheden, mits de onjuistheid daarvan aan deze instelling bekend was of kon zijn;
|
||||
c. indien de aangewezen aangemelde instelling niet meer voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 6d;
|
||||
d. indien de aangewezen aangemelde instelling gedurende een aaneengesloten periode van twee jaren geen werkzaamheden waarvoor zij is aangewezen, heeft uitgevoerd; of
|
||||
e. indien de aangewezen aangemelde instelling haar wettelijke verplichtingen niet meer naar behoren nakomt of de taken waarvoor zij is aangewezen, niet meer naar behoren uitvoert.
|
||||
|
||||
### Artikel 6g
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag om aanwijzing gaat vergezeld van het bewijs dat is voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 6d, eerste lid, dan wel in geval van artikel 6d, tweede lid, tevens van bewijs dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid, dan wel van een verklaring waaruit de bereidheid blijkt om voor eigen rekening een onderzoek naar het voldoen aan deze criteria dan wel voorwaarden te ondergaan.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Een aanwijzing kan worden geweigerd, dan wel worden gewijzigd of ingetrokken, indien niet of niet volledig is voldaan aan de bij de wet of bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften. Een aanwijzing kan worden ingetrokken indien de instelling gedurende een aaneengesloten periode van twee jaar geen werkzaamheden, waarvoor zij is aangewezen, heeft uitgevoerd.
|
||||
Tijdens de looptijd van de aanwijzing stelt Onze Minister periodiek vast of deze instelling:
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
|
||||
a. nog voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 6d; en
|
||||
b. haar wettelijke verplichtingen naar behoren nakomt en de taken waarvoor zij is aangewezen, naar behoren uitvoert.
|
||||
|
||||
**2.** Ten behoeve van de periodieke vaststelling laat Onze Minister de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht ter zake een beoordeling doen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de periodieke vaststelling en de beoordeling.
|
||||
|
||||
**4.** De kosten van de beoordeling lid, zijn voor rekening van de aangewezen aangemelde instelling.
|
||||
|
||||
### Artikel 6h
|
||||
|
||||
**1.** De aangewezen aangemelde instelling verstrekt de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht desgevraagd kosteloos alle informatie die deze nodig heeft bij de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens artikel 6g.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriele regeling worden nadere regels gesteld betreffende het kosteloos verstrekken van gegevens en inlichtingen door een aangewezen instelling aan Onze Minister of de toezichthouder respectievelijk door Onze Minister of de toezichthouder aan de in het eerste lid genoemde Stichting Raad voor Accreditatie of een aangewezen instelling, die zijn verkregen door de uitvoering of het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet, welke noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun wettelijke taken.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Een wijziging van een van de bijlagen van de richtlijn waarnaar in dit besluit wordt verwezen, treedt voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
|
||||
|
||||
**2.** De vaststelling of wijziging van specifieke voorschriften als bedoeld in artikel 1, derde lid, onder a, wordt door Onze Minister bekend gemaakt in de Nederlandse Staatscourant. Hij vermeldt daarbij met ingang van welke datum deze voorschriften of de wijzigingen daarvan worden toegepast met betrekking tot welke persoonlijke beschermingsmiddelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** De aanwijzing als aangemelde instelling op verzoek, afgegeven op grond van de wet, en geldend op de dag, voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van het besluit van 7 september 2009, Stb. 395 wordt geacht te zijn afgegeven met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen, zoals die luiden met ingang van datum van inwerkingtreding van evengenoemd besluit.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het derde en zesde lid, vervalt de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, van rechtswege vierentwintig maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld waarop de betrokken instelling werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in artikel 6d, derde lid.
|
||||
|
||||
**3.** De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, met een vervaldatum, gelegen voor de in het tweede lid bedoelde vervaldatum, vervalt van rechtswege op de oorspronkelijke vervaldatum, tenzij de betrokken instelling binnen vijf maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld waarop de instelling werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in artikel 6d, derde lid, en voorafgaand aan de oorspronkelijke vervaldatum een verzoek tot beoordeling ten behoeve van een hernieuwde aanwijzing heeft ingediend bij de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht. Alsdan blijft de aanwijzing van kracht tot uiterlijk de in het tweede lid bedoelde vervaldatum van rechtswege.
|
||||
|
||||
**4.** De instelling waarvan de aanwijzing op grond van het bepaalde in het tweede of derde lid vervalt, kan Onze Minister vragen om hernieuwde aanwijzing met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde bepalingen, zoals die luiden met ingang van de datum van inwerkingtreding van het besluit van 7 september 2009, Stb. 395.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van artikel 6e, vierde lid, van dit besluit, zijn de aan de beoordeling door de in het derde lid genoemde Stichting Raad voor Accreditatie verbonden kosten voor rekening van Onze Minister, indien de instelling, bedoeld in het eerste lid, een verzoek tot beoordeling ten behoeve van een hernieuwde aanwijzing heeft ingediend bij voornoemde Stichting Raad voor Accreditatie binnen vijf maanden na de datum van inwerkingtreding van de voor het werkveld, waarop de instelling werkzaam is, geldende ministeriële regeling, bedoeld in artikel 6d, derde lid.
|
||||
|
||||
**6.** Indien Onze Minister op een aanvraag tot hernieuwde aanwijzing beslist op een tijdstip, gelegen voor de in het tweede lid bedoelde vervaldatum van rechtswege, vervalt de oorspronkelijke aanwijzing met ingang van de datum van inwerkingtreding van de hernieuwde aanwijzing.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Vervallen door vernummering.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Dit besluit kan worden aangehaald als Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 3 en 5 zijn niet van toepassing op persoonlijke beschermingsmiddelen die voldoen aan de wettelijke voorschriften zoals die luidden op 24 augustus 1993 en die voor 1 juli 1995 in de handel zijn gebracht en in gebruik genomen en voor die datum niet zijn voorzien van de CE-markering.
|
||||
**1.** De artikelen 3 en 5 zijn niet van toepassing op persoonlijke beschermingsmiddelen die voldoen aan de wettelijke voorschriften zoals die luidden op 24 augustus 1993 en die voor 1 juli 1995 in de handel zijn gebracht en in gebruik genomen en voor die datum niet zijn voorzien van de CE-markering.
|
||||
|
||||
**2.** Met betrekking tot persoonlijke beschermingsmiddelen als bedoeld in het eerste lid, waarop dit besluit niet wordt toegepast en waarop ingevolge een of meer andere wettelijke regelingen de CE-markering wordt aangebracht, worden op de bij die persoonlijke beschermingsmiddelen gevoegde documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen de in het *Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen* bekendgemaakte referenties van de aan die wettelijke regelingen ten grondslag liggende richtlijnen vermeld.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue