diff --git a/amvb/besluit-milieusubsidies/BWBR0010065/README.md b/amvb/besluit-milieusubsidies/BWBR0010065/README.md index 4e350d83c02..d8950bfbdd9 100644 --- a/amvb/besluit-milieusubsidies/BWBR0010065/README.md +++ b/amvb/besluit-milieusubsidies/BWBR0010065/README.md @@ -18,7 +18,8 @@ In dit besluit en in een ministeriële regeling krachtens artikel 15.13, eerste, a. liquiditeitsbehoefte: behoefte van een subsidie-ontvanger aan liquide middelen ten behoeve van het verrichten van de te subsidiëren activiteit, gedurende het tijdvak waarvoor subsidie wordt verleend; b. programma: ministeriële regeling krachtens artikel 15.13, eerste, tweede of derde lid, van de Wet milieubeheer, of onderdeel daarvan; -c. Commissie: Commissie van de Europese Gemeenschappen. +c. voorschot: vooruitbetaling door Onze Minister op een verleende subsidie; +d. Commissie: Commissie van de Europese Gemeenschappen. ### Artikel 2 @@ -73,7 +74,7 @@ Indien het subsidieplafond van een programma is bereikt, waarvoor de in artikel ### Artikel 8 -**1.** Voor zover voor een programma of een subsidie goedkeuring van de Commissie is vereist op grond van artikel 88, derde lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, wordt het programma niet vastgesteld, onderscheidenlijk de beschikking tot subsidieverlening niet gegeven, voordat die goedkeuring is verkregen of geacht moet worden te zijn verkregen. +**1.** Voor zover voor een programma of een subsidie goedkeuring van de Commissie is vereist op grond van artikel 93, derde lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, wordt het programma niet vastgesteld, onderscheidenlijk de beschikking tot subsidieverlening niet gegeven, voordat die goedkeuring is verkregen of geacht moet worden te zijn verkregen. **2.** Onze Minister doet in de Staatscourant mededeling van het verlenen van de goedkeuring van de Commissie. Indien de Commissie voorschriften aan de goedkeuring verbindt, neemt Onze Minister deze in het programma op, onderscheidenlijk verbindt hij deze als verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening, voor zover zij zich daartoe lenen. @@ -121,7 +122,7 @@ c. een gespecificeerde begroting, waaruit tenminste blijkt: d. een tijdplanning van de activiteit; e. indien voorschotten worden aangevraagd aan de hand van de individuele liquiditeitsbehoefte, bedoeld in artikel 12, derde lid: de liquiditeitsbehoefte gedurende het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd, zo mogelijk weergegeven per tijdvak van drie maanden; f. het bankrekeningnummer waarop het subsidiebedrag dient te worden gestort; -g. indien van toepassing: het inschrijfnummer van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel, en +g. indien van toepassing: het inschrijfnummer van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken, en h. indien de aanvraag wordt ingediend als met de betrokken activiteit reeds is begonnen, tevens: 1°. een weergave van de stand van zaken tot dusverre, en @@ -133,7 +134,7 @@ h. indien de aanvraag wordt ingediend als met de betrokken activiteit reeds is b ### Artikel 12 -**1.** Verlening van een voorschot op een verleende subsidie geschiedt op aanvraag per tijdvak van drie maanden. Zonodig worden bij de aanvraag, bedoeld in de eerste volzin, de in artikel 11, tweede lid, onderdeel e, bedoelde gegevens verstrekt. De aanvraag behoeft slechts éénmaal te worden ingediend ten behoeve van het gehele tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd. +**1.** Onze Minister kan op aanvraag per tijdvak van drie maanden een voorschot verlenen. Zonodig worden bij de aanvraag, bedoeld in de eerste volzin, de in artikel 11, tweede lid, onderdeel e, bedoelde gegevens verstrekt. De aanvraag behoeft slechts éénmaal te worden ingediend ten behoeve van het gehele tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd. **2.** Onverminderd het zesde lid, wordt de hoogte van het voorschot bepaald door het subsidiebedrag te delen door het aantal gehele maanden waaruit het tijdvak bestaat waarvoor de subsidie wordt verleend, en het resulterende bedrag met drie te vermenigvuldigen. @@ -196,10 +197,6 @@ d. indien de subsidie € 50 000 of meer bedraagt: een verklaring van een accou **7.** Onze Minister bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk. -### Artikel 14a - -Indien de subsidie-ontvanger een gemeente, een provincie of een regionaal openbaar lichaam op grond van artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is, zijn de artikelen 10, 13 en 14 niet van toepassing. - ### Artikel 15 **1.** @@ -235,7 +232,7 @@ b. worden bij de aanvraag tot subsidievaststelling een aankoopfactuur en een bet ### Artikel 17 -**1.** Onze Minister kan in een programma of in een beschikking op grond van artikel 3, tweede lid, experimenten aanwijzen en daarbij afwijken van de artikelen 10 tot en met 15. Elk experiment geldt voor een tevoren door Onze Minister vast te stellen periode. +**1.** Onze Minister kan in een programma of in een beschikking op grond van artikel 3, tweede lid, voor nader door hem aan te wijzen experimenten subsidie verstrekken en daarbij afwijken van de artikelen 10 tot en met 15. Van deze bevoegdheid wordt geen mandaat verleend. Elk experiment geldt voor een tevoren door Onze Minister vast te stellen periode. **2.** Onze Minister kan ook na afsluiting van een experiment blijven afwijken van de in het eerste lid genoemde artikelen, voor zover het subsidie-ontvangers betreft, die tijdens de duur van het experiment subsidie ontvingen met toepassing van het eerste lid en zolang een door hem noodzakelijk geoordeelde wijziging van dit besluit nog niet van kracht is geworden en in werking is getreden. @@ -252,12 +249,9 @@ Ingetrokken worden: a. het Besluit diverse subsidies milieubeheer; b. het Subsidiebesluit maatschappelijke organisaties en milieu; c. het Subsidiebesluit milieugerichte technologie, en -d. het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer, met uitzondering van: +d. het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 2b, 4 tot en met 4d, 6 tot en met 18, 48a tot en met 57, 77, 81a en 83, en de bijlagen, die worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2003. -1°. de artikelen 48a tot en met 48r en 77 en de bijlage B, die worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2003, onderscheidenlijk -2°. de artikelen 1, 2, 2b, 4 tot en met 4d, 6 tot en met 6h, 8 tot en met 8d, 11 tot en met 11d, 11f tot en met 13, 15 tot en met 19, 50 tot en met 52, 55 tot en met 57, 81a en 83 en de bijlage A, de bijlage C en de bijlage Lijst industrieterrein in kader sanering industrielawaai, die worden ingetrokken met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor verschillende artikelen verschillend kan worden vastgesteld. - -**2.** De besluiten, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met c, zoals ze luidden voor het tijdstip waarop dit besluit in werking is getreden, blijven van toepassing op subsidies die voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn aangevraagd op grond van een dergelijk besluit. De artikelen en bijlagen, genoemd in het eerste lid, onder d, zoals deze laatstelijk luidden voor het tijdstip waarop ze worden ingetrokken, blijven van toepassing op subsidies die voor dat tijdstip zijn aangevraagd op grond van één van die artikelen. +**2.** De besluiten, bedoeld in het eerste lid, zoals ze luidden voor het tijdstip waarop dit besluit in werking is getreden, blijven van toepassing op subsidies die voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn aangevraagd op grond van een dergelijk besluit. **3.** Het Programma Hergebruik Afvalstoffen 1998 (PH'98), onderdeel van de regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 6 maart 1998, nr. DGM/SP 98022985, houdende vaststelling voor 1998 van programma‘s en subsidieplafonds Subsidiebesluit milieugerichte technologie (Stcrt. 1998, nr. 50), zoals nadien gewijzigd, wordt aangemerkt als een programma in de zin van dit besluit. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel c, wordt het Subsidiebesluit milieugerichte technologie gehandhaafd ten behoeve van de toepassing van het Programma, bedoeld in de eerste volzin.