From 4f872cf245bd196298dceb602b36a8d2681544d3 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jul 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-07-01 | BWBR0004044 | Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers --- .../BWBR0004044/README.md | 24 +++++++++---------- 1 file changed, 12 insertions(+), 12 deletions(-) diff --git a/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md b/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md index 164a85ddebb..4d398d5dae9 100644 --- a/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md +++ b/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md @@ -115,30 +115,30 @@ c. de alleenstaande werkloze werknemer en de thuisinwonende werkloze werknemer z De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat: -a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 630,14; +a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 636,69; b. deze voor de werkloze werknemer en de echtgenoot, waarvan een of elk van beiden jonger dan 21 jaar is, de som bedraagt van de grondslagen die voor elk van hen als een alleenstaande werknemer of een thuisinwonende werkloze werknemer zou gelden doch ten hoogste de grondslag als bedoeld in onderdeel *a*. **4.** De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat deze: -a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar of ouder met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.134,25; -b. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder zonder kinderen netto gelijk is aan € 882,20; -c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 22 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 718,84; -d. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 631,31. +a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar of ouder met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.146,03; +b. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder zonder kinderen netto gelijk is aan € 891,36; +c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 22 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 728,01; +d. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 639,43. **5.** De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat deze: -a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.098,38; -b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 822,70; -c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 610,21; -d. voor de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen netto gelijk is aan € 334,53. +a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.113,19; +b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 834,48; +c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 618,44; +d. voor de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen netto gelijk is aan € 339,73. -**6.** De in het derde lid, onderdeel *a*, vierde lid, onderdeel *a* en *b*, en vijfde lid, genoemde bedragen worden gewijzigd met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt met het percentage van deze wijziging. +**6.** De in het derde lid, onderdeel a, vierde lid, onderdeel a en b, en vijfde lid, genoemde bedragen worden gewijzigd met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt met het percentage van deze wijziging. -**7.** De in het vierde lid, onderdeel *c* en *d*, genoemde bedragen worden gewijzigd met ingang van de dag waarop het netto minimumjeugdloon wijzigt met het percentage van deze wijziging. +**7.** De in het vierde lid, onderdeel c en d, genoemde bedragen worden gewijzigd met ingang van de dag waarop het netto minimumjeugdloon wijzigt met het percentage van deze wijziging. ### Artikel 6 @@ -780,7 +780,7 @@ b. de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersv c. de belastingdienst; d. het College zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg en de zorgverzekeraars in de zin van de artikelen 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; e. de bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen, stichtingen tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden en andere organen belast met het doen van uitkeringen of verstrekkingen die bij of krachtens artikel 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers als inkomen worden aangemerkt; -f. de Kamers van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet 1996 vastgestelde vergoeding; +f. de Kamers van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet 2007 vastgestelde vergoeding; g. de korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet 2000; h. de Belastingdienst/Toeslagen betreffende de toekenning van tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie betreffende de toepassing van de Wet bevordering eigenwoningbezit; i. de Informatie Beheer Groep betreffende de toepassing van de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet inburgering;