2006-12-01 | BWBR0011823 | Vreemdelingenwet 2000
This commit is contained in:
parent
40ba612438
commit
4faab3e7c3
1 changed files with 45 additions and 24 deletions
|
|
@ -37,7 +37,8 @@ k. Vluchtelingenverdrag: het Verdrag van Genève van 1951 betreffende de status
|
|||
l. verdragsvluchteling: de vreemdeling die vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag en op wie de bepalingen ervan van toepassing zijn;
|
||||
m. vreemdeling: ieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld;
|
||||
n. richtlijn tijdelijke bescherming: richtlijn nr. 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequentie van de opvang van deze personen (PbEG L 212);
|
||||
o. tijdelijke bescherming: rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder f of h, van de vreemdeling wiens uitzetting in verband met een aanvraag als bedoeld in artikel 28 op grond van de richtlijn tijdelijke bescherming achterwege blijft.
|
||||
o. tijdelijke bescherming: rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder f of h, van de vreemdeling wiens uitzetting in verband met een aanvraag als bedoeld in artikel 28 op grond van de richtlijn tijdelijke bescherming achterwege blijft;
|
||||
p. langdurig ingezetene: houder van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20, verleend ter uitvoering van artikel 8, tweede lid, van de richtlijn nr. 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU 2004, L16), dan wel van een door een andere staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -234,6 +235,10 @@ h. de vreemdeling, die niet behoort tot een der categorieën, bedoeld in artikel
|
|||
|
||||
**3.** Het eerste lid, onder h, is niet van toepassing op de vreemdeling die de Surinaamse nationaliteit bezit en die met bij ministeriële regeling vastgestelde bescheiden heeft aangetoond in Suriname of Nederland lager onderwijs in de Nederlandse taal te hebben gevolgd.
|
||||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -246,7 +251,8 @@ c. de vreemdeling voor wie het gelet op diens gezondheidstoestand niet verantwoo
|
|||
d. de vreemdeling die slachtoffer of getuige-aangever is van mensenhandel;
|
||||
e. de vreemdeling die onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag in het bezit was van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 dan wel van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33;
|
||||
f. de vreemdeling die tijdig een aanvraag heeft ingediend tot wijziging van een verblijfsvergunning;
|
||||
g. de vreemdeling die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie.
|
||||
g. de vreemdeling die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie;
|
||||
h. de vreemdeling die houder is van een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is afgegeven door een andere staat die Partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, dan wel de echtgenoot of het minderjarig kind is van die houder, in geval het gezin reeds was gevormd in die andere staat.
|
||||
|
||||
**2.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid, onder g, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat een ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -278,8 +284,8 @@ De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken op de gronden b
|
|||
|
||||
Onze Minister is bevoegd:
|
||||
|
||||
a. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te willigen, af te wijzen dan wel niet in behandeling te nemen;
|
||||
b. een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te trekken.
|
||||
a. de aanvraag tot het verlenen of tot het wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te willigen, af te wijzen dan wel niet in behandeling te nemen;
|
||||
b. een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te trekken dan wel te wijzigen.
|
||||
|
||||
**2.** Een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt niet onder beperkingen verleend. Aan de vergunning worden geen voorschriften verbonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -287,37 +293,49 @@ b. een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te trekken.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de vreemdeling die direct voorafgaande aan de aanvraag, gedurende vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e, dan wel l, kan slechts worden afgewezen indien de vreemdeling:
|
||||
Ter uitvoering van artikel 8, tweede lid, van de richtlijn nr. 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU 2004, L16) kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 slechts worden afgewezen, indien de vreemdeling:
|
||||
|
||||
a. al of niet tezamen met het gezinslid bij wie hij verblijft, niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan;
|
||||
b. bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, is opgelegd;
|
||||
c. zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd;
|
||||
d. een gevaar vormt voor de nationale veiligheid;
|
||||
e. onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen zouden hebben geleid;
|
||||
f. op de dag waarop de aanvraag is ontvangen, een verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft.
|
||||
a. niet gedurende vijf jaren ononderbroken en direct voorafgaande aan de aanvraag rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8;
|
||||
b. in de periode, bedoeld onder a, verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft gehad, dan wel een formeel beperkt verblijfsrecht of een verblijfsrecht als werknemer van een dienstverlener in het kader van grensoverschrijdende diensten of als verlener van grensoverschrijdende diensten heeft gehad;
|
||||
c. in de periode, bedoeld onder a, zes of meer achtereenvolgende maanden of in totaal tien of meer maanden buiten Nederland heeft verbleven;
|
||||
d. al of niet tezamen met het gezinslid bij wie hij verblijft, niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan;
|
||||
e. bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, is opgelegd;
|
||||
f. een gevaar vormt voor de nationale veiligheid;
|
||||
g. niet beschikt over een toereikende ziektekostenverzekering voor hemzelf en de te zijnen laste komende gezinsleden,
|
||||
h. onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen zouden hebben geleid;
|
||||
i. rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onderdeel c of d, of in afwachting is van een definitieve beslissing tot het verlenen of verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning als bedoeld in de artikelen 28 of 33; of
|
||||
j. een bijzondere geprivilegieerde status bezit dan wel heeft bezeten in de periode van vijf jaren direct voorafgaande aan de aanvraag.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde vreemdeling gedurende een tijdvak van tien aaneengesloten jaren rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad, wordt de aanvraag niet afgewezen op de in het eerste lid, onder a, bedoelde grond.
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de gronden, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Onder een tijdvak als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel wordt verstaan een tijdvak onmiddellijk voorafgaande aan de dag waarop de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is aangevraagd. Voor de berekening van het tijdvak wordt de periode van rechtmatig verblijf in Nederland vóór het bereiken van de achtjarige leeftijd buiten beschouwing gelaten.
|
||||
**3.** Tenzij de vergunning is verleend met toepassing van artikel 21a, wordt op het document, bedoeld in artikel 9, de aantekening «EG-langdurig ingezetene» geplaatst.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid wordt de aanvraag alleen afgewezen op grond van het eerste lid, onder b en d, indien de vreemdeling in Nederland is geboren dan wel reeds voor zijn vierde levensjaar in Nederland verbleef en sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst en inmiddels 18 jaar is. In afwijking van het eerste lid behoeft het rechtmatig verblijf van de vreemdeling niet aaneengesloten te zijn.De aanvraag kan slechts worden afgewezen op grond van het eerste lid, onder b, indien de vreemdeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld tot een gevangenisstraf van meer dan 60 maanden, ter zake van handel in verdovende middelen.
|
||||
### Artikel 21a
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid, wordt de aanvraag niet afgewezen op grond van het eerste lid, onder a, indien de vreemdeling als minderjarige onder een beperking verband houdende met gezinshereniging rechtmatig verblijf heeft gehad en sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst en inmiddels 18 jaar is, tenzij de gezinsband werd verbroken binnen een jaar na verlening van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de gronden, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
Ter uitvoering van artikel 13 van de richtlijn nr. 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PbEU 2004, L16) wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 niet afgewezen op de grond, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder d, indien:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling gedurende een tijdvak van tien aaneengesloten jaren rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a, of l, heeft gehad, of
|
||||
b. de vreemdeling als minderjarige onder een beperking verband houdend met gezinshereniging rechtmatig verblijf heeft gehad, sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst en inmiddels 18 jaar is, tenzij de gezinsband werd verbroken binnen een jaar na verlening van de verblijfvergunning, bedoeld in artikel 14.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de vreemdeling in Nederland is geboren dan wel reeds voor zijn vierde levensjaar in Nederland verbleef en sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst en inmiddels 18 jaar is, kan de aanvraag slechts worden afgewezen op grond van artikel 21, eerste lid, onder e en f. In afwijking van artikel 21, eerste lid, onder a, behoeft het rechtmatig verblijf niet aaneengesloten te zijn. De aanvraag kan slechts op grond van artikel 21, eerste lid, onder e, worden afgewezen, indien de vreemdeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld tot een gevangenisstraf van meer dan 60 maanden wegens handel in verdovende middelen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere gevallen dan bedoeld in het eerste en tweede lid worden aangewezen waarin een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 kan worden verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 kan worden ingetrokken indien:
|
||||
De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 kan worden ingetrokken of gewijzigd, indien:
|
||||
|
||||
a. de houder daarvan zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd;
|
||||
b. de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen zouden hebben geleid;
|
||||
c. de houder daarvan bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, is opgelegd;
|
||||
d. de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.
|
||||
a. de vreemdeling een aaneengesloten periode van twaalf maanden of langer buiten het grondgebied van de staten die partij zijn bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, dan wel zes jaar of langer buiten Nederland heeft verbleven;
|
||||
b. de verblijfsvergunning op frauduleuze wijze is verkregen;
|
||||
c. de vreemdeling een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de gronden, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**2.** De verblijfsvergunning wordt ingetrokken, indien de vreemdeling langdurig ingezetene is geworden in een andere staat die partij is bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van de gronden, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Procedurele bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -326,7 +344,7 @@ d. de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.
|
|||
De aanvraag tot het verlenen van:
|
||||
|
||||
a. een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14, tot het verlengen van de geldigheidsduur of tot het wijzigen ervan;
|
||||
b. een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20,
|
||||
b. een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20, of tot het wijzigen ervan,
|
||||
|
||||
wordt, in afwijking van artikel 2:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ingediend door de vreemdeling of zijn wettelijke vertegenwoordiger.
|
||||
|
||||
|
|
@ -353,12 +371,15 @@ Binnen zes maanden wordt een beschikking gegeven op de aanvraag tot:
|
|||
a. het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14;
|
||||
b. het verlengen van de geldigheidsduur ervan;
|
||||
c. het wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14;
|
||||
d. het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20.
|
||||
d. het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20;
|
||||
e. het wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20.
|
||||
|
||||
**2.** De termijn voor het geven van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, kan ten hoogste voor zes maanden worden verlengd indien naar het oordeel van Onze Minister voor de beoordeling van de aanvraag advies van of onderzoek door derden of het openbaar ministerie, nodig is.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt de vreemdeling in kennis van de verlenging.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 is ingediend door een langdurig ingezetene of diens gezinslid, wordt de beschikking in afwijking van het eerste lid gegeven binnen vier maanden, welke termijn in afwijking van het tweede lid voor ten hoogste drie maanden kan worden verlengd. Indien de langdurig ingezetene of het gezinslid krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is uitgenodigd de aanvraag aan te vullen, wordt de beschikking gegeven binnen zeven maanden.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 5. De inwilliging van de aanvraag
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue