2016-11-09 | BWBR0038694 | Inkomstenbelasting, inkomen uit sparen en beleggen (box 3)
This commit is contained in:
parent
1a3cd6c19a
commit
4fbf34b715
1 changed files with 10 additions and 0 deletions
|
|
@ -75,6 +75,16 @@ In de praktijk is gebleken dat de nabestaanden na het openvallen van de nalatens
|
|||
|
||||
Daarom keur ik met toepassing van de hardheidsclausule (artikel 63 AWR) goed dat de defiscalisering met terugwerkende kracht geldt vanaf de eerste peildatum voor box 3 na het openvallen van de nalatenschap. Ik stel hierbij de voorwaarde dat het recht van vruchtgebruik wordt gevestigd binnen twee jaren na het overlijden van de erflater.
|
||||
|
||||
### 3.3. Toerekening schulden die deel uitmaken van een algemeenheid waarop krachtens erfrecht een vruchtgebruik rust voor de jaren 2012 tot en met 2016
|
||||
|
||||
In vruchtgebruiksituaties die krachtens bepaalde erfrechtelijke verkrijgingen zijn ontstaan, wordt bij de langstlevende ouder (vruchtgebruiker) de volledige waarde van de goederen in aanmerking genomen (artikel 5.4, vijfde lid, van de Wet IB 2001). De waarde van de bloot eigendom behoort niet tot de bezittingen voor box 3 (artikel 5.4, derde lid, van de Wet IB 2001). Doel hiervan is aan te sluiten bij de maatschappelijke realiteit in erfrechtelijke situaties door de (forfaitaire) inkomsten uit het nagelaten vermogen te belasten bij degene die over de inkomsten kan beschikken. Tot een nalatenschap waarop krachtens erfrecht een vruchtgebruik rust, kunnen ook schulden behoren. Deze schulden maken evenals de goederen deel uit van een zogenoemde algemeenheid waarop een vruchtgebruik is gevestigd. Met ingang van 2017 worden daarom de goederen en de schulden voor zover die toebehoorden aan de erflater en die deel uitmaken van deze algemeenheid voor box 3 gelijk behandeld (artikel 5.4, vierde en vijfde lid, van de Wet IB 2001). Dit betekent dat ook de volledige waarde van de schulden bij de vruchtgebruiker in aanmerking wordt genomen in box 3. Voor de jaren voorafgaand aan 2017 blijft het verschil in behandeling bestaan. Dat leidt tot een onwenselijke uitkomst. Daarom wil ik belastingplichtigen de mogelijkheid bieden om ook in de jaren 2012 tot en met 2016 gebruik te maken van de regeling van artikel 5.4, vierde en vijfde lid, van de Wet IB 2001 zoals deze geldt vanaf 1 januari 2017.
|
||||
|
||||
Met inachtneming van de termijn voor ambtshalve vermindering keur ik met toepassing van de hardheidsclausule voor de jaren 2012 tot en met 2016 het volgende goed. Ook schulden voor zover die toebehoorden aan de erflater en die deel uitmaken van een algemeenheid waarop krachtens erfrecht een vruchtgebruik rust, kunnen volledig bij de vruchtgebruiker in aanmerking worden genomen. De bloot eigenaar(s) word(t)en dan niet belast voor de bloot eigendom. Aan deze goedkeuring verbind ik de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. De vruchtgebruiker en de bloot eigenaar(s) doen gezamenlijk schriftelijk het verzoek om toepassing van deze goedkeuring bij de inspecteur van de vruchtgebruiker.
|
||||
b. De uitkomst is gelijk aan de uitkomst die zou zijn verkregen als artikel 5.4, vierde en vijfde lid, van de Wet IB 2001 per 2017 al van toepassing was in de jaren 2012 tot en met 2016.
|
||||
c. Het verzoek geldt voor het gehele tijdvak van de jaren 2012 tot en met 2016.
|
||||
|
||||
## 4. Waardering
|
||||
|
||||
### 4.1. Het faillissement van DSB Bank NV (DSB)
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue