2026-02-01 | BWBR0049842 | Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

This commit is contained in:
Coornhert 2026-02-01 12:00:00 +00:00
parent 13c7409b23
commit 4fed7d05d0

View file

@ -26,7 +26,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
- *mkb-onderneming:* onderneming in de zin van artikel 2, onderdeel 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- *offerteprijs:* prijs inclusief af fabriek opties zoals vermeld in de offerte, verminderd met de daarin begrepen omzetbelasting;
- *overeenkomst:* schriftelijke overeenkomst tot koop als bedoeld in artikel 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of een schriftelijke overeenkomst tot financial leasing als bedoeld in paragraaf 3.2 van het Besluit heffing omzetbelasting bij leasing;
- *referentievoertuig:* vervoermiddel van dezelfde categorie dat aan reeds van kracht zijnde toepasselijke Unienormen voldoet en dat zonder de steun zou zijn aangeschaft;
- *referentievoertuig:* vervoermiddel van dezelfde categorie, of zelfde soort logistiek werktuig als genoemd in bijlage 3, dat aan reeds van kracht zijnde toepasselijke Unienormen voldoet en dat zonder de steun zou zijn aangeschaft;
- *RVO:* Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
- *verordening (EU) 2018/858:*
verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PbEU 2018, L151);
@ -35,7 +35,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
### Artikel 1.2
Deze regeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten gericht op investeringen in oplaad- en tankinfrastructuur en emissievrije voertuigen ten behoeve van de overstap naar emissievrije voertuigen, teneinde de emissie van CO_2 en luchtverontreinigende stoffen te verminderen.
Deze regeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten gericht op investeringen in oplaad- en tankinfrastructuur en emissievrije voer- en werktuigen ten behoeve van de overstap naar emissievrije voer- en werktuigen, teneinde de emissie van CO_2 en luchtverontreinigende stoffen te verminderen.
### Artikel 1.3
@ -56,39 +56,57 @@ Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verl
### Artikel 2.1.1
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- *basisafname:* gemiddelde maandelijkse afname door emissievrije waterstofvoertuigen van deelnemers aan het samenwerkingsverband van 30% van de dagcapaciteit van een waterstoftankstation;
- *basisafname:* gemiddelde afname door nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen van deelnemers aan het samenwerkingsverband;
- *dagcapaciteit:* aantal kilogram waterstof dat een waterstoftankstation per dag kan laten tanken;
- *directe loonkosten:* het totaal van het bruto loon volgens de loonstaat, de vakantie-uitkering, de niet van winst afhankelijke eindejaarsuitkering of dertiende maand, de werkgeverslasten bestaande uit werkgeversdeel pensioenpremie, WW-premie, WIA/WAO-premie en bijdrage Zorgverzekeringswet, en de overige werkgeverspremies voor werkloosheids- en ziektekostenuitkeringen;
- *emissievrij licht waterstofvoertuig:* een emissievrij vervoermiddel als bedoeld in artikel 2, punt 102 octies, onderdeel b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, dat als waterstofvoertuig kwalificeert;
- *emissievrij zwaar waterstofvoertuig:* een emissievrij vervoermiddel als bedoeld in artikel 2, punt 102 octies, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, dat als waterstofvoertuig kwalificeert;
- *gewicht:* technisch toegestane maximummassa als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;
- *hernieuwbare waterstof:* waterstof als bedoeld in artikel 2, punt 102 quater, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- *emissievrij licht waterstofvoertuig:* een emissievrij vervoermiddel als bedoeld in artikel 2, punt 102 octies, onderdeel b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, dat zich als waterstofvoertuig kwalificeert;
- *emissievrij logistiek waterstofwerktuig:* emissievrij waterstofwerktuig als genoemd in bijlage 3, dat voor het gebruik uitsluitend waterstof gebruikt als energiedrager;
- *emissievrij zwaar waterstofvoertuig:* een emissievrij vervoermiddel als bedoeld in artikel 2, punt 102 octies, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, dat zich als waterstofvoertuig kwalificeert;
- *hernieuwbare waterstof:* waterstof als bedoeld in artikel 2, punt 102 quater, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- *locatie:* de postcode van de locatie waar het waterstoftankstation is of wordt aangelegd;
- *maximummassa:* de technisch toelaatbare maximummassa van een vrachtwagen in beladen toestand;
- *maximummassa van de combinatie:* de maximummassa die, voor zover het N3-voertuig, bedoeld in bijlage 3 betreft, mag worden uitgerust met een of meer aanhangwagens of opleggers, wordt vermeerderd met de technisch toelaatbare maximummassa van de aanhangwagens of opleggers in beladen toestand die het voertuig maximaal mag trekken;
- *mobiele waterstofopslag:* een aanhangwagen van categorie O2 of O3 volgens verordening (EU) 2018/858, met daarop een reservoir waarin waterstof onder druk gasvormig of vloeibaar wordt opgeslagen, zoals bijvoorbeeld een tubetrailer of een multiple energy gas container (MEGC);
- *multimodaal waterstoftankstation:* waterstoftankstation dat geschikt is voor het leveren van waterstof aan vrachtvervoer over de weg en aan ten minste één van de volgende vervoersmodaliteiten:
i. spoorvervoer;
ii. vervoer over de binnenwateren;
iii. zeevervoer;
- *nieuw emissievrij waterstofvoertuig:* emissievrij licht of zwaar waterstofvoertuig waarvan, blijkens vermelding in het kentekenregister, de datum eerste toelating, de datum eerste inschrijving in Nederland en de datum tenaamstelling gelijk zijn;
- *offerte:* formeel, schriftelijk, aanbod tot het sluiten van een overeenkomst voor de aanschaf van een nieuw emissievrij waterstofvoertuig, opgesteld op verzoek van de aanvrager;
- *retrofitting:* het aanpassen van vervoermiddelen waardoor deze als emissievrije vervoermiddelen kwalificeren;
- *stedelijk knooppunt:* stedelijk knooppunt opgenomen in bijlage 1;
- *nieuw emissievrij logistiek waterstofwerktuig:* emissievrij logistiek waterstofwerktuig waarvan uit de offerte op basis waarvan het werktuig wordt aangeschaft, blijkt dat dit niet eerder is gebruikt;
- *offerte:* formeel, schriftelijk, aanbod tot het sluiten van een overeenkomst voor de aanschaf van een nieuw emissievrij waterstofvoertuig of nieuw emissievrij logistiek waterstofwerktuig, opgesteld op verzoek van de aanvrager;
- *retrofitting:* het aanpassen van vervoermiddelen of werktuigen waardoor deze als emissievrije vervoermiddelen of emissievrije werktuigen zijn te kwalificeren;
- *stedelijk knooppunt:* stedelijk knooppunt als bedoeld artikel 2, punt 72 van Verordening (EU) 2023/1804;
- *tankpunt:* een tankfaciliteit voor de levering van een vloeibare of gasvormige alternatieve brandstof via een vaste installatie, waaraan slechts één voertuig tegelijk kan worden bijgetankt;
- *verordening (EU) 2018/858:*
Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PbEU 2018, L151);
- *verordening 2023/1804:*
Verordening (EU) 2023/1804 van het Europese Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU van het Europese Parlement en de raad (PbEU 2023, L234);
- *waterstoftankstation:* een vaste installatie, bestaande uit een of meer tankpunten, om vervoermiddelen van waterstof te voorzien;
- *waterstofvoertuig:* een voertuig dat voor de voortbeweging waterstof gebruikt als energiedrager;
- *zwaar wegvervoer:* wegvervoer door voertuigen van categorie M3, N2 of N3 volgens verordening 2018/858.
- *zero-emissiezone:* nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtautos die het bevoegd gezag heeft ingesteld door middel van een verkeersbesluit en het plaatsen van het bijbehorende verkeersbord C22c en onderbord C22c1;
- *zwaar wegvervoer:* wegvervoer door voertuigen van categorie M3, N2 of N3 volgens verordening (EU) 2018/858.
### Artikel 2.1.2
Deze paragraaf heeft tot doel het stimuleren van investeringen in waterstoftankstations en emissievrije waterstofvoertuigen voor wegvervoer teneinde een bijdrage te leveren aan de ambitie uit het Klimaatakkoord van 50 waterstoftankstations in 2025, aan de behoefte aan waterstofvoertuigen in de transportmarkt en aan het verminderen van de emissie van CO_2 en luchtverontreinigende stoffen door vervoer.
Deze paragraaf heeft tot doel het stimuleren van investeringen in waterstoftankstations, emissievrije waterstofvoertuigen voor wegvervoer, en emissievrije logistieke waterstofwerktuigen teneinde een bijdrage te leveren aan de ambitie uit het Klimaatakkoord van 50 waterstoftankstations in 2025, aan de behoefte aan waterstofvoertuigen in de transportmarkt en aan het verminderen van de emissie van CO_2 en luchtverontreinigende stoffen door vervoer.
### Artikel 2.1.3
**1.**
**1.** De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij deze paragraaf, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor projecten gericht op de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation dat geschikt is of wordt voor zwaar wegvervoer, waaronder in dit hoofdstuk ook een multimodaal waterstoftankstation wordt begrepen, in combinatie met de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen of retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren.
De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij deze paragraaf, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor projecten gericht op:
**2.** In aanvulling op de in het eerste lid bedoelde combinatie kan ook subsidie worden verstrekt voor de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije logistieke waterstofwerktuigen of retrofitting van één of meerdere werktuigen, waardoor deze als emissievrije logistieke waterstofwerktuigen kwalificeren.
a. de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation dat geschikt is of wordt voor zwaar wegvervoer, in combinatie met:
b. de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen; of
c. retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren.
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid kan subsidie worden verstrekt voor uitsluitend de aanschaf van één of meerdere waterstofvoertuigen of waterstofwerktuigen of retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen of werktuigen, bedoeld in het eerste en tweede lid, indien de exploitant die deelneemt aan het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 2.1.4, reeds een waterstoftankstation exploiteert, dat voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 2.1.10a, eerste lid, onderdeel e en, voor zover het een openbaar toegankelijk waterstoftankstation betreft, onderdeel f, of daartoe met de werkzaamheden is aangevangen.
**2.** Indien de exploitant die deelneemt aan het samenwerkingsverband bedoeld in artikel 2.1.4 reeds een waterstoftankstation exploiteert, of daartoe met de werkzaamheden is aangevangen, dat voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 2.1.10, achtste lid, onderdelen b en c, kan de aanvraag voor het project onverminderd van het eerste lid uitsluitend de subsidiabele activiteiten bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, betreffen.
**4.** Voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid geldt een basisafname van ten minste 300 kilogram waterstof per dag, waarvan minimaal de helft wordt behaald door de aanschaf van nieuwe emissievrije zware waterstofvoertuigen of retrofitting van zware vervoermiddelen.
**5.**
De aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation als bedoeld in het eerste lid kan over de looptijd van de regeling de investering van ten hoogste drie mobiele waterstofopslagen omvatten die:
a. worden gebruikt voor het leveren van waterstof aan het waterstoftankstation waarop de aanvraag van het samenwerkingsverband betrekking heeft; en
b. dienen als voorraadvat van het waterstoftankstation.
### Artikel 2.1.4
@ -105,22 +123,25 @@ b. een vestiging in Nederland hebben.
### Artikel 2.1.5
**1.** Voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel a, zijn subsidiabel de kosten die op grond van artikel 36bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen.
**1.** Voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation, zijn subsidiabel de kosten die op grond van artikel 36bis, 56ter of 56quater van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen.
**2.** Indien loonkosten op grond van het eerste lid voor subsidie in aanmerking komen, worden de kosten van de gewerkte uren berekend op basis van een uurtarief voor directe loonkosten.
**3.** Het uurtarief voor de directe loonkosten wordt bepaald door de directe loonkosten per jaar te delen door het aantal contracturen per jaar.
**4.** Voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel b of c, zijn subsidiabel de kosten die op grond van artikel 36ter van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen.
**4.** Voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, tweede of derde lid, voor zover het betreft de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen, of voor retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrij lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren, zijn subsidiabel de kosten die op grond van artikel 36ter van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen.
**5.** In afwijking van het vierde lid zijn de kosten voor de aanschaf of retrofitting van een emissievrij licht waterstofvoertuig van categorie M1 slechts subsidiabel indien het een voor rolstoelen toegankelijk voertuig betreft als bedoeld in artikel 86c van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en het voertuig over meer dan vier zitplaatsen beschikt.
**6.** Voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, tweede en derde lid, voor zover het waterstofwerktuigen betreft, zijn subsidiabel de kosten die op grond van artikel 36, vierde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen.
### Artikel 2.1.6
De subsidie bedraagt:
a. voor de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation dat geschikt is of wordt voor zwaar wegvervoer: maximaal 40% van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van € 2.000.000 per aanvraag;
b. voor de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen, of voor de retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrij lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren: maximaal 80% van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van € 5.000.000 per aanvraag en een maximum van:
a. voor de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation dat geschikt is of wordt voor zwaar wegvervoer: maximaal 40% van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van € 3.000.000 per aanvraag;
b. voor de investering in de aanleg of opwaardering van een multimodaal waterstoftankstation: maximaal 40% van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van € 4.000.000 per aanvraag;
c. voor de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen, of voor de retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrij lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren: maximaal 80% van de in aanmerking komende kosten, € 4.000 maal de dagcapaciteit van het waterstoftankstation in kilogrammen, met een maximum van € 8.000.000 per aanvraag en een maximum van:
i. € 60.000 per emissievrij licht waterstofvoertuig van categorie N1;
ii. € 150.000 per emissievrij zwaar waterstofvoertuig van categorie N2 dat voorzien is van een brandstofcel;
@ -132,44 +153,59 @@ vii. € 100.000 per emissievrij zwaar waterstofvoertuig van categorie N3, met
viii. € 100.000 per emissievrij licht waterstofvoertuig van categorie M1;
ix. € 150.000 per emissievrij licht waterstofvoertuig van categorie M2;
x. € 300.000 per emissievrij zwaar waterstofvoertuig van categorie M3 dat voorzien is van een brandstofcel;
xi. € 100.000 per emissievrij zwaar waterstofvoertuig van categorie M3 dat voorzien is van een waterstofverbrandingsmotor.
xi. € 100.000 per emissievrij zwaar waterstofvoertuig van categorie M3 dat voorzien is van een waterstofverbrandingsmotor;
d. voor de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije logistieke waterstofwerktuigen als genoemd in bijlage 3, of voor retrofitting van één of meerdere werktuigen, waardoor deze als emissievrije logistieke waterstofwerktuigen kwalificeren: maximaal 80% van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van € 4.000 maal de dagcapaciteit van het waterstoftankstation in kilogrammen, met een maximum van € 8.000.000 per aanvraag en een maximum van:
i. € 100.000 per emissievrije overslagmachine die voorzien is van een brandstofcel;
ii. € 100.000 per vorkheftruck van meer dan 5 ton hefvermogen die voorzien is van een brandstofcel;
iii. € 100.000 per verreiker die voorzien is van een brandstofcel;
iv. € 300.000 per pushbacktruck die voorzien is van een brandstofcel;
v. € 300.000 per terminaltrekker die voorzien is van een brandstofcel;
e. Indien de aanvraag zowel de aanschaf of retrofitting bedoeld in onderdeel c als de aanschaf of retrofitting bedoeld in onderdeel d betreft, kan de subsidie voor beide activiteiten samen niet hoger zijn dan het maximum per aanvraag, genoemd in onderdeel c of d.
### Artikel 2.1.7
**1.**
Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, is:
Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.3, eerste en tweede lid, is:
a. € 18.000.000 voor het jaar 2024;
b. € 26.650.000 voor het jaar 2025.
b. € 26.650.000 voor het jaar 2025;
c. € 35.000.000 voor het jaar 2026;
d. € 35.000.000 voor het jaar 2027;
e. € 38.000.000 voor het jaar 2028;
f. € 38.000.000 voor het jaar 2029.
**2.**
Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, is:
Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.3, derde lid, is:
a. € 10.000.000 voor het jaar 2024;
b. € 14.000.000 voor het jaar 2025.
b. € 14.000.000 voor het jaar 2025;
c. € 10.000.000 voor het jaar 2026;
d. € 10.000.000 voor het jaar 2027;
e. € 10.000.000 voor het jaar 2028;
f. € 10.000.000 voor het jaar 2029.
**3.** Indien een subsidieplafond, als bedoeld in eerste lid, voor dat jaar ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid.
**4.** Indien een subsidieplafond, als bedoeld in tweede lid, voor dat jaar ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het eerste lid.
**5.** De Minister stelt de subsidieplafonds vast voor de jaren 2025 tot en met 2028 en geeft hiervan kennis in de Staatscourant voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor het betreffende subsidieplafond wordt vastgesteld.
**6.** De Minister verdeelt de in de betreffende subsidieperiode beschikbare gelden op volgorde van rangschikking van de aanvragen.
**5.** De Minister verdeelt de in de betreffende subsidieperiode beschikbare gelden op volgorde van rangschikking van de aanvragen.
### Artikel 2.1.8
**1.**
Aanvragen voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel a, worden beoordeeld op:
Aanvragen voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation dat geschikt is of wordt voor zwaar wegvervoer, worden beoordeeld op:
a. de mate waarin de financiële middelen effectiever en efficiënter worden ingezet, blijkend uit de hoogte van de gevraagde subsidie afgezet tegen de dagcapaciteit vermenigvuldigd met het aantal tankpunten van het waterstoftankstation, te waarderen met maximaal 70 punten;
b. de fase waarin de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het waterstoftankstation verkeert, te waarderen met maximaal 10 punten;
c. de dagcapaciteit van het waterstoftankstation en de opschaalbaarheid van de dagcapaciteit, te waarderen met maximaal 10 punten;
d. het aantal onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten, zoals blijkt uit de aangevraagde of verleende omgevingsvergunning, te waarderen met maximaal 10 punten.
c. de dagcapaciteit van het waterstoftankstation en de opschaalbaarheid van de dagcapaciteit, te waarderen met maximaal 5 punten;
d. het aantal onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten dat geschikt is voor wegvervoer, zoals blijkt uit de aangevraagde of verleende omgevingsvergunning, te waarderen met maximaal 5 punten;
e. openbare toegankelijkheid, te waarderen met 10 punten.
**2.** Aanvragen voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel b of c, worden beoordeeld op de mate waarin de financiële middelen effectiever en efficiënter worden ingezet, blijkend uit de hoogte van het gevraagde subsidiepercentage afgezet tegen het maximale percentage subsidie dat kan worden aangevraagd, te waarderen met maximaal 100 punten.
**2.** Aanvragen voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, derde lid, worden beoordeeld op de mate waarin de financiële middelen effectiever en efficiënter worden ingezet, blijkend uit de hoogte van het gevraagde subsidiepercentage afgezet tegen het maximale percentage subsidie dat kan worden aangevraagd, te waarderen met maximaal 100 punten.
**3.** De hoogte van de score ten aanzien van de criteria bedoeld in het eerste en tweede lid geschiedt met inachtneming van de nadere uitwerking hiervan zoals opgenomen in bijlage 2.
@ -179,14 +215,9 @@ d. het aantal onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten, zoals blijkt uit de
**6.** De Minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan de aanvraag zijn toegekend.
**7.**
**7.** Indien subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, wordt aangevraagd voor een openbaar toegankelijk waterstoftankstation in een gemeente die is opgenomen in bijlage 1, plus maximaal 10 rijkilometers vanaf de gemeentegrens, heeft deze aanvraag, in afwijking van het bepaalde in het zesde lid, voorrang op aanvragen van een samenwerkingsverband waarvoor geldt dat het waterstoftankstation is of wordt gevestigd in een gemeente die niet in bijlage 1 is opgenomen.
Indien subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, wordt aangevraagd door een samenwerkingsverband waarvan het waterstoftankstation is of wordt gevestigd in een stedelijk knooppunt dat niet in de rechterkolom van bijlage 1 is aangekruist, heeft deze aanvraag in afwijking van het bepaalde in het zesde lid voorrang op aanvragen van een samenwerkingsverband waarvoor geldt dat het waterstoftankstation:
a. is of wordt gevestigd in een stedelijk knooppunt dat in de rechterkolom van bijlage 1 is aangekruist, of
b. is of wordt gevestigd buiten een stedelijk knooppunt.
**8.** Indien meerdere aanvragen worden ingediend door samenwerkingsverbanden waarvan het waterstoftankstation is of wordt gevestigd in een stedelijk knooppunt dat is opgenomen in bijlage 1, geldt de voorrangsregel uit het zevende lid uitsluitend voor de aanvraag die het hoogste aantal punten heeft behaald zoals deze volgt uit toepassing van het vierde en vijfde lid.
**8.** Indien meerdere aanvragen worden ingediend door samenwerkingsverbanden waarvan het openbaar toegankelijke waterstoftankstation is of wordt gevestigd in een gemeente die is opgenomen in bijlage 1, geldt de voorrangsregel uit het zevende lid uitsluitend voor de aanvraag die de hoogste score heeft behaald zoals deze volgt uit toepassing van het vierde en vijfde lid.
**9.** Indien aanvragen na toepassing van het achtste lid op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting en geldt de voorrangsregel uit het zevende lid uitsluitend voor de aanvraag die als hoogste is gerangschikt.
@ -198,8 +229,12 @@ b. is of wordt gevestigd buiten een stedelijk knooppunt.
Een aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze paragraaf kan worden ingediend:
a. in 2024 van 15 juli 2024, 9.00 uur tot en met 6 september 2024, 12.00 uur;
b. in 2025 van 1 april 2025, 9.00 uur tot en met 18 juni 2025, 17.00 uur.
a. in 2024 van 15 juli 2024, 9.00 uur tot en met 6 september 2024, 12.00 uur;
b. in 2025 van 1 april 2025, 9.00 uur tot en met 18 juni 2025, 17.00 uur;
c. in 2026 van 1 april 2026, 9.00 uur tot en met 13 mei 2026, 17.00 uur;
d. in 2027 van 31 maart 2027, 9.00 uur tot en met 11 mei 2027, 17.00 uur;
e. in 2028 van 4 april 2028, 9.00 uur tot en met 16 mei 2028, 17.00 uur;
f. in 2029 van 4 april 2029, 9.00 uur tot en met 16 mei 2029, 17.00 uur.
**2.** Een wijziging of aanvulling van een ingediende aanvraag, die na de sluiting van de aanvraagperiode op eigen initiatief door de aanvrager wordt ingediend, wordt niet bij de beoordeling betrokken.
@ -218,86 +253,107 @@ d. de code of codes verbonden aan de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal
e. onderbouwing waaruit blijkt dat het project uiterlijk 36 maanden na verlening kan worden afgerond;
f. hoogte van het bedrag van eventuele reeds aangevraagde of ontvangen subsidies van andere bestuursorganen.
**3.**
**3.** De Minister kan de aanvrager verzoeken documenten te overleggen met betrekking tot de aanvraag.
In aanvulling op het tweede lid bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel a, de volgende gegevens en bescheiden:
**4.** Een aanvrager kan voor de subsidiabele activiteiten bedoeld in artikel 2.1.3, per locatie waar het waterstoftankstation is of wordt gevestigd, één aanvraag indienen per aanvraagperiode als bedoeld in artikel 2.1.9, eerste lid.
**5.** Indien een aanvrager in afwijking van het vierde lid meer dan één aanvraag indient per aanvraagperiode als bedoeld in artikel 2.1.9, eerste lid, wordt alleen de eerst ingediende aanvraag behandeld.
### Artikel 2.1.10a
**1.**
In aanvulling op artikel 2.1.10 bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.1.3, eerste en tweede lid, voor zover het betreft de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation, de volgende gegevens en bescheiden:
a. onderbouwing van de kosten van de investering in aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation;
b. onderbouwing van de dagcapaciteit van het waterstoftankstation aan de hand van een offerte;
c. onderbouwing aan de hand van de uitgangspunten zoals opgenomen in bijlage 3 van:
c. onderbouwing aan de hand van de uitgangspunten zoals opgenomen in bijlage 3 van de afname door emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistiek waterstofwerktuigen van de dagcapaciteit na het uitvoeren van het project;
d. uit de onderbouwing, bedoeld in onderdeel c, blijkt dat het waterstoftankstation de basisafname na het uitvoeren van het project behaalt, waarbij minimaal de helft van deze afname bestaat uit afname door emissievrije zware waterstofvoertuigen waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
e. de voor de subsidiabele activiteit benodigde omgevingsvergunning, of aanvraag daarvoor, waaruit in elk geval blijkt dat het waterstoftankstation:
i. de huidige afname door emissievrije waterstofvoertuigen van de dagcapaciteit; en
ii. de afname door emissievrije waterstofvoertuigen van de dagcapaciteit na het uitvoeren van het project;
d. uit de onderbouwing bedoeld in onderdeel c blijkt dat het waterstoftankstation de basisafname behaalt, of na het uitvoeren van het project behaalt, waarbij minimaal de helft van deze afname bestaat uit afname door emissievrije zware waterstofvoertuigen;
e. Vervallen.
f. documenten waaruit blijkt dat de exploitant van het waterstoftankstation een huur- of koopovereenkomst heeft voor de grond waarop het waterstoftankstation is gelegen of komt te liggen;
g. een intentieverklaring dat het waterstoftankstation op de beoogde locatie past, afkomstig van de eigenaar van de grond bedoeld in onderdeel f;
h. een omgevingsvergunning, of aanvraag daarvoor, waaruit blijkt dat het waterstoftankstation:
i. een minimale dagcapaciteit heeft van 1.000 kilogram, en voorzien is van ten minste twee onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten; en
ii. mede toegankelijk is voor zwaar wegvervoer;
f. indien het waterstoftankstation openbaar toegankelijk is, toont de aanvrager aan dat het waterstoftankstation:
i. openbaar toegankelijk is, met een minimale dagcapaciteit van 500 kilogram, en voorzien is van ten minste twee onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten, waaronder in elk geval een tankpunt van 350 bar en een tankpunt van 700 bar;
ii. toegankelijk is voor zwaar wegvervoer;
iii. vanuit twee rijrichtingen bereikbaar is;
i. een technisch ontwerp waaruit blijkt dat het waterstoftankstation:
i. beschikt over mogelijkheden waardoor de eindgebruiker elektronisch kan betalen via terminals en apparatuur voor betaaldiensten, waaronder ten minste een van de volgende:
i. in elk geval beschikt over een tankpunt van 350 bar en een tankpunt van 700 bar;
ii. beschikt over mogelijkheden waardoor de eindgebruiker elektronisch kan betalen via terminals en apparatuur voor betaaldiensten, waaronder ten minste een van de volgende:
1° betaalkaartlezers;
2° apparatuur voor contactloos betalen die ten minste in staat is betaalkaarten te lezen;
ii. voorzien is van prijsinformatie die beschikbaar is vóór het begin van een tankbeurt waarbij de in rekening gebrachte prijs redelijk, gemakkelijk en duidelijk vergelijkbaar, transparant en niet-discriminerend is.
iii. voorzien is van prijsinformatie die beschikbaar is vóór het begin van een tankbeurt waarbij de in rekening gebrachte prijs redelijk, gemakkelijk en duidelijk vergelijkbaar, transparant en niet-discriminerend is;
g. een onderbouwing waaruit blijkt dat het waterstoftankstation alleen open staat voor een beperkte en nader omschreven groep personen of openbaar toegankelijk is.
**4.** Indien hij in aanmerking wil komen voor de extra punten bedoeld in artikel 2.1.8, vijfde lid, verstrekt de aanvrager in aanvulling op het tweede lid een garantie van oorsprong als bedoeld in artikel 19 van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, of toont hij op basis van Richtlijn (EU) 2018/2001 aan dat sprake is van hernieuwbare waterstof van niet-biologische oorsprong.
**2.**
**5.** Indien hij niet in aanmerking wil komen voor de extra punten bedoeld in artikel 2.1.8, vijfde lid, verstrekt de aanvrager in aanvulling op het derde lid een toezegging dat het waterstoftankstation uiterlijk op 31 december 2035 uitsluitend hernieuwbare waterstof zal leveren.
Indien de aanvraag een multimodaal waterstoftankstation betreft dat mede is gericht op vervoer over de binnenwateren of zeevervoer, bevat de aanvraag in aanvulling op het eerste lid:
**6.**
a. een onderbouwing waaruit blijkt dat het multimodale waterstoftankstation op gelijke en niet-discriminerende wijze tegen marktvoorwaarden aan belangstellende gebruikers beschikbaar wordt gesteld, en,
b. indien de aanvraag voor het onderdeel dat ziet op het vervoer over de binnenwateren meer dan € 2,2 miljoen subsidie betreft een onderbouwing waaruit blijkt de subsidie niet hoger is dan het verschil tussen de in aanmerking komende kosten en de exploitatiewinst van de investering, waarbij de exploitatiewinst vooraf op basis van redelijke prognoses op de in aanmerking komende kosten in mindering wordt gebracht.
In aanvulling op het tweede lid bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel b, de volgende gegevens en bescheiden:
**3.** Indien de aanvrager in aanmerking wil komen voor de extra punten als bedoeld in artikel 2.1.8, vijfde lid, toont hij op basis van Richtlijn (EU) 2018/2001 aan dat sprake is van hernieuwbare waterstof van niet-biologische oorsprong.
a. merk, type en handelsbenaming van elk nieuw emissievrij waterstofvoertuig waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
b. kopie van de offerte, met inbegrip van de offerteprijs, voor de voorgenomen aanschaf van elk nieuw emissievrij waterstofvoertuig waaruit blijkt dat het voertuig kwalificeert als emissievrij licht of zwaar waterstofvoertuig;
c. een bewijs van minder dan zes maanden oud waaruit blijkt wat de prijs van het referentievoertuig is.
**4.** Indien de aanvrager niet in aanmerking wil komen voor de extra punten bedoeld in artikel 2.1.8, vijfde lid, verstrekt hij in aanvulling op het derde lid een schriftelijke verklaring met de toezegging dat het waterstoftankstation uiterlijk op 31 december 2035 uitsluitend hernieuwbare waterstof zal leveren.
**7.**
### Artikel 2.1.10b
In aanvulling op het tweede lid bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel c, de volgende gegevens en bescheiden:
**1.**
a. merk, type en handelsbenaming van elk voertuig dat door retrofitting als emissievrij waterstofvoertuig kwalificeert;
b. kopie van de offerte, met inbegrip van de offerteprijs, voor de voorgenomen retrofitting, waaruit blijkt dat in het voertuig bedoeld in onderdeel a geen interne verbrandingsmotor achterblijft waardoor het voertuig niet kwalificeert als emissievrij licht of zwaar waterstofvoertuig.
In aanvulling op artikel 2.1.10 bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.1.3, eerste, tweede of derde lid, voor zover het betreft nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen of nieuwe emissievrije logistieke waterstofwerktuigen als genoemd in bijlage 3, de volgende gegevens en bescheiden:
**8.**
a. merk, type en handelsbenaming van elk nieuw emissievrij waterstofvoertuig of emissievrij logistiek waterstofwerktuig waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
b. kopie van de offerte van minder dan zes maanden oud, met inbegrip van de offerteprijs, voor de voorgenomen aanschaf van elk nieuw emissievrij waterstofvoertuig of emissievrij logistiek waterstofwerktuig waaruit blijkt dat dit zich kwalificeert als emissievrij licht of zwaar waterstofvoertuig of als emissievrij logistiek waterstofwerktuig;
c. een bewijs van minder dan zes maanden oud waaruit blijkt wat de prijs van het referentievoertuig of het referentiewerktuig is.
Indien de aanvraag op grond van artikel 2.1.3, tweede lid, uitsluitend de subsidiabele activiteiten bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel b of c, betreft, verstrekt de aanvrager in aanvulling op de gegevens bedoeld in het zesde of zevende lid de volgende gegevens en bescheiden:
**2.** Onverminderd het eerste lid, onderdeel b, geldt voor een emissievrij logistiek waterstofwerktuig dat de offerte is voorzien van een verklaring van de offrerende partij dat het waterstofwerktuig nieuw is en niet eerder gebruikt.
a. een onderbouwing waaruit aan de hand van de uitgangspunten zoals opgenomen in bijlage 3 blijkt dat de exploitant van het waterstoftankstation de basisafname behaalt, of na het uitvoeren van het project behaalt, waarbij minimaal de helft van deze afname bestaat uit afname door emissievrije zware waterstofvoertuigen;
b. een omgevingsvergunning waaruit blijkt dat het waterstoftankstation:
**3.**
i. openbaar toegankelijk is, met een minimale dagcapaciteit van 500 kilogram, en voorzien is van ten minste twee onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten, waaronder in elk geval een tankpunt 350 bar en van 700 bar;
ii. toegankelijk is voor zwaar wegvervoer;
iii. vanuit twee rijrichtingen bereikbaar is;
c. een technisch ontwerp waaruit blijkt dat het waterstoftankstation:
i. beschikt over mogelijkheden waardoor de eindgebruiker elektronisch kan betalen via terminals en apparatuur voor betaaldiensten, waaronder ten minste een van de volgende:
1° betaalkaartlezers;
2° apparatuur voor contactloos betalen die ten minste in staat is betaalkaarten te lezen;
ii. voorzien is van prijsinformatie die beschikbaar is vóór het begin van een tankbeurt waarbij de in rekening gebrachte prijs redelijk, gemakkelijk en duidelijk vergelijkbaar, transparant en niet-discriminerend is.
**9.**
Indien de aanvraag een emissievrij licht waterstofvoertuig van categorie M1 betreft, verstrekt de aanvrager in aanvulling op het zesde of zevende lid een kopie van de offerte waaruit blijkt dat:
Indien de aanvraag een emissievrij licht waterstofvoertuig van categorie M1 betreft, verstrekt de aanvrager in aanvulling op het eerste lid een kopie van de offerte waaruit blijkt dat:
a. het een voor rolstoelen toegankelijk voertuig betreft als bedoeld in artikel 86c van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
b. het voertuig over meer dan vier zitplaatsen als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen beschikt.
**10.** De Minister kan de aanvrager naar aanleiding van de aanvraag verzoeken documenten te overleggen met betrekking tot de investering.
### Artikel 2.1.10c
**1.**
In aanvulling op artikel 2.1.10 bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.1.3, eerste, tweede of derde lid, voor zover het betreft retrofitting van emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen als genoemd in bijlage 3, de volgende gegevens en bescheiden:
a. merk, type en handelsbenaming van elk voertuig dat zich door retrofitting als emissievrij waterstofvoertuig of emissievrij logistiek waterstofwerktuig kwalificeert;
b. kopie van de offerte van minder dan zes maanden oud, met inbegrip van de offerteprijs, voor de voorgenomen retrofitting, waaruit blijkt dat in het voertuig bedoeld in onderdeel a geen interne verbrandingsmotor achterblijft waardoor het voertuig zich niet kwalificeert als emissievrij licht of zwaar waterstofvoertuig of als emissievrij logistiek waterstofwerktuig.
**2.**
Indien de aanvraag een emissievrij licht waterstofvoertuig van categorie M1 betreft, verstrekt de aanvrager in aanvulling op het eerste lid een kopie van de offerte waaruit blijkt dat:
a. het een voor rolstoelen toegankelijk voertuig betreft als bedoeld in artikel 86c van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
b. het voertuig over meer dan vier zitplaatsen als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen beschikt.
### Artikel 2.1.10d
Indien de aanvraag uitsluitend de subsidiabele activiteiten betreft, bedoeld in artikel 2.1.3, derde lid, verstrekt de aanvrager in aanvulling op de gegevens, bedoeld in de artikelen 2.1.10b en 2.1.10c de volgende gegevens en bescheiden:
a. een onderbouwing waaruit aan de hand van de uitgangspunten zoals opgenomen in bijlage 3 blijkt dat de exploitant van het waterstoftankstation de basisafname behaalt, of na het uitvoeren van het project behaalt, waarbij minimaal de helft van deze afname bestaat uit afname door emissievrije zware waterstofvoertuigen;
b. de voor de subsidiabele activiteit benodigde omgevingsvergunning waaruit in elk geval blijkt dat het waterstoftankstation:
i. een minimale dagcapaciteit heeft van 1.000 kilogram, en voorzien is van ten minste twee onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten;
ii. toegankelijk is voor zwaar wegvervoer;
c. indien het waterstoftankstation openbaar toegankelijk is, toont de aanvrager aan dat het waterstoftankstation:
i. in elk geval beschikt over een tankpunt van 350 bar en een tankpunt van 700 bar;
ii. beschikt over mogelijkheden waardoor de eindgebruiker elektronisch kan betalen via terminals en apparatuur voor betaaldiensten, waaronder ten minste een van de volgende:
1° betaalkaartlezers;
2° apparatuur voor contactloos betalen die ten minste in staat is betaalkaarten te lezen;
iii. voorzien is van prijsinformatie die beschikbaar is vóór het begin van een tankbeurt waarbij de in rekening gebrachte prijs redelijk, gemakkelijk en duidelijk vergelijkbaar, transparant en niet-discriminerend is.
### Artikel 2.1.11
**1.** In aanvulling op artikel 1.3 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie indien de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde in deze paragraaf.
**2.** In aanvulling op het eerste lid beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel b, indien ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig reeds is tenaamgesteld.
**2.** In aanvulling op het eerste lid beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste of tweede lid, voor zover het betreft de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen of nieuwe emissievrije logistieke waterstofwerktuigen, indien ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig reeds is tenaamgesteld of het waterstofwerktuig reeds is aangeschaft.
**3.** In aanvulling op het eerste lid beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel c, indien uit de aanvraag blijkt dat het voertuig na de retrofitting niet kwalificeert als emissievrij licht of zwaar waterstofvoertuig.
**3.** In aanvulling op het eerste lid beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste of tweede lid, voor zover het betreft retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen of werktuigen, indien uit de aanvraag blijkt dat het voertuig na de retrofitting niet kwalificeert als emissievrij licht of zwaar waterstofvoertuig.
### Artikel 2.1.12
@ -305,14 +361,13 @@ b. het voertuig over meer dan vier zitplaatsen als bedoeld in artikel 1.1 van de
**2.**
In aanvulling op het eerste lid is de exploitant van het waterstoftankstation bij de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel a, verplicht een van de volgende soorten waterstof te leveren:
In aanvulling op het eerste lid is de exploitant van het waterstoftankstation bij de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, verplicht een van de volgende soorten waterstof te leveren:
a. blauwe waterstof, te weten waterstof geproduceerd uit fossiele brandstoffen, waarbij gebruikt wordt gemaakt van CO_2-afvang en opslag;
b. waterstof als bijproduct uit chlor-alkali-proces op basis van gecertificeerde hernieuwbare elektriciteit;
c. waterstof verkregen uit steam methane reforming op basis van gecertificeerd groen gas; of
d. hernieuwbare waterstof.
a. waterstof als bijproduct uit chlor-alkali-proces op basis van gecertificeerde hernieuwbare elektriciteit;
b. waterstof verkregen uit steam methane reforming op basis van gecertificeerd groen gas; of
c. hernieuwbare waterstof.
**3.** In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger bij de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel b, verplicht er zorg voor te dragen dat het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig gedurende 48 maanden vanaf de datum van de eerste inschrijving en tenaamstelling, of registratie van het verstrekkingsvoorbehoud bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement, ononderbroken op zijn naam is gesteld of een verstrekkingsvoorbehoud op zijn naam is geregistreerd in het kentekenregister.
**3.** In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger bij de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen betreft, verplicht er zorg voor te dragen dat het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig gedurende 48 maanden vanaf de datum van de eerste inschrijving en tenaamstelling, of registratie van het verstrekkingsvoorbehoud bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement, ononderbroken op zijn naam is gesteld of een verstrekkingsvoorbehoud op zijn naam is geregistreerd in het kentekenregister.
**4.** De verplichting bedoeld in het derde lid geldt niet indien de subsidieontvanger het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig vervangt door een ander nieuw emissievrij waterstofvoertuig dat ook in aanmerking zou zijn gekomen voor subsidie op grond van deze paragraaf en dit andere voertuig gedurende de nog resterende termijn van de periode, genoemd in het tweede lid, op zijn naam is gesteld of middels een verstrekkingsvoorbehoud op zijn naam is geregistreerd.
@ -320,30 +375,38 @@ d. hernieuwbare waterstof.
**6.** Indien het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig wordt vervangen door een ander nieuw emissievrij waterstofvoertuig als bedoeld in het vierde lid, is de subsidieontvanger verplicht om gedurende de in dat lid bedoelde resterende termijn te beschikken over het vervangende nieuwe emissievrije waterstofvoertuig.
**7.** In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger bij de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel c, verplicht gedurende 48 maanden na het sluiten van de overeenkomst op basis waarvan de retrofitting heeft plaatsgevonden het emissievrije waterstofvoertuig, zonder overdracht aan derden, in eigendom te hebben.
**7.** In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger bij de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, verplicht gedurende 48 maanden na het sluiten van de overeenkomst op basis waarvan de retrofitting heeft plaatsgevonden het emissievrije waterstofvoertuig, zonder overdracht aan derden, in eigendom te hebben.
**8.** De Minister kan in de beschikking tot subsidieverlening nadere verplichtingen opleggen.
**8.** In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger bij de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, tweede en derde lid, verplicht er zorg voor te dragen het emissievrije logistieke waterstofwerktuig gedurende 48 maanden na het sluiten van de overeenkomst op basis waarvan de aanschaf of retrofitting heeft plaatsgevonden, zonder overdracht aan derden, in eigendom te hebben.
**9.** De Minister kan op verzoek van de subsidieontvanger uitstel verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien de subsidieontvanger kan aantonen dat de benodigde tijd voor de realisatie van het project langer is dan 36 maanden.
**10.** Het project eindigt na het verlenen van uitstel als bedoeld in het negende lid uiterlijk 48 maanden na de subsidieverlening.
**11.** De Minister kan in de beschikking tot subsidieverlening nadere verplichtingen opleggen.
### Artikel 2.1.13
Met de beschikking tot subsidieverlening wordt 50% van het verleende subsidiebedrag als voorschot verstrekt.
**1.** Met de beschikking tot subsidieverlening wordt 50% van het verleende subsidiebedrag als voorschot verstrekt.
**2.** Als minimaal 75% van de zware waterstofvoertuigen van categorie M3, N2 of N3 is aangeschaft, kan op verzoek van de aanvrager een aanvullend voorschot van 25% van het verleende subsidiebedrag worden verstrekt.
**3.** Het aanvullend voorschot, bedoeld in het tweede lid, wordt verstrekt na het overleggen van de kentekens van de reeds aangeschafte zware waterstofvoertuigen.
### Artikel 2.1.14
**1.** Een aanvrager kan bij de Minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie indienen door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat beschikbaar is via de website van RVO.
**2.** De aanvrager kan bij RVO een eenmalig verzoek doen tot uitstel van maximaal 12 maanden van de indiening van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, indien hij kan aantonen dat de realisatie van het waterstoftankstation of de levertijd van nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen langer is dan de periode, genoemd in artikel 2.1.12, eerste lid.
**2.**
**3.**
In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel a, in elk geval de volgende gegevens:
In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation dat geschikt is of wordt voor zwaar wegvervoer, in elk geval de volgende gegevens:
a. indien het waterstoftankstation reeds operationeel is, de afschriften van de leveringscontracten voor waterstof als bedoeld in 2.1.12, tweede lid, over de laatste 12 maanden van de projectperiode;
b. een afschrift van het actuele leveringscontract voor waterstof als bedoeld in 2.1.12, tweede lid.
**4.**
**3.**
In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel b, in elk geval de volgende gegevens:
In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste, tweede of derde lid, voor zover het betreft de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen, in elk geval de volgende gegevens:
a. de overeenkomst op basis waarvan het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig is aangeschaft;
b. een document waaruit blijkt dat het nieuwe emissievrij waterstofvoertuig:
@ -352,13 +415,19 @@ i. op naam van de subsidieontvanger is gesteld; of
ii. op naam van de subsidieontvanger met een verstrekkingsvoorbehoud is geregistreerd in het kentekenregister;
c. het kenteken van het nieuwe emissievrije waterstofvoertuig dat is vermeld in de overeenkomst.
**5.**
**4.**
In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel c, in elk geval de volgende gegevens:
In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, in elk geval de volgende gegevens:
a. de overeenkomst op basis waarvan de retrofitting heeft plaatsgevonden;
b. het kenteken van het betrokken waterstofvoertuig.
**5.** In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, voor zover het betreft de aanschaf van een nieuw emissievrij logistiek waterstofwerktuig, in elk geval een afschrift van de overeenkomst op basis waarvan de aanschaf daarvan heeft plaatsgevonden.
**6.** In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, voor zover het betreft retrofitting van een werktuig in elk geval een afschrift van de overeenkomst op basis waarvan retrofitting heeft plaatsgevonden.
**7.** In afwijking van artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie geen controleverklaring.
### Artikel 2.1.15
**1.** Indien niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 2.1.12, derde of zevende lid, kan de Minister de vaststelling van de subsidie wijzigen en het onverschuldigd betaalde deel van de subsidie terugvorderen.
@ -1028,12 +1097,10 @@ Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mob
## Bijlage 1. bij
## Bijlage 2. bij
## Bijlage 2. bij artikel
**Punten ten behoeve van de criteria genoemd in het eerste lid:**
**Punten ten behoeve van het criterium genoemd in het tweede lid:**
## Bijlage 3. bij
## Bijlage 4. bij