2016-08-01 | BWBR0018906 | Wet toelating zorginstellingen
This commit is contained in:
parent
b4cf345440
commit
4ff9735088
1 changed files with 77 additions and 137 deletions
|
|
@ -19,8 +19,8 @@ citeertitel: Wet toelating zorginstellingen
|
|||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
|
||||
b. College bouw: het College bouw zorginstellingen, genoemd in artikel 19;
|
||||
c. College sanering: het College sanering zorginstellingen, genoemd in artikel 32;
|
||||
b. vervallen;
|
||||
c. College sanering: het College sanering zorginstellingen, genoemd in artikel 19;
|
||||
d. Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;
|
||||
e. Fonds langdurige zorg: het Fonds langdurige zorg, genoemd in artikel 89 van de Wet financiering sociale verzekeringen;
|
||||
f. instelling: een organisatorisch verband dat een toelating heeft als bedoeld in artikel 5, eerste lid;
|
||||
|
|
@ -44,13 +44,13 @@ g. exploitatie van een instelling: het in bedrijf hebben van een instelling.
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister maakt, gelet op de ontwikkelingen in de gezondheidszorg, ten minste eenmaal in de vier jaar zijn visie op een kwalitatief goed, doelmatig, evenwichtig en voor eenieder toegankelijk stelsel van gezondheidszorg bekend. In deze visie is tevens opgenomen hoe de bereikbaarheid van de acute zorg, daaronder begrepen de daaraan verbonden basiszorg, en van andere vormen van zorg ten aanzien waarvan aan de bereikbaarheid een bijzonder belang wordt gehecht, is gewaarborgd. Deze visie bevat tevens het financieel kader dat beschikbaar is voor de kosten voortvloeiend uit toelatingen die Onze Minister verleent met toepassing van artikel 7.
|
||||
**1.** Onze Minister maakt, gelet op de ontwikkelingen in de gezondheidszorg, ten minste eenmaal in de vier jaar zijn visie op een kwalitatief goed, doelmatig, evenwichtig en voor eenieder toegankelijk stelsel van gezondheidszorg bekend. In deze visie is tevens opgenomen hoe de bereikbaarheid van de acute zorg, daaronder begrepen de daaraan verbonden basiszorg, en van andere vormen van zorg ten aanzien waarvan aan de bereikbaarheid een bijzonder belang wordt gehecht, is gewaarborgd.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister zendt een afschrift van zijn visie aan beide kamers der Staten-Generaal en aan het College bouw.
|
||||
**2.** Onze Minister zendt een afschrift van zijn visie aan beide kamers der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt, gezien zijn visie, bedoeld in artikel 3, beleidsregels vast omtrent de beoordeling van aanvragen om toelating als bedoeld in artikel 5, eerste lid. Deze beleidsregels bevatten in ieder geval criteria omtrent de spreiding van de in artikel 3 bedoelde vormen van zorg ten aanzien waarvan aan de bereikbaarheid een bijzonder belang wordt gehecht. In de beleidsregels stelt Onze Minister voorts criteria vast voor het bepalen van de prioriteit van aanvragen om een toelating waarop Onze Minister beslist met toepassing van artikel 7; deze criteria hebben in ieder geval betrekking op de bouwkundige en functionele staat van de instellingen.
|
||||
Onze Minister stelt, gezien zijn visie, bedoeld in artikel 3, beleidsregels vast omtrent de beoordeling van aanvragen om toelating als bedoeld in artikel 5, eerste lid. Deze beleidsregels bevatten in ieder geval criteria omtrent de spreiding van de in artikel 3 bedoelde vormen van zorg ten aanzien waarvan aan de bereikbaarheid een bijzonder belang wordt gehecht.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Toelating en bouwprocedure
|
||||
|
||||
|
|
@ -65,76 +65,44 @@ Onze Minister stelt, gezien zijn visie, bedoeld in artikel 3, beleidsregels vast
|
|||
Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop een aanvraag om een toelating bij Onze Minister wordt ingediend;
|
||||
b. welke gegevens bij de aanvraag worden overgelegd;
|
||||
c. met betrekking tot aanvragen waarop Onze Minister beslist met toepassing van artikel 7: de termijn na de aanvang van een periode van telkens twee jaar, waarbinnen aanvragen in behandeling worden genomen met het oog op het toepassen van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4. De eerste periode van twee jaar vangt aan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet dan wel, indien dat tijdstip niet 1 januari van enig jaar is, op 1 januari van het jaar, volgend op dat waarin deze wet in werking treedt.
|
||||
b. welke gegevens bij de aanvraag worden overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Indien een organisatorisch verband, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, een toelating vraagt voor het verlenen van zorg ten behoeve waarvan een bij die maatregel aangewezen vorm van bouw plaatsvindt, beslist Onze Minister vóór het eind van de tweejaarlijkse periode, bedoeld in artikel 6, onder c, waarin de aanvraag in behandeling is genomen. Onze Minister stelt de zorgverzekeraars in de zin van artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet gezamenlijk in de gelegenheid hun zienswijze kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister wint over een aanvraag om een toelating als bedoeld in het eerste lid het advies in van het College bouw. Het College bouw beziet de aanvraag onder meer in het licht van de eisen, bedoeld in artikel 10.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onze Minister verleent een toelating indien:
|
||||
|
||||
a. de exploitatie past in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4;
|
||||
b. na toepassing van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4, het verlenen van een toelating niet zou leiden tot overschrijding van het financieel kader dat blijkens artikel 3, eerste lid, daarvoor beschikbaar is; en
|
||||
c. het organisatorisch verband voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen omtrent de bestuursstructuur, alsmede omtrent waarborgen voor een ordelijke en controleerbare bedrijfsvoering.
|
||||
|
||||
**4.** Van de verleende toelatingen doet Onze Minister mededeling in de Staatscourant.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Indien het verlenen van een toelating niet mogelijk is op grond van artikel 7, derde lid, onderdeel b, houdt Onze Minister op verzoek van de aanvrager van de toelating de beslissing op diens aanvraag aan tot de eerstvolgende keer dat op grond van artikel 7 over aanvragen moet worden beslist.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister verleent een toelating waarop hij niet beslist met toepassing van artikel 7, indien:
|
||||
Onze Minister verleent een toelating, indien:
|
||||
|
||||
a. de exploitatie past in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4;
|
||||
b. het organisatorisch verband voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen omtrent de bestuursstructuur, alsmede omtrent waarborgen voor een ordelijke en controleerbare bedrijfsvoering.
|
||||
|
||||
**2.** Van de verleende toelatingen doet Onze Minister mededeling in de Staatscourant en aan de beheerder van het register van zorgaanbieders, bedoeld in artikel 14 van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg alsmede, indien de toelating een instelling met artsen of psychotherapeuten betreft, de beheerder van de autorisatielijst van jeugdzorgaanbieders, bedoeld in artikel 2y van de Wet op de jeugdzorg.
|
||||
**2.** Van de verleende toelatingen doet Onze Minister mededeling in de Staatscourant en aan de beheerder van het register van zorgaanbieders, bedoeld in artikel 14 van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg alsmede, indien de toelating een instelling met artsen of psychotherapeuten betreft, de beheerder van de autorisatielijst van jeugdhulpaanbieders, bedoeld in artikel 7.2.7 van de Jeugdwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Het College bouw stelt op verzoek van Onze Minister prestatie-eisen vast die bij bouw in acht moeten worden genomen. De eisen behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister weigert goedkeuring indien de prestatie-eisen niet passen in een doelmatig, voor eenieder toegankelijk en evenwichtig stelsel van gezondheidszorg.
|
||||
|
||||
**3.** Het besluit omtrent goedkeuring wordt binnen acht weken na verzending bekendgemaakt. Het nemen van een besluit omtrent goedkeuring kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.
|
||||
|
||||
**4.** Indien binnen de in het derde lid genoemde termijn geen besluit tot goedkeuring of verdaging, dan wel binnen de termijn waarvoor het besluit is verdaagd, geen besluit omtrent goedkeuring is genomen, wordt een besluit tot goedkeuring geacht te zijn genomen.
|
||||
|
||||
**5.** De prestatie-eisen liggen voor een ieder bij het College bouw ter inzage. Het College bouw doet van de goedkeuring en de terinzagelegging mededeling in de Staatscourant en in één of meer dag- of nieuwsbladen die landelijk worden verspreid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Voor bouw waarvoor Onze Minister met toepassing van artikel 7 toelating heeft verleend, is een vergunning vereist van het College bouw.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het College bouw verleent de vergunning voor zover de beoogde bouw:
|
||||
|
||||
a. overeenkomt met hetgeen waarvoor de toelating, bedoeld in artikel 7, is verleend; en
|
||||
b. voldoet aan de prestatie-eisen.
|
||||
|
||||
**3.** Het College bouw bepaalt welke gegevens ten behoeve van zijn beslissing moeten worden ingediend.
|
||||
|
||||
**4.** Het College bouw kan aan de vergunning voorschriften verbinden met het oog op een goed verloop van de bouw.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
In de beslissing tot toelating met toepassing van artikel 7 of in de vergunning op grond van artikel 11 kan Onze Minister onderscheidenlijk het College bouw opnemen dat voor de eindverantwoording van bouw goedkeuring is vereist van het College bouw. Het College bouw toetst daarbij aan hetgeen waarvoor het vergunning heeft verleend dan wel, indien een vergunning niet was vereist, aan hetgeen waarvoor Onze Minister een toelating heeft verleend. Het College bouw zendt afschrift van zijn beschikkingen aan Onze Minister en van zijn beschikkingen die betrekking hebben op academische ziekenhuizen als bedoeld in artikel 1.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, een afschrift aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Exploitatie
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Een instelling voldoet, voorzover van toepassing, aan de eisen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, en in artikel 7, derde lid, onder c, onderscheidenlijk artikel 9, eerste lid, onder b. Onze Minister kan aan een toelating andere voorschriften verbinden. De voorschriften kunnen worden gewijzigd of ingetrokken en nieuwe voorschriften kunnen worden gesteld.
|
||||
**1.** Een instelling voldoet, voorzover van toepassing, aan de eisen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, en artikel 9, eerste lid, onder b. Onze Minister kan aan een toelating andere voorschriften verbinden. De voorschriften kunnen worden gewijzigd of ingetrokken en nieuwe voorschriften kunnen worden gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan de toelating intrekken indien niet wordt voldaan aan de voorschriften, gesteld bij of krachtens het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -151,7 +119,7 @@ d. een toelating intrekken.
|
|||
|
||||
**2.** Alvorens over te gaan tot een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder b of d, stelt Onze Minister de zorgverzekeraars in de zin van artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet, waarmee de instelling een overeenkomst heeft gesloten, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de instelling zich bevindt, en het bestuur en medewerkers van de betrokken instelling de gelegenheid om binnen een door Onze Minister te bepalen termijn hun opmerkingen omtrent dit voornemen aan hem kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister doet van een beslissing tot beperking of intrekking van een toelating op grond van het eerste lid, onder b of d, mededeling in de Staatscourant en zendt een afschrift van deze beschikking aan het College sanering en aan de beheerder van het register van zorgaanbieders, bedoeld in artikel 14 van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg alsmede, indien het een beslissing tot beperking of intrekking van een toelating van een instelling met artsen of psychotherapeuten betreft, de beheerder van de autorisatielijst van jeugdzorgaanbieders, bedoeld in artikel 2y van de Wet op de jeugdzorg.
|
||||
**3.** Onze Minister doet van een beslissing tot beperking of intrekking van een toelating op grond van het eerste lid, onder b of d, mededeling in de Staatscourant en zendt een afschrift van deze beschikking aan het College sanering en aan de beheerder van het register van zorgaanbieders, bedoeld in artikel 14 van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg alsmede, indien het een beslissing tot beperking of intrekking van een toelating van een instelling met artsen of psychotherapeuten betreft, de beheerder van de autorisatielijst van jeugdhulpaanbieders, bedoeld in artikel 7.2.7 van de Jeugdwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -210,94 +178,92 @@ g. de betaling en terugvordering van de subsidie en het verlenen van voorschotte
|
|||
|
||||
**3.** Een rechtshandeling die is verricht in strijd met dit artikel, is vernietigbaar. De vernietigbaarheid kan worden ingeroepen door het College sanering.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Zelfstandige bestuursorganen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. College bouw zorginstellingen
|
||||
## Hoofdstuk VI. College sanering
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** Er is een College bouw zorginstellingen, dat rechtspersoonlijkheid bezit. Het College bouw is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats.
|
||||
**1.** Er is een College sanering zorginstellingen, dat rechtspersoonlijkheid bezit. Het College sanering is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats.
|
||||
|
||||
**2.** Het College bouw is belast met de taken die hem bij of krachtens de wet zijn opgedragen.
|
||||
**2.** Het College sanering is belast met de taken die hem bij of krachtens de wet zijn opgedragen.
|
||||
|
||||
**3.** Het College bouw wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter.
|
||||
**3.** Het College sanering wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Het College bouw bestaat uit ten hoogste drie leden, onder wie de voorzitter.
|
||||
**1.** Het College sanering bestaat uit ten hoogste drie leden, onder wie de voorzitter.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de overige leden. Benoeming vindt op persoonlijke titel plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van het College bouw alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. Van een besluit tot benoeming, schorsing of ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
|
||||
**2.** Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de overige leden. Benoeming vindt op persoonlijke titel plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van het College sanering alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. Van een besluit tot benoeming, schorsing of ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen functies of werkzaamheden worden aangewezen, die niet verenigbaar zijn met het lidmaatschap van het College bouw.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen functies of werkzaamheden worden aangewezen, die niet verenigbaar zijn met het lidmaatschap van het College sanering.
|
||||
|
||||
**4.** De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
|
||||
|
||||
**5.** Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door Onze Minister.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister stelt de bezoldiging en de regels ten aanzien van de rechtspositie van de leden van het College bouw vast.
|
||||
**6.** Onze Minister stelt de bezoldiging en de regels ten aanzien van de rechtspositie van de leden van het College sanering vast.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Het College bouw stelt een bestuursreglement vast.
|
||||
**1.** Het College sanering stelt een bestuursreglement vast.
|
||||
|
||||
**2.** Vergaderingen van het College bouw zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald.
|
||||
**2.** Vergaderingen van het College sanering zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald.
|
||||
|
||||
**3.** In het bestuursreglement legt het College bouw in ieder geval vast hoe hij voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
**3.** In het bestuursreglement legt het College sanering in ieder geval vast hoe hij voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuursreglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden indien het doelmatig en doeltreffend functioneren van het College bouw onvoldoende wordt gewaarborgd.
|
||||
**4.** Het bestuursreglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden indien het doelmatig en doeltreffend functioneren van het College sanering onvoldoende wordt gewaarborgd.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** Het College bouw benoemt, schorst en ontslaat het personeel.
|
||||
**1.** Het College sanering benoemt, schorst en ontslaat het personeel.
|
||||
|
||||
**2.** Op de rechtspositie van het personeel van het College bouw zijn de regels die gelden voor ambtenaren die zijn aangesteld bij ministeries van toepassing, met dien verstande dat waar in deze regels een bevoegdheid is toegekend aan een andere minister dan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, deze bevoegdheid wordt uitgeoefend door het College bouw.
|
||||
**2.** Op de rechtspositie van het personeel van het College sanering zijn de regels die gelden voor ambtenaren die zijn aangesteld bij ministeries van toepassing, met dien verstande dat waar in deze regels een bevoegdheid is toegekend aan een andere minister dan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, deze bevoegdheid wordt uitgeoefend door het College sanering.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden afgeweken van de in het tweede lid bedoelde regels.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Het College bouw zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een jaarplan voor het volgende kalenderjaar.
|
||||
**1.** Het College sanering zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een jaarplan voor het volgende kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het jaarplan omvat:
|
||||
|
||||
a. een werkprogramma met een beschrijving van de activiteiten die het College bouw voornemens is ter uitvoering van zijn taken te verrichten,
|
||||
a. een werkprogramma met een beschrijving van de activiteiten die het College sanering voornemens is ter uitvoering van zijn taken te verrichten,
|
||||
b. een begroting van de beheerskosten voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten, en
|
||||
c. een meerjarenraming voor de vier kalenderjaren volgend op het begrotingsjaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 december het budget voor de beheerskosten van het College bouw voor het volgende kalenderjaar vast.
|
||||
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 december het budget voor de beheerskosten van het College sanering voor het volgende kalenderjaar vast.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan besluiten het budget voor de beheerskosten van het College bouw te wijzigen.
|
||||
**2.** Onze Minister kan besluiten het budget voor de beheerskosten van het College sanering te wijzigen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten, doet het College bouw daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
|
||||
**3.** Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten, doet het College sanering daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
|
||||
|
||||
**4.** Het College bouw gaat met betrekking tot de beheerskosten geen verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot overschrijding van het vastgestelde budget voor de beheerskosten.
|
||||
**4.** Het College sanering gaat met betrekking tot de beheerskosten geen verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot overschrijding van het vastgestelde budget voor de beheerskosten.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het budget voor de beheerskosten niet is vastgesteld voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, is het College bouw bevoegd, teneinde zijn activiteiten gaande te houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld.
|
||||
**5.** Indien het budget voor de beheerskosten niet is vastgesteld voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, is het College sanering bevoegd, teneinde zijn activiteiten gaande te houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister kan besluiten dat het College bouw in een geval als bedoeld in het vijfde lid, kan beschikken over meer dan een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld.
|
||||
**6.** Onze Minister kan besluiten dat het College sanering in een geval als bedoeld in het vijfde lid, kan beschikken over meer dan een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**7.** Het door Onze Minister vastgestelde budget voor de beheerskosten van het College bouw wordt gedekt uit 's Rijks kas.
|
||||
**7.** Het door Onze Minister vastgestelde budget voor de beheerskosten van het College sanering wordt gedekt uit 's Rijks kas.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** Het College bouw zendt jaarlijks voor 15 maart aan Onze Minister een jaarverantwoording over het afgelopen kalenderjaar, alsmede het verslag van bevindingen, bedoeld in het zesde lid.
|
||||
**1.** Het College sanering zendt jaarlijks voor 15 maart aan Onze Minister een jaarverantwoording over het afgelopen kalenderjaar, alsmede het verslag van bevindingen, bedoeld in het zesde lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De jaarverantwoording omvat:
|
||||
|
||||
a. een jaarrekening, en
|
||||
b. een jaarverslag omtrent het door het College bouw gevoerde beleid, de doeltreffendheid van dat beleid, de bedrijfsvoering en de uitvoering van het werkprogramma in het afgelopen kalenderjaar.
|
||||
b. een jaarverslag omtrent het door het College sanering gevoerde beleid, de doeltreffendheid van dat beleid, de bedrijfsvoering en de uitvoering van het werkprogramma in het afgelopen kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**3.** Het College bouw legt in zijn jaarrekening, die zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt ingericht, rekening en verantwoording af over zijn beheerskosten en over de rechtmatigheid en doelmatigheid van het beheer in het afgelopen kalenderjaar.
|
||||
**3.** Het College sanering legt in zijn jaarrekening, die zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt ingericht, rekening en verantwoording af over zijn beheerskosten en over de rechtmatigheid en doelmatigheid van het beheer in het afgelopen kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**4.** De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die bereid is Onze Minister desgevraagd inzicht te geven in zijn controlewerkzaamheden.
|
||||
|
||||
**5.** De verklaring heeft mede betrekking op de rechtmatige verkrijging en besteding van de middelen door het College bouw.
|
||||
**5.** De verklaring heeft mede betrekking op de rechtmatige verkrijging en besteding van de middelen door het College sanering.
|
||||
|
||||
**6.** De accountant voegt bij de verklaring een verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie voldoen aan eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid, controleerbaarheid en doelmatigheid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -324,9 +290,9 @@ c. de verklaring, bedoeld in artikel 25, vierde lid, en het verslag van bevindin
|
|||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Na de goedkeuring, bedoeld in artikel 26, eerste lid, stelt het College bouw het jaarplan en de jaarverantwoording algemeen verkrijgbaar.
|
||||
**1.** Na de goedkeuring, bedoeld in artikel 26, eerste lid, stelt het College sanering het jaarplan en de jaarverantwoording algemeen verkrijgbaar.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister brengt zijn oordeel over het functioneren van het College bouw ter kennis van beide Kamers der Staten-Generaal.
|
||||
**2.** Onze Minister brengt zijn oordeel over het functioneren van het College sanering ter kennis van beide Kamers der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
|
|
@ -334,46 +300,29 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de werkwijze en de uitoefening van de taken van het College bouw.
|
||||
Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de werkwijze en de uitoefening van de taken van het College sanering.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** Een besluit van het College bouw kan bij koninklijk besluit worden vernietigd.
|
||||
**1.** Een besluit van het College sanering kan bij koninklijk besluit worden vernietigd.
|
||||
|
||||
**2.** Van een besluit tot vernietiging wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het College bouw:
|
||||
|
||||
a. rapporteert desgevraagd aan Onze Minister omtrent de uitvoerbaarheid en doelmatigheid van voorgenomen beleid met betrekking tot instellingen;
|
||||
b. geeft aan Onze Minister inlichtingen met betrekking tot de bouwkundige en functionele staat van de instellingen;
|
||||
c. geeft aan Onze Minister desgevraagd advies over beslissingen op aanvragen om toelating als bedoeld in artikel 7;
|
||||
d. geeft voorlichting omtrent het beleid op het terrein van de bouw van instellingen.
|
||||
|
||||
**2.** Het College bouw signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister feitelijke ontwikkelingen op het terrein van de infrastructuur van de gezondheidszorg.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. College sanering zorginstellingen
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** Er is een College sanering zorginstellingen, dat rechtspersoonlijkheid bezit. Het College sanering is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats.
|
||||
|
||||
**2.** Het College sanering is belast met de taken die hem bij of krachtens de wet zijn opgedragen.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 19, derde lid, en 20 tot en met 30 zijn ten aanzien van het College sanering van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Inlichtingen
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Het College bouw en het College sanering verstrekken desgevraagd aan elkaar, aan de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg, de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. De genoemde colleges kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de invulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
|
||||
Het College sanering verstrekt desgevraagd aan de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg, de voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen. De Nederlandse Zorgautoriteit kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de invulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
Het College bouw en het College sanering verstrekken desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen en gegevens. Zij verlenen aan door Onze Minister aangewezen personen toegang tot en inzage in alle gegevens die Onze Minister nodig acht voor de uitoefening van zijn taak.
|
||||
Het College sanering verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen en gegevens. Het College sanering verleent aan door Onze Minister aangewezen personen toegang tot en inzage in alle gegevens die Onze Minister nodig acht voor de uitoefening van zijn taak.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VII. Toezicht
|
||||
|
||||
|
|
@ -389,7 +338,7 @@ De in artikel 35 bedoelde personen beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd
|
|||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van artikel 5, eerste lid, van de bij of krachtens artikel 13 aan een toelating verbonden voorschriften, alsmede van de artikelen 15 en 16. Het College bouw is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 11 en 12. Het College sanering is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, eerste en achtste lid, en 18, eerste en tweede lid.
|
||||
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van artikel 5, eerste lid, van de bij of krachtens artikel 13 aan een toelating verbonden voorschriften, alsmede van de artikelen 15 en 16. Het College sanering is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, eerste en achtste lid, en 18, eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Rechtsbescherming
|
||||
|
||||
|
|
@ -401,80 +350,71 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
Wijzigt de Ziekenfondswet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
**1.** Een toelating, verleend krachtens artikel 8a van de Ziekenfondswet of artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zoals die artikelen luidden tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, wordt gelijkgesteld met een toelating als bedoeld in artikel 5, eerste lid, voor zover het betreft instellingen die op het grondgebied van het Europese deel van Nederland werkzaam zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag om een toelating, waarop op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet is beslist, wordt gelijkgesteld met een aanvraag om een toelating als bedoeld in artikel 5, eerste lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
De Wet ziekenhuisvoorzieningen wordt ingetrokken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Een vergunning, verleend op grond van artikel 6 van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet luidde tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, wordt gelijkgesteld met een toelating als bedoeld in artikel 5. De aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen gelden als voorschriften en beperkingen op grond van de artikelen 13 onderscheidenlijk 14.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
Het voorschrift, opgenomen in artikel 13, eerste lid, eerste volzin, geldt ten aanzien van instellingen die worden geëxploiteerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel, eerst een jaar na dat tijdstip.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
**1.** Bouw waarvoor vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een verklaring is afgegeven als bedoeld in artikel 7 van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet luidde tot bedoeld tijdstip, bij welke verklaring op grond van artikel 10, vijfde lid, van die wet is bepaald dat een aanvraag om goedkeuring van stukken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b of c, van die wet of om een vergunning als bedoeld in artikel 6 van die wet, binnen een daarbij aangegeven termijn niet in behandeling wordt genomen, welke termijn op bovenbedoeld tijdstip nog niet is verstreken, wordt gelijkgesteld met bouw waarvoor een aanvraag om een toelating als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze wet is ingediend. Het bepaalde krachtens artikel 7, derde lid, onder a, is op die aanvraag niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Een verklaring ter zake van bouw als bedoeld in artikel 7 van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet luidde tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, waarbij niet een bepaling is opgenomen als bedoeld in het eerste lid of waarbij de daarbedoelde termijn reeds is verstreken, en die nog niet is gevolgd door een vergunning als bedoeld in artikel 6 van die wet, wordt gelijkgesteld met een toelating als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze wet. De artikelen 11 en 12 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag om een verklaring, waarop op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet is beslist, wordt gelijkgesteld met een aanvraag om een toelating als bedoeld in artikel 5, eerste lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de regels, vastgesteld krachtens de artikelen 2a, zevende lid, 18b, vierde lid, 22 en 23 van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet tot die inwerkingtreding luidde, achtereenvolgens op de artikelen 20, zevende lid, 17, vierde lid, 16 en 15 van deze wet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
Afwikkeling van de maatregelen, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, zoals dat lid luidde tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, met inbegrip van daartegen ingesteld beroep, vindt plaats met inachtneming van de daarop betrekking hebbende bepalingen van die wet zoals die luidden tot bedoeld tijdstip.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
Het College bouw ziekenhuisvoorzieningen, bedoeld in artikel 2 van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet luidde tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, wordt als rechtspersoon gehandhaafd en is het College bouw zorginstellingen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
Het College sanering ziekenhuisvoorzieningen, bedoeld in artikel 2m van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet luidde tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, wordt als rechtspersoon gehandhaafd en is het College sanering zorginstellingen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
De Overgangswet verzorgingshuizen wordt ingetrokken, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. in wettelijke procedures en rechtsgedingen tegen besluiten die op grond van die wet zijn genomen, dan wel op tegen die besluiten in te stellen of ingestelde beroepen, zowel in eerste aanleg als in verdere instantie, de regels van toepassing blijven die golden voor 1 januari 2001;
|
||||
b. die wet van toepassing blijft op de financiële verantwoording, vaststelling en uitbetaling van op grond van die wet verleende subsidies en uitkeringen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet ambulancevervoer.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
De Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening wordt ingetrokken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 54
|
||||
|
||||
Wijzigt de Woningwet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
Wijzigt de Ambtenarenwet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
|
|
@ -482,35 +422,35 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet tarieven gezondheidszorg.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 58
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wijzigingswet Ziekenfondswet en de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen (invoeren van de aanspraak op medisch-specialistische zorg, verleend door of vanwege een ziekenhuis).
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
Wijzigt de Provinciewet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
Wijzigt de Wet op de economische delicten.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
De vaststelling van de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid, de visie en het daarin opgenomen financieel kader, bedoeld in artikel 3, eerste lid, het geven van beschikkingen door Onze Minister als bedoeld in de artikelen 7, 13 en 14, alsmede de goedkeuring van de prestatie-eisen, bedoeld in artikel 10, een en ander voor zover zij betrekking hebben op academische ziekenhuizen als bedoeld in artikel 1.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, vinden plaats in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
|
||||
De vaststelling van de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid, en de visie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en het geven van beschikkingen door Onze Minister als bedoeld in de artikelen 13 en 14, een en ander voor zover zij betrekking hebben op academische ziekenhuizen als bedoeld in artikel 1.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, vinden plaats in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, zo nodig in afwijking van deze wet, tijdelijke voorzieningen worden getroffen voor het geval het College bouw of het College sanering zijn uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt.
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, zo nodig in afwijking van deze wet, tijdelijke voorzieningen worden getroffen voor het geval het College sanering zijn uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt.
|
||||
|
||||
### Artikel 65
|
||||
|
||||
|
|
@ -520,7 +460,7 @@ Een krachtens deze wet vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de
|
|||
|
||||
**1.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van het College bouw en het College sanering.
|
||||
**2.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van het College sanering.
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue