2004-09-01 | BWBR0008365 | Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren
This commit is contained in:
parent
4aecc94781
commit
506202a8fe
1 changed files with 40 additions and 29 deletions
|
|
@ -272,7 +272,7 @@ De bepalingen die voor burgerlijke rijksambtenaren gelden ten aanzien van het ge
|
|||
De arbeidsduur bedraagt bij een volledige taak gemiddeld 36 uur per week. Op verzoek van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding kan de arbeidsduur in hele uren worden vastgesteld op meer dan gemiddeld 36 uur per week, waarbij een maximum geldt van gemiddeld 40 uur per week. Dit verzoek wordt toegewezen, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet. Een verzoek tot het vaststellen van de arbeidsduur op meer dan 36 uur per week wordt niet toegewezen aan:
|
||||
|
||||
a. de rechterlijk ambtenaar wiens gemiddelde werktijd op basis van artikel 38d van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren is teruggebracht;
|
||||
b. de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die op basis van artikel 37 betaald ouderschapsverlof geniet;
|
||||
b. de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die betaald ouderschapsverlof geniet;
|
||||
c. de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die op basis van artikel 39 buitengewoon verlof geniet;
|
||||
d. de rechterlijk ambtenaar aan wie op zijn verzoek gedeeltelijk ontslag is verleend met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 1.5 van het Pensioenreglement;
|
||||
e. de arbeidsgehandicapte in de zin van artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, waarbij een verminderde arbeidsprestatie is vastgesteld.
|
||||
|
|
@ -366,8 +366,9 @@ Bij indiensttreding of bij het einde van de aanstelling of aanwijzing in de loop
|
|||
Het eerste lid is niet van toepassing:
|
||||
|
||||
a. indien de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding als gevolg van ziekte zijn werkzaamheden niet of slechts gedeeltelijk verricht, en de verhindering tot het verrichten van werkzaamheden korter duurt dan 26 weken, waarbij de tijdvakken worden samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van 30 aaneengesloten kalenderdagen of minder opvolgen,
|
||||
b. in geval van genoten zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 36,
|
||||
c. in geval van genoten vakantie.
|
||||
b. in geval van genoten zwangerschaps- en bevallingsverlof,
|
||||
c. in geval van genoten vakantie,
|
||||
d. in geval van genoten adoptie- of pleegverlof.
|
||||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
|
|
@ -419,61 +420,71 @@ Niet opgenomen vakantie, waaronder eventueel van vorige jaren overgeboekte vakan
|
|||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
**1.** De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die uit hoofde van ziekte of ongeval verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, geniet verlof.
|
||||
**1.** De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die uit hoofde van ziekte of ongeval verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, geniet verlof. Hij behoudt gedurende dit verlof aanspraak op doorbetaling van zijn bezoldiging voor zover dit bij of krachtens de wet is bepaald.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het gerecht of het parket waarbij de rechterlijk ambtenaar werkzaam is dan wel waar de rechterlijk ambtenaar in opleiding de opleiding doorbrengt, op een daartoe aangewezen kerkelijke of nationale, landelijk, regionaal of plaatselijk erkende feest- of gedenkdag is gesloten, geniet hij verlof voor zover de taakvervulling zich daartegen naar het oordeel van de functionele autoriteit niet verzet.
|
||||
**2.** Indien het gerecht of het parket waarbij de rechterlijk ambtenaar werkzaam is dan wel waar de rechterlijk ambtenaar in opleiding de opleiding doorbrengt, op een daartoe aangewezen kerkelijke of nationale, landelijk, regionaal of plaatselijk erkende feest- of gedenkdag is gesloten, geniet hij verlof met behoud van bezoldiging voor zover de taakvervulling zich daartegen naar het oordeel van de functionele autoriteit niet verzet.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
In geval van zwaarwegende persoonlijke omstandigheden kan op verzoek van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding buitengewoon verlof van korte duur met behoud van bezoldiging worden verleend door de functionele autoriteit.
|
||||
**1.** Het calamiteiten- en ander kort verzuimverlof, bedoeld in artikel 4:1 van de Wet arbeid en zorg, wordt verleend voor een daarbij te bepalen periode.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepasselijkheid van de artikelen 4:3, eerste lid, en 4:4 van de Wet arbeid en zorg wordt onder «werkgever» verstaan: functionele autoriteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens in dringende gevallen moet het buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 34, tijdig worden aangevraagd.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 5:6 van de Wet arbeid en zorg behoudt de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding gedurende het kortdurend zorgverlof, bedoeld in artikel 5:1 van de Wet arbeid en zorg, aanspraak op doorbetaling van de volledige bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.** De verlening geschiedt voor een daarbij te bepalen periode. Aan de verlening kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 5:2 van de Wet arbeid en zorg bedraagt het verlof van een rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding per kalenderjaar ten hoogste twee maal de arbeidsduur per week.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding niet vooraf een aanvraag voor het buitengewoon verlof heeft ingediend maar ten genoege van de functionele autoriteit aantoont dat hij daartoe geen gelegenheid heeft gehad terwijl er voor zijn afwezigheid gegronde redenen bestonden, wordt deze afwezigheid beschouwd als buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging.
|
||||
**3.** Voor de toepasselijkheid van de artikelen 5:3 tot en met 5:5 van de Wet arbeid en zorg wordt onder «werkgever» verstaan: functionele autoriteit.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van artikel 5:4, tweede lid, van de Wet arbeid en zorg vangt het verlof niet aan en eindigt het zodra aan de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding kenbaar wordt gemaakt dat de taakvervulling zich tegen het opnemen van het verlof respectievelijk de voortzetting daarvan ernstig verzet.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van artikel 5:4, derde lid, van de Wet arbeid en zorg kan de functionele autoriteit die, nadat een melding hem bereikt heeft, niet aangeeft dat het belang van de taakvervulling zich ernstig verzet tegen het opnemen van het kortdurend zorgverlof, zich nadien niet op dat belang beroepen.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** De vrouwelijke rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding heeft in verband met haar bevalling aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof.
|
||||
**1.** De vrouwelijke rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding behoudt gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof, bedoeld in artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg, aanspraak op doorbetaling van de volledige bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.** Zij heeft recht op zwangerschapsverlof vanaf de dag waarop de bevalling blijkens een verklaring van een geneeskundige of van een verloskundige aangevende de vermoedelijke datum van de bevalling, binnen zes weken is te verwachten. Het verlof vangt uiterlijk aan vier weken voorafgaande aan deze datum.
|
||||
**2.** Indien de vrouwelijke rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding aan wie zwangerschaps- en bevallingsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin de financiële tegemoetkoming wordt genoten een inhouding toegepast op de doorbetaling van de bezoldiging ter grootte van die financiële tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
**3.** Zij heeft recht op bevallingsverlof van tien weken vanaf de dag volgend op die van de bevalling. Dit verlof wordt verlengd tot ten hoogste zestien weken, voor zover het zwangerschapsverlof voorafgaand aan de dag na de vermoedelijke datum van bevalling, om andere redenen dan wegens ziekte minder dan zes weken heeft bedragen.
|
||||
**3.** Indien de vrouwelijke rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid voldoet, maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat zij daarvoor geen aanvraag heeft ingediend, wordt de financiële tegemoetkoming geacht onverminderd te zijn genoten en wordt het tweede lid overeenkomstig toegepast.
|
||||
|
||||
**4.** Het verlof, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt voor de toepassing van de voor de rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding geldende voorschriften met betrekking tot bedrijfsgeneeskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte gelijkgesteld met verhindering wegens ziekte.
|
||||
**4.** Voor de toepasselijkheid van artikel 3:3, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt onder «werkgever» verstaan: functionele autoriteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die als ouder in familierechtelijke betrekking staat tot een kind, onderscheidenlijk de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministratie op hetzelfde adres woont als een kind en duurzaam de verzorging en opvoeding van dat kind als eigen kind op zich heeft genomen, heeft aanspraak op verlof. Indien de ter zake van de aanspraak op verlof in de eerste volzin gestelde voorwaarden ten aanzien van meer kinderen van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding met ingang van hetzelfde tijdstip worden vervuld, bestaat de aanspraak slechts ten aanzien van één van die kinderen. Geen aanspraak op verlof bestaat over de periode gelegen na de datum waarop het kind de leeftijd van acht jaren heeft bereikt.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 6:1, eerste en tweede lid, van de Wet arbeid en zorg behoudt de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding over de uren waarop hem ouderschapsverlof wordt verleend 75 procent van zijn bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.** Het verlof wordt uitsluitend verleend aan de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding wiens dienstbetrekking ten minste een jaar heeft geduurd.
|
||||
**2.** Voor de toepasselijkheid van artikel 6:2, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt onder «arbeidsduur per week» verstaan: arbeidsduur per week, uitgaande van de arbeidsduur op het tijdstip waarop het verlof ingaat.
|
||||
|
||||
**3.** Het aantal uren verlof waarop de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding ten hoogste aanspraak heeft, bedraagt een kwart van het aantal door hem te werken uren in het kalenderjaar waarin het verlof aanvangt, uitgaande van zijn arbeidsduur op het tijdstip waarop het verlof aanvangt. Indien de arbeidsduur van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding gedurende het verlof wijzigt, wordt de aanspraak op verlof opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de mate waarin de arbeidsduur is gewijzigd en de mate waarin de periode gedurende welke het verlof wordt genoten is verstreken.
|
||||
**3.** Indien de arbeidsduur van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding gedurende het ouderschapsverlof wijzigt, wordt de aanspraak op verlof opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de mate waarin de arbeidsduur is gewijzigd en de mate waarin de periode gedurende welke het verlof wordt genoten is verstreken.
|
||||
|
||||
**4.** Het verlof wordt opgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden en gelijkmatig over deze periode verdeeld. In afwijking van de eerste volzin kan de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding de functionele autoriteit verzoeken om het verlof op een andere wijze aaneengesloten te genieten. De functionele autoriteit stemt in met het in de tweede volzin bedoelde verzoek, tenzij de taakvervulling zich hiertegen naar zijn oordeel ernstig verzet.
|
||||
**4.** Indien het verlof op basis van artikel 6:2, vierde lid, onderdeel b, van de Wet arbeid en zorg is opgedeeld in perioden en de arbeidsduur van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding tussen twee van die perioden wijzigt, is het derde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Over de uren waarop de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding verlof is verleend, behoudt hij 75 procent van zijn bezoldiging.
|
||||
**5.** Voor de toepasselijkheid van de artikelen 6:2, vierde en vijfde lid, 6:5, eerste, derde en vierde lid, en 6:6 van de Wet arbeid en zorg wordt onder «werkgever» verstaan: functionele autoriteit.
|
||||
|
||||
**6.** De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding is verplicht tot terugbetaling van de bezoldiging over de genoten verlofuren wanneer zijn aanstelling tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof wordt beëindigd op verzoek, dan wel niet op verzoek op grond van aan hem te wijten feiten of omstandigheden. Beëindiging op verzoek gevolgd door een overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksoverheid wordt niet als beëindiging van de aanstelling beschouwd. Onze Minister kan, gehoord de functionele autoriteit, de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding ontheffen van de in de eerste volzin bedoelde verplichting, indien er bijzondere omstandigheden zijn die dat naar zijn oordeel rechtvaardigen.
|
||||
**6.** In afwijking van artikel 6:2, vijfde lid, van de Wet arbeid en zorg wordt een verzoek als bedoeld in artikel 6:2, vierde lid, van diezelfde wet van een rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding toegewezen, tenzij de taakvervulling zich hiertegen ernstig verzet.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van artikel 6:5, derde lid, van de Wet arbeid en zorg kan de spreiding van de uren ouderschapsverlof over de week worden gewijzigd op grond van gewichtige redenen met betrekking tot de taakvervulling.
|
||||
|
||||
**8.** In afwijking van artikel 6:6, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt een verzoek van een rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding om het verlof op grond van onvoorziene omstandigheden niet op te nemen of niet voort te zetten toegewezen, tenzij de taakvervulling zich hiertegen ernstig verzet.
|
||||
|
||||
**9.** Indien het verlof op grond van artikel 6:2, vierde lid, onderdeel b, van de Wet arbeid en zorg is opgedeeld in perioden, zijn het zevende en achtste lid op iedere periode van toepassing.
|
||||
|
||||
**10.** De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding is verplicht tot terugbetaling van de bezoldiging over de genoten uren ouderschapsverlof wanneer zijn aanstelling tijdens de verlofperiode of binnen een jaar na afloop van het verlof wordt beëindigd op verzoek, dan wel niet op verzoek op grond van aan hem te wijten feiten of omstandigheden. Beëindiging op verzoek gevolgd door een overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksoverheid wordt niet als beëindiging van de aanstelling beschouwd. Onze Minister kan, gehoord de functionele autoriteit, de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding ontheffen van de in de eerste volzin bedoelde verplichting, indien er bijzondere omstandigheden zijn die dat naar zijn oordeel rechtvaardigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding behoudt gedurende het adoptieverlof, bedoeld in artikel 3:2 van de Wet arbeid en zorg, aanspraak op doorbetaling van de volledige bezoldiging.
|
||||
|
||||
De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding meldt het voornemen tot het nemen van het in artikel 37 bedoelde verlof ten minste twee maanden voor het door hem gewenste tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk aan de functionele autoriteit. Hij doet daarbij opgave van:
|
||||
**2.** Indien de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding aan wie adoptieverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt gedurende de periode waarin de financiële tegemoetkoming wordt genoten een inhouding toegepast op de doorbetaling van de bezoldiging ter grootte van de financiële tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
a. de aaneengesloten periode van het verlof,
|
||||
b. het aantal uren verlof per week, en
|
||||
c. de spreiding van de verlofuren over de week.
|
||||
**3.** Indien de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid voldoet, maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat hij daarvoor geen aanvraag heeft ingediend, wordt de financiële tegemoetkoming geacht onverminderd te zijn genoten en wordt het tweede lid overeenkomstig toegepast.
|
||||
|
||||
**2.** De tijdstippen van ingang en einde van het verlof kunnen afhankelijk worden gesteld van de datum van de bevalling, van het einde van het in artikel 36 bedoelde bevallingsverlof of van de aanvang van de verzorging.
|
||||
**4.** Voor de toepasselijkheid van de artikelen 3:2, tweede lid, en 3:3, tweede lid, van de Wet arbeid en zorg wordt onder «werkgever» verstaan: functionele autoriteit.
|
||||
|
||||
**3.** De functionele autoriteit is verplicht in te stemmen met een verzoek van de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden, tenzij de taakvervulling zich hiertegen ernstig verzet. Hij behoeft aan het verzoek niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te geven dan vier weken na het verzoek. Indien het verlof, met toepassing van de eerste volzin, na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt de aanspraak op het overige deel van dat verlof.
|
||||
|
||||
**4.** De functionele autoriteit kan, na overleg met de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding, de spreiding van de uren over de week op grond van gewichtige redenen met betrekking tot de taakvervulling wijzigen tot vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof.
|
||||
**5.** De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing op de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die een pleegkind opneemt als bedoeld in artikel 5:1, tweede lid, onderdeel d, van de Wet arbeid en zorg.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
|
|
@ -481,7 +492,7 @@ c. de spreiding van de verlofuren over de week.
|
|||
|
||||
**2.** Het buitengewoon verlof gaat niet eerder in dan na aanvaarding van dat verlof met de daaraan verbonden voorschriften door de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding.
|
||||
|
||||
**3.** In geval van buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging heeft de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding geen aanspraak op vakantie of arbeidsduurverkorting als bedoeld in artikel 20, tweede lid.
|
||||
**3.** In geval van buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging heeft de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding geen aanspraak op vakantie.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Overige rechten en plichten
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue