diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index d84a1813ebe..10fd8dd7b4f 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -8294,158 +8294,197 @@ Naar Congo(-Brazzaville) kan worden teruggekeerd. #### 1. Datum -Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 7 april 2004. +Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 15 juni 2005. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 #### 2. Achtergrond -Op 21 januari 2004 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een verkort algemeen ambtsbericht uitgebracht over de situatie in de DRC (kenmerk DPV/AM- 824663), dat een aanvulling en actualisering vormt van het ambtsbericht over de situatie in de DRC van 3 juni 2003 (kenmerk DPV/AM-769370). Dit ambtsbericht is vrijgegeven op 16 februari 2004. - - - Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het door de Minister vastgestelde beleid. - -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +Op 1 april 2005 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een algemeen ambtsbericht uitgebracht over de situatie in de Democratische Republiek Congo (DRC) (kenmerk DPV/AM-872777). Dit ambtsbericht is vrijgegeven op 25 mei 2005. + +Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het door de Minister vastgestelde beleid. #### 3. Overgangsbeleid -Het beleid zoals weergegeven in het hoofdstuk C8/DRC van 12 juli 2001 komt te vervallen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze versie van het hoofdstuk. +Het beleid zoals weergegeven in het hoofdstuk C8/Democratische Republiek Congo van 7 april 2004 komt te vervallen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze versie van het hoofdstuk. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 #### 4. Algemene situatie in de DRC -In grote delen van het land is de veiligheidssituatie verbeterd, nadat vijandelijkheden tussen de diverse rebellengroepen en de regering zijn gestaakt. - In het binnenlands vredesproces (de Inter-Congolese Dialoog) is verdere vooruitgang geboekt. In juli 2003 is de nieuwe overgangsregering geïnstalleerd, waarin alle groeperingen vertegenwoordigd zijn. Over de verdeling van de ministersposten over de diverse groeperingen was overigens in december 2002 reeds overeenstemming bereikt. In augustus 2003 zijn het parlement en de senaat geïnstalleerd. - In twee delen van de DRC is de veiligheidssituatie onverminderd slecht. Het gaat om het Ituri District in de provincie Oriental en grenzend aan Uganda. In dit gebied bestaan van oudsher etnische spanningen tussen de Hema en de Lendu. Ook de veiligheidssituatie in de provincies Noord- en Zuid-Kivu is niet verbeterd. Onderdelen van rebellengroeperingen die inmiddels in de overgangsregering zitten, hebben daar nog met elkaar gevochten. De overgangsregering heeft in de Kivu’s nog onvoldoende gezag. - -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +Het sinds 2001 ingezette vredesproces verloopt minder snel dan verwacht. De centrale overheid in Kinshasa heeft haar macht nog steeds niet in alle delen van het land kunnen vestigen. Slechts eenderde van het land, namelijk het zuidwestelijk deel, staat onder gezag van de centrale regering. In de door de regering gecontroleerde gebieden is de situatie voor burgers vooralsnog relatief veilig. + +In de overige gebieden maken zowel het regeringsleger als de rebellen zich dagelijks schuldig aan oorlogsmisdrijven. De veiligheidssituatie in het oosten van de DRC, met name in de Kivu provincies en het Ituri district, blijft uitermate zorgwekkend. Er is in de DRC, met name in het oosten, sprake van wijdverbreide en stelselmatige schendingen van de rechten van de mens. #### 5. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen ##### 5.1. Bevolkingsgroepen -De veiligheidssituatie in Noord- en Zuid-Kivu is blijkens het verkort ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van 21 januari 2004, na het aantreden van de overgangsregering in de DRC, niet verbeterd. Ook heeft de overgangsregering aldaar nog geen gezag. Wel hebben eenheden van zowel de RCD-Goma als de Mayi-Mayi, beiden deelnemers aan de overgangsregering in de DRC, regelmatig met elkaar gevochten. Deze gevechten, alsmede de gevolgen daarvan in de getroffen plaatsen, dienen echter niet aangemerkt te worden als handelen van de overgangsregering, maar als handelingen van lokaal actieve milities. Ook wordt niet aangenomen dat deze lokale milities hun invloed kunnen uitoefenen buiten het gebied, waar zij actief zijn. Overigens wordt opgemerkt, dat het geweld in Noord- en Zuid-Kivu doorgaans niet specifiek is gericht op individuen (hoewel die er wel het slachtoffer van zijn), maar dat eerder sprake is van willekeurig (oorlogs)geweld. - -Er zijn geen aanwijzingen dat personen door de autoriteiten uit de DRC worden vervolgd vanwege hun etnische afkomst. Het behoren tot een specifieke bevolkingsgroep – niet zijnde die der Tutsi – vormt derhalve in beginsel geen reden betrokkene in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. +*Tutsi, Banyamulenge of Banyarwanda* + + + Uit het ambtsbericht van 1 april 2005 van het ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt dat Banyamulenge tijdens en na hun terugkeer naar Zuid-Kivu het slachtoffer werden van geweld, willekeurige arrestaties en tegenwerking van de autoriteiten. Tevens blijkt uit dit ambtsbericht dat in Kinshasa een sluimerende haat is tegen personen die Rwanda personifiëren. + + + Een persoon die behoort tot de bevolkingsgroep der Tutsi in de DRC kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vreemdelingenwet, indien hij aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk te vrezen heeft voor vervolging vanwege bijvoorbeeld zijn etnische afkomst dan wel indien aannemelijk is gemaakt dat bij terugkeer naar de DRC voor hem een reëel risico bestaat op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM. Het betreft hier zowel acties van de autoriteiten als ook van de lokale bevolking, waartegen de autoriteiten niet altijd bescherming kunnen bieden. + + + Indien een Tutsi niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, b of c, Vreemdelingenwet, dan komt hij – behoudens contra-indicaties – in aanmerking voor categoriale bescherming. In dat geval kan aan een Tutsi op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vreemdelingenwet, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden verleend (zie paragraaf 7.1). + + + Aan personen behorend tot de Tutsi-bevolkingsgroep wordt geen vlucht-, vestigings- of verblijfsalternatief tegengeworpen. + + + *Bevolkingsgroepen uit Noord- en Zuid-Kivu (niet zijnde Tutsi)* + + + Uit het eerdergenoemde ambtsbericht blijkt dat gedurende de verslagperiode sprake was van een toename van geweld in de Kivu provincies. Verschillende partijen bleven tegen elkaar strijden, zoals de Mayi-Mayi tegen de ex-RCD-Goma, alsook de FDLR tegen de ex-RDC-Goma. + + + Deze gevechten, alsmede de gevolgen daarvan in de getroffen plaatsen, dienen echter niet aangemerkt te worden als handelen van de overgangsregering, maar als handelingen van lokaal actieve milities. Ook wordt niet aangenomen dat deze lokale milities hun invloed kunnen uitoefenen buiten het gebied, waar zij actief zijn. Overigens wordt opgemerkt, dat het geweld in Noord- en Zuid-Kivu doorgaans niet specifiek is gericht op individuen (hoewel die er wel het slachtoffer van zijn), maar dat eerder sprake is van willekeurig (oorlogs)geweld. + + + Indien voor een persoon afkomstig uit de provincie Noord- of Zuid-Kivu, behorend tot andere bevolkingsgroepen dan de Tutsi, geconcludeerd wordt dat hij te vrezen heeft voor vervolging of dat hij een reëel risico loopt op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM, dan is het mogelijk, indien de vervolging uitgaat van een van de milities, een vlucht- of vestigingsalternatief elders in de DRC tegen te werpen. Het tegenwerpen van een vlucht- of vestigingsalternatief dient echter per individueel geval beoordeeld te worden. Het is daarbij aan betrokkene om aannemelijk te maken, dat hij zich niet elders in de DRC kan vestigen. Met betrekking tot de toepassing van het vlucht- en/of vestigingsalternatief wordt verder verwezen naar C1/3.3.3. + + + Vanwege het bestaan van een verblijfsalternatief elders in de DRC wordt aan personen afkomstig uit de provincie Noord- of Zuid-Kivu, niet behorend tot de bevolkingsgroep der Tutsi, geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vreemdelingenwet, verleend. + + + *Bevolkingsgroepen uit het Ituri District* + + + Uit het ambtsbericht van 1 april 2005 van het ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt dat het sinds juni 1999 slepende conflict tussen de Hema en de Lendu bevolkingsgroepen in het Ituri-district eind 2004 weer oplaaide. Dagelijks worden burgers slachtoffer van ernstige mensenrechtenschendingen. Het district wordt geteisterd door gewapende bendes die in volledige straffeloosheid opereren. In Ituri komt, evenals in andere delen van de DRC, op grote schaal seksueel geweld voor. Vaak hebben verkrachtingen een etnische achtergrond. + + + Overigens wordt opgemerkt, dat het geweld in het Ituri District doorgaans niet specifiek is gericht op individuen (hoewel die er wel het slachtoffer van zijn), maar dat eerder sprake is van willekeurig (oorlogs)geweld. + + + Indien voor een Hema of Lendu (of andere personen uit het Ituri District) geconcludeerd wordt dat hij te vrezen heeft voor vervolging of dat hij een reëel risico loopt op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM, dan is het mogelijk, indien de vervolging uitgaat van een van de milities, een vlucht- of vestigingsalternatief elders in de DRC tegen te werpen. Het tegenwerpen van een vlucht- of vestigingsalternatief dient echter per individueel geval beoordeeld te worden. Het is daarbij aan betrokkene om aannemelijk te maken, dat hij zich niet elders in de DRC kan vestigen. Met betrekking tot de toepassing van het vlucht- en/of vestigingsalternatief wordt verder verwezen naar C1/3.3.3. + + + Vanwege het bestaan van een verblijfsalternatief elders in de DRC wordt aan personen, afkomstig uit het Ituri District, geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vreemdelingenwet, verleend. + + + *Overige bevolkingsgroepen* + + + Er zijn geen aanwijzingen dat personen door de autoriteiten uit de DRC worden vervolgd vanwege hun etnische afkomst. Het behoren tot een specifieke bevolkingsgroep – niet zijnde die der Tutsi – vormt derhalve in beginsel geen reden betrokkene in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. + +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 5.2. Personen die zich geprofileerd hebben als politiek tegenstander van het bewind -Uit het verkort ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in de DRC van 21 januari 2004 is gebleken dat 234 politieke partijen zijn erkend, en dat het de voormalige rebellenmilities RCD-Goma, MLC, RCD-N, RCD-K-ML is toegestaan als politieke partijen te functioneren. De voormalige rebellenmilities waren overigens met de installatie van de overgangsregering in juni 2003 en Senaat en Parlement in augustus 2003, evenals bijvoorbeeld de reeds bestaande politieke oppositie, al de facto actief als politieke partijen. +De Wet op de organisatie en het functioneren van politieke partijen van maart 2004 erkent en garandeert het politieke pluralisme in de DRC. Sinds deze nieuwe wetgeving van kracht is, is de vrijheid van vereniging en vergadering licht verbeterd. + De overgangsgrondwet voorziet in vrijheid van vreedzame vergadering, maar in de praktijk wordt deze vrijheid door de overgangsregering beperkt. Het recht van vergadering is ondergeschikt gemaakt aan de openbare orde. - Gelet op vorengenoemde mogelijkheden tot het uitoefenen van politieke activiteiten voor de politieke oppositie, zal niet snel aangenomen kunnen worden dat politieke activisten deswege vervolging hebben te vrezen van de zijde van de Congolese autoriteiten. Dit geldt ook voor leden van bijvoorbeeld de UDPS, waarvan de leider Etienne Tshisekedi in september 2003 naar de DRC is teruggekeerd. Ook is de UDPS vleugel van Kibassa Maliba opgenomen in het parlement. + Om op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vreemdelingenwet voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in aanmerking te komen, dient de betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen die hij van de zijde van de Congolese autoriteiten heeft ondervonden vanwege zijn politieke activiteiten, te herleiden zijn tot daden van vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, of dat hij een reëel risico loopt op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM. - - Om op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vreemdelingenwet voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in aanmerking te komen, dient de betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen die hij van de zijde van de Congolese autoriteiten heeft ondervonden vanwege zijn politieke activiteiten, te herleiden zijn tot daden van vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat hij een reëel risico loopt op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM. - - - Indien er aanwijzingen zijn dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is, dient conform C3/10.14 contact te worden opgenomen met de units 1F (proces Asiel). - -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 5.3. Personen die deel uitmaken van een rebellengroepering -Zoals in paragraaf 5.2 reeds is aangegeven, is het de meeste voormalige rebellenmilities toegestaan om als politieke partij te fungeren. De nog als militie actieve rebellengroeperingen, bijvoorbeeld in het Ituri District, richten hun activiteiten doorgaans niet op de Congolese autoriteiten, maar op andere milities of op de burgerbevolking. +De meeste voormalige rebellenmilities is toegestaan om als politieke partij te fungeren. De nog als militie actieve rebellengroeperingen, bijvoorbeeld in het Ituri District, richten hun activiteiten doorgaans niet op de Congolese autoriteiten, maar op andere milities of op de burgerbevolking. - Uit de ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken van 3 juni 2003 en 21 januari 2004 is ook niet gebleken dat de Congolese autoriteiten nog hard optreden tegen leden van een nog actieve rebellengroepering. Het enkele lidmaatschap van een rebellengroepering vormt derhalve onvoldoende reden om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 5.4. Mobutu-aanhangers -Gelet op de informatie uit het algemeen ambtsbericht van 3 juni 2003 en het verkort ambtsbericht van 21 januari 2004 van de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in de DRC, wordt voorzover bekend niet opgetreden tegen Mobutu-getrouwen. Ook het lidmaatschap van de MPR levert geen risico op voor politieke vervolging. - Derhalve komt een Mobutu-aanhanger of een voormalig MPR-lid in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, vanwege sympathieën jegens Mobutu of vanwege het (voormalig) lidmaatschap van de MPR. +Gelet op de informatie uit het ambtsbericht van 1 april 2005 van de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in de DRC, zijn er geen gevallen bekend van ex-mobutisten die na hun terugkeer naar Kinshasa problemen met de autoriteiten hebben gehad. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 + + Derhalve komt een Mobutu-aanhanger in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, vanwege sympathieën jegens Mobutu. + +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 5.5. Ex-FAZ militairen -Gelet op de informatie uit het algemeen ambtsbericht van 3 juni 2003 en het verkort ambtsbericht van 21 januari 2004 van de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in de DRC, keren steeds meer militairen van de voormalige Forces Armées Zaïroises (ex-FAZ) terug uit het buitenland. Deze worden veelal opgenomen in het huidige leger. +Gelet op de informatie uit het ambtsbericht van 1 april 2005 van de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in de DRC, zijn er geen gevallen bekend van ex-FAZ militairen die na hun terugkeer naar Kinshasa problemen met de autoriteiten hebben gehad. + + Derhalve komt een ex-FAZ militair in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vanwege het voormalig lidmaatschap van de FAZ. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 -##### 5.6. Journalisten en andere beroepsgroepen +##### 5.6. Journalisten -In het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in de DRC van 3 juni 2003 is reeds vermeld dat de pers in het algemeen vrijheid van meningsuiting heeft. In het verkort ambtsbericht van 21 januari 2004 staat vermeld dat de persvrijheid lijkt te zijn toegenomen, en dat in de kranten steeds meer kritische artikelen verschijnen, zonder dat de overheid represailles neemt ten opzichte van de journalist of de uitgever. +De wet voorziet in vrijheid van meningsuiting. In de praktijk wordt dit recht echter beperkt. In de verslagperiode van het eerdergenoemde ambtsbericht werd een aantal journalisten bedreigd, gearresteerd en gedetineerd. - Sinds het aantreden op 26 januari 2001 van Joseph Kabila als president is, blijkens het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van 3 juni 2003 over de situatie in de DRC, meer aandacht voor mensenrechten waarneembaar, hebben mensenrechtenorganisaties (ngo’s, kerken, beroepsorganisaties) meer vrijheid en werken zij soms zelfs samen met de overheid. + Met inachtneming van het vorenstaande, dient betrokkene, om op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vreemdelingenwet in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, aannemelijk te maken dat de problemen die hij heeft ondervonden van de zijde van de autoriteiten vanwege zijn werkzaamheden als journalist te herleiden zijn tot daden van vervolging, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, of dat hij een reëel risico loopt op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM. - - Met inachtneming van het vorenstaande, dient betrokkene, om op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vreemdelingenwet in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, aannemelijk te maken dat de problemen die hij heeft ondervonden van de zijde van de autoriteiten vanwege zijn werkzaamheden als journalist of als mensenrechtenactivist te herleiden zijn tot daden van vervolging, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, of dat hij een reëel risico loopt op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM. - -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 5.7. Vrouwen -Gelet op de informatie uit het algemeen ambtsbericht van 3 juni 2003 en het verkort ambtsbericht van 21 januari 2004 van de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in de DRC, zijn in het oosten van de DRC, met name in de Kivu’s, vele vrouwen op beestachtige wijze verkracht en seksueel verminkt. - In het oosten van de DRC zal het doorgaans niet mogelijk zijn om hiertegen de bescherming van de autoriteiten in te roepen. - De vrouw, van wie is vastgesteld dat zij een vanwege het vorenstaande gegronde vrees voor vervolging heeft, of dat zij een reëel risico loopt op een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, komt niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel, indien is vastgesteld dat zij zich aan de gevreesde vervolging of het reële risico op een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, kan onttrekken door zich elders in het land van herkomst te vestigen (zie verder paragraaf 5.1). +Uit het ambtsbericht van 1 april 2005 van het ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt dat seksueel geweld op grote schaal voorkomt in de DRC. Slachtoffers van verkrachting leven in schaamte. Zij lopen het risico verstoten te worden door hun familie. + De vrouw, van wie is vastgesteld dat zij een vanwege het vorenstaande gegronde vrees voor vervolging heeft, of dat zij een reëel risico loopt op een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, komt niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel, indien is vastgesteld dat zij zich aan de gevreesde vervolging of het reële risico op een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, kan onttrekken door zich elders in het land van herkomst te vestigen. Indien geweld tegen vrouwen uitgaat van de centrale autoriteiten is in beginsel geen plaats voor het tegenwerpen van een vestigingsalternatief. Voorzover een beroep wordt gedaan op het traumatabeleid, wordt verwezen naar C1/4.4. Bij de beoordeling van asielverzoeken van vrouwen is het normale beleid, zoals weergegeven in C1/3.3.2, C1/4.2.11 en C1/4.3, van toepassing. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 5.8. Dienstplichtigen en deserteurs Het normale beleid, zoals weergegeven in C1/4.2.12, is van toepassing. + Uit informatie van het ambtsbericht van 1 april 2005 van de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in de DRC is gebleken dat in de DRC geen dienstplicht bestaat. - Uit informatie van het algemeen ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken van 3 juni 2003 over de situatie in de DRC is gebleken dat in de DRC geen dienstplicht bestaat. + Desertie is formeel strafbaar en heeft als maximale straf de doodstraf. In de praktijk komt desertie regelmatig voor. Vervolging wegens alleen desertie vindt zelden plaats, vaak wordt desertie als strafverzwarende omstandigheid aangemerkt. - Met betrekking tot de bestraffing van desertie wordt in beide ambtsberichten geen informatie gegeven. Derhalve wordt ervan uitgegaan dat desertie in oorlogstijd nog immer – in het ergste geval – bestraft kan worden met de doodstraf. Personen die aannemelijk hebben weten te maken dat zij in oorlogstijd gedeserteerd zijn uit het nationale Congolese leger kunnen op die grond in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vreemdelingenwet (afhankelijk van de vraag of een van de gronden genoemd in C1/4.2.12 de aanleiding is geweest om te deserteren). - Het is hierbij aan de betrokkene om aannemelijk te maken dat hij daadwerkelijk in het Congolese regeringsleger heeft gediend. Tevens wordt opgemerkt dat in een groot deel van het land geen sprake is van een oorlogssituatie. + Personen die aannemelijk maken dat zij gedeserteerd zijn uit het nationale Congolese leger kunnen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vreemdelingenwet (afhankelijk van de vraag of een van de gronden genoemd in C1/4.2.12 de aanleiding is geweest om te deserteren). - Ten aanzien van de DRC heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict. + Het is hierbij aan de betrokkene om aannemelijk te maken dat hij daadwerkelijk in het Congolese regeringsleger heeft gediend. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 + + Ten aanzien van de DRC heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of in strijd met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict. + +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 -##### 5.9. Schenders van mensenrechten +##### 5.9. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag -Zowel leden van het leger, de politie en de veiligheidsdienst als leden van (voormalige) rebellenmilities hebben zich in de DRC op grote schaal schuldig gemaakt aan het schenden van de mensenrechten. Om die reden dient men er in het bijzonder op bedacht te zijn of de betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. - Vorenstaande kan ook van belang zijn bij minderjarigen, aangezien met name de rebellengroeperingen veelvuldig gebruik hebben gemaakt van kindsoldaten. +Zowel leden van het leger, de politie en de veiligheidsdienst, als leden van (voormalige) rebellenmilities hebben zich in de DRC op grote schaal schuldig gemaakt aan het schenden van de mensenrechten. Met name de strijdende partijen in het oosten van de DRC maken zich schuldig aan foltering en andere oorlogsmisdrijven. Om die reden dient men er in het bijzonder op bedacht te zijn of de betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Vorenstaande kan ook van belang zijn bij minderjarigen, aangezien met name de rebellengroeperingen en sommige facties van het nationale leger gebruik maken dan wel gebruik hebben gemaakt van kindsoldaten. Indien de activiteiten van de betrokkene aanleiding geven tot het tegenwerpen van artikel 1F Vluchtelingenverdrag, dan komt de betrokkene evenmin in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vreemdelingenwet. - Indien er aanwijzingen zijn dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is, dient, conform C3/10.14 contact te worden opgenomen met de units 1F (proces Asiel). + Indien er aanwijzingen zijn dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is, dient, conform C3/10.14 contact te worden opgenomen met de unit 1F (proces Asiel). -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 #### 6. Bijzondere aandachtspunten In deze paragraaf wordt ingegaan op meer algemene omstandigheden die van belang (kunnen) zijn bij de beoordeling of de asielzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 6.1. Besluitmoratorium Ten aanzien van asielzoekers uit de DRC is geen besluit genomen in de zin van artikel 43 Vreemdelingenwet. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 6.2. Veilig land van herkomst De DRC wordt niet beschouwd als een veilig land van herkomst. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf De DRC wordt niet beschouwd als een veilig derde land. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 6.4. Vlucht- en/of vestigingsalternatief @@ -8454,68 +8493,90 @@ Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/3.3.3 is van toepassing. Zie verder de overwegingen omtrent het gebruik van een vlucht en/of vestigingsalternatief in paragraaf 5 van dit hoofdstuk. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 6.5. Traumatabeleid Voor de vraag of een asielzoeker uit de DRC in aanmerking kan komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van het traumatabeleid wordt verwezen naar het beleid, zoals weergegeven in C1/4.4. - Bij personen uit de DRC dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheid dat zij traumatische ervaringen hebben ondervonden, met name indien zij voor hun vertrek naar Nederland rechtstreeks afkomstig waren uit gebieden waar zich recent gewapende confrontaties hebben voorgedaan (bijvoorbeeld Ituri en de Kivu’s). - Indien bij een persoon geconcludeerd wordt dat hij te maken heeft gehad met een der gebeurtenissen als genoemd in C1/4.2.2, dan is het mogelijk binnen de kaders als genoemd in C1/4.2.3 een vestigingsalternatief elders in de DRC tegen te werpen, indien deze gebeurtenissen niet zijn veroorzaakt door de centrale autoriteiten. Het tegenwerpen van een vestigingsalternatief dient echter per individueel geval beoordeeld te worden. Het is daarbij aan betrokkene om aannemelijk te maken, dat hij zich niet elders in de DRC kan vestigen. - (Zie verder ook paragraaf 5 van dit hoofdstuk.) -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 + + Indien bij een persoon geconcludeerd wordt dat hij te maken heeft gehad met een der gebeurtenissen als genoemd in C1/4.2.2, dan is het mogelijk binnen de kaders als genoemd in C1/4.2.3 een vestigingsalternatief elders in de DRC tegen te werpen, indien deze gebeurtenissen niet zijn veroorzaakt door de centrale autoriteiten. Het tegenwerpen van een vestigingsalternatief dient echter per individueel geval beoordeeld te worden. Het is daarbij aan betrokkene om aannemelijk te maken, dat hij zich niet elders in de DRC kan vestigen. (Zie verder ook paragraaf 5 van dit hoofdstuk.) + +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 -##### 6.6. Opvangmogelijkheden minderjarigen en bijzonderheden met betrekking tot het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen +##### 6.6. Opvangmogelijkheden minderjarigen Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/7 en C5/25, is van toepassing. - Ten aanzien van alleenstaande minderjarige vreemdelingen uit de DRC kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven. + Weeskinderen worden in het algemeen opgevangen door de familie van één van beide ouders. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 + + Uit het ambtsbericht van 1 april 2005 van de Minister van Buitenlandse Zaken blijkt dat met onder andere middelen uit Nederland het opvangcentrum van de Congregatie der Salesianen (Don Bosco) wordt ondersteund. In dit opvangcentrum kunnen vier uit Nederland teruggekeerde alleenstaande minderjarige vreemdelingen van alle leeftijden worden opgevangen. Het centrum biedt tevens een opleiding aan op verschillende niveaus, variërend van de basisschool tot een beroepsopleiding. Met het aantal beschikbare opvangplaatsen kunnen naar verwachting grotere aantallen terugkerende alleenstaande minderjarige vreemdelingen dan de beoogde vier worden opgevangen, aangezien een groot deel van de terugkerende alleenstaande minderjarige vreemdelingen die in eerste instantie institutionele opvang nodig lijken te hebben, uiteindelijk niet of slechts kort in het opvanghuis zal verblijven. Kinderen die door Don Bosco worden opgevangen, kunnen, totdat zij meerderjarig worden, in het tehuis verblijven en worden tussentijds niet overgeplaatst naar andere opvanghuizen. Wel wordt getracht om de eventuele familie te vinden, onder andere via het opsporingsprogramma (tracing) van het Congolese Rode Kruis. + + + Minderjarige asielzoekers van Congolese nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot Don Bosco of een andere concrete opvangplaats geregeld zijn. + + + Het voorgaande houdt het volgende in: + + + – + in de asielprocedure leidt de ambtshalve toetsing naar de vraag of betrokkene in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling’ tot een weigering van die vergunning; + + + – + de aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling’ wordt afgewezen; + + + – + de aanvraag tot wijziging van de beperking ‘verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling’ in ‘voortgezet verblijf’ wordt afgewezen, tenzij deze aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 9.4 Vreemdelingenbesluit. + + + +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 6.7. Driejarenbeleid Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/9, is van toepassing. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 6.8. Legale uitreis -Congolezen dienen bij uitreis uit het land in het bezit te zijn van uitreistoestemming. De controle bij de uitreis via de luchthaven te Kinshasa is streng, zowel door de Congolese autoriteiten als door de luchtvaartmaatschappijen. - Een legale, gecontroleerde uitreis via de luchthaven te Kinshasa kan derhalve gelden als contra-indicatie bij de beoordeling of de betrokkene op grond van gegronde vrees voor vervolging in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd. - -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +Een legale, gecontroleerde uitreis via de luchthaven te Kinshasa kan gelden als contra-indicatie bij de beoordeling of de betrokkene op grond van gegronde vrees voor vervolging in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd. #### 7. Terugkeer en uitzetting ##### 7.1. Categoriale bescherming -Personen, die behoren tot de bevolkingsgroep der Tutsi uit de DRC komen behoudens contra-indicaties in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vreemdelingenwet (zie C1/4.5). +Personen die behoren tot de bevolkingsgroep der Tutsi uit de DRC komen behoudens contra-indicaties in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vreemdelingenwet (zie C1/4.5). + + + Voor leden van bevolkingsgroepen – niet zijnde Tutsi – afkomstig uit gebieden in het oosten van de DRC, waar zich recent gewapende conflicten hebben voorgedaan (bijvoorbeeld de Kivu’s of Ituri), bestaat een verblijfsalternatief in de gebieden, die onder de controle van de Congolese autoriteiten staan. Zij komen derhalve niet in aanmerking voor categoriale bescherming. - Voor leden van bevolkingsgroepen – niet zijnde Tutsi – afkomstig uit gebieden in het oosten van de DRC, waar zich recent gewapende conflicten hebben voorgedaan (bijvoorbeeld de Kivu’s of Ituri), bestaat een verblijfsalternatief in de gebieden, die onder de controle van de Congolese autoriteiten staan. Zij komen derhalve niet in aanmerking voor categoriale bescherming. Ook andere personen afkomstig uit de DRC komen niet in aanmerking voor categoriale bescherming. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 7.2. Vertrekmoratorium Ten aanzien van asielzoekers uit de DRC is geen besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vreemdelingenwet. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 7.3. Terug- en overnameovereenkomsten Met de DRC is geen overeenkomst gesloten met betrekking tot de terugname van eigen onderdanen. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ##### 7.4. Praktische aspecten terugkeer Naar de DRC is terugkeer praktisch mogelijk. -20047621-04-200407-04-200420047621-04-200407-04-200423-04-2004 +200512024-06-200515-06-20052005-30200512024-06-200515-06-20052005-3026-06-2005 ### [8/45]. Het asielbeleid ten aanzien van Georgië