2010-01-13 | BWBR0004052 | Reglement Dienst Buitenlandse Zaken
This commit is contained in:
parent
6581978a98
commit
50d9fb92ef
1 changed files with 73 additions and 87 deletions
|
|
@ -611,7 +611,7 @@ Op de ambtenaar zijn de artikelen 17 tot en met 20d van het ARAR van overeenkoms
|
|||
|
||||
**2.** De inhouding is gelijk aan het verschil tussen het salaris dat de ambtenaar geniet en het salaris dat de ambtenaar zou genieten bij inpassing in de bij de nieuwe functie behorende salarisschaal op hetzelfde salarisnummer. Indien dit salarisnummer in laatstbedoelde salarisschaal niet voorkomt, geschiedt de inpassing op het naastlagere salarisnummer.
|
||||
|
||||
**3.** Indien na 52 weken ziekte de doorbetaling van de bezoldiging op grond van artikel 54, eerste lid, wordt teruggebracht tot 70%, wordt de inhouding opgeschort voor de duur van de ziekte.
|
||||
**3.** Indien na 52 weken ziekte de doorbetaling van de bezoldiging op grond van artikel 54, eerste lid, wordt teruggebracht tot 70%, wordt de inhouding over die uren opgeschort voor de duur van de ziekte.
|
||||
|
||||
**4.** Inhouding vindt niet plaats indien de in het eerste lid bedoelde functie wordt opgedragen op grond van artikel 27 of 29, tenzij betrokkene uitsluitend zijn voorkeur heeft kenbaar gemaakt voor functies waaraan een salarisschaal verbonden is met een lager maximumsalaris dan de reeds voor hem geldende salarisschaal, ondanks de beschikbaarheid van een passende functie waaraan een salarisschaal is verbonden die ten minste gelijk is aan de salarisschaal die voor betrokkene geldt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1141,28 +1141,30 @@ Door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artik
|
|||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
In dit hoofdstuk en in hoofdstuk IX wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de WAO;
|
||||
b. beroepsziekte: een ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
c. dienstongeval: een ongeval dat in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
d. beroepsincident: een dienstongeval of een beroepsziekte voortvloeiend uit een gevaarzettende situatie die rechtstreeks verband houdt met de uitvoering van zijn taak waaraan de ambtenaar zich vanwege zijn specifieke functie niet kan onttrekken;
|
||||
e. herplaatsingstoelage: een herplaatsingstoelage als bedoeld in hoofdstuk 9 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
f. invaliditeitspensioen: een invaliditeitspensioen als bedoeld in hoofdstuk 8 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
g. medisch advies: een advies van de deskundige persoon of de arbodienst dat ten aanzien van de ambtenaar is uitgebracht na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet of artikel 50a van dit reglement;
|
||||
h. gewezen ambtenaar: een ambtenaar aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden;
|
||||
i. passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd;
|
||||
j. Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
k. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
|
||||
l. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet SUWI;
|
||||
m. WW-uitkering: een uitkering op grond van de Werkloosheidswet;
|
||||
n. bovenwettelijke WW-uitkering: een uitkering als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk;
|
||||
o. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
|
||||
p. WAO-uitkering: een uitkering op grond van de WAO;
|
||||
q. ZW: de Ziektewet;
|
||||
r. ZW-uitkering: ziekengeld als bedoeld in artikel 19 van de ZW;
|
||||
s. zijn arbeid: hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge artikel 19 van de ZW;
|
||||
t. Wet SUWI: de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
|
||||
– *AAOP-uitkering:* ABP ArbeidsongeschiktheidsPensioen als bedoeld in hoofdstuk 11 van het pensioenreglement;
|
||||
– *arbeidsongeschiktheid:* volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de WIA of gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid als bedoeld in artikel 5 van de WIA;
|
||||
– *beroepsincident:* een dienstongeval of beroepsziekte voortvloeiend uit een gevaarzettende situatie die rechtstreeks verband houdt met de uitvoering van zijn taak waaraan de ambtenaar zich vanwege zijn specifieke functie niet kan onttrekken;
|
||||
– *beroepsziekte:* een ziekte, die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
– *bovenwettelijke WW-uitkering:* de uitkering, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk;
|
||||
– *deskundige persoon:* een deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet;
|
||||
– *dienstongeval:* een ongeval, dat in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten;
|
||||
– *gewezen ambtenaar:* een ambtenaar aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden;
|
||||
– *passende arbeid:* alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd;
|
||||
– *Pensioenreglement:* het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
|
||||
– *Stichting Pensioenfonds ABP:* de Stichting Pensioenfonds ABP, genoemd in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
|
||||
– *Wet SUWI:*
|
||||
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
– *UWV:* het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet SUWI;
|
||||
– *WIA:*
|
||||
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
|
||||
– *WIA-uitkering:* een uitkering op grond van de WIA;
|
||||
– *WW-uitkering:* een uitkering op grond van de Werkloosheidswet;
|
||||
– *ZW:*
|
||||
Ziektewet;
|
||||
– *ZW-uitkering:* ziekengeld als bedoeld in artikel 19 van de ZW;
|
||||
– *arbeid:* hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge artikel 19 van de ZW.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Arbeidsgezondheidskundige begeleiding en het medisch advies
|
||||
|
||||
|
|
@ -1298,22 +1300,24 @@ d. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
|||
|
||||
**1.** De ambtenaar die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is verplicht een andere functie te aanvaarden indien sprake is van passende arbeid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** De ambtenaar die door het UWV in het kader van de WIA minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard, wordt herplaatst in een functie die passende arbeid omvat, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar die op grond van het eerste lid is herplaatst voordat de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 104, derde lid, onderdeel a, is verstreken, heeft tot het eind van genoemde termijn recht op een aanvullende uitkering ter grootte van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 54 recht zou hebben gehad indien hem geen andere functie zou zijn opgedragen, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering; en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien de ziekte uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, wordt veroorzaakt door een beroepsincident, heeft de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, tevens recht op een aanvullende uitkering nadat de termijn van twee jaar is verstreken ter grootte van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken; en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering en vermeerderd met een uit de oorspronkelijke functie voortvloeiend recht op een WAO-uitkering, invaliditeitspensioen en een herplaatsingstoelage.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien de ziekte uit hoofde waarvan de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, wordt veroorzaakt door een beroepsincident, heeft de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, van wie de arbeidsongeschiktheid ten minste 35% bedraagt, nadat de termijn van twee jaar is verstreken tevens recht op een aanvullende uitkering ter grootte van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. een percentage van zijn bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, zoals die zou zijn op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing vermeerderd met de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering en een uit de oorspronkelijke functie voortvloeiend recht op een WIA-uitkering en een AAOP-uitkering.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het percentage, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van:
|
||||
|
||||
| 80% of meer: | 90,02%; |
|
||||
|
|
@ -1322,10 +1326,8 @@ Het percentage, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, is afhankelijk van de mat
|
|||
| 55 tot 65%: | 54,01%; |
|
||||
| 45 tot 55%: | 45,01%; |
|
||||
| 35 tot 45%: | 36,01%; |
|
||||
| 25 tot 35%: | 27,01%; |
|
||||
| 15 tot 25%: | 18,00%. |
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De aanvullende uitkeringen, bedoeld in het tweede en derde lid, eindigen in ieder geval:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1364,7 +1366,7 @@ b. zolang hij na afloop van het tijdvak, bedoeld in onderdeel a, nog ongeschikt
|
|||
|
||||
**2.** De gewezen ambtenaar die binnen een maand na het tijdstip van zijn ontslag wegens ziekte ongeschikt wordt een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft, zolang hij ongeschikt is tot werken wegens ziekte, gedurende maximaal 52 weken recht op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging indien hij gedurende ten minste twee maanden onmiddellijk aan het ontslag voorafgaande in dienst is geweest.
|
||||
|
||||
**3.** De gewezen ambtenaren, bedoeld in het eerste en tweede lid, hebben gedurende een tijdvak van 104 weken als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WAO, recht op doorbetaling van hun laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering indien hun arbeidsongeschiktheid wordt veroorzaakt door een beroepsincident.
|
||||
**3.** De gewezen ambtenaren, bedoeld in het eerste en tweede lid, hebben gedurende een tijdvak van 104 weken als bedoeld in artikel 23 van de WIA, recht op doorbetaling van hun laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering indien hun arbeidsongeschiktheid wordt veroorzaakt door een beroepsincident.
|
||||
|
||||
**4.** Het tijdvak gedurende welke de gewezen ambtenaar recht heeft op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging vangt aan op de eerste dag waarop wegens ziekte geheel of gedeeltelijk niet is of zou zijn gewerkt of het werken wegens ziekte geheel of gedeeltelijk is of zou zijn gestaakt. Indien de gewezen ambtenaar onmiddellijk voorafgaand aan het ontslag buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging genoot, vangt het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan op de dag waarop het ontslag is ingegaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1377,14 +1379,14 @@ De doorbetaling van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in het eerste, t
|
|||
a. met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of
|
||||
b. met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
**7.** De gewezen ambtenaar die recht heeft op een WAO-uitkering ter zake van de dienstbetrekking die hij voor zijn ontslag vervulde, heeft recht op een aanvullende uitkering indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een beroepsincident.
|
||||
**7.** De gewezen ambtenaar die recht heeft op een WIA-uitkering ter zake van de dienstbetrekking die hij voor zijn ontslag vervulde, heeft recht op een aanvullende uitkering indien de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door een beroepsincident.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
De aanvullende uitkering, bedoeld in het zevende lid, is gelijk aan het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. een percentage van de laatstelijk genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, in het jaar voorafgaande aan zijn ontslag; en
|
||||
b. de aan de ambtenaar toegekende WAO-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een hem toegekend invaliditeitspensioen en een hem toegekende herplaatsingstoelage.
|
||||
b. de aan de ambtenaar toegekende WIA-uitkering, in voorkomend geval vermeerderd met een hem toegekende AAOP-uitkering.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1396,8 +1398,6 @@ Het percentage, bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, is afhankelijk van de m
|
|||
| 55 tot 65%: | 54,01%; |
|
||||
| 45 tot 55%: | 45,01%; |
|
||||
| 35 tot 45%: | 36,01%; |
|
||||
| 25 tot 35%: | 27,01%; |
|
||||
| 15 tot 25%: | 18,00%. |
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1422,13 +1422,13 @@ De artikelen 54, vierde lid, 54a, tweede tot en met vijfde lid, 54b, 54c en 77,
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging of een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering:
|
||||
De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging:
|
||||
|
||||
a. indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen;
|
||||
b. indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt, of
|
||||
c. indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 23, vierde lid, onderdeel b, en blijkt dat de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring van geschiktheid ten onrechte is afgegeven, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.
|
||||
|
||||
**2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op doorbetaling van zijn loon of bezoldiging, dan wel op een ZW-uitkering.
|
||||
**2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op betaling van loon of bezoldiging, dan wel aanspraak kan maken op een ZW-uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 54f
|
||||
|
||||
|
|
@ -1444,7 +1444,7 @@ e. verzuimt de deskundige persoon of de arbodienst op eerste aanvraag mee te del
|
|||
f. zonder deugdelijke grond nalaat gevolg te geven aan een verzoek van de deskundige persoon of de arbodienst om te verschijnen;
|
||||
g. er de oorzaak van is dat het arbeidsgezondheidskundig onderzoek door een door de deskundige persoon of de arbodienst aangewezen arts niet kan plaatshebben;
|
||||
h. niet binnen twee dagen na de aanvang van de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte dit heeft gemeld bij het bevoegd gezag;
|
||||
i. weigert aangeboden passende arbeid, waartoe de deskundige persoon of de arbodienst hem in staat acht, te verkrijgen of te aanvaarden, dan wel, zonder deugdelijke grond weigert deze arbeid, waartoe hij in de gelegenheid wordt gesteld, te verrichten;
|
||||
i. weigert aangeboden passende arbeid, waartoe de deskundige persoon of de arbodienst hem in staat acht, te verrichten;
|
||||
j. zich niet houdt aan de ten aanzien van hem geldende regels met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verzuimbegeleiding en de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedure;
|
||||
k. zijn ongeschiktheid tot werken opzettelijk heeft veroorzaakt;
|
||||
l. weigert inzage te geven in een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet, voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor Onze Minister voor de uitvoering van wetten;
|
||||
|
|
@ -1453,17 +1453,17 @@ n. vóór de betaling van de bezoldiging weigert mededeling te doen van inkomste
|
|||
o. niet onverwijld op verzoek of uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden meedeelt, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn aanspraak op of de hoogte van een aan hem toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering;
|
||||
p. zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de deskundige persoon of de arbodienst bepaalde tijdstip en in de door deze persoon of dienst bepaalde mate, indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door de deskundige persoon of de arbodienst als geldig erkende reden heeft opgegeven;
|
||||
q. zonder deugdelijke grond weigert gevolg te geven aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of mee te werken aan getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de betrokkene in staat te stellen passende arbeid te verrichten;
|
||||
r. zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren of bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO;
|
||||
s. geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering in verband met de toepassing van artikel 25 of 28, onder a of b, van de WAO;
|
||||
r. zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren of bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA;
|
||||
s. geen aanspraak heeft op een WIA-uitkering omdat geen aanvraag is ingediend of in verband met de toepassing van artikel 88 van de WIA;
|
||||
t. zonder deugdelijke grond weigert meer te werken aan de doelmatige uitvoering van dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
**2.** De aanspraak op de doorbetaling van bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering kan geheel of gedeeltelijk vervallen worden verklaard in het geval de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de regels heeft overtreden die ter zake van afwezigheid wegens ziekte zijn vastgesteld.
|
||||
**2.** De aanspraak op de doorbetaling van bezoldiging kan geheel of gedeeltelijk vervallen worden verklaard in het geval de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de regels heeft overtreden die ter zake van afwezigheid wegens ziekte zijn vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** De ingevolge het eerste en tweede lid vervallen aanspraken herleven met ingang van het tijdstip waarop de ambtenaar of de gewezen ambtenaar alsnog gevolg geeft aan de desbetreffende verplichting op grond van dat lid.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan op grond van bijzondere omstandigheden bepalen dat de aanspraak op de doorbetaling van bezoldiging of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, niet vervalt maar geheel of ten dele aan anderen dan aan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar zal worden uitbetaald.
|
||||
**4.** Onze Minister kan op grond van bijzondere omstandigheden bepalen dat de aanspraak op de doorbetaling van bezoldiging, niet vervalt maar geheel of ten dele aan anderen dan aan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar zal worden uitbetaald.
|
||||
|
||||
**5.** Voor zover Onze Minister van de bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging of bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, alsnog aan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar uitbetaald, indien het in artikel 32, eerste lid, van de Wet SUWI, bedoelde oordeel ten gunste van de ambtenaar of de gewezen ambtenaar uitvalt.
|
||||
**5.** Voor zover Onze Minister van de bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, geen gebruik heeft gemaakt, wordt de niet uitbetaalde bezoldiging, alsnog aan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar uitbetaald, indien het in artikel 32, eerste lid, van de Wet SUWI, bedoelde oordeel ten gunste van de ambtenaar of de gewezen ambtenaar uitvalt.
|
||||
|
||||
### Artikel 54g
|
||||
|
||||
|
|
@ -1473,7 +1473,7 @@ t. zonder deugdelijke grond weigert meer te werken aan de doelmatige uitvoering
|
|||
|
||||
**3.** Zolang duurzame reïntegratie als bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is, stelt Onze Minister de ambtenaar in de gelegenheid andere passende arbeid te verrichten.
|
||||
|
||||
**4.** In overeenstemming met de ambtenaar stelt Onze Minister een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
|
||||
**4.** In overeenstemming met de ambtenaar stelt Onze Minister een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** De ambtenaar die van mening is dat Onze Minister de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, legt bij zijn verzoek tot nakoming aan Onze Minister een oordeel van het UWV als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI over. Onze Minister beslist binnen zes weken op het verzoek en deelt daarbij mee tot welke aanpassingen in de reïntegratie-inspanningen het verzoek hem aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1481,13 +1481,13 @@ t. zonder deugdelijke grond weigert meer te werken aan de doelmatige uitvoering
|
|||
|
||||
### Artikel 54h
|
||||
|
||||
**1.** Bij samenloop van een recht krachtens dit hoofdstuk met een ZW-uitkering, WAO-uitkering, WW-uitkering of bovenwettelijke WW-uitkering op grond van dezelfde dienstbetrekking, wordt deze uitkering in mindering gebracht op dit recht, tenzij het een recht op grond van de artikelen 56 of 56a betreft.
|
||||
**1.** Bij samenloop van een recht krachtens dit hoofdstuk met een ZW-uitkering, WIA-uitkering, AAOP-uitkering, WW-uitkering of bovenwettelijke WW-uitkering, dan wel een daarmee vergelijkbare uitkering, op grond van dezelfde dienstbetrekking, wordt deze uitkering in mindering gebracht op dit recht, tenzij het een recht op grond van de artikelen 56 of 56a betreft.
|
||||
|
||||
**2.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de ZW-uitkering, de WAO-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering een vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de ZW-uitkering, de WAO-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering voor het vaststellen van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, steeds geacht onverminderd te zijn genoten.
|
||||
**2.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de ambtenaar of de gewezen ambtenaar de ZW-uitkering, de WIA-uitkering, de AAOP-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering een vermindering ondergaat, dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de ZW-uitkering, de WIA-uitkering, de AAOP-uitkering, de WW-uitkering of de bovenwettelijke WW-uitkering voor het vaststellen van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, steeds geacht onverminderd te zijn genoten.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de ambtenaar of de gewezen ambtenaar recht heeft op een ZW-uitkering of een WAO-uitkering, is het verplichtingen- en sanctieregime van de ZW of de WAO van overeenkomstige toepassing op zijn recht krachtens dit hoofdstuk op grond van dezelfde dienstbetrekking.
|
||||
**3.** Indien de ambtenaar of de gewezen ambtenaar recht heeft op een ZW-uitkering of een WIA-uitkering, is het verplichtingen- en sanctieregime van de ZW of de WIA van overeenkomstige toepassing op zijn recht krachtens dit hoofdstuk op grond van dezelfde dienstbetrekking.
|
||||
|
||||
**4.** De inkomsten die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geniet in verband met het verrichten van in het belang van zijn genezing door de deskundige persoon of de arbodienst wenselijk geachte arbeid, worden op de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering of de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering in mindering gebracht, voor zover deze tezamen met de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering of de WAO-uitkering, vermeerderd met de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, de bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering te boven gaan.
|
||||
**4.** De inkomsten die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar geniet in verband met het verrichten van in het belang van zijn genezing door de deskundige persoon of de arbodienst wenselijk geachte arbeid, worden op de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering in mindering gebracht, voor zover deze inkomsten tezamen met de aanspraak op de doorbetaling van de bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering of de WIA-uitkering, vermeerderd met de AAOP-uitkering, de bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering te boven gaan.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1545,15 +1545,11 @@ b. de gewezen ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is geworden een naar aard en om
|
|||
|
||||
### Artikel 57a
|
||||
|
||||
**1.** De aanspraak van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt zoveel mogelijk op gelijke wijze gewijzigd als een aan hem toegekende WAO-uitkering.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid vindt geen toepassing indien de ambtenaar en de gewezen ambtenaar aanspraak op een WAO-uitkering hebben wegens de ongeschiktheid tot werken voor een betrekking die de ambtenaar of de gewezen ambtenaar heeft vervuld naast zijn betrekking ter zake waarvan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar op een uitkering krachtens dit hoofdstuk aanspraak heeft, voor zover de WAO-uitkering naar de inkomsten uit die andere betrekking wordt berekend of geacht kan worden te zijn berekend.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 57b
|
||||
|
||||
**1.** De ambtenaar die aanspraak heeft op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, heeft aanspraak op een vakantie-uitkering ter grootte van 8% van de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 21 en 22 van het BBRA 1984 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk XI. Rechten en verplichtingen bij reorganisaties. procedure bij reorganisaties
|
||||
|
||||
|
|
@ -2071,12 +2067,7 @@ c. op aanvraag van de ambtenaar.
|
|||
|
||||
### Artikel 97
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit artikel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel: de overeenkomst die is aangegaan op grond van artikel 2 van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel;
|
||||
b. Stichting Pensioenfonds ABP: de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP.
|
||||
**1.** Onder de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel, als bedoeld in dit artikel, wordt verstaan de overeenkomst die is aangegaan op grond van artikel 2 van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP wordt ontslag verleend, indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van die regeling. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de in de vorige volzin bedoelde uitkering ontstaat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2172,24 +2163,16 @@ c. Onze Minister van oordeel is dat duurzame reïntegratie in arbeid die aanslui
|
|||
De termijn van twee jaar, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt verlengd:
|
||||
|
||||
a. met de duur van de vertraging indien Onze Minister de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet later doet dan op grond van dat artikel van de Ziektewet is voorgeschreven;
|
||||
b. met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, indien de wachttijd op grond van het zevende lid van dat artikel wordt verlengd;
|
||||
c. met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 71a, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft vastgesteld.
|
||||
b. met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de WIA, indien de wachttijd op grond van artikel 24, eerste lid, van de WIA wordt verlengd;
|
||||
c. met de duur van het tijdvak dat het UWV op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Voor de berekening van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschapsverlof en perioden van ongeschiktheid tijdens het zwangerschaps- of bevallingsverlof, bedoeld in artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, niet in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**6.** Perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, anders dan bedoeld in het vijfde lid, worden samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.
|
||||
|
||||
**7.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, vraagt Onze Minister het oordeel van een daartoe door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aangewezen arts.
|
||||
**7.** Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, betrekt het bevoegd gezag de uitslag van de beoordeling door het UWV van de claim in het kader van de WIA. Indien deze beoordeling niet of langer dan een jaar geleden heeft plaatsgevonden, vraagt het bevoegd gezag aan het UWV een oordeel als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wet SUWI en betrekt dit bij zijn beoordeling.
|
||||
|
||||
**8.** De in het zevende lid bedoelde arts betrekt bij zijn beoordeling een door Onze Minister aangewezen arts en, indien de ambtenaar dit wenst, een door de ambtenaar aangewezen arts.
|
||||
|
||||
**9.** De ambtenaar wordt er schriftelijk van in kennis gesteld dat de procedure, bedoeld in het zevende lid, wordt ingesteld. Daarbij wordt hij gewezen op de mogelijkheid om een arts van zijn keuze te laten deelnemen aan de procedure.
|
||||
|
||||
**10.** De kennisgeving, bedoeld in het negende lid, geschiedt niet eerder dan nadat de ambtenaar gedurende een onafgebroken periode van 18 maanden ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Het zesde lid is hierbij van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**11.** De in het zevende lid bedoelde arts stelt naar aanleiding van zijn bevindingen een rapport op. Hij zendt dit rapport aan Onze Minister. Tevens zendt hij een afschrift van dit rapport aan de ambtenaar.
|
||||
|
||||
**12.** Indien herplaatsing als bedoeld in artikel 54a, plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de ambtenaar was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren.
|
||||
**8.** Indien herplaatsing als bedoeld in artikel 54a, plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de ambtenaar was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren.
|
||||
|
||||
### Artikel 105
|
||||
|
||||
|
|
@ -2199,13 +2182,14 @@ Indien aan de ambtenaar gedurende de tijd dat hij recht heeft op wachtgeld, daar
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Ook tijdens de periode, bedoeld in artikel 104, derde lid, onderdeel a, kan aan de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, ontslag worden verleend, indien hij zonder deugdelijke grond weigert:
|
||||
Aan de ambtenaar die ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten kan ontslag worden verleend, indien hij zonder deugdelijke grond weigert:
|
||||
|
||||
a. gevolg te geven aan redelijke voorschriften of mee te werken aan getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid als bedoeld in artikel 49, onderdeel j, te verrichten, of
|
||||
b. passende arbeid als bedoeld in artikel 49, onderdeel i, te verrichten waartoe hij in de gelegenheid wordt gesteld, of
|
||||
c. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren of bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
|
||||
a. gevolg te geven aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of mee te werken aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of passende andere arbeid te verrichten, of
|
||||
b. passende arbeid te verrichten waartoe het bevoegd gezag hem in de gelegenheid stelt, of
|
||||
c. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren of bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA, of
|
||||
d. een WIA- uitkering aan te vragen.
|
||||
|
||||
**2.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, vraagt Onze Minister een hierop betrekking hebbend advies van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en neemt dit mede in beschouwing.
|
||||
**2.** Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd gezag de uitslag van de beoordeling door het UWV van de claim in het kader van de WIA betrekken indien deze minder dan een jaar geleden heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 106
|
||||
|
||||
|
|
@ -2225,21 +2209,23 @@ c. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren of bijstellen van e
|
|||
|
||||
### Artikel 108
|
||||
|
||||
**1.** De bezoldiging van de ambtenaar wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van overlijden. Artikel 41b, eerste lid, wordt voorts overeenkomstig toegepast.
|
||||
**1.** De bezoldiging van de ambtenaar wordt uitbetaald tot en met de dag van overlijden.
|
||||
|
||||
**2.** Met inachtneming van het vijfde lid wordt zo spoedig mogelijk na het overlijden aan de weduwe of weduwnaar, van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde, een bedrag uitgekeerd gelijkaan de bezoldiging over een tijdvak van drie maanden. Als maatstaf bij de berekening van het in de eerste volzin bedoelde bedrag geldt, behoudens het hierna bepaalde, de bezoldiging, welke de ambtenaar op de dag van het overlijden genoot of, indien hij op die dag aanspraak maakt op een uitkering op grond van de Ziektewet, de Werkloosheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in hoofdstuk X, zou hebben genoten indien hij op die dag arbeidsgeschikt zou zijn geweest. De uitkering wordt vermeerderd met een bedrag gelijk aan drie maal dat van de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering over een maand berekend naar de bezoldiging die de ambtenaar in de maand van het overlijden zou hebben genoten. Indien de ambtenaar in het genot was van een toelage als bedoeld in artikel 17 dan wel artikel 18a van het BBRA 1984, wordt het gedeelte van de in de eerste volzin bedoelde uitkering dat betrekking heeft op bovenbedoelde toelagen gesteld op het bedrag dat de overleden ambtenaar in de drie kalendermaanden voorafgaand aan de dag van het overlijden aan zodanige toelagen is toegekend. Bij ontstentenis van een weduwe of weduwnaar, van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige kinderen. Onder kinderen in de zin van dit artikel worden mede verstaan natuurlijke kinderen en kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de ambtenaar.
|
||||
**2.** Indien de ambtenaar bij zijn overlijden een positief of negatief vakantiesaldo heeft, vinden artikel 41b, eerste en tweede lid, overeenkomstige toepassing. Het aldus openstaande bedrag en de reeds voor zijn overlijden aan de ambtenaar uitbetaalde bezoldiging over een na zijn overlijden gelegen tijdvak worden verrekend met het eventueel aan de nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden van de ambtenaar verschuldigde bedrag wegens nog niet vergolden aanspraken van de ambtenaar, en bij gebreke hiervan of indien dit bedrag daarvoor niet toereikend is, op de uitkering, bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de overledene geen betrekkingen als bedoeld in het tweede lid nalaat, kan het daarbedoelde bedrag geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten ontoereikend is.
|
||||
**3.** Aan de nabestaande, van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde, wordt een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging over drie maanden vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering hierover. Indien de ambtenaar op de dag direct voorafgaand aan zijn overlijden aanspraak maakte op een uitkering op grond van de Ziektewet, Werkloosheidswet of de WIA, wordt als maatstaf voor de bezoldiging uitgegaan van de bezoldiging die hij zou hebben genoten als hij op die dag arbeidsgeschikt zou zijn geweest.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt, indien de ambtenaar op de dag van het overlijden wegens ziekte of ongeval verhinderd was zijn dienst te verrichten, onder bezoldiging verstaan hetgeen daaronder voor de toepassing van hoofdstuk X wordt verstaan.
|
||||
**4.** Indien de ambtenaar in het genot was van een toelage als bedoeld in artikel 17 of 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, wordt de in het derde lid bedoelde bezoldiging in zoverre gesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de overleden ambtenaar is toegekend of zou zijn toegekend in de drie kalendermaanden voorafgaande aan de dag van overlijden, of het intreden van de arbeidsongeschiktheid.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de ambtenaar voor zijn overlijden te veel vakantie heeft genoten, vindt artikel 41b, tweede lid, overeenkomstige toepassing. Het aldus verschuldigde bedrag en de reeds voor zijn overlijden aan de ambtenaar uitbetaalde bezoldiging over een na zijn overlijden gelegen tijdvak worden in mindering gebracht op het eventueel aan de nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden van de ambtenaar verschuldigde bedrag wegens nog niet vergolden aanspraken van de ambtenaar, en bij gebreke hiervan of indien en voor zover dit bedrag daarvoor niet toereikend is, op de uitkering bedoeld in het tweede lid.
|
||||
**5.** Op het bedrag, bedoeld in het derde lid, wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de ZW, artikel 74 van de WIA, artikel 11.17 van het pensioenreglement of andere naar aard en strekking hiermee overeenkomende uitkeringen die voortvloeien uit dezelfde dienstbetrekking.
|
||||
|
||||
**6.** Op het bedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt in mindering gebracht een uitkering op grond van artikel 35 van de Ziektewet of artikel 53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. Alleen uitkeringen die voortvloeien uit de dienstbetrekking bij Onze Minister worden in mindering gebracht.
|
||||
**6.** Bij ontstentenis van een nabestaande, van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, geschiedt de uitkering, bedoeld in het derde lid, ten behoeve van de minderjarige kinderen. Onder kinderen in de zin van dit artikel worden mede verstaan natuurlijke kinderen en kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de ambtenaar.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de ambtenaar geen betrekkingen als bedoeld in het derde en zesde lid, nalaat, kan de daar bedoelde uitkering door het bevoegd gezag geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging indien de nalatenschap van de overledene hiertoe ontoereikend is.
|
||||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
Na het overlijden van de gewezen ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op grond van de artikelen 54b en 55 in het genot was van doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, wordt aan de in artikel 108 bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging welke de gewezen ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden. Op deze uitkering wordt in mindering gebracht het bedrag van de uitkering op grond van artikel 35 van de Ziektewet, artikel 53 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de artikelen 6 en 11 van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen, indien deze uitkeringen worden uitgekeerd. Alleen uitkeringen die voortvloeien uit de dienstbetrekking bij Onze Minister worden in mindering gebracht.
|
||||
Na het overlijden van de gewezen ambtenaar, die op de dag van zijn overlijden op grond van de artikelen 54b en 55 in het genot was van doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, wordt aan de in artikel 108 bedoelde personen en met overeenkomstige toepassing van dat artikel een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging welke de gewezen ambtenaar op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden. Op deze uitkering wordt in mindering gebracht het bedrag van de uitkering op grond van de artikelen 35 en 36 van de ZW, artikel 74 van de WIA, de artikelen 6 en 11 van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk of naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen die voortvloeien uit dezelfde dienstbetrekking. Alleen uitkeringen die voortvloeien uit de dienstbetrekking bij Onze Minister worden in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 110
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue