2007-01-01 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000
This commit is contained in:
parent
463bffd087
commit
50f8b87fd1
1 changed files with 10 additions and 25 deletions
|
|
@ -33,15 +33,15 @@ b. voor wat betreft de hoofdstukken 5 en 10 het examen, bedoeld in artikel 7.10a
|
|||
|
||||
**deelnemer**: degene die beroepsonderwijs volgt,
|
||||
|
||||
**gecorrigeerde belastbare loon**: belastbare loon als bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met twee derde van het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
|
||||
**gecorrigeerde belastbare loon**: belastbare loon als bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met een derde van het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
|
||||
|
||||
a. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119,– en niet meer dan € 1 605,–,
|
||||
b. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487,–,
|
||||
|
||||
**gecorrigeerde verzamelinkomen**: verzamelinkomen als bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001 verminderd met:
|
||||
|
||||
a. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, de zelfstandigenaftrek, bedoeld in artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001, is toegepast: € 903,–,
|
||||
b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten: twee derde van het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
|
||||
a. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, de zelfstandigenaftrek, bedoeld in artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001, is toegepast: € 452,–,
|
||||
b. indien in het kalenderjaar waarover het verzamelinkomen wordt berekend, loon in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten: een derde van het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
|
||||
|
||||
1º. bij dat loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119,– en niet meer dan € 1 605,–,
|
||||
2º. bij dat loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487,–,
|
||||
|
|
@ -434,7 +434,7 @@ c. een combinatie van de onderdelen a en b.
|
|||
|
||||
**2.** Indien ingevolge artikel 9.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 geen aanslag wordt vastgesteld of een aanslag wordt vastgesteld waarbij verrekening van de loonbelasting achterwege blijft, treedt het gecorrigeerde belastbare loon in de plaats van het gecorrigeerde verzamelinkomen.
|
||||
|
||||
**3.** Het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar wordt, indien het een negatief bedrag is, gesteld op nihil. Vervolgens wordt daarop in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is naar de maatstaf van 2004 gelijk aan € 14 827,15. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de derde volzin een vrije voet die naar de maatstaf van 2004 gelijk is aan € 18 973,–.
|
||||
**3.** Het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar wordt, indien het een negatief bedrag is, gesteld op nihil. Vervolgens wordt daarop in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is naar de maatstaf van 2004 gelijk aan € 15 143,81per 1 januari 2007 € 15.754,81.. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de derde volzin een vrije voet die naar de maatstaf van 2004 gelijk is aan € 19 289,66per 1 januari 2007 € 20.067,93..
|
||||
|
||||
**4.** Het bruto kortingsbedrag op jaarbasis is 26% van het verschil tussen het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar en de vrije voet in dat jaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -505,7 +505,7 @@ Het verschil tussen het maximale bedrag van de aanvullende beurs en de voor een
|
|||
|
||||
### Artikel 3.17
|
||||
|
||||
**1.** Indien een studerende in een kalenderjaar meerinkomen heeft, leidt dit tot een vordering van de IB-Groep op de studerende. Meerinkomen is het toetsingsinkomen, verminderd met een vrije voet naar de maatstaf van 1 januari 2000 van € 8849 per 1 januari 2005: € 10.461,66. Bij de berekening van het toetsingsinkomen is artikel 3.9, eerste lid, tweede en derde volzin, en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Indien een studerende in een kalenderjaar meerinkomen heeft, leidt dit tot een vordering van de IB-Groep op de studerende. Meerinkomen is het toetsingsinkomen, verminderd met een vrije voet naar de maatstaf van 1 januari 2000 van € 8849 per 1 januari 2005: € 10.630,74. Bij de berekening van het toetsingsinkomen is artikel 3.9, eerste lid, tweede en derde volzin, en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -724,7 +724,7 @@ Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die in Nederland een
|
|||
|
||||
**3.** Indien aan de voorwaarden, bedoeld in deze paragraaf, wordt voldaan wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift.
|
||||
|
||||
**4.** Studiefinanciering wordt gedurende in totaal ten hoogste 36 maanden na de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
|
||||
**4.** Studiefinanciering wordt gedurende in totaal ten hoogste 36 maanden na de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02per 1 januari 2007 € 809,93. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -794,7 +794,7 @@ Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven
|
|||
|
||||
**1.** Studiefinanciering wordt gedurende ten hoogste 4 jaren verstrekt in de vorm van een gift.
|
||||
|
||||
**2.** Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2004 € 770,53. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
|
||||
**2.** Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2004 € 770,53per 1 januari 2007 € 809,93. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.19
|
||||
|
||||
|
|
@ -840,7 +840,7 @@ Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die na 31 augustus 1996
|
|||
|
||||
**2.** Indien aan de voorwaarden, bedoeld in dit hoofdstuk, wordt voldaan wordt de prestatiebeurs omgezet in een gift. Deze omzetting is slechts een maal mogelijk.
|
||||
|
||||
**3.** Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
|
||||
**3.** Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02per 1 januari 2007 € 809,93. Tevens kan een reisvoorziening worden verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -854,7 +854,7 @@ Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op studenten die na 31 augustus 1996
|
|||
|
||||
**1.** Een lening voor het volgen van een opleiding als bedoeld in artikel 2.12, wordt op aanvraag gedurende ten hoogste 36 maanden uitsluitend verstrekt voor het aantal maanden studiefinanciering in de vorm van een lening waarop de student nog geen aanspraak heeft gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02. Artikel 3.17 is niet van toepassing.
|
||||
**2.** Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02per 1 januari 2007 € 809,93. Artikel 3.17 is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -1357,7 +1357,7 @@ In dit hoofdstuk wordt onder tempobeurs verstaan een voorwaardelijke gift die on
|
|||
|
||||
**2.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 5 jaren of het aantal jaren genoemd in artikel 10.5, verstrekt in de vorm van een tempobeurs. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift.
|
||||
|
||||
**3.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 2 jaren na de periode, bedoeld in het tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift. Het bedrag dat per maand gedurende deze periode kan worden geleend, bedraagt, in afwijking van artikel 3.2, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02. De artikelen 3.13 en 3.18 zijn niet van toepassing.
|
||||
**3.** Studiefinanciering met uitzondering van de reisvoorziening wordt gedurende 2 jaren na de periode, bedoeld in het tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. De reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een gift. Het bedrag dat per maand gedurende deze periode kan worden geleend, bedraagt, in afwijking van artikel 3.2, naar de maatstaf van 1 januari 2005 € 787,02per 1 januari 2007 € 809,93. De artikelen 3.13 en 3.18 zijn niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 10.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -1600,21 +1600,6 @@ e. onder het gecorrigeerde belastbare loon verstaan het zuivere loon,
|
|||
f. in artikel 6.11, tweede lid, voor «indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing is» gelezen: « indien de debiteur voor de inkomstenbelasting is ingedeeld in tariefgroep 3, 4 of 5». Voorts wordt voor «Indien voor de debiteur de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of de algemene heffingskorting maar niet de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is» gelezen: «Indien de debiteur is ingedeeld in tariefgroep 1 of 2». Ten slotte wordt voor «indien voor de debiteur – naast de algemene heffingskorting – voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing zou zijn» gelezen: bij indeling in tariefgroep 3, en
|
||||
g. in artikel 6.13 wordt voor «Indien voor de debiteur voor de inkomstenbelasting» gelezen: «Indien de debiteur» en wordt voor «– naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting of voor zijn partner de verhoging van de gecombineerde heffingskorting, bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van toepassing wordt» gelezen: is ingedeeld in een andere tariefgroep.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.1d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing op de navolgende tijdvakken luidt artikel 3.9, derde lid:
|
||||
|
||||
a. van 1 januari 2006 tot 1 januari 2007:
|
||||
|
||||
3. Het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar wordt, indien het een negatief bedrag is, gesteld op nihil. Vervolgens wordt daarop in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is gelijk aan € 15 275,67. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de derde volzin een vrije voet die gelijk is aan € 19 546,93.
|
||||
b. van 1 januari 2007 tot 1 januari 2008:
|
||||
|
||||
3. Het gecorrigeerde verzamelinkomen in het peiljaar wordt, indien het een negatief bedrag is, gesteld op nihil. Vervolgens wordt daarop in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is gelijk aan € 15 504,23. Indien een van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een studerende die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, blijkens die basisadministratie slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien voor een ouder voor de inkomstenbelasting – naast de algemene heffingskorting – de alleenstaande-ouderkorting van toepassing is, en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de derde volzin een vrije voet die gelijk is aan € 19 748,75.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 3.10, eerste lid, geldt tot 1 januari 2008 in plaats van «het toetsingsinkomen»: het gecorrigeerde verzamelinkomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 3.18 wordt het normbedrag maximale aanvullende beurs/lening (of veronderstelde ouderlijke bijdrage) voor zowel thuiswonend als uitwonend en voor zowel hoger onderwijs als beroepsonderwijs voor het kalenderjaar 2006 eenmalig verhoogd met € 5,84.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue