2017-08-01 | BWBR0002667 | Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen

This commit is contained in:
Coornhert 2017-08-01 12:00:00 +00:00
parent dcf1812aba
commit 50ff0a6489

View file

@ -59,7 +59,7 @@ f. indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die niet of als ni
**5.** Indien een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een inrichting of uitrusting, ten aanzien waarvan reeds eerder een aanvraag is ingediend, kan, voor zover bepaalde gegevens reeds bij de eerdere aanvraag zijn verstrekt en geen wijziging hebben ondergaan, naar die eerdere aanvraag worden verwezen.
**6.** Onze Minister kan de indiening van verdere afschriften van de aanvraag of van daarbij behorende bijlagen verlangen.
**6.** De Autoriteit kan de indiening van verdere afschriften van de aanvraag of van daarbij behorende bijlagen verlangen.
### Artikel 3a
@ -257,8 +257,8 @@ Vervallen
Bij de voorbereiding van beschikkingen met betrekking waartoe op grond van artikel 17 of 20, eerste lid, van de wet afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, worden  anders dan als adviseurs  betrokken:.
a. in gevallen waarin de beschikking een inrichting als bedoeld in artikel 6, 7 of 8 betreft: de besturen van de provincie en de gemeente waar de inrichting geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen, de besturen van de provincies en gemeenten welker gebied is gelegen op minder dan 10 kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn, alsmede de organen die belast zijn met het kwalitatieve beheer van oppervlaktewateren die gelegen zijn op minder dan 10 kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn;
b. in gevallen waarin de beschikking een inrichting als bedoeld in artikel 9 betreft: het bestuur van de gemeente of gemeenten, waar de inrichting gelegen is of zal zijn.
a. in gevallen waarin de beschikking een inrichting als bedoeld in artikel 6, 7 of 8 betreft: het college van gedeputeerde staten van de provincie en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de inrichting geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen, de colleges van gedeputeerde staten van de provincies en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten welker gebied is gelegen op minder dan tien kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn, alsmede de bestuursorganen die belast zijn met het waterkwaliteitsbeheer van oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Waterwet in samenhang met artikel 3.1 van de Waterregeling die gelegen zijn op minder dan tien kilometer van de plaats waar de inrichting gelegen is of zal zijn;
b. in gevallen waarin de beschikking een inrichting als bedoeld in artikel 9 betreft: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten, waar de inrichting gelegen is of zal zijn.
### Paragraaf 2. Beschikkingen op de voorbereiding waarvan
@ -314,17 +314,25 @@ Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen ten a
### Artikel 21
**1.** Het is verboden in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, nucleaire drukapparatuur te gebruiken, die niet is goedgekeurd aan de hand van door Onze Minister daartoe in het belang van de veilige werking van zodanige apparatuur vastgestelde voorschriften.
**1.** Het is verboden in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, nucleaire drukapparatuur te gebruiken, die niet is goedgekeurd aan de hand van door de Autoriteit daartoe in het belang van de veilige werking van zodanige apparatuur vastgestelde voorschriften.
**2.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat het in het eerste lid gestelde verbod mede geldt voor gebruik in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, van bij of krachtens die regeling aangewezen andere drukapparatuur die bij defecten de verspreiding van radioactiviteit kan veroorzaken.
**3.** Goedkeuring van nucleaire drukapparatuur, die voor het in werking treden van dit artikel is verleend aan de hand van een keuring overeenkomstig het Stoombesluit, wordt gelijkgesteld met goedkeuring, verleend na een keuring aan de hand van de krachtens het eerste lid vastgestelde voorschriften.
**4.** Met de keuring zijn belast de door Onze Minister aangewezen instellingen. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot het aanwijzen van instellingen, bedoeld in de eerste volzin. Hij kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de keuringen worden verricht.
**4.** Met de keuring zijn belast de door de Autoriteit aangewezen instellingen.
**5.** De Autoriteit stelt bij verordening regels met betrekking tot het aanwijzen van instellingen.
**6.** De Autoriteit kan bij verordening regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de keuringen worden verricht.
### Artikel 22
Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van de beveiliging van het voorhanden hebben en het zich ontdoen van de in de bijlage bij dit besluit genoemde splijtstoffen en ertsen en ten aanzien van de beveiliging van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet.
**1.** Een referentiedreiging of wijziging daarvan wordt door Onze Minister vastgesteld.
**2.** Een referentiedreiging wordt na vaststelling medegedeeld aan de houders van een vergunning van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet.
**3.** De Autoriteit kan bij verordening regels stellen ten aanzien van de beveiliging van het voorhanden hebben en het zich ontdoen van de in de bijlage bij dit besluit genoemde splijtstoffen en ertsen en ten aanzien van de beveiliging van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet.
### Artikel 23
@ -359,15 +367,15 @@ f. de relevante milieuaspecten, in het bijzonder het beheer van radioactieve afv
### Artikel 27
**1.** Het ontmantelingsplan van de houder van een vergunning voor het oprichten, het in werking brengen of het in werking houden van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet en wijzigingen van dat plan behoeven goedkeuring van Onze Minister.
**1.** Het ontmantelingsplan van de houder van een vergunning voor het oprichten, het in werking brengen of het in werking houden van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet en wijzigingen van dat plan behoeven goedkeuring van de Autoriteit.
**2.** Goedkeuring wordt geweigerd indien het ontmantelingsplan niet voldoet aan de eisen die bij of krachtens dit besluit zijn gesteld.
**3.** Onze Minister beslist op de aanvraag om goedkeuring van het ontmantelingsplan binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.
**3.** De Autoriteit beslist op de aanvraag om goedkeuring van het ontmantelingsplan binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.
**4.** Onze Minister kan aan de goedkeuring voorschriften verbinden.
**4.** De Autoriteit kan aan de goedkeuring voorschriften verbinden.
**5.** Onze Minister kan de goedkeuring intrekken indien het ontmantelingsplan niet meer voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit besluit zijn gesteld.
**5.** De Autoriteit kan de goedkeuring intrekken indien het ontmantelingsplan niet meer voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit besluit zijn gesteld.
### Artikel 28
@ -375,7 +383,7 @@ De houder van een vergunning voor het oprichten, het in werking brengen of het i
### Artikel 29
**1.** Vanaf het tijdstip waarop een vergunning voor het in werking brengen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet is verleend totdat een vergunning voor het buiten gebruik stellen van die inrichting is verleend, actualiseert de houder van de vergunning voor het in werking brengen of het in werking houden van die inrichting het ontmantelingsplan ten minste elke vijf jaar, of wanneer Onze Minister dit nodig acht.
**1.** Vanaf het tijdstip waarop een vergunning voor het in werking brengen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet is verleend totdat een vergunning voor het buiten gebruik stellen van die inrichting is verleend, actualiseert de houder van de vergunning voor het in werking brengen of het in werking houden van die inrichting het ontmantelingsplan ten minste elke vijf jaar, of wanneer de Autoriteit dit nodig acht.
**2.**
@ -389,7 +397,7 @@ c. wijzigingen van de inrichting voor zover deze gevolgen kunnen hebben voor de
**1.** De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet vangt aan met de buitengebruikstelling en de ontmanteling van die inrichting onmiddellijk nadat de normale bedrijfsvoering is beëindigd.
**2.** Onze Minister kan in bijzondere omstandigheden toestaan dat op een later tijdstip met de buitengebruikstelling en de ontmanteling van de inrichting wordt aangevangen.
**2.** De Autoriteit kan in bijzondere omstandigheden toestaan dat op een later tijdstip met de buitengebruikstelling en de ontmanteling van de inrichting wordt aangevangen.
**3.** De houder van een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet voltooit de buitengebruikstelling en de ontmanteling van die inrichting zo snel als redelijkerwijs mogelijk is.
@ -397,7 +405,7 @@ c. wijzigingen van de inrichting voor zover deze gevolgen kunnen hebben voor de
**1.** Bij de ontmanteling van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet worden de feitelijke beperkingen die in de weg staan aan de realisatie van elke volgende functie op het terrein waarop de inrichting was gevestigd, weggenomen voor zover die beperkingen het gevolg zijn van die inrichting.
**2.** Bij een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet kan Onze Minister in bijzondere omstandigheden toestaan dat wordt afgeweken van het eerste lid.
**2.** Bij een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet kan de Autoriteit in bijzondere omstandigheden toestaan dat wordt afgeweken van het eerste lid.
### Artikel 30b
@ -405,13 +413,13 @@ Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen regel
### Artikel 30c
Onze Minister beslist op een aanvraag tot het intrekken van een vergunning voor het ontmantelen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.
De Autoriteit beslist op een aanvraag tot het intrekken van een vergunning voor het ontmantelen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.
### Artikel 30d
**1.** Bij de aanvraag tot het intrekken van een vergunning voor het ontmantelen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet toont de houder van die vergunning ten genoegen van Onze Minister aan dat de ontmanteling is voltooid. Hierbij toont hij in ieder geval aan dat aan artikel 30a is voldaan.
**1.** Bij de aanvraag tot het intrekken van een vergunning voor het ontmantelen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet toont de houder van die vergunning ten genoegen van de Autoriteit aan dat de ontmanteling is voltooid. Hierbij toont hij in ieder geval aan dat aan artikel 30a is voldaan.
**2.** Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop wordt aangetoond dat de ontmanteling is voltooid.
**2.** De Autoriteit kan bij verordening regels stellen met betrekking tot de wijze waarop wordt aangetoond dat de ontmanteling is voltooid.
### Artikel 30e
@ -427,11 +435,11 @@ a. de splijtstof of erts bevattende afvalstoffen die door het gebruik van die in
b. de splijtstof of erts bevattende afvalstoffen en de radioactieve afvalstoffen die terugkomen na opwerking van de splijtstoffen die in die inrichting zijn gebruikt en
c. de radioactieve afvalstoffen die vrijkomen bij de buitengebruikstelling en de ontmanteling van die inrichting.
**2.** Onze Minister kan regels stellen over de te treffen voorziening.
**2.** De Autoriteit kan bij verordening regels stellen over de te treffen voorziening.
### Artikel 30g
De vergunninghouder stelt de kosten die hij in rekening brengt voor het in werking houden van een inrichting waarin splijtstoffen worden opgeslagen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, die op grond van artikel 42, derde lid, onderdeel e, door Onze Minister is aangewezen, vast op een transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze. Tot de kosten behoren ook kosten die de vergunninghouder maakt voor onderzoek en ontwikkeling voor het beheer van verbruikte splijtstoffen, zoals dit in het nationaal programma, bedoeld in artikel 40a, is opgenomen.
De vergunninghouder stelt de kosten die hij in rekening brengt voor het in werking houden van een inrichting waarin splijtstoffen worden opgeslagen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, die op grond van artikel 42, derde lid, onderdeel e, door de Autoriteit is aangewezen, vast op een transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze. Tot de kosten behoren ook kosten die de vergunninghouder maakt voor onderzoek en ontwikkeling voor het beheer van verbruikte splijtstoffen, zoals dit in het nationaal programma, bedoeld in artikel 40a, is opgenomen.
## Hoofdstuk IV. Regelen betreffende aan een vergunning als bedoeld in
@ -473,9 +481,9 @@ Vervallen
Aan een vergunning als bedoeld in artikel 15 van de wet worden voorschriften met het oog op de veiligheid van de staat verbonden, indien de vergunning uitsluitend of mede betrekking heeft op het doen van verrichtingen:
a. met gebruikmaking van gegevens, hulpmiddelen of materialen dan wel van een inrichting of een uitrusting, ten aanzien waarvan naar het oordeel van Onze Minister het belang van de veiligheid van de staat het opleggen van een verplichting tot geheimhouding of een beperking ten aanzien van het gebruik vereist, of
b. waarbij onderzoekingen worden verricht of werkmethoden worden toegepast, ten aanzien waarvan naar het oordeel van Onze Minister het belang van de veiligheid van de staat het opleggen van een verplichting tot geheimhouding vereist, of
c. welke blijkens een verklaring van Onze Minister van vitaal belang zijn voor de militaire of civiele verdediging.
a. met gebruikmaking van gegevens, hulpmiddelen of materialen dan wel van een inrichting of een uitrusting, ten aanzien waarvan naar het oordeel van de Autoriteit het belang van de veiligheid van de staat het opleggen van een verplichting tot geheimhouding of een beperking ten aanzien van het gebruik vereist, of
b. waarbij onderzoekingen worden verricht of werkmethoden worden toegepast, ten aanzien waarvan naar het oordeel van de Autoriteit het belang van de veiligheid van de staat het opleggen van een verplichting tot geheimhouding vereist, of
c. welke blijkens een verklaring van de Autoriteit van vitaal belang zijn voor de militaire of civiele verdediging.
**2.**
@ -485,17 +493,17 @@ a. ten aanzien van gegevens, hulpmiddelen, materialen, een inrichting of een uit
b. gegevens, hulpmiddelen of materialen dan wel een inrichting of uitrusting als in het eerste lid bedoeld met inachtneming van in het voorschrift aangegeven beperkingen te gebruiken;
c. terreinen, gebouwen en ruimten, waar verrichtingen als in het eerste lid bedoeld plaatsvinden dan wel gegevens, hulpmiddelen of materialen, met gebruikmaking waarvan zodanige verrichtingen plaatsvinden, worden bewaard, op een bij het voorschrift bepaalde wijze te beveiligen;
d. het gebruik van gegevens, hulpmiddelen of materialen dan wel van een inrichting of uitrusting als in het eerste lid bedoeld, alsmede het aanwenden van uit zodanig gebruik voortvloeiende kennis op een bij het voorschrift bepaalde wijze te regelen;
e. Onze Minister of in het voorschrift aangewezen Nederlandse controle-organen tijdig in kennis te stellen van een voorgenomen vervanging van de met de leiding van de onderneming of instelling, waaraan de vergunning is verleend, belaste persoon of personen;
f. alle of bepaalde verrichtingen uitsluitend te laten plaatsvinden door personen, ten aanzien van wie Onze Minister heeft verklaard, dat naar zijn oordeel voldoende waarborgen aanwezig kunnen worden geacht, dat zij de verplichting met betrekking tot de geheimhouding naar behoren zullen vervullen;
e. de Autoriteit of in het voorschrift aangewezen Nederlandse controle-organen tijdig in kennis te stellen van een voorgenomen vervanging van de met de leiding van de onderneming of instelling, waaraan de vergunning is verleend, belaste persoon of personen;
f. alle of bepaalde verrichtingen uitsluitend te laten plaatsvinden door personen, ten aanzien van wie de Autoriteit heeft verklaard, dat naar zijn oordeel voldoende waarborgen aanwezig kunnen worden geacht, dat zij de verplichting met betrekking tot de geheimhouding naar behoren zullen vervullen;
g. bij het voorschrift aangewezen organen, waaraan een taak is opgedragen terzake van de uitvoering van de wet, in het voorschrift omschreven inlichtingen te doen toekomen betreffende gegevens, hulpmiddelen of materialen, dan wel een inrichting of uitrusting als in het eerste lid bedoeld, alsmede een op het verstrekken van zodanige inlichtingen gerichte administratie te voeren, aan de hand waarvan de juistheid van de verstrekte inlichtingen op eenvoudige wijze kan worden aangetoond;
h. Onze Minister of bij het voorschrift aangewezen Nederlandse controle-organen onverwijld in te lichten, indien ernstige inbreuken op de naleving van de met het oog op de veiligheid van de staat gegeven voorschriften dan wel spionage worden vermoed of ontdekt;
h. de Autoriteit of bij het voorschrift aangewezen Nederlandse controle-organen onverwijld in te lichten, indien ernstige inbreuken op de naleving van de met het oog op de veiligheid van de staat gegeven voorschriften dan wel spionage worden vermoed of ontdekt;
i. een aan de onderneming of instelling verbonden functionaris aan te wijzen, speciaal belast met het treffen van maatregelen ter uitvoering van de met het oog op de veiligheid van de staat aan de vergunning verbonden voorschriften, alsmede met het toezicht op de naleving van die maatregelen.
### Paragraaf 3. Bewaring van splijtstoffen en ertsen
### Artikel 36
**1.** Aan een vergunning als bedoeld in artikel 15 van de wet worden voorschriften met het oog op de bewaring van splijtstoffen en ertsen verbonden, indien en voor zover zulks nodig is voor de bescherming van de in artikel 15b, eerste lid, van de wet, onder a, b, d of f bedoelde belangen.
**1.** Aan een vergunning als bedoeld in artikel 15 van de wet worden voorschriften met het oog op de bewaring van splijtstoffen en ertsen verbonden, indien en voor zover zulks nodig is voor de bescherming van de in artikel 15b, eerste lid, onder a, b of e, van de wet, bedoelde belangen.
**2.**
@ -509,22 +517,11 @@ c. een of meer aan de onderneming of instelling verbonden functionarissen aan te
### Artikel 37
**1.** Aan een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder a, van de wet worden voorschriften met het oog op de energievoorziening verbonden, indien een geregelde voorziening met splijtstoffen of ertsen niet in voldoende mate is gewaarborgd.
**2.** Voorschriften als bedoeld in het eerste lid kunnen de verplichting inhouden splijtstoffen of ertsen uitsluitend van bij het voorschrift aan te wijzen leveranciers te betrekken dan wel aan daarbij aan te wijzen afnemers te leveren.
Vervallen
### Artikel 38
**1.**
Aan een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet ten aanzien van een inrichting, bestemd voor de opwekking van thermische of elektrische energie voor de openbare energievoorziening, worden voorschriften met het oog op de energievoorziening verbonden, indien:
a. een geregelde voorziening van voor die inrichting vereiste splijtstoffen niet in voldoende mate is gewaarborgd, dan wel
b. het ononderbroken in bedrijf houden van de inrichting niet in voldoende mate is gewaarborgd.
**2.** Voorschriften als bedoeld in het eerste lid, onder *a*, kunnen de verplichting inhouden tot het aanhouden van een voorraad splijtstoffen van bij het voorschrift te bepalen aard en samenstelling, in een daarbij te bepalen omvang, gedurende daarbij te bepalen tijdvakken.
**3.** Voorschriften als bedoeld in het eerste lid, onder *b*, kunnen de verplichting inhouden om de inrichting op een landelijk koppelnet te doen aansluiten dan wel op een andere wijze te beschikken over een zodanig reservevermogen, dat de energievoorziening gedurende een bij het voorschrift te bepalen tijdvak is gewaarborgd.
Vervallen
### Paragraaf 5. Het zeker stellen van de betaling van de vergoeding, aan derden toekomend voor schade, hun toegebracht
@ -614,10 +611,10 @@ a. splijtstoffen of ertsen worden toegevoegd aan producten, bestemd voor gebruik
Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt niet voor handelingen met een ingekapselde bron waarbij de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit stralingsbescherming vastgestelde waarde voor de activiteit en de activiteitsconcentratie worden overschreden, indien:
a. deze van een door Onze Minister goedgekeurd type is en
a. deze van een door de Autoriteit goedgekeurd type is en
b. deze onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter van enige bereikbare buitenzijde daarvan geen hogere omgevingsdosisequivalent kan geven dan 1 μSv per uur.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot keuringen als bedoeld in het eerste lid, onder a, en voor de opslag en de verwijdering van ingekapselde bronnen als bedoeld in het eerste lid.
**2.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen regels worden gesteld met betrekking tot keuringen als bedoeld in het eerste lid, onder a, en voor de opslag en de verwijdering van ingekapselde bronnen als bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 42
@ -640,8 +637,8 @@ b. een feitelijke levering van splijtstoffen of ertsen door enkele overgave aan
1°. gebruik, product- of materiaalhergebruik van splijtstoffen of ertsen,
2°. inzameling van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen;
c. een afgifte aan een krachtens artikel 22, vierde lid, van de wet aangewezen instelling voor ontvangst van in bezit genomen splijtstoffen of ertsen;
d. het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen door afgifte aan een door Onze Minister erkende ophaaldienst van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen;
e. een afgifte aan een door Onze Minister aangewezen instelling voor de ontvangst van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen.
d. het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen door afgifte aan een door de Autoriteit erkende ophaaldienst van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen;
e. een afgifte aan een door de Autoriteit aangewezen instelling voor de ontvangst van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen.
**4.** Het derde lid geldt alleen indien de ondernemer zich ervan heeft vergewist dat de ontvanger in het bezit is van een vergunning voor de desbetreffende handeling of anderszins gerechtigd is de stoffen te ontvangen.
@ -678,7 +675,7 @@ b. de grootste hoeveelheid splijtstoffen, die te eniger tijd in de inrichting vo
Een aanvraag om goedkeuring als bedoeld in het eerste lid bevat in elk geval de volgende gegevens:
a. een overzicht van de verschillende kostenposten voor de buitengebruikstelling en de ontmanteling van de betrokken inrichting, bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, waarbij wordt uitgegaan van het laatst door Onze Minister goedgekeurde ontmantelingsplan en de voorschriften die op grond van artikel 27, vierde lid, aan de goedkeuring van het ontmantelingsplan zijn verbonden;
a. een overzicht van de verschillende kostenposten voor de buitengebruikstelling en de ontmanteling van de betrokken inrichting, bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, waarbij wordt uitgegaan van het laatst door de Autoriteit goedgekeurde ontmantelingsplan en de voorschriften die op grond van artikel 27, vierde lid, aan de goedkeuring van het ontmantelingsplan zijn verbonden;
b. een berekening van de kosten behorende bij de onder a bedoelde kostenposten, bepaald aan de hand van een algemeen aanvaarde methode en op basis van het prijspeil op het moment van de indiening van de aanvraag;
c. een omrekening van de overeenkomstig onderdeel b bepaalde kosten naar de kosten op het moment van de buitengebruikstelling en de ontmanteling, bepaald aan de hand van een algemeen aanvaarde indexeringsmethode;
d. een overzicht waaruit blijkt dat het bedrag van de berekening van de kosten op het moment van de buitengebruikstelling en de ontmanteling is gedekt door financiële zekerheid.
@ -687,7 +684,7 @@ d. een overzicht waaruit blijkt dat het bedrag van de berekening van de kosten o
### Artikel 44b
**1.** De houder van een vergunning voor het in werking brengen of het in werking houden van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, actualiseert de wijze waarop financiële zekerheid is gesteld nadat het ontmantelingsplan of een wijziging daarvan door Onze Minister is goedgekeurd of wanneer Onze Minister of Onze Minister van Financiën dit nodig acht.
**1.** De houder van een vergunning voor het in werking brengen of het in werking houden van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, actualiseert de wijze waarop financiële zekerheid is gesteld nadat het ontmantelingsplan of een wijziging daarvan door de Autoriteit is goedgekeurd of wanneer Onze Minister of Onze Minister van Financiën dit nodig acht.
**2.** De vergunninghouder, bedoeld in het eerste lid, dient binnen zes maanden na goedkeuring van het ontmantelingsplan onderscheidenlijk binnen zes maanden nadat Onze Minister of Onze Minister van Financiën kenbaar heeft gemaakt actualisatie van de wijze waarop financiële zekerheid is gesteld, nodig te achten, een aanvraag om goedkeuring van de geactualiseerde financiële zekerheid in.