2006-01-01 | BWBR0017321 | Besluit tegemoetkoming kosten kinderopvang
This commit is contained in:
parent
2a1b7527ca
commit
5125cdbebb
1 changed files with 63 additions and 72 deletions
|
|
@ -1,14 +1,14 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Besluit tegemoetkoming kosten kinderopvang
|
||||
titel: Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang
|
||||
bwb_id: BWBR0017321
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2004-10-30'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2005-11-28'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0017321
|
||||
citeertitel: Besluit tegemoetkoming kosten kinderopvang
|
||||
citeertitel: Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Besluit tegemoetkoming kosten kinderopvang
|
||||
# Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1. Algemeen
|
||||
|
||||
|
|
@ -19,27 +19,24 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
a. wet: Wet kinderopvang;
|
||||
b. dagopvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen;
|
||||
c. buitenschoolse opvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen in de leeftijd dat zij naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd, alsmede gedurende vrije dagen of middagen en in de schoolvakanties;
|
||||
d. maximum uurprijs: de maximaal voor tegemoetkoming in aanmerking komende prijs per zestig minuten geboden kinderopvang;
|
||||
d. maximum uurprijs: de maximaal voor kinderopvangtoeslag en voor tegemoetkomingen van de gemeente of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in aanmerking komende prijs per zestig minuten geboden kinderopvang;
|
||||
e. kosten van kinderopvang: het aantal uren kinderopvang per kind, vermenigvuldigd met de voor die kinderopvang te betalen prijs, met inachtneming van het bedrag, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de wet;
|
||||
f. tegenwoordige arbeid: tegenwoordige arbeid als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de wet.
|
||||
f. tegenwoordige arbeid: tegenwoordige arbeid als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de wet;
|
||||
g. extra kinderopvangtoeslag: een extra kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 94 van de wet.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. De tegemoetkoming van het rijk
|
||||
## Hoofdstuk 2. De kinderopvangtoeslag
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemene berekeningsfactoren
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** De hoogte van de tegemoetkoming van het Rijk en van de extra tegemoetkoming van het Rijk wordt voor iedere kalendermaand afzonderlijk bepaald.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de hoogte van de tegemoetkoming van het Rijk en van de extra tegemoetkoming van het Rijk voor het tegemoetkomingsjaar 2005 per periode van partnerschap afzonderlijk bepaald.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming van het Rijk en van de extra tegemoetkoming van het Rijk wordt met de aanwezigheid van een partner geen rekening gehouden in de kalendermaand waarin het partnerschap aanvangt of eindigt.
|
||||
De hoogte van de kinderopvangtoeslag en van de extra kinderopvangtoeslag wordt voor iedere kalendermaand afzonderlijk bepaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Indien meer dan één kind van een ouder gebruik maakt van kinderopvang, wordt voor de tegemoetkoming van het Rijk en de extra tegemoetkoming van het Rijk onderscheid gemaakt tussen het eerste kind en de overige kinderen.
|
||||
**1.** Indien meer dan één kind van een ouder gebruik maakt van kinderopvang, wordt voor de kinderopvangtoeslag en de extra kinderopvangtoeslag onderscheid gemaakt tussen het eerste kind en de overige kinderen.
|
||||
|
||||
**2.** Het kind met het hoogste aantal uren kinderopvang wordt voor de berekening van de hoogte van de tegemoetkoming van het Rijk en van de extra tegemoetkoming van het Rijk als eerste kind beschouwd.
|
||||
**2.** Het kind met het hoogste aantal uren kinderopvang wordt voor de berekening van de hoogte van de kinderopvangtoeslag en van de extra kinderopvangtoeslag als eerste kind beschouwd.
|
||||
|
||||
**3.** In het geval meer kinderen van een ouder een zelfde aantal uren gebruik maken van kinderopvang, wordt het kind met de laagste kosten van kinderopvang als eerste kind beschouwd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -47,65 +44,61 @@ f. tegenwoordige arbeid: tegenwoordige arbeid als bedoeld in artikel 6, eerste l
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** De maximum uurprijs voor dagopvang, buitenschoolse opvang of gastouderopvang bedraagt € 5,68.
|
||||
**1.** De maximum uurprijs voor dagopvang, buitenschoolse opvang of gastouderopvang bedraagt € 5,68 per 1-1-2006: EUR 5,72..
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid bedraagt de maximum uurprijs voor buitenschoolse opvang en voor gastouderopvang voor kinderen in de leeftijd dat zij naar het basisonderwijs gaan:
|
||||
|
||||
a. € 6,13 in 2005;
|
||||
b. € 5,98 in 2006;
|
||||
b. € 5,98 in 2006 per 1-1-2006: EUR 6,03;
|
||||
c. € 5,83 in 2007.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de prijs per uur kinderopvang hoger ligt dan de maximum uurprijs wordt bij de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming van het Rijk per kind in plaats van de prijs per uur kinderopvang de maximum uurprijs in aanmerking genomen.
|
||||
**3.** Indien de prijs per uur kinderopvang hoger ligt dan de maximum uurprijs wordt bij de bepaling van de hoogte van de kinderopvangtoeslag per kind in plaats van de prijs per uur kinderopvang de maximum uurprijs in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De maximum uurprijs, bedoeld in artikel 4, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig:
|
||||
|
||||
a. 80% van de ontwikkeling van de loonvoet bedrijven en 20% van de consumentenprijsindex zoals deze voor het betrokken jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in het voorafgaande jaar, is geraamd; en
|
||||
b. het verschil tussen de ontwikkeling van 80% van de loonvoet bedrijven en 20% van de consumentenprijsindex zoals deze voor het voorafgaande jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in dat jaar, was geraamd en de ontwikkeling van 80% van de contractlonen en 20% van de consumentenprijsindex zoals deze voor het voorafgaande jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in dat voorafgaande jaar, nader is geraamd.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder ontwikkeling van contractlonen verstaan: het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde sector en de gesubsidieerde sector, en bij de overheid, zoals dit door het Centraal Planbureau in het Centraal Economische Plan wordt bekendgemaakt.
|
||||
b. het verschil tussen de ontwikkeling van 80% van de loonvoet bedrijven en 20% van de consumentenprijsindex zoals deze voor het voorafgaande jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in dat jaar, was geraamd en de ontwikkeling van 80% van de loonvoet bedrijven en 20% van de consumentenprijsindex zoals deze voor het voorafgaande jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in dat voorafgaande jaar, nader is geraamd.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Voor de hoogte van de tegemoetkoming van het Rijk is de verdeling van de toetsingsinkomens in inkomensgroepen voor respectievelijk de tegemoetkomingsjaren 2005, 2006, 2007 en vanaf 2008 in de bij dit besluit behorende bijlagen I, IA, IB en IC opgenomen.
|
||||
**1.** Voor de berekening van de kinderopvangtoeslag is de verdeling van de toetsingsinkomens in inkomensgroepen vanaf het berekeningsjaar 2006 in de bij dit besluit behorende bijlage I opgenomen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de hoogte van de extra tegemoetkoming van het Rijk is de verdeling van de toetsingsinkomens in inkomensgroepen voor respectievelijk de tegemoetkomingsjaren 2005, 2006, 2007 en 2008 in de bij dit besluit behorende bijlagen II, IIA, IIB en IIC opgenomen.
|
||||
**2.** Voor de berekening van de extra kinderopvangtoeslag is de verdeling van de toetsingsinkomens in inkomensgroepen voor de berekeningsjaren 2006, 2007 en 2008 respectievelijk in de bij dit besluit behorende bijlagen II, IIA en IIB opgenomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
De inkomensgroepen, bedoeld in artikel 6, worden aangepast overeenkomstig de ontwikkeling van de contractlonen zoals deze voor het betrokken jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in het voorafgaande jaar, is geraamd. Artikel 5, tweede lid, is van toepassing.
|
||||
De bedragen van de toetsingsinkomens van de inkomensgroepen, bedoeld in artikel 6, worden aangepast overeenkomstig de ontwikkeling van de contractlonen, zoals deze voor het betrokken jaar, blijkens bekendmaking in het Centraal Economisch Plan in het voorafgaande jaar, is geraamd, waarbij onder ontwikkeling van de contractlonen wordt verstaan: het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde sector en de gesubsidieerde sector, en bij de overheid, zoals dit door het Centraal Planbureau wordt bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** De tegemoetkoming van het Rijk wordt uitgedrukt in een percentage van de kosten van kinderopvang.
|
||||
**1.** De kinderopvangtoeslag wordt uitgedrukt in een percentage van de kosten van kinderopvang.
|
||||
|
||||
**2.** De percentages, bedoeld in het eerste lid, worden vermeld in de tabellen, bedoeld in artikel 6, eerste lid.
|
||||
**2.** De percentages, bedoeld in het eerste lid, worden vermeld in bijlage I.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Specifieke berekeningsfactoren bij extra tegemoetkoming van het Rijk voor een ouder met partner
|
||||
### Paragraaf 2. Specifieke berekeningsfactoren bij extra kinderopvangtoeslag voor ouder met partner
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Indien een ouder en diens partner tegenwoordige arbeid verrichten, wordt de tegemoetkoming van het Rijk vermeerderd met de extra tegemoetkoming van het Rijk, voor zover de bijdragen in de kosten van kinderopvang die een ouder en diens partner in het kader van het verrichten van tegenwoordige arbeid hebben ontvangen en de tegemoetkoming van de gemeente, bedoeld in artikel 24 van de wet, of de tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 30 van de wet, die zij hebben ontvangen, minder bedragen dan een derde deel van de kosten van kinderopvang.
|
||||
**1.** Indien een ouder en diens partner tegenwoordige arbeid verrichten, wordt de kinderopvangtoeslag vermeerderd met de extra kinderopvangtoeslag, voor zover de bijdragen in de kosten van kinderopvang die een ouder en diens partner in het kader van het verrichten van tegenwoordige arbeid hebben ontvangen en de tegemoetkoming van de gemeente, bedoeld in artikel 24 van de wet, of de tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 30 van de wet, die zij hebben ontvangen, minder bedragen dan een derde deel van de kosten van kinderopvang.
|
||||
|
||||
**2.** Indien niet blijkt voor welke kinderen de ontvangen bijdragen, bedoeld in het eerste lid, zijn bedoeld, dan worden die bijdragen bij de berekening van de extra tegemoetkoming van het Rijk verdeeld over de kinderen naar rato van de kosten van kinderopvang.
|
||||
**2.** Indien niet blijkt voor welke kinderen de ontvangen bijdragen, bedoeld in het eerste lid, zijn bedoeld, dan worden die bijdragen bij de berekening van de extra kinderopvangtoeslag verdeeld over de kinderen naar rato van de kosten van kinderopvang.
|
||||
|
||||
**3.** De extra tegemoetkoming van het Rijk wordt uitgedrukt in een percentage van een derde deel van de totale kosten van kinderopvang, voor zover dat deel hoger is dan de in het eerste lid bedoelde bijdragen in de kosten van kinderopvang.
|
||||
**3.** De extra kinderopvangtoeslag wordt uitgedrukt in een percentage van een derde deel van de totale kosten van kinderopvang, voor zover dat deel hoger is dan de in het eerste lid bedoelde bijdragen in de kosten van kinderopvang.
|
||||
|
||||
**4.** De percentages, bedoeld in het derde lid, worden vermeld in de tabellen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
|
||||
**4.** De percentages, bedoeld in het derde lid, worden vermeld in de bijlagen II, IIA, IIB en IIC.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In de gevallen, bedoeld in artikel 95, eerste lid, van de wet, wordt de extra tegemoetkoming van het Rijk voor een ouder met een partner vermeerderd met een bedrag dat wordt bepaald een percentage toe te passen op het bedrag dat resteert, indien een derde deel van de kosten van kinderopvang wordt verminderd met:
|
||||
In de gevallen, bedoeld in artikel 95, eerste lid, van de wet, wordt de extra kinderopvangtoeslag voor een ouder met een partner vermeerderd met een bedrag dat wordt bepaald een percentage toe te passen op het bedrag dat resteert, indien een derde deel van de kosten van kinderopvang wordt verminderd met:
|
||||
|
||||
a. de bijdragen die een ouder en diens partner hebben ontvangen in het kader van het verrichten van tegenwoordige arbeid en de tegemoetkoming die een ouder en diens partner hebben ontvangen van de gemeente, bedoeld in artikel 24 van de wet, of van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 30 van de wet, en
|
||||
b. het bedrag van de extra tegemoetkoming van het Rijk.
|
||||
b. het bedrag van de extra kinderopvangtoeslag.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -116,63 +109,46 @@ b. 2006: 60%;
|
|||
c. 2007: 30%;
|
||||
d. 2008: 10%.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Specifieke berekeningsfactoren bij (extra) tegemoetkoming van het Rijk voor ouder zonder partner
|
||||
### Paragraaf 3. Specifieke berekeningsfactoren bij (extra) kinderopvangtoeslag voor ouder zonder partner
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Voor een ouder die geen partner heeft, wordt de tegemoetkoming van het Rijk vermeerderd met een bedrag dat overeenkomt met een zesde deel van de kosten van kinderopvang.
|
||||
Voor een ouder die geen partner heeft, wordt de kinderopvangtoeslag vermeerderd met een bedrag dat overeenkomt met een zesde deel van de kosten van kinderopvang.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Indien een ouder tegenwoordige arbeid verricht en geen partner heeft, wordt de tegemoetkoming van het Rijk vermeerderd met de extra tegemoetkoming van het Rijk, voor zover de bijdrage in de kosten van kinderopvang die hij in het kader van het verrichten van tegenwoordige arbeid heeft ontvangen en de tegemoetkoming van de gemeente, bedoeld in artikel 24 van de wet, of de tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 30 van de wet, die hij heeft ontvangen, minder bedraagt dan een zesde deel van de kosten van kinderopvang.
|
||||
**1.** Indien een ouder tegenwoordige arbeid verricht en geen partner heeft, wordt de kinderopvangtoeslag vermeerderd met de extra kinderopvangtoeslag, voor zover de bijdrage in de kosten van kinderopvang die hij in het kader van het verrichten van tegenwoordige arbeid heeft ontvangen en de tegemoetkoming van de gemeente, bedoeld in artikel 24 van de wet, of de tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 30 van de wet, die hij heeft ontvangen, minder bedraagt dan een zesde deel van de kosten van kinderopvang.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde bijdrage in de kosten van kinderopvang hoger is dan een zesde deel van de kosten van kinderopvang, brengt de inspecteur bij de vaststelling van de tegemoetkoming van het Rijk het verschil tussen de vermeerdering, bedoeld in artikel 11, en die bijdrage in mindering op die vermeerdering.
|
||||
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde bijdrage in de kosten van kinderopvang hoger is dan een zesde deel van de kosten van kinderopvang, brengt de inspecteur bij de vaststelling van de kinderopvangtoeslag het verschil tussen de vermeerdering, bedoeld in artikel 11, en die bijdrage in mindering op die vermeerdering.
|
||||
|
||||
**3.** De extra tegemoetkoming van het Rijk wordt uitgedrukt in een percentage van een zesde deel van de totale kosten van kinderopvang, voor zover dat deel hoger is dan de in het eerste lid bedoelde bijdragen in de kosten van kinderopvang.
|
||||
**3.** De extra kinderopvangtoeslag wordt uitgedrukt in een percentage van een zesde deel van de totale kosten van kinderopvang, voor zover dat deel hoger is dan de in het eerste lid bedoelde bijdragen in de kosten van kinderopvang.
|
||||
|
||||
**4.** Bij toepassing van het eerste lid is artikel 9, tweede en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
In de gevallen, bedoeld in artikel 95, eerste lid, van de wet, wordt de extra tegemoetkoming van het Rijk voor een ouder die geen partner heeft vermeerderd met een bedrag dat wordt bepaald door het toepasselijke percentage, bedoeld in artikel 10, tweede lid, toe te passen op het bedrag dat resteert, indien een zesde deel van de kosten van kinderopvang wordt verminderd met:
|
||||
In de gevallen, bedoeld in artikel 95, eerste lid, van de wet, wordt de extra kinderopvangtoeslag voor een ouder die geen partner heeft vermeerderd met een bedrag dat wordt bepaald door het toepasselijke percentage, bedoeld in artikel 10, tweede lid, toe te passen op het bedrag dat resteert, indien een zesde deel van de kosten van kinderopvang wordt verminderd met:
|
||||
|
||||
a. de bijdrage die deze ouder heeft ontvangen in het kader van het verrichten van tegenwoordige arbeid en de tegemoetkoming die hij heeft ontvangen van de gemeente, bedoeld in artikel 24 van de wet, of van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in artikel 30 van de wet, en
|
||||
b. het bedrag van de extra tegemoetkoming van het Rijk.
|
||||
b. het bedrag van de extra kinderopvangtoeslag.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Voorschotten en uitbetaling van de (extra) tegemoetkoming van het Rijk
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien een ouder voor het gehele tegemoetkomingsjaar aanspraak heeft op een tegemoetkoming van het Rijk wordt de tegemoetkoming verleend:
|
||||
|
||||
a. indien de aanvraag ten minste acht weken voor het tegemoetkomingsjaar is ingediend: voor de aanvang van het tegemoetkomingsjaar;
|
||||
b. in andere gevallen: binnen acht weken na indiening van de aanvraag.
|
||||
|
||||
**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de inspecteur vermoedt dat de tegemoetkoming van het Rijk op een hoger of lager bedrag zal worden vastgesteld dan het bedrag tot welk deze is verleend, kan hij de verlening herzien. Het voorschot wordt dienovereenkomstig herzien. Een herziening kan leiden tot een terug te vorderen bedrag.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Een voorschot op de tegemoetkoming van het Rijk waarvan de beschikking tot voorschotverlening een dagtekening heeft die ligt voor 1 februari van het tegemoetkomingsjaar wordt door de ontvanger uitbetaald in twaalf gelijke termijnen. De eerste termijnbetaling vindt plaats in de maand die in de dagtekening is vermeld en elk van de volgende termijnbetalingen telkens een maand later.
|
||||
|
||||
**2.** Een voorschot op de tegemoetkoming van het Rijk waarvan de beschikking een dagtekening heeft die ligt na 31 januari doch voor 1 december van het tegemoetkomingsjaar, wordt uitbetaald in zoveel gelijke termijnen als er met inbegrip van de maand die in de dagtekening is vermeld, nog maanden van dat jaar overblijven. De eerste termijnbetaling vindt plaats in de maand die in de dagtekening is vermeld en elk van de volgende termijnbetalingen telkens een maand later.
|
||||
|
||||
**3.** Een voorschot op de tegemoetkoming van het Rijk waarvan de beschikking een dagtekening heeft die ligt na 30 november van het tegemoetkomingsjaar, wordt in één bedrag uitbetaald in de maand van de dagtekening.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste en tweede lid wordt, indien een ouder niet tot het einde van het tegemoetkomingsjaar aanspraak heeft op een tegemoetkoming, een voorschot op de tegemoetkoming van het Rijk in zoveel gelijke termijnen uitbetaald als het aantal kalendermaanden waarin de aanspraak bestaat.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Uitbetaling van de tegemoetkoming van het Rijk door de ontvanger geschiedt door middel van bijschrijving op een ten name van de ouder of diens partner staande bankrekening, bestemd voor girale betaling, tenzij daartoe door de ouder een andere rekening is aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanwijzing van een andere rekening als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
De artikelen 4, derde lid, 14 tot en met 16 zijn van overeenkomstige toepassing op de extra tegemoetkoming van het Rijk.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Tegemoetkoming Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
|
||||
|
||||
|
|
@ -184,7 +160,7 @@ De artikelen 4, derde lid, 14 tot en met 16 zijn van overeenkomstige toepassing
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
De tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt verleend voor de periode van een tegemoetkomingsjaar. In afwijking van de vorige volzin kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen.
|
||||
De tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt verleend voor de periode van een berekeningsjaar. In afwijking van de vorige volzin kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
@ -192,7 +168,15 @@ De tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt in
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
De artikelen 15 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing op de tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, met dien verstande dat voor «de ontvanger» wordt gelezen «het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen».
|
||||
**1.** Een voorschot op de tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarvan de beschikking tot voorschotverlening een dagtekening heeft die ligt voor 1 februari van het berekeningsjaar wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uitbetaald in 12 gelijke termijnen. De eerste termijnbetaling vindt plaats in de maand die in de dagtekening is vermeld en elk van de volgende termijnbetalingen telkens een maand later.
|
||||
|
||||
**2.** Een voorschot op de tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarvan de beschikking een dagtekening heeft die ligt na 31 januari doch voor 1 december van het berekeningsjaar, wordt uitbetaald in zoveel gelijke termijnen als er met inbegrip van de maand die in de dagtekening is vermeld, nog maanden van dat jaar overblijven. De eerste termijnbetaling vindt plaats in de maand die in de dagtekening is vermeld en elk van de volgende termijnbetalingen telkens een maand later.
|
||||
|
||||
**3.** Een voorschot op de tegemoetkoming van het Uitvoeringinstituut werknemersverzekeringen waarvan de beschikking een dagtekening heeft die ligt na 30 november van het berekeningsjaar, wordt in één bedrag uitbetaald in de maand van de dagtekening.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste en tweede lid wordt, op verzoek van de ouder die slechts voor een deel van het berekeningsjaar aanspraak heeft op een tegemoetkoming, een voorschot op de tegemoetkoming van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in zoveel gelijke termijnen uitbetaald als het aantal kalendermaanden waarin de aanspraak bestaat.
|
||||
|
||||
**5.** Uitbetaling door het Uitvoeringinstituut werknemersverzekeringen geschiedt door middel van bijschrijving op een ten name van de ouder of diens partner bestaande bankrekening, bestemd voor girale betaling, tenzij daartoe door de ouder een andere rekening is aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
@ -202,19 +186,26 @@ De artikelen 15 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing op de tegemoetkoming v
|
|||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
Artikel 7 is niet van toepassing voor de aanpassingen voor het jaar 2006.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid treedt:
|
||||
|
||||
a. artikel 6, tweede lid, tweede volzin, in werking op 1 januari 2009; en
|
||||
b. artikel 14, tweede lid, in werking op 1 januari 2006.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid treedt artikel 6, tweede lid, tweede zin, in werking op 1 januari 2009.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tegemoetkoming kosten kinderopvang.
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang.
|
||||
|
||||
## Bijlage . behorende bij dit besluit
|
||||
## Bijlage I. , behorende
|
||||
|
||||
## Bijlage II. , behorende
|
||||
|
||||
## Bijlage IIa. , behorende
|
||||
|
||||
## Bijlage IIb. , behorende
|
||||
|
||||
## Bijlage IIc. , behorende
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue