2002-08-28 | BWBR0006516 | Besluit algemene rechtspositie politie

This commit is contained in:
Coornhert 2002-08-28 12:00:00 +00:00
parent 28e7098a80
commit 516f89f47b

View file

@ -173,7 +173,7 @@ Vervallen
**1.**
Voor de aanstelling als adspirant-ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en bijzondere ambtenaar van politie komt uitsluitend in aanmerking degene die:
Voor de aanstelling als aspirant, ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en bijzondere ambtenaar van politie komt uitsluitend in aanmerking degene die:
a. Nederlander is;
b. de door Onze Minister vast te stellen minimum leeftijd heeft bereikt;
@ -491,7 +491,7 @@ a. geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht wegens:
1°. teveel gewerkte uren;
2°. verleende vakantie;
3°. niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar te wijten ziekte, voor zover de verhindering tot dienstverrichting korter duurt dan 26 weken, dan wel 52 weken in geval van ziekte als gevolg van een dienstongeval, waarbij een hervatting van de dienstverrichting gedurende dertig kalenderdagen of minder geen nieuwe periode van 26 respectievelijk 52 weken inluidt;
3°. niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar te wijten ziekte, gedurende de periode van de eerste 26 weken waarin geen dienst wordt verricht, dan wel 52 weken in geval van ziekte als gevolg van een dienstongeval, waarbij een hervatting van de dienstverrichting gedurende dertig kalenderdagen of minder geen nieuwe periode van 26 respectievelijk 52 weken inluidt;
4°. ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 41;
5°. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 55;
6°. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen;
@ -1306,10 +1306,10 @@ Ontslag voor een gedeelte uit een betrekking waaruit reeds eerder gedeeltelijk o
**1.**
Aan de ambtenaar:
Aan de ambtenaar die op 1 januari 2001 50 jaar of ouder was en die op 12 maart 1999 en op 31 december 2000 was aangesteld voor
a. aangesteld voor de uitvoering van technische administratieve en andere taken ten dienste van de politie die een door het bevoegd gezag aangewezen functie vervult waaraan bij door Onze Minister gestelde regels tot 1 januari 2001 een leeftijdsgrens was verbonden,
b. aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, wordt indien de ambtenaar op 12 maart 1999 en op 31 december 2000 ook als zodanig was aangesteld en op 1 januari 2001 50 jaar of ouder is, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van zestig jaar bereikt, eervol ontslag verleend. Indien de in de eerste volzin bedoelde ambtenaar de functie heeft van vlieger bij het Korps landelijke politiediensten, wordt aan hem met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de 55-jarige leeftijd bereikt, eervol ontslag verleend.
a. de uitvoering van technische administratieve en andere taken ten dienste van de politie in een door het bevoegd gezag aangewezen functie waaraan bij door Onze Minister gestelde regels tot 1 januari 2001 een leeftijdsgrens was verbonden, of
b. de uitvoering van de politietaak, wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt, eervol ontslag verleend.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde ontslag op zestigjarige leeftijd kan op verzoek van de ambtenaar worden uitgesteld, mits met toepassing van artikel 49a dan wel met toepassing van artikel 50, eerste lid, onderdeel g, is vastgesteld dat hiertegen geen bezwaar bestaat.
@ -1345,10 +1345,10 @@ b. aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, wordt indien de ambtenaar o
**1.**
Aan:
Aan de ambtenaar die op 1 januari 2001 50 jaar of ouder was en die op 12 maart 1999 en op 31 december 2000 was aangesteld voor
a. de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische administratieve en andere taken ten dienste van de politie die een door het bevoegd gezag aangewezen functie vervult waaraan bij door Onze Minister gestelde regels tot 1 januari 2001 de leeftijdsgrens van 60 jaar was verbonden, of
b. de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Politiewet 1993, die op 12 maart 1999 en op 31 december 2000 ook als zodanig was aangesteld en op 1 januari 2001 jonger is dan 50 jaar, en die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van het AFUP-opbouwreglement, wordt eervol ontslag verleend indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van het AFUP-opbouwreglement. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de ingevolge de eerste volzin bedoelde uitkering ontstaat.
a. de uitvoering van technische administratieve en andere taken ten dienste van de politie in een door het bevoegd gezag aangewezen functie waaraan bij door Onze Minister gestelde regels tot 1 januari 2001 een leeftijdsgrens was verbonden, of
b. de uitvoering van de politietaak, en die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van het AFUP-opbouwreglement, wordt eervol ontslag verleend indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van het AFUP-opbouwreglement.
**2.** De ambtenaar aan wie op grond van het eerste lid ontslag is verleend, heeft recht op een aanvulling op de uitkering op grond van het AFUP-opbouwreglement overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.
@ -1394,7 +1394,7 @@ c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan vo
**7.** Opzegging als bedoeld in het derde lid, kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar door een Centrale als bedoeld in artikel 1, onder i, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 of door een daarbij aangesloten bond of vereniging is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn Centrale of een daarbij aangesloten bond of vereniging, dan wel binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten bonden of verenigingen te ondersteunen.
**8.** Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar zijn recht op ouderschapsverlof geldend maakt.
**8.** Opzegging als bedoeld in het derde lid kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar zijn recht op ouderschapsverlof geldend maakt.
**9.** Aan de ambtenaar in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, kan ontslag worden verleend met ingang van de dag, gelegen binnen de bepaalde tijd. In dat geval zijn het derde tot en met achtste lid van overeenkomstige toepassing.
@ -1471,31 +1471,39 @@ f. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op
g. het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd of
h. het bij of in verband met indiensttreding of keuring verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot indienstneming of goedkeuring zou zijn overgegaan, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.
**2.** Een ontslag op grond van het eerste lid, onderdelen *a*, *e*, *f* en *g* wordt steeds eervol verleend. Het ontslag kan niet eerder ingaan dan de dag, volgende op die waarop de reden van het ontslag voor het eerst aanwezig was, met dien verstande dat een ontslag op grond van het eerste lid, onderdeel f, eerst kan ingaan vier weken nadat het ontslagbesluit aan de ambtenaar is bekendgemaakt, tenzij sprake is van dringende redenen.
**2.** Een ontslag op grond van het eerste lid, onderdelen a, e, f en g wordt steeds eervol verleend. Het ontslag kan niet eerder ingaan dan de dag, volgende op die waarop de reden van het ontslag voor het eerst aanwezig was, met dien verstande dat een ontslag op grond van het eerste lid, onderdeel f, eerst kan ingaan vier weken nadat het ontslagbesluit aan de ambtenaar is bekendgemaakt, tenzij sprake is van dringende redenen.
**3.**
Een ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *e*, kan slechts plaatsvinden indien:
Een ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, kan slechts plaatsvinden indien:
a. er sprake is van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een ononderbroken periode van twee jaar,
b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel *a* genoemde termijn van twee jaar te verwachten is, en
b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a genoemde termijn van twee jaar te verwachten is, en
c. na een zorgvuldig onderzoek het niet mogelijk is gebleken om de ambtenaar, indien Wij tot ontslagverlening bevoegd zijn, binnen het gezagsbereik van Onze Minister, indien de korpsbeheerder tot ontslag bevoegd is, binnen de regio dan wel indien Onze Minister, onderscheidenlijk Onze Minister van Justitie tot ontslag bevoegd is, binnen zijn gezagsbereik andere arbeid aan te bieden, dan wel indien de ambtenaar geweigerd heeft deze arbeid te aanvaarden.
**4.** Onder arbeid als bedoeld in het derde lid, onder *c*, wordt gedurende het eerste jaar dat de ambtenaar ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte passende, en gedurende de periode daarna gangbare arbeid verstaan.
**4.** Onder arbeid als bedoeld in het derde lid, onder c, wordt gedurende het eerste jaar dat de ambtenaar ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte passende, en gedurende de periode daarna gangbare arbeid verstaan.
**5.** Voor het bepalen van het in het derde lid, onder *a*, bedoelde tijdvak van twee jaar worden tijdvakken van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
**5.** Bij het bepalen van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het derde lid, onder a, wordt niet in aanmerking genomen afwezigheid van een ambtenaar wegens door haar zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte in de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot aan het einde van het bevallingsverlof.
**6.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdelen *a* en *b*, vraagt het bevoegd gezag het oordeel van een daartoe door de uitvoeringsinstelling, die de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering uitvoert ten aanzien van de ambtenaar, aangewezen arts.
**6.**
**7.** De in het zesde lid bedoelde arts betrekt bij zijn beoordeling een door het bevoegd gezag aangewezen arts en, indien de ambtenaar dit wenst, een door de ambtenaar aangewezen arts.
Voor het bepalen van het in het derde lid, onder a, bedoelde tijdvak van twee jaar worden tijdvakken van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld
**8.** Het bevoegd gezag stelt de ambtenaar er schriftelijk van in kennis dat de procedure, bedoeld in het zesde lid, wordt ingesteld. Daarbij wijst het bevoegd gezag de ambtenaar op de mogelijkheid om een arts van zijn keuze te laten deelnemen aan de procedure.
- indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen,
- indien zij worden onderbroken door afwezigheid wegens door zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte in de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot aan het einde van het bevallingsverlof of
- indien een onder b bedoelde afwezigheid wordt voorafgegaan of wordt gevolgd door een periode van arbeidsgeschiktheid die in totaal minder dan vier weken bedraagt.
**9.** De kennisgeving, bedoeld in het achtste lid, geschiedt niet eerder dan nadat de ambtenaar gedurende een onafgebroken periode van 18 maanden ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Het vijfde lid is hierbij van overeenkomstige toepassing.
**7.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, vraagt het bevoegd gezag het oordeel van een daartoe door de uitvoeringsinstelling, die de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering uitvoert ten aanzien van de ambtenaar, aangewezen arts.
**10.** De in het zesde lid bedoelde arts stelt naar aanleiding van zijn bevindingen een rapport op. Hij zendt dit rapport aan het bevoegd gezag. Tevens zendt hij een afschrift van dit rapport aan de ambtenaar.
**8.** De in het zevende lid bedoelde arts betrekt bij zijn beoordeling een door het bevoegd gezag aangewezen arts en, indien de ambtenaar dit wenst, een door de ambtenaar aangewezen arts.
**11.** Indien herplaatsing als bedoeld in het derde lid, onder *c*, plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de ambtenaar was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren.
**9.** Het bevoegd gezag stelt de ambtenaar er schriftelijk van in kennis dat de procedure, bedoeld in het zevende lid, wordt ingesteld. Daarbij wijst het bevoegd gezag de ambtenaar op de mogelijkheid om een arts van zijn keuze te laten deelnemen aan de procedure.
**10.** De kennisgeving, bedoeld in het negende lid, geschiedt niet eerder dan nadat de ambtenaar gedurende een onafgebroken periode van 18 maanden ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Het vijfde lid is hierbij van overeenkomstige toepassing.
**11.** De in het zevende lid bedoelde arts stelt naar aanleiding van zijn bevindingen een rapport op. Hij zendt dit rapport aan het bevoegd gezag. Tevens zendt hij een afschrift van dit rapport aan de ambtenaar.
**12.** Indien herplaatsing als bedoeld in het derde lid, onder c, plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de ambtenaar was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren.
### Artikel 95