2001-07-01 | BWBR0007326 | Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel
This commit is contained in:
parent
42edd38d5b
commit
517004d977
1 changed files with 15 additions and 15 deletions
|
|
@ -21,15 +21,15 @@ a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, voor
|
|||
b. betrokkene:
|
||||
|
||||
1. een personeelslid benoemd bij een openbare of uit openbare kas bekostigde basisschool of speciale school voor basisonderwijs in de zin van de Wet op het primair onderwijs voor wie de salarissen en toelagen worden vastgesteld in het Koninklijk Besluit ter uitvoering van artikel 33, tweede lid, onder b, van de Wet op het primair onderwijs, dan wel een personeelslid benoemd in algemene dienst als bedoeld in artikel 34 van de Wet op het primair onderwijs;
|
||||
2. een personeelslid benoemd aan een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in de zin van de Wet op de expertisecentra voor wie de salarissen en toelagen worden vastgesteld in het Koninklijk Besluit ter uitvoering van artikel 33, tweede lid onder b, van de Wet op de expertisecentra, dan wel een personeelslid benoemd in algemene dienst als bedoeld in artikel 34 van de Wet op de expertisecentra;
|
||||
3. een personeelslid benoemd aan een openbare of uit openbare kas bekostigde bijzondere school voor voortgezet onderwijs in de zin van de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een op de Experimentenwet onderwijs gebaseerde instelling, voor wie de salarissen en de toelagen bij of krachtens Koninklijk Besluit ter uitvoering van artikel 38 van de Wet op het voortgezet onderwijs worden vastgesteld, alsmede een personeelslid benoemd in algemene dienst als bedoeld in artikel 39a van de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
4. vervallen;
|
||||
5. Een personeelslid benoemd bij een lichaam, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen f en g, dan wel derde lid, onderdeel b, van de Wet privatisering ABP, indien dat lichaam geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop dit besluit door Onze minister van toepassing is verklaard.
|
||||
2. een personeelslid benoemd aan een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in de zin van de Wet op de expertisecentra voor wie de salarissen en toelagen worden vastgesteld in het Koninklijk Besluit ter uitvoering van artikel 33, tweede lid onder b, van de Wet op de expertisecentra, een personeelslid benoemd aan een bijzondere school voor voortgezet speciaal onderwijs in de zin van deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs, voor wie de salarissen en toelagen worden vastgesteld in het Koninklijk Besluit ter uitvoering van artikel 153, tweede lid onder b, van de Wet op het voortgezet onderwijs, dan wel een personeelslid benoemd in algemene dienst als bedoeld in artikel 34 van de Wet op de expertisecentra of artikel 154 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
3. een personeelslid benoemd aan een openbare of uit openbare kas bekostigde bijzondere school voor voortgezet onderwijs in de zin van deel I van de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een op de Experimentenwet onderwijs gebaseerde instelling, voor wie de salarissen en de toelagen bij of krachtens Koninklijk Besluit ter uitvoering van artikel 38 van de Wet op het voortgezet onderwijs worden vastgesteld, alsmede een personeelslid benoemd in algemene dienst als bedoeld in artikel 39a van de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
4. Een personeelslid benoemd aan een openbare of uit openbare kas bekostigde instelling als bedoeld in de artikelen 1.3.1, 1.3.2, 1.3.3, 1.3.4, 1.5.1, 12.3.8, 12.3.9, 12.3.12, 12.3.13 en 12.3.14 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
5. Een personeelslid benoemd bij een lichaam, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen *f* en *g*, dan wel derde lid, onderdeel *b*, van de Wet privatisering ABP, indien dat lichaam geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop dit besluit door Onze minister van toepassing is verklaard.
|
||||
6. een personeelslid benoemd aan een verzorgingsinstelling als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de onderwijsverzorging;
|
||||
7. een personeelslid benoemd bij een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra en artikel 53a van de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
7. een personeelslid benoemd bij een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra, artikel 53a van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 187 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
8. vervallen;
|
||||
9. vervallen;
|
||||
10. vervallen;
|
||||
10. een personeelslid in dienst van de instelling van wetenschappelijk theologisch onderwijs, uitgaande van de Stichting Theologische Faculteit, gevestigd te Tilburg, van de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht, van de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland, gevestigd te Kampen (Oudestraat), of van de bijzondere instelling van Wetenschappelijk Onderwijs, uitgaande van de Stichting Humanistisch Instituut voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek te Utrecht;
|
||||
11. vervallen;
|
||||
12. de benoemde leden van het algemeen bestuur van de organisatie, genoemd in de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
13. vervallen;
|
||||
|
|
@ -38,15 +38,15 @@ c. medebetrokkene:
|
|||
1. de echtgenoot dan wel de geregistreerde partner die behoort tot het huishouden van betrokkene en die aan dit besluit dan wel een naar aard en strekking daarmee overeenkomende regeling niet zelfstandig aanspraken ontleent en van wie de inkomsten lager zijn dan die van betrokkene
|
||||
2. het kind jonger dan 16 jaar, bedoeld in artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet voor wie de betrokkene de premie van een ziektekostenverzekering heeft betaald;
|
||||
3. het kind van 16 tot 18 jaar en van 16 tot 25 jaar, bedoeld in artikel 7 respectievelijk 26 van de Algemene Kinderbijslagwet, voor wie de betrokkene de premie van een ziektekostenverzekering heeft betaald;
|
||||
4. het kind van 25 en 26 jaar dat behoudens de leeftijdseis voldoet aan artikel 26, eerste lid, onder a, respectievelijk tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, voor wie de betrokkene de premie voor een ziektekostenverzekering heeft betaald. De ter uitvoering van artikel 7 en 26 van de Algemene Kinderbijslagwet gestelde regelen zijn wat betreft de medebetrokkenen, bedoeld onder c2, c3 en c4 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
4. het kind van 25 en 26 jaar dat behoudens de leeftijdseis voldoet aan artikel 26, eerste lid, onder *a*, respectievelijk tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, voor wie de betrokkene de premie voor een ziektekostenverzekering heeft betaald. De ter uitvoering van artikel 7 en 26 van de Algemene Kinderbijslagwet gestelde regelen zijn wat betreft de medebetrokkenen, bedoeld onder *c*2, *c*3 en *c*4 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
5. het kind van 18 tot 27 jaar dat in aanmerking komt voor studiefinanciering ingevolge de Wet studiefinanciering 2000 en voor wie betrokkene de premie van een ziektekostenverzekering heeft betaald.
|
||||
d. orgaan: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1, onderdeel f van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC.
|
||||
d. orgaan: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel I-A1, onder *f* van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel.
|
||||
e. normbetrekking: een betrekking waarvan de omvang gelijk is aan die van een volledige weektaak in de desbetreffende functie.
|
||||
f. feitelijk genoten salaris: het bedrag, dan wel de som der bedragen, dat voor de betrokkenen bij het orgaan is vastgesteld met inachtneming van artikel 83, onder b, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC en in voorkomend geval is verminderd met een korting op dat bedrag.
|
||||
f. feitelijk genoten salaris: het bedrag, dan wel de som der bedragen, dat voor de betrokkenen bij het orgaan is vastgesteld met inachtneming van artikel I-P1, onder *b*, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel en in voorkomend geval is verminderd met een korting op dat bedrag.
|
||||
|
||||
Voor de berekening van het feitelijk genoten salaris blijft buiten toepassing:
|
||||
|
||||
1. een vermindering van het feitelijk genoten salaris zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, tijdelijk Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel dan wel in artikel 201 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende regeling,
|
||||
1. een vermindering van het feitelijk genoten salaris zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, tijdelijk Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel dan wel in artikel I-V4 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel of een daarmee naar aard en strekking overeenkomende regeling,
|
||||
2. een korting op het salaris in verband met inkomsten verworven in verband met herhalingsoefeningen van de militaire dienst.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt onder echtgenoot dan wel geregistreerde partner van de betrokkene mede verstaan de ongehuwde persoon dan wel de partner met wie geen registratie is aangegaan, van verschillend of gelijk geslacht met wie de betrokkene duurzaam een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het een persoon betreft waarmee bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat.
|
||||
|
|
@ -71,7 +71,7 @@ Voor de berekening van het feitelijk genoten salaris blijft buiten toepassing:
|
|||
|
||||
De betrokkene ontvangt voor zichzelf geen tegemoetkoming over een kalendermaand, waarin hij gedurende meer dan de helft van het aantal kalenderdagen behoort tot een van de volgende categorieën:
|
||||
|
||||
a. degenen die zelfstandig verplicht verzekerd zijn krachtens de Ziekenfondswet, met uitzondering van degenen die als zelfstandige ingevolge artikel 3d van de Ziekenfondswet verplicht verzekerd zijn;
|
||||
a. degenen die zelfstandig verplicht verzekerd zijn krachtens de Ziekenfondswet;
|
||||
b. degenen die medeverzekerd zijn ingevolge artikel 4 van de Ziekenfondswet dan wel medeverzekerd zijn ingevolge een publiekrechtelijke ziektekostenverzekering of medebetrokkenen zijn in een naar aard en strekking met dit besluit overeenkomende regeling;
|
||||
c. degenen die uit hoofde van hun (voormalige) dienstbetrekking aanspraak hebben op gehele of gedeeltelijke geneeskundige verzorging of op gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten daarvan;
|
||||
|
||||
|
|
@ -79,7 +79,7 @@ c. degenen die uit hoofde van hun (voormalige) dienstbetrekking aanspraak hebben
|
|||
|
||||
De betrokkene ontvangt geen tegemoetkoming voor een medebetrokkene die:
|
||||
|
||||
a. tot een van de in het eerste lid genoemde categorieën behoort, behoudens degene die medeverzekerd is bij een betrokkene die als zelfstandige ingevolge artikel 3d van de Ziekenfondswet verplicht verzekerd is, dan wel uit anderen hoofde aanspraak heeft op gehele of gedeeltelijke verzorging, of van geheel of gedeeltelijke vergoeding van de kosten daarvan, of
|
||||
a. tot een van de in het eerste lid genoemde categorieën behoort, dan wel uit andere hoofde aanspraak heeft op gehele of gedeeltelijke verzorging, of van geheel of gedeeltelijke vergoeding van de kosten daarvan, of
|
||||
b. zelf betrokkene is in de zin van dit besluit, dan wel in de zin van een publiekrechtelijke ziektekostenverzekering of een naar aard en strekking met dit besluit overeenkomende regeling, of
|
||||
c. medebetrokkene als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder *c*2 tot en met *c*5 is bij de echtgenoot dan wel geregistreerde partner van betrokkene en voor wie deze echtgenoot dan wel geregistreerde partner een tegemoetkoming ontvangt in de kosten van een ziektekostenverzekering voor deze medebetrokkene op grond van dit besluit, of een naar aard en strekking met dit besluit overeenkomende regeling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -97,9 +97,9 @@ c. de component «polis» van de particuliere ziektekostenpremie voor een maatsc
|
|||
|
||||
Het bedrag van de tegemoetkomingen is zodanig dat na aftrek van de verschuldigde loonbelasting/premie volksverzekeringen volgens de tabel voor bijzondere beloningen ingevolge de Wet op de loonbelasting 1964 – wordt uitbetaald:
|
||||
|
||||
a. ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, en ten aanzien van de medebetrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c1: de som van 50% van de door hen verschuldigde in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen en 50% van het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde bedrag;
|
||||
b. ten aanzien van de medebetrokkenen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c2: de som van 50% van de door deze medebetrokkene verschuldigde in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen en 25% van het in het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde bedrag;
|
||||
c. ten aanzien van de medebetrokkenen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c3, c4 en c5: de som van 50% van de door hem verschuldigde in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen en 25% van het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde bedrag.
|
||||
a. ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, en ten aanzien van de medebetrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c1: de som van 50% van de door hen verschuldigde in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen en 50% van het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde bedrag, maar niet minder dan f 152,73;
|
||||
b. ten aanzien van de medebetrokkenen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c2: de som van 50% van de door deze medebetrokkene verschuldigde in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen en 25% van het in het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde bedrag, maar niet minder dan 76,36;
|
||||
c. ten aanzien van de medebetrokkenen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c3, c4 en c5: de som van 50% van de door hem verschuldigde in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen en 25% van het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde bedrag, maar niet minder dan 89,24.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het tweede lid, aanhef en onder a en c, worden de betrokkene en de medebetrokkenen in de leeftijdscategorieën van 16 tot en met 19 jaar en van 65 jaar en ouder wat betreft de tegemoetkoming in de verschuldigde omslagbijdragen ingevolge artikel 5 van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden en ingevolge artikel 11 van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 gelijkgesteld met de personen in de leeftijdscategorie van 20 tot en met 64 jaar.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue