2010-08-18 | BWBR0025007 | Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
This commit is contained in:
parent
118fbc563a
commit
517be510b8
1 changed files with 68 additions and 35 deletions
|
|
@ -17,15 +17,12 @@ citeertitel: Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
|
|||
Voor de toepassing van de artikelen 2 tot en met 5 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *de wet:* de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten;
|
||||
b. *FKG’s:* Farmaceutische kosten groepen die worden gehanteerd voor de toepassing van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering;
|
||||
c. *DKG’s:* Diagnose kosten groepen die worden gehanteerd voor de toepassing van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering;
|
||||
d. *indicatiebesluit:* een besluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Zorgindicatiebesluit;
|
||||
e. *zorgverzekeraar:* een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet;
|
||||
f. *militair:* een militair ambtenaar in werkelijke dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, juncto onderdeel b, van de Militaire ambtenarenwet 1931, dan wel een militair aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
b. *chronische groep:* een voor de verzekerde vergoede ATC of DBC, of een combinatie van een vergoede ATC en DBC die gebruikt wordt bij de behandeling van een specifieke chronische aandoening;
|
||||
c. *ATC:* farmaceutische zorg die wordt geregistreerd met een ATC (Anatomical Therapeutic Chemical Classification) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Regeling zorgverzekering;
|
||||
d. *DBC:* diagnosebehandelingcombinatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Regeling zorgverzekering;
|
||||
e. *indicatiebesluit:* een besluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Zorgindicatiebesluit dan wel een besluit als bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, genomen door een aldaar bedoelde stichting;
|
||||
f. *zorgverzekeraar:* een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet;
|
||||
g. *militair:* een militair ambtenaar in werkelijke dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, juncto onderdeel b, van de Militaire ambtenarenwet 1931, dan wel een militair aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
|
||||
|
||||
|
|
@ -33,70 +30,106 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, bedraagt € 300 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, jonger was dan 65 jaar of 65 jaar is geworden, onderscheidenlijk € 150 indien de rechthebbende in het gehele jaar 65 jaar of ouder was, en de rechthebbende:
|
||||
De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, bedraagt € 300 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, jonger was dan 65 jaar of 65 jaar is geworden, onderscheidenlijk € 150 indien de rechthebbende in het gehele jaar 65 jaar of ouder was, de rechthebbende niet is overleden in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, en:
|
||||
|
||||
a. in dat jaar was ingedeeld in één of meer van de bij ministeriële regeling aangewezen lichte FKG’s en zijn zorgverzekeraar dat jaar voor hem bij ministeriële regeling aangewezen hulpmiddelen heeft vergoed;
|
||||
b. in dat jaar was ingedeeld in twee of meer van de bij ministeriële regeling aangewezen lichte FKG’s en zijn zorgverzekeraar dat jaar voor hem geen hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid heeft vergoed;
|
||||
c. in dat jaar was ingedeeld in één of meer van de bij ministeriële regeling aangewezen zware FKG’s;
|
||||
d. in het jaar voorafgaande aan dat jaar was ingedeeld in één of meer van de bij ministeriële regeling aangewezen DKG’s;
|
||||
a. in dat jaar één of meer ATC’s of in het jaar voorafgaande aan dat jaar één of meer DBC’s vergoed kreeg die behoren tot een bij ministeriële regeling aangewezen chronische groep die recht geeft op een lage tegemoetkoming;
|
||||
b. in dat jaar één of meer ATC’s of in het jaar voorafgaande aan dat jaar één of meer DBC’s vergoed kreeg die behoren tot twee of meer bij ministeriële regeling aangewezen chronische groepen die afzonderlijk geen recht geven op een tegemoetkoming;
|
||||
c. in dat jaar een ATC of in het jaar voorafgaande aan dat jaar een DBC vergoed kreeg die behoort of die tezamen behoren tot een bij ministeriële regeling aangewezen chronische groep die geen recht geeft op een tegemoetkoming en daarnaast voor rekening van zijn zorgverzekeraar een bij ministeriële regeling aangewezen hulpmiddel in een bij die regeling te bepalen periode heeft verkregen of heeft laten repareren;
|
||||
d. op 31 december van dat jaar heeft beschikt over een indicatie voor het gedurende dat jaar gebruiken van een rolstoel op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
|
||||
e. in het jaar voorafgaande aan dat jaar van zijn zorgverzekeraar geneeskundige zorg gericht op revalidatie in een bij ministeriële regeling aangewezen instelling, vergoed heeft gekregen;
|
||||
f. in dat jaar:
|
||||
|
||||
1°. van zijn zorgverzekeraar fysiotherapie of oefentherapie als bedoeld in artikel 2.6, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering vergoed heeft gekregen, of
|
||||
2°. jonger was dan 18 jaar en in dat jaar en het daaraan voorafgaande jaar van zijn zorgverzekeraar een bij ministeriële regeling te bepalen jaar bedrag, gelijk aan het gemiddelde bedrag aan kosten voor negen behandelingen fysiotherapie of oefentherapie, vergoed heeft gekregen, of
|
||||
2°. jonger was dan 18 jaar en in dat jaar en het daaraan voorafgaande jaar van zijn zorgverzekeraar een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, gelijk aan het gemiddelde bedrag aan kosten voor negen behandelingen fysiotherapie of oefentherapie, vergoed heeft gekregen, of
|
||||
3°. militair was en in dat jaar en het daaraan voorafgaande jaar van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, gelijk aan het gemiddelde bedrag aan kosten voor negen behandelingen fysiotherapie of oefentherapie, vergoed heeft gekregen;
|
||||
g. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één tot tien uren per week zorg als bedoeld in de artikelen 4, 5 of 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, met dien verstande dat het gemiddelde aantal uren waarvoor de indicaties zijn afgegeven, bepalend is voor het toekennen van de tegemoetkoming;
|
||||
h. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één tot vier dagdelen per week zorg als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ;
|
||||
g. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één tot tien uren per week zorg als bedoeld in de artikelen 4, 5 of 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
1°. de indicatie voor één dagdeel zorg geldt als 2,5 uren zorg per week,
|
||||
2°. het gemiddelde aantal uren waarvoor de indicaties zijn afgegeven, bepalend is voor het toekennen van de tegemoetkoming;
|
||||
h. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer gedurende één tot tien uren per week in natura huishoudelijke verzorging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet maatschappelijke ondersteuning heeft ontvangen of daartoe op grond van een indicatiebesluit was aangewezen en een persoonsgebonden budget heeft ontvangen, met dien verstande dat voor het vaststellen van de periode van 26 weken wordt aangesloten bij de indeling in weken als bedoeld in artikel 4.1, derde lid, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, of
|
||||
i. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer gedurende één tot tien uren per week in natura huishoudelijke verzorging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet maatschappelijke ondersteuning heeft ontvangen, met dien verstande dat voor het vaststellen van de periode van 26 weken wordt aangesloten bij de indeling in weken als bedoeld in artikel 4.1, derde lid, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, of;
|
||||
j. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één of meer etmalen per week zorg als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 13, eerste en tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ.
|
||||
i. in dat jaar al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op één of meer etmalen per week zorg als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 13, eerste en tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet bedraagt € 500 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, jonger was dan 65 jaar of 65 jaar is geworden, onderscheidenlijk € 350 indien de rechthebbende in het gehele jaar 65 jaar of ouder was, en de rechthebbende in dat jaar:
|
||||
De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet bedraagt € 500 indien de rechthebbende in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, jonger was dan 65 jaar of 65 jaar is geworden, onderscheidenlijk € 350 indien de rechthebbende in het gehele jaar 65 jaar of ouder was, de rechthebbende niet is overleden in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, en de rechthebbende in dat jaar:
|
||||
|
||||
a. viel onder twee of meer van de categorieën, genoemd in het eerste lid, met uitzondering van:
|
||||
a. een of meer ATC’s of in het jaar voorafgaande aan dat jaar een of meer DBC’s vergoed kreeg die behoren tot:
|
||||
|
||||
1°. de combinatie van de categorieën, genoemd in de onderdelen b en c,
|
||||
2°. de combinatie van de categorieën, genoemd in de onderdelen g en h,
|
||||
3°. een combinatie van de categorie, genoemd in onderdeel i, en een van de categorieën, genoemd in de onderdelen g en h, of
|
||||
4°. een combinatie van de categorie, genoemd in onderdeel j, en een van de andere categorieën genoemd in het eerste lid.
|
||||
b. al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op tien of meer uren per week zorg als bedoeld in de artikelen 4, 5 of 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, met dien verstande dat het gemiddelde aantal uren waarvoor de indicatie is afgegeven, bepalend is voor het toekennen van de tegemoetkoming,
|
||||
c. al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op vier of meer dagdelen per week zorg als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, of
|
||||
d. al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer gedurende tien of meer uren per week in natura huishoudelijke verzorging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet maatschappelijke ondersteuning heeft ontvangen, met dien verstande dat voor het vaststellen van de periode van 26 weken wordt aangesloten bij de indeling in weken als bedoeld in artikel 4.1, derde lid, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning.
|
||||
1°. één of meer bij ministeriële regeling aangewezen chronische groepen die recht geven op een hoge tegemoetkoming, of
|
||||
2°. twee of meer bij ministeriële regeling aangewezen chronische groepen die recht geven op een lage tegemoetkoming;
|
||||
b. al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer op grond van een indicatiebesluit was aangewezen op tien of meer uren per week zorg als bedoeld in de artikelen 4, 5 of 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen g, h en j, en tweede lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, en onderdelen b en c, is voor militairen het aantal uren, dagdelen of etmalen waarvoor zorg als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is gebruikt, bepalend voor het toekennen van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet.
|
||||
1°. de indicatie voor één dagdeel zorg geldt als 2,5 uren zorg per week,
|
||||
2°. het gemiddelde aantal uren waarvoor de indicaties zijn afgegeven, bepalend is voor het toekennen van de tegemoetkoming;
|
||||
c. al dan niet aaneengesloten 26 weken of meer gedurende tien of meer uren per week in natura huishoudelijke verzorging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet maatschappelijke ondersteuning heeft ontvangen of daartoe op grond van een indicatiebesluit was aangewezen en een persoonsgebonden budget heeft ontvangen, met dien verstande dat voor het vaststellen van de periode van 26 weken wordt aangesloten bij de indeling in weken als bedoeld in artikel 4.1, derde lid, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, of
|
||||
d. viel onder twee of meer van de categorieën, genoemd in het eerste lid, met uitzondering van de volgende in het eerste lid bedoelde categorieën:
|
||||
|
||||
1°. een combinatie van de categorie, genoemd in onderdeel c en van de categorieën, genoemd in de onderdelen a en b;
|
||||
2°. een combinatie van de categorieën, genoemd in de onderdelen g en h,
|
||||
3°. een combinatie van de categorie, genoemd in onderdeel i, en één van de andere categorieën genoemd in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen g en i, en het tweede lid, onderdelen b en c is voor militairen het aantal uren, dagdelen of etmalen waarvoor zorg als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is gebruikt, bepalend voor het toekennen van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**4.** Het gemiddelde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, en het tweede lid, onderdeel b, wordt bepaald door op een decimaal achter de komma naar boven af te ronden.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
**5.** Een rechthebbende op wie het tweede lid, onderdeel a, onder 2°, of onderdeel d, van toepassing is, heeft slechts recht op een tegemoetkoming als bedoeld in de aanhef van dat lid.
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**6.** Het eerste lid, onderdelen g en i, en het tweede lid, onderdelen b, en d, zijn van overeenkomstige toepassing op de indicatiebesluiten afgegeven door de stichting bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten die met ingang van 1 januari 2010 zijn afgegeven dan wel op die datum geldig zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Zorgverzekeraars en de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement verstrekken van rechthebbenden die vallen onder de categorieën, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met f, aan het CAK:
|
||||
Zorgverzekeraars en de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, verstrekken van rechthebbenden die vallen onder de categorieën, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, e en f, aan het CAK:
|
||||
|
||||
a. het burgerservicenummer of bij ontbreken daarvan het sociaal-fiscaalnummer,
|
||||
b. het rekeningnummer,
|
||||
c. de geboortedatum,
|
||||
d. indien de rechthebbende is overleden, de datum van het overlijden,
|
||||
e. de naam en het adres van de rechthebbende, en
|
||||
f. indien dat het geval is: dat een rechthebbende op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel a, recht heeft op de daar bedoelde tegemoetkoming.
|
||||
f. indien dat het geval is: dat een rechthebbende op grond van artikel 2, tweede lid, onderdelen a en d, recht heeft op de daar bedoelde tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
**2.** Zorgverzekeraars verstrekken aan het CAK een overzicht van verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet die verzekerd waren op 31 december van het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indicatieorganen als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, verstrekken aan het CAK van personen die vallen onder artikel 2, eerste lid, onderdelen g, h of j, of artikel 2, tweede lid, onderdelen b of c:
|
||||
Indicatieorganen als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de rechtspersoon, bedoeld in artikel 90a, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, verstrekken aan het CAK van personen die vallen onder artikel 2, eerste lid, onderdelen g of i, of artikel 2, tweede lid, onderdeel b:
|
||||
|
||||
a. het burgerservicenummer of bij het ontbreken daarvan het sociaal-fiscaalnummer,
|
||||
b. de naam en het adres van de rechthebbende,
|
||||
c. de geboortedatum, en
|
||||
d. indien dat het geval is: de mededeling dat de persoon valt in de categorieën, genoemd in het artikel 2, eerste lid, onderdeel j, of het tweede lid.
|
||||
d. indien dat het geval is: de mededeling dat de persoon valt in de categorieën, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, of het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in artikel 1, onderdelen c en d, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, verstrekken aan het CAK de rekeningnummers van rechthebbenden die vallen onder artikel 2, eerste lid, onderdeel j, met uitzondering van die van militairen.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Gemeenten verstrekken aan het CAK van personen die vallen onder artikel 2, eerste lid, onderdeel d:
|
||||
|
||||
a. het burgerservicenummer of bij het ontbreken daarvan het sociaal fiscaal nummer,
|
||||
b. naam en adres van de rechthebbende, en
|
||||
c. de geboortedatum.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Gemeenten verstrekken aan het CAK van personen die in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel h, of artikel 2, tweede lid, onderdeel c, een persoonsgebondenbudget voor huishoudelijke verzorging ontvangen:
|
||||
|
||||
a. het burgerservicenummer of bij het ontbreken daarvan het sociaal-fiscaalnummer,
|
||||
b. de naam en het adres van de rechthebbende,
|
||||
c. de geboortedatum,
|
||||
d. de datum waarop en de duur waarvoor de indicatie is gegeven, en
|
||||
e. het gemiddelde aantal etmalen, dagdelen en uren waarvoor de indicatie is gegeven.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Stichtingen als bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verstrekken aan de indicatieorganen, bedoeld in het derde lid, van personen die zij voor zorg als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten hebben geïndiceerd:
|
||||
|
||||
a. het burgerservicenummer of bij het ontbreken daarvan het sociaal-fiscaalnummer,
|
||||
b. de naam en het adres van de rechthebbende,
|
||||
c. de geboortedatum,
|
||||
d. de soort en omvang van de geïndiceerde zorg, en
|
||||
e. de ingangs- en einddatum per geïndiceerde functie.
|
||||
|
||||
**7.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in artikel 1, onderdelen c en d, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, verstrekken aan het CAK de rekeningnummers van rechthebbenden die vallen onder artikel 2, eerste lid, onderdeel i, met uitzondering van die van militairen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue