From 5195c4129bff432c8df98778d208ba804efab60d Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 11 Oct 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-10-11 | BWBR0024394 | Wet inkomensvoorziening oudere werklozen --- .../BWBR0024394/README.md | 8 ++++---- 1 file changed, 4 insertions(+), 4 deletions(-) diff --git a/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-werklozen/BWBR0024394/README.md b/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-werklozen/BWBR0024394/README.md index 7e3ad8594af..d2f8902bc38 100644 --- a/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-werklozen/BWBR0024394/README.md +++ b/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-werklozen/BWBR0024394/README.md @@ -75,7 +75,7 @@ d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huish Recht op uitkering op grond van deze wet heeft de persoon: -a. wiens eerste dag van werkloosheid tussen 30 september 2006 en 1 januari 2024 ligt; +a. wiens eerste dag van werkloosheid tussen 30 september 2006 en 1 januari 2028 ligt; b. die op die dag 60 jaar en 4 maanden of ouder is; c. die op die dag voldeed aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 42, tweede lid, onderdeel a of b, van de Werkloosheidswet, en d. op wie geen uitsluitingsgrond van toepassing is als bedoeld in artikel 6. @@ -98,7 +98,7 @@ c. op wie geen uitsluitingsgrond van toepassing is als bedoeld in artikel 6. Recht op een uitkering op grond van deze wet heeft tevens de persoon: -a. voor wie tussen 31 december 2007 en 1 januari 2024 recht is ontstaan op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering; +a. voor wie tussen 31 december 2007 en 1 januari 2028 recht is ontstaan op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering; b. die op de dag dat het recht op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering ontstond 60 jaar en 4 maanden of ouder is, en c. op wie geen uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 6 van toepassing is. @@ -152,7 +152,7 @@ d. het bedrag dat het UWV is verschuldigd ter zake van die activiteiten niet hog Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot: a. het begrip vakantie genieten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e; -b. de vaststelling van de periode gedurende welke de aanvrager of uitkeringsgerechtigde in afwijking van het eerste lid, onderdeel d, met behoud van zijn recht op uitkering vakantie kan genieten. +b. de vaststelling van de periode gedurende welke de aanvrager of uitkeringsgerechtigde in afwijking van het eerste lid, onderdeel e, met behoud van zijn recht op uitkering vakantie kan genieten. ### Paragraaf 2. Eindigen, herleven of wijzigen van het recht op uitkering @@ -652,7 +652,7 @@ Onze Minister zendt binnen 2 jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Sta **1.** Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. -**2.** Deze wet vervalt met ingang van 1 januari 2034. +**2.** Deze wet vervalt met ingang van 1 januari 2038. ### Artikel 51