diff --git a/wet/algemene-pensioenwet-politieke-ambtsdragers/BWBR0002691/README.md b/wet/algemene-pensioenwet-politieke-ambtsdragers/BWBR0002691/README.md index f8346184f61..80ba8b3f9ba 100644 --- a/wet/algemene-pensioenwet-politieke-ambtsdragers/BWBR0002691/README.md +++ b/wet/algemene-pensioenwet-politieke-ambtsdragers/BWBR0002691/README.md @@ -482,26 +482,6 @@ b. als gewezen minister in de periode, waarover hem een uitkering is toegekend, **3.** Het derde en vierde lid van artikel 22*a* zijn van overeenkomstige toepassing. -### Artikel 22c - -**1.** De nabestaande die recht heeft op nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet en op 1 januari 1998 55 jaar of ouder is, heeft recht op een toeslag op zijn volgens artikel 22 berekende pensioen, indien dat is berekend of mede berekend over diensttijd na 31 december 1985, indien en voor zo lang hij recht heeft op een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet, die krachtens artikel 67, derde of negende lid van die wet vanaf 1 januari 1998 wordt verminderd wegens de omstandigheid dat de nabestaande vanaf een tijdstip voor 1 juli 1996 met dezelfde persoon onafgebroken ongehuwd samenwoont. - -**2.** - -De toeslag bedraagt jaarlijks voor elk voor de berekening van het nabestaandenpensioen tellend jaar na 31 december 1985 2,5 procent van het verschil tussen 75 procent van het tot een jaarbedrag herleide bedrag van de nabestaandenuitkering en de vakantie-uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet zonder vermindering en het verminderde bedrag. De toeslag bedraagt niet meer dan 75 procent van het in de eerste volzin eerstbedoelde bedrag. - -De toeslag wordt vanaf 1 januari 1998 vastgesteld met inachtneming van de vanaf die datum geldende bedragen krachtens de Algemene nabestaandenwet en wordt vervolgens nader vastgesteld met ingang van 1 januari en 1 juli aan de hand van de ontwikkeling van die bedragen. - -**3.** - -Het recht op de toeslag vervalt: - -a. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd bereikt; -b. met ingang van de maand volgend op die waarin de nabestaande trouwt of partij is bij een aanmelding; -c. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de vermindering van de nabestaandenuitkering, bedoeld in het eerste lid, ongedaan wordt gemaakt. - -**4.** Artikel 22a, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 22b is niet van toepassing. - ### Artikel 23 **1.** Het bijzonder pensioen van de nabestaande van een minister, van een gewezen minister of van een gepensioneerd minister wordt op dezelfde wijze berekend als het pensioen van de nabestaande van een minister, van een gewezen minister of van een gepensioneerd minister, met dien verstande dat slechts de diensttijd medetelt die is gelegen vóór de ontbinding van het huwelijk dan wel vóór het tijdstip waarop de aanmelding is geëindigd. @@ -1101,26 +1081,6 @@ b. als gewezen kamerlid in de periode, waarover hem een uitkering is toegekend, **3.** Het derde en vierde lid van artikel 22*a* zijn van overeenkomstige toepassing. -### Artikel 67c - -**1.** De nabestaande die recht heeft op nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet en op 1 januari 1998 55 jaar of ouder is, heeft recht op een toeslag op zijn volgens artikel 67 berekende pensioen, indien dat is berekend of mede berekend over diensttijd na 31 december 1985, indien en voor zo lang hij recht heeft op een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet, die krachtens artikel 67, derde of negende lid van die wet vanaf 1 januari 1998 wordt verminderd wegens de omstandigheid dat de nabestaande vanaf een tijdstip voor 1 juli 1996 met dezelfde persoon onafgebroken ongehuwd samenwoont. - -**2.** - -De toeslag bedraagt jaarlijks voor elk voor de berekening van het nabestaandenpensioen tellend jaar na 31 december 1985 2,5 procent van het verschil tussen 75 procent van het tot een jaarbedrag herleide bedrag van de nabestaandenuitkering en de vakantie-uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet zonder vermindering en het verminderde bedrag. De toeslag bedraagt niet meer dan 75 procent van het in de eerste volzin eerstbedoelde bedrag. - -De toeslag wordt vanaf 1 januari 1998 vastgesteld met inachtneming van de vanaf die datum geldende bedragen krachtens de Algemene nabestaandenwet en wordt vervolgens nader vastgesteld met ingang van 1 januari en 1 juli aan de hand van de ontwikkeling van die bedragen. - -**3.** - -Het recht op de toeslag vervalt: - -a. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd bereikt; -b. met ingang van de maand volgend op die waarin de nabestaande trouwt of partij is bij een aanmelding; -c. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de vermindering van de nabestaandenuitkering, bedoeld in het eerste lid, ongedaan wordt gemaakt. - -**4.** Artikel 67a, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 67b is niet van toepassing. - ### Artikel 68 **1.** Het bijzonder pensioen van de nabestaande van een kamerlid, van een gewezen kamerlid of van een gepensioneerd kamerlid wordt op dezelfde wijze berekend als het pensioen van de nabestaande van een kamerlid, van een gewezen kamerlid of van een gepensioneerd kamerlid, met dien verstande dat slechts de kamerlidtijd medetelt die is gelegen vóór de ontbinding van het huwelijk dan wel vóór het tijdstip waarop de aanmelding is geëindigd. @@ -1649,9 +1609,9 @@ In afwijking van artikel 122 is herziening van een in dat artikel bedoelde besli **1.** -De bepalingen van deze afdeling gelden tevens ten aanzien van de gemeentebesturen met dien verstande dat met uitzondering van de artikelen 153 en 161 wordt gelezen voor: +Met uitzondering van artikel 137a gelden de bepalingen van deze afdeling tevens ten aanzien van de gemeentebesturen, met dien verstande dat wordt gelezen voor: -a. lid van gedeputeerde staten: wethouder, waaronder begrepen een lid van het dagelijks bestuur van een commissie, bedoeld in artikel 87, eerste lid, van de Gemeentewet (*Stb.* 1992, 96); +a. lid van gedeputeerde staten: wethouder, waaronder begrepen een lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente; b. provincie: gemeente; c. provinciale staten: de raad; d. gedeputeerde staten: burgemeester en wethouders. @@ -1664,7 +1624,7 @@ Voor de toepassing van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde wordt verstaa a. gewezen lid van gedeputeerde staten: hij die uit hoofde van een ontslag uitzicht op pensioen heeft; b. gepensioneerd lid van gedeputeerde staten: hij die uit hoofde van een ontslag recht heeft op pensioen; -c. wedde: wedde inclusief vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, waarop het gewezen of gepensioneerd lid van gedeputeerde staten op de dag voorafgaande aan de dag, waarop hij ophield lid van gedeputeerde staten te zijn, aanspraak had, tenzij uit de desbetreffende bepaling het tegendeel blijkt. +c. wedde: wedde inclusief vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, waarop het gewezen of gepensioneerd lid van gedeputeerde staten op de dag voorafgaande aan de dag, waarop hij ophield lid van gedeputeerde staten te zijn, aanspraak had, tenzij uit de desbetreffende bepaling het tegendeel blijkt; d. deeltijdfactor: een breuk waarvan de teller wordt gevormd door de genoten wedde exclusief de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, en de noemer door het tot een jaarbedrag herleide bedrag waarvan die wedde is afgeleid. @@ -1879,7 +1839,7 @@ b. met ingang van de dag waarop de belanghebbende opnieuw lid van gedeputeerde s ### Artikel 137a -Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op degene die krachtens artikel 51 van de Provinciewet dan wel krachtens artikel 51 van de Gemeentewet, een lid van gedeputeerde staten dan wel een wethouder heeft vervangen, gedurende meer dan dertig dagen zonder onderbreking. Voor degene die aftreedt als vervanger is de duur van de uitkering, ten dele in afwijking van artikel 132, steeds gelijk aan de duur van de vervanging. De uitkering bedraagt het volgens artikel 133 toepasselijke percentage van de als vervanger genoten vergoeding en wordt aangepast overeenkomstig het derde lid van dat artikel. +Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op degene die krachtens artikel 51 van de Provinciewet een lid van gedeputeerde staten heeft vervangen, gedurende meer dan dertig dagen zonder onderbreking. Voor degene die aftreedt als vervanger is de duur van de uitkering, ten dele in afwijking van artikel 132, steeds gelijk aan de duur van de vervanging. De uitkering bedraagt het volgens artikel 133 toepasselijke percentage van de als vervanger genoten vergoeding en wordt aangepast overeenkomstig het derde lid van dat artikel. #### Hoofdstuk 22. Het eigen pensioen @@ -2053,26 +2013,6 @@ b. als gewezen lid van gedeputeerde staten in de periode, waarover hem een uitke **3.** Het derde en vierde lid van artikel 145*a* zijn van overeenkomstige toepassing. -### Artikel 145c - -**1.** De nabestaande die recht heeft op nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet en op 1 januari 1998 55 jaar of ouder is, heeft recht op een toeslag op zijn volgens artikel 145 berekende pensioen, indien dat is berekend of mede berekend over diensttijd na 31 december 1985, indien en voor zo lang hij recht heeft op een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet, die krachtens artikel 67, derde of negende lid van die wet vanaf 1 januari 1998 wordt verminderd wegens de omstandigheid dat de nabestaande vanaf een tijdstip voor 1 juli 1996 met dezelfde persoon onafgebroken ongehuwd samenwoont. - -**2.** - -De toeslag bedraagt jaarlijks voor elk voor de berekening van het nabestaandenpensioen tellend jaar na 31 december 1985 2,5 procent van het verschil tussen 75 procent van het tot een jaarbedrag herleide bedrag van de nabestaandenuitkering en de vakantie-uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet zonder vermindering en het verminderde bedrag. De toeslag bedraagt niet meer dan 75 procent van het in de eerste volzin eerstbedoelde bedrag. - -De toeslag wordt vanaf 1 januari 1998 vastgesteld met inachtneming van de vanaf die datum geldende bedragen krachtens de Algemene nabestaandenwet en wordt vervolgens nader vastgesteld met ingang van 1 januari en 1 juli aan de hand van de ontwikkeling van die bedragen. - -**3.** - -Het recht op de toeslag vervalt: - -a. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de nabestaande de 65-jarige leeftijd bereikt; -b. met ingang van de maand volgend op die waarin de nabestaande trouwt of partij is bij een aanmelding; -c. met ingang van de eerste dag van de maand waarin de vermindering van de nabestaandenuitkering, bedoeld in het eerste lid, ongedaan wordt gemaakt. - -**4.** Artikel 145a, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 145b is niet van toepassing. - ### Artikel 146 **1.** Het bijzonder pensioen van de nabestaande van een lid van gedeputeerde staten, van een gewezen lid van gedeputeerde staten of van een gepensioneerd lid van gedeputeerde staten wordt op dezelfde wijze berekend als het pensioen van de nabestaande van een lid van gedeputeerde staten, van een gewezen lid van gedeputeerde staten of van een gepensioneerd lid van gedeputeerde staten, met dien verstande dat slechts de diensttijd medetelt die is gelegen vóór de ontbinding van het huwelijk dan wel vóór het tijdstip waarop de aanmelding is geëindigd.