2024-01-01 | BWBR0047444 | Uitvoeringsregeling GLB 2023
This commit is contained in:
parent
de634d8365
commit
51b99f575f
1 changed files with 84 additions and 44 deletions
|
|
@ -52,6 +52,7 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
− * nevenactiviteit: * activiteit die in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, is vermeld na de hoofdactiviteit;
|
||||
− * niet-productieve gronden: * landschapselementen, braak, plas-dras gedurende de inundatieperiode, bufferstroken als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a die worden gebruikt voor niet-productieve doeleinden, akkerranden en andere stroken of randen van gras of kruiden die niet aangemerkt kunnen worden als landbouwproductie;
|
||||
− * onregelmatigheid: * onregelmatigheid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van verordening (EU) 2021/2116;
|
||||
− *oppervlaktewaterlichaam:* samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers, alsmede flora en fauna, als bedoeld in artikel 1.1 van de Omgevingswet;
|
||||
− * peildatum: * 15 mei van het aanvraagjaar;
|
||||
− * perceel landbouwgrond: * aaneengesloten stuk landbouwareaal, waaronder begrepen aangrenzende landschapselementen die ter beschikking van de landbouwer staan, dat door één landbouwer is aangegeven;
|
||||
− * productie: * produceren van landbouwproducten als bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), bijlage I, met uitzondering van visserijproducten, alsmede hakhout met korte omlooptijd;
|
||||
|
|
@ -73,8 +74,6 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
− * verordening (EU) 2022/128: *
|
||||
Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 van de Commissie van 21 december 2021 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees parlement en de Raad wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, controles, zekerheden en transparantie (PbEU 2022, L20);
|
||||
− * verordening (EU) 2022/1172: * Gedelegeerde verordening (EU) 2022/1172 van de Commissie van 4 mei 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de toepassing en berekening van administratieve conditionaliteitssancties (PbEU 2022, L183);
|
||||
− * waterloop: * samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers;
|
||||
− * watervoerende sloot: * sloot die van 1 april tot 1 oktober onder normale omstandigheden water bevat.
|
||||
− *weiden:* het grazen op grasland met voldoende gras door al het daarvoor in het kader van een normale bedrijfsvoering van een landbouwer in aanmerking komend lacterend melkvee, zodat de dieren een natuurlijk graasgedrag kunnen laten zien;
|
||||
− * zeldzame landbouwhuisdierrassen: * met uitsterven bedreigde landbouwhuisdierrassen als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2022/126.
|
||||
|
||||
|
|
@ -115,7 +114,7 @@ c. het areaal blijvende teelt in goede vegetatieve staat houden die productief p
|
|||
|
||||
**1.** Voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden baseert de minister zich voor de grenzen van de referentiepercelen op het perceelsregister van RVO dat is gebaseerd op de objectgrenzen uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie.
|
||||
|
||||
**2.** Op de peildatum heeft de landbouwer het perceel landbouwgrond ter beschikking, op grond van eigendom, huur of pacht dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar, de verhuurder of de verpachter.
|
||||
**2.** Op de peildatum heeft de landbouwer het perceel landbouwgrond ter beschikking op grond van eigendom, pacht of onderpacht dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar of van de pachter die het perceel landbouwgrond met toestemming van de eigenaar heeft onderverpacht.
|
||||
|
||||
**3.** Als landbouwareaal komt tevens in aanmerking boslandbouw op areaal dat in de periode tussen 2015 en 2022 werd aangemerkt als landbouwareaal.
|
||||
|
||||
|
|
@ -146,6 +145,8 @@ Als blijvend grasland komt tevens in aanmerking:
|
|||
a. mengsels van gras, niet zijnde riet, met een gewas uit de gewassenlijst ‘stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij het aandeel gras meer dan 50% is; en
|
||||
b. areaal blijvend grasland met maximaal 100 bomen per hectare.
|
||||
|
||||
**7.** Voor controle op de toestemming, bedoeld in het tweede lid, kan schriftelijk bewijs worden opgevraagd.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Er worden geen betalingen toegekend aan landbouwers die niet uiterlijk op de peildatum zijn ingeschreven of waarvan de onderneming niet uiterlijk op de peildatum is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, onder de vermelding van de verkorte omschrijving van de landbouwactiviteit en de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) beginnend met de cijfers 011, 012, 013, 014, 015, 016 of 1051, voor zover minimaal 50 procent van de melk die wordt verwerkt op het eigen melkveebedrijf geproduceerd wordt.
|
||||
|
|
@ -223,8 +224,9 @@ e. struwelen.
|
|||
|
||||
Als landschapselementen, zijnde waterdelen, worden aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. waterlopen, niet zijnde grachten, smaller dan tien meter van insteek naar insteek, waarbij geldt dat ze geheel meetellen als ten minste 90 procent van de waterloop smaller is dan tien meter; en
|
||||
b. watervlakten met een oppervlakte tussen 0,001 hectare en 0,5 hectare.
|
||||
a. sloten, niet zijnde grachten, smaller dan tien meter van insteek naar insteek, waarbij geldt dat ze geheel meetellen als ten minste 90 procent van de sloot smaller is dan tien meter;
|
||||
b. watervlakten met een oppervlakte tussen 0,001 hectare en 0,5 hectare; en
|
||||
c. sloten die doorgaans het hele jaar droog staan, smaller dan tien meter van insteek naar insteek, waarbij geldt dat ze geheel meetellen als ten minste 90 procent van de sloot smaller is dan tien meter.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -247,12 +249,14 @@ a. lijnvormige landschapselementen waarvan ten minste één lange zijde is geleg
|
|||
b. niet-lijnvormige landschapselementen die binnen vijf meter van landbouwareaal liggen;
|
||||
c. landschapselementen die direct grenzen aan landschapselementen als bedoeld onder a en b, met dien verstande dat indien sprake is van een lijnvormig landschapselement, het landschapselement met ten minste één lange zijde grenst aan het onder a of b bedoelde landschapselement.
|
||||
|
||||
**6.** Op de peildatum heeft de landbouwer de landschapselementen ter beschikking, op grond van eigendom, huur of pacht dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar, de verhuurder of de verpachter.
|
||||
**6.** Op de peildatum heeft de landbouwer de landschapselementen ter beschikking op grond van eigendom, pacht of onderpacht dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar of van de pachter die de landschapselementen met toestemming van de eigenaar heeft onderverpacht.
|
||||
|
||||
**7.** Landschapselementen die volledig zijn omsloten door niet subsidiabele arealen zijn niet subsidiabel.
|
||||
|
||||
**8.** Van lijnvormige landschapselementen waarvan de lange zijde doorloopt tot voorbij landbouwareaal of een landschapselement dat binnen vijf meter van landbouwareaal ligt, behoort enkel de oppervlakte die langs het landbouwareaal of aangrenzende landschapselement ligt, tot de subsidiabele hectares.
|
||||
|
||||
**9.** Voor controle op de toestemming, bedoeld in het zesde lid, kan schriftelijk bewijs worden opgevraagd.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Geen rechtstreekse betalingen worden toegekend aan de landbouwer indien het totaalbedrag van de voor een aanvraagjaar aangevraagde of toe te kennen betalingen, voordat de sancties of verlagingen zijn toegepast, lager is dan 500 euro.
|
||||
|
|
@ -290,7 +294,7 @@ d. toestemming te verlenen aan de Minister om (persoons)gegevens aan de certific
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De landbouwer houdt de gegevens die ingevolge het tweede lid, onderdelen b, c en d, zijn ingediend, gedurende het aanvraagjaar actueel met dien verstande dat nadat zich een wijziging heeft voorgedaan de gegevens door middel van een door de minister beschikbaar gesteld formulier kunnen worden gewijzigd die betrekking hebben op:
|
||||
De landbouwer houdt de gegevens die ingevolge het tweede lid, onderdelen b, c en d, zijn ingediend, gedurende het aanvraagjaar actueel met dien verstande dat nadat zich een wijziging heeft voorgedaan de gegevens onverwijld door middel van een door de minister beschikbaar gesteld formulier worden gewijzigd, voor zover die gegevens betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. de percelen en de landschapselementen die ter beschikking van de landbouwer staan;
|
||||
b. de gewassen die per perceel worden geteeld; en
|
||||
|
|
@ -300,11 +304,11 @@ c. de eco-activiteiten per perceel, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24:
|
|||
2°. die niet, gedeeltelijk niet, of niet volgens de voorwaarden, worden uitgevoerd;
|
||||
d. ingeval van de teelt van hennep, het geteelde ras en een indicatie van de hoeveelheid gebruikt zaaizaad, uitgedrukt in kilogrammen per hectare.
|
||||
|
||||
**5.** Onverminderd de in het vierde lid, onderdeel c, bedoelde termijn, worden wijzigingen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, uiterlijk doorgegeven op de peildatum. Wanneer de peildatum op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag valt wordt de uiterste termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
|
||||
**5.** Onverminderd de in het vierde lid, onderdeel c, bedoelde termijn, worden wijzigingen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, uiterlijk doorgegeven op de peildatum of – voor zover de sluitingsdatum voor aanmelding als bedoeld in het eerste lid is gelegen na de peildatum – uiterlijk op de laatste dag waarop de aanmelding kan worden gedaan. Wanneer de peildatum op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag valt wordt de uiterste termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid kan een landbouwer die na de in het eerste lid bedoelde periode is begonnen met zijn landbouwactiviteit tot en met de peildatum een aanmelding doen.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het eerste lid doet de landbouwer die in aanvraagjaar 2023 aanspraak wil maken op betalingen hiertoe in de periode van 1 maart tot en met 15 juni 2023 een aanmelding.
|
||||
**7.** In afwijking van het eerste lid doet de landbouwer die in aanvraagjaar 2024 aanspraak wil maken op betalingen hiertoe in de periode van 1 maart tot en met 15 mei 2024 een aanmelding.
|
||||
|
||||
**8.** In geval het indienen van de aanmelding op of kort voor de sluitingsdatum, genoemd in het eerste lid, langere tijd niet mogelijk is door een calamiteit aan de kant van het elektronisch loket kan de minister met inachtneming van een redelijke termijn een nieuw tijdstip voor uiterste indiening van de aanmelding bepalen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -398,9 +402,9 @@ De minister stelt elk jaar een vast bedrag per jonge landbouwer als bedoeld in a
|
|||
|
||||
De Eco-activiteiten in de categorie hoofdteelt zijn:
|
||||
|
||||
a. een *rustgewas*, onder de volgende voorwaarde:
|
||||
a. een *rustgewas,* onder de volgende voorwaarde:
|
||||
|
||||
de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking.
|
||||
de landbouwer teelt uitsluitend een of meerdere gewassen uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld in bijlage 1.
|
||||
b. een *vezelgewas*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘vezelgewassen’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en
|
||||
|
|
@ -416,7 +420,7 @@ e. *langjarig grasland*, onder de volgende voorwaarden:
|
|||
|
||||
1°. de landbouwer houdt blijvend grasland in stand op het perceel in de periode van 1 januari tot en met 31 december;
|
||||
2°. op het perceel is vanaf 1 januari 2023 uitsluitend lichte grondbewerking toegepast; en
|
||||
3°. uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het perceel landbouwgrond.
|
||||
3°. uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het betreffende perceel blijvend grasland.
|
||||
f. *kruidenrijk grasland*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt:
|
||||
|
|
@ -462,45 +466,79 @@ a. *onderzaai vanggewas,* onder de volgende voorwaarden:
|
|||
b. *groenbedekking,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘groenbemesters / vanggewassen’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij gedurende de gehele periode van 1 januari tot 1 maart de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80 procent uit het aangegeven gewas bestaat;
|
||||
2°. uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen of biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het perceel landbouwgrond; en
|
||||
2°. uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen of biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het betreffende landbouwareaal; en
|
||||
3°. de groenbedekking wordt mechanisch ondergewerkt voorafgaand aan de hoofdteelt in het betreffende aanvraagjaar, zonder doodspuiten of branden van het gewas.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
De Eco-activiteit in de categorie teeltmaatregel is:
|
||||
De Eco-activiteiten in de categorie teeltmaatregel zijn:
|
||||
|
||||
*biologische bestrijding*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
a. *biologische bestrijding*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘biologische bestrijding’ als bedoeld in bijlage 1;
|
||||
2°. op het perceel met biologische bestrijding wordt de steriele insectentechniek (SIT) ter beheersing van de uienvlieg of feromoonverwarring ter beheersing van de fruitmot, pruimenmot, bessenglasvlinder, vruchtbladroller, leverkleurige bladroller, grote appelbladroller, of heggebladroller toegepast; en
|
||||
3°. de landbouwer bewaart het aankoopbewijs van de toepassing van de biologische bestrijding en het betaalbewijs gedurende 5 jaar in zijn administratie. Het aankoopbewijs vermeldt tenminste de naam van de teler van het gewas, de GPS-coördinaten van het perceel, een indicatie van de oppervlakte van het perceel waarop de biologische bestrijding is toegepast, de leverancier en de prijs en hoeveelheid van de geleverde biologische bestrijding.
|
||||
2°. op het perceel met biologische bestrijding wordt een of een combinatie van de volgende technieken toegepast:
|
||||
|
||||
i. de steriele insectentechniek (SIT) ter beheersing van de uienvlieg;
|
||||
ii. feromoonverwarring ter beheersing van de fruitmot, pruimenmot, bessenglasvlinder, vruchtbladroller, leverkleurige bladroller, grote appelbladroller, of heggebladroller;
|
||||
iii. nematoden;
|
||||
iv. bacteriepreparaten;
|
||||
3°. de landbouwer bewaart het aankoopbewijs van de toepassing van de biologische bestrijding en het betaalbewijs gedurende 5 jaar in zijn administratie. Het aankoopbewijs vermeldt tenminste de naam van de teler van het gewas, de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten of het perceelnummer uit de Gecombineerde Opgave, bedoeld in artikel 2 van de voor het desbetreffende jaar geldende Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave, een indicatie van de oppervlakte van het perceel waarop de biologische bestrijding is toegepast, de leverancier en de prijs en hoeveelheid van de geleverde biologische bestrijding.
|
||||
b. *precisiegewasbescherming*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer past op het perceel, gedurende de hoofdteelt, plaatsspecifieke dosering van gewasbeschermingsmiddelen toe door middel van een taakkaart die een GPS-gestuurde spuit aanstuurt dan wel een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde spuit;
|
||||
2°. de spuitboom beschikt minimaal over de mogelijkheid om variabel per sectie de spuitdoppen aan te sturen;
|
||||
3°. de landbouwer:
|
||||
|
||||
a. heeft machines en werktuigen die precisiegewasbescherming kunnen uitvoeren ter beschikking op grond van eigendom of huur dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar of de verhuurder; of
|
||||
b. beschikt over een factuur van een loonwerker met vermelding van de uitgevoerde handeling(en), de datum van de handeling, en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten of het perceelnummer uit de Gecombineerde Opgave, bedoeld in artikel 2 van de voor het desbetreffende jaar geldende Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie;
|
||||
4°. de landbouwer beschikt voor iedere toepassing van precisiegewasbescherming over:
|
||||
|
||||
a. een taakkaart bij een GPS-gestuurde spuit, waarop de geplande handeling(en), en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten staan aangegeven,en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie; of
|
||||
b. een resultaatkaart bij een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde spuit waarop de uitgevoerde handelingen en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten staan aangegeven, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie;
|
||||
5°. de landbouwer houdt een register bij als bedoeld in artikel 67 van verordening (EG) Nr 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L309);
|
||||
6°. landbouwareaal dat braak ligt, inclusief landschapselementen, is uitgesloten van deze Eco-activiteit; en
|
||||
7°. de landbouwer voldoet aan de beheerseisen RBE 7.1 en RBE 8.1 tot en met 8.8, bedoeld in artikel 32, onderdeel a, in samenhang met bijlage 3.
|
||||
c. *precisiebemesting,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer past op het perceel, ten behoeve van de hoofdteelt, plaatsspecifieke dosering van bemesting toe door middel van een taakkaart die een GPS-gestuurde strooier (bij korrel- of vaste meststoffen) of – spuit (vloeibare meststoffen) of – zodebemester of – sleepvoetbemester (drijfmest) aanstuurt dan wel een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde machine;
|
||||
2°. de strooier dient ingericht te zijn om meststoffen over de strooibreedte plaatsspecifiek te kunnen doseren;
|
||||
3°. de spuitboom beschikt minimaal over de mogelijkheid om variabel per sectie de spuitdoppen aan te sturen;
|
||||
4°. de zodebemester en sleepvoetbemesters dienen ingericht te zijn om de drijfmest over de inbrengbreedte plaatsspecifiek te kunnen doseren;
|
||||
5°. de landbouwer:
|
||||
|
||||
a. heeft machines en werktuigen die precisiebemesting kunnen uitvoeren ter beschikking op grond van eigendom of huur dan wel in gebruik met toestemming van de eigenaar of de verhuurder; of
|
||||
b. beschikt over een factuur van een loonwerker met vermelding van de uitgevoerde handeling(en), de datum van de handeling en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten of de naam en het perceelnummer uit de Gecombineerde Opgave, bedoeld in artikel 2 van de voor het desbetreffende jaar geldende Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie;
|
||||
6°. de landbouwer beschikt voor iedere toepassing van precisiebemesting over:
|
||||
|
||||
a. een taakkaart bij een GPS-gestuurde machine, waarop de geplande handeling(en) en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten staan aangegeven, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie; of
|
||||
b. een resultaatkaart bij een sensorgestuurde on-the-go aangestuurde machine waarop de uitgevoerde handelingen, en de eenduidige locatiegegevens zoals de X- en Y-coördinaten staan aangegeven, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie;
|
||||
7°. landbouwareaal dat braak ligt, inclusief landschapselementen, is uitgesloten van deze eco-activiteit; en
|
||||
8°. de landbouwer voldoet aan de beheerseisen RBE 2.2 tot en met 2.5, 2.7 tot en met 2.11, 2.13, 2.15 en 2.17, bedoeld in artikel 32, onderdeel a, in samenhang met bijlage 3.
|
||||
d. *fertigatie*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer beschikt op het perceel, tijdens de hoofdteelt, over een functioneel werkende druppelirrigatie met doseersysteem;
|
||||
2°. het doseersysteem kan via leidingen of slangen een mengsel van water en vloeibare meststoffen beschikbaar stellen;
|
||||
3°. De landbouwer beschikt over een boekhouding waar de registratie van meststoffen die via het doseersysteem worden toegediend wordt vastgelegd, en bewaart deze gedurende 5 jaar in zijn administratie.
|
||||
4°. nutriënten worden gedoseerd toegevoegd aan het water;
|
||||
5°. landbouwareaal dat braak ligt, inclusief landschapselementen, is uitgesloten van deze eco-activiteit; en
|
||||
6°. de landbouwer voldoet aan de beheerseisen RBE 2.3, 2.5, 2.10, 2.11, 2.13, 2.15 en 2.17, bedoeld in artikel 32, onderdeel a, in samenhang met bijlage 3.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
De eco-activiteiten, bedoeld in artikel 23, onderdeel c zijn niet toegestaan op een bufferstrook als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a.
|
||||
**1.** De eco-activiteiten, bedoeld in artikel 20, onderdelen b, c en d, en artikel 23, onderdeel c, zijn niet toegestaan op een bufferstrook als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a.
|
||||
|
||||
**2.** De eco-activiteiten, bedoeld in de artikelen 18, met uitzondering van onderdeel k, 19, onderdeel a, 20 en 22 zijn niet toegestaan op areaal dat wordt ingezet in het kader van Bijlage 4, § 4. Biodiversiteit en landschap, GLMC 8, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
De Eco-activiteiten in de categorie veemaatregel zijn:
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
a. * overdag weiden,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
De eco-activiteiten in de categorie veemaatregel zijn:
|
||||
|
||||
1°. het melkvee wordt tenminste 6 uur per dag geweid in de periode van 1 juni tot en met 30 september;
|
||||
2°. geen verplichting voor weiden geldt:
|
||||
weiden categorie 1 of weiden categorie 2 onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
i. indien de verwachte THI 68 of meer bedraagt;
|
||||
ii. voor droge koeien, zieke koeien en koeien die onlangs hebben afgekalfd, tot maximaal 14 dagen na de afkalfdatum;
|
||||
3°. indien er sprake is van vrije uitloop, is maximaal 25 procent van het melkvee in de stal aanwezig gedurende de uren dat er geweid wordt;
|
||||
4°. de landbouwer houdt een weidekalender bij waarin tenminste de weidedagen, en de tijdstippen van beweiding, zoals starttijd en eindtijd, zijn vastgelegd; en
|
||||
5°. De landbouwer bewaart de weidekalender gedurende 5 jaar in zijn administratie.
|
||||
b. *dag en nacht weiden*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. het melkvee wordt tenminste 16 uur per dag geweid in de periode van 1 juni tot en met 30 september;
|
||||
2°. geen verplichting voor overdag weiden geldt indien de verwachte THI 68 of meer bedraagt;
|
||||
3° Geen verplichting voor dag en nacht weiden geldt voor droge koeien, zieke koeien en koeien die onlangs hebben afgekalfd, tot maximaal 14 dagen na de afkalfdatum;
|
||||
4°. indien er sprake is van vrije uitloop, is maximaal 25 procent van het melkvee in de stal aanwezig gedurende de uren dat er geweid wordt;
|
||||
5°. de landbouwer houdt een weidekalender bij waarin tenminste de weidedagen, en de tijdstippen van beweiding, zoals starttijd en eindtijd, zijn vastgelegd; en
|
||||
6°. De landbouwer bewaart de weidekalender gedurende 5 jaar in zijn administratie.
|
||||
1°. de landbouwer verleent toestemming als bedoeld in artikel 10, derde lid, onderdeel d; en
|
||||
2°. de landbouwer neemt deel aan een erkend certificeringsschema als bedoeld in artikel 22b en voldoet volgens vaststelling door de certificerende instantie aan de eisen van dit certificeringsschema.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
|
|
@ -591,14 +629,16 @@ b. *landschapselement hout*, onder de volgende voorwaarde:
|
|||
2°. het knippen of snoeien van landschapselementen is niet toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 15 juli en in het geval buiten die periode in landschapselementen door vogels wordt gebroed.
|
||||
c. *groene braak*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘groene braak’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt op bouwland, die minimaal drie meter breed is;
|
||||
2°. in de periode van 31 mei tot 31 augustus bestaat de oppervlakte voor minimaal 80 procent uit het aangegeven gewas;
|
||||
3°. er wordt geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden op het perceel; en
|
||||
4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan.
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘groene braak’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt op bouwland;
|
||||
2°. het perceel is minimaal drie meter breed;
|
||||
3°. in de periode van 31 mei tot 31 augustus bestaat de oppervlakte voor minimaal 80 procent uit het aangegeven gewas;
|
||||
4°. voor een periode van minimaal 9 aaneengesloten maanden in het aanvraagjaar, wordt er op het aangegeven gewas geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
|
||||
5°. beweiden of oogsten van het aangegeven gewas is het gehele aanvraagjaar niet toegestaan; en
|
||||
6°. het areaal was in het voorgaand aanvraagjaar geen blijvend grasland.
|
||||
d. een kruidenrijke bufferstrook langs bouwland of blijvende teelt, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer beheert een kruidenrijke beheerde bufferstrook die minimaal drie meter en maximaal 12 meter breed is en geheel of gedeeltelijk samenvalt met de bufferstrook, bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a;
|
||||
2°. de bufferstrook ligt op of langs bouwland, met uitzondering van tijdelijk grasland, of op of langs een perceel blijvende teelt;
|
||||
2°. de bufferstrook ligt langs bouwland, met uitzondering van tijdelijk grasland, of langs een perceel blijvende teelt;
|
||||
3°. er wordt op de bufferstrook geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
|
||||
4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan;
|
||||
5°. van 1 juni tot 1 oktober bestaat minimaal 25 procent van de bedekking uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
|
||||
|
|
@ -669,7 +709,7 @@ c. 200 euro of meer, vindt uitbetaling plaats op het niveau van het tarief goud.
|
|||
|
||||
**7.** De hoogte van de uitbetaling wordt berekend door het tarief, bedoeld in het vijfde lid, te vermenigvuldigen met het aantal subsidiabele hectares.
|
||||
|
||||
**8.** In geval van activiteiten op niet-productieve gronden die worden ingezet voor artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 8, wordt voor de eco-activiteiten groene braak, kruidenrijke bufferstrook langs grasland, en kruidenrijke bufferstrook langs bouwland of blijvende teelt, geen waarde toegekend.
|
||||
**8.** In geval van activiteiten op niet-productieve gronden die worden ingezet voor artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 8, wordt voor de eco-activiteiten groene braak, stikstofbindend gewas, kruidenrijke bufferstrook langs grasland, en kruidenrijke bufferstrook langs bouwland of blijvende teelt, geen waarde toegekend.
|
||||
|
||||
**9.** Op ecologisch kwetsbaar blijvend grasland als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 9, wordt voor de eco-activiteit langjarig grasland geen waarde toegekend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -684,7 +724,7 @@ c. 200 euro of meer, vindt uitbetaling plaats op het niveau van het tarief goud.
|
|||
Een actieve landbouwer als bedoeld in artikel 5, kan aanspraak maken op de betaling voor het houden van raszuivere vrouwelijke en mannelijke dieren, als bedoeld en als zodanig geregistreerd in het I&R register, van de volgende zeldzame Nederlandse landbouwhuisdierrassen:
|
||||
|
||||
a. rund: Brandrood rund, Fries-Hollands vee, Groninger blaarkop, Lakenvelder, Verbeterd Roodbont;
|
||||
b. schaap: Blauwe Texelaar (inclusief Dassenkop Texelaar), Drents heideschaap, Flevolander, Groot heideschaap, Mergelland schaap, Fries melkschaap, Noordhollander, Schoonebeeker heideschaap, Swifter, Veluws heideschaap, Zwartbles; en
|
||||
b. *schaap:* Drents heideschaap, Flevolander, Groot heideschaap, Fries melkschaap, Mergelland schaap, Nederlands bonte schaap, Noordhollander, Schoonebeeker heideschaap, Swifter, Veluws heideschaap, Zwartbles; en
|
||||
c. geit: Nederlandse Bonte geit, Nederlandse Landgeit, Nederlandse Toggenburger geit, Nederlandse Witte geit.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -994,9 +1034,9 @@ Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling GLB 2023.
|
|||
|
||||
## Bijlage 1. bij de
|
||||
|
||||
¹ *Onder agrarisch natuurmengsel wordt verstaan een mengsel van verschillende gewassen (door elkaar heen gezaaid) waarbij geen van de gewassen overwegend aanwezig is.*
|
||||
^1 Onder agrarisch natuurmengsel wordt verstaan een mengsel van verschillende gewassen (door elkaar heen gezaaid) waarbij geen van de gewassen overwegend aanwezig is.
|
||||
|
||||
² *Onder drachtplanten wordt verstaan een mengsel van tenminste 3 drachtplanten van de soorten Karwij (Carum carvi), Koriander (Coriandrum sativum) Wilde Peen (, Daucus carota), Duizendblad (Achiella millefolium), Goudsbloem (Calendula officinalis), Korenbloem (Centaurea cyanus), Cichorei (Cichorium), Zonnebloem (Helianthus Annus), Komkommerkruid (Borago officinalis), Slangenkruid (Echium Vulgare), Phacelia (Phacelia tanacetifolia), Gele Mosterd (Sinapis alba), Gewone Rolklaver (Lotus corniculatus),Luzerne (Medicago sativa), Witte honingklaver (melilotus albus), Esparcette (Onobrychis viccifolia), Rode klaver (Trifolium pratense), Voederwikke (Vicia sativa), Lijnzaad/vlas (Linum usitatissimum), Malva (Malva), Klaproos (Papaver), Boekweit (Fagopyrum esculentum), Juffertje in ’t groen (Nigella damascena), Smalle Weegbree (Plantago lanceolata) of Incarnaatklaver (Trifolium incarnatum)*
|
||||
^2 Onder drachtplanten wordt verstaan een mengsel van tenminste 3 drachtplanten van de soorten Karwij (Carum carvi), Koriander (Coriandrum sativum), Wilde Peen (Daucus carota), Duizendblad (Achiella millefolium), Goudsbloem (Calendula officinalis), Korenbloem (Centaurea cyanus), Cichorei (Cichorium), Zonnebloem (Helianthus Annus), Komkommerkruid (Borago officinalis), Slangenkruid (Echium Vulgare), Phacelia (Phacelia tanacetifolia), Gele Mosterd (Sinapis alba), Gewone Rolklaver (Lotus corniculatus), Luzerne (Medicago sativa), Witte honingklaver (melilotus albus), Esparcette (Onobrychis viccifolia), Rode klaver (Trifolium pratense), Voederwikke (Vicia sativa), Lijnzaad/vlas (Linum usitatissimum), Malva (Malva), Klaproos (Papaver), Boekweit (Fagopyrum esculentum), Juffertje in ’t groen (Nigella damascena), Smalle Weegbree (Plantago lanceolata) of Incarnaatklaver (Trifolium incarnatum).
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. bij de
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue