2022-12-18 | BWBR0037940 | Netcode elektriciteit

This commit is contained in:
Coornhert 2022-12-18 12:00:00 +00:00
parent f4ea6f025e
commit 51baafc202

View file

@ -2296,7 +2296,7 @@ c. ingeval van een onderbreking van de transportdienst ten gevolge van een stori
De in het eerste lid genoemde verplichting geldt niet,
a. wanneer een onderbreking van de transportdienst het gevolg is van een automatische afschakeling van belasting als bedoeld in artikel 9.25a, eerste lid, of een handmatige afschakeling van belasting op verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet als bedoeld in artikel 9.20, òf
a. wanneer een onderbreking van de transportdienst het gevolg is van een automatische afschakeling van belasting als bedoeld in artikel 9.26, eerste lid, of een handmatige afschakeling van belasting op verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet als bedoeld in artikel 9.20, òf
b. wanneer de netbeheerder kan aantonen dat deze netbeheerder als gevolg van een extreme situatie niet binnen de hersteltijden, als bedoeld in het eerste lid, een onderbreking kan herstellen. Met een extreme situatie wordt bedoeld een incident dat zo weinig voorkomt dat het oneconomisch zou zijn om daarmee rekening te houden in de reguleringssystematiek en dat bovendien niet beïnvloed kan worden door de netbeheerder. Een incident is een niet te voorziene gebeurtenis of situatie die redelijkerwijs buiten de controle van een netbeheerder ligt en niet te wijten is aan een fout van een netbeheerder. Hierbij kan gedacht worden aan aardbevingen, overstromingen, uitzonderlijke weersomstandigheden, terroristische aanslagen en oorlog, òf
c. wanneer een onderbreking van de transportdienst het gevolg is van een storing in een net met een spanningsniveau van 220 kV of hoger.
@ -2820,26 +2820,7 @@ b. in de vorm van handmatige FRR (mFRR): de resterende verwachte benodigde hoeve
### Artikel 9.25a
**1.**
In geval van frequentiedalingen tot 49,0 Hz en lagere waarden, doen de regionale netbeheerders door middel van het frequentierelais automatisch een deel van de belasting afschakelen volgens het volgende schema:
a. eerste afschakeling: bij 49,0 Hz 15% van de oorspronkelijke totale belasting afschakelen;
b. tweede afschakeling: bij 48,7 Hz, aanvullend op de in onderdeel a bedoelde hoeveelheid, 15% van de oorspronkelijke totale belasting afschakelen;
c. derde afschakeling: bij 48,4 Hz, aanvullend op de in onderdeel a en b bedoelde hoeveelheid, 20% van de oorspronkelijke totale belasting afschakelen.
**2.** Bij de bepaling van de af te schakelen belasting wordt rekening gehouden met eventueel mee af te schakelen elektriciteitsproductie-eenheden.
**3.**
Het frequentierelais is zodanig ingesteld, dat:
a. binnen 100 ms na het overschrijden van de in het eerste lid genoemde frequentiegrenzen een uitschakelbevel volgt;
b. de werking van het relais wordt geblokkeerd als de meetspanning daalt tot beneden 70% van de nominale spanning.
**4.** De meetonnauwkeurigheid van het relais mag maximaal 10 mHz bedragen.
**5.** De storingsgevoeligheid van het relais is afgestemd op de installatie waarin het wordt toegepast, maar voldoet ten minste aan IEC 1000-4 klasse 3.
Vervallen
### Artikel 9.26
@ -5595,6 +5576,17 @@ b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie voor 9 septem
### Paragraaf 14.4. Bestaande distributiesystemen
### Artikel 14.8
Voor distributiesystemen waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) niet van toepassing is, zijn de volgende aanvullingen op artikel 9.26 van toepassing:
a. Het frequentierelais is zodanig ingesteld, dat:
1°. binnen 100 ms na het overschrijden van de in artikel 9.26, eerste lid, genoemde frequentiegrenzen een uitschakelbevel volgt;
2°. de werking van het relais wordt geblokkeerd als de meetspanning daalt tot beneden 70% van de nominale spanning.
b. De meetonnauwkeurigheid van het relais bedraagt maximaal 10 mHz.
c. De storingsgevoeligheid van het relais is afgestemd op de installatie waarin het wordt toegepast, maar voldoet ten minste aan IEC 1000-4 klasse 3.
## Hoofdstuk 15. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 15.1