2001-02-01 | BWBR0006560 | Besluit beheer regionale politiekorpsen
This commit is contained in:
parent
988aaaaa45
commit
51cfedc7d6
1 changed files with 284 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,284 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Besluit beheer regionale politiekorpsen
|
||||
bwb_id: BWBR0006560
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1994-04-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006560
|
||||
citeertitel: Besluit beheer regionale politiekorpsen
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Besluit beheer regionale politiekorpsen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Ministers: Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie gezamenlijk;
|
||||
b. korpsbeheerder: de burgemeester, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Politiewet 1993;
|
||||
c. ingeslotene: de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, alsmede de persoon die ten behoeve van de hulpverlening aan hem op een bureau van een regionaal politiekorps is ondergebracht;
|
||||
d. politiecellencomplex: een in een gebouw te onderscheiden ruimte waarin een of meer gangen met daaraan grenzend een of meer ruimten liggen die worden gebruikt voor het insluiten van personen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Informatievoorziening
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Het regionale politiekorps registreert gegevens voor door Onze Ministers te bepalen doeleinden en door hen te bepalen categorieën dan wel in door hen aan te wijzen wettelijk geregelde registers en verstrekt deze gegevens aan de door hen aan te wijzen personen en instanties, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wet politieregisters.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Ministers kunnen bepalen dat in door hen aan te wijzen registers geen andere dan de in het eerste lid bedoelde gegevens worden geregistreerd en dat door hen aan te wijzen categorieën van gegevens in geen andere dan door hen aan te wijzen registers worden geregistreerd.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen regels geven over de wijze waarop de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden geregistreerd, verwijderd dan wel verstrekt en op welke wijze bestandsvergelijking met die gegevens plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan ter uitvoering van het derde lid nadere regels geven over de schrijfwijze, classificatie of codering van gegevens en de samenstelling van de gegevens in de vorm van berichten.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Het regionale politiekorps maakt voor de in artikel 2, eerste lid, bedoelde verstrekking van gegevens via telecommunicatievoorzieningen, gebruik van de telecommunicatievoorzieningen die door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen worden aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Het regionale politiekorps maakt voor de overdracht van gegevens door middel van niet-draadgebonden telecommunicatie-voorzieningen gebruik van frequenties die door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan het regionale politiekorps worden toegewezen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, regels geven over de wijze waarop de in het eerste en tweede lid bedoelde voorzieningen worden gebruikt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
**1.** De korpsbeheerder draagt zorg voor deugdelijke informatiebeveiliging, hetgeen omvat het treffen en onderhouden van een samenhangend pakket van maatregelen ter waarborging van de beschikbaarheid, integriteit en exclusiviteit van de informatiesystemen, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wet politieregisters en de Wet persoonsregistraties.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Ministers kunnen regels geven met betrekking tot het onderwerp, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Organisatie
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Het regionale politiekorps draagt ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten zorg voor het inrichten van de recherchefunctie.
|
||||
|
||||
**2.** Een lid van de leiding van het regionale politiekorps, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Politiewet 1993, is in het bijzonder verantwoordelijk voor de recherchefunctie van het regionale politiekorps.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen regels geven over de inrichting, taken en uitvoering van de werkzaamheden binnen het regionale politiekorps ten behoeve van de uitoefening van de recherchefunctie.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Ieder regionaal politiekorps beschikt ten behoeve van de uitoefening van de recherchefunctie over voorzieningen op het gebied van:
|
||||
|
||||
a. tactische recherche,
|
||||
b. technische recherche,
|
||||
c. financiële recherche,
|
||||
d. digitale recherche, en
|
||||
e. informatievoorziening.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Ministers kunnen voorzieningen op andere gebieden dan die, genoemd in het vierde lid, aanwijzen waarover het regionale politiekorps beschikt ten behoeve van de uitoefening van de recherchefunctie.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Ministers kunnen regels geven over het beheer en de inrichting van, alsmede over de taken en de uitvoering van de werkzaamheden met betrekking tot de voorzieningen, bedoeld in het vierde en vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Het regionale politiekorps beschikt over een eenheid die is belast met het, ten behoeve van de recherchefunctie, verwerken van gegevens die noodzakelijk zijn voor de opsporing van misdrijven als bedoeld in artikel 1, onderdelen k en l, van de Wet politieregisters.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Ministers kunnen regels geven over het beheer, de inrichting, taken en uitvoering van de werkzaamheden van de eenheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het regionale politiekorps beschikt, zelfstandig of samen met een of meer andere politiekorpsen, over een eenheid die is belast met de uitvoering van een bevel tot observatie als bedoeld in de artikelen 126g en 126o van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
**4.** Het regionale politiekorps beschikt, zelfstandig of samen met een of meer andere politiekorpsen, over een eenheid die is belast met de uitvoering van een bevel tot infiltratie als bedoeld in artikel 126h, eerste lid, of artikel 126p, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en met de begeleiding van personen die op grond van artikel 126w van het Wetboek van Strafvordering bijstand verlenen aan de opsporing. Daarnaast kan deze eenheid worden belast met de uitvoering van een bevel tot pseudo-koop of -dienstverlening als bedoeld in artikel 126i, eerste lid, of artikel 126ij, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en een bevel tot stelselmatige inwinning van informatie als bedoeld in artikel 126j, eerste lid, of artikel 126qa, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Ministers kunnen regels geven over het beheer, de inrichting, taken en uitvoering van de werkzaamheden van de eenheden, bedoeld in het derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
De regionale politiekorpsen werken onderling en met het Korps landelijke politiediensten samen op het terrein van de voorzieningen en eenheden die, overeenkomstig de artikelen 4 en 5, zijn ingericht ten behoeve van de recherchefunctie.
|
||||
|
||||
### Artikel 5b
|
||||
|
||||
Het regionale politiekorps voert ten behoeve van de recherchefunctie een register zware criminaliteit en een voorlopig register als bedoeld in artikel 1, onderdelen k en l, van de Wet politieregisters. De registers worden aangelegd en gehouden bij de eenheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5c
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het regionale politiekorps beschikt over een organisatie van mobiele eenheden ten behoeve van de volgende werkzaamheden:
|
||||
|
||||
a. het optreden ter handhaving van de openbare orde en hulpverlening in het bijzonder bij grootschalige manifestaties en evenementen,
|
||||
b. het uitvoeren van evacuaties,
|
||||
c. het bewaken en beveiligen van objecten,
|
||||
d. het optreden bij crises en rampen,
|
||||
e. het uitvoeren van zoekacties en
|
||||
f. het aanhouden van ordeverstoorders.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft nadere regels over de organisatie, de sterkte ten behoeve van de bijstand en de paraatheid van de mobiele eenheden.
|
||||
|
||||
**3.** De in het tweede lid aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegekende bevoegdheid wordt door Onze Ministers uitgeoefend indien de regels eisen bevatten die ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel de vervulling van taken ten dienste van de justitie moeten worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Het regionale politiekorps beschikt, zelfstandig of samen met een of meer andere regionale politiekorpsen, over een staf die ten behoeve van het bevoegd gezag zorgdraagt voor de coördinatie van grootschalig politie-optreden.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan regels geven over de organisatie van de in het eerste lid bedoelde staf. Indien de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel de vervulling van taken ten dienste van de justitie in het geding zijn, wordt deze bevoegdheid door Onze Ministers uitgeoefend.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het regionale politiekorps beschikt, zelfstandig of samen met een of meer andere regionale politiekorpsen, over een eenheid die uitsluitend tot taak heeft, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat gebruik van vuurwapengeweld tegen de politie of anderen dreigt, de volgende werkzaamheden uit te voeren:
|
||||
|
||||
a. het verrichten van planmatige aanhoudingen,
|
||||
b. het bewaken en beveiligen van politie-infiltranten,
|
||||
c. het assisteren bij het bewaken en beveiligen van het transport van getuigen, verdachten of gedetineerden,
|
||||
d. het assisteren bij het bewaken en beveiligen van objecten en
|
||||
e. andere werkzaamheden waarvoor toestemming is verkregen van Onze Ministers.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Ministers geven regels over de organisatie van de eenheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De korpsbeheerder houdt binnen het regionale politiekorps ambtenaren van politie ter beschikking ten behoeve van de bijzondere bijstandseenheid politie.
|
||||
|
||||
**2.** Onder de bijzondere bijstandseenheid politie, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan een eenheid die wordt ingezet voor de bijstandsverlening bij de daadwerkelijke bestrijding van zeer ernstige misdrijven waarbij sprake is van direct levensbedreigende omstandigheden en waarvan de leden zijn geoefend in het gebruik van een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden gegeven.
|
||||
|
||||
**3.** De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, worden door de korpsbeheerder aangewezen op aanbeveling van de korpschef van het Korps landelijke politiediensten. Zij zijn direct inzetbaar.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Ministers bepalen de organisatie en paraatheid van de eenheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** De korpsbeheerder houdt binnen het regionale politiekorps ambtenaren van politie ter beschikking ten behoeve van het rampenidentificatieteam politie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onder het rampenidentificatieteam politie wordt verstaan een eenheid die wordt ingezet voor:
|
||||
|
||||
a. het verlenen van assistentie aan een politiekorps bij berging en identificatie van slachtoffers bij rampen, of in die gevallen waarin identificatie van slachtoffers technisch bijzondere moeilijkheden oplevert;
|
||||
b. het verlenen van assistentie op verzoek van Onze Minister van Buitenlandse Zaken bij identificatie van slachtoffers van calamiteiten buiten Nederland waarbij Nederlandse belangen in het geding zijn;
|
||||
c. het verlenen van assistentie op verzoek van Onze Minister van Defensie bij identificatie van Nederlandse militairen buiten Nederland.
|
||||
|
||||
**3.** De ambtenaren van politie, bedoeld in het eerste lid, worden door de korpsbeheerder aangewezen op aanbeveling van de korpschef van het Korps landelijke politiediensten, waarbij wordt aangegeven welke functie de betrokken ambtenaar in het rampenidentificatieteam politie zal vervullen. Zij zijn direct inzetbaar.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Ministers geven regels over de organisatie, beschikbaarheid en paraatheid van de eenheid, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Onze Ministers kunnen bepalen dat een regionaal politiekorps, zelfstandig of samen met een of meer andere regionale politiekorpsen, beschikt over een eenheid die is belast met de uitvoering van een bijzonder onderdeel van de politietaak.
|
||||
|
||||
**2.** De korpsbeheerder draagt er zorg voor dat een eenheid als bedoeld in het eerste lid, beschikt over voldoende kennis en deskundigheid ten aanzien van het desbetreffende onderdeel van de politietaak.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen regels geven over de organisatie van een eenheid als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
Onze Ministers kunnen eenheden aanwijzen, bestaande uit ambtenaren van politie van een of meer regionale politiekorpsen, die zijn belast met het waken voor de veiligheid van daartoe door het bevoegd gezag aangewezen personen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Bekwaamheid
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Indien de aard van de werkzaamheden van de politie specifieke vaardigheid of kennis vereist kunnen Onze Ministers bepalen dat de met die werkzaamheden belaste ambtenaren van politie voldoen aan de daartoe door Onze Ministers vastgestelde eisen van bekwaamheid.
|
||||
|
||||
**2.** De korpsbeheerder stelt de ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, in de gelegenheid de noodzakelijke training en opleiding te volgen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Uitrusting
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft regels met betrekking tot het politielegitimatiebewijs en het gebruik van de politiehuisstijl.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Onze Ministers geven regels met betrekking tot de uitrusting van de regionale politiekorpsen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Ingeslotenen
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De korpsbeheerder treft voorzieningen opdat de ingeslotene in ieder geval beschikt over:
|
||||
|
||||
a. slaapgelegenheid,
|
||||
b. eten en drinken in overeenstemming met medische en levensbeschouwelijke of godsdienstige eisen,
|
||||
c. sanitair,
|
||||
d. de noodzakelijke medische zorg en
|
||||
e. informatie over de gang van zaken in het politiecellencomplex.
|
||||
|
||||
**2.** Tenzij het politiecellencomplex geen luchtplaats heeft, draagt de korpsbeheerder er zorg voor dat de ingeslotene tweemaal daags wordt gelucht.
|
||||
|
||||
**3.** In verband met het eerste lid, onder *d*, treft de korpsbeheerder een regeling met artsen in de regio ten einde van hulp verzekerd te zijn voor de medische zorg van ingeslotenen.
|
||||
|
||||
**4.** Met inachtneming van het bij of krachtens de wet bepaalde treft de korpsbeheerder een regeling met betrekking tot het roken, de ontspanning, het telefoneren en het ontvangen van bezoek van de ingeslotene.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Ministers geven regels over de inrichting van een politiecellencomplex.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Ministers wijzen de gegevens aan die worden geregistreerd over ingeslotenen.
|
||||
|
||||
**7.** In geval van overlijden of een poging tot zelfdoding van een ingeslotene draagt de korpsbeheerder er zorg voor dat het openbaar ministerie hiervan onverwijld in kennis wordt gesteld en dat aan Onze Ministers hiervan een schriftelijk rapport wordt toegezonden. Onze Ministers stellen voor het rapport een model vast.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De korpsbeheerder wijst een ambtenaar van politie aan die wordt belast met de leiding van het politiecellencomplex en het toezicht op de ingeslotenen.
|
||||
|
||||
**2.** Met inachtneming van de artikelen 26, 27 en 32 tot en met 36 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar stelt de korpsbeheerder een instructie vast voor het personeel, niet zijnde ambtenaren van politie, dat is belast met de zorg voor ingeslotenen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers kunnen regels geven over de eisen van bekwaamheid waaraan het personeel, bedoeld in het tweede lid, moet voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
**1.** De korpsbeheerder stelt ten behoeve van de politiecellencomplexen in zijn regio een commissie van toezicht in, bestaande uit ten minste drie en ten hoogste twaalf, onafhankelijke leden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De commissie heeft in ieder geval tot taak:
|
||||
|
||||
a. toezicht te houden op de huisvesting, veiligheid, verzorging en bejegening van ingeslotenen in de politiecellencomplexen;
|
||||
b. jaarlijks rapport uit te brengen aan de korpsbeheerder over haar werkzaamheden;
|
||||
c. gevraagd en ongevraagd aan de korpsbeheerder advies uit te brengen en inlichtingen te geven omtrent aangelegenheden betreffende de politiecellencomplexen.
|
||||
|
||||
**3.** De commissie van toezicht kan door de korpsbeheerder tevens worden belast met de behandeling van en de advisering over klachten als bedoeld in artikel 61 van de Politiewet 1993, voor zover die klachten betrekking hebben op aangelegenheden betreffende de politiecellencomplexen.
|
||||
|
||||
**4.** De korpsbeheerder stelt regels vast over de voor een adequate taakvervulling benodigde bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de commissie van toezicht, de benoeming en het ontslag van haar leden.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de samenstelling van de commissie wordt rekening gehouden met de benodigde maatschappelijke en bestuurlijke deskundigheid en ervaring van de leden.
|
||||
|
||||
**6.** Jaarlijks zendt de korpsbeheerder een verslag van de werkzaamheden en bevindingen van de commissie van toezicht aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Informatie over het beheer
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De korpsbeheerder verstrekt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties periodiek gegevens over:
|
||||
|
||||
a. de omvang en samenstelling van het regionale politiekorps en
|
||||
b. de werkdruk en de taakuitvoering van het regionale politiekorps.
|
||||
|
||||
**2.** De korpsbeheerder verstrekt op verzoek van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de gegevens die Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of Onze Minister van Justitie overigens noodzakelijk acht.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan regels stellen over de inrichting van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, alsmede over de wijze waarop en de frequentie waarmee deze gegevens aan hem worden verstrekt. Voor zover deze gegevens betrekking hebben op de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel op taken ten dienste van de justitie, worden de regels door Onze Ministers gegeven en worden deze gegevens door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan Onze Minister van Justitie ter beschikking gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties doet jaarlijks verslag van de verkregen gegevens aan Onze Minister van Justitie en aan de korpsbeheerders.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Archieven
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** De korpsbeheerder draagt overeenkomstig door het regionale college vast te stellen regels zorg voor de archiefbescheiden van de regio, voor zover deze niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats als bedoeld in artikel 31 van de Archiefwet 1995.
|
||||
|
||||
**2.** Het regionale college zendt de regels, bedoeld in het eerste lid, aan gedeputeerde staten van de provincie waarin de gemeente is gelegen waarvan de burgemeester korpsbeheerder is.
|
||||
|
||||
**3.** De kosten van de bewaring van archiefbescheiden van de regio in een archiefbewaarplaats en de kosten van het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de regio, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, komen ten laste van de regio.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Politiewet 1993 in werking treedt.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beheer regionale politiekorpsen.
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue