2010-01-01 | BWBR0025740 | Circulaire voor Optie/Naturalisatieverzoeken in het buitenland
This commit is contained in:
parent
7056192eca
commit
51d478d890
1 changed files with 6 additions and 8 deletions
|
|
@ -1084,9 +1084,7 @@ Voor dit onderdeel van de Handleiding voor de diplomatieke of consulaire post wo
|
|||
|
||||
Bij een verzoek in het buitenland legt de aspirant-verzoeker (vóór indiening van het verzoek) het inburgeringsexamen af op de post. Indien het inburgeringsexamen op de post wordt afgelegd dient betrokkene enkel het centraal deel van het examen te behalen op niveau A2 van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde talen. Het praktijkdeel van het examen hoeft betrokkene niet af te leggen. Het centraal deel van het examen bestaat uit drie examens die met behulp van de computer worden afgenomen: kennis van de Nederlandse samenleving (KNS), het elektronisch praktijkexamen (EPE) en de toets gesproken Nederlands (TGN).
|
||||
|
||||
Indien de verzoeker het inburgeringsexamen dient af te leggen, deelt het hoofd van de post dit aan hem mee en bepaalt het hoofd van de post in overleg met hem een datum waarop het examen afgelegd kan worden. Het hoofd van de post stelt de aspirant-verzoeker op de hoogte van de onderdelen van het examen die afgelegd dienen te worden, het te behalen niveau, de wijze waarop het examen is ingericht, de volgorde en de kosten die betaald dienen te worden (€ 350). Het hoofd deelt aan de verzoeker mee dat de beoordeling van het inburgeringsexamen zal geschieden door de IB-Groep. De IB-Groep informeert door tussenkomst van DCZ/CJ de post over de examenuitslag.
|
||||
|
||||
Ook wordt verzoeker in dit stadium gewezen op de mogelijkheid in aanmerking te komen voor (gedeeltelijke) vrijstelling of ontheffing. Voor de procedure hieromtrent wordt verwezen naar de betreffende paragrafen hieronder.
|
||||
Indien de verzoeker het inburgeringsexamen dient af te leggen, deelt het hoofd van de post dit aan hem mee en bepaalt het hoofd van de post in overleg met hem een datum waarop het examen afgelegd kan worden. Het hoofd van de post stelt de aspirant-verzoeker op de hoogte van de onderdelen van het examen die afgelegd dienen te worden, het te behalen niveau, de wijze waarop het examen is ingericht, de volgorde en de kosten die betaald dienen te worden (€350 ). Het hoofd deelt aan de verzoeker mee dat de beoordeling van het inburgeringsexamen zal geschieden door DUO. De DUO informeert door tussenkomst van DCM de post over de examenuitslag. Ook wordt verzoeker in dit stadium gewezen op de mogelijkheid in aanmerking te komen voor (gedeeltelijke) vrijstelling of ontheffing. Voor de procedure hieromtrent wordt verwezen naar de betreffende paragrafen hieronder.
|
||||
|
||||
Indien verzoeker het inburgeringsexamen wenst af te leggen, laat het hoofd van de post hem een aanmeldingsformulier invullen, dat door verzoeker dient te worden ondertekend. Betrokkene voldoet het daarvoor geldende tarief aan het hoofd van de post. Het hoofd van de post neemt het ondertekende formulier op in het naturalisatiedossier van betrokkene. Het hoofd van de post handelt overeenkomstig het examenreglement naturalisatietoets in het buitenland (artikel 3, vierde lid, Regeling naturalisatietoets Nederland).
|
||||
|
||||
|
|
@ -1096,21 +1094,21 @@ Verzoeker begint bij voorkeur met de toets gesproken Nederlands (TGN). De examen
|
|||
|
||||
Voorts worden de onderdelen kennis van de Nederlandse samenleving (KNS) en het elektronisch praktijkexamen (EPE) afgenomen. Deze onderdelen worden afgenomen middels een laptop.
|
||||
|
||||
Het hoofd van de post stuurt het gemaakte examen door tussenkomst van de Minister van Buitenlandse Zaken (DCZ/CJ) ter beoordeling op aan de IB-Groep.
|
||||
Het hoofd van de post stuurt het gemaakte examen door tussenkomst van de Minister van Buitenlandse Zaken (DCM) ter beoordeling op aan de DUO.
|
||||
|
||||
Nadat het hoofd van de post het resultaat heeft ontvangen van de IB-Groep, stuurt hij dit terstond door aan betrokkene en voegt een afschrift van het resultaat in het naturalisatiedossier van betrokkene.
|
||||
Nadat het hoofd van de post het resultaat heeft ontvangen van de DUO, stuurt hij dit terstond door aan betrokkene en voegt een afschrift van het resultaat in het naturalisatiedossier van betrokkene.
|
||||
|
||||
In geval betrokkene niet alle onderdelen (op A2 niveau) heeft behaald wordt betrokkene ontraden een verzoek tot naturalisatie in te dienen. Het hoofd van de diplomatieke of consulaire post stelt verzoeker in kennis van die onderdelen die niet zijn behaald en wijst hem op de mogelijkheid om het examen of onderdelen daarvan opnieuw af te leggen. Staat betrokkene er in dit stadium toch op een verzoek in te dienen, dan wordt zijn verzoek in ontvangst genomen. In dit geval wordt verzoeker door het hoofd van de post erop gewezen dat zijn verzoek om naturalisatie door de IND zal worden afgewezen, en dat hij de voor naturalisatie te betalen leges niet terug zal ontvangen. Het hoofd van de post kan verlangen dat verzoeker een verklaring ondertekent als opgenomen in model 2.21a. Het hoofd van de post neemt in zijn advies op dat hij in geval van betrokkene bezwaar maakt tegen de verlening van het Nederlanderschap. (zie verder paragraaf 2.1.2 onder artikel 8, eerste lid , aanhef en onder d, RWN).
|
||||
|
||||
In geval van een positief resultaat reikt het hoofd van de post het inburgeringsdiploma uit. Een gewaarmerkt afschrift voegt hij in het dossier van betrokkene. Betrokkene wordt daarbij in de gelegenheid gesteld een verzoek in te dienen. Het verzoek dient – in beginsel – te worden ingediend op de post waar verzoeker het inburgeringsexamen met goed gevolg heeft afgelegd.
|
||||
In geval van een positief resultaat reikt het hoofd van de post het inburgeringsdiploma uit. Een gewaarmerkt afschrift voegt hij in het dossier van betrokkene. Betrokkene wordt daarbij in de gelegenheid gesteld een verzoek in te dienen. Het verzoek dient -in beginsel- te worden ingediend op de post waar verzoeker het inburgeringsexamen met goed gevolg heeft afgelegd.
|
||||
|
||||
###### 2.2. Vrijstelling van het examen (
|
||||
|
||||
Om voor vrijstelling in aanmerking te kunnen komen, dient betrokkene het document over te leggen op grond waarvan hij stelt te zijn vrijgesteld (zie paragraaf 2.2 van de toelichting op artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, RWN). Het hoofd van de post onderzoekt of het document recht op vrijstelling geeft. Is dit niet het geval, dan licht hij betrokkene hierover in.
|
||||
|
||||
Bij twijfel aan de echtheid van het document of de juistheid van de gegevens kan het hoofd van de post – door tussenkomst van DCZ/CJ – contact opnemen met de instantie waar het document is afgegeven of met de IB-Groep. Het is in eerste instantie aan betrokkene zelf om te onderzoeken of het document recht op vrijstelling geeft.
|
||||
Bij twijfel aan de echtheid van het document of de juistheid van de gegevens kan het hoofd van de post -door tussenkomst van DCM- contact opnemen met de instantie waar het document is afgegeven of met de DUO. Het is in eerste instantie aan betrokkene zelf om te onderzoeken of het document recht op vrijstelling geeft.
|
||||
|
||||
In geval betrokkene slechts een kopie van een getuigschrift of diploma overlegt, dient hij tevens een recente verklaring van de leiding van het betrokken onderwijsinstituut over te leggen waaruit blijkt dat de kopie overeenstemt met het door dat instituut afgegeven originele getuigschrift of diploma. Ter verificatie neemt het hoofd van de post – door tussenkomst van DCZ/CJ – contact op met het instituut waar het getuigschrift of diploma is uitgereikt en dat de verklaring heeft afgelegd. Indien een recente verklaring van de leiding van het betrokkene onderwijsinstituut niet overgelegd kan worden, dient betrokkene het inburgeringsexamen af te leggen.
|
||||
In geval betrokkene slechts een kopie van een getuigschrift of diploma overlegt, dient hij tevens een recente verklaring van de leiding van het betrokken onderwijsinstituut over te leggen waaruit blijkt dat de kopie overeenstemt met het door dat instituut afgegeven originele getuigschrift of diploma. Ter verificatie neemt het hoofd van de post – door tussenkomst van DCM – contact op met het instituut waar het getuigschrift of diploma is uitgereikt en dat de verklaring heeft afgelegd. Indien een recente verklaring van de leiding van het betrokkene onderwijsinstituut niet overgelegd kan worden, dient betrokkene het inburgeringsexamen af te leggen.
|
||||
|
||||
###### 2.3. Belemmering
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue