2005-09-01 | BWBR0004541 | Kadasterwet

This commit is contained in:
Coornhert 2005-09-01 12:00:00 +00:00
parent d5d7447a71
commit 51efb8966a

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Kadasterwet
bwb_id: BWBR0004541
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2003-10-09'
datum_inwerkingtreding: '2005-09-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0004541
citeertitel: Kadasterwet
---
@ -72,7 +72,7 @@ k. het in opdracht van een of meer van Onze ministers verrichten van werkzaamhed
### Artikel 3b
Ten aanzien van verwerkingen als bedoeld in artikel 3a is het bestuur van de Dienst verantwoordelijke in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Ten aanzien van verwerkingen als bedoeld in artikel 3a is het bestuur van de Dienst verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
### Artikel 3c
@ -91,21 +91,56 @@ b. de soorten van gegevens die worden weergegeven op de kadastrale kaarten.
### Artikel 3d
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Ter waarborging van de kwaliteit van de verwerking van gegevens die de Dienst heeft verkregen in het kader van de vervulling van de hem opgedragen taken, legt het bestuur van de Dienst passende technische en organisatorische maatregelen ten uitvoer om die gegevens te beveiligen tegen verlies, aantasting en onbevoegde wijziging, kennisneming of verstrekking, onverminderd het bepaalde daaromtrent bij of krachtens deze wet en de Wet bescherming persoonsgegevens. Bij het nemen van de maatregelen, bedoeld in de eerste zin, houdt het bestuur van de Dienst rekening met de stand van de techniek, de kosten van tenuitvoerlegging en de desbetreffende risicos.
**2.**
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten ten minste:
a. maatregelen met betrekking tot personen die in dienst zijn van of werkzaam zijn voor de Dienst, voorzover betrokken bij de verwerking van de te beveiligen gegevens;
b. maatregelen met betrekking tot de toegang tot gebouwen en ruimten waarin de te beveiligen gegevens zijn opgeslagen door de Dienst;
c. maatregelen met betrekking tot een deugdelijke werking en beveiliging van de apparatuur en programmatuur die bij het verwerken van de te beveiligen gegevens worden ingezet;
d. maatregelen met betrekking tot het beheer van de te beveiligen gegevens, waaronder mede verstaan die welke strekken tot het waarborgen dat de te beveiligen gegevens zijn opgeslagen op gegevensdragers met een voldoende kwaliteit en levensduur;
e. maatregelen met betrekking tot de gevallen waarin onbevoegd is kennisgenomen van de te beveiligen gegevens of die onbevoegd zijn gewijzigd of verstrekt, en
f. maatregelen met betrekking tot calamiteiten.
**3.** Indien de Dienst gegevens te zijnen behoeve laat verwerken door een persoon die niet rechtstreeks aan zijn gezag is onderworpen, draagt het bestuur van de Dienst er zorg voor dat, onverminderd het bepaalde daaromtrent bij of krachtens de Wet bescherming persoonsgegevens, die bewerker voldoende waarborgen biedt ten aanzien van de technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen met betrekking tot de te verrichten verwerkingen. Het bestuur van de Dienst ziet toe op en draagt zorg voor de naleving van die maatregelen door die bewerker.
**4.** Het bestuur van de Dienst draagt er zorg voor dat eenmaal per jaar door een of meer deskundigen de toereikendheid van de genomen en ten uitvoer gelegde beveiligingsmaatregelen, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt gecontroleerd, daaronder mede verstaan de toereikendheid van het toezicht op de naleving en effectuering van die maatregelen. Een deskundige als bedoeld in de eerste zin is niet betrokken of betrokken geweest bij de voorbereiding, vaststelling en uitvoering van de beveiligingsmaatregelen.
### Artikel 4
**1.** De in artikel 3, eerste lid, bedoelde registers, registraties, kaarten en bescheiden worden gehouden, voor zover onroerende zaken en de rechten waaraan deze zijn onderworpen betreffend, aan elk der kantoren van de Dienst voor zover hun kring betreffend, en, voor zover schepen onderscheidenlijk luchtvaartuigen en de rechten waaraan deze zijn onderworpen betreffend, aan één of meer door het bestuur van de Dienst te bepalen kantoren van de Dienst. Indien het bestuur van de Dienst bepaalt dat de in artikel 3, eerste lid, bedoelde registers en registraties, voor zover schepen onderscheidenlijk luchtvaartuigen betreffend, worden gehouden aan meer dan één kantoor van de Dienst, dan worden zij aan elk der desbetreffende kantoren gehouden voor zover hun kring betreffend, en bepaalt het bestuur van de Dienst tevens welk van de desbetreffende kantoren hoofdkantoor van de openbare registers en registratie voor schepen, onderscheidenlijk voor luchtvaartuigen is. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden alsdan regelen gesteld omtrent dat hoofdkantoor.
**1.** Het bestuur van de Dienst bepaalt in welke gemeenten de kantoren van de Dienst zijn gevestigd. Het bestuur van de Dienst kan daarbij bepalen welke burgerlijke gemeenten behoren tot de kring van een kantoor van de Dienst. Bij de beslissing, bedoeld in de tweede zin, kan het bestuur van de Dienst vaststellen een overzicht, in alfabetische volgorde, van de namen van de kadastrale gemeenten per kantoor van de Dienst.
**2.** De in artikel 3, eerste lid, bedoelde geografische gegevens worden gehouden aan een door het bestuur van de Dienst te bepalen kantoor.
**2.**
**3.** Het bestuur van de Dienst bepaalt in welke gemeenten de kantoren van de Dienst zijn gevestigd en welke gemeenten behoren tot de kring van een kantoor van de Dienst. Het bestuur van de Dienst bepaalt voorts de tijden gedurende welke deze kantoren voor het publiek zijn opengesteld.
Het bestuur van de Dienst bepaalt:
**4.** Het bestuur van de Dienst bepaalt op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan een wijziging van de grens tussen twee kringen als bedoeld in de eerste zin van het tweede lid, en aan verplichtingen van bewaarders tot het verrichten van ambtshalve inschrijvingen en andere ambtshalve handelingen die meer kringen betreffen.
a. welke kantoren van de Dienst voor het publiek zijn opengesteld;
b. de tijden gedurende welke die kantoren voor het publiek zijn opengesteld, waarbij dat bestuur een onderscheid kan maken met betrekking tot in elk geval het aanbieden van stukken ter inschrijving in de openbare registers voor registergoederen, en overige werkzaamheden die op verzoek door de Dienst worden verricht, en
c. de tijden gedurende welke stukken ter inschrijving in de openbare registers, bedoeld in onderdeel b, kunnen worden aangeboden, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen in papieren en in elektronische vorm aangeboden stukken.
### Artikel 4a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
De registers, registraties, kaarten, bescheiden en geografische gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en daarvan vervaardigde duplicaten worden gehouden aan een of meer door het bestuur van de Dienst te bepalen kantoren van de Dienst. Het bestuur van de Dienst kan daarbij een onderscheid maken met betrekking tot:
a. onroerende zaken en de rechten waaraan die zijn onderworpen, onderscheidenlijk schepen en de rechten waaraan die zijn onderworpen, onderscheidenlijk luchtvaartuigen en de rechten waaraan die zijn onderworpen, en
b. in elektronische vorm gehouden gedeelten van die registers, registraties, kaarten, bescheiden en geografische gegevens.
In afwijking van de eerste zin kan het bestuur van de Dienst ten aanzien van de duplicaten, bedoeld in de eerste zin, en ten aanzien van elk van de elektronische bestanden, bedoeld in de tweede zin, onderdeel b, bepalen dat zij geheel of gedeeltelijk aan een ander kantoor dan een kantoor van de Dienst worden gehouden.
**2.** Indien het bestuur van de Dienst bepaalt dat de registers en registraties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, voorzover schepen onderscheidenlijk luchtvaartuigen betreffend, worden gehouden aan meer dan een kantoor van de Dienst, bepaalt het bestuur van de Dienst welk van de betrokken kantoren hoofdkantoor van de openbare registers en registratie voor schepen onderscheidenlijk voor luchtvaartuigen is. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent dat hoofdkantoor. Het bestuur van de Dienst wijst een of meer van de kantoren, bedoeld in de eerste zin, aan waar de teboekstelling van schepen onderscheidenlijk luchtvaartuigen kan plaatsvinden.
**3.**
Het bestuur van de Dienst bepaalt op welke wijze:
a. indien artikel 4, eerste lid, tweede zin, toepassing heeft gevonden en door hem tot een wijziging van de grens tussen twee kringen wordt beslist, en
b. ingeval van opheffing van een kantoor waaraan de registers en registraties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, voorzover schepen onderscheidenlijk luchtvaartuigen betreffend, worden gehouden,
uitvoering wordt gegeven aan een zodanige wijziging onderscheidenlijk opheffing. Het bestuur van de Dienst kan daarbij regels stellen terzake van door de bewaarder en andere ambtenaren van de Dienst te verrichten ambtshalve handelingen.
### Artikel 5
@ -113,38 +148,43 @@ Vervallen
### Artikel 6
**1.** Onder de benaming van bewaarder van het kadaster en de openbare registers is aan elk kantoor van de Dienst een bewaarder die door het bestuur van de Dienst wordt benoemd.
**1.** Onder de benaming van bewaarder van het kadaster en de openbare registers worden door het bestuur van de Dienst ten minste twee bewaarders benoemd.
**2.**
Tot bewaarder kunnen uitsluitend worden benoemd zij:
Tot bewaarder kunnen uitsluitend worden benoemd zij die:
a. aan wie op grond van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs door een universiteit of de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad Master op het gebied van het recht is verleend;
b. die op grond van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit of wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht om de titel meester te voeren, hebben verkregen;
c. die een door het bestuur van de Dienst voldoende verklaarde opleiding van gelijkwaardige aard hebben, of
d. die in het bezit zijn van een ten aanzien van het beroep van bewaarder afgegeven EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's of in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen.
a. op grond van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit of de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht om de titel meester te voeren, hebben verkregen;
b. een door het bestuur van de Dienst voldoende verklaarde opleiding van gelijkwaardige aard hebben, of
c. in het bezit zijn van een ten aanzien van het beroep van bewaarder afgegeven EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiplomas of in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsvereisten, bedoeld in de onderdelen a en b.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsvereisten, bedoeld in onderdeel a.
**2a.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden, verleend door een universiteit, de Open Universiteit of een hogeschool als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het tweede lid, onderdeel a, gelijk worden gesteld aan de in dat onderdeel bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht.
**3.** Bij afwezigheid, belet, ontstentenis of schorsing van een bewaarder wordt hij vervangen door een of meer van de andere bewaarders door het bestuur van de Dienst aan te wijzen op een daarbij door dat bestuur te bepalen wijze.
**3.** Bij afwezigheid, belet, ontstentenis of schorsing van een bewaarder wordt deze waargenomen door een der andere bewaarders op een door het bestuur van de Dienst te bepalen wijze.
**4.** Het bestuur van de Dienst kan een of meer personen behorend tot het personeel van de Dienst belasten met de waarneming van het ambt van bewaarder.
### Artikel 7
**1.**
De bewaarder is, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze of een andere wet, belast met
De bewaarder is, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze of een andere wet, belast met:
a. het bewaren van de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, het verrichten van inschrijvingen in die registers, alsmede het stellen in die registers van aantekeningen, daaronder begrepen doorhalingen van inschrijvingen;
b. het bewaren en bijwerken van de kadastrale registratie, bedoeld in artikel 48;
c. het bewaren van door het bestuur van de Dienst aan te wijzen kaarten;
d. het bewaren en bijwerken van de registratie voor schepen, bedoeld in artikel 85, en
e. het bewaren en bijwerken van de registratie voor luchtvaartuigen, bedoeld in artikel 92,
a. het verrichten van inschrijvingen in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en het stellen van aantekeningen in die registers;
b. het bijwerken van de kadastrale registratie, bedoeld in artikel 48;
c. het bijwerken van de registratie voor schepen, bedoeld in artikel 85, en
d. het bijwerken van de registratie voor luchtvaartuigen, bedoeld in artikel 92.
voor zover deze betrekking hebben op de kring van zijn kantoor.
**2.** De bewaarder kan met betrekking tot een of meer van zijn bevoegdheden die hem zijn toegekend bij of krachtens deze of een andere wet, mandaat of machtiging verlenen aan een of meer personen behorend tot het personeel van de Dienst. Verlening van mandaat of machtiging behoeft de instemming van het bestuur van de Dienst, voorzover het mandaat of de machtiging wordt verleend aan personeel van de Dienst dat niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de bewaarder.
**2.** Het bestuur van de Dienst kan de bewaarder ter zake van de werkzaamheden en bevoegdheden die hem zijn opgedragen onderscheidenlijk toegekend bij of krachtens deze of een andere wet, richtlijnen en aanwijzingen geven.
**3.** Het bestuur van de Dienst wijst een bewaarder aan als hoofdbewaarder belast met de verdeling van de werkzaamheden tussen hem en de andere bewaarder of bewaarders, indien er meer dan twee bewaarders zijn benoemd. Het bestuur van de Dienst kan richtlijnen en aanwijzingen geven aan de hoofdbewaarder met betrekking tot de verdeling, bedoeld in de eerste zin.
**4.**
Het bestuur van de Dienst kan richtlijnen en aanwijzingen geven aan de bewaarder met betrekking tot:
a. het verrichten van werkzaamheden en het uitoefenen van bevoegdheden die hem zijn opgedragen onderscheidenlijk toegekend bij of krachtens deze of een andere wet, en
b. de toepassing van het tweede lid, eerste zin.
### Artikel 7a
@ -168,21 +208,27 @@ voor zover deze betrekking hebben op de kring van zijn kantoor.
### Artikel 7c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
De artikelen 2:13 tot en met 2:17 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op het elektronische berichtenverkeer verbonden aan het houden van de in artikel 8, eerste lid, bedoelde openbare registers en het verstrekken van inlichtingen daaruit, tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald.
### Artikel 7d
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** De bevoegdheden die op grond van artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan een bestuursorgaan zijn toegekend, komen uitsluitend toe aan het bestuur van de Dienst.
**2.** Het bestuur van de Dienst kan de ingevolge het eerste lid aan hem toekomende bevoegdheden uitsluitend uitoefenen door het vaststellen van regelingen.
### Artikel 7e
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Indien in deze wet wordt voorgeschreven dat een document van een elektronische handtekening wordt voorzien, wordt een elektronische handtekening gebruikt die voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 15a, tweede lid, onderdelen a tot en met f, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
**2.** Een certificaat waarop een in deze wet voorgeschreven elektronische handtekening is gebaseerd, bevat geen pseudoniem.
**3.** De in artikel 2:16, derde zin, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde aanvullende eisen met betrekking tot het gebruik van een elektronische handtekening worden gesteld bij of krachtens regeling van Onze Minister.
## Hoofdstuk 2. Openbare registers voor registergoederen
### Titel 1. Algemene bepalingen
#### Afdeling 1. Omschrijving en vorm van de openbare registers; aantekeningen in de openbare registers, daaronder begrepen doorhalingen van inschrijvingen; vervanging van de inhoud van de openbare registers
#### Afdeling 1. Omschrijving en vorm van de openbare registers; aantekeningen in de openbare registers; wijze van bewaren van de openbare registers; vervaardiging en vervanging van duplicaten van de openbare registers en van duplicaten van andere bij de openbare registers te bewaren stukken
### Artikel 8
@ -190,149 +236,275 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
De openbare registers waarin feiten die voor de rechtstoestand van registergoederen van belang zijn, worden ingeschreven, zijn:
a. de registers van inschrijving van feiten die betrekking hebben op onroerende zaken en de rechten waaraan deze onderworpen zijn;
b. de registers van inschrijving van feiten die betrekking hebben op schepen en de rechten waaraan deze onderworpen zijn;
c. de registers van inschrijving van feiten die betrekking hebben op luchtvaartuigen en de rechten waaraan deze onderworpen zijn;
d. het register van voorlopige aantekeningen onderscheidenlijk voor onroerende zaken, schepen en luchtvaartuigen en de rechten waaraan deze onderworpen zijn, waarin de aanbieding van stukken waarvan de inschrijving door de bewaarder ingevolge artikel 20 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is geweigerd wordt aangetekend onder vermelding van de gerezen bedenkingen.
a. de registers van inschrijving van feiten die betrekking hebben op onroerende zaken, schepen en luchtvaartuigen en op de rechten waaraan die onderworpen zijn;
b. het register van voorlopige aantekeningen waarin de aanbieding van stukken waarvan de inschrijving door de bewaarder ingevolge artikel 20 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is geweigerd, wordt aangetekend onder vermelding van de gerezen bedenkingen, en waarin de aanbieding van notariële verklaringen wordt geboekt in de gevallen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c.
**2.** Onze Minister regelt nader uit welke registers de registers, bedoeld in het eerste lid, onder *a*, *b*, onderscheidenlijk *c*, bestaan. Het bestuur van de Dienst stelt nadere regelen vast ter zake van de vorm van de in het eerste lid bedoelde registers.
**2.**
**3.**
Het bestuur van de Dienst stelt nadere regels met betrekking tot de vorm van de registers, bedoeld in het eerste lid. Het bestuur van de Dienst kan daarbij een onderscheid maken met betrekking tot:
Bij regeling van het bestuur van de Dienst wordt voorts vastgesteld, onverminderd het bepaalde dienaangaande bij of krachtens andere wet, de gevallen waarin in de in het eerste lid bedoelde registers door de bewaarder aantekeningen, daaronder begrepen doorhalingen van inschrijvingen in die registers, worden gesteld, de aard van die aantekeningen en de wijze waarop deze worden gesteld, in dier voege:
a. onroerende zaken en de rechten waaraan die zijn onderworpen, onderscheidenlijk schepen en de rechten waaraan die zijn onderworpen, onderscheidenlijk luchtvaartuigen en de rechten waaraan die zijn onderworpen, en
b. in elektronische vorm en in andere vorm gehouden gedeelten van die registers.
a. dat de doorhaling, behoudens in het onder *d* voorziene geval, slechts geschiedt op grond van in de desbetreffende registers ingeschreven stukken die de bewaarder tot doorhaling machtigen;
b. dat na een inschrijving van een stuk dat tot doorhaling machtigt, deze terstond geschiedt;
c. dat, tenzij ingevolge artikel 9, eerste lid, of artikel 11, zevende lid, van dat stuk een afschrift in de vorm van een mechanische reproduktie is vervaardigd, op het stuk door middel waarvan het door te halen feit is ingeschreven, wordt vermeld op grond van welk stuk de doorhaling is geschied, en
d. dat, zo ingevolge een wetsbepaling door een beschikking of door de inschrijving van enig stuk met betrekking tot een zaak bestaande lasten en rechten vervallen of tenietgaan, na de inschrijving van die beschikking of van dat stuk de inschrijvingen betreffende hypotheken en beslagen die door die beschikking, onderscheidenlijk de inschrijving van dat stuk waardeloos zijn geworden, met bekwame spoed worden doorgehaald.
Voorzover bij de vaststelling van de regels, bedoeld in de eerste zin, de tweede zin, aanhef, in verbinding met onderdeel a toepassing heeft gevonden, zijn de bij of krachtens deze wet gestelde regels omtrent verrichtingen ten aanzien van die registers van toepassing op de registers voor de desbetreffende goederen. Het bestuur van de Dienst kan nadere regels stellen omtrent de wijze van toepassing van de regels, bedoeld in de derde zin.
**3.** Bij regeling van het bestuur van de Dienst worden vastgesteld, onverminderd het bepaalde dienaangaande bij of krachtens deze of een andere wet, de gevallen waarin in de registers, bedoeld in het eerste lid, door de bewaarder aantekeningen worden gesteld, de aard van die aantekeningen en de wijze waarop die worden gesteld. Het bestuur van de Dienst kan daarbij bepalen dat in door hem nader te bepalen gevallen de aantekening wordt geplaatst in een door de bewaarder op te maken, te dagtekenen en te ondertekenen stuk dat hij onverwijld ambtshalve inschrijft in de openbare registers. Het bestuur van de Dienst stelt indien de tweede zin toepassing vindt, tevens de vorm van dat stuk vast.
### Artikel 9
**1.** Het bestuur van de Dienst kan ten aanzien van door hem aan te wijzen kantoren van de Dienst bepalen, dat de inhoud van de in artikel 8, eerste lid, bedoelde registers wordt vervangen door afschriften daarvan in dubbel in de vorm van door de Dienst vervaardigde mechanische reprodukties. Het bestuur van de Dienst bepaalt tevens de wijze waarop deze vervanging zal geschieden.
**1.** Het bestuur van de Dienst draagt zorg dat de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, zodanig duurzaam worden bewaard dat de inhoud ervan naar de eisen van openbaarheid binnen redelijke termijn voor raadpleging beschikbaar is.
**2.** Deze reprodukties hebben dezelfde bewijskracht als de oorspronkelijke inhoud van de registers.
**2.** De inhoud van de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, kan worden gehouden op papieren, elektronische of andere gegevensdragers.
**3.** Het bestuur van de Dienst kan ten aanzien van door hem aan te wijzen openbare registers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of gedeelten ervan, de inhoud overbrengen op andere gegevensdragers van dezelfde of een andere soort, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van alle desbetreffende gegevens, ter waarborging waarvan het bestuur van de Dienst passende maatregelen ten uitvoer legt. Het bestuur van de Dienst kan bepalen dat meer dan een duplicaat van dezelfde of een andere soort als bedoeld in de eerste zin wordt vervaardigd. Het bestuur van de Dienst draagt in elk geval zorg dat van de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, zo spoedig mogelijk ten minste een duplicaat in dubbel aanwezig is, waarbij artikel 3d, eerste lid, tweede zin, van overeenkomstige toepassing is.
**4.** Het bestuur van de Dienst kan bepalen dat een ingevolge het derde lid vervaardigd duplicaat de inhoud vervangt van de openbare registers of gedeelten ervan waarvan dat duplicaat een afschrift is.
**5.** De duplicaten, bedoeld in het derde en vierde lid, hebben dezelfde bewijskracht als de inhoud van de registers die is geplaatst op de oorspronkelijke gegevensdragers onderscheidenlijk als de oorspronkelijke inhoud van de registers.
**6.** Van elke vervaardiging van een duplicaat en vervanging als bedoeld in het derde onderscheidenlijk vierde lid wordt een verklaring opgemaakt, die ten minste een specificatie bevat van de desbetreffende vervaardiging onderscheidenlijk vervanging, en aangeeft op grond waarvan zij is geschied. Het bestuur van de Dienst stelt de vorm van de verklaring vast, en wanneer en door wie zij wordt opgemaakt en ondertekend.
**7.** Het bestuur van de Dienst stelt met inachtneming van het eerste tot en met zesde lid nadere regels omtrent de wijze waarop de openbare registers worden gehouden. Daarbij wordt in elk geval geregeld de wijze waarop voor gebruik niet langer geschikte of beschikbare duplicaten als bedoeld in het derde lid worden vervangen door nieuwe duplicaten.
### Artikel 9a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op in vreemde of Friese taal gestelde stukken als bedoeld in artikel 41, derde lid.
#### Afdeling 2. Plaats van inschrijving
### Artikel 10
**1.** Stukken ter verkrijging van inschrijving van feiten die betrekking hebben op onroerende zaken of de rechten waaraan deze onderworpen zijn, worden aangeboden aan de bewaarder van het kantoor van de Dienst, binnen welks kring de onroerende zaken waarop de in te schrijven feiten betrekking hebben, blijkens hun kadastrale aanduiding zijn gelegen.
**2.** Ingeval een onroerende zaak is gelegen binnen de kring van meer dan één kantoor van de Dienst, worden deze stukken aangeboden aan elk der kantoren binnen welks kring zij is gelegen.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden, onverminderd het bepaalde in artikel 4, eerste lid, regelen gesteld omtrent het kantoor van de Dienst, waaraan stukken ter verkrijging van inschrijving van feiten die betrekking hebben op schepen of op de rechten waaraan deze onderworpen zijn, moeten worden aangeboden.
**4.** Het bepaalde in het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op de aanbieding van stukken ter verkrijging van inschrijving van feiten die betrekking hebben op luchtvaartuigen of op de rechten waaraan deze onderworpen zijn.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar stukken ter verkrijging van inschrijving van feiten die betrekking hebben op onroerende zaken, schepen, luchtvaartuigen, en rechten waaraan die zaken zijn onderworpen, kunnen worden aangeboden, met dien verstande dat bij regeling van het bestuur van de Dienst een of meer elektronische postadressen van de Dienst worden vastgesteld.
#### Afdeling 3. Vereisten voor inschrijving en de wijze waarop deze geschiedt
### Artikel 10a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Voor inschrijving van een feit in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, is vereist een stuk dat voldoet aan de vereisten, bedoeld in hoofdstuk 2, titel 2, onverminderd hetgeen wordt bepaald bij verdrag en bij of krachtens deze of een andere wet.
### Artikel 10b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Stukken als bedoeld in artikel 10a worden in papieren of elektronische vorm ter inschrijving in de openbare registers aangeboden, onverminderd de artikelen 11a, eerste tot en met vierde lid, en 11b, vijfde en zesde lid.
**2.** Bij regeling van Onze Minister worden met betrekking tot in te schrijven stukken met een papieren vorm, regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop daarin voorkomende doorhalingen van de oorspronkelijke tekst, aangebrachte gewijzigde tekst en daarop geplaatste ondertekeningen worden weergegeven in het afschrift en uittreksel, bedoeld in artikel 11b, eerste lid, tenzij de aard van het desbetreffende stuk meebrengt dat die regels worden gesteld bij of krachtens een andere dan deze wet.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop een elektronisch afschrift en een elektronisch uittreksel van een tot het register van de gerechtsdeurwaarder behorend stuk wordt vervaardigd ten behoeve van het in elektronische vorm aanbieden van dit stuk ter inschrijving in de in artikel 8, eerste lid, onder a, bedoelde openbare registers.
### Artikel 11
**1.** Voor inschrijving van een feit in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*-*c*, is vereist een stuk dat voldoet aan de eisen gesteld in titel 2 van dit hoofdstuk, alsmede een afschrift van dat stuk, gesteld op een door de Dienst verstrekt formulier en voorzien van een verklaring van eensluidendheid.
**1.** Indien een stuk als bedoeld in artikel 10a in papieren vorm wordt aangeboden, wordt tevens een afschrift van dat stuk aangeboden, voorzien van een verklaring van eensluidendheid.
**2.** De bewaarder is niet gehouden de juistheid van de in het eerste lid bedoelde verklaring te onderzoeken. De Dienst is niet aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit onjuistheden en onvolledigheden in het afschrift.
**2.** De bewaarder is niet gehouden de juistheid van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, te onderzoeken. De Dienst is niet aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit een onjuistheid en onvolledigheid in het afschrift.
**3.** Bij regeling van Onze Minister wordt de vorm vastgesteld van de in het eerste lid bedoelde verklaring en wordt bepaald, onverminderd het bepaalde bij of krachtens een andere wet, door wie deze verklaring moet worden ondertekend.
**3.** Bij regeling van Onze Minister wordt de vorm vastgesteld van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, en wordt bepaald, onverminderd het bepaalde bij of krachtens een andere wet, door wie die verklaring wordt ondertekend.
**4.** Bij regeling van Onze Minister kan voor bijzondere gevallen worden bepaald dat geen afschrift, als bedoeld in het eerste lid, behoeft te worden aangeboden. In die gevallen vervaardigt de Dienst het afschrift van het ter inschrijving aangeboden stuk. Het bepaalde in het zevende lid, derde zin, is alsdan van overeenkomstige toepassing.
**4.** Bij regeling van Onze Minister kan voor bijzondere gevallen worden bepaald dat geen afschrift als bedoeld in het eerste lid behoeft te worden aangeboden. In die gevallen vervaardigt de Dienst het afschrift van het ter inschrijving aangeboden stuk. De Dienst is aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit een onjuistheid en onvolledigheid in het afschrift, ontstaan ten gevolge van de vervaardiging ervan.
**5.** Bij regeling van Onze Minister worden de vereisten vastgesteld, waaraan tekeningen die deel uitmaken van ter inschrijving aangeboden stukken, moeten voldoen. Daarbij kan worden afgeweken van het bepaalde in het eerste-vierde lid.
**5.**
**6.** Bij regeling van het bestuur van de Dienst wordt de vorm vastgesteld van het in het eerste lid bedoelde formulier, alsmede de vereisten met inachtneming waarvan dit formulier dient te worden ingevuld en aangeboden.
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot:
**7.** Bij regeling van Onze Minister kan in afwijking van het eerste lid worden bepaald, dat in plaats van het in dat lid bedoelde voor inschrijving vereiste afschrift de Dienst een afschrift van het ter inschrijving aangeboden stuk in dubbel vervaardigt in de vorm van een mechanische reproduktie. In dat geval dient het ter inschrijving aan te bieden stuk te zijn gesteld op een door de Dienst verstrekt formulier of te voldoen aan andere bij regeling van Onze Minister te stellen eisen. De Dienst is alsdan aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit onjuistheden en onvolledigheden in het afschrift, ontstaan ten gevolge van de vervaardiging van de mechanische reproduktie. Het vijfde en het zesde lid zijn, indien het bepaalde in de eerste zin toepassing vindt, van overeenkomstige toepassing.
a. de eisen waaraan tekeningen die deel uitmaken van in papieren vorm ter inschrijving aangeboden stukken, voldoen, en
b. indien het zevende lid, eerste zin, toepassing heeft gevonden, de gevallen waarin van een tekening een niet op een formulier als bedoeld in het zevende lid gesteld afschrift wordt aangeboden, in welke gevallen dat afschrift wordt voorzien van een verklaring van eensluidendheid waarop het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing zijn.
**6.** Bij regeling van het bestuur van de Dienst worden regels gesteld met inachtneming waarvan het in het eerste lid bedoelde afschrift wordt vervaardigd en aangeboden.
**7.** Bij regeling van het bestuur van de Dienst kan worden bepaald dat het in het eerste lid bedoelde afschrift van het stuk wordt gesteld op een door de Dienst verstrekt formulier. Bij toepassing van de eerste zin worden bij die regeling tevens de vorm vastgesteld van dat formulier en regels gesteld met inachtneming waarvan dat formulier wordt ingevuld en aangeboden.
### Artikel 11a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
Een stuk als bedoeld in artikel 10a kan slechts in elektronische vorm ter inschrijving worden aangeboden, indien het tezamen met het verzoek tot inschrijving, bedoeld in artikel 11b, tweede lid, wordt verzonden door middel van een bericht en de aanbieder ervan voldoet aan de door het bestuur van de Dienst bij regeling te stellen regels met betrekking tot:
a. het formaat van de in elektronische vorm aan de bewaarder toe te zenden bestanden waaruit een zodanig bericht bestaat;
b. de indeling van die bestanden;
c. het uitwisselingsprotocol voor de berichten, bedoeld in de aanhef;
d. de waarborging en controleerbaarheid van de integriteit van die berichten;
e. de waarborging van de continuïteit en de beveiliging van het in elektronische vorm verzenden van die berichten;
f. de wijze waarop elektronische bestanden waaruit dat bericht bestaat, ter inschrijving kunnen worden aangeboden, en
g. de wijze waarop degene die voornemens is stukken in elektronische vorm ter inschrijving aan te bieden, dat voornemen uiterlijk mededeelt aan de bewaarder voordat hij voor de eerste keer daartoe overgaat, de daarbij te verstrekken gegevens en de wijze en het tijdstip van mededeling van wijzigingen in die gegevens.
Bij de regeling, bedoeld in de eerste zin, worden vastgesteld de voorwaarden waaronder een persoon als bedoeld in onderdeel g, de bewaarder kan verzoeken om voor hem een afwijkend uitwisselingsprotocol vast te stellen, alsmede de wijze waarop een zodanig verzoek kan worden gedaan.
**2.** De bewaarder aanvaardt een aan hem elektronisch toegezonden bericht als bedoeld in het eerste lid niet, indien de aanbieder niet heeft voldaan aan het bepaalde bij of krachtens het eerste lid. Het bestuur van de Dienst bepaalt de wijze waarop en de termijn waarbinnen de bewaarder aan de aanbieder mededeling doet van die niet-aanvaarding en de wijze van bewaren van berichten als bedoeld in de eerste zin. Artikel 20 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op niet aanvaarde berichten.
**3.** Indien op grond van het niet voldaan hebben aan het bepaalde bij of krachtens het eerste lid, met uitzondering van onderdeel g, meer dan een bericht van een aanbieder niet is aanvaard, kan de bewaarder beslissen dat hij andere berichten door die aanbieder aan hem verzonden na een in die beslissing te noemen tijdstip, niet aanvaardt. Het bestuur van de Dienst bepaalt de wijze waarop en de termijn waarbinnen de bewaarder aan de aanbieder mededeling doet van zijn beslissing en de inhoud van die mededeling. Op een niet aanvaard bericht als bedoeld in de eerste zin is artikel 20 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing.
**4.** Bij regeling van het bestuur van de Dienst worden vastgesteld de procedure met inachtneming waarvan en de voorwaarden waaronder een aanbieder als bedoeld in het derde lid op zijn verzoek in papieren vorm in de gelegenheid wordt gesteld om de bewaarder aan te tonen dat hij in staat is bij het in elektronische vorm toezenden van stukken ter inschrijving, te voldoen aan de regels, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, alsmede de wijze waarop een zodanig verzoek kan worden gedaan. Van de uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in de eerste zin, geeft de bewaarder aan de verzoeker met bekwame spoed een verklaring af, waarvan de inhoud en de wijze van verzenden door het bestuur van de Dienst worden vastgesteld. Een verklaring als bedoeld in de tweede zin doet een beslissing als bedoeld in het derde lid vervallen, indien daaruit blijkt dat de verzoeker heeft aangetoond dat hij in staat is bij het in elektronische vorm toezenden van stukken ter inschrijving, te voldoen aan de regels, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f.
**5.** Bij regeling van het bestuur van de Dienst worden regels gesteld omtrent de voorwaarden waaronder en de wijze waarop een netwerkbeheerder ten behoeve van het elektronisch verzenden en ontvangen van berichten in verband met het in elektronische vorm aanbieden van stukken ter inschrijving, een permanente aansluiting kan verkrijgen op het door de Dienst gehouden systeem.
**6.** Bij regeling van het bestuur van de Dienst kan worden bepaald ten aanzien van welke andere dan de gevallen, bedoeld in het tweede lid, een persoon als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, kan verzoeken om, indien een van de door hem bij zijn verzoek aangegeven soorten van die gevallen zich voordoet met betrekking tot door hem verzonden berichten als bedoeld in het eerste lid, het desbetreffende door hem gedaan verzoek tot inschrijving aan te merken als te zijn ingetrokken. Bij regeling van het bestuur van de Dienst worden regels gesteld omtrent de wijze en het tijdstip waarop uiterlijk en aan welke bewaarder het verzoek, bedoeld in de eerste zin, wordt gedaan.
### Artikel 11b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Indien een stuk als bedoeld in artikel 10a in elektronische vorm ter inschrijving wordt aangeboden, is het desbetreffende afschrift of het woordelijk gelijkluidend uittreksel voorzien van een verklaring, inhoudende dat het inhoudelijk een volledige en juiste weergave is van de inhoud van het stuk waarvan het een afschrift is onderscheidenlijk van de desbetreffende gedeelten van het stuk waarvan het een uittreksel is, en van een elektronische handtekening. Artikel 11, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Indien een stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt aangeboden biedt de aanbieder tezamen met dat stuk eveneens in elektronische vorm een verzoek tot inschrijving aan. Een verzoek als bedoeld in de eerste zin mag op meer dan een stuk betrekking hebben. Bij regeling van het bestuur van de Dienst worden de vorm en inhoud van dat verzoek vastgesteld.
**3.**
Bij regeling van Onze Minister wordt vastgesteld:
a. de vorm van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, en
b. van wiens elektronische handtekening stukken als bedoeld in het eerste lid worden voorzien.
**4.** Bij regeling van Onze Minister wordt vastgesteld in welke gevallen en op welke wijze het ambt, de hoedanigheid of functie van de persoon, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt opgenomen in een bericht als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, eerste zin. Indien in de regeling, bedoeld in de eerste zin, wordt bepaald dat dat ambt, die hoedanigheid of functie als specifiek attribuut wordt vermeld in het certificaat waarop de elektronische handtekening is gebaseerd, wordt bij die regeling bepaald de wijze waarop de betrokken certificatiedienstverlener zich vergewist dat de betrokkene ten tijde van de afgifte van het certificaat dat ambt, die hoedanigheid of functie bekleedde of toekwam.
**5.**
Ten aanzien van tekeningen die deel uitmaken van in elektronische vorm ter inschrijving aan te bieden stukken is artikel 11, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing. Bij regeling van Onze Minister kunnen worden vastgesteld de gevallen waarin tekeningen en andere stukken die deel uitmaken van een in elektronische vorm aan te bieden stuk, afzonderlijk in papieren vorm ter inschrijving kunnen worden aangeboden. Ten aanzien van stukken die in elektronische vorm ter inschrijving worden aangeboden kan, voorzover ter verkrijging van inschrijving door de aanbieder stukken voor bewijs worden overgelegd die niet worden ingeschreven, Onze Minister bij regeling:
a. vaststellen de gevallen waarin die overlegging in elektronische vorm kan plaatsvinden, en
b. regels stellen waaraan in elektronische vorm over te leggen stukken voldoen.
**6.**
In de gevallen waarop een regeling als bedoeld in het vijfde lid, tweede zin, van toepassing is, en in de gevallen waarop een regeling als bedoeld in het vijfde lid, derde zin, niet van toepassing is, vindt:
a. de aanbieding van tekeningen en andere stukken als bedoeld in het vijfde lid, tweede zin, die in papieren vorm worden aangeboden, en
b. de overlegging van stukken als bedoeld in het vijfde lid, derde zin, die in papieren vorm worden overgelegd,
plaats binnen de bij regeling van Onze Minister vast te stellen termijn.
**7.**
Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald de wijze waarop de aanbieder een in elektronische vorm ter inschrijving aan te bieden stuk en:
a. elk in papieren vorm aan te bieden stuk dat deel uitmaakt van eerstbedoeld stuk, of
b. elk stuk in papieren vorm dat voor bewijs wordt overgelegd bij de aanbieding van eerstbedoeld stuk maar niet mede wordt ingeschreven,
voorziet van een onderlinge verwijzing door middel van een uniek kenmerk.
Bij de regeling, bedoeld in de eerste zin, wordt vastgesteld waaruit dat kenmerk bestaat en hoe dit desgevraagd aan een aanbieder wordt verstrekt door de bewaarder.
**8.** Het bestuur van de Dienst stelt de termijn vast gedurende welke en de wijze waarop overgelegde stukken als bedoeld in het vijfde lid, derde zin, worden bewaard.
**9.** Artikel 11, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
**10.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden de Dienst van tekeningen en andere stukken die deel uitmaken van een in elektronische vorm ter inschrijving aan te bieden stuk, voorafgaande aan die aanbieding een afschrift in elektronische vorm vervaardigt en onder een uniek kenmerk bewaart met het uitsluitend doel dat daarnaar in dat later aan te bieden stuk kan worden verwezen op een bij die regeling vast te stellen wijze. Een verwijzing als bedoeld in de eerste zin heeft tot gevolg dat het stuk waarnaar in het ter inschrijving aangeboden stuk wordt verwezen, deel uitmaakt van het aan te bieden stuk. Artikel 11, vierde lid, tweede zin, alsmede het zevende lid, tweede zin, en achtste lid van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 11c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Elk stuk dat ter inschrijving wordt aangeboden, wordt door de bewaarder met bekwame spoed voorzien van een aantekening omtrent dag, uur en minuut van aanbieding en een uniek stukidentificatienummer, met dien verstande dat indien een stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt aangeboden die gegevens bij het desbetreffende stuk in het desbetreffende elektronisch gedeelte van de openbare registers worden geplaatst. Het bestuur van de Dienst regelt waaruit dit stukidentificatienummer bestaat en de wijze waarop het wordt gevormd.
**2.** Bij ontvangst van een in elektronische vorm aangeboden stuk wordt in het desbetreffende elektronisch gedeelte van de openbare registers een aantekening geplaatst waaruit blijkt dat het stuk de status «aangeboden» heeft, en worden daarin andere door het bestuur van de Dienst vast te stellen gegevens vermeld die op de aanbieding betrekking hebben.
**3.** Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van de aantekeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid.
### Artikel 12
**1.** De inschrijving geschiedt door het in bewaring nemen van het afschrift van het stuk, bedoeld in artikel 11, eerste lid.
**1.**
**2.** De afschriften van de stukken worden zo veel mogelijk gerangschikt in volgorde waarin zij ter inschrijving zijn aangeboden, met vermelding van het tijdstip waarop deze aanbieding is geschied.
De inschrijving geschiedt:
**3.** Het bestuur van de Dienst stelt nadere regelen vast omtrent de rangschikking en de wijze van opberging van de afschriften.
a. wat betreft stukken die in papieren vorm ter inschrijving zijn aangeboden: door het plaatsen op het afschrift van het stuk, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van een door de bewaarder te ondertekenen aantekening dat het stuk is ingeschreven, en
b. wat betreft stukken die in elektronische vorm ter inschrijving zijn aangeboden: door het plaatsen in het desbetreffende elektronisch gedeelte van de openbare registers bij het stuk van een aantekening waaruit blijkt dat het stuk de status «ingeschreven» heeft, voorzien van de naam van de bewaarder, en in de gevallen, bedoeld in artikel 11b, vijfde lid, tweede zin, door tevens op de stukken die deel uitmaken van het in elektronische vorm aangeboden stuk, een door de bewaarder te ondertekenen aantekening te plaatsen dat het stuk is ingeschreven.
**4.** Indien artikel 11, zevende lid, toepassing heeft gevonden geschiedt de inschrijving in afwijking van het bepaalde in het eerste lid door de vervaardiging van het afschrift in dubbel, bedoeld in artikel 11, zevende lid. Het bepaalde in het tweede en derde lid is alsdan van overeenkomstige toepassing.
Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van de aantekeningen, bedoeld in de eerste zin, onderdelen a en b.
**2.**
Het bestuur van de Dienst stelt regels met betrekking tot:
a. de rangschikking en de wijze van opberging van de afschriften, bedoeld in artikel 11, eerste lid, en
b. de bewaring van de bestanden waaruit een bericht als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, onderdeel a, bestaat, en van bestanden die bij een zodanig bericht zijn gevoegd.
### Artikel 13
Na de inschrijving, bedoeld in artikel 12, eerste lid, worden de ter inschrijving aangeboden stukken aan de aanbieder teruggegeven nadat zij door de bewaarder zijn voorzien van een aantekening, vermeldende het kantoor, dag, uur en minuut van aanbieding, alsmede het deel van het desbetreffende register waarin en het nummer waaronder in dat deel de opberging van het afschrift is geschied, dan wel ingeval artikel 11, zevende lid, toepassing heeft gevonden, de verwijzing naar de plaats waaronder de desbetreffende mechanische reproduktie is opgeborgen.
**1.** Indien stukken in papieren vorm ter inschrijving zijn aangeboden, worden zij na de inschrijving, bedoeld in artikel 12, eerste lid, aan de aanbieder teruggegeven nadat zij zijn voorzien van een door de bewaarder ondertekende verklaring van inschrijving vermeldende ten minste dag, uur en minuut van aanbieding, en het stukidentificatienummer, bedoeld in artikel 11c. Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van de verklaring, bedoeld in de eerste zin, en kan de inhoud ervan nader vaststellen.
**2.** Indien stukken in elektronische vorm ter inschrijving zijn aangeboden, wordt na hun inschrijving aan de aanbieder toegezonden een bewijs van inschrijving houdende mededeling van de verrichte inschrijving en vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in het eerste lid, eerste zin, welk bewijs door de bewaarder wordt ondertekend of, indien het in elektronische vorm wordt opgemaakt en toegezonden, wordt voorzien van een elektronische handtekening van de bewaarder. Het bestuur van de Dienst stelt regels met betrekking tot de vorm, wijze en het tijdstip van verzenden van het bewijs van inschrijving en kan de inhoud ervan nader vaststellen.
**3.** Indien artikel 11b, vijfde lid, tweede zin, toepassing heeft gevonden en indien in het geval, bedoeld in het tweede lid, stukken die deel uitmaken van het in te schrijven stuk in papieren vorm ter inschrijving zijn aangeboden, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op die stukken.
### Artikel 14
**1.** Op de inschrijving van een feit, waarvan de inschrijving alsnog is bevolen overeenkomstig artikel 20, tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek dan wel opnieuw is verzocht, als bedoeld in artikel 20, vierde lid, tweede zin, van Boek 3 van dat wetboek, zijn de artikelen 11-13 van toepassing, voor zover daarvan in dit artikel niet wordt afgeweken.
**2.** Voor een inschrijving, als bedoeld in het eerste lid, wordt vereist het oorspronkelijk aangeboden stuk dat is voorzien van de in artikel 15, tweede lid, bedoelde verklaring.
**3.** De inschrijving geschiedt, tenzij artikel 11, zevende lid, toepassing heeft gevonden, door doorhaling van de voorlopige aantekening en door vermelding daarbij van het deel en nummer, bedoeld in artikel 13.
**4.** Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat de bewaarder op het ingeschreven stuk eveneens van de doorhaling van de voorlopige aantekening melding maakt overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe vast te stellen regelen.
Op de inschrijving van een feit waarvan de inschrijving alsnog is bevolen overeenkomstig artikel 20, tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of opnieuw is verzocht als bedoeld in artikel 20, vierde lid, tweede zin, van Boek 3 van dat wetboek, zijn de artikelen 10a tot en met 13 van toepassing, voorzover daarvan in de artikelen 14a en 14b niet wordt afgeweken.
### Artikel 14a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Voor een inschrijving als bedoeld in artikel 14 wordt vereist, indien het oorspronkelijke stuk in papieren vorm ter inschrijving is aangeboden, het oorspronkelijk aangeboden stuk dat is voorzien van de verklaring, bedoeld in artikel 15a, eerste lid.
**2.** De inschrijving geschiedt door op het afschrift van het stuk, bedoeld in artikel 11, eerste lid, een door de bewaarder te ondertekenen aantekening te plaatsen inhoudende dat het stuk is ingeschreven onder vermelding van het tijdstip van de hernieuwde aanbieding.
**3.** Artikel 13, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 14b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Voor een inschrijving als bedoeld in artikel 14 wordt vereist, indien het oorspronkelijke stuk in elektronische vorm ter inschrijving is aangeboden, een hernieuwd verzoek tot inschrijving dat in elk geval vermeldt het stukidentificatienummer van het oorspronkelijk aangeboden stuk en is voorzien van een elektronische handtekening. Indien artikel 11b, vijfde lid, tweede zin, toepassing heeft gevonden en indien in het geval, bedoeld in de eerste zin, stukken die deel uitmaken van het oorspronkelijk ter inschrijving aangeboden stuk in papieren vorm ter inschrijving zijn aangeboden, wordt tevens vereist de hernieuwde aanbieding van diezelfde stukken voorzien van de door de bewaarder bij de oorspronkelijke aanbieding daarop gestelde gegevens, bedoeld in artikel 11c, eerste lid, onverminderd het tweede lid. Artikel 11b, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.**
Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot:
a. de vorm en inhoud van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, en van wiens elektronische handtekening dat verzoek wordt voorzien, en
b. de gevallen waarin een hernieuwde aanbieding als bedoeld in het eerste lid, tweede zin, achterwege kan blijven.
**3.** De inschrijving geschiedt in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, eerste zin, door in het desbetreffende elektronisch gedeelte van de openbare registers de voorlopige aantekening door te halen en door het plaatsen bij het stuk van een aantekening waaruit blijkt het tijdstip van de hernieuwde aanbieding en dat het stuk de status «ingeschreven» heeft, en, in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, tweede zin, door tevens op de stukken die deel uitmaken van het in elektronische vorm aangeboden stuk, een aantekening te plaatsen ten aanzien waarvan het bepaalde omtrent de in dit lid eerstgenoemde aantekening van overeenkomstige toepassing is. Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van de aantekeningen, bedoeld in de eerste zin.
**4.** Artikel 13, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bewaarder in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, tweede zin, op de stukken die deel uitmaken van het in elektronische vorm aangeboden stuk, een aantekening plaatst ten aanzien waarvan artikel 13, eerste lid, van overeenkomstige toepassing is.
#### Afdeling 4. Voorlopige aantekeningen en bewijs van ontvangst
### Artikel 15
**1.** De boeking, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, geschiedt in het register van voorlopige aantekeningen voor goederen als waarop het aangeboden stuk betrekking heeft, met vermelding van de gerezen bedenkingen, alsmede, voor zover bekend, van de naam en woonplaats met adres van de aanbieder.
**2.** Na de boeking wordt dat stuk voorzien van een door de bewaarder ondertekende verklaring, vermeldende tenminste het kantoor, dag, uur en minuut van aanbieding, onder verwijzing naar de boeking in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen, alsmede de gerezen bedenkingen, en wordt het aan de aanbieder teruggegeven. Het voor inschrijving vereiste, aangeboden afschrift van het stuk wordt in bewaring genomen. Artikel 12, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Ingeval het voor inschrijving vereiste afschrift niet is aangeboden, vervaardigt de Dienst een afschrift van het in het eerste lid bedoelde stuk overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe vast te stellen regelen, waarbij het bepaalde in artikel 11, zevende lid, derde zin, van overeenkomstige toepassing is. Het bepaalde in de vorige zin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot in het eerste lid bedoelde stukken waarop ten aanzien van de inschrijving artikel 11, vierde lid, van toepassing is.
**4.** Het bestuur van de Dienst geeft voorts regelen in welke van de gevallen, waarin het in artikel 11, eerste lid, bedoelde formulier niet met inachtneming van de in artikel 11, zesde lid, bedoelde vereisten is ingevuld of aangeboden, de Dienst een afschrift vervaardigt van het stuk waarvan de inschrijving is geweigerd, en op welke wijze deze vervaardiging geschiedt. Artikel 12, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. Het aangeboden afschrift blijft berusten ten kantore van de Dienst en wordt voor zover mogelijk opgeborgen in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen bij het desbetreffende door de Dienst vervaardigde afschrift.
**5.** Indien artikel 11, zevende lid, toepassing heeft gevonden, vervaardigt de Dienst, alvorens het stuk waarvan de inschrijving is geweigerd, aan de aanbieder terug te geven, voor zover mogelijk een afschrift van dat stuk overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe vast te stellen regelen. Artikel 11, zevende lid, derde zin, is van overeenkomstige toepassing.
**6.** Het bepaalde in het eerste en tweede lid is mede van overeenkomstige toepassing op de boeking van de aanbieding van een stuk, dat krachtens artikel 37, tweede lid, slechts op bevel van de rechter kan worden ingeschreven.
De boeking, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, geschiedt in het register van voorlopige aantekeningen met vermelding van de gerezen bedenkingen, en, voorzover bekend, van de naam en woonplaats met adres van de aanbieder, met dien verstande dat met betrekking tot een stuk dat in elektronische vorm ter inschrijving is aangeboden, die vermelding plaatsvindt in het desbetreffende elektronisch gedeelte van de openbare registers bij dat stuk onder gelijktijdige aantekening van de status «niet-ingeschreven». Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van de aantekening, bedoeld in de eerste zin.
### Artikel 15a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
Indien een stuk in papieren vorm ter inschrijving is aangeboden, wordt na de boeking, bedoeld in artikel 15, dat stuk voorzien van een door de bewaarder ondertekende verklaring van niet-inschrijving, vermeldende ten minste:
a. dag, uur en minuut van aanbieding;
b. het stukidentificatienummer, bedoeld in artikel 11c, eerste lid, onder verwijzing naar de boeking in het register van voorlopige aantekeningen, en
c. de gerezen bedenkingen,
en wordt het aan de aanbieder teruggegeven. Het voor inschrijving vereiste, aangeboden afschrift van het stuk wordt in bewaring genomen. Artikel 12, tweede lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Indien het voor inschrijving vereiste afschrift niet is aangeboden, vervaardigt de Dienst een afschrift van het stuk, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig door het bestuur van de Dienst te stellen regels. De Dienst is aansprakelijk voor de schade voortvloeiend uit een onjuistheid en onvolledigheid in het afschrift. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing op de stukken, bedoeld in artikel 15, waarop ten aanzien van de inschrijving artikel 11, vierde lid, van toepassing is.
**3.**
Het bestuur van de Dienst stelt regels over de gevallen waarin de Dienst een afschrift vervaardigt van het stuk waarvan de inschrijving is geweigerd, en op welke wijze die vervaardiging geschiedt, indien:
a. het afschrift, bedoeld in artikel 11, eerste lid, niet is vervaardigd of aangeboden met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 11, zesde lid, dan wel
b. het formulier, bedoeld in artikel 11, zevende lid, indien dat lid toepassing heeft gevonden, niet is ingevuld of aangeboden met inachtneming van de regels, bedoeld in dat lid.
Artikel 12, tweede lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing. Het aangeboden afschrift blijft berusten ten kantore van de Dienst en wordt voorzover mogelijk opgeborgen in het register van voorlopige aantekeningen bij het desbetreffende door de Dienst vervaardigde afschrift.
**4.** Artikel 15 en het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op de boeking van de aanbieding van een stuk, dat krachtens artikel 37, tweede lid, op bevel van de rechter kan worden ingeschreven.
### Artikel 15b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Indien een stuk in elektronische vorm ter inschrijving is aangeboden, wordt na de boeking, bedoeld in artikel 15, aan de aanbieder toegezonden een bewijs van niet-inschrijving vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, eerste zin, welk bewijs door de bewaarder wordt ondertekend of, indien het in elektronische vorm wordt opgemaakt en toegezonden, wordt voorzien van een elektronische handtekening van de bewaarder. Het bestuur van de Dienst stelt regels met betrekking tot de vorm, wijze en het tijdstip van verzenden van het bewijs van niet-inschrijving. Het bestuur kan nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud van het bewijs van niet-inschrijving. Artikel 12, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Indien artikel 11b, vijfde lid, tweede zin, toepassing heeft gevonden en indien in het geval, bedoeld in het eerste lid, eerste zin, stukken die deel uitmaken van het in te schrijven stuk in papieren vorm ter inschrijving zijn aangeboden zonder het voor inschrijving vereiste afschrift, vervaardigt de Dienst een afschrift van de desbetreffende stukken overeenkomstig door het bestuur van de Dienst te stellen regels. De Dienst is aansprakelijk voor de schade voortvloeiend uit een onjuistheid en onvolledigheid in het afschrift. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de stukken, bedoeld in artikel 15, waarop ten aanzien van de inschrijving artikel 11, vierde lid, van toepassing is.
**3.** Artikel 15 en het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op de boeking van de aanbieding van een stuk, dat krachtens artikel 37, tweede lid, op bevel van de rechter kan worden ingeschreven.
### Artikel 16
**1.** Van aan de bewaarder uitgebrachte dagvaardingen, als bedoeld in artikel 20, vierde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en van uitspraken van de voorzieningenrechter in kort geding, aangespannen ter verkrijging van het in artikel 20, tweede lid, van Boek 3 van dat wetboek bedoelde bevel, wordt aantekening gehouden in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe vast te stellen regelen.
**1.** Van aan de bewaarder uitgebrachte dagvaardingen als bedoeld in artikel 20, vierde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en van uitspraken van de voorzieningenrechter in kort geding, aangespannen ter verkrijging van het bevel, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van Boek 3 van dat wetboek, wordt aantekening gehouden in het register van voorlopige aantekeningen overeenkomstig door het bestuur van de Dienst te stellen regels.
**2.** Het bestuur van de Dienst stelt voorts regelen vast omtrent de wijze waarop in het register van voorlopige aantekeningen de in artikel 15, eerste lid, bedoelde boeking geschiedt, alsmede omtrent de wijze van doorhaling van voorlopige aantekeningen.
**2.** Het bestuur van de Dienst stelt regels met betrekking tot de wijze waarop in het register van voorlopige aantekeningen de boeking, bedoeld in artikel 15, geschiedt, en met betrekking tot de wijze van doorhaling van voorlopige aantekeningen.
**3.** Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van dagvaardingen uitgebracht aan de bewaarder ter verkrijging van een bevel van de rechter tot inschrijving van een notariële verklaring, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder *c.* Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in artikel 37, tweede lid, eerste zin, bedoelde boeking en de doorhaling van een zodanige boeking in het register van voorlopige aantekeningen.
**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op dagvaardingen uitgebracht aan de bewaarder ter verkrijging van een bevel van de rechter tot inschrijving van een notariële verklaring als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de boeking, bedoeld in artikel 37, tweede lid, eerste zin, en de doorhaling van een zodanige boeking in het register van voorlopige aantekeningen.
### Artikel 17
Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van het bewijs van ontvangst, bedoeld in artikel 18 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede regelen omtrent de wijze waarop op dat bewijs de verrichte inschrijving desverlangd wordt aangetekend, bedoeld in artikel 19, derde lid, van Boek 3 van dat wetboek.
**1.**
Het bestuur van de Dienst stelt:
a. de vorm vast van het bewijs van ontvangst, bedoeld in artikel 18 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, dat door de bewaarder wordt ondertekend, met dien verstande dat indien het in elektronische vorm wordt opgemaakt en toegezonden aan de aanbieder, het wordt voorzien van een elektronische handtekening van de bewaarder, en
b. regels met betrekking tot de wijze waarop op het bewijs van ontvangst, bedoeld in onderdeel a, indien het in papieren vorm is afgegeven, de verrichte inschrijving desgevraagd wordt aangetekend, bedoeld in artikel 19, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
**2.** Het bestuur van de Dienst stelt nadere regels met betrekking tot de inhoud van het bewijs van ontvangst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, met dien verstande dat daarin in elk geval wordt vermeld het aantal van de overgelegde maar niet mede in te schrijven stukken als bedoeld in artikel 44, onder vermelding van hun kenmerken als bedoeld in artikel 11b, zevende lid.
**3.** Het bestuur van de Dienst stelt regels met betrekking tot de wijze en het tijdstip van verstrekken van het bewijs van ontvangst.
### Titel 2. Vereisten met betrekking tot in te schrijven stukken
@ -376,7 +548,7 @@ Indien het in te schrijven feit betrekking heeft op een in de registratie voor s
a. de naam van het schip met vermelding van het gebruik waartoe het is bestemd, en zijn bruto-inhoud of bruto-tonnage dan wel, indien het een binnenschip betreft, zijn laadvermogen in tonnen van 1.000 kilogram of verplaatsing in kubieke meters;
b. het type en de inrichting van het schip, het materiaal waarvan de romp is gemaakt, jaar en plaats van de bouw, en, voor zover het een schip met een mechanische voortstuwing betreft, ook al betreft het slechts een hulpmotor, het aantal motoren, het type, vermogen en de fabrikant van elke motor, alsmede het fabrieksnummer daarvan met aanduiding van de plaats waar dit nummer is aangebracht;
c. het nummer waaronder de inschrijving van het verzoek tot teboekstelling van het schip in het desbetreffende register is geschied, de aanwijzing van de rubriek waartoe dat schip behoort, de aanduiding van het kantoor van de Dienst waar de teboekstelling is geschied, en het jaar van teboekstelling, welke gegevens tezamen in genoemde volgorde het brandmerk van het schip vormen.
c. het nummer waaronder de teboekstelling van het schip in de openbare registers is geschied, de aanwijzing van de rubriek waartoe dat schip behoort, de aanduiding van het kantoor van de Dienst waar de teboekstelling is geschied, en het jaar van teboekstelling, welke gegevens tezamen in genoemde volgorde het brandmerk van het schip vormen.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld omtrent de in het eerste lid, onder *c*, bedoelde onderscheiding van rubrieken van schepen.
@ -387,7 +559,7 @@ c. het nummer waaronder de inschrijving van het verzoek tot teboekstelling van h
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan worden volstaan met het vermelden van de naam van het schip en de in dat lid, onder *c*, genoemde gegevens in het ter inschrijving aangeboden stuk, indien dat stuk betreft:
a. de doorhaling van de teboekstelling van een schip, bedoeld in de artikelen 195, eerste lid, en 786, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
b. de aangifte van de eigenaar inhoudende dat het schip een wijziging heeft ondergaan waardoor de beschrijving van het schip in de registratie voor schepen, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder *f* en *g*, niet meer aan de werkelijkheid beantwoordt;
b. de aangifte van de eigenaar inhoudende dat het schip een wijziging heeft ondergaan waardoor de beschrijving van het schip in de registratie voor schepen, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder f en g, niet meer aan de werkelijkheid beantwoordt;
c. een afwijkend beding, als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel
d. de verandering van een door de eigenaar van een schip in een ingeschreven stuk gekozen woonplaats.
@ -399,10 +571,10 @@ Het bepaalde in de eerste zin is ook van toepassing op de inschrijving van stukk
Indien het in te schrijven feit betrekking heeft op een in de registratie voor luchtvaartuigen, bedoeld in artikel 92, te boek staand luchtvaartuig of op een recht waaraan een zodanige zaak is onderworpen, bevat het ter inschrijving aangeboden stuk:
a. het nationaliteitskenmerk en het inschrijvingskenmerk, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Luchtvaartwet (*Stb.* 1958, 47);
b. de naam en woonplaats van de fabrikant en het type van het luchtvaartuig, jaar en plaats van de bouw, het fabrieksnummer zo het luchtvaartuig dat heeft met vermelding van de plaats waar dit nummer is aangebracht, en het aantal motoren, het type, vermogen en de fabrikant van elke motor, alsmede het fabrieksnummer daarvan met aanduiding van de plaats waar dit nummer is aangebracht;
c. de maximaal toegelaten massa van het luchtvaartuig en, indien het luchtvaartuig een naam voert, de naam ervan;
d. het nummer waaronder de inschrijving van het verzoek tot teboekstelling van dat luchtvaartuig in het desbetreffende register is geschied.
a. het nationaliteitskenmerk en het inschrijvingskenmerk, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de Wet luchtvaart;
b. de naam en woonplaats van de fabrikant en het type van het luchtvaartuig, jaar en plaats van de bouw, het serienummer zo het luchtvaartuig dat heeft met vermelding van de plaats waar dit nummer is aangebracht, en het aantal motoren, het type, vermogen en de fabrikant van elke motor, alsmede het fabrieksnummer daarvan met aanduiding van de plaats waar dit nummer is aangebracht;
c. de maximaal toegelaten startmassa van het luchtvaartuig en, indien het luchtvaartuig een naam voert, de naam ervan;
d. het nummer waaronder de teboekstelling van het luchtvaartuig in de openbare registers is geschied.
**2.** Artikel 21, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -414,7 +586,7 @@ Vermeldt een ter inschrijving aangeboden stuk niet één of meer der gegevens, i
### Artikel 24
**1.** Ter inschrijving van een akte van levering, vereist voor de overdracht van een registergoed, voor de vestiging, afstand of wijziging van een beperkt recht dat een registergoed is, of voor de overgang van een registergoed na toedeling uit hoofde van de verdeling van een gemeenschap, wordt aangeboden de notariële akte betreffende deze levering, dan wel een authentiek afschrift of een authentiek uittreksel daarvan. In geval van vestiging van een recht van hypotheek op een schip in aanbouw wordt mede ter inschrijving aangeboden een verklaring van een ambtenaar van de Dienst belast met het aanbrengen van brandmerken op te boek staande schepen of van een andere door de bewaarder daarmee belaste persoon, inhoudende dat de bouw van het schip nog niet is voltooid.
**1.** Ter inschrijving van een akte van levering, vereist voor de overdracht van een registergoed, voor de vestiging, afstand of wijziging van een beperkt recht dat een registergoed is, of voor de overgang van een registergoed na toedeling uit hoofde van de verdeling van een gemeenschap, wordt aangeboden een authentiek afschrift dan wel een authentiek uittreksel van de notariële akte betreffende deze levering. In geval van vestiging van een recht van hypotheek op een schip in aanbouw wordt mede ter inschrijving aangeboden een verklaring van een ambtenaar van de Dienst belast met het aanbrengen van brandmerken op te boek staande schepen of van een andere door de bewaarder daarmee belaste persoon, inhoudende dat de bouw van het schip nog niet is voltooid.
**2.**
@ -433,11 +605,13 @@ b. de wettelijke benaming van het recht, op de levering waarvan het ter inschrij
2°. de wetsbepaling volgens welke het recht kan worden gevestigd of een registergoed is;
3°. in geval van een recht als bedoeld in artikel 150, eerste lid, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek, de omschrijving van de inhoud van dat recht.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van het proces-verbaal van toewijzing, bedoeld in de artikelen 525, eerste lid, en 584 *o*, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, onverminderd hetgeen in ieder van de artikelen in het tweede lid is bepaald.
**3.** Het eerste lid, eerste zin, en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van het proces-verbaal van toewijzing, bedoeld in de artikelen 525, eerste lid, en 584 *o*, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, onverminderd hetgeen in ieder van de artikelen in het tweede lid is bepaald.
**4.** Het aangeboden stuk mag op meer leveringen, als bedoeld in het eerste lid, betrekking hebben, voor zover voor ieder daarvan aan de in de vorige leden gestelde eisen is voldaan. Betreft het stuk een overdracht onder voorbehoud van een beperkt recht of van een beding, als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, dan wordt de vestiging van dit recht dan wel het op zich nemen van het beding afzonderlijk en duidelijk vermeld, bij gebreke waarvan de inschrijving van het stuk geacht wordt niet mede dit recht of dit beding te betreffen.
**5.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van een akte van grensvastlegging, opgemaakt krachtens de artikelen 31 of 35, derde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede op de inschrijving van een akte van splitsing, als bedoeld in artikel 109, eerste lid, van Boek 5 van dat wetboek, en een akte tot wijziging of opheffing van een zodanige splitsing.
**5.** Het eerste lid, eerste zin, is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van een akte van grensvastlegging, opgemaakt krachtens de artikelen 31 of 35, derde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede op de inschrijving van een akte van splitsing, als bedoeld in artikel 109, eerste lid, van Boek 5 van dat wetboek, en een akte tot wijziging of opheffing van een zodanige splitsing.
**6.** Het eerste lid, eerste zin, is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van een akte van vernieuwing als bedoeld in artikel 77.
### Artikel 25
@ -458,29 +632,29 @@ c. indien voor de inschrijving betekening aan de veroordeelde vereist is, een do
### Artikel 26
**1.** Ter inschrijving van een rechtshandeling naar burgerlijk recht die krachtens wetsbepaling kan worden ingeschreven, wordt, tenzij anders is bepaald, aangeboden een door een notaris met inachtneming van artikel 37, opgemaakte verklaring, inhoudende dat de rechtshandeling naar de verklaring van degene die de inschrijving verlangt, is verricht en wat zij inhoudt, met daaraan gehecht de stukken waaruit van die rechtshandeling blijkt, of authentieke afschriften van die verklaring van de notaris en van die stukken.
**1.** Ter inschrijving van een rechtshandeling naar burgerlijk recht die krachtens wetsbepaling kan worden ingeschreven, worden, tenzij anders is bepaald, aangeboden authentieke afschriften van een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring, inhoudende dat de rechtshandeling naar de verklaring van degene die de inschrijving verlangt, is verricht en wat zij inhoudt, en van de daaraan gehechte stukken waaruit van die rechtshandeling blijkt.
**2.** Ingeval voor de rechtshandeling of de inschrijving daarvan een notariële akte is vereist, wordt aangeboden hetzij die akte, hetzij een authentiek afschrift of een authentiek uittreksel daarvan.
**2.** Ingeval voor de rechtshandeling of de inschrijving daarvan een notariële akte is vereist, wordt aangeboden een authentiek afschrift of een authentiek uittreksel van die akte.
**3.** Ingeval van de rechtshandeling een notariële akte is opgemaakt, zonder dat dit vereist was, kan naar keuze van degene die de inschrijving verlangt het eerste of tweede lid worden toegepast.
**4.** Ingeval het gaat om een eenzijdige tot één of meer bepaalde personen gerichte rechtshandeling, kan worden volstaan met aanbieding van een aan die persoon of personen uitgebracht exploit, waarbij die rechtshandeling is verricht of tijdig bevestigd, of een authentiek afschrift daarvan.
**5.** Ingeval de rechtshandeling betreft een scheepshuurkoopovereenkomst waarop artikel 800, tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is, wordt ter inschrijving aangeboden hetzij de in artikel 800, eerste lid, van Boek 8 van dat wetboek bedoelde notariële akte met daaraan gehecht de stukken inhoudende de in het tweede lid van dat artikel bedoelde toestemming, hetzij authentieke afschriften van die akte en van die stukken, hetzij een authentiek uittreksel van die akte en authentieke afschriften van die stukken.
**5.** Ingeval de rechtshandeling betreft een scheepshuurkoopovereenkomst waarop artikel 800, tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is, worden ter inschrijving aangeboden hetzij authentieke afschriften van de in het eerste lid van dat artikel bedoelde notariële akte en van de daaraan gehechte stukken inhoudende de in het tweede lid van dat artikel bedoelde toestemming, hetzij een authentiek uittreksel van die akte en authentieke afschriften van die stukken.
**6.** Ter inschrijving van een afwijkend beding, als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, wordt, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, een door de eigenaar van het schip ondertekende verklaring aangeboden, waarin het scheepstoebehoren ten aanzien waarvan het afwijkend beding is gemaakt, eenduidig is omschreven.
### Artikel 27
**1.** Ter inschrijving van erfopvolgingen die registergoederen betreffen, wordt een verklaring van erfrecht als bedoeld in artikel 188 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek aangeboden, waaruit van de erfopvolging blijkt, dan wel een authentiek afschrift van die verklaring.
**1.** Ter inschrijving van erfopvolgingen die registergoederen betreffen, wordt een authentiek afschrift van een door een notaris opgemaakte verklaring van erfrecht als bedoeld in artikel 188 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek aangeboden, waaruit van de erfopvolging blijkt.
**2.** Ter inschrijving van een executele, een bij uiterste wilsbeschikking ingesteld bewind of de benoeming van een vereffenaar van de nalatenschap wordt een verklaring van erfrecht als bedoeld in artikel 188 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek aangeboden, waaruit van de executele, het bewind, onderscheidenlijk de benoeming blijkt, dan wel een authentiek afschrift van die verklaring. De eerste zin laat onverlet de mogelijkheid van inschrijving van de benoeming van een vereffenaar door inschrijving van de desbetreffende rechterlijke uitspraak.
**2.** Ter inschrijving van een executele, een bij uiterste wilsbeschikking ingesteld bewind of de benoeming van een vereffenaar van de nalatenschap wordt een authentiek afschrift van een verklaring van erfrecht als bedoeld in artikel 188 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek aangeboden, waaruit van de executele, het bewind onderscheidenlijk de benoeming blijkt. De eerste zin laat onverlet de mogelijkheid van inschrijving van de benoeming van een vereffenaar door inschrijving van de desbetreffende rechterlijke uitspraak.
**3.** Ter inschrijving van een verkrijging door de Staat van registergoederen krachtens artikel 189 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangeboden een verklaring van een notaris waarin deze vermeldt dat het registergoed door de Staat krachtens artikel 189 van Boek 4 van dat wetboek is verkregen, dan wel een authentiek afschrift van die verklaring.
**3.** Ter inschrijving van een verkrijging door de Staat van registergoederen krachtens artikel 189 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek wordt een authentiek afschrift van een verklaring van een notaris aangeboden, waarin deze vermeldt dat het registergoed door de Staat krachtens dat artikel is verkregen.
**4.** Ter inschrijving van afgifte aan de Staat van registergoederen krachtens artikel 226, eerste en tweede lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangeboden een verklaring van de vereffenaar waarin deze vermeldt op welk tijdstip het registergoed aan de Staat is afgegeven.
**5.** Ter inschrijving van het verval aan de Staat van registergoederen of hetgeen daarvoor in de plaats is gekomen krachtens artikel 226, vierde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangeboden een verklaring van de Minister van Financiën, inhoudende dat tijdens het in dat artikel genoemde tijdvak van twintig jaren die goederen niet zijn opgeëist.
**5.** Ter inschrijving van het verval aan de Staat van registergoederen of hetgeen daarvoor in de plaats is gekomen krachtens artikel 226, vierde lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangeboden een verklaring van Onze Minister van Financiën, inhoudende dat tijdens het in dat artikel genoemde tijdvak van twintig jaren die goederen niet zijn opgeëist.
### Artikel 28
@ -492,7 +666,7 @@ Ter inschrijving van de afstand van een huwelijksgemeenschap of van een gemeensc
### Artikel 30
**1.** Ter inschrijving van de vervulling van een voorwaarde, gesteld in een ingeschreven voorwaardelijke rechtshandeling, of van de verschijning van een onzeker tijdstip, aangeduid in de aan een ingeschreven rechtshandeling verbonden tijdsbepaling, wordt aangeboden een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring, inhoudende dat naar de verklaring van degene die de inschrijving verlangt, de voorwaarde is vervuld, onderscheidenlijk het tijdstip is verschenen met daaraan gehecht de stukken waaruit van deze vervulling of verschijning blijkt, of authentieke afschriften van de verklaring van een notaris en van die stukken.
**1.** Ter inschrijving van de vervulling van een voorwaarde, gesteld in een ingeschreven voorwaardelijke rechtshandeling, of van de verschijning van een onzeker tijdstip, aangeduid in de aan een ingeschreven rechtshandeling verbonden tijdsbepaling, worden aangeboden authentieke afschriften van een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring, inhoudende dat naar de verklaring van degene die de inschrijving verlangt, de voorwaarde is vervuld, onderscheidenlijk het tijdstip is verschenen, en van de daaraan gehechte stukken waaruit van deze vervulling of verschijning blijkt.
**2.**
@ -544,7 +718,7 @@ b. langs gerechtelijke weg erkenning van het voorrecht en de omvang ervan is gev
### Artikel 34
Ter inschrijving van een verjaring wordt een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring of een authentiek afschrift daarvan aangeboden, inhoudende dat naar de verklaring van degene die de inschrijving verlangt, de verjaring is ingetreden, alsmede
Ter inschrijving van een verjaring wordt een authentiek afschrift van een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring aangeboden, inhoudende dat naar de verklaring van degene die de inschrijving verlangt, de verjaring is ingetreden, alsmede
a. welk registergoed door verjaring is verkregen, dan wel welk beperkt recht op een registergoed is tenietgegaan;
b. tegen wie de verjaring werkt, indien dit bekend is;
@ -553,36 +727,36 @@ d. dat de verjaring wordt betwist of niet wordt betwist door degene tegen wie zi
### Artikel 35
**1.** Ter inschrijving van een of meer verklaringen van waardeloosheid, als bedoeld in artikel 28 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, wordt een door een notaris opgemaakte verklaring aangeboden, die inhoudt dat degenen te wier behoeve de inschrijving zou hebben gestrekt, schriftelijk hebben verklaard dat zij waardeloos is en waaraan deze schriftelijke verklaringen zijn gehecht, dan wel een authentiek afschrift van de verklaring van de notaris en de daaraan gehechte verklaringen.
**1.** Ter inschrijving van een of meer verklaringen van waardeloosheid als bedoeld in artikel 28 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek worden aangeboden authentieke afschriften van een door een notaris opgemaakte verklaring, inhoudende dat degenen te wier behoeve de inschrijving zou hebben gestrekt, schriftelijk hebben verklaard dat zij waardeloos is, en van deze schriftelijke verklaringen die aan die notariële verklaring zijn gehecht.
**2.** Tenzij de inschrijving een hypotheek of een beslag betreft, vermelden de in het eerste lid bedoelde schriftelijke verklaringen van degenen te wier behoeve de inschrijving zou hebben gestrekt, tevens de feiten waarop de waardeloosheid berust, en houdt de in dat lid bedoelde verklaring van de notaris tevens in dat de vermelde feiten een rechtsgrond voor de waardeloosheid van de inschrijving opleveren.
**3.** Ter inschrijving van een verklaring, als bedoeld in artikel 273 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, wordt aangeboden die verklaring of een authentiek afschrift daarvan.
**3.** Ter inschrijving van een verklaring als bedoeld in artikel 273 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangeboden een authentiek afschrift van die verklaring.
**4.** Ter inschrijving van een verklaring, als bedoeld in artikel 274 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, wordt aangeboden de desbetreffende authentieke akte of een authentiek afschrift daarvan.
**4.** Ter inschrijving van een verklaring als bedoeld in artikel 274 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangeboden een authentiek afschrift van de desbetreffende authentieke akte.
### Artikel 36
**1.** Ter inschrijving van het feit dat het nut van een mandelige zaak voor elk der erven is geëindigd, wordt een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring aangeboden, inhoudende dat naar de verklaring van hen die de inschrijving verlangen, het nut voor elk der erven is geëindigd, of een authentiek afschrift van de verklaring van de notaris. Werken niet alle rechthebbenden op de mandelige zaak mee, dan vermeldt de notaris in zijn verklaring de reden daarvan.
**1.** Ter inschrijving van het feit dat het nut van een mandelige zaak voor elk der erven is geëindigd, wordt een door een authentiek afschrift van een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring aangeboden, inhoudende dat naar de verklaring van hen die de inschrijving verlangen, het nut voor elk der erven is geëindigd. Werken niet alle rechthebbenden op de mandelige zaak mee, dan vermeldt de notaris in zijn verklaring de reden daarvan.
**2.**
Ter inschrijving van het bestaan van een recht, als bedoeld in artikel 150, eerste lid, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek (*Stb.* 1976, 396), wordt een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring aangeboden, waarin het bestaan van het recht wordt geconstateerd, en die tevens inhoudt:
Ter inschrijving van het bestaan van een recht, als bedoeld in artikel 150, eerste lid, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek (*Stb.* 1976, 396), worden aangeboden authentieke afschriften van een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring, waarin het bestaan van het recht wordt geconstateerd, en die tevens inhoudt:
a. de omschrijving van de inhoud van het recht;
b. zo mogelijk, de gangbare benaming ervan dan wel de verklaring, dat dat recht niet een zodanige benaming heeft, en
c. wie de rechthebbende op dat recht is,
met daaraan gehecht de stukken waaruit van een en ander blijkt, of authentieke afschriften van die verklaring en die stukken.
alsmede van de aan die verklaring gehechte stukken waaruit van een en ander blijkt.
**3.**
Ter inschrijving van het ontstaan van een erfdienstbaarheid door bestemming of herleving, bedoeld in artikel 163, eerste zin, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek, wordt een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring aangeboden, waarin het ontstaan van de erfdienstbaarheid wordt geconstateerd, en die tevens inhoudt:
Ter inschrijving van het ontstaan van een erfdienstbaarheid door bestemming of herleving, bedoeld in artikel 163, eerste zin, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek, worden aangeboden authentieke afschriften van een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring, waarin het ontstaan van de erfdienstbaarheid wordt geconstateerd, en die tevens inhoudt:
a. de omschrijving van de inhoud van de erfdienstbaarheid, en
b. wie de rechthebbende op dat recht is,
met daaraan gehecht de stukken waaruit van een en ander blijkt, of authentieke afschriften van die verklaring en die stukken.
alsmede van de aan die verklaring gehechte stukken waaruit van een en ander blijkt.
### Artikel 37
@ -602,7 +776,7 @@ c. hetzij dat hij niet aan het onder *a* en *b* gestelde kan voldoen.
### Artikel 37a
Een notariële verklaring als bedoeld in de artikelen 26, 27, derde lid, 30, 31, onder b, juncto 26, eerste lid, 34, 35 en 36, wordt opgemaakt bij notariële akte.
Een notariële verklaring als bedoeld in de artikelen 26, 27, derde lid, 30, 31, onder b, juncto 26, eerste lid, 34, 35, 36 en 46a, wordt opgemaakt bij notariële akte.
#### Afdeling 3. Vereisten waaraan stukken moeten voldoen, aangeboden ter inschrijving van het instellen van een rechtsvordering, van het indienen van een verzoekschrift, van tegen rechterlijke uitspraken ingestelde rechtsmiddelen of van de waardeloosheid van zodanige inschrijvingen
@ -649,7 +823,9 @@ b. een rechterlijke uitspraak die ertoe strekt dat een zodanige inschrijving waa
### Artikel 42
Op de inschrijving van stukken tot verbetering van onjuistheden en onvolledigheden in ingeschreven stukken, zijn de bepalingen, gegeven bij of krachtens dit hoofdstuk, van overeenkomstige toepassing.
**1.** Op de inschrijving van stukken tot verbetering van onjuistheden en onvolledigheden in ingeschreven stukken, zijn de bepalingen, gegeven bij of krachtens dit hoofdstuk, van overeenkomstige toepassing, onverminderd het tweede lid.
**2.** Ter verbetering van een onjuistheid en onvolledigheid bestaand uit een kennelijke schrijffout en een kennelijke misslag in de tekst van een ingeschreven notariële akte of notariële verklaring, als bedoeld in de artikelen 26, 27, eerste lid, 30, 34, 35, 36 en 46a, kan ook worden ingeschreven een proces-verbaal als bedoeld in artikel 45, tweede lid, tweede zin, van de Wet op het notarisambt.
### Artikel 43
@ -659,7 +835,14 @@ Indien het ter inschrijving aangeboden stuk waarin het in te schrijven feit is o
**1.** Stukken die voor bewijs bij de aanbieding van een stuk worden overgelegd, worden slechts mede ingeschreven, indien de wet dit eist of de aanbieder dit verlangt, tenzij bij wet is bepaald dat de desbetreffende stukken niet worden ingeschreven.
**2.** Door de bewaarder wordt, overeenkomstig door het bestuur van de Dienst vast te stellen regelen, van de overlegging melding gemaakt op het ter inschrijving aangeboden stuk, alsmede, ingeval artikel 11, zevende lid, geen toepassing heeft gevonden, op het afschrift van dat stuk. De stukken die moeten worden overgelegd maar waarvan de inschrijving niet wordt geëist of verlangd, worden onverwijld aan de aanbieder teruggegeven.
**2.**
Onverminderd artikel 17, tweede lid, maakt de bewaarder, overeenkomstig door het bestuur van de Dienst te stellen regels, melding van de overlegging van stukken:
a. voorzover die in papieren vorm ter inschrijving zijn aangeboden: op het ter inschrijving aangeboden stuk en op het afschrift van dat stuk, en
b. voorzover die in elektronische vorm ter inschrijving zijn aangeboden: in het desbetreffende elektronisch gedeelte van de openbare registers bij dat stuk.
**3.** Stukken die worden overgelegd maar waarvan de inschrijving niet wordt voorgeschreven of verlangd, worden onverwijld aan de aanbieder teruggegeven. De eerste zin is niet van toepassing indien artikel 11b, vijfde lid, derde zin, toepassing heeft gevonden en het stuk in elektronische vorm is overgelegd.
### Artikel 45
@ -671,19 +854,25 @@ Indien het ter inschrijving aangeboden stuk waarin het in te schrijven feit is o
### Artikel 46
**1.** Naast feiten die voor de rechtstoestand van registergoederen van belang zijn, kunnen in de openbare registers tevens algemene voorwaarden, modelreglementen en andere stukken, die niet op een bepaald registergoed betrekking hebben, worden ingeschreven, met het uitsluitend doel dat daarnaar in later ter inschrijving aangeboden stukken kan worden verwezen. De artikelen 18, 19, 20, eerste lid, eerste zin, 22 en 30 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.
**1.** Naast feiten die voor de rechtstoestand van registergoederen van belang zijn, kunnen in de openbare registers tevens algemene voorwaarden, modelreglementen en andere stukken, die niet op een bepaald registergoed betrekking hebben, worden ingeschreven, met het uitsluitend doel dat daarnaar in later ter inschrijving aangeboden stukken kan worden verwezen. De artikelen 18, 19, 20, eerste lid, eerste zin, 22 en 30 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en 117, eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.
**2.** Ter inschrijving van de in het eerste lid bedoelde stukken is naast het stuk zelf vereist een afschrift van dat stuk, gesteld op een door de Dienst verstrekt formulier en voorzien van een verklaring van eensluidendheid. Het bepaalde in artikel 11, tweede-zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Ter inschrijving van een stuk als bedoeld in het eerste lid wordt naast dat stuk aangeboden, indien het in papieren vorm ter inschrijving wordt aangeboden, een afschrift van dat stuk voorzien van een verklaring van eensluidendheid. Artikel 11, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** De artikelen 18-23 zijn niet van toepassing. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld waaraan ter inschrijving aangeboden stukken, als bedoeld in het eerste lid, moeten voldoen. Onze Minister stelt regelen vast omtrent de wijze waarop de verwijzing in de latere stukken geschiedt.
**3.** Ter inschrijving van een stuk als bedoeld in het eerste lid is, indien het in elektronische vorm ter inschrijving wordt aangeboden, vereist een afschrift van dat stuk als bedoeld in artikel 11b, eerste lid. De artikelen 11, tweede lid, en 11b, tweede tot en met negende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** In een ter inschrijving aangeboden stuk kan slechts worden verwezen naar een eerder ingeschreven stuk, indien de inschrijving van het later ter inschrijving aangeboden stuk plaatsvindt ten kantore van de Dienst, waar het stuk waarnaar wordt verwezen, reeds is ingeschreven.
**4.** De artikelen 18 tot en met 23 zijn niet van toepassing. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waaraan ter inschrijving aangeboden stukken als bedoeld in het eerste lid, voldoen. Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de verwijzing in de latere stukken geschiedt.
**5.** Een verwijzing, als bedoeld in het vorige lid, heeft tot gevolg dat het stuk waarnaar in een ter inschrijving aangeboden stuk wordt verwezen, geacht wordt deel uit te maken van de inschrijving die op grond van het aangeboden stuk plaatsvindt.
**5.** Een verwijzing als bedoeld in het vierde lid heeft tot gevolg dat het stuk waarnaar in een ter inschrijving aangeboden stuk wordt verwezen, deel uitmaakt van de inschrijving die op grond van het aangeboden stuk plaatsvindt.
### Artikel 46a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Ter voorkoming van een onjuiste of onvolledige bijhouding als bedoeld in de artikelen 54, eerste lid, onderdeel a, 78, eerste lid, 87, eerste lid, onderdeel a, en 94, eerste lid, onderdeel a, kan met betrekking tot bij regeling van Onze Minister vast te stellen gevallen een door een notaris opgemaakte bijhoudingsverklaring worden ingeschreven, inhoudende dat naar zijn verklaring hem gebleken is dat in een eerder ingeschreven, door hem verleden notariële akte voor een juiste en volledige bijhouding van dat stuk kennelijk benodigde gegevens ontbreken en dat die gegevens uitsluitend ten behoeve van een juiste en volledige bijhouding van dat stuk in die verklaring worden vermeld. De inschrijving van een bijhoudingsverklaring kan slechts plaatsvinden indien die verklaring ter inschrijving wordt aangeboden voor de afloop van een periode van tien dagen die aanvangt met de eerste dag volgend op die waarop het desbetreffende stuk is ingeschreven, waarbij niet meegerekend worden de dagen waarop de kantoren van de Dienst niet voor het publiek zijn opengesteld voor het aanbieden van stukken ter inschrijving in de openbare registers.
**2.** Ter inschrijving van een bijhoudingsverklaring als bedoeld in het eerste lid wordt aangeboden, indien dit in papieren vorm geschiedt, die verklaring of een authentiek afschrift daarvan, en een afschrift van die verklaring, onderscheidenlijk van dat authentieke afschrift, voorzien van een verklaring van eensluidendheid. Artikel 11, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Ter inschrijving van een bijhoudingsverklaring als bedoeld in het eerste lid is, indien het in elektronische vorm ter inschrijving wordt aangeboden, vereist een afschrift van dat stuk als bedoeld in artikel 11b, eerste lid. De artikelen 11, tweede lid, en 11b, tweede tot en met vijfde lid, tweede zin, zesde, zevende en negende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** De artikelen 18 en 20 tot en met 23 zijn niet van toepassing.
### Artikel 47
@ -704,32 +893,31 @@ b. daar de door of krachtens de wet voorgeschreven mededelingen en kennisgevinge
### Artikel 48
**1.** De kadastrale registratie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder *b*, wordt op een zodanige wijze gehouden en bijgehouden, dat zij tenminste door middel van de naam van de eigenaar of beperkt gerechtigde, met uitzondering evenwel van rechthebbenden op erfdienstbaarheden, alsmede door middel van de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak en het appartementsrecht steeds de raadpleegbaarheid mogelijk doet zijn van de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*, en van het register van voorlopige aantekeningen voor onroerende zaken, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *d*.
**1.** De kadastrale registratie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, wordt op een zodanige wijze gehouden en bijgehouden, dat zij tenminste door middel van de naam van de eigenaar of beperkt gerechtigde, met uitzondering evenwel van rechthebbenden op erfdienstbaarheden, alsmede door middel van de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak en het appartementsrecht de raadpleegbaarheid mogelijk doet zijn van de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, voorzover het gaat om stukken betreffende onroerende zaken en rechten waaraan die zaken zijn onderworpen.
**2.**
De kadastrale registratie bevat:
a. voor zover bekend de naam, voornamen, geboortedatum, de wettelijke woonplaats met adres en de burgerlijke staat dan wel, indien het een rechtspersoon betreft, de rechtsvorm, naam en de wettelijke woonplaats, van degenen die volgens de bij de Dienst bekende gegevens eigenaar dan wel beperkt gerechtigde met betrekking tot onroerende zaken zijn, en in geval van een gemeenschap het aandeel van ieder der deelgenoten;
b. ten aanzien van elke eigenaar en beperkt gerechtigde, als bedoeld onder *a*, een verwijzing naar alle op hen betrekking hebbende in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*, ingeschreven stukken en in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen geboekte stukken;
c. de wettelijke benaming van de beperkte rechten waaraan de onroerende zaken onderworpen zijn, en van de beslagen die op die zaken of beperkte rechten zijn gelegd, als ook, of die zaken of beperkte rechten onder bewind staan en of ten aanzien daarvan een beding, als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is ingeschreven;
b. ten aanzien van een eigenaar en beperkt gerechtigde als bedoeld in onderdeel a: een verwijzing naar alle op hen betrekking hebbende in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, ingeschreven of geboekte stukken voorzover die stukken betreffen onroerende zaken en rechten waaraan die zaken zijn onderworpen;
c. de wettelijke benaming van de beperkte rechten waaraan de onroerende zaken onderworpen zijn, en van de beslagen die op die zaken of beperkte rechten zijn gelegd, als ook, of die zaken of beperkte rechten onder bewind staan en of ten aanzien daarvan een beding, als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is ingeschreven, met dien verstande dat in bij regeling van Onze Minister vast te stellen gevallen in plaats van de soorten van gegevens, bedoeld in dit onderdeel, ook kan worden vermeld een verwijzing naar de desbetreffende ingeschreven stukken;
d. de kadastrale aanduiding van de onroerende zaken en de grootte van de percelen, alsmede de kadastrale aanduiding van de appartementsrechten;
e. ten aanzien van elk perceel en appartementsrecht een verwijzing naar alle daarop betrekking hebbende in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*, ingeschreven stukken en in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen geboekte stukken, alsmede door de Dienst verkregen inlichtingen of verrichte waarnemingen, als bedoeld in artikel 54, eerste lid, onder *b*-*e*;
f. ten aanzien van een gekozen woonplaats de vermelding ervan, alsmede een verwijzing naar alle in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*, ingeschreven stukken, waarin woonplaats is gekozen, dan wel een gekozen woonplaats is veranderd of opgeheven;
g. ten aanzien van elk perceel, waarop een recht van hypotheek rust, tenminste de volgende gegevens:
e. ten aanzien van elk perceel en appartementsrecht een verwijzing naar alle daarop betrekking hebbende in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, ingeschreven stukken en in het register van voorlopige aantekeningen geboekte stukken, alsmede door de Dienst verkregen inlichtingen of verrichte waarnemingen, als bedoeld in artikel 54, eerste lid, onder b-e;
f. ten aanzien van een gekozen woonplaats de vermelding ervan, alsmede een verwijzing naar alle in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, ingeschreven stukken betreffende onroerende zaken en rechten waaraan die zaken zijn onderworpen, waarin woonplaats is gekozen, dan wel een gekozen woonplaats is veranderd of opgeheven;
g. voorzover op een perceel een recht van hypotheek rust, ten minste de volgende gegevens:
1°. het tijdstip waarop de notariële akte, bedoeld in artikel 260 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, is opgemaakt;
2°. het tijdstip waarop deze akte is ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*, alsmede het deel en nummer dan wel de verwijzing, bedoeld in artikel 13;
3°. het bedrag waarvoor de hypotheek is gevestigd, of, wanneer dit bedrag nog niet vaststaat, het maximumbedrag dat uit hoofde van een hypotheek op het goed kan worden verhaald, alsmede voor zover bekend, de rentevoet;
4°. de aard van de onroerende zaak waarop de hypotheek is gevestigd, dan wel indien het onderpand een beperkt recht is, de wettelijke benaming van dat recht, alsmede ingeval de hypotheek op een aandeel in een gemeenschap is gevestigd, tevens de aanduiding van dat aandeel;
5°. de aanduiding van de aard van de hypotheek, en
6°. in geval van doorhaling van de inschrijving, waarbij de hypotheek is gevestigd, tijdstip van doorhaling der inschrijving, deel en nummer dan wel verwijzing, als bedoeld in artikel 13, van het stuk op grond waarvan de doorhaling is geschied;
1°. het bedrag waarvoor de hypotheek is gevestigd, of indien dit bedrag nog niet vaststaat, het maximumbedrag dat uit hoofde van een hypotheek op het goed kan worden verhaald, en voorzover bekend, de rentevoet;
2°. de aard van de onroerende zaak waarop de hypotheek is gevestigd, of indien het onderpand een beperkt recht is, de wettelijke benaming van dat recht, en indien de hypotheek op een aandeel in een gemeenschap is gevestigd, tevens de aanduiding van dat aandeel, en
3°. de aanduiding van de aard van de hypotheek;
h. een korte aanduiding van de aard van de in de openbare registers ingeschreven beschikkingen die bestaan ten laste van de onroerende zaken en van de beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen, overeenkomstig door het bestuur van de Dienst te geven regelen;
i. gegevens betreffende de feitelijke gesteldheid van en andere dan de in dit lid bedoelde gegevens met betrekking tot onroerende zaken die krachtens andere wettelijke bepalingen dan wel krachtens regeling van Onze Minister worden opgenomen.
i. gegevens betreffende de feitelijke gesteldheid van en andere dan de gegevens, bedoeld in dit lid, met betrekking tot onroerende zaken, die worden opgenomen op grond van andere wettelijke bepalingen of op grond van bij regeling van Onze Minister gestelde regels;
j. met betrekking tot een ingeschreven notariële akte en notariële verklaring betreffende onroerende zaken en rechten waaraan die zaken zijn onderworpen: de naam en plaats van vestiging van de notaris door wie of door wiens plaatsvervanger de akte is verleden, onderscheidenlijk de verklaring is opgemaakt;
k. ten aanzien van een ingeschreven stuk voorzover betreffend onroerende zaken en rechten waaraan die zaken zijn onderworpen: dag, uur en minuut waarop de aanbieding ervan ter inschrijving plaatsvond.
**3.** Het tweede lid, onder *a* en *b*, vindt ten aanzien van erfdienstbaarheden slechts toepassing, voor zover bepaald bij regeling van het bestuur van de Dienst.
**4.** Het bestuur van de Dienst stelt regelen vast omtrent de wijze waarop de kadastrale registratie wordt gehouden. Het bestuur van de Dienst kan daarbij bepalen dat ten aanzien van het gebruik van hoofd- en kleine letters en diacritische tekens, en van het al dan niet aan elkaar schrijven van letters geen overeenstemming behoeft te bestaan tussen de bij de Dienst bekend gestelde schrijfwijze der in de kadastrale registratie te vermelden gegevens en de wijze van vermelding van die gegevens daarin.
**4.** Het bestuur van de Dienst stelt regelen vast omtrent de wijze waarop de kadastrale registratie wordt gehouden. Het bestuur van de Dienst kan daarbij bepalen dat ten aanzien van het gebruik van hoofd- en kleine letters en diakritische tekens, het al dan niet aan elkaar schrijven van letters en de schrijfwijze van adressen geen overeenstemming behoeft te bestaan tussen de bij de Dienst bekend gestelde schrijfwijze der in de kadastrale registratie te vermelden gegevens en de wijze van vermelding van die gegevens daarin.
### Titel 2. Kaartenbestand, daaraan ten grondslag liggende bescheiden en net van coördinaatpunten
@ -771,13 +959,13 @@ Bijwerking vindt plaats als bijhouding dan wel als vernieuwing.
Bijhouding vindt, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze of een andere wet, plaats op grond van veranderingen, voor zover deze blijken uit:
a. stukken die zijn ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*, echter met uitzondering van in deze registers ingeschreven akten van vernieuwing, als bedoeld in artikel 77;
a. in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, ingeschreven stukken, voorzover die betrekking hebben op onroerende zaken en rechten waaraan die zaken zijn onderworpen;
b. inlichtingen omtrent het overlijden van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een onroerende zaak in de kadastrale registratie staan vermeld, voor zover althans deze inlichtingen afkomstig zijn van door Onze Minister aangewezen publiekrechtelijke rechtspersonen of andere lichamen, aan wie een deel van de overheidstaak is opgedragen;
c. inlichtingen omtrent de wettelijke woonplaats, daaronder begrepen het adres, van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een onroerende zaak in de kadastrale registratie staan vermeld, voor zover althans deze inlichtingen van die personen zelf afkomstig zijn dan wel van door Onze Minister aangewezen publiekrechtelijke rechtspersoon of andere lichamen, aan wie een deel van de overheidstaak is opgedragen;
d. inlichtingen van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een onroerende zaak in de kadastrale registratie staan vermeld dan wel van de rechtsopvolgers onder algemene titel van die personen of waarnemingen van met meting belaste ambtenaren omtrent feiten, als bedoeld in de artikelen 29 en 35 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;
e. inlichtingen van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een onroerende zaak in de kadastrale registratie staan vermeld of van de rechtsopvolgers onder algemene titel van die personen, dan wel van door Onze Minister aangewezen publiekrechtelijke rechtspersonen of andere lichamen, aan wie een deel van de overheidstaak is opgedragen, of uit waarnemingen van met meting belaste ambtenaren omtrent de feitelijke gesteldheid van onroerende zaken.
**2.** Bijhouding van de kadastrale registratie vindt ook plaats met betrekking tot voorlopige aantekeningen en doorhalingen daarvan in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen.
**2.** Bijhouding van de kadastrale registratie vindt ook plaats met betrekking tot voorlopige aantekeningen terzake van stukken betreffende onroerende zaken en rechten waaraan die zaken zijn onderworpen en doorhalingen daarvan in het register van voorlopige aantekeningen.
**3.** Wij kunnen publiekrechtelijke rechtspersonen of andere lichamen aan wie een deel van de overheidstaak is opgedragen, aanwijzen om inlichtingen ten behoeve van de bijhouding van de kadastrale registratie en de kadastrale kaarten aan de Dienst te verstrekken. Ingeval het bepaalde in de vorige zin toepassing heeft gevonden, verstrekken de desbetreffende rechtspersonen en lichamen, bedoeld in de vorige zin, de inlichtingen overeenkomstig de door Ons dienaangaande vast te stellen regelen.
@ -837,7 +1025,7 @@ Zodra de beslissing van de ambtenaar onherroepelijk is geworden dan wel het afsc
#### Afdeling 2. Bijhouding
##### Paragraaf 1. Bijhouding op grond van stukken ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, met uitzondering van akten van vernieuwing
##### Paragraaf 1. Bijhouding op grond van in de openbare registers, bedoeld in
### Artikel 57
@ -954,7 +1142,7 @@ De wijze van bijhouding op grond van inlichtingen of waarnemingen omtrent de fei
### Artikel 72
De wijze van bijhouding in de kadastrale registratie met betrekking tot voorlopige aantekeningen en doorhalingen daarvan in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen wordt geregeld door het bestuur van de Dienst.
De wijze van bijhouding in de kadastrale registratie met betrekking tot voorlopige aantekeningen terzake van stukken betreffende onroerende zaken en rechten waaraan die zaken zijn onderworpen en doorhalingen daarvan in het register van voorlopige aantekeningen wordt geregeld door het bestuur van de Dienst.
##### Paragraaf 7. Bijhouding inzake splitsing of samenvoeging van percelen, ambtshalve of op verzoek
@ -1064,34 +1252,34 @@ Vervallen
### Artikel 85
**1.** De registratie voor schepen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder *e*, wordt op een zodanige wijze gehouden en bijgehouden, dat zij tenminste door middel van de naam van de eigenaar en beperkt gerechtigde, alsmede door middel van het brandmerk van het schip steeds de raadpleegbaarheid van de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *b*, mogelijk doet zijn.
**1.** De registratie voor schepen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, wordt op een zodanige wijze gehouden en bijgehouden, dat zij ten minste door middel van de naam van de eigenaar en beperkt gerechtigde en door middel van het brandmerk van het schip, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel c, de raadpleegbaarheid mogelijk doet zijn van de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, voorzover het gaat om stukken betreffende schepen en rechten waaraan die schepen zijn onderworpen.
**2.**
De registratie voor schepen bevat ten aanzien van elk daarin te boek staand schip de volgende gegevens:
a. de naam, voornamen, geboortedatum, wettelijke woonplaats of verblijfplaats, daaronder begrepen het adres en de burgerlijke staat dan wel, indien het een rechtspersoon betreft, de rechtsvorm, naam en wettelijke woonplaats, van degenen die volgens de bij de Dienst bekende gegevens eigenaar dan wel beperkt gerechtigde met betrekking tot schepen zijn, alsmede in geval van medeëigendom of een rederij, het aandeel van ieder der deelgenoten, onderscheidenlijk reders;
b. ten aanzien van elke eigenaar en beperkt gerechtigde een verwijzing naar alle op hen betrekking hebbende in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *b*, ingeschreven stukken en in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen geboekte stukken;
b. ten aanzien van een eigenaar en beperkt gerechtigde als bedoeld in onderdeel a: een verwijzing naar alle op hen betrekking hebbende in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, ingeschreven of geboekte stukken, voorzover die stukken betreffen schepen en rechten waaraan die schepen zijn onderworpen;
c. de wettelijke benaming van de beperkte rechten waaraan de schepen onderworpen zijn, en van de beslagen die op de schepen of beperkte rechten zijn gelegd, als ook of die schepen of beperkte rechten onder bewind staan, alsmede of ten aanzien daarvan zijn ingeschreven:
1°. een beding, als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek;
2°. een afwijkend beding, als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek onder vermelding van het scheepstoebehoren ten aanzien waarvan het afwijkend beding is gemaakt, en
3°. voorrechten, genoemd in artikel 211 dan wel in artikel 821 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
d. de naam en het brandmerk, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder *c*;
d. de naam en het brandmerk, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder c;
e. de dagtekening der teboekstelling;
f. het type, de inrichting, het materiaal waarvan de romp is gemaakt, jaar en plaats van de bouw en, voor zover het een schip met mechanische voortstuwing betreft, ook al betreft het slechts een hulpmotor, het aantal motoren, het type, vermogen en de fabrikant van elke motor, alsmede het fabrieksnummer daarvan met aanduiding van de plaats waar dit nummer is aangebracht;
g. indien het een binnenschip betreft, het laadvermogen in tonnen van 1.000 kilogram of de verplaatsing in kubieke meters, zoals vermeld in de meetbrief, dan wel, indien het een zeeschip of een zeevissersschip betreft, de bruto-inhoud in kubieke meters of de bruto-tonnage, zoals vermeld in de meetbrief; ingeval geen meetbrief is vereist, het laadvermogen, de verplaatsing, de bruto-inhoud dan wel de bruto-tonnage, zoals kan worden vastgesteld aan de hand van de verstrekte gegevens; zolang een schip in aanbouw is, wordt het laadvermogen, de verplaatsing, de bruto-inhoud dan wel de bruto-tonnage geschat;
h. ten aanzien van elk schip een verwijzing naar alle daarop betrekking hebbende, in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *b*, ingeschreven stukken en in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen geboekte stukken, alsmede door de Dienst verkregen inlichtingen als bedoeld in artikel 87, eerste lid, onder *b* en *c*;
i. ten aanzien van elke gekozen woonplaats de vermelding ervan, alsmede een verwijzing naar alle daarop betrekking hebbende in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *b*, ingeschreven stukken;
h. ten aanzien van elk schip een verwijzing naar alle daarop betrekking hebbende, in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, ingeschreven stukken en in het register van voorlopige aantekeningen geboekte stukken, alsmede door de Dienst verkregen inlichtingen als bedoeld in artikel 87, eerste lid, onder b en c;
i. ten aanzien van elke gekozen woonplaats de vermelding ervan, alsmede een verwijzing naar alle daarop betrekking hebbende in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, ingeschreven stukken betreffende schepen en rechten waaraan die schepen zijn onderworpen;
j. elk register waarin het schip heeft te boek gestaan;
k. ten aanzien van elk schip, waarop een recht van hypotheek rust, tenminste de gegevens, genoemd in artikel 48, tweede lid, onder *g*, met dien verstande dat in het bepaalde sub 4° voor "de aard van de onroerende zaak" wordt gelezen: het type van het schip en dat voor "gemeenschap" wordt gelezen: medeëigendom of rederij;
l. gegevens, die krachtens andere wettelijke bepalingen dan wel krachtens regeling van Onze Minister worden opgenomen.
k. voorzover op een schip een recht van hypotheek rust, ten minste de gegevens, genoemd in artikel 48, tweede lid, onderdeel g, met dien verstande dat in onderdeel 2° voor «de aard van de onroerende zaak» en «gemeenschap» wordt gelezen «het type van het schip», respectievelijk «mede-eigendom of rederij»;
l. gegevens die worden opgenomen op grond van andere wettelijke bepalingen of op grond van bij regeling van Onze Minister gestelde regels;
m. met betrekking tot een ingeschreven notariële akte en notariële verklaring betreffende schepen en rechten waaraan die schepen zijn onderworpen: de naam en plaats van vestiging van de notaris door wie of door wiens plaatsvervanger de akte is verleden, onderscheidenlijk de verklaring is opgemaakt;
n. ten aanzien van een ingeschreven stuk voorzover betreffend schepen en rechten waaraan die schepen zijn onderworpen: dag, uur en minuut waarop de aanbieding ervan ter inschrijving plaatsvond.
**3.** De in het tweede lid bedoelde gegevens omtrent en de bescheiden betreffende schepen waarvan de teboekstelling is doorgehaald, blijven deel uitmaken van de registratie voor schepen.
**4.** Indien artikel 4, eerste lid, tweede volzin, voor zover schepen betreffend, toepassing heeft gevonden, bevat de registratie van het hoofdkantoor tevens de in het tweede lid bedoelde gegevens van elk schip dat op een ander kantoor van de Dienst te boek staat.
**5.** Het bestuur van de Dienst stelt regelen vast omtrent de wijze waarop de registratie voor schepen wordt gehouden. Het bestuur van de Dienst kan daarbij bepalen dat ten aanzien van het gebruik van hoofd- en kleine letters en diacritische tekens, en van het al dan niet aan elkaar schrijven van letters geen overeenstemming behoeft te bestaan tussen de bij de Dienst bekend gestelde schrijfwijze der in de registratie voor schepen te vermelden gegevens en de wijze van vermelding van die gegevens daarin.
**4.** Het bestuur van de Dienst stelt regelen vast omtrent de wijze waarop de registratie voor schepen wordt gehouden. Het bestuur van de Dienst kan daarbij bepalen dat ten aanzien van het gebruik van hoofd- en kleine letters en diakritische tekens, het al dan niet aan elkaar schrijven van letters en de schrijfwijze van adressen geen overeenstemming behoeft te bestaan tussen de bij de Dienst bekend gestelde schrijfwijze der in de registratie voor schepen te vermelden gegevens en de wijze van vermelding van die gegevens daarin.
### Titel 2. Bijwerking van de registratie voor schepen
@ -1107,11 +1295,11 @@ Bijwerking vindt plaats als bijhouding.
Bijhouding vindt, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze of een andere wet, plaats op grond van veranderingen, voor zover deze blijken uit:
a. stukken die zijn ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b;
a. in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, ingeschreven stukken, voorzover die betrekking hebben op schepen en rechten waaraan die schepen zijn onderworpen;
b. inlichtingen omtrent het overlijden van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een schip in de registratie voor schepen staan vermeld, voor zover althans deze inlichtingen afkomstig zijn van door Onze Minister aangewezen publiekrechtelijke rechtspersonen of andere lichamen aan wie een deel van de overheidstaak is opgedragen;
c. inlichtingen omtrent de wettelijke woonplaats, daaronder begrepen het adres, van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een schip in de registratie voor schepen staan vermeld, voor zover althans deze inlichtingen van die personen zelf afkomstig zijn dan wel van door Onze Minister aangewezen publiekrechtelijke rechtspersonen of andere lichamen aan wie een deel van de overheidstaak is opgedragen.
**2.** Bijhouding van de registratie voor schepen vindt ook plaats met betrekking tot voorlopige aantekeningen en doorhalingen daarvan in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen.
**2.** Bijhouding van de registratie voor schepen vindt ook plaats met betrekking tot voorlopige aantekeningen terzake van stukken betreffende schepen en rechten waaraan die schepen zijn onderworpen en doorhalingen daarvan in het register van voorlopige aantekeningen.
**3.** Artikel 54, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -1136,7 +1324,7 @@ Op beschikkingen inzake de bijhouding, genomen krachtens hoofdstuk 5 van deze we
**3.** De artikelen 56*c*, 56*d*, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 56*e* zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het beroep moet worden ingesteld bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied het kantoor van de Dienst, waar het desbetreffende schip te boek staat, is gelegen.
#### Afdeling 2. Bijhouding op grond van stukken ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b
#### Afdeling 2. Bijhouding op grond van in de openbare registers, bedoeld in
### Artikel 88
@ -1146,9 +1334,9 @@ Op beschikkingen inzake de bijhouding, genomen krachtens hoofdstuk 5 van deze we
### Artikel 89
**1.** Ingeval blijkt dat in een stuk dat is ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *b*, één of meer der in dat stuk vermelde gegevens, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onverenigbaar zijn met de in de registratie voor schepen vermeld staande gegevens ten aanzien van het schip waarop het in te schrijven feit betrekking heeft, vindt artikel 88 slechts toepassing voor zover bijhouding mogelijk is ingevolge de op grond van het volgende lid vast te stellen regelen.
**1.** Ingeval blijkt dat in een stuk dat is ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, één of meer der in dat stuk vermelde gegevens, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onverenigbaar zijn met de in de registratie voor schepen vermeld staande gegevens ten aanzien van het schip waarop het in te schrijven feit betrekking heeft, vindt artikel 88 slechts toepassing voor zover bijhouding mogelijk is ingevolge de op grond van het volgende lid vast te stellen regelen.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt geregeld in hoeverre en op welke wijze bijhouding plaatsvindt, indien een geval, als bedoeld in het eerste lid zich voordoet, in dier voege dat de bijhouding waartoe het ingeschreven stuk aanleiding geeft, eerst wordt voltooid nadat een stuk tot verbetering, als bedoeld in artikel 42, is ingeschreven in de in artikel 8, eerste lid, onder *b*, bedoelde openbare registers.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt geregeld in hoeverre en op welke wijze bijhouding plaatsvindt, indien een geval, als bedoeld in het eerste lid zich voordoet, in dier voege dat de bijhouding waartoe het ingeschreven stuk aanleiding geeft, eerst wordt voltooid nadat een stuk tot verbetering, als bedoeld in artikel 42, is ingeschreven in de in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, bedoelde openbare registers.
**3.** Artikel 59, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -1172,29 +1360,31 @@ Vervallen
### Artikel 92
**1.** De registratie voor luchtvaartuigen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder *f*, wordt op een zodanige wijze gehouden en bijgehouden dat zij tenminste door middel van de naam van de eigenaar en beperkt gerechtigde, door middel van het in artikel 22, eerste lid, onder *a*, bedoelde inschrijvingskenmerk, alsmede door middel van het in artikel 22, eerste lid, onder *d*, bedoelde boekingsnummer van een luchtvaartuig steeds de raadpleegbaarheid van de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *c*, mogelijk doet zijn.
**1.** De registratie voor luchtvaartuigen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, wordt op een zodanige wijze gehouden en bijgehouden, dat zij ten minste door middel van de naam van de eigenaar en beperkt gerechtigde, het inschrijvingskenmerk, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel a, en het boekingsnummer van een luchtvaartuig, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel d, de raadpleegbaarheid mogelijk doet zijn van de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, voorzover het gaat om stukken betreffende luchtvaartuigen en rechten waaraan die luchtvaartuigen zijn onderworpen.
**2.**
De registratie voor luchtvaartuigen bevat ten aanzien van elk daarin te boek staand luchtvaartuig de volgende gegevens:
a. de naam, voornamen, geboortedatum, wettelijke woonplaats met adres en de burgerlijke staat dan wel, indien het een rechtspersoon betreft, de rechtsvorm, naam en wettelijke woonplaats, van degenen die volgens de bij de Dienst bekende gegevens eigenaar dan wel beperkt gerechtigde met betrekking tot luchtvaartuigen zijn, en in geval van een gemeenschap het aandeel van ieder der deelgenoten;
b. ten aanzien van elke eigenaar en beperkt gerechtigde een verwijzing naar alle op hen betrekking hebbende in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *c*, ingeschreven stukken en in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen geboekte stukken;
b. ten aanzien van een eigenaar en beperkt gerechtigde als bedoeld in onderdeel a: een verwijzing naar alle op hen betrekking hebbende in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, ingeschreven stukken of geboekte stukken, voorzover die stukken betreffen luchtvaartuigen en rechten waaraan die luchtvaartuigen zijn onderworpen;
c. de wettelijke benaming van de beperkte rechten waaraan de luchtvaartuigen onderworpen zijn, en van de beslagen die op die luchtvaartuigen of beperkte rechten zijn gelegd, als ook of die luchtvaartuigen of beperkte rechten onder bewind staan, alsmede of ten aanzien daarvan zijn ingeschreven:
1°. een beding, als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, en
2°. voorrechten als bedoeld in artikel 1317 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
d. het nationaliteitskenmerk en het inschrijvingskenmerk, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Luchtvaartwet;
e. de naam en woonplaats van de fabrikant, het type, jaar en plaats van de bouw, het fabrieksnummer, zo het luchtvaartuig dat heeft, met de aanduiding van de plaats waar dit nummer is aangebracht, het aantal motoren, het type, vermogen en de fabrikant van elke motor, alsmede het fabrieksnummer daarvan met de aanduiding van de plaats waar dit nummer is aangebracht;
f. de maximaal toegelaten massa;
g. de dagtekening der teboekstelling, het boekingsnummer, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder *d*, en indien het luchtvaartuig een naam voert, de naam ervan;
h. ten aanzien van elk luchtvaartuig een verwijzing naar alle daarop betrekking hebbende, in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *c*, ingeschreven stukken en in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen geboekte stukken, alsmede door de Dienst verkregen inlichtingen als bedoeld in artikel 94, eerste lid, onder *b* en *c*;
i. ten aanzien van elke gekozen woonplaats de vermelding ervan, alsmede een verwijzing naar alle daarop betrekking hebbende in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *c*, ingeschreven stukken;
d. het nationaliteitskenmerk en het inschrijvingskenmerk, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de Wet luchtvaart;
e. de naam en woonplaats van de fabrikant, het type, jaar en plaats van de bouw, het serienummer, zo het luchtvaartuig dat heeft, met de aanduiding van de plaats waar dit nummer is aangebracht, het aantal motoren, het type, vermogen en de fabrikant van elke motor, alsmede het fabrieksnummer daarvan met de aanduiding van de plaats waar dit nummer is aangebracht;
f. de maximaal toegelaten startmassa;
g. de dagtekening der teboekstelling, het boekingsnummer, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder d, en indien het luchtvaartuig een naam voert, de naam ervan;
h. ten aanzien van elk luchtvaartuig een verwijzing naar alle daarop betrekking hebbende, in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, ingeschreven stukken en in het register van voorlopige aantekeningen geboekte stukken, alsmede door de Dienst verkregen inlichtingen als bedoeld in artikel 94, eerste lid, onder b en c;
i. ten aanzien van elke gekozen woonplaats de vermelding ervan, alsmede een verwijzing naar alle daarop betrekking hebbende in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, ingeschreven stukken betreffende luchtvaartuigen en rechten waaraan die luchtvaartuigen zijn onderworpen;
j. elk register waarin het luchtvaartuig heeft te boek gestaan;
k. ten aanzien van elk luchtvaartuig, waarop een recht van hypotheek rust, tenminste de gegevens, genoemd in artikel 48, tweede lid, onder *g*, met dien verstande dat in het bepaalde sub 4° voor "de aard van de onroerende zaak" wordt gelezen: het type van het luchtvaartuig;
l. gegevens die krachtens andere wettelijke bepalingen dan wel krachtens regeling van Onze Minister worden opgenomen.
k. voorzover op een luchtvaartuig een recht van hypotheek rust, ten minste de gegevens, genoemd in artikel 48, tweede lid, onderdeel g, met dien verstande dat in onderdeel 2° voor «de aard van de onroerende zaak» wordt gelezen «het type van het luchtvaartuig»;
l. gegevens die worden opgenomen op grond van andere wettelijke bepalingen of op grond van bij regeling van Onze Minister gestelde regels;
m. met betrekking tot een ingeschreven notariële akte en notariële verklaring betreffende luchtvaartuigen en rechten waaraan die luchtvaartuigen zijn onderworpen: de naam en plaats van vestiging van de notaris door wie of door wiens plaatsvervanger de akte is verleden, onderscheidenlijk de verklaring is opgemaakt;
n. ten aanzien van een ingeschreven stuk voorzover betreffend luchtvaartuigen en rechten waaraan die luchtvaartuigen zijn onderworpen: dag, uur en minuut waarop de aanbieding ervan ter inschrijving plaatsvond.
**3.** Artikel 85, derde-vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Artikel 85, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Titel 2. Bijwerking van de registratie voor luchtvaartuigen
@ -1210,11 +1400,11 @@ Bijwerking vindt plaats als bijhouding.
Bijhouding vindt, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze of een andere wet, plaats op grond van veranderingen, voor zover deze blijken uit:
a. stukken die zijn ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder c;
a. in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, ingeschreven stukken, voorzover die betrekking hebben op luchtvaartuigen en rechten waaraan die luchtvaartuigen zijn onderworpen;
b. inlichtingen omtrent het overlijden van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een luchtvaartuig in de registratie voor luchtvaartuigen staan vermeld, voor zover althans deze inlichtingen afkomstig zijn van door Onze Minister aangewezen publiekrechtelijke rechtspersonen of andere lichamen aan wie een deel van de overheidstaak is opgedragen;
c. inlichtingen omtrent de wettelijke woonplaats, daaronder begrepen het adres, van personen die als eigenaar of beperkt gerechtigde met betrekking tot een luchtvaartuig in de registratie voor luchtvaartuigen staan vermeld, voor zover althans deze inlichtingen van die personen zelf afkomstig zijn dan wel van door Onze Minister aangewezen publiekrechtelijke rechtspersonen of andere lichamen aan wie een deel van de overheidstaak is opgedragen.
**2.** Bijhouding van de registratie voor luchtvaartuigen vindt ook plaats met betrekking tot voorlopige aantekeningen en doorhalingen daarvan in het desbetreffende register van voorlopige aantekeningen.
**2.** Bijhouding van de registratie voor luchtvaartuigen vindt ook plaats met betrekking tot voorlopige aantekeningen terzake van stukken betreffende luchtvaartuigen en rechten waaraan die luchtvaartuigen zijn onderworpen en doorhalingen daarvan in het register van voorlopige aantekeningen.
**3.** Artikel 54, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -1239,7 +1429,7 @@ Op beschikkingen inzake de bijhouding, genomen krachtens hoofdstuk 6 van deze we
**3.** De artikelen 56*c*, 56*d*, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 56*e* zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het beroep moet worden ingesteld bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied het kantoor van de Dienst, waar het desbetreffende luchtvaartuig te boek staat, is gelegen.
#### Afdeling 2. Bijhouding op grond van stukken ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder c
#### Afdeling 2. Bijhouding op grond van in de openbare registers, bedoeld in
### Artikel 95
@ -1249,9 +1439,9 @@ Op beschikkingen inzake de bijhouding, genomen krachtens hoofdstuk 6 van deze we
### Artikel 96
**1.** Ingeval blijkt dat in een stuk, dat is ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *c*, één of meer der in dat stuk vermelde gegevens, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onverenigbaar zijn met de in de registratie voor luchtvaartuigen vermeld staande gegevens ten aanzien van het luchtvaartuig waarop het in te schrijven feit betrekking heeft, vindt artikel 95 slechts toepassing voor zover bijhouding mogelijk is ingevolge de op grond van het volgende lid vast te stellen regelen.
**1.** Ingeval blijkt dat in een stuk, dat is ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, één of meer der in dat stuk vermelde gegevens, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onverenigbaar zijn met de in de registratie voor luchtvaartuigen vermeld staande gegevens ten aanzien van het luchtvaartuig waarop het in te schrijven feit betrekking heeft, vindt artikel 95 slechts toepassing voor zover bijhouding mogelijk is ingevolge de op grond van het volgende lid vast te stellen regelen.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt geregeld in hoeverre en op welke wijze bijhouding plaatsvindt indien een geval, als bedoeld in het eerste lid, zich voordoet, in dier voege dat de bijhouding waartoe het ingeschreven stuk aanleiding geeft, eerst wordt voltooid nadat een stuk tot verbetering, als bedoeld in artikel 42, is ingeschreven in de in artikel 8, eerste lid, onder *c*, bedoelde openbare registers.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt geregeld in hoeverre en op welke wijze bijhouding plaatsvindt indien een geval, als bedoeld in het eerste lid, zich voordoet, in dier voege dat de bijhouding waartoe het ingeschreven stuk aanleiding geeft, eerst wordt voltooid nadat een stuk tot verbetering, als bedoeld in artikel 42, is ingeschreven in de in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, bedoelde openbare registers.
**3.** Artikel 59, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -1297,97 +1487,85 @@ i. gebieden: administratieve, functionele en geografische gebieden en beheersgeb
### Artikel 98b
**1.** Desgevraagd verstrekt de Dienst inlichtingen over de geografische gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel f, en verleent de Dienst inzage van de daaraan ten grondslag liggende bescheiden.
**2.** Het bestuur van de Dienst wijst ambtenaren aan die belast zijn met de verstrekking van inlichtingen, bedoeld in het eerste lid.
**3.**
Het bestuur van de Dienst stelt vast:
a. de vorm van afschriften van en uittreksels uit de geografische gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel f, en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden;
b. de wijze en plaats van raadpleging van de geografische gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel f, en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden;
c. de wijze waarop inlichtingen over geografische gegevens als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel f, en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden, worden verstrekt en de wijze waarop inzage wordt verleend van de aan die geografische gegevens ten grondslag liggende bescheiden.
Vervallen
## Hoofdstuk 7. Verstrekking van inlichtingen; kadastraal recht
### Titel 1. Verstrekking van inlichtingen
#### Afdeling 1. Verstrekking van inlichtingen uit de openbare registers
#### Afdeling 1. Verstrekking van inlichtingen uit de openbare registers, de kadastrale registratie, het kaartenbestand, de daaraan ten grondslag liggende bescheiden, het net van coördinaatpunten, de registratie voor schepen, de registratie voor luchtvaartuigen omtrent geografische gegevens
### Artikel 99
**1.** Desverlangd verleent de bewaarder inzage van de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en geeft hij voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels van de in deze registers ingeschreven dan wel geboekte stukken, alsmede getuigschriften omtrent het al dan niet bestaan van inschrijvingen dan wel voorlopige aantekeningen betreffende een registergoed of een persoon af of zendt deze toe.
**1.** Desgevraagd verleent de Dienst inzage van de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en geeft hij af of zendt toe voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels van de in die registers ingeschreven of geboekte stukken, en getuigschriften omtrent het al dan niet bestaan van inschrijvingen of voorlopige aantekeningen betreffende een registergoed of een persoon.
**2.** Het bestuur van de Dienst stelt de vorm van de afschriften, uittreksels en getuigschriften vast, alsmede regelen omtrent de wijze van raadpleging van de in het eerste bedoelde registers.
**2.** Indien met betrekking tot een registergoed in het register van voorlopige aantekeningen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, voorlopige aantekeningen zijn gesteld die nog niet zijn doorgehaald, wordt op de getuigschriften inzake dat registergoed melding gemaakt van die nog niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen.
### Artikel 100
**1.** Indien met betrekking tot een registergoed inschrijvingen ter zake van hypotheken en beslagen in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*-*c* zijn doorgehaald, wordt op de getuigschriften inzake dat registergoed ten aanzien van hypotheken en beslagen melding gemaakt van het feit dat doorhaling heeft plaatsgevonden.
**1.** Desgevraagd verleent de Dienst inzage van de kadastrale registratie, de door de Dienst gehouden kadastrale kaarten en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden, en geeft hij voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan af of zendt die toe.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gevallen waarin in de openbare registers van voorlopige aantekeningen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *d*, voorlopige aantekeningen met betrekking tot een registergoed zijn gesteld die nog niet zijn doorgehaald.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gevallen waarin de verstrekking van inlichtingen uit de kadastrale kaarten en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden na een verzoek daartoe in papieren vorm te velde kan plaatsvinden, en met betrekking tot de daarbij in acht te nemen regels.
**3.** Desgevraagd verstrekt de Dienst inlichtingen over het net van coördinaatpunten.
### Artikel 101
**1.** Indien de verstrekking van inlichtingen, bedoeld in artikel 99, eerste lid, onroerende zaken en de rechten waaraan deze onderworpen zijn betreft, is daarmee belast de bewaarder van het kantoor van de Dienst, binnen welks kring de onroerende zaken zijn gelegen.
**1.** Desgevraagd verleent de Dienst inzage van de registratie voor schepen en van andere documenten betreffende schepen die niet zijn ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, en geeft hij voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan af of zendt die toe.
**2.** Indien de verstrekking van inlichtingen, bedoeld in artikel 99, eerste lid, schepen en luchtvaartuigen en de rechten waaraan deze onderworpen zijn betreft, is daarmee belast de bewaarder van het kantoor van de Dienst, waar de openbare registers waarin het verzoek tot teboekstelling van het desbetreffende schip onderscheidenlijk luchtvaartuig is ingeschreven, worden gehouden.
**3.** Het bestuur van de Dienst kan andere ambtenaren dan die, bedoeld in het eerste en tweede lid, belasten met de in die leden bedoelde werkzaamheden.
#### Afdeling 2. Verstrekking van inlichtingen uit de kadastrale registratie, het kaartenbestand, de daaraan ten grondslag liggende bescheiden en het net van coördinaatpunten
**2.** De Dienst kan desgevraagd een verklaring afgeven, inhoudende dat een schip ten aanzien waarvan bij het desbetreffende verzoek door de betrokkene ten minste zodanige gegevens worden bekend gesteld dat de identiteit van het schip voldoende vaststaat, niet te boek staat noch heeft te boek gestaan.
### Artikel 102
**1.** Desverlangd verleent de Dienst inzage van de kadastrale registratie, de door de Dienst gehouden kaarten en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden, en geeft hij voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan af of zendt deze toe.
**1.** Desgevraagd verleent de Dienst inzage van de registratie voor luchtvaartuigen en van andere documenten betreffende luchtvaartuigen die niet zijn ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, en geeft hij voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan af of zendt die toe.
**2.** Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van de afschriften en uittreksels. Bij regeling van het bestuur van de Dienst worden regelen vastgesteld omtrent de wijze van raadpleging van de in het eerste lid bedoelde registratie, kaarten en bescheiden.
**2.** De Dienst kan desgevraagd een verklaring afgeven, inhoudende dat een luchtvaartuig ten aanzien waarvan bij het desbetreffende verzoek door de betrokkene ten minste het nationaliteitskenmerk en het inschrijvingskenmerk, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de Wet luchtvaart worden bekend gesteld, niet te boek staat noch heeft te boek gestaan.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld omtrent de gevallen waarin de verstrekking van inlichtingen uit de kadastrale kaarten en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden op schriftelijk verzoek te velde kan plaatsvinden, alsmede omtrent de daarbij in acht te nemen regelen.
### Artikel 102a
**4.** Desverlangd verstrekt de Dienst ook inlichtingen omtrent het net van coördinaatpunten, bedoeld in artikel 52, overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe vast te stellen regelen.
Desgevraagd verstrekt de Dienst inlichtingen over de geografische gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel f, en verleent de Dienst inzage van de daaraan ten grondslag liggende bescheiden.
### Artikel 103
**1.** Ten aanzien van het verlenen van inzage en de afgifte van afschriften of uittreksels van de kadastrale registratie is artikel 101, eerste en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
**1.** Desgevraagd geeft de Dienst een verklaring af dat sedert het tijdstip waarop een getuigschrift, afschrift of uittreksel als bedoeld in de artikelen 99 tot en met 102 door hem is afgegeven, in de daarin vermelde gegevens geen wijziging is opgetreden.
**2.** Het bestuur van de Dienst wijst ambtenaren aan die belast zijn met het verstrekken van de overige in artikel 102 bedoelde inlichtingen.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op afschriften en uittreksels van de door de Dienst gehouden kadastrale kaarten.
### Artikel 104
**1.** Onverminderd het bepaalde in artikel 102, eerste lid, verstrekt de Dienst desgevraagd aan gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen voor hun grondgebied een afschrift van de kadastrale registratie en de door de Dienst gehouden kaarten.
**1.** Onverminderd artikel 100, eerste lid, verstrekt de Dienst desgevraagd aan gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen voor hun grondgebied een afschrift van de kadastrale registratie en de door de Dienst gehouden kadastrale kaarten.
**2.** Door het bestuur van de Dienst worden in overleg met betrokkenen regels gesteld omtrent de wijzen waarop door de Dienst, al of niet periodiek, grote hoeveelheden gegevens uit de kadastrale registratie aan gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen worden verstrekt.
**2.** Door het bestuur van de Dienst worden in overleg met betrokkenen regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop door de Dienst, al of niet periodiek, grote hoeveelheden gegevens uit de kadastrale registratie aan gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen worden verstrekt.
**3.** Op de verstrekking van gegevens bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn de artikelen 108 tot en met 110 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat bij de vaststelling van de hoogte van het verschuldigde kadastraal recht rekening wordt gehouden met besparingen die voortvloeien uit het feit dat grote hoeveelheden gegevens tegelijkertijd worden verstrekt.
**3.** Op de verstrekking van gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn de artikelen 108 tot en met 110 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij de vaststelling van de hoogte van het verschuldigde kadastraal recht rekening wordt gehouden met besparingen die voortvloeien uit het feit dat grote hoeveelheden gegevens tegelijkertijd worden verstrekt.
### Artikel 105
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de voorwaarden waaronder en de wijze waarop een permanente aansluiting kan worden verkregen op de geautomatiseerde kadastrale registratie.
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder en de wijze waarop een permanente aansluiting kan worden verkregen op, voorzover in elektronische vorm gehouden, de openbare registers voor registergoederen, de kadastrale registratie, de door de Dienst gehouden kaarten, de registratie voor schepen en de registratie voor luchtvaartuigen.
**2.** Het bestuur van de Dienst kan aan gemeenten die beschikken over een permanente aansluiting op de geautomatiseerde kadastrale registratie, desgevraagd de bevoegdheid geven daaruit gegevens aan derden te verschaffen. Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, worden regels gesteld omtrent de voorwaarden, waaronder een zodanige bevoegdheid wordt verleend, alsmede omtrent de gevallen waarin de verlening van een zodanige bevoegdheid kan worden ingetrokken.
#### Afdeling 3. Verstrekking van inlichtingen uit de registratie voor schepen
**2.** Het bestuur van de Dienst kan aan gemeenten die beschikken over een permanente aansluiting als bedoeld in het eerste lid, desgevraagd de bevoegdheid geven daaruit gegevens aan derden te verschaffen. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder een bevoegdheid als bedoeld in de eerste zin wordt verleend en de gevallen waarin de verlening van die bevoegdheid kan worden ingetrokken.
### Artikel 106
**1.** Desverlangd verleent de bewaarder inzage van de registratie voor schepen en van andere documenten betreffende schepen die niet zijn ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *b*, en geeft hij voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan af of zendt deze toe. De bewaarder kan desverlangd een verklaring afgeven inhoudende dat een schip, ten aanzien waarvan bij het desbetreffende verzoek door de betrokkene tenminste zodanige gegevens worden bekend gesteld dat de identiteit van het schip voldoende vaststaat, niet te boek staat noch heeft te boek gestaan.
**1.** De bewaarder is belast met de verstrekking van de inlichtingen, bedoeld in de artikelen 99, 100, eerste lid, voorzover betreffend de kadastrale registratie, en 101, 102 en 103.
**2.** Artikel 102, tweede lid, is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing. Het bestuur van de Dienst stelt de vorm van de in het eerste lid genoemde verklaring vast.
**2.** Het bestuur van de Dienst kan andere personen behorend tot het personeel van de Dienst dan de bewaarder belasten met de verstrekking van de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Artikel 101, tweede en derde lid, is eveneens van overeenkomstige toepassing.
#### Afdeling 4. Verstrekking van inlichtingen uit de registratie voor luchtvaartuigen
**3.** Het bestuur van de Dienst wijst ambtenaren aan die belast zijn met de verstrekking van de inlichtingen, bedoeld in artikel 100, met uitzondering van inlichtingen uit de kadastrale registratie, en artikel 102a.
### Artikel 107
**1.** Desverlangd verleent de bewaarder inzage van de registratie voor luchtvaartuigen en van andere documenten betreffende luchtvaartuigen die niet zijn ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *c*, en geeft hij voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan af of zendt deze toe. De bewaarder kan desverlangd een verklaring afgeven inhoudende dat een luchtvaartuig, waarvan bij het desbetreffend verzoek door de betrokkene tenminste het nationaliteitskenmerk en het inschrijvingskenmerk, bedoeld in artikel 6, eerste lid van de Luchtvaartwet moet worden bekend gesteld, niet te boek staat noch heeft te boek gestaan.
Het bestuur van de Dienst stelt vast:
**2.** Artikel 102, tweede lid, is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing. Het bestuur van de Dienst stelt de vorm van de in het eerste lid genoemde verklaring vast.
a. de vorm van de afschriften, uittreksels, getuigschriften en verklaringen, bedoeld in de artikelen 99 tot en met 102a, alsmede de gevallen waarin de Dienst getuigschriften opmaakt;
b. de wijze en plaats van raadpleging van de openbare registers voor registergoederen, de kadastrale registratie, de door de Dienst gehouden kadastrale kaarten en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden, de registratie voor schepen en andere documenten betreffende schepen, de registratie voor luchtvaartuigen en andere documenten betreffende luchtvaartuigen, de geografische gegevens en de aan die gegevens ten grondslag liggende bescheiden;
c. de vorm van de verklaring, bedoeld in artikel 103, en de wijze waarop de afschriften, uittreksels en getuigschriften, bedoeld in dat artikel, worden voorzien van die verklaring;
d. de wijze waarop de waarmerking, bedoeld in de artikelen 99 tot en met 102, van in papieren vorm te verstrekken afschriften, uittreksels en getuigschriften als bedoeld in de artikelen 99 tot en met 102 plaatsvindt;
e. de wijze waarop in elektronische vorm te verstrekken getuigschriften, afschriften, uittreksels en verklaringen als bedoeld in de artikelen 99 tot en met 102 worden gewaarmerkt, waartoe zij ten minste worden voorzien van een elektronische handtekening van de bewaarder en welke waarmerking wat betreft afschriften en uittreksels mede omvat de waarmerking voor eensluidendheid;
f. de wijze waarop inlichtingen over het net van coördinaatpunten worden verstrekt, en
g. de wijze waarop inlichtingen over geografische gegevens als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel f, worden verstrekt en de wijze waarop inzage wordt verleend van de aan die geografische gegevens ten grondslag liggende bescheiden.
**3.** Artikel 101, tweede en derde lid, is eveneens van overeenkomstige toepassing.
#### Afdeling 5. Bepalingen in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
#### Afdeling 2. Bepalingen in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
### Artikel 107a
@ -1397,7 +1575,7 @@ c. de wijze waarop inlichtingen over geografische gegevens als bedoeld in artike
### Artikel 107b
Ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen die in de kadastrale registratie, de registratie voor schepen en in de registratie voor luchtvaartuigen vermeld staan, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor daarbij aangewezen soort of soorten van persoonsgegevens beperkingen worden vastgesteld ten aanzien van de verstrekking van inlichtingen als bedoeld in de artikelen 99 tot en met 107. Daarbij kunnen tevens regels worden vastgesteld voor de behandeling van verzoeken tot afscherming van gegevens.
Ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen die in de kadastrale registratie, de registratie voor schepen en in de registratie voor luchtvaartuigen vermeld staan, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor daarbij aangewezen soort of soorten van persoonsgegevens beperkingen worden vastgesteld ten aanzien van de verstrekking van inlichtingen als bedoeld in de artikelen 99 tot en met 107. Daarbij kunnen tevens regels worden vastgesteld voor de behandeling van verzoeken tot afscherming van persoonsgegevens.
### Artikel 107c
@ -1421,7 +1599,7 @@ Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot d
Het bestuur van de Dienst is bevoegd om in bijzondere gevallen vrijstelling, vermindering of teruggaaf van kadastraal recht te verlenen.
## Hoofdstuk 8. Overige en slotbepalingen
## Hoofdstuk 8. Wijziging van de kadastrale aanduiding van onroerende zaken en appartementsrechten anders dan in geval van bijwerking; opnieuw vaststellen van de grootte van percelen; herstel van kennelijke misslagen begaan bij de bijwerking en van onregelmatigheden begaan bij het houden van de openbare registers
### Artikel 110a
@ -1437,7 +1615,7 @@ Op beschikkingen, genomen krachtens hoofdstuk 8 van deze wet, zijn de artikelen
### Artikel 112
**1.** Kennelijke misslagen, door de Dienst begaan bij de bijwerking van de kadastrale registratie, de door de Dienst gehouden kaarten en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden worden op verzoek van een belanghebbende dan wel ambtshalve hersteld. Artikel 56*b*, eerste lid, de artikelen 56*c* tot en met 56*e* en artikel 58, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
**1.** Kennelijke misslagen, door de Dienst begaan bij de bijwerking van de kadastrale registratie, de door de Dienst gehouden kadastrale kaarten en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden worden op verzoek van een belanghebbende dan wel ambtshalve hersteld. Artikel 56b, eerste lid, de artikelen 56c tot en met 56e en artikel 58, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
**2.** Het verzoek wordt ingediend bij het kantoor van de Dienst, binnen welks kring de desbetreffende onroerende zaak is gelegen.
@ -1469,34 +1647,38 @@ Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van de in de artikelen 111-114 voor
### Artikel 116
**1.** Het bestuur van de Dienst stelt regelen vast omtrent de wijze waarop vergissingen, verzuimen of andere onregelmatigheden, begaan door de bewaarder bij de inschrijving van stukken in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a-c*, bij het stellen daarin van aantekeningen, daaronder begrepen doorhalingen van inschrijvingen in die registers, bij de boeking van stukken in de registers van voorlopige aantekeningen, of bij de doorhaling van voorlopige aantekeningen, worden hersteld.
**1.** Het bestuur van de Dienst stelt regels met betrekking tot de wijze waarop een vergissing, verzuim of een andere onregelmatigheid begaan door de bewaarder bij de inschrijving van stukken in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, bij het stellen daarin van aantekeningen, bij de boeking van stukken in het register van voorlopige aantekeningen, of bij de doorhaling van voorlopige aantekeningen, wordt hersteld.
**2.** Het bestuur van de Dienst stelt voorts regelen vast omtrent de wijze waarop kennelijke misslagen, door de Dienst begaan bij de bijwerking van de kadastrale registratie, de door de Dienst gehouden kaarten en daaraan ten grondslag liggende bescheiden, worden hersteld.
**2.** Het bestuur van de Dienst stelt voorts regelen vast omtrent de wijze waarop kennelijke misslagen, door de Dienst begaan bij de bijwerking van de kadastrale registratie, de door de Dienst gehouden kadastrale kaarten en daaraan ten grondslag liggende bescheiden, worden hersteld.
**3.** Het tweede lid is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing op het herstel van kennelijke misslagen, door de Dienst begaan bij de bijhouding van de registratie voor schepen en de registratie voor luchtvaartuigen.
## Hoofdstuk 9. Overige en slotbepalingen
### Artikel 117
**1.** De D ienst is jegens betrokkenen aansprakelijk voor de schade die zij lijden, doordat in strijd met de wet een inschrijving is geweigerd of geschied.
**1.** De Dienst is jegens betrokkenen aansprakelijk voor de schade die zij lijden, doordat in strijd met de wet een inschrijving is geweigerd of geschied.
**2.** De Dienst is eveneens aansprakelijk voor alle verdere vergissingen, verzuimen, vertragingen of andere onregelmatigheden van zijn ambtenaren, gepleegd bij het houden van de registers of bij het opmaken of afgeven van afschriften, uittreksels en getuigschriften.
**3.** De Dienst is jegens betrokkenen aansprakelijk voor vergissingen, verzuimen of andere onregelmatigheden door de Dienst gepleegd bij het bijwerken van de kadastrale registratie, de door de Dienst gehouden kaarten en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden, alsmede van de registratie voor schepen en de registratie voor luchtvaartuigen.
**3.** De Dienst is jegens betrokkenen aansprakelijk voor vergissingen, verzuimen of andere onregelmatigheden door de Dienst gepleegd bij het bijwerken van de kadastrale registratie, de door de Dienst gehouden kadastrale kaarten en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden, alsmede van de registratie voor schepen en de registratie voor luchtvaartuigen.
**4.** De Dienst is eveneens aansprakelijk voor alle vergissingen, verzuimen of andere onregelmatigheden van de Dienst, begaan bij het schriftelijk verstrekken van inlichtingen uit de kadastrale registratie, de door de Dienst gehouden kaarten en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden, alsmede uit de registratie voor schepen en de registratie voor luchtvaartuigen.
**4.** De Dienst is eveneens aansprakelijk voor alle vergissingen, verzuimen of andere onregelmatigheden van de Dienst, begaan bij het in papieren vorm en in elektronische vorm verstrekken van inlichtingen uit de kadastrale registratie, de door de Dienst gehouden kadastrale kaarten en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden, alsmede uit de registratie voor schepen en de registratie voor luchtvaartuigen.
**5.**
De Dienst is aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door een vergissing, verzuim of een andere onregelmatigheid door hem begaan bij:
a. het vervaardigen, verzamelen, houden en bijwerken van geografische gegevens en het uniform en consistent cartografisch weergeven van die gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen f en g, en
b. het schriftelijk verstrekken van inlichtingen omtrent geografische gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen g en h.
b. het in papieren vorm en in elektronische vorm verstrekken van inlichtingen omtrent geografische gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen g en h.
**6.** Het bestuur van de Dienst kan regels stellen met betrekking tot aansprakelijkheid voor de gevolgen van storingen in de middelen die de Dienst gebruikt bij elektronische gegevensuitwisseling als bedoeld in deze wet.
### Artikel 118
**1.** Door het bestuur van de Dienst te nemen beslissingen en vast te stellen regelen als bedoeld in deze wet, worden geplaatst in de *Staatscourant*.
**1.** Door het bestuur van de Dienst te nemen beslissingen en te stellen regels als bedoeld in deze wet, worden geplaatst in de *Staatscourant*.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de beslissingen, bedoeld in de artikelen 4, derde lid, 6, 7, tweede lid, 8, tweede lid, tweede zin, 17, 82, 91, derde lid, 98, derde lid, 99, tweede lid, 102, tweede lid, eerste volzin, 106, tweede lid, 107, tweede lid, 110 en 115.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de beslissingen, bedoeld in de artikelen 4a, eerste lid, derde zin, 6, 7, tweede tot en met vierde lid, 8, derde lid, derde zin, 9, derde, vierde en zesde lid, 9a, 11a, tweede lid, tweede zin, derde lid, tweede zin, en vierde lid, tweede zin, 11b, achtste lid, 11c, tweede en derde lid, 12, eerste lid, tweede zin, 13, eerste lid, tweede zin, en tweede lid, derde zin, 14, 17, eerste lid, onderdeel a, 46, derde lid, tweede zin, 82, 91, derde lid, 98, derde lid, 107, onderdelen a en c tot en met e, 110, en 115, en op de regels, bedoeld in de artikelen 4a, derde lid, tweede zin, 8, tweede lid, eerste en vierde zin, en 17, eerste lid, onderdeel b.
### Artikel 119