diff --git a/wet/wet-financiering-decentrale-overheden/BWBR0011987/README.md b/wet/wet-financiering-decentrale-overheden/BWBR0011987/README.md index 602839b9eea..0af39e6d802 100644 --- a/wet/wet-financiering-decentrale-overheden/BWBR0011987/README.md +++ b/wet/wet-financiering-decentrale-overheden/BWBR0011987/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet financiering decentrale overheden bwb_id: BWBR0011987 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2001-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2013-12-11' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0011987 citeertitel: Wet financiering decentrale overheden --- @@ -36,14 +36,13 @@ e. gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal: het gemiddelde van de netto-v f. kasgeldlimiet: een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar; g. renterisico op de vaste schuld: mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van een openbaar lichaam verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer; h. de renterisiconorm: een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van het begrotingstotaal van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar; -i. 3%-norm voor het EMU-saldo van de overheid: de referentiewaarde voor het vorderingensaldo van de overheid zoals vastgelegd in artikel 104C en Protocol nr. 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie; -j. toezichthouder: het bestuursorgaan dat op grond van enige wettelijke bepaling is belast met het toezicht op de begroting van een openbaar lichaam; -k. Onze Ministers: +i. toezichthouder: het bestuursorgaan dat op grond van enige wettelijke bepaling is belast met het toezicht op de begroting van een openbaar lichaam; +j. Onze Ministers: 1°. Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties indien het de in onderdeel a, onder 1°, 2° en 5° bedoelde lichamen en organen betreft; 2°. Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat indien het de in onderdeel a, onder 3°, bedoelde lichamen betreft; 3°. Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties indien het de in onderdeel a, onder 4°, bedoelde lichamen en organen betreft alsmede Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor zover aan de in onderdeel a, onder 4°, bedoelde lichamen en organen waterschappen deelnemen; -l. begrotingstotaal: de totale lasten op de begroting. +k. begrotingstotaal: de totale lasten op de begroting. ### Artikel 2 @@ -55,6 +54,14 @@ l. begrotingstotaal: de totale lasten op de begroting. **4.** Openbare lichamen sluiten ten gunste van personeel of politieke ambtsdragers van openbare lichamen geen contracten met betrekking tot hypothecaire leningen of garanties op de verstrekking van hypothecaire leningen door andere financiële instellingen. +### Artikel 2a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + +### Artikel 2b + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 3 **1.** Onze Ministers stellen bij ministeriële regeling een percentage voor de berekening van de kasgeldlimiet vast. Onze Ministers zenden eens per drie jaar aan de Staten-Generaal een verslag houdende overwegingen met betrekking tot de hoogte van het percentage, bedoeld in de eerste volzin. @@ -99,11 +106,7 @@ l. begrotingstotaal: de totale lasten op de begroting. ### Artikel 7 -**1.** Indien een dreigende overschrijding van de 3%-norm voor het EMU-saldo van de overheid door een ongewenste ontwikkeling van het EMU-saldo van de openbare lichamen wordt veroorzaakt, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ter beheersing van het EMU-saldo van de openbare lichamen. - -**2.** Een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. - -**3.** Indien aan Nederland een boete wegens overschrijding van de EMU-norm wordt opgelegd en de decentrale overheden daarin een aandeel hebben, kan de minister van Financiën vaststellen voor welk deel decentrale overheden bijdragen in de boete, na regulier bestuurlijk overleg tussen de fondsbeheerders en de instanties die representatief geacht kunnen worden voor de desbetreffende decentrale overheden. +Vervallen ### Artikel 8