2008-07-23 | BWBR0020421 | Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2008-07-23 12:00:00 +00:00
parent bfa5d40b02
commit 521c0ec5df

View file

@ -2401,25 +2401,31 @@ e. indien van toepassing: een mededeling dat de beleggingsinstelling interimdivi
#### Paragraaf 10.3.2. Aanvullende regels voor instellingen voor collectieve belegging in effecten
### Artikel 125a
**1.** Voor de toepassing van het ingevolge deze paragraaf bepaalde worden de voorschriften in acht genomen zoals opgenomen in richtlijn nr. 2007/16/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 maart 2007 tot uitvoering van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbes) wat de verduidelijking van bepaalde definities betreft (PbEU L 79).
**2.** Een wijziging van richtlijn nr. 2007/16/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 maart 2007 tot uitvoering van Richtlijn 85/611/EEG van de Raad tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbes) wat de verduidelijking van bepaalde definities betreft (PbEU L 79) gaat voor de toepassing van deze paragraaf gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
### Artikel 126
**1.** Artikel 4:56, eerste lid, eerste volzin, van de wet is niet van toepassing op instellingen voor collectieve belegging in effecten die beleggingsmaatschappij zijn waarvan de rechten van deelneming zijn toegelaten tot de notering op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten en die uitsluitend op die gereglementeerde markt of andere markt in financiële instrumenten worden verhandeld. De statuten van de beleggingsmaatschappij vermelden in dat geval de methoden voor de berekening van de intrinsieke waarde van die rechten.
**1.** Artikel 4:56, eerste lid, eerste volzin, van de wet is niet van toepassing op instellingen voor collectieve belegging in effecten die beleggingsmaatschappij zijn waarvan de rechten van deelneming zijn toegelaten tot de notering op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is en die uitsluitend op dat handelsplatform worden verhandeld. De statuten van de beleggingsmaatschappij vermelden in dat geval de methoden voor de berekening van de intrinsieke waarde van die rechten.
**2.**
Artikel 4:56, eerste lid, eerste volzin, van de wet is tevens niet van toepassing op instellingen voor collectieve beleggingen in effecten die beleggingsmaatschappij zijn waarvan de rechten van deelneming voor ten minste tachtig procent op een in de statuten vermelde gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten worden verhandeld, indien:
Artikel 4:56, eerste lid, eerste volzin, van de wet is tevens niet van toepassing op instellingen voor collectieve beleggingen in effecten die beleggingsmaatschappij zijn waarvan de rechten van deelneming voor ten minste tachtig procent op een in de statuten vermeld handelsplatform worden verhandeld, indien:
a. de belangen van de deelnemers in de beleggingsmaatschappij worden beschermd op een wijze die gelijkwaardig is aan de bescherming uit hoofde van de wet en dit besluit;
b. de rechten van deelneming zijn toegelaten tot de notering op een markt in financiële instrumenten van de lidstaat waar zij verhandeld worden;
c. de door de beleggingsmaatschappij niet op de gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten verrichte transacties in haar rechten van deelneming slechts tegen beurskoers plaatsvinden;
d. de statuten de gereglementeerde markt of de andere markt in financiële instrumenten vermelden waarvan de notering de prijs bepaalt voor de transacties die door de beleggingsmaatschappij in de staat waar die gereglementeerde markt of de andere markt in financiële instrumenten gelegen is, niet op de gereglementeerde markt of de andere markt in financiële instrumenten worden verricht; en
b. de rechten van deelneming zijn toegelaten tot de notering op een handelsplatform van de lidstaat waar zij verhandeld worden;
c. de door de beleggingsmaatschappij niet op het handelsplatform verrichte transacties in haar rechten van deelneming slechts tegen beurskoers plaatsvinden;
d. de statuten het handelsplatform vermelden waarvan de notering de prijs bepaalt voor de transacties die door de beleggingsmaatschappij in de staat waar dat handelsplatform is gelegen, buiten het handelsplatform worden verricht; en
e. de statuten de methoden voor de berekening van de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming vermelden.
### Artikel 127
**1.** Een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 126 draagt een accountant op om zich ten minste eenmaal per kwartaal ervan te vergewissen dat de berekening van de waarde van rechten van deelneming plaatsvindt overeenkomstig haar statuten en dit besluit en dat de activa van de beleggingsmaatschappij zijn belegd in overeenstemming met haar statuten en met de artikelen 130 tot en met 143, waarbij tussen elk van de tijdstippen van vergewissing een periode van ten minste een week ligt.
**2.** Een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 126 koopt of verkoopt al dan niet door tussenkomst van een derde haar rechten van deelneming dan wel geeft deze uit, om te voorkomen dat de waarde van haar rechten van deelneming op de gereglementeerde markt of andere markt in financiële instrumenten meer dan vijf procent afwijkt van de intrinsieke waarde.
**2.** Een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 126 koopt of verkoopt al dan niet door tussenkomst van een derde haar rechten van deelneming dan wel geeft deze uit, om te voorkomen dat de waarde van haar rechten van deelneming op het handelsplatform meer dan vijf procent afwijkt van de intrinsieke waarde.
### Artikel 128
@ -2436,9 +2442,9 @@ Een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:6
Het beheerde vermogen van een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet wordt uitsluitend belegd in:
a. effecten en geldmarktinstrumenten die zijn toegelaten tot de notering of worden verhandeld op een markt in financiële instrumenten in een lidstaat;
b. effecten en geldmarktinstrumenten die zijn toegelaten tot de notering of worden verhandeld op een markt in financiële instrumenten in een staat die geen lidstaat is, voorzover de statuten of het fondsreglement van de instelling voor collectieve belegging in effecten voorzien in belegging in deze financiële instrumenten;
c. effecten waarvan het aannemelijk is dat zij binnen een jaar na emissie zullen worden toegelaten tot de notering of ter verhandeling zullen worden aangeboden op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten voorzover de statuten of het fondsreglement van de instelling voor collectieve belegging in effecten voorzien in belegging in deze financiële instrumenten;
a. effecten en geldmarktinstrumenten die zijn toegelaten tot de notering of worden verhandeld op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit;
b. effecten en geldmarktinstrumenten die zijn toegelaten tot de notering of worden verhandeld op een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, voorzover de statuten of het fondsreglement van de instelling voor collectieve belegging in effecten voorzien in belegging in deze financiële instrumenten;
c. effecten waarvan het aannemelijk is dat zij binnen een jaar na emissie zullen worden toegelaten tot de notering of ter verhandeling zullen worden aangeboden op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is voorzover de statuten of het fondsreglement van de instelling voor collectieve belegging in effecten voorzien in belegging in deze financiële instrumenten;
d. rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten voor het aanbieden waarvan op grond van artikel 2:65 van de wet een vergunning is verleend of in instellingen voor collectieve belegging in effecten die overeenkomstig de richtlijn beleggingsinstellingen in een andere lidstaat zijn toegelaten, indien de betreffende instellingen voor collectieve belegging in effecten volgens hun statuten of fondsreglementen niet meer dan tien procent van hun beheerde vermogen beleggen in rechten van deelneming in andere beleggingsinstellingen;
e. rechten van deelneming in beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat of in beleggingsinstellingen waarop het toezicht naar het oordeel van de toezichthoudende instanties in andere lidstaten gelijkwaardig is aan de richtlijn beleggingsinstellingen en ten aanzien waarvan de samenwerking tussen de toezichthouders en de toezichthoudende instanties genoegzaam is gewaarborgd, indien:
@ -2447,18 +2453,18 @@ e. rechten van deelneming in beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen
3°. de op de beleggingsinstellingen toepasselijke regels inzake scheiding van het vermogen, opnemen en verstrekken van leningen en verkopen van effecten en geldmarktinstrumenten vanuit een ongedekte positie gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van de richtlijn beleggingsinstellingen; en
4°. de beleggingsinstellingen volgens hun statuten of fondsreglementen niet meer dan tien procent van hun beheerde vermogen beleggen in rechten van deelneming in andere beleggingsinstellingen;
f. depositos;
g. financiële derivaten die zijn toegelaten tot de notering of worden verhandeld op een markt in financiële instrumenten, voorzover de waarde afhankelijk is van de in dit artikel genoemde financiële instrumenten en depositos, financiële indices, rentetarieven, wisselkoersen of valutas waarin de instelling voor collectieve belegging in effecten krachtens haar statuten of reglementen mag beleggen;
h. financiële derivaten die niet op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten worden verhandeld, indien:
g. financiële derivaten die zijn toegelaten tot de notering of worden verhandeld op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, voorzover de waarde afhankelijk is van de in dit artikel genoemde financiële instrumenten en depositos, financiële indices, rentetarieven, wisselkoersen of valutas waarin de instelling voor collectieve belegging in effecten krachtens haar statuten of reglementen mag beleggen;
h. financiële derivaten die niet op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is worden verhandeld, indien:
1°. de waarde afhankelijk is van de in dit artikel genoemde financiële instrumenten en depositos, financiële indices, rentetarieven, wisselkoersen of valutas waarin instellingen voor collectieve belegging in effecten krachtens haar statuten of reglementen mag beleggen;
2°. de tegenpartij een aan prudentieel toezicht onderworpen instelling is en behoort tot de categorieën die erkend zijn door de Autoriteit Financiële Markten of een toezichthoudende instantie in een andere lidstaat; en
3°. zij aan betrouwbare en verifieerbare dagelijkse waardering onderworpen zijn en te allen tijde tegen hun waarde in het economisch verkeer op initiatief van de instelling voor collectieve belegging in effecten kunnen worden verkocht, te gelde gemaakt of afgesloten door een compenserende transactie; of
i. geldmarktinstrumenten die niet op een gereglementeerde markt of andere markt in financiële instrumenten worden verhandeld, indien de emissie of de emittent van deze instrumenten zelf aan regelgeving is onderworpen met het oog op de bescherming van beleggers en spaargelden, en deze instrumenten:
i. geldmarktinstrumenten die niet op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is worden verhandeld, indien de emissie of de emittent van deze instrumenten zelf aan regelgeving is onderworpen met het oog op de bescherming van beleggers en spaargelden, en deze instrumenten:
1°. worden uitgegeven of gegarandeerd door een centrale, regionale of plaatselijke overheid, de centrale bank van een lidstaat, de Europese Centrale Bank, de Europese Unie of de Europese Investeringsbank, een staat die geen lidstaat is, een deelstaat van een federale staat of een internationale publiekrechtelijke instelling waarin een of meer lidstaten deelnemen;
2°. worden uitgegeven door een onderneming waarvan effecten worden verhandeld op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten;
2°. worden uitgegeven door een onderneming waarvan effecten worden verhandeld op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is;
3°. worden uitgegeven of gegarandeerd door een instelling die in een lidstaat aan prudentieel toezicht is onderworpen of door een instelling die onderworpen is aan prudentieel toezicht dat in ieder geval gelijkwaardig is aan het ingevolge het gemeenschapsrecht geldende prudentieel toezicht; of
4°. worden uitgegeven door andere instellingen waarvoor een gelijkwaardige bescherming van de belegger geldt als is vastgelegd in dit onderdeel, aanhef en onder 1°, 2° en 3°, indien de uitgevende instelling een onderneming is waarvan het kapitaal en de reserves in totaal ten minste € 10.000.000 bedragen en die haar jaarrekeningen presenteert en publiceert overeenkomstig de Vierde richtlijn nr. 78/660/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3 sub g) van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschappen (PbEG L 222), of een rechtspersoon is die binnen een groep waartoe een of meer ondernemingen waarvan de aandelen zijn toegelaten tot notering aan een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten behoren, specifiek gericht is op de financiering van de groep, of een rechtspersoon is specifiek gericht op de financiering van effectiseringsinstrumenten waarvoor een bankliquiditeitenlijn bestaat.
4°. worden uitgegeven door andere instellingen waarvoor een gelijkwaardige bescherming van de belegger geldt als is vastgelegd in dit onderdeel, aanhef en onder 1°, 2° en 3°, indien de uitgevende instelling een onderneming is waarvan het kapitaal en de reserves in totaal ten minste € 10.000.000 bedragen en die haar jaarrekeningen presenteert en publiceert overeenkomstig de Vierde richtlijn nr. 78/660/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3 sub g) van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschappen (PbEG L 222), of een rechtspersoon is die binnen een groep waartoe een of meer ondernemingen waarvan de aandelen zijn toegelaten tot notering aan een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is behoren, specifiek gericht is op de financiering van de groep, of een rechtspersoon is specifiek gericht op de financiering van effectiseringsinstrumenten waarvoor een bankliquiditeitenlijn bestaat.
### Artikel 131