From 5234cba3285bf363b1b4de07ae7cd5bcb3c83575 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Feb 2020 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2020-02-01 | BWBR0037803 | Mandaatbesluit AS 2015 --- .../BWBR0037803/README.md | 25 ++++++++++--------- 1 file changed, 13 insertions(+), 12 deletions(-) diff --git a/pbo/mandaatbesluit-as-2015/BWBR0037803/README.md b/pbo/mandaatbesluit-as-2015/BWBR0037803/README.md index 7f162b3cc54..27e7cd01d39 100644 --- a/pbo/mandaatbesluit-as-2015/BWBR0037803/README.md +++ b/pbo/mandaatbesluit-as-2015/BWBR0037803/README.md @@ -27,14 +27,15 @@ j. onderzoeken naar het afsluitend examen en de verworven beroepservaring en het k. verzoeken tot erkenning van een beroepskwalificatie als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties advocatuur; l. de kennisgeving, bedoeld in artikel 8c, zesde lid, van de Advocatenwet, inzake schrapping van het tableau na drie jaar voorwaardelijk als advocaat ingeschreven te hebben gestaan; m. verzoeken, bedoeld in artikel 9j, zesde lid, van de Advocatenwet, inzake vrijstelling van het vereiste dat een advocaat bij de Hoge Raad onvoorwaardelijk is ingeschreven op het tableau; -n. verzoeken inzake ontheffing van de verplichting in één arrondissement op één locatie kantoor te houden vanwege vestiging buiten Nederland als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Advocatenwet; -o. verzoeken inzake ontheffing van de verplichting in één arrondissement op één locatie kantoor te houden vanwege detachering als bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de Advocatenwet; -p. verzoeken tot openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur; -q. verzoeken tot erkenning als opleidingsinstelling als bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, en 17, eerste en tweede lid, van de Regeling op de advocatuur; -r. de intrekking van de erkenning als opleidingsinstelling, bedoeld in artikel 19 van de Regeling op de advocatuur; -s. verzoeken tot vrijstelling als bedoeld in de artikelen 4.9, tweede lid, en 4.11, derde lid, van de Verordening op de advocatuur; -t. het verlengen van de periode met ten hoogte twaalf maanden, bedoeld in artikel 4.11, vierde lid, van de Verordening op de advocatuur; -u. het vaststellen van de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom, bedoeld in artikel 4.17 van de Algemene wet bestuursrecht. +n. het doorhalen van de voorwaardelijke aantekening ‘advocaat bij de Hoge Raad’ in burgerlijke zaken, bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur; +o. verzoeken inzake ontheffing van de verplichting in één arrondissement op één locatie kantoor te houden vanwege vestiging buiten Nederland als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Advocatenwet; +p. verzoeken inzake ontheffing van de verplichting in één arrondissement op één locatie kantoor te houden vanwege detachering als bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de Advocatenwet; +q. verzoeken tot openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur; +r. verzoeken tot erkenning als opleidingsinstelling als bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, en 17, eerste en tweede lid, van de Regeling op de advocatuur; +s. de intrekking van de erkenning als opleidingsinstelling, bedoeld in artikel 19 van de Regeling op de advocatuur; +t. verzoeken tot vrijstelling als bedoeld in de artikelen 4.9, tweede lid, en 4.11, derde lid, van de Verordening op de advocatuur; +u. het verlengen van de periode met ten hoogte twaalf maanden, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van de Verordening op de advocatuur; +v. het vaststellen van de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom, bedoeld in artikel 4.17 van de Algemene wet bestuursrecht. ### Artikel 2 @@ -56,10 +57,10 @@ b. artikel 3.19, negende lid, van de Verordening op de advocatuur, met uitzonder ### Artikel 5 -Aan telkens twee leden van de commissie civiele cassatie wordt gezamenlijk mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met: +Aan telkens twee door de voorzitter van de commissie cassatie aangewezen leden van de commissie civiele cassatie wordt gezamenlijk mandaat en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met: -a. het afnemen van het examen en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in de artikelen 4.12 en 4.14 van de Verordening op de advocatuur; -b. het verstrekken van de verklaringen, bedoeld in de artikelen 4.11 en 4.13 van de Verordening op de advocatuur. +a. het afnemen van het examen en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in de artikelen 4.9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en 4.11 van de Verordening op de advocatuur; +b. het verstrekken van de verklaringen, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur, en het verstrekken van het bewijsstuk, bedoeld in artikel 4.11, achtste lid, van de Verordening op de advocatuur. ### Artikel 6 @@ -120,7 +121,7 @@ Het Mandaatbesluit AS NOvA 2014 wordt ingetrokken. ### Artikel 10 -Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2015. +Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2015. ### Artikel 11