1996-09-09 | BWBV0001441 | Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart
This commit is contained in:
parent
02053a597b
commit
525b1d4f4a
1 changed files with 13 additions and 23 deletions
|
|
@ -22,22 +22,19 @@ b) „scheepsbedrijfsafval”: afval en afvalwater, dat bij het in bedrijf zijn
|
|||
c) „olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval”: afgewerkte olie, bilgewater, en overig olie- en vethoudend afval, zoals afgewerkt vet, gebruikte filters, gebruikte poetslappen, vaten en verpakkingsmateriaal van dit afval;
|
||||
d) „bilgewater”: oliehoudend water uit de bilge van de machinekamer, de voor- en achterpiek, de kofferdammen en de ruimten tussen zijwand en beunwand;
|
||||
e) „overig scheepsbedrijfsafval”: huishoudelijk afvalwater, huisvuil, zuiveringsslib, slops en klein gevaarlijk afval, bedoeld in Deel C van de Uitvoeringsregeling;
|
||||
f. „afval van de lading”: afval en afvalwater, dat in verband met de lading aan boord van het schip ontstaat. Hiertoe behoren niet de restlading, dampen en overslagresten, bedoeld in Deel B van de Uitvoeringsregeling;
|
||||
ff. „dampen”: gasvormige uit vloeibare lading vervluchtigende verbindingen (gasvormige restanten van vloeibare lading);
|
||||
f) „afval van de lading”: afval en afvalwater, dat in verband met de lading aan boord van het schip ontstaat. Hiertoe behoren niet de restlading en overslagresten, bedoeld in Deel B van de Uitvoeringsregeling;
|
||||
g) „schip”: een binnenschip, zeeschip of drijvend werktuig;
|
||||
h) „passagiersschip”: een voor het vervoer van passagiers gebouwd en ingericht schip;
|
||||
i) „zeeschip”: een schip dat is toegelaten voor de zee- of kustvaart en overwegend daartoe is bestemd;
|
||||
j. „ontvangstinrichting”: een vaste of mobiele inrichting, door de bevoegde autoriteiten toegelaten voor het in ontvangst nemen van scheepsafval of dampen;
|
||||
j) „ontvangstinrichting”: een schip dan wel een inrichting aan land, door de bevoegde autoriteiten toegelaten voor het in ontvangst nemen van scheepsafval;
|
||||
k) „schipper”: degene onder wiens leiding het schip staat;
|
||||
l) „gemotoriseerd schip”: een schip waarvan de hoofd- of hulpmotoren, met uitzondering van ankerlieren, verbrandingsmotoren zijn;
|
||||
m) „gasolie”: van douanerechten en andere belastingen vrijgestelde brandstof voor binnenschepen;
|
||||
n) „bunkerbedrijf”: bedrijf waarvan schepen gasolie betrekken;
|
||||
nn. „exploitant van de ontvangstinrichting”: degene die beroepsmatig een ontvangstinrichting exploiteert;
|
||||
o. „exploitant van de overslaginstallatie”: degene die beroepsmatig het laden en lossen van schepen uitvoert;
|
||||
p. „verlader”: degene die de vervoersopdracht heeft verleend;
|
||||
q. „vervoerder”: degene die zich beroepsmatig tot het vervoer van goederen verbindt;
|
||||
r. „ladingontvanger”: degene die gerechtigd is de goederen in ontvangst te nemen;
|
||||
s. „uitstoten van dampen”: elk afblazen van dampen uit een gesloten ladingtank met uitzondering van het ontspannen van de tank om de luiken te openen en om de dampconcentratie te meten alsmede bij het inschakelen van de veiligheidsventielen.
|
||||
o) „exploitant van de overslaginstallatie”: degene die beroepsmatig het laden en lossen van schepen uitvoert;
|
||||
p) „verlader”: degene die de vervoersopdracht heeft verleend;
|
||||
q) „vervoerder”: degene die zich beroepsmatig tot het vervoer van goederen verbindt;
|
||||
r) „ladingontvanger”: degene die gerechtigd is de goederen in ontvangst te nemen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -47,7 +44,7 @@ Dit Verdrag is van toepassing op de in Bijlage 1 genoemde vaarwegen.
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden scheepsafval en delen van de lading vanaf schepen in de in Bijlage 1 genoemde vaarwegen te brengen of te lozen, alsook dampen op de in Bijlage 1 genoemde vaarwegen in de atmosfeer uit te stoten.
|
||||
**1.** Het is verboden scheepsafval en delen van de lading vanaf schepen in de in Bijlage 1 genoemde vaarwegen te brengen of te lozen.
|
||||
|
||||
**2.** De Verdragsluitende Staten dragen er zorg voor dat het in het eerste lid genoemde verbod wordt nageleefd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -91,16 +88,7 @@ De Verdragsluitende Staten voeren een uniforme financieringswijze in voor de in
|
|||
|
||||
**1.** De verlader of de ladingontvanger draagt de kosten voor het nalossen en het wassen van het schip alsmede voor de inname en verwijdering van afval van de lading overeenkomstig Deel B van de Uitvoeringsregeling.
|
||||
|
||||
**1a.** De verlader draagt de kosten voor het ontgassen van het schip overeenkomstig Deel B van de Uitvoeringsregeling.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien het schip vóór het laden niet overeenstemt met de voorgeschreven losstandaard en indien de ladingontvanger of verlader van het vorige transport zijn verplichtingen is nagekomen, draagt de vervoerder de kosten voor het nalossen en
|
||||
|
||||
a) bij het wassen, de kosten voor het wassen,
|
||||
b) bij het ontgassen, de kosten voor het ontgassen
|
||||
|
||||
van het schip, alsook voor de inname en verwijdering van het afval van de lading.
|
||||
**2.** Indien het schip vóór het laden niet overeenstemt met de voorgeschreven losstandaard en indien de ladingontvanger of verlader van het vorige transport zijn verplichtingen is nagekomen, draagt de vervoerder de kosten voor het nalossen of het wassen van het schip, alsmede voor de inname en verwijdering van het afval van de lading.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -138,19 +126,21 @@ Dit orgaan bestaat uit twee vertegenwoordigers van elk nationaal instituut, waar
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
De schipper, de overige bemanning en andere personen aan boord, de verlader, de vervoerder, de ladingontvanger, de exploitanten van overslaginstallaties, alsmede de exploitanten van ontvangstinrichtingen moeten de door de omstandigheden vereiste zorgvuldigheid betrachten om verontreiniging van de vaarwegen en de atmosfeer te voorkomen, de hoeveelheid scheepsafval zo gering mogelijk te houden en vermenging van verschillende afvalsoorten zo veel mogelijk te voorkomen.
|
||||
De schipper, de overige bemanning en andere personen aan boord, de verlader, de vervoerder, de ladingontvanger, de exploitanten van overslaginstallaties, alsmede de exploitanten van ontvangstinrichtingen moeten de door de omstandigheden vereiste zorgvuldigheid betrachten om verontreiniging van de vaarwegen te voorkomen, de hoeveelheid scheepsafval zo gering mogelijk te houden en vermenging van verschillende afvalsoorten zo veel mogelijk te voorkomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** De schipper kan het scheepsafval aan de ontvangstinrichtingen van elke Verdragsluitende Staat afgeven onder de in de Uitvoeringsregeling opgenomen voorwaarden.
|
||||
|
||||
**2.** De schipper dient de in de Uitvoeringsregeling opgenomen verplichtingen na te komen. Hij dient in het bijzonder, behoudens de in de Uitvoeringsregeling opgenomen uitzonderingen, het verbod om vanaf het schip scheepsafval en delen van de lading in de vaarweg te brengen dan wel te lozen of deze in de atmosfeer uit te stoten, in acht te nemen.
|
||||
**2.** De schipper dient de in de Uitvoeringsregeling opgenomen verplichtingen na te komen. Hij dient in het bijzonder, behoudens de in de Uitvoeringsregeling opgenomen uitzonderingen, het verbod om vanaf het schip scheepsafval en delen van de lading in de vaarweg te brengen dan wel te lozen, in acht te nemen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de schipper niet verantwoordelijk gesteld kan worden, kunnen achtereenvolgens de vervoerder, de exploitant van het schip of de scheepseigenaar voor het nakomen van de verplichtingen in dit Verdrag verantwoordelijk worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
De vervoerder, de verlader, de ladingontvanger, alsmede de exploitanten van overslaginstallaties en ontvangstinrichtingen dienen ieder hun verplichtingen overeenkomstig de Uitvoeringsregeling na te komen. Zij kunnen voor de naleving van hun verplichtingen een beroep op een derde doen.
|
||||
**1.** De vervoerder, de verlader, de ladingontvanger, alsmede de exploitanten van overslaginstallaties en ontvangstinrichtingen dienen ieder hun verplichtingen overeenkomstig de Uitvoeringsregeling na te komen.
|
||||
|
||||
**2.** De ladingontvanger is verplicht restlading, overslagresten en afval van de lading aan te nemen. Hij kan daartoe een derde machtigen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk . CONFERENTIE DER VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue