2006-07-15 | BWBR0008498 | Arbeidsomstandighedenbesluit
This commit is contained in:
parent
4b47090eec
commit
5267f2ab25
1 changed files with 146 additions and 11 deletions
|
|
@ -2609,6 +2609,10 @@ d. bij het uitvoeren van reparatie- of onderhoudswerkzaamheden worden geen elekt
|
|||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de visuele inspectie, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.45b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 4.46
|
||||
|
||||
**1.** De concentratie van asbeststof in de lucht mag de grenswaarde van 0,30 vezel per kubieke centimeter, vastgesteld, berekend of gemeten over een referentieperiode van acht uur, niet overschrijden.
|
||||
|
|
@ -2634,12 +2638,28 @@ Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval:
|
|||
a. het ter beschikking stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen, waarbij de duur van het dragen daarvan tot het strikt noodzakelijke wordt beperkt;
|
||||
b. het aanbrengen van waarschuwingsborden die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde, ter aanduiding dat een overschrijding van de in artikel 4.46, eerste lid, genoemde grenswaarde kan worden verwacht.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.47a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 4.47b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 4.47c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
|
||||
|
||||
### Artikel 4.48
|
||||
|
||||
Indien uit de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, blijkt dat de concentratie van asbeststof in de lucht waaraan werknemers in verband met de arbeid worden blootgesteld, gelijk is aan of hoger is dan de beide in artikel 4.44 genoemde actieniveaus, gelden naast de voorschriften van paragraaf 3, tevens de in deze paragraaf genoemde voorschriften.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.48a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 4.49
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -2681,6 +2701,10 @@ b. de werkzaamheden die met asbest of asbesthoudende producten worden verricht a
|
|||
|
||||
**3.** Wanneer beschermende uitrusting wordt verstrekt, wordt deze op een daartoe aangewezen plaats bewaard en na ieder gebruik gecontroleerd en gereinigd. Defecte uitrusting mag niet worden gebruikt.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.51a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 4.52
|
||||
|
||||
**1.** Zolang de blootstelling aan asbeststof duurt, worden, in aanvulling op artikel 4.10a, derde lid, de betrokken werknemers ten minste éénmaal in de drie jaar opnieuw in de gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 4.10a te ondergaan.
|
||||
|
|
@ -4428,6 +4452,121 @@ e. doeltreffende voorzieningen zijn getroffen om de werknemers bij gevaar te kun
|
|||
|
||||
#### Paragraaf 2b. Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte
|
||||
|
||||
### Artikel 7.23
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien tijdelijke werkzaamheden op hoogte niet veilig en onder passende ergonomische omstandigheden op een daartoe geschikte werkvloer kunnen worden uitgevoerd, worden de meest geschikte arbeidsmiddelen gekozen om veilige arbeidsomstandigheden te waarborgen en te handhaven. Om dit te bereiken:
|
||||
|
||||
a. krijgen collectieve veiligheidsmaatregelen voorrang boven persoonlijke veiligheidsmaatregelen;
|
||||
b. zijn de afmetingen van de arbeidsmiddelen:
|
||||
|
||||
1°. afgestemd op de aard van de te verrichten werkzaamheden;
|
||||
2°. afgestemd op de voorzienbare belastingen, en
|
||||
3°. zodanig dat zonder gevaar doorgang mogelijk is;
|
||||
c. worden de meest geschikte toegangsmiddelen voor de tijdelijke arbeidsplaats op hoogte gekozen afhankelijk van het verkeer, de te overbruggen hoogte en de gebruiksduur;
|
||||
d. biedt het gekozen toegangsmiddel de mogelijkheid van ontruiming bij dreigend gevaar;
|
||||
e. levert het overstappen van een toegangsmiddel op platformen, vloeren of loopbruggen en omgekeerd geen extra valrisico's op.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Met inachtneming van het eerste lid wordt het gebruik van ladders en trappen als arbeidsplaatsen op hoogte beperkt tot omstandigheden waarin het gebruik van andere, veiliger arbeidsmiddelen niet gerechtvaardigd is in verband met het geringe risico, en
|
||||
|
||||
a. vanwege de korte gebruiksduur, of
|
||||
b. de bestaande kenmerken van de locaties die de werkgever niet kan veranderen.
|
||||
|
||||
**3.** Toegangs- en positioneringstechnieken met lijnen worden alleen gebruikt onder omstandigheden waarin uit de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, blijkt dat het werk veilig kan worden uitgevoerd en waarin het gebruik van andere, veiliger arbeidsmiddelen redelijkerwijs niet mogelijk is.
|
||||
|
||||
**4.** In het geval, bedoeld in het derde lid, wordt, rekening houdend met de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, en met de duur van de werkzaamheden en met de ergonomische vereisten, voorzien in een zitje met geschikte toebehoren.
|
||||
|
||||
**5.** Afhankelijk van het te gebruiken arbeidsmiddel worden ter minimalisering van de aan dit arbeidsmiddel verbonden risico's voor de werknemers, de nodige maatregelen genomen. Zo nodig worden valbeveiligingen aangebracht.
|
||||
|
||||
**6.** De valbeveiligingen zijn van een zodanige configuratie en sterkte dat vallen van hoogte wordt voorkomen of dat een eventuele val wordt gestopt, zodanig dat letsel bij de werknemers zoveel mogelijk wordt voorkomen.
|
||||
|
||||
**7.** De collectieve valbeveiligingen worden alleen onderbroken daar waar zich een toegang tot een ladder of trap bevindt.
|
||||
|
||||
**8.** Wanneer de uitvoering van werkzaamheden vereist dat een collectieve valbeveiliging tijdelijk wordt verwijderd, wordt gezorgd voor doeltreffende, vervangende veiligheidsvoorzieningen.
|
||||
|
||||
**9.** De werkzaamheden, bedoeld in het achtste lid, worden niet uitgevoerd zolang deze vervangende voorzieningen niet zijn getroffen.
|
||||
|
||||
**10.** Na de definitieve of tijdelijke beëindiging van de werkzaamheden, bedoeld in het achtste lid, worden de collectieve valbeveiligingen weer aangebracht.
|
||||
|
||||
**11.** Tijdelijke werkzaamheden op hoogte worden slechts uitgevoerd wanneer de weersomstandigheden de veiligheid en gezondheid van de werknemers niet in gevaar brengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.23a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Ladders en trappen worden zodanig geplaatst dat hun stabiliteit tijdens het gebruik is gewaarborgd. In ieder geval worden hiertoe de volgende maatregelen genomen:
|
||||
|
||||
a. de steunpunten van draagbare ladders en trappen rusten op een stabiele, stevige en onbeweeglijke ondergrond van voldoende omvang, zodat de sporten horizontaal blijven;
|
||||
|
||||
b. hangladders worden stevig vastgemaakt en, met uitzondering van touwladders, zodanig dat zij niet kunnen verschuiven en dat heen en weer zwaaien wordt vermeden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij het gebruik van ladders en trappen worden in ieder geval de volgende maatregelen genomen:
|
||||
|
||||
a. het wegglijden van de voet van draagbare ladders en trappen tijdens het gebruik wordt tegengegaan door de boven of onderkant van de ladderbomen vast te zetten, of door middel van een antislipinrichting of een andere, even doeltreffende oplossing;
|
||||
b. toegangsladders steken voldoende uit boven het toegangsniveau, tenzij andere voorzieningen een veilig houvast mogelijk maken;
|
||||
c. meerdelige ladders en schuifladders worden zodanig gebruikt dat de verschillende delen niet ten opzichte van elkaar kunnen verschuiven;
|
||||
d. verrolbare ladders en trappen worden vastgezet voordat zij worden betreden.
|
||||
|
||||
**3.** Ladders en trappen worden zodanig gebruikt dat de werknemers steeds veilige steun en houvast hebben. In elk geval mag het met de hand dragen van lasten op een ladder of een trap niet een veilig houvast belemmeren.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.23b
|
||||
|
||||
**1.** Wanneer voor de gekozen steiger de sterkte- en stabiliteitsberekening niet beschikbaar is of de overwogen structuurconfiguraties in de berekening niet zijn voorzien, wordt alsnog een sterkte- en stabiliteitsberekening uitgevoerd, tenzij de steiger wordt opgebouwd volgens een algemeen erkende standaardconfiguratie.
|
||||
|
||||
**2.** Afhankelijk van de complexiteit van de gekozen steiger wordt door een daartoe bevoegde persoon een montage-, demontage- en ombouwschema opgesteld. Dit schema kan de vorm hebben van een algemeen uitvoeringsschema, dat voor specifieke steigers is aangevuld met detailtekeningen.
|
||||
|
||||
**3.** De ondersteuningen van een steiger worden beveiligd tegen wegglijden, hetzij door bevestiging aan het steunvlak, hetzij door een antislipinrichting of een andere, even doeltreffende oplossing.
|
||||
|
||||
**4.** Het dragende oppervlak van de ondersteuningen heeft een voldoende capaciteit.
|
||||
|
||||
**5.** De stabiliteit van de steiger is verzekerd. Ongewilde bewegingen van rolsteigers tijdens werkzaamheden op hoogte worden door een passende voorziening voorkomen.
|
||||
|
||||
**6.** De afmetingen, de vorm en de ligging van de vloeren van een steiger worden aan de aard van de te verrichten werkzaamheden en aan de te dragen lasten aangepast en zijn zodanig dat veilig verkeer kan plaatsvinden en veilig kan worden gewerkt.
|
||||
|
||||
**7.** De vloeren van steigers zijn zodanig gemonteerd dat hun onderdelen bij normaal gebruik niet kunnen bewegen. Tussen de onderdelen van de vloeren en de verticale inrichtingen van de collectieve valbeveiligingen komen geen gevaarlijke openingen voor.
|
||||
|
||||
**8.** Indien bepaalde gedeelten van een steiger niet gebruiksklaar zijn, worden deze gedeelten met inachtneming van afdeling 2 van hoofdstuk 8 gemarkeerd met waarschuwingssignalen en behoorlijk afgebakend door materiële elementen die de toegang tot de gevarenzone beletten.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Steigers worden alleen opgebouwd, afgebroken of ingrijpend veranderd onder leiding van een bevoegde persoon en door werknemers die voor de beoogde werkzaamheden een toereikende en specifieke opleiding hebben ontvangen met betrekking tot de specifieke risico's die in het bijzonder is gericht op:
|
||||
|
||||
a. het begrijpen van het montage-, demontage- en ombouwschema van de betreffende steiger;
|
||||
b. het veilig monteren, demonteren of ombouwen van de betreffende steiger;
|
||||
c. maatregelen ter preventie van het risico dat personen of voorwerpen vallen;
|
||||
d. veiligheidsmaatregelen bij veranderende weersomstandigheden die afbreuk kunnen doen aan de veiligheid van de betrokken steigers;
|
||||
e. de toelaatbare belasting, en
|
||||
f. ieder ander risico dat de montage-, demontage- of ombouwwerkzaamheden met zich mee kunnen brengen.
|
||||
|
||||
**10.** De persoon die de werkzaamheden leidt en de betrokken werknemers moeten beschikken over het montage-, demontage- en ombouwschema, bedoeld in het tweede lid, met inbegrip van eventuele daarbijbehorende instructies.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.23c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij het gebruik van toegangs- en positioneringstechnieken met lijnen als bedoeld in artikel 7.23, derde lid, wordt aan de volgende voorwaarden voldaan:
|
||||
|
||||
a. het systeem omvat ten minste twee afzonderlijk verankerde lijnen, te weten:
|
||||
|
||||
1°. een werklijn die dient om op of uit de arbeidsplaats te komen, en
|
||||
2°. een veiligheidslijn die als reservelijn fungeert;
|
||||
b. de werknemers beschikken over en maken gebruik van een geschikt harnas dat voldoet aan de bepalingen, vastgesteld bij of krachtens afdeling 1 van hoofdstuk 8, waardoor zij verbonden zijn met de veiligheidslijn;
|
||||
c. de werklijn is voorzien van:
|
||||
|
||||
1°. een veilig stijg- en afdaalmechanisme, en
|
||||
2°. een zelfblokkerend mechanisme waardoor de gebruiker, wanneer hij de controle over zijn bewegingen verliest, niet kan vallen;
|
||||
d. de veiligheidslijn is uitgerust met een beweegbaar valbeveiligingsmechanisme dat de werknemer in zijn bewegingen volgt;
|
||||
e. de gereedschappen en andere hulpstukken die de werknemer gebruikt, zijn verbonden met het harnas of het zitje van de werknemer, bedoeld in artikel 7.23, vierde lid, of op een andere, passende wijze bevestigd;
|
||||
f. het werk wordt naar behoren gepland en er wordt toezicht gehouden opdat zo nodig de werknemer onmiddellijk hulp kan worden geboden;
|
||||
g. de betrokken werknemers ontvangen een adequate en specifieke opleiding voor de beoogde werkzaamheden, in het bijzonder betreffende de reddingsprocedures.
|
||||
|
||||
**2.** In uitzonderlijke omstandigheden waarin het gebruik van twee lijnen, gezien de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, het werk gevaarlijker zou maken, kan het gebruik van één enkele lijn worden toegestaan mits passende maatregelen zijn genomen om de veiligheid te waarborgen.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.24
|
||||
|
|
@ -4528,19 +4667,15 @@ b. in een zodanige lichamelijke en geestelijke toestand verkeert, dat hij in sta
|
|||
|
||||
### Artikel 7.33
|
||||
|
||||
**1.** Ladders en trappen zijn voldoende sterk en stijf.
|
||||
|
||||
**2.** Ladders en trappen zijn stabiel opgesteld en zo nodig vastgezet en van een voldoende lengte om in alle standen waarin zij worden gebruikt, een stevige steun voor handen en voeten te bieden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.34
|
||||
|
||||
**1.** Het opbouwen, wijzigen en afbreken van een steiger geschiedt onder toezicht van een ter zake deskundig persoon.
|
||||
**1.** De veiligheid van de constructie van een steiger wordt regelmatig door een ter zake deskundig persoon gecontroleerd doch in ieder geval vóór de ingebruikneming en verder na iedere wijziging in de constructie van de steiger, na iedere periode waarin de steiger niet is gebruikt, na abnormale weersomstandigheden alsmede na iedere andere gebeurtenis waardoor de veiligheid van de constructie van de steiger mogelijk is aangetast.
|
||||
|
||||
**2.** De veiligheid van de constructie van een steiger wordt regelmatig door een ter zake deskundig persoon gecontroleerd doch in ieder geval vóór de ingebruikneming en verder na iedere wijziging in de constructie van de steiger, na iedere periode waarin de steiger niet is gebruikt, na abnormale weersomstandigheden alsmede na iedere andere gebeurtenis waardoor de veiligheid van de constructie van de steiger mogelijk is aangetast.
|
||||
**2.** Een steiger mag niet worden overbelast. Lasten worden zo gelijkmatig mogelijk over de steiger verdeeld.
|
||||
|
||||
**3.** Een steiger mag niet worden overbelast. Lasten worden zo gelijkmatig mogelijk over de steiger verdeeld.
|
||||
|
||||
**4.** Verrijdbare steigers zijn beveiligd tegen ongewilde verplaatsingen.
|
||||
**3.** Verrijdbare steigers zijn beveiligd tegen ongewilde verplaatsingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.35
|
||||
|
||||
|
|
@ -4764,7 +4899,7 @@ a. van hoofdstuk 2: de artikelen 2.22 en 2.42g;
|
|||
b. van hoofdstuk 3: artikel 3.5;
|
||||
c. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.2b, 4.4, achtste lid, 4.5, 4.6, eerste lid, 4.6a, vierde lid, onder c, 4.7, tweede, vierde en vijfde lid, 4.8, tweede, derde en vierde lid, 4.8a, tweede en derde lid, 4.19, onder a, 4.45, eerste lid, 4.46, vijfde lid, 4.47 eerste lid, 4.51, 4.54, derde lid, 4.54d, derde, vierde, en zesde lid, 4.56, derde lid, 4.58, eerste lid, 4.59, eerste lid, 4.60, eerste lid, 4.61, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 4.78, 4.83, eerste lid, 4.86, derde lid, 4.87, vierde lid, onder d, 4.89, eerste en vierde lid, 4.108 en 4.109, alsmede ten aanzien van arbeid met asbest of asbesthoudende producten en crocidoliet of crocidoliethoudende producten als bedoeld in artikel 4.37, de artikelen 4.19, aanhef en onder a, en 4.20, derde lid;
|
||||
d. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.14, 6.14a, vijfde lid, 6.15, eerste lid, onder c, 6.16, eerste tot en met derde lid en vijfde tot en met achtste lid, 6.18, vierde lid, 6.19, eerste lid, 6.20, vierde lid en 6.29;
|
||||
e. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.5, tweede en derde lid, 7.13, zevende lid, 7.17c, tweede, derde, vierde, achtste en negende lid, 7.18, tweede, vijfde tot en met zevende lid, en achtste lid, wat betreft de toepassing van de vastgestelde procedures, bedoeld in dit lid, 7.18a, tweede lid, derde lid, tiende lid, wat betreft de toepassing van de vastgestelde procedure, bedoeld in dit lid, en dertiende lid, 7.20, vierde lid, 7.21, tweede lid, 7.22, eerste, tweede en derde lid, onder c, 7.24, eerste lid, 7.25, zesde lid, en 7.32, eerste en tweede lid.
|
||||
e. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.5, tweede en derde lid, 7.13, zevende lid, 7.17c, tweede, derde, vierde, achtste en negende lid, 7.18, tweede, vijfde tot en met zevende lid, en achtste lid, wat betreft de toepassing van de vastgestelde procedures, bedoeld in dit lid, 7.18a, tweede lid, derde lid, tiende lid, wat betreft de toepassing van de vastgestelde procedure, bedoeld in dit lid, en dertiende lid, 7.20, vierde lid, 7.21, tweede lid, 7.22, eerste, tweede en derde lid, onder c, 7.23c, eerste lid, onderdeel b, 7.24, eerste lid, 7.25, zesde lid, en 7.32, eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** De in dit artikel genoemde verplichtingen voor werknemers zijn niet van toepassing op leerlingen en studenten in onderwijsinrichtingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4833,7 +4968,7 @@ c. van hoofdstuk 3: de artikelen 3.2, 3.4, derde lid, 3.5, eerste en tweede lid,
|
|||
d. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.2, eerste tot en met zevende lid, 4.2a, eerste en tweede lid, 4.2b, 4.3, tweede en derde lid, 4.4, zesde, zevende lid en achtste lid, 4.5, derde lid, 4.6a, eerste, tweede, vierde lid, onder b, d en e, zesde en zevende lid, 4.7, tweede, vierde en vijfde lid, 4.8, eerste tot en met vierde lid, 4.8a, tweede en derde lid, 4.9, negende lid, 4.10a, eerste, tweede en vierde lid, 4.10b, eerste en tweede lid, 4.10c, tweede lid, 4.10d, vierde en vijfde, 4.10e, eerste, derde en vierde lid, 4.13, 4.15, 4.18, vijfde lid, 4.19, onderdelen a, b en c, 4.20, 4.23, tweede lid, 4.45a, eerste lid, 4.46, derde lid, 4.49, 4.50, eerste, tweede en vierde lid, en zevende tot en met negende lid, 4.51, 4.52, eerste en vierde lid, 4.53, eerste en tweede lid, 4.54, tweede en vierde lid, 4.54a, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 4.54c, vijfde en zesde lid, 4.54d, 4.55, eerste, derde, vierde en zesde lid, 4.55a, derde lid, 4.57, 4.79, 4.80, 4.85, 4.86, derde lid, 4.88 tot en met 4.90, 4.91, eerste tot en met derde lid, zesde en tiende lid, 4.94, eerste, derde en vijfde lid, 4.95 tot en met 4.97, 4.102, 4.111, 4.112, tweede lid, en 4.114;
|
||||
e. van hoofdstuk 5: de artikelen 6.2, vijfde lid 5.3, tweede lid, 5.4, 5.5, 5.9, 5.10, 5.11 en 5.15, eerste lid;
|
||||
f. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.1, 6.2, eerste tot en met derde lid, 6.3, 6.4, eerste lid, 6.5, 6.7, eerste tot en met vierde lid, zesde en achtste lid, 6.8, eerste, tweede, vierde tot en met zevende, en negende lid, 6.10, 6.10a, 6.11, 6.11b, eerste tot en met vierde lid, en zesde lid, 6.11c, eerste lid, 6.11d, 6.11e, eerste, tweede en vierde lid6.12, vijfde lid, 6.14, 6.14a, eerste tot en met derde en vijfde lid, 6.15, eerste lid, onderdelen a en c, en tweede lid, 6.15a, derde lid, 6.16, derde, en vijfde tot en met achtste lid, 6.17, eerste, tweede en derde lid, 6.19, tweede tot en met vierde lid, 6.20b, derde lid, onder b en vierde lid, en 6.30, eerste lid;
|
||||
g. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.3, 7.4a, eerste tot en met zesde lid, 7.5, vierde lid, 7.6, 7.8, 7.10, 7.11a, 7.13, 7.17a, zevende lid, 7.17b, tweede lid, onderdelen a, b en g, en derde en vierde lid, 7.17c, eerste, vijfde, zesde, zevende en negende lid, 7.17d, 7.18, eerste, derde, vierde en achtste lid, 7.18a, vierde tot en met tiende lid, en twaalfde lid, 7.18b, vierde lid, 7.20, tweede en derde lid, en vijfde tot en met negende lid, 7.24, 7.25, eerste tot en met vijfde lid, en zevende lid, 7.27, eerste lid, 7.28, 7.29, tweede tot en met achtste lid, en tiende lid, 7.30, eerste lid, 7.32, eerste en tweede lid, 7.34, eerste en tweede lid, 7.35, 7.36, 7.36b, vierde lid, 7.41, derde lid, en 7.42;
|
||||
g. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.3, 7.4a, eerste tot en met zesde lid, 7.5, vierde lid, 7.6, 7.8, 7.10, 7.11a, 7.13, 7.17a, zevende lid, 7.17b, tweede lid, onderdelen a, b en g, en derde en vierde lid, 7.17c, eerste, vijfde, zesde, zevende en negende lid, 7.17d, 7.18, eerste, derde, vierde en achtste lid, 7.18a, vierde tot en met tiende lid, en twaalfde lid, 7.18b, vierde lid, 7.20, tweede en derde lid, en vijfde tot en met negende lid, 7.23, eerste lid, onderdelen a, c, d en e, en tweede lid, artikel 7.23b, eerste, tweede en achtste tot en met tiende lid en 7.23c, eerste lid, onderdelen f en g, 7.24, 7.25, eerste tot en met zevende lid, 7.27, eerste lid, 7.28, 7.29, tweede tot en met achtste lid, en tiende lid, 7.30, eerste lid, 7.32, eerste en tweede lid, 7.34, eerste lid, 7.35, 7.36, 7.36b, vierde lid, 7.41, derde lid, en 7.42;
|
||||
h. van hoofdstuk 8: de artikelen 8.1 tot en met 8.3 en 8.4, eerste lid;
|
||||
i. van hoofdstuk 9: artikel 9.36, eerste lid;
|
||||
j. van de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 3.4, 3.5, 3.11, 3.12, 3.13, 4.4, vierde lid, 4.5, 4.9, derde lid, 4.13, 4.19, tweede lid, 4.20, tweede lid, 4.20a, 4.20b, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 4.22 tot en met 4.26, 5.1 tot en met 5.3, 8.2, 8.3, 8.4, derde lid, 8.5 tot en met 8.11, 8.12, eerste en tweede lid, 8.13 tot en met 8.29.
|
||||
|
|
@ -4852,7 +4987,7 @@ c. van hoofdstuk 3: de artikelen 3.1b, 3.3, 3.4, eerste en tweede lid, 3.5, derd
|
|||
d. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.3a, 4.4, eerste tot en met vierde lid, 4.6, derde lid, 4.6a, derde en vierde lid, onder a en c, 4.7, derde lid, 4.8a, eerste lid, 4.8b, derde en vierde lid, 4.9, eerste tot en met achtste lid, 4.10, eerste lid, 4.16, tweede en derde lid, 4.17, 4.18, eerste tot en met vierde lid, 4.19, onderdelen d en e, 4.36, tweede en derde lid, 4.45, eerste lid, 4.45a, tweede lid, 4.46, eerste, tweede en vijfde lid, 4.47, eerste lid, 4.52, derde lid, 4.54, derde tot en met het vijfde lid, 4.55, vijfde lid, 4.55a, eerste en tweede lid, 4.56, tweede en derde lid, 4.61, derde tot en met vijfde lid, 4.62b, 4.87, eerste tot en met derde lid, 4.91, vijfde lid, 4.98, 4.99, 4.100, eerste lid, 4.101, 4.106, 4.113 en 4.115;
|
||||
e. van hoofdstuk 5 : de artikelen 5.2 en 5.3, eerste lid;
|
||||
f. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.2, vijfde lid, 6.8, derde, tiende en elfde lid, 6.9, 6.11c, tweede en derde lid, 6.12, eerste tot en met vierde lid, 6.15, eerste lid, onderdelen b en d, 6.15a, eerste en tweede lid, 6.16, eerste lid, 6.16, tweede lid, 6.18, 6.19, eerste lid, 6.20, 6.20b, eerste, tweede en derde lid, onder a, 6.20c en 6.20e;
|
||||
g. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.2, eerste lid, 7.4, 7.5, eerste tot en met derde lid, en vijfde lid, 7.7, 7.9, 7.11, 7.14, eerste lid, 7.15, 7.16, 7.17a, eerste en tweede lid, en vierde tot en met zesde lid, 7.17b, tweede lid, onderdelen c, d, e en f, vijfde en zesde lid, 7.17c, tweede tot en met vierde lid, en achtste lid, 7.18, tweede lid, en vijfde tot en met zevende lid, 7.18a, tweede, derde, elfde en dertiende lid, 7.18b, eerste tot en met derde lid, 7.20, eerste en vierde lid, 7.21, 7.22, eerste lid, 7.25, zesde lid, 7.26, 7.27, tweede lid, 7.33, 7.34, derde en vierde lid, 7.36b, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid, 7.39, 7.41, eerste en tweede lid;
|
||||
g. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.2, eerste lid, 7.4, 7.5, eerste tot en met derde lid, en vijfde lid, 7.7, 7.9, 7.11, 7.14, eerste lid, 7.15, 7.16, 7.17a, eerste en tweede lid, en vierde tot en met zesde lid, 7.17b, tweede lid, onderdelen c, d, e en f, vijfde en zesde lid, 7.17c, tweede tot en met vierde lid, en achtste lid, 7.18, tweede lid, en vijfde tot en met zevende lid, 7.18a, tweede, derde, elfde en dertiende lid, 7.18b, eerste tot en met derde lid, 7.20, eerste en vierde lid, 7.21, 7.22, eerste lid, artikel 7.23, eerste lid, onderdeel b, en derde tot en met elfde lid, 7.23a, 7.23b, derde tot en met zevende lid en 7.23c, eerste lid, onderdelen a tot en met e, en tweede lid, 7.25, zesde lid, 7.26, 7.27, tweede lid, 7.33, 7.34, tweede en derde lid, 7.36b, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid, 7.39, 7.41, eerste en tweede lid;
|
||||
h. van de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 4.3, 4.4, eerste tot en met derde lid, 4.6, eerste en tweede lid, 4.7, 4.9, eerste en tweede lid, 4.11 en 4.12.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, ontheffing onder voorschriften is verleend, wordt de handeling of het nalaten in strijd met die voorschriften mede aangemerkt als beboetbaar feit ter zake waarvan een boete van de tweede categorie kan worden opgelegd.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue