From 528507852f260ac0860843f7a0119cf47f8ffae5 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Oct 2021 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2021-10-01 | BWBR0023086 | Besluit politiegegevens --- .../BWBR0023086/README.md | 61 +++++++++---------- 1 file changed, 29 insertions(+), 32 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-politiegegevens/BWBR0023086/README.md b/amvb/besluit-politiegegevens/BWBR0023086/README.md index b1b6bcaa2d1..4c4072e4537 100644 --- a/amvb/besluit-politiegegevens/BWBR0023086/README.md +++ b/amvb/besluit-politiegegevens/BWBR0023086/README.md @@ -68,7 +68,7 @@ De categorieën van ambtenaren die in aanmerking kunnen komen voor de autorisati **1.** Voor het verwerken van gegevens met het oog op het doel, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, kunnen worden geautoriseerd de personen die betrokken zijn bij het bewerken en analyseren van gegevens over ongebruikelijke transacties. -**2.** De autorisaties kunnen, namens de verwerkingsverantwoordelijke, worden verstrekt door het hoofd van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. +**2.** De autorisaties kunnen, namens de verwerkingsverantwoordelijke, worden verstrekt door het hoofd van de Financiële inlichtingen eenheid. ### Artikel 2:8 @@ -212,15 +212,16 @@ o. vervallen; p. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van de verzending van beschikkingen en transacties en de tenuitvoerlegging van ontnemings- en schadevergoedingsmaatregelen; q. de Dienst Terugkeer en Vertrek, voor zover het betreft gegevens over vreemdelingen die zijn verkregen in het kader van de uitoefening van het toezicht, bedoeld in de artikelen 46 en 47 van de Vreemdelingenwet 2000, of de opsporing van strafbare feiten, ten behoeve van de begeleiding van de terugkeer of het vertrek uit Nederland van vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven. r. de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, ten behoeve van het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB; -s. een verzekeringsmaatschappij of de Minister van Defensie, ten behoeve van de beoordeling van de wettelijke aansprakelijkheid van de politie of van de Minister van Defensie en de vaststelling van een verplichting tot schadeloosstelling van derden; +s. een verzekeringsmaatschappij, de korpschef of de Minister van Defensie, ten behoeve van de beoordeling van de wettelijke aansprakelijkheid van de politie of van de Minister van Defensie en de vaststelling van een verplichting tot schadeloosstelling van derden; t. het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, ten behoeve van het opstellen van de rapportages pro justitia en de indicatieadvisering; -u. de leden van een commissie als bedoeld in artikel 68, tweede lid, onderdeel a, van de Politiewet 2012, ten behoeve van de behandeling van, en advisering over, klachten over gedragingen van ambtenaren van politie, de leden van een commissie van toezicht op de arrestantenzorg als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van het Besluit beheer politie, ten behoeve van het toezicht op de arrestantenzorg, alsmede de personen die zijn belast met de ondersteuning van de leden van die commissies; +u. de leden van een commissie ingesteld op grond van artikel 68, tweede lid, onderdeel a, of 69 van de Politiewet 2012, ten behoeve van de behandeling van en advisering over klachten over gedragingen van ambtenaren van politie of militairen van de Koninklijke marechaussee dan wel van enig ander onderdeel van de krijgsmacht, de leden van een commissie van toezicht op de arrestantenzorg als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van het Besluit beheer politie, ten behoeve van het toezicht op de arrestantenzorg, alsmede de personen die zijn belast met de ondersteuning van de leden van die commissies; v. het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, ten behoeve van de huisvesting van een vreemdeling en de handhaving van de orde en veiligheid in het aanmeldcentrum; w. het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, voor wat betreft gegevens over de verblijfplaats van een persoon, ten behoeve van de inning van bijdragen of uitkeringen, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen; x. de Minister van Defensie, ten behoeve van het nemen van een beslissing over de ongeldigverklaring van een door die minister afgegeven militair rijbewijs of rijmachtiging; y. Onze Minister voor Immigratie en Asiel, ten behoeve van het verwerken van gegevens omtrent de identiteit van vreemdelingen in de Basisvoorziening Vreemdelingen en de verdere verstrekking van die gegevens aan instanties die zijn betrokken bij de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000, ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van vreemdelingen, en aan andere instanties met een publieke taak belast, ten behoeve van registratie, identificatie en verificatie van vreemdelingen, hun documenten of hun verblijfsrechtelijke positie; z. het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met het oog op de weigering of vervallenverklaring van reisdocumenten zoals bedoeld in artikel 24, onder b, van de Paspoortwet; -aa. de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, voor zover hij deze gegevens behoeft voor een goede uitvoering van de in die wet aan hem opgedragen taken. +aa. de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, voor zover hij deze gegevens behoeft voor een goede uitvoering van de in die wet aan hem opgedragen taken; +ab. de burgemeester ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 151d, tweede lid, van de Gemeentewet, en de bestuursrechtelijke handhaving van die bevoegdheid, voor zover het gegevens betreft met betrekking tot gedragingen die in of vanuit de woning of het erf behorend bij die woning of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf ernstige hinder voor omwonenden veroorzaken. **2.** Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan ambtenaren die bij of krachtens de wet zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van de bij ministeriële regeling aangewezen wetgeving, voor zover het betreft gegevens over de naleving van die wetgeving, en er tussen de verwerkingsverantwoordelijke en de betreffende ambtenaren afspraken zijn gemaakt over welke gegevens verstrekt worden, in welke gevallen en onder welke voorwaarden. De verwerkingsverantwoordelijke legt deze afspraken vast. @@ -243,7 +244,8 @@ a. Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van: 5°. de taakuitvoering van de Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in artikel 13 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en artikel 3.2 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES; 6°. de tenuitvoerlegging van een maatregel als bedoeld in artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht; 7°. de inspectie, bedoeld in artikel 57, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s, met het oog op de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de Politiewet 2012 en op de uitvoering van een bevel, als bedoeld in de artikelen 126nba, eerste lid, 126uba, eerste lid en 126zpa, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, door de ambtenaren, bedoeld in artikel 141, onderdeel d, en de personen, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering; -8°. de Passagiersinformatie-eenheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven, met het oog op de uitvoering van haar taken, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, onder a en b, en 14, tweede lid, van die wet. +8°. de Passagiersinformatie-eenheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven, met het oog op de uitvoering van haar taken, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, onder a en b, en 14, tweede lid, van die wet; +9°. het doen en uitvoeren van verzoeken om internationale rechtshulp in stafzaken. b. de burgemeester ten behoeve van: 1°. de beoordeling van een verzoek tot het verkrijgen van het Nederlanderschap op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap; @@ -259,7 +261,7 @@ e. de korpschef, ten behoeve van zijn adviserende taak in het kader van: 1°. de uitvoering van artikel 3B.1 van het Vuurwerkbesluit; 2°. de benoeming en de herbenoeming van de leden van de commissies van toezicht op de arrestantenzorg, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van het Besluit beheer politie; -f. het bevoegde gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit algemene rechtspositie politie, ten behoeve van het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 8a, eerste lid, en artikel 8b, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, of voor het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid ten aanzien van personen die anderszins werkzaamheden verrichten voor de politie, het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, het Politie onderwijs- en kenniscentrum of de rijksrecherche en waarvoor de gezagdragende instanties justitiële gegevens als bedoeld in het Besluit justitiële gegevens vragen; +f. het bevoegde gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit algemene rechtspositie politie, ten behoeve van het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 8a, eerste lid, en artikel 8b, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, of voor het verrichten van een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid ten aanzien van personen die anderszins werkzaamheden verrichten voor de politie, de Politieacademie of de rijksrecherche en waarvoor de gezagdragende instanties justitiële gegevens als bedoeld in het Besluit justitiële gegevens vragen; g. het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, ten behoeve van de uitoefening van de in die wet aan het bureau opgedragen taak; h. de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van de taken, bedoeld in artikel 4:1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°; i. de burgemeester en de commissaris van de Koning, ten behoeve van hun adviserende taak, bedoeld in het Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau en Onze Minister van Defensie met het oog op de toekenning van bij koninklijk besluit te verlenen onderscheidingen; @@ -271,11 +273,21 @@ k. Onze Minister van Defensie en de onder hem ressorterende bevelvoerende milita l. bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur, voor zover dat noodzakelijk is in de gevallen waarin zij bevoegd zijn tot toepassing van die wet, uitsluitend voor zover het betreft gegevens omtrent de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van die wet. Indien de betrokkene een rechtspersoon is betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de betrokkene een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan; m. het college van burgemeester en wethouders voor zover het gegevens behoeft voor de handhaving van de voorschriften, bedoeld in artikel 10b, vijfde lid, van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek; n. bestuursorganen, ten behoeve van het nemen van een beslissing omtrent de toepassing van artikel 6 van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding, uitsluitend voor zover het betreft gegevens omtrent de aanvrager, subsidieontvanger of houder van een vergunning, ontheffing of erkenning als bedoeld in artikel 6, onderdeel a, van die wet. Indien deze aanvrager, subsidieontvanger of houder een rechtspersoon is, betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de aanvrager, subsidieontvanger of houder een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan; -o. de raad van bestuur van de kansspelautoriteit, bedoeld in artikel 33a van de Wet op de kansspelen ten behoeve van het betrouwbaarheidsonderzoek, bedoeld in artikel 31i van de Wet op de kansspelen. De te verstrekken gegevens betreffen uitsluitend de in artikel 3.4, eerste lid, van het Besluit kansspelen op afstand genoemde personen. Indien het daarbij gaat om een rechtspersoon, betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon zelf als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de betrokkene een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan; o. de hulpofficier van justitie, de functionarissen, bedoeld in de artikelen 17, vierde lid, van de Ambtsinstructie van de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren, het hoofd van de bijzondere opsporingsdienst en de direct toezichthouder, bedoeld in artikel 1 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, ten behoeve van: 1°. de geweldsregistratie, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder m, van de Ambtsinstructie van de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren; -2°. de behandeling en beoordeling van de geweldsregistratie, bedoeld in artikel 18a van de Ambtsinstructie van de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren. +2°. de behandeling en beoordeling van de geweldsregistratie, bedoeld in artikel 18a van de Ambtsinstructie van de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren; +p. de raad van bestuur van de kansspelautoriteit, bedoeld in artikel 33a van de Wet op de kansspelen ten behoeve van het betrouwbaarheidsonderzoek, bedoeld in artikel 31i van de Wet op de kansspelen. De te verstrekken gegevens betreffen uitsluitend de in artikel 3.4, eerste lid, van het Besluit kansspelen op afstand genoemde personen. Indien het daarbij gaat om een rechtspersoon, betreffen de gegevens zowel de rechtspersoon zelf als de bestuurders, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien een bestuurder een rechtspersoon is betreffen de gegevens eveneens deze rechtspersoon, alsmede de bestuurders daarvan. Indien de betrokkene een maatschap of vennootschap onder firma is betreffen de gegevens de maten, dan wel de vennoten, uitgezonderd de gegevens betreffende de vennoot en commandite, alsmede de gegevens met betrekking tot strafbare feiten waaraan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag heeft gelegen. Indien de vennoten of maten rechtspersoonlijkheid bezitten betreffen de gegevens deze rechtspersonen, alsmede de bestuurders daarvan; +q. deskundigen als bedoeld in artikel 51i van het Wetboek van Strafvordering ten behoeve van de uitvoering van hen opgedragen onderzoeken in strafzaken; +r. het Nederlands Forensisch Instituut ten behoeve van de uitvoering van zijn taken met het oog op de waarheidsvinding in strafzaken, het leveren van een bijdrage aan de handhaving van de internationale en nationale rechtsorde of veiligheid, de ondersteuning bij de hulpverleningstaak van de politie en het leveren van een dienst of product, na goedkeuring van de Minister van Justitie en Veiligheid, indien sprake is van een zaak van groot maatschappelijk belang; +s. de Autoriteit Consument en Markt ten behoeve van haar toezichthoudende taak op de naleving van: + +1°. de artikelen 6 en 24 van de Mededingingswet, gelet op artikel 2 van die wet; +2°. artikel 43 van de Elektriciteitswet 1998 en Verordening 1227/2011, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel au, van die wet, gelet op artikel 5, eerste lid, van die wet; +3°. artikel 32 van de Gaswet en Verordening 1227/2011, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ap, van die wet, gelet op artikel 1a, eerste lid, van die wet; +4°. onderdeel a van de bijlage bij de Wet handhaving consumentenbescherming, gelet op artikel 2.2 van die wet; of +5°. De artikelen 4.3 en 4.7 van de Telecommunicatiewet, gelet op artikel 15.1 van die wet; +t. de Regionale Ambulancevoorzieningen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen, en de besturen van de veiligheidsregio’s, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s, ten behoeve van de uitoefening van de meldkamerfunctie, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de Politiewet 2012. **2.** @@ -317,7 +329,8 @@ a. het nemen van beschikkingen omtrent het verlenen of intrekken van jachtakten b. het nemen van een beslissing op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus; c. het nemen van beschikkingen omtrent het verlenen of intrekken van een erkenning op grond van de Wet explosieven voor civiel gebruik; d. het nemen van een beslissing omtrent de Wet wapens en munitie; -e. de hem bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken. +e. de hem bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken; +f. het vaststellen en behandelen van bedrijfsziekten, bedrijfsongevallen of PTSS als uitvoering van de aan hem, als werkgever, opgelegde taak in de zin van hoofdstuk 2 Arbeidsomstandighedenwet. – de burgemeester, ten behoeve van het nemen van een beslissing omtrent: a. de verlening, weigering of intrekking van een vergunning of ontheffing op grond van de Alcoholwet; @@ -386,7 +399,7 @@ c. de personen, werkzaam bij de Financiële inlichtingen eenheid, ten behoeve va d. de ambtenaren die werkzaam zijn bij de nationale politiële contactpunten, bedoeld in artikel 5:3, vierde lid; e. de ambtenaren, werkzaam bij de Passagiersinformatie-eenheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven, ten behoeve van de in dat artikel bedoelde taken. -**2.** De op grond van artikel 4:3, vijfde lid, te verstrekken politiegegevens aan de korpschef kunnen op grond van artikel 23, derde lid, van de wet rechtstreeks worden verstrekt. +**2.** De op grond van artikel 4:3, vijfde lid, te verstrekken politiegegevens aan de korpschef of Onze Minister van Defensie kunnen op grond van artikel 23, derde lid, van de wet rechtstreeks worden verstrekt. ### Artikel 4:7 @@ -434,9 +447,7 @@ Bij de verstrekking van politiegegevens aan derden, op grond van de artikelen 19 **6.** Politiegegevens die worden verwerkt door de Financiële inlichtingen eenheid kunnen worden doorgegeven aan van overheidswege aangewezen administratieve of politiële meldpunten in derde landen die een vergelijkbare taak hebben als het meldpunt. Het bepaalde in het tweede lid vindt geen toepassing. -**7.** Door vernummering vervallen. - -**8.** Als blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt deelt de verstrekkende autoriteit dit onverwijld mee aan de personen of instanties van de lidstaat aan wie de gegevens zijn verstrekt, met het verzoek de gegevens onmiddellijk te corrigeren, te wissen of af te schermen. +**7.** Als blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt deelt de verstrekkende autoriteit dit onverwijld mee aan de personen of instanties van de lidstaat aan wie de gegevens zijn verstrekt, met het verzoek de gegevens onmiddellijk te corrigeren, te wissen of af te schermen. ### Artikel 5:2 @@ -490,7 +501,7 @@ Indien politiegegevens worden ontvangen van een andere lidstaat van de Europese **3.** -Indien bij de gegevensvergelijking wordt vastgesteld dat gegevens overeenkomen dan worden uitsluitend de overeenkomende gegevens doorgezonden. Voor doorzending van nadere, met betrekking tot de overeenkomende gegevens beschikbare persoon- of zaaksgegevens is een verzoek, als bedoeld in artikel 552h van het Wetboek van Strafvordering, vereist. De verdere verwerking van de doorgezonden politiegegevens is uitsluitend toegestaan met het oog op: +Indien bij de gegevensvergelijking wordt vastgesteld dat gegevens overeenkomen dan worden uitsluitend de overeenkomende gegevens doorgezonden. Voor doorzending van nadere, met betrekking tot de overeenkomende gegevens beschikbare persoon- of zaaksgegevens is een verzoek, als bedoeld in artikel 5.1.1 van het Wetboek van Strafvordering, vereist. De verdere verwerking van de doorgezonden politiegegevens is uitsluitend toegestaan met het oog op: a. de vaststelling of de vergeleken profielen overeenstemmen; b. de voorbereiding en indiening van een verzoek om rechtshulp; @@ -504,9 +515,9 @@ Na afloop van de gegevensvergelijking worden de doorgezonden gegevens onverwijld ### Artikel 5:6 -**1.** Aan de politieambtenaar uit een andere lidstaat van de Europese Unie, die is toegevoegd aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld in artikel 552qa van het Wetboek van Strafvordering dat is gevestigd in Nederland, kunnen politiegegevens worden doorgezonden op gelijke voet als aan Nederlandse politieambtenaren, voor zover zij deze behoeven voor de doeleinden waarvoor het gemeenschappelijke onderzoeksteam is ingesteld. +**1.** Aan de politieambtenaar uit een andere lidstaat van de Europese Unie, die is toegevoegd aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld in artikel 5.2.1 van het Wetboek van Strafvordering dat is gevestigd in Nederland, kunnen politiegegevens worden doorgezonden op gelijke voet als aan Nederlandse politieambtenaren, voor zover zij deze behoeven voor de doeleinden waarvoor het gemeenschappelijke onderzoeksteam is ingesteld. -**2.** Aan de Nederlandse politieambtenaar die is toegevoegd aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld in artikel 552qa van het Wetboek van Strafvordering dat is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, kunnen politiegegevens worden doorgezonden met het oog op de gebruikmaking daarvan voor de doeleinden waarvoor het gemeenschappelijke onderzoeksteam is ingesteld. +**2.** Aan de Nederlandse politieambtenaar die is toegevoegd aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld in artikel 5.2.1 van het Wetboek van Strafvordering dat is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, kunnen politiegegevens worden doorgezonden met het oog op de gebruikmaking daarvan voor de doeleinden waarvoor het gemeenschappelijke onderzoeksteam is ingesteld. ### Artikel 5:7 @@ -603,8 +614,6 @@ f. aan de in dit artikel gestelde voorschriften voldoet bij de inschakeling van ### Artikel 6:2 -**1.** - Over de verwerkingen bedoeld in artikel 13, eerste, tweede en derde lid, van de wet, wordt tevoren schriftelijk vastgelegd: a. ten behoeve van welk specifiek doel ter ondersteuning van de politietaak de gegevens verder worden verwerkt; @@ -614,8 +623,6 @@ d. de frequentie waarmee de gegevens ter voldoening aan de onder c bedoelde verp e. de verantwoordelijke of verantwoordelijken die de gegevens verder verwerken; f. indien sprake is van een bewerker, degene die als bewerker optreedt. -**2.** De op grond van het eerste lid schriftelijk vastgelegde gegevens worden ter inzage gelegd gedurende de tijd dat de gegevens ingevolge artikel 32, derde lid, van de wet beschikbaar zijn. - ### Artikel 6:3 Vervallen @@ -626,16 +633,6 @@ Vervallen **2.** -Indien politiegegevens geautomatiseerd worden vergeleken met andere gegevens of in combinatie met elkaar worden verwerkt, als bedoeld in artikel 11, eerste, tweede, vierde en vijfde lid van de wet, worden van die verwerking de volgende gegevens vastgelegd: - -a. de gegevens die voor de rechtstreekse raadpleging zijn gebruikt; -b. de identiteit of het kenmerk van de politieambtenaar die de rechtstreekse raadpleging heeft uitgevoerd; -c. de gegevens op grond waarvan kan worden nagegaan welke gegevens ter beschikking zijn gesteld voor verdere verwerking voor een doel, als bedoeld in artikel 9 of 10 van de wet; - -**3.** Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien politiegegevens ter beschikking worden gesteld voor hernieuwde verwerking op grond van artikel 9 of 10 van de wet, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet. - -**4.** - Indien politiegegevens op grond van paragraaf 3 van de wet worden verstrekt, worden van die verstrekking de volgende gegevens vastgelegd: a. de identiteit van de verzoeker; @@ -643,7 +640,7 @@ b. de datum van de verstrekking; c. een omschrijving van de verstrekte gegevens; d. het doel van de verstrekking. -**5.** +**3.** Indien politiegegevens op grond van paragraaf 3 van de wet rechtstreeks langs geautomatiseerde weg, als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet worden verstrekt, worden van die verstrekking de volgende gegevens vastgelegd: @@ -652,7 +649,7 @@ b. de gegevens die ten behoeve van de gegevensvergelijking door de verzoeker zij c. de gegevens op grond waarvan kan worden nagegaan welke gegevens naar aanleiding van de gegevensvergelijking zijn verstrekt inclusief de mededeling van het niet voorhanden zijn van een gegeven; d. de datum en het tijdstip van de verstrekking. -**6.** De verplichtingen van het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing op de verstrekking van gegevens op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel c, van de wet. +**4.** De verplichtingen van het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing op de verstrekking van gegevens op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de wet. ### Artikel 6:5