diff --git a/beleidsregel/beleidsregels-buitengewoon-opsporingsambtenaar/BWBR0039766/README.md b/beleidsregel/beleidsregels-buitengewoon-opsporingsambtenaar/BWBR0039766/README.md index 6f6a759ffbb..72d75a7f01d 100644 --- a/beleidsregel/beleidsregels-buitengewoon-opsporingsambtenaar/BWBR0039766/README.md +++ b/beleidsregel/beleidsregels-buitengewoon-opsporingsambtenaar/BWBR0039766/README.md @@ -200,7 +200,7 @@ In bijlage J wordt de aanvraagprocedure uiteengezet. ## 5. De domeinen -De domeinlijst bevat vijf inhoudelijke domeinen en een 'restdomein'. De domeinen *Openbare ruimte, Milieu, welzijn en infrastructuur, Onderwijs, Openbaar vervoer, Werk, inkomen en zorg en Generieke opsporing* bieden een breed optioneel pakket aan opsporingsbevoegdheden, politiebevoegdheden en geweldsmiddelen. +De domeinlijsten zoals opgenomen in de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar bestaan uit vijf inhoudelijke domeinen en een ‘restdomein’. De domeinen *Openbare ruimte, Milieu, welzijn en infrastructuur, Onderwijs, Openbaar vervoer, Werk, inkomen en zorg en Generieke opsporing* bieden een breed optioneel pakket aan opsporingsbevoegdheden, politiebevoegdheden en geweldsmiddelen. De domeinen bevatten maximale opsporingspakketten. De boa in bezoldigde dienst kan formeel beschikken over alle opsporingsbevoegdheden binnen het betreffende domein. Met het oog op nut en noodzaak wordt er echter van uitgegaan dat de boa-werkgever het pakket aan opsporingsbevoegdheden koppelt aan de taakomschrijving van zijn boa's. Het gebruik van opsporingsbevoegdheden dient immers altijd gekoppeld te zijn aan de vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. Daarom dient de boa-werkgever middels het aanvraagformulier de taakomschrijving te beschrijven en daarbij de gewenste opsporingsbevoegdheden binnen een domein aan te kruisen. @@ -270,48 +270,7 @@ In Bijlage D is een overzicht opgenomen van de examenonderdelen en bijbehorende ### 6.4. Domeinlijst I. Openbare ruimte -De boa Openbare ruimte is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet. - -1. Artikel 2.13 Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; -2. Besluit lozen buiten inrichtingen juncto artikel 10.2 Wet Milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; -3. Besluit personenvervoer 2000; -4. Hoofdstuk 7 Binnenvaartpolitiereglement; -5. Binnenvaartwet; -6. Drank en Horecawet juncto artikel 1 Wet op de economische delicten;14 Overigens is voor de opsporingsbevoegdheid met betrekking tot uitsluitend artikel 45 Drank- en Horecawet de opleiding bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van de Regeling toezichthoudende ambtenaren niet vereist. -7. Huisvestingswet 2014; -8. Artikel 19 Besluit luchtverkeer; -9. Erfgoedwet; -10. Verordeningen en/of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen; -11. Artikel 3, tweede lid, van het Reglement houdende voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; -12. Tabaks- en rookwarenwet juncto artikel 1 Wet op de economische delicten; -13. Visserijwet 1963 juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; -14. Artikelen 2.3.6 Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; -15. Artikel 6.2 lid 1 Waterwet, juncto artikel 1a Wet op de economische delicten voor zover het overtredingen betreft die een nadelige invloed hebben of kunnen hebben op de leefbaarheid in de publieke ruimte; -16. Artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, maar alleen voor zover het stilstaand verkeer betreft. De artikelen 4, 5, 6, 10, 60, 82 en 62 juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer. Handhaving op negatie van C borden (RVV 1990) is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht) auto's, zoals de zogeheten milieuzones. Op www.om.nl/geslotenverklaring is het toepasselijke kader voor de gemeente opgenomen indien zij digitaal wil handhaven op het negeren van een C-bord of op de overtreding van artikel 5, 6, of 10 RVV 1990 die volgt uit het negeren van een G-bord; -17. Artikel 2 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; -18. Artikel 2.2 lid 1 onder g en h Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 1a Wet op de economische delicten; -19. Artikel 13 Wet bodembescherming juncto artikel 1a Wet op de economische delicten voor zover het gaat om feiten die de leefbaarheid aantasten; -20. Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden; -21. Artikelen 10.1 lid 1, 10.37 en 10.38 Wet milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten voor zover het gaat om feiten die de leefbaarheid aantasten; -22. Titel VA van de Wet op de kansspelen; -23. Wet openbare manifestaties; -24. Artikel 72, 73, 74, 82a en 82b Wet personenvervoer 2000; -25. Wet pleziervaartuigen; -26. Wet ruimtelijke ordening juncto artikel 1a van de Wet op de economische delicten met uitzondering van de volgende situaties: - -1) Het feit is begaan in samenhang met andere economische feiten, of -2) Het feit heeft betrekking op een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer; -27. Wet veiligheidsregio’s -28. Artikelen 175, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, 188, 199,225, 231 lid 2, 239, 266juncto 267, 284, 285, 300 juncto artikel 304 onder ten tweede, 350, 351, 351 bis, 352, 416, 417 bis, 424 t/m 429, 430a, 435 onder ten vierde, 437, 437 bis en 437 ter, 438, 443, 447b, 447c, 447d, 447e, 453, 458 t/m 461 Wetboek van Strafrecht; -29. Winkeltijdenwet; -30. Woningwet juncto artikel 1a Wet op de economische delicten met uitzondering van de volgende situaties: - -1) Het feit is begaan in samenhang met andere economische delicten; -2) Het feit heeft betrekking op een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, of -3) Het feit heeft betrekking op overtreding van het Bouwbesluit 2012 voor zover het de voorschriften inzake het verwijderen van asbest en de aanwezigheid van asbestvezels of formaldehyde betreft. -31. Wrakkenwet, voor zover het gaat om feiten die de leefbaarheid aantasten; -32. Zondagswet; -33. Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van Justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project. +Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. De boa Openbare ruimte kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan tevens optioneel beschikken over handboeien, wapenstok en/of pepperspray. De ingehuurde boa Openbare ruimte kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en optioneel over handboeien. @@ -353,34 +312,7 @@ In Bijlage E is een overzicht opgenomen van de examenonderdelen en bijbehorende ### 7.4. Domeinlijst II. Milieu, welzijn en infrastructuur -De boa Milieu, welzijn en infrastructuur is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet. - -1. Algemene wet inzake rijksbelastingen; -2. Herziene Rijnvaartakte; -3. Artikel 19 Besluit luchtverkeer; -4. Meetbrievenwet 1981; -5. Erfgoedwet; -6. Bijlage 4 van de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen; -7. Rijkswet noodvoorzieningen scheepvaart; -8. Scheepvaartverkeerswet (incl. Rijnvaartpolitiereglement 1995 en Binnenvaartpolitiereglement); -9. Schepenwet; -10. Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967; -11. Vaarplichtwet; -12. Verordeningen en/of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen; -13. Waterwet; -14. Artikel 2 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; -15. Wet beheer rijkswaterstaatswerken; -16. Wet behoud scheepsruimte 1939; -17. Wet dieren; -18. Wet op de dierproeven; -19. Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden; -20. Wet openbare manifestaties; -21. Wet publieke gezondheid; -22. De in de artikelen 1 en 1a van de Wet op de economische delicten genoemde wetten en krachtens deze wetten geldende regelgeving. Ten aanzien van het bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 bepaalde is, met uitzondering van de in het ‘Besluit aanwijzing toezichthouders en opsporingsambtenaren Inspectie Leefomgeving en Transport betreffende vervoerswetgeving’ genoemde opsporingsambtenaren, de bevoegdheid van de boa daarbij beperkt tot de volgende artikelen: de artikelen genoemd in artikel 1 van de WED; artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, maar alleen voor zover het stilstaand verkeer betreft; de artikelen 4, 5, 6, 10, 60, 82 en 62 juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer. Handhaving op negatie van C borden (RVV 1990) is toegestaan voor zover de handhaving betrekking heeft op het tegengaan van overlast en op de bescherming van het milieu en de natuur. Op www.om.nl/geslotenverklaring is het toepasselijke kader voor de gemeente opgenomen indien zij digitaal wil handhaven op het negeren van een C-bord of op de overtreding van artikel 5, 6, of 10 RVV 1990 die volgt uit het negeren van een G-bord; -23. Artikelen 141, 157, 160 t/m 163, 172, 173, 173a, 173b, 174, 175, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, 198, 199, 216 t/m 225, 227b, 230, 231 lid 2, 239, 240a, 266/267, 284, 285, 300 juncto artikel 304 onder ten tweede, 307, 308, 310, 311, 314, 315, 321, 326, 329, 330, 337, 350, 351, 351 bis, 352, 416, 417 bis, 424 t/m 429, 430a, 435, onder ten vierde, 437, 437bis, 437ter, 447b, 447c, 447d, 447^e, 453 en 458 t/m 461 Wetboek van Strafrecht; -24. Wrakkenwet; -25. Zondagswet; -26. Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project. +Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. De landelijke bevoegdheid voor de boa Milieu, welzijn en infrastructuur kan eveneens de 12 mile zone, het continental plat en de Exclusieve Economische Zone omvatten. @@ -424,12 +356,7 @@ In bijlage F is een overzicht van de examenonderdelen en bijbehorende onderwerpe ### 8.4. Domeinlijst III. Onderwijs -De boa Onderwijs is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet. - -1. Leerplichtwet 1969; -2. Verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen. -3. Artikelen 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, 266/ 267, 284, 285, 300 juncto artikel 304 onder ten tweede, 435 onder ten vierde, 447e Wetboek van Strafrecht; -4. Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project. +Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. De boa Onderwijs kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien. Dit geldt ook voor de ingehuurde boa Onderwijs. @@ -474,17 +401,7 @@ De eindtermen van het algemene boa basis examen maken onverkort deel uit van het ### 9.4. Domeinlijst IV. Openbaar vervoer -De boa Openbaar Vervoer is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet. - -1. Algemene plaatselijke verordeningen, voor zover deze verordeningen samenhangen met het vervoer van personen en voor zover de boa is aangewezen door het bevoegd gezag; -2. Besluit personenvervoer 2000; -3. Artikelen 15a lid 1 en lid 2, 23 lid 1 sub a, b en e, 62 juncto bord C1, C11, C12, C13, C14, C15, C16 en C17, 24 lid 1 sub b, 62 juncto 71 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; -4. Spoorwegwet; -5. Artikel 5 Wegenverkeerswet 1994; -6. Wet lokaal spoor -7. Wet personenvervoer 2000; -8. Artikelen 141, 157, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, 225, 239, 266/267, 284, 285, 300 juncto artikel 304 onder ten tweede, 310, 311, 350, 416, 424, 426, 435, onder ten vierde, 447e en 461 Wetboek van Strafrecht; -9. Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project. +Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. De boa Openbaar Vervoer kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien en/of wapenstok. De ingehuurde boa Openbaar Vervoer kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en optioneel over handboeien. @@ -504,15 +421,7 @@ In overleg met boa-werkgevers, de direct toezichthouders, de toezichthouders en ### 10.3. Domeinlijst V. Werk, inkomen en zorg -De boa Werk, inkomen en zorg is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet. - -1. Bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990; -2. Verordeningen en/of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen. -3. Wet op het accountantsberoep; -4. De Wet op de economische delicten en de in artikel 1 en 1a van deze wet genoemde wetten, voor zover de opsporing van deze wetgeving waaruit deze delicten voortvloeien is opgedragen aan de Inspectie SZW, de Belastingdienst/Bureau Economische Handhaving, de Kansspelautoriteit of anderen; -5. Bij of krachtens de wetten waarvan de uitvoering bij of krachtens de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet suwi) is opgedragen; -6. Wetboek van Strafrecht: artikelen 161 sexies, 161 septies, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, , 189, 194, 197, 197a, 197b, 197c, 197d, 198, 225, 226, 227, 227a, 227b, 228, 229, 231, 321, 322, 323a, 326, 340, 341, 342, 343, 344, 345, 347, 348, 350a, 350b, 363, 266/267, 284, 285, 300 juncto artikel 304 onder ten tweede, 416, 417, 417bis, 420 bis, ter en quater, 435, onder ten vierde, 442, 447b, 447c, 447d, 447e, voor zover het feit van belang is voor de toepassing van wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen, met de uitvoering waarvan de organisatie (o.a. UWV, Inspectie SZW, belastingdienst, gemeenten, Kansspelautoriteit) krachtens de wet is belast dan wel voor de uitvoering van andere taken, voor het verrichten waarvan de organisatie krachtens de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de goedkeuring heeft gekregen; -7. Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project. +Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. De boa Werk, inkomen en zorg kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien. @@ -598,11 +507,7 @@ Het merendeel van de diensten wiens boa’s vallen binnen het domein generieke o ### 11.4. Domeinlijst VI. Generieke opsporing -De boa generieke opsporing is bevoegd om te handhaven op de volgende artikelen en wetten voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet. - -1. Alle strafbare feiten voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de betreffende functie en het daaraan gekoppelde takenpakket; -2. Verordeningen en/of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen; -3. Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project. +Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. Voor de politiemedewerkers die vanuit de reorganisatie Politiewet 2012 als boa een deel van een executieve politiefunctie gaan vervullen, wordt bij schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 10, zesde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) bevestigd met welke taken binnen de functie de medewerker belast wordt.