2014-04-10 | BWBR0010646 | Uitvoeringsbesluit WEB
This commit is contained in:
parent
6c1552fabe
commit
52f6c2796f
1 changed files with 96 additions and 11 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Uitvoeringsbesluit WEB
|
|||
bwb_id: BWBR0010646
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2006-08-31'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2014-04-10'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0010646
|
||||
citeertitel: Uitvoeringsbesluit WEB
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -421,6 +421,81 @@ Voor elke deelnemer met een leerlinggebonden budget dat beschikbaar is op grond
|
|||
|
||||
**2.** Artikel 56a, tweede en derde lid, van het Besluit bekostiging WEC is van toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2A. Bekostiging voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 2a.1.1
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk is van toepassing op instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 1°, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a.1.2
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. opleiding vavo: een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1., eerste lid, onderdeel a, van de wet, die op grond van artikel 2.1.2, eerste lid, van de wet voor bekostiging in aanmerking komt;
|
||||
b. deelnemer vavo: een deelnemer die bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 1°, van de wet is ingeschreven voor een of meer opleidingen vavo;
|
||||
c. diploma vavo: diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 juncto artikel 7.4.11, vijfde lid, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a.1.3
|
||||
|
||||
Binnen het raam van de door de begrotingswetgever voor het desbetreffende kalenderjaar beschikbaar gestelde middelen, stelt Onze Minister jaarlijks de omvang vast van het landelijk beschikbare budget voor de exploitatiekosten en huisvestingskosten voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Exploitatiekosten en huisvestingskosten
|
||||
|
||||
### Artikel 2a.2.1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister berekent de rijksbijdrage voor exploitatie- en huisvestingskosten vavo volgens de formule:
|
||||
|
||||
| (IDW x 0,4) + (IVW x 0,5) + (IDiW x 0,1) | | |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| ––––––––––––––––––––––––––––––––––––– | x | LB |
|
||||
| (LDW x 0,4) + (LVW x 0,5)+ (LDiW x 0,1) | | |
|
||||
|
||||
Waarbij wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *IDW:* het aantal deelnemers dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor een opleiding vavo en daadwerkelijk die opleiding volgt;
|
||||
- *IVW:* het aantal vakken van het eindexamen of deeleindexamen dat in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar bij de desbetreffende instelling is afgesloten met een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering door bij die instelling ingeschreven deelnemers vavo;
|
||||
- *IDiW:* het aantal diploma’s vavo dat in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar door de examencommissie van de desbetreffende instelling is afgegeven aan bij die instelling ingeschreven deelnemers vavo;
|
||||
- *LDW:* het aantal deelnemers dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar is ingeschreven voor een opleiding vavo bij alle instellingen tezamen
|
||||
- *LVW:* het aantal vakken van het eindexamen of deeleindexamen dat in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar bij alle instellingen tezamen door deelnemers vavo is afgesloten met een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering;
|
||||
- *LDiW:* het aantal diploma’s vavo dat in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar door de examencommissies van alle instellingen tezamen is afgegeven aan deelnemers vavo;
|
||||
- *LB:* het landelijk beschikbare budget voor het vavo.
|
||||
|
||||
De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.
|
||||
|
||||
**2.** De op grond van het eerste lid berekende rijksbijdrage wordt vermeerderd met het rijksbijdragedeel voor gehandicapte deelnemers, zoals dat wordt berekend op grond van artikel 2a.3.1.
|
||||
|
||||
**3.** De op grond van het eerste en tweede lid berekende rijksbijdrage kan worden aangepast in verband met uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a.2.2
|
||||
|
||||
**1.** In geval van fusie van instellingen betrekt Onze Minister bij de toepassing van paragraaf 2 de gegevens van de instellingen die in de gefuseerde instelling zijn opgegaan en berekent de bijdrage voor de gefuseerde instelling op basis van die gegevens.
|
||||
|
||||
**2.** In geval van splitsing van instellingen betrekt Onze Minister bij de toepassing van paragraaf 2 de afspraken omtrent de toerekening van de gegevens aan elk van de instellingen die daarover door de betrokken bevoegde gezagsorganen zijn gemaakt, blijkend uit een door die bevoegde gezagsorganen aan Onze Minister overgelegde en ondertekende verklaring dienaangaande.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a.2.3
|
||||
|
||||
**1.** De gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, onderdelen a, b, c, e, f, g, h en j, van de wet, en de verklaring, bedoeld in artikel 2.2a.4, vijfde lid, van de wet, worden uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar ingediend bij Onze Minister. Indien Onze Minister van een instelling de gegevens, bedoeld in de eerste volzin, niet uiterlijk 1 juli van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, heeft ontvangen en hierdoor niet tijdig over de gegevens kan beschikken, kan Onze Minister de hoogte van de rijksbijdrage voor deze instelling voor het desbetreffende kalenderjaar vaststellen conform de voorschriften in het tweede tot en met vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de toepassing van artikel 2a.2.1 wordt voor een instelling als bedoeld in het eerste lid, bij de berekening van de rijksbijdrage, in afwijking van artikel 2a.2.1, eerste lid, de uitkomst van het gedeelte van de formule boven de streep, zoals vermeld in het eerste lid van die artikelen, vastgesteld op de uitkomst van dat deel van de formule van het voorgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**3.** De instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, onderdelen a, b, c, e, f, g, h en j van de wet, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, in bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Indien toepassing van artikel 2a.2.1, met gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het derde lid, leidt tot een lagere rijksbijdrage dan vastgesteld op grond van het tweede lid, wordt die lagere rijksbijdrage vastgesteld. Gebruikmaking van de gegevens, bedoeld in het derde lid, leidt in geen geval tot een hogere rijksbijdrage dan vastgesteld op grond van het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Gehandicapte deelnemers
|
||||
|
||||
### Artikel 2a.3.1
|
||||
|
||||
**1.** Onze minister stelt jaarlijks het landelijk beschikbare budget vast ten behoeve van de kosten voor gehandicapte deelnemers.
|
||||
|
||||
**2.** Onze minister verdeelt het voor een kalenderjaar vastgestelde budget ten behoeve van gehandicapte deelnemers over de instellingen naar rato van de voor dat kalenderjaar op grond van artikel 2a.2.1, eerste lid, berekende rijksbijdrage voor die instelling. De uitkomst van de berekening wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2B. Kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid beroepsonderwijs en voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Educatie
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Opleidingen educatie, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f, van de WEB
|
||||
|
|
@ -807,27 +882,37 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van artikel 4b.2.3, eerste lid, in het studiejaar 2007–2008 wordt in onderdeel a voor «1 maart de voorlopige gegevens omtrent de inschrijvingen op 1 oktober van het desbetreffende studiejaar» gelezen: 8 maart de voorlopige gegevens omtrent de inschrijvingen op 1 oktober van het desbetreffende studiejaar, en op 8 maart de voorlopige gegevens omtrent de inschrijvingen op 1 februari van het desbetreffende studiejaar.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Educatie
|
||||
### Paragraaf 2. Vavo
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.1
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het tweede lid wordt de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2a.2.1, eerste lid, voor het bekostigingsjaar 2015 vastgesteld als volgt:
|
||||
|
||||
a. voor elke instelling wordt een bedrag vastgesteld dat overeenkomt met het bedrag dat de instelling in 2014 heeft ontvangen op grond van de Regeling overgangsbekostiging vavo 2013 en 2014, vermenigvuldigd met twee derde; en
|
||||
b. voor elke instelling wordt een bedrag vastgesteld door het deel van het landelijk beschikbaar budget, bedoeld in artikel 2a.1.3, voor het jaar 2015 dat overblijft na aftrek van de op grond van onderdeel a berekende bedragen, te verdelen volgens de berekening, bedoeld in artikel 2a.2.1, eerste lid; en
|
||||
c. de uitkomsten van de berekeningen op grond van de onderdelen a en b worden rekenkundig afgerond op hele euro’s.
|
||||
|
||||
**2.** Indien Onze Minister de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, onderdelen a, b, c, e, f, g, h en j, van de wet voor het bekostigingsjaar 2015 niet uiterlijk 1 juli 2014 heeft ontvangen, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, wordt het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde bedrag voor de desbetreffende instelling berekend door het bedrag dat de instelling in 2014 heeft ontvangen op grond van de Regeling overgangsbekostiging vavo 2013 en 2014 te vermenigvuldigen met een derde. Het aldus berekende bedrag wordt in mindering gebracht op het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde deel van het landelijk budget voordat dit overeenkomstig dat onderdeel wordt verdeeld. Artikel 2a.2.3, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het rijksbijdragedeel ten behoeve van de kosten van gehandicapte deelnemers voor het bekostigingsjaar 2015 wordt vastgesteld door het budget, bedoeld in artikel 2a.3.1, eerste lid, voor het bekostigingsjaar 2015 over de instellingen te verdelen naar rato van de voor dat jaar op grond van het eerste en tweede lid berekende rijksbijdragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.3
|
||||
Onverminderd het tweede lid wordt de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2a.2.1, eerste lid, voor het bekostigingsjaar 2016 vastgesteld als volgt:
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
a. voor elke instelling wordt een bedrag vastgesteld dat overeenkomt met het bedrag dat de instelling in 2014 heeft ontvangen op grond van de Regeling overgangsbekostiging vavo 2013 en 2014, vermenigvuldigd met een derde; en
|
||||
b. voor elke instelling wordt een bedrag vastgesteld door het deel van het landelijk beschikbaar budget, bedoeld in artikel 2a.1.3, voor het jaar 2016 dat overblijft na aftrek van de op grond van onderdeel a berekende bedragen, te verdelen volgens de berekening, bedoeld in artikel 2a.2.1, eerste lid; en
|
||||
c. de uitkomsten van de berekeningen op grond van de onderdelen a en b worden rekenkundig afgerond op hele euro’s.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.4
|
||||
**2.** Indien Onze Minister de gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede lid, onderdelen a, b, c, e, f, g, h en j, van de wet voor het bekostigingsjaar 2016 niet uiterlijk 1 juli 2015 heeft ontvangen, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, wordt artikel 2a.2.3, tweede lid, toegepast op de berekening van het in het in eerste lid, onderdeel b, bedoelde bedrag. Het aldus berekende bedrag wordt in mindering gebracht op het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde deel van het landelijk budget voordat dit overeenkomstig dat onderdeel wordt verdeeld. Artikel 2a.2.3, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**3.** Het rijksbijdragedeel ten behoeve van de kosten van gehandicapte deelnemers voor het bekostigingsjaar 2016, wordt vastgesteld door het budget, bedoeld in artikel 2a.3.1, eerste lid, voor het bekostigingsjaar 2016 over de instellingen te verdelen naar rato van de voor dat jaar op grond van het eerste en tweede lid berekende rijksbijdragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2.5
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
### Paragraaf 2a. Kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid beroepsonderwijs en voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue