2020-10-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
441117434a
commit
531782f514
1 changed files with 41 additions and 51 deletions
|
|
@ -2348,6 +2348,11 @@ De vereisten zoals opgenomen in de artikelen 3.73 tot en met 3.75 Vb, zijn van t
|
|||
• een wetenschappelijk onderzoeker; of
|
||||
• een arts in opleiding tot specialist aan een door de Medisch Specialisten Registratie Commissie, de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie of de Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie aangewezen opleidingsinstituut.
|
||||
|
||||
De IND past het verlaagde looncriterium als bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onder a, sub 2, BuWav toe als:
|
||||
|
||||
− de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden van het zoekjaar hoogopgeleiden zoals opgenomen in artikel 3.42, eerste lid, Vb; en
|
||||
− de in artikel 3.42, eerste lid, Vb genoemde periode van 3 jaar niet is verstreken.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.30a, eerste lid, Vb wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’ af of trekt deze achteraf in als het loon naar het oordeel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet marktconform is. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beoordeelt of er sprake is van een marktconform loon.
|
||||
|
||||
De IND telt bij de berekening van het bruto maandloon als bedoeld in artikel 1d, eerste lid, BuWav de onkostenvergoedingen en toeslagen mee, als:
|
||||
|
|
@ -2358,9 +2363,7 @@ De IND telt bij het bruto maandloon niet mee:
|
|||
|
||||
• (de waarde van) in natura uitgekeerd loon;
|
||||
• de vakantietoeslag; en/of
|
||||
• de waarde van onzekere, niet vaste, loonbestanddelen als
|
||||
|
||||
overwerkvergoedingen, fooien en uitkeringen uit fondsen.
|
||||
• de waarde van onzekere, niet vaste, loonbestanddelen als overwerkvergoedingen, fooien en uitkeringen uit fondsen.
|
||||
|
||||
De IND maakt ten aanzien van een vreemdeling die een beroep wil uitoefenen in de individuele gezondheidszorg alleen gebruik van de in artikel 3.30a Vb neergelegde bevoegdheid als registratie in het BIG-register heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2370,8 +2373,8 @@ De zoekperiode vangt aan op de dag waarop de arbeidsovereenkomst is ontbonden.
|
|||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘arbeid als kennismigrant’ in:
|
||||
|
||||
– nadat de zoekperiode van drie maanden is verstreken; en
|
||||
– de vreemdeling geen nieuwe functie als kennismigrant heeft gevonden.
|
||||
− nadat de zoekperiode van drie maanden is verstreken; en
|
||||
− de vreemdeling geen nieuwe functie als kennismigrant heeft gevonden.
|
||||
|
||||
De IND trekt deze verblijfsvergunning in per datum einde zoekperiode.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3761,59 +3764,47 @@ De zorgcoördinator draagt er zorg voor dat het slachtoffer goed wordt geïnform
|
|||
|
||||
#### 4.1. Beleidsregels
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef onder a, Vb, ambtshalve of op aanvraag, een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een vreemdeling die zonder resultaat heeft geprobeerd uit Nederland te vertrekken, als uit het ambtsbericht met positief zwaarwegend advies van de DT&V blijkt dat wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef onder a, Vb, ambtshalve of op aanvraag, een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een vreemdeling die zonder resultaat heeft geprobeerd uit Nederland te vertrekken. Dit blijkt uit een ambtsbericht met positief zwaarwegend advies van de DT&V waarin wordt vermeld dat sprake is van een buitenschuldsituatie.
|
||||
|
||||
1. de vreemdeling heeft zelfstandig geprobeerd zijn vertrek te realiseren. Hij heeft aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij zich heeft gewend tot de vertegenwoordiging van het land of van de landen waarvan hij de nationaliteit heeft, dan wel tot het land of de landen waar hij als staatloze vreemdeling eerder zijn gewone verblijfsplaats had, en/of tot andere landen waarvan op basis van het geheel van feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat de vreemdeling aldaar de toegang zal worden verleend;
|
||||
2. er bestaat geen redelijke twijfel over de nationaliteit en identiteit van de vreemdeling;
|
||||
3. de vreemdeling heeft de DT&V om bemiddeling verzocht ten behoeve van zijn vertrek uit Nederland en/of het verkrijgen van een (vervangend) reisdocument bij de autoriteiten van zijn land van herkomst of een ander land waarvan op basis van het geheel van feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat hem daar toegang zal worden verleend, en de bemiddeling heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd;
|
||||
4. de DT&V heeft, op grond van objectieve, verifieerbare feiten en omstandigheden die zien op de persoon van betrokkene en die in beginsel zijn onderbouwd met bescheiden, vastgesteld dat sprake is van een samenhangend geheel van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat betrokkene buiten zijn schuld Nederland niet kan verlaten. Daarvan is in ieder geval sprake als:
|
||||
De voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning zijn:
|
||||
|
||||
1) uit een schriftelijke of mondelinge verklaring van de diplomatieke vertegenwoordiging is gebleken dat de vreemdeling niet in het bezit zal worden gesteld van een vervangend reisdocument, hoewel de autoriteiten van zijn land van herkomst of eerder verblijf niet twijfelen aan de door hem opgegeven identiteit en nationaliteit; of
|
||||
2) is gebleken dat de vreemdeling door de autoriteiten van zijn land van herkomst of eerder verblijf niet in het bezit zal worden gesteld van een vervangend reisdocument, en deze autoriteiten niet hebben aangegeven dat ze twijfelen aan de door de hem opgegeven identiteit en nationaliteit. Een buitenschuldsituatie wordt niet aangenomen als de vreemdeling:
|
||||
1. er bestaat geen redelijke twijfel over de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling;
|
||||
2. de vreemdeling heeft de DT&V om bemiddeling verzocht ten behoeve van zijn vertrek uit Nederland of het verkrijgen van een (vervangend) reisdocument bij de autoriteiten van zijn land van herkomst of een ander land waarvan op basis van het geheel van feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat hem daar toegang zal worden verleend, en deze bemiddeling heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd;
|
||||
3. de vreemdeling heeft naar het oordeel van de DT&V in houding en gedrag laten zien dat hij wil terugkeren naar zijn land van herkomst of een ander land waarvan op basis van het geheel van feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat hem daar toegang zal worden verleend, hetgeen onder meer blijkt uit het feit dat hij zich heeft gehouden aan de afspraken die de DT&V met hem heeft gemaakt gedurende de bemiddelingsprocedure; en
|
||||
4. op het moment van beslissen is er geen sprake van een lopende procedure in het kader van een aanvraag voor een verblijfsvergunning en voldoet de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor verlening van een andere verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
• heeft geweigerd de voor de indiening van de aanvraag voor een (vervangend) reisdocument vereiste handgeschreven verklaring op te stellen waarin hij de autoriteiten van zijn land van herkomst of eerder verblijf meedeelt zelfstandig te willen terugkeren;
|
||||
• zonder opgaaf van redenen niet is verschenen op de afspraak voor de presentatie in persoon bij de autoriteiten van zijn land van herkomst of eerder verblijf;
|
||||
• tijdens de presentatie in persoon aan de betreffende autoriteiten van zijn land van herkomst of eerder verblijf mondeling uitdrukkelijk heeft verklaard niet zelfstandig terug te willen keren; en
|
||||
5. de vreemdeling verblijft zonder verblijfstitel in Nederland;
|
||||
Ad 1.
|
||||
|
||||
• voldoet niet aan andere voorwaarden voor een verblijfsvergunning; en
|
||||
• heeft evenmin een aanvraag voor een verblijfsvergunning op andere gronden ingediend.
|
||||
|
||||
Het aannemelijk maken kan worden geconcludeerd uit hetgeen de vreemdeling verklaart tegenover de DT&V en uit de door hem overgelegde documentatie, zoals (e-mail)correspondentie met zijn diplomatieke vertegenwoordiging.
|
||||
|
||||
Van de vreemdeling wordt verwacht dat hij:
|
||||
|
||||
• zich wendt tot de autoriteiten van het land van herkomst en dat hij ter vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit door de vertegenwoordiging van zijn land van herkomst de juiste gegevens verstrekt;
|
||||
• probeert op andere wijze in het bezit te komen van documenten om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen waarmee hij vervangende reisdocumenten kan verkrijgen, teneinde Nederland te kunnen verlaten, bij voorbeeld door het aanschrijven van familieleden in het land van herkomst, tenzij uit een schriftelijke dan wel mondelinge verklaring van de diplomatieke vertegenwoordiging is gebleken dat betrokkene, ondanks zijn bereidheid tot terugkeer, niet in het bezit zal worden gesteld van een vervangend reisdocument, hoewel de autoriteiten niet twijfelen aan de door hem opgegeven identiteit en nationaliteit. Op de website van de DT&V is een niet-limitatieve lijst van (soorten) documenten per land te vinden waarmee de identiteit en nationaliteit kan worden onderbouwd;
|
||||
• vertrekt naar een derde land, indien op basis van het geheel aan feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat hem aldaar de toegang zal worden verleend.
|
||||
|
||||
Als het de vreemdeling buiten zijn schuld gedurende het terugkeertraject niet mogelijk is gebleken om de identiteit of nationaliteit middels documenten te onderbouwen, zal dit niet worden tegengeworpen in het kader van de verlening van de verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid als:
|
||||
Als de vreemdeling tijdens het terugkeertraject buiten zijn schuld zijn identiteit of nationaliteit niet met documenten kan onderbouwen, zal dit niet worden tegengeworpen in het kader van de verlening van de verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid als:
|
||||
|
||||
• de identiteit en nationaliteit tijdens eerdere toelatingsprocedures geloofwaardig zijn geacht; en
|
||||
• er nadien geen redenen tot twijfel zijn opgekomen.
|
||||
|
||||
De DT&V verwijst tijdens de bemiddeling naar de diplomatieke vertegenwoordiging van het land en naar de niet-limitatieve lijst op de website van de DT&V. De DT&V zal ambtshalve, door middel van een ambtsbericht met daarin een positief zwaarwegend advies, aangeven aan de IND dat sprake is van een buitenschuld situatie.
|
||||
Ad 2.
|
||||
|
||||
De vreemdeling dient een bemiddelingsverzoek in bij de DT&V met een compleet ingevuld aanvraagformulier, waarbij een schriftelijke verklaring aan zijn diplomatieke vertegenwoordiging met het verzoek om hulp bij het terugkeren is gevoegd.
|
||||
|
||||
Wanneer de IND dit nodig acht voor de beoordeling van de aanvraag, verzoekt de IND de DT&V om een ambtsbericht. Daarin geeft de DT&V aan:
|
||||
|
||||
• waarom hij de bemiddeling, gestart naar aanleiding van het daartoe door de vreemdeling ingediende verzoek, heeft beëindigd, zonder dat een positief zwaarwegend advies kon worden gegeven; of
|
||||
• dat de bemiddeling door de DT&V, gestart naar aanleiding van het daartoe door de vreemdeling ingediende verzoek, nog loopt, om welke reden de DT&V nog geen zwaarwegend advies kan geven; of
|
||||
• dat sprake is van een buitenschuld situatie, om welke reden de DT&V een positief zwaarwegend advies geeft.
|
||||
• waarom hij de bemiddeling heeft beëindigd, zonder dat een positief zwaarwegend advies kon worden gegeven; of
|
||||
• dat de bemiddeling door de DT&V nog loopt, om welke reden de DT&V nog geen zwaarwegend advies kan geven; of
|
||||
• dat sprake is van een buitenschuldsituatie, om welke reden de DT&V een positief zwaarwegend advies geeft.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag af zonder dat de DT&V om een ambtsbericht is verzocht, wanneer hij over voldoende gegevens beschikt om te beoordelen dat niet aan de voorwaarden van het buitenschuldbeleid wordt voldaan. Daarvan is in ieder geval sprake als:
|
||||
|
||||
• er redelijke twijfel bestaat over de nationaliteit en identiteit van de vreemdeling (en dit reeds in voorgaande procedures in rechte is komen vast te staan);
|
||||
• openbare-ordeaspecten op voorhand in de weg staan aan verlening van een verblijfsvergunning op grond van buitenschuld; of
|
||||
• de vreemdeling zich niet met een bemiddelingsverzoek tot de DT&V heeft gewend.
|
||||
• er redelijke twijfel bestaat over de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling (en dit reeds in voorgaande procedures in rechte is komen vast te staan);
|
||||
• openbare-orde-aspecten op voorhand in de weg staan aan verlening van een verblijfsvergunning op grond van buitenschuld;
|
||||
• de vreemdeling zich niet met een bemiddelingsverzoek tot de DT&V heeft gewend; of
|
||||
• er nog een procedure loopt in het kader van een aanvraag voor een verblijfsvergunning op een andere verblijfsgrond.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning aan het gezinslid van de vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken als de gezinsband al bestond vóórdat de gezinsleden toegang tot Nederland kregen.
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning aan de leden van één gezin met verschillende nationaliteiten en/of waarvan de leden afkomstig zijn uit verschillende landen van herkomst als zij aan alle volgende voorwaarden voldoen:
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning aan de leden van één gezin met verschillende nationaliteiten en/of waarvan de leden afkomstig zijn uit verschillende landen van herkomst als zij aan alle hiervoor genoemde voorwaarden voldoen, waarbij:
|
||||
|
||||
• alle gezinsleden hebben alle bovenstaande stappen ondernomen om terugkeer voor het gehele gezin naar één land te bewerkstelligen; en
|
||||
• alle gezinsleden hebben deze stappen ondernomen ten aanzien van alle landen waarvan op basis van het geheel aan feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat het gezin daar toegang zal worden verleend.
|
||||
• alle gezinsleden de noodzakelijke stappen hebben ondernomen om terugkeer voor het gehele gezin naar één land te bewerkstelligen; en
|
||||
• zij dit hebben gedaan ten aanzien van alle landen waarvan op basis van het geheel aan feiten en omstandigheden kan worden aangenomen dat het gezin daar toegang zal worden verleend.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat sprake is van een ‘gezin’ in één van de volgende situaties:
|
||||
De IND neemt aan dat sprake is van een ‘gezin’ in de volgende situaties:
|
||||
|
||||
• (huwelijks)partners die feitelijk een gezin vormen;
|
||||
• (één) ouder(s) met één of meer minderjarige kinderen die feitelijk een gezin vormen; of
|
||||
|
|
@ -3821,7 +3812,7 @@ De IND neemt aan dat sprake is van een ‘gezin’ in één van de volgende situ
|
|||
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder a, Vb een verblijfsvergunning aan een vreemdeling die om medische redenen niet kan vertrekken als:
|
||||
|
||||
• door BMA is vastgesteld dat de vreemdeling vanwege zijn gezondheidstoestand blijvend niet kan reizen; of
|
||||
• BMA heeft vastgesteld dat de vreemdeling vanwege zijn gezondheidstoestand blijvend niet kan reizen; of
|
||||
• is aangetoond dat de vreemdeling en de betrokken instanties alle inspanningen hebben verricht om het vertrek uit Nederland te realiseren, waaronder het verkrijgen van vervangende reisbescheiden, en gebleken is dat de voorgeschreven fysieke overdracht niet te realiseren is.
|
||||
|
||||
#### 4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
|
@ -3834,15 +3825,15 @@ Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb, verleent de IND de
|
|||
|
||||
#### 4.3. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
De IND beschouwt uitsluitend een ambtsbericht van de DT&V, waarin wordt aangegeven dat de vreemdeling buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken, als bewijsmiddel dat de vreemdeling zich tot de DT&V heeft gewend en dat bemiddeling van de DT&V niet het gewenste resultaat heeft gehad.
|
||||
De IND beschouwt uitsluitend een ambtsbericht van de DT&V waarin wordt aangegeven dat de vreemdeling buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken, als bewijsmiddel dat de vreemdeling zich tot de DT&V heeft gewend en dat bemiddeling van de DT&V niet het gewenste resultaat heeft gehad.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een BMA-advies als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling om medische redenen niet kan reizen.
|
||||
|
||||
#### 4.4. Verlenging en intrekking
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning af indien uit nieuwe informatie van de DT&V blijkt dat de vreemdeling alsnog terug kan keren naar zijn land van herkomst of een ander land.
|
||||
De IND wijst de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning af indien uit nieuwe informatie van de DT&V blijkt dat de vreemdeling alsnog kan terugkeren naar zijn land van herkomst of een ander land.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning in indien uit nieuwe informatie blijkt dat de vreemdeling alsnog terug kan keren naar zijn land van herkomst of een ander land.
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning in indien uit nieuwe informatie blijkt dat de vreemdeling alsnog kan terugkeren naar zijn land van herkomst of een ander land.
|
||||
|
||||
### 5. Verblijfsvergunning in het kader van remigratie op grond van de
|
||||
|
||||
|
|
@ -4423,7 +4414,7 @@ De IND wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsve
|
|||
1. De geldigheidsduur van de ondertoezichtstelling door de kinderrechter is niet verlengd; of
|
||||
2. Uit advies van de DT&V blijkt dat de ondertoezichtstelling inmiddels kan worden overgedragen aan het land van herkomst of aan een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend.
|
||||
|
||||
Ad1 De IND wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet af of trekt deze niet in, omdat de ondertoezichtstelling voor korter dan 1 jaar is verlengd.
|
||||
Ad1 De IND wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet af of trekt deze niet in, als de ondertoezichtstelling slechts voor minder dan 1 jaar is verlengd.
|
||||
|
||||
Ad2 De IND wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur eveneens af, als de minderjarige vreemdeling of diens gemachtigde niet met bescheiden heeft aangetoond welke hulpverlening hij nodig heeft, waardoor de IND geen advies kan opvragen bij de DT&V.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5078,13 +5069,12 @@ De gezinsleden van de minderjarige vreemdeling, over wie het gezag van de ouders
|
|||
|
||||
#### 16.5. Niet-tijdelijk verblijf na verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder j, VV op aanvraag of ambtshalve op grond van artikel 3.6b Vb een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ aan een onder toezicht gestelde minderjarige vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 3.51, derde lid, Vb en artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder j, VV op aanvraag of ambtshalve op grond van artikel 3.6b Vb een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ aan een onder toezicht gestelde minderjarige vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
||||
|
||||
1. Aan de minderjarige vreemdeling is een verblijfsvergunning humanitair tijdelijk verleend op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b jo artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f, VV;
|
||||
2. De minderjarige vreemdeling is gedurende één jaar in het bezit geweest van de voornoemde verblijfsvergunning humanitair tijdelijk vanwege de ondertoezichtstelling; én
|
||||
3. Uit het advies van de DT&V blijkt dat de ondertoezichtstelling nog immer niet overdraagbaar is aan het land van herkomst of aan een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend.
|
||||
1. De minderjarige vreemdeling is gedurende één jaar in bezit geweest van een verblijfsvergunning onder de beperking ̀ tijdelijke humanitaire gronden´ op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb en artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f, VV;
|
||||
2. Uit het advies van de DT&V blijkt dat de ondertoezichtstelling niet overdraagbaar is aan het land van herkomst of aan een ander land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang wordt verleend.
|
||||
|
||||
Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, wijst de IND de aanvraag af. De IND wijst de aanvraag eveneens af, als de minderjarige vreemdeling of zijn gemachtigde niet met bescheiden heeft aangetoond welke hulpverlening hij nodig heeft.
|
||||
De IND wijst de aanvraag af, als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan. De IND wijst de aanvraag eveneens af, als de minderjarige vreemdeling of zijn gemachtigde niet met bescheiden heeft aangetoond welke hulpverlening hij nodig heeft, waardoor de IND geen advies kan opvragen bij de DT&V.
|
||||
|
||||
#### 16.6. Gezinsleden
|
||||
|
||||
|
|
@ -5243,8 +5233,8 @@ De IND beschouwt de beschikking van de kinderrechter als bewijsmiddel dat de ond
|
|||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit blijkt welke hulpverlening de minderjarige vreemdeling nodig heeft als bedoeld in B9/16.5 Vc:
|
||||
|
||||
– het rapport van de Raad voor Kinderbescherming; of, indien van recenter datum:
|
||||
– het rapport van de gecertificeerde instelling, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die de kinderbeschermingsmaatregel uitvoert.
|
||||
− het rapport van de Raad voor Kinderbescherming; of, indien van recenter datum:
|
||||
− het rapport van de gecertificeerde instelling, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die de kinderbeschermingsmaatregel uitvoert.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt uitsluitend een advies van de DT&V als bewijsmiddel dat de ondertoezichtstelling van een minderjarige vreemdeling niet overdraagbaar is aan het land van herkomst of aan een land waarvan kan worden aangenomen dat er toegang kan worden verleend.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue