2013-07-04 | BWBR0033636 | Overdrachtsbelasting, vrijstelling, diverse onderwerpen

This commit is contained in:
Coornhert 2013-07-04 12:00:00 +00:00
parent c4c834c571
commit 53243679f3

View file

@ -12,17 +12,17 @@ citeertitel: Overdrachtsbelasting, vrijstelling, diverse onderwerpen
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
*Dit besluit vervangt de besluiten van 12 november 2004, nr. CPP2004/1679M en 19 februari 2010, nr. CPP2010/0002M. In onderdeel 2.4 is een nieuwe goedkeuring opgenomen voor de toepassing van de vrijstelling bij verdeling van een gemeenschap tussen samenwoners (artikel 15, eerste lid, onderdeel g, van de WBR). Onderdeel 4 is nieuw en bevat het beleid over de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel l, van de WBR. Dit beleid is aangepast naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet inrichting landelijk gebied. Verder zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht waarmee geen beleidswijziging is beoogd. Het besluit van 7 november 1988, nr. IB88/1043 heeft zijn belang verloren en wordt ingetrokken.*
*Dit besluit vervangt de besluiten van 12 november 2004, nr. CPP2004/1679M en 19 februari 2010, nr. CPP2010/0002M. In onderdeel 2.4 is een nieuwe goedkeuring opgenomen voor de toepassing van de vrijstelling bij verdeling van een gemeenschap tussen samenwoners (artikel 15, eerste lid, onderdeel g, van de WBR). Onderdeel 4 is nieuw en bevat het beleid over de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel l, van de WBR. Dit beleid is aangepast naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet inrichting landelijk gebied. Verder zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht waarmee geen beleidswijziging is beoogd. Het besluit van 7 november 1988, nr. IB88/1043 heeft zijn belang verloren en wordt ingetrokken.*
## 1. Inleiding
Dit besluit bevat het beleid over diverse onderwerpen betreffende de vrijstelling van overdrachtsbelasting. Het betreft de vrijstellingen van artikel 15, eerste lid, onderdelen g, i, l en p van de WBR. De onderdelen 2, 3 en 5 zijn overgenomen van het besluit van 19 februari 2010, nr. CPP2010/0002M. Die onderdelen zijn verduidelijkt. Hierbij zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht waarmee geen beleidswijziging is beoogd. Onderdeel 4 van het besluit CPP2010/0002M heeft zijn belang verloren en is niet meer opgenomen.
Dit besluit bevat het beleid over diverse onderwerpen betreffende de vrijstelling van overdrachtsbelasting. Het betreft de vrijstellingen van artikel 15, eerste lid, onderdelen g, i, l en p van de WBR. De onderdelen 2, 3 en 5 zijn overgenomen van het besluit van 19 februari 2010, nr. CPP2010/0002M. Die onderdelen zijn verduidelijkt. Hierbij zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht waarmee geen beleidswijziging is beoogd. Onderdeel 4 van het besluit CPP2010/0002M heeft zijn belang verloren en is niet meer opgenomen.
In onderdeel 2.4 is een nieuwe goedkeuring opgenomen voor de toepassing van de vrijstelling bij verdeling van een gemeenschap tussen samenwoners (zie artikel 15, eerste lid, onderdeel g, van de WBR). Onder voorwaarden geldt de vrijstelling ook als de verdeling plaatsvindt na een herverkaveling.
Het nieuwe onderdeel 4 bevat het beleid zoals opgenomen in het besluit van 12 november 2004, nr. CPP2004/1679M over de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel l, van de WBR. Dit beleid is aangepast naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet inrichting landelijk gebied op 1 januari 2007. De vragen 4 en 5 van het besluit CPP2004/1679M hebben hun belang verloren en zijn niet meer opgenomen.
Het nieuwe onderdeel 4 bevat het beleid zoals opgenomen in het besluit van 12 november 2004, nr. CPP2004/1679M over de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel l, van de WBR. Dit beleid is aangepast naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet inrichting landelijk gebied op 1 januari 2007. De vragen 4 en 5 van het besluit CPP2004/1679M hebben hun belang verloren en zijn niet meer opgenomen.
Het besluit van 7 november 1988, nr. IB88/1043 (verkrijging ingevolge beschikking reconstructie oude glastuinbouwgebieden) wordt ingetrokken. Dat besluit heeft door wetswijziging zijn belang verloren.
Het besluit van 7 november 1988, nr. IB88/1043 (verkrijging ingevolge beschikking reconstructie oude glastuinbouwgebieden) wordt ingetrokken. Dat besluit heeft door wetswijziging zijn belang verloren.
De goedkeuringen in dit besluit zijn verleend met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule).
@ -128,19 +128,19 @@ De vrijstelling is ook van toepassing bij de verkrijging van onroerende zaken kr
## 5. Verkrijging van monumenten.
De vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de verkrijging van monumenten (artikel 15, eerste lid, onderdeel p, van de WBR) is per 1 januari 2010 afgeschaft. Hiermee is ook artikel 6 van het UBBR komen te vervallen. Volgens die bepaling werd de niet geheven overdrachtsbelasting alsnog verschuldigd als binnen een tijdvak van 25 jaren na de verkrijging het verkregen monument niet meer voorkomt in het monumentenregister (artikel 6, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van het UBBR) of de verkrijger niet meer hoofdzakelijk de instandhouding van monumenten ten doel heeft (artikel 6, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van het UBBR).
De vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de verkrijging van monumenten (artikel 15, eerste lid, onderdeel p, van de WBR) is per 1 januari 2010 afgeschaft. Hiermee is ook artikel 6 van het UBBR komen te vervallen. Volgens die bepaling werd de niet geheven overdrachtsbelasting alsnog verschuldigd als binnen een tijdvak van 25 jaren na de verkrijging het verkregen monument niet meer voorkomt in het monumentenregister (artikel 6, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van het UBBR) of de verkrijger niet meer hoofdzakelijk de instandhouding van monumenten ten doel heeft (artikel 6, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van het UBBR).
Omdat artikel 6 van het UBBR is vervallen, merk ik voor alle duidelijkheid op dat de overdrachtsbelasting niet alsnog verschuldigd wordt indien een verkregen monument met ingang van 1 januari 2010 of een later tijdstip niet meer voorkomt in het monumentenregister.
Omdat artikel 6 van het UBBR is vervallen, merk ik voor alle duidelijkheid op dat de overdrachtsbelasting niet alsnog verschuldigd wordt indien een verkregen monument met ingang van 1 januari 2010 of een later tijdstip niet meer voorkomt in het monumentenregister.
De bepaling van artikel 6, tweede lid, onderdeel b, van het UBBR was reeds bij besluit per 1 mei 2009 buiten werking gesteld. Dit leidt ertoe dat de overdrachtsbelasting niet alsnog verschuldigd wordt indien de verkrijger op of na 1 mei 2009 niet meer hoofdzakelijk de instandhouding van monumenten ten doel heeft.
De bepaling van artikel 6, tweede lid, onderdeel b, van het UBBR was reeds bij besluit per 1 mei 2009 buiten werking gesteld. Dit leidt ertoe dat de overdrachtsbelasting niet alsnog verschuldigd wordt indien de verkrijger op of na 1 mei 2009 niet meer hoofdzakelijk de instandhouding van monumenten ten doel heeft.
## 6. Ingetrokken regelingen
De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
Het besluit van 7 november 1988, nr. IB88/1043
het besluit van 12 november 2004, nr. CPP2004/1679M;
het besluit van 19 februari 2010, nr. CPP2010/0002M.
Het besluit van 7 november 1988, nr. IB88/1043
het besluit van 12 november 2004, nr. CPP2004/1679M;
het besluit van 19 februari 2010, nr. CPP2010/0002M.
## 7. Inwerkingtreding