From 53309039318ac5231d9456dae65fee6264e10b86 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 19 Jun 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2011-06-19 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B) --- .../BWBR0012289/README.md | 595 ++++++++++++++---- 1 file changed, 472 insertions(+), 123 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index 495baafae35..ff349d9e6f9 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Vreemdelingencirculaire 2000 (B) bwb_id: BWBR0012289 type: circulaire status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2010-02-19' +datum_inwerkingtreding: '2011-06-10' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012289 citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (B) --- @@ -485,6 +485,8 @@ In artikel 4.21, vierde lid, Vb is opgenomen in welke gevallen op het verblijfsd In artikel 3.4, vierde lid, Vb is opgenomen wanneer een beroep op de publieke middelen in ieder geval gevolgen kan hebben voor het verblijfsrecht. +De IND stelt de vreemdeling vooraf schriftelijk in kennis dat een beroep op de algemene middelen gevolgen kan hebben voor het verblijfsrecht. De IND doet dit door een aantekening op te nemen op het verblijfsdocument of de beschikking waarbij de verblijfsvergunning wordt toegekend. + Het doen van een beroep op de publieke middelen kan betekenen dat niet langer wordt voldaan aan ten minste een van de beperkingen waaronder een verblijfsvergunning wordt verleend, zodat verlenging van de geldigheidsduur ervan kan worden geweigerd met toepassing van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder f, Vw. Onder ‘beperkingen’ wordt in dit verband mede verstaan de voorwaarden die zijn gesteld aan verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. @@ -600,7 +602,7 @@ Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als a. de vreemdeling die de nationaliteit bezit van één der door de Minister van BuZa aan te wijzen landen; -Deze landen zijn: Australië, België, Bulgarije, Canada, Cyprus Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Monaco, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Vaticaanstad, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Zuid-Korea, Zweden en Zwitserland. +Deze landen zijn: Australië, België, Bulgarije, Canada, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Monaco, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Vaticaanstad, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Zuid-Korea, Zweden en Zwitserland. Voor vreemdelingen uit deze landen staat echter wel de mogelijkheid open om bij een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland onverplicht een mvv aan te vragen ten einde hun verblijfsaanspraken vooraf te laten toetsen, zodat ook zij vroegtijdig weten of hun verblijfsrecht toekomt. b. de gemeenschapsonderdaan, voorzover niet reeds vrijgesteld op grond van een aanwijzing, als bedoeld onder a; @@ -652,10 +654,10 @@ Geaccrediteerde personeelsleden van een buitenlandse diplomatieke of consulaire Na beëindiging van de bijzondere geprivilegieerde status van de hoofdpersoon kan het voorkomen dat de geprivilegieerde hoofdpersoon wel in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, maar één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet. Dit kan het geval zijn indien één of meer van de afhankelijke gezinsleden nog minderjarig is of als één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet minimaal tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven op basis van een bijzondere geprivilegieerde status. Indien deze afhankelijke gezinsleden op grond van het nationale vreemdelingenrecht in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw met als doel gezinshereniging, geldt vrijstelling van het mvv-vereiste. Deze vrijstelling houdt verband met het feit dat sprake is van eerder (langdurig) verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, het feit dat tijdig om verblijfsrecht op grond van de Vw is verzocht en het feit dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon. Gelet hierop is het niet redelijk van deze afhankelijke gezinsleden een mvv te verlangen. -Personeelsleden van internationale organisaties en hun afhankelijke gezinsleden bezitten een bijzondere status (de uitgezonden status) op grond van de Zetelovereenkomsten, waarin onder andere bepalingen zijn opgenomen omtrent hun verblijfsrechtelijke positie. Deze personeelsleden en hun meerderjarige afhankelijke gezinsleden kunnen onder omstandigheden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zie B12). Het kan voorkomen dat de hoofdpersoon wel in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, maar één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet. Indien deze afhankelijke gezinsleden op grond van het nationale vreemdelingenrecht in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel artikel 14 Vw met als doel gezinshereniging, geldt vrijstelling van het mvv-vereiste. Onderdeel c ziet niet op de afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van een internationale organisatie. Echter, ten aanzien van hen geldt evenzeer dat sprake is van eerder (langdurig) verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, dat tijdig om verblijfsrecht op grond van de Vw is verzocht en dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon. Daarom is evenmin redelijk van hen een mvv te verlangen. Daarmee wordt voor deze categorie toepassing gegeven aan artikel artikel 3.71, vierde lid, Vb. +Personeelsleden van internationale organisaties en hun afhankelijke gezinsleden bezitten een bijzondere status (de uitgezonden status) op grond van de Zetelovereenkomsten, waarin onder andere bepalingen zijn opgenomen omtrent hun verblijfsrechtelijke positie. Deze personeelsleden en hun meerderjarige afhankelijke gezinsleden kunnen onder omstandigheden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zie B12). Het kan voorkomen dat de hoofdpersoon wel in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, maar één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet. Indien deze afhankelijke gezinsleden op grond van het nationale vreemdelingenrecht in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw met als doel gezinshereniging, geldt vrijstelling van het mvv-vereiste. Onderdeel c ziet niet op de afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van een internationale organisatie. Echter, ten aanzien van hen geldt evenzeer dat sprake is van eerder (langdurig) verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, dat tijdig om verblijfsrecht op grond van de Vw is verzocht en dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon. Daarom is evenmin redelijk van hen een mvv te verlangen. Daarmee wordt voor deze categorie toepassing gegeven aan artikel 3.71, vierde lid, Vb. d. die ten minste zeven jaren werkzaam is of is geweest op een Nederlands zeeschip of een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat; -Onderdeel l ziet op bepaalde categorieën buitenlandse werknemers in de internationale sector van de arbeidsmarkt. De Vw is niet van toepassing op buitenlandse werknemers aan boord van Nederlandse zeeschepen of mijnbouwinstallaties op het Nederlandse deel van het continentaal plat, omdat werknemers in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. Deze vreemdelingen komen derhalve in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Er zijn echter enkele specifieke regelingen met betrekking tot de vergunningverlening met het oog op verlof, gezinshereniging en gezinsvorming, werkloosheid en werk op het Nederlandse grondgebied voor vreemdelingen die een arbeidsverleden van zeven jaren of langer in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt hebben (zie artikel artikel 3.34 tot en met 3.38 Vb en B5). Gelet op het feit dat deze vreemdelingen veelal niet beschikken over een vaste woon- of verblijfplaats in het buitenland, geacht worden verblijf te houden aan boord van het Nederlandse zeeschip of de mijnbouwinstallatie op het Nederlandse deel van het continentaal plat, en reeds zeven jaren in deze positie verkeren, is het redelijk van hen niet te verlangen dat zij terugkeren naar het land van herkomst om aldaar een mvv aan te vragen. Omdat op vreemdelingen die werkzaam zijn in de internationale luchtvaart, het internationale wegtransport of de internationale binnenscheepvaart onder bepaalde voorwaarden de Wav en de Vw wel van toepassing zijn, zijn die vreemdelingen niet vrijgesteld van het mvv-vereiste. +Onderdeel l ziet op bepaalde categorieën buitenlandse werknemers in de internationale sector van de arbeidsmarkt. De Vw is niet van toepassing op buitenlandse werknemers aan boord van Nederlandse zeeschepen of mijnbouwinstallaties op het Nederlandse deel van het continentaal plat, omdat werknemers in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. Deze vreemdelingen komen derhalve in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Er zijn echter enkele specifieke regelingen met betrekking tot de vergunningverlening met het oog op verlof, gezinshereniging en gezinsvorming, werkloosheid en werk op het Nederlandse grondgebied voor vreemdelingen die een arbeidsverleden van zeven jaren of langer in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt hebben (zie artikel 3.34 tot en met 3.38 Vb en B5). Gelet op het feit dat deze vreemdelingen veelal niet beschikken over een vaste woon- of verblijfplaats in het buitenland, geacht worden verblijf te houden aan boord van het Nederlandse zeeschip of de mijnbouwinstallatie op het Nederlandse deel van het continentaal plat, en reeds zeven jaren in deze positie verkeren, is het redelijk van hen niet te verlangen dat zij terugkeren naar het land van herkomst om aldaar een mvv aan te vragen. Omdat op vreemdelingen die werkzaam zijn in de internationale luchtvaart, het internationale wegtransport of de internationale binnenscheepvaart onder bepaalde voorwaarden de Wav en de Vw wel van toepassing zijn, zijn die vreemdelingen niet vrijgesteld van het mvv-vereiste. e. die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80; Dit onderdeel heeft betrekking op vreemdelingen die in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80. Deze zijn vrijgesteld van het mvv-vereiste. Het Associatiebesluit 1/80 geeft rechten aan Turkse werknemers die behoren tot de legale arbeidsmarkt van een lidstaat. Ingevolge de jurisprudentie van het Hof van Justitie houdt het recht zoals neergelegd in het Associatiebesluit 1/80 om na een bepaalde periode van legale arbeid de arbeid voort te kunnen zetten, noodzakelijkerwijs in dat de betrokken vreemdeling een recht van verblijf heeft. Volgens het Hof wordt aan de erkenning van die rechten door artikel 6 van het Associatiebesluit 1/80 niet de voorwaarde gesteld dat het legale karakter van de arbeid door de Turkse werknemer wordt gestaafd door het bezit van een specifiek administratief document, zoals een verblijfsvergunning. Als wordt vastgesteld dat een Turkse werknemer behoort tot de legale arbeidsmarkt en uit dien hoofde recht heeft op een verblijfsvergunning kan het ontbreken van een geldige mvv hem niet worden tegengeworpen. In de meeste gevallen zal de desbetreffende werknemer echter verkeren in een situatie van voortzetting van verblijf of reeds op grond van enige andere vrijstelling van het mvv-vereiste zijn vrijgesteld. Voor de volledigheid zij opgemerkt dat verblijfsrechten niet slechts uit artikel 6, maar ook uit enkele andere artikelen van het Associatiebesluit 1/80 kunnen voortvloeien. @@ -667,16 +669,16 @@ g. die in Nederland verblijft, bij de rechtbank te ’s-Gravenhage een verzoek h De persoon die feitelijk in Nederland verblijft en bij de rechtbank te ’s-Gravenhage een verzoek ingevolge artikel 17, eerste lid, Rwn heeft ingediend tot vaststelling van zijn vermeende Nederlanderschap, wordt in het algemeen niet uitgezet indien dat verzoek naar het oordeel van de Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is. In dat geval kan de betrokkene, onder omstandigheden, in aanmerking komen voor een reguliere verblijfsvergunning, in afwachting van de beslissing op het verzoek. Gelet op het feit dat de verzoeken van deze personen niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot zijn en zij veelal lange tijd in Nederland verblijven voordat twijfels over de Nederlandse nationaliteit ontstonden, is het niet redelijk van hen te verlangen dat zij terugkeren naar het land van herkomst om aldaar een mvv aan te vragen en kunnen zij in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning. h. die tijdelijke bescherming heeft en in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 Vw, onder een beperking als bedoeld in artikel 3.30 of 3.31 Vb. -Dit onderdeel p is het gevolg van de implementatie per 15 februari 2005 van de Richtlijn 2001/55. Ingevolge artikel 12 van deze richtlijn staan de lidstaten personen die tijdelijke bescherming genieten toe om, voor een periode die niet langer is dan die van hun tijdelijke bescherming, werkzaam te zijn in loondienst of als zelfstandige. Daarbij mogen de lidstaten om redenen van arbeidsmarktbeleid voorrang geven aan EU-burgers en onderdanen van staten die gebonden zijn aan de EER overeenkomst, en aan de onderdanen van derde landen die legaal in de EU verblijven en een werkloosheidsuitkering ontvangen. Het op grond van het ontbreken van een mvv afwijzen van de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor het verrichten van arbeid van de tijdelijk beschermde vreemdeling is niet verenigbaar met het geclausuleerde recht op arbeid in de richtlijn. Om die reden krijgt de tijdelijk beschermde die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder een beperking die verband houdt met het verrichten van arbeid in loondienst of als zelfstandige, vrijstelling van het mvv-vereiste. Dit laat onverlet dat er een wezenlijk Nederlands belang moet zijn gediend met het verrichten van die arbeid. De vrijstelling is derhalve niet van toepassing indien voor de desbetreffende soort arbeid voorrang kan worden gegeven aan EU- en EER-burgers of legaal verblijvende derdelanders met een werkloosheidsuitkering. Zie tenslotte het derde lid van derde lid van artikel 3.71 Vb: de tijdelijk beschermde vreemdeling die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel het verrichten van arbeid in loondienst als geestelijk voorganger of godsdienstleraar is (in afwijking van artikel 3.71, derde lid, Vb) eveneens vrijgesteld van het mvv-vereiste. +Dit onderdeel p is het gevolg van de implementatie per 15 februari 2005 van de Richtlijn 2001/55. Ingevolge artikel 12 van deze richtlijn staan de lidstaten personen die tijdelijke bescherming genieten toe om, voor een periode die niet langer is dan die van hun tijdelijke bescherming, werkzaam te zijn in loondienst of als zelfstandige. Daarbij mogen de lidstaten om redenen van arbeidsmarktbeleid voorrang geven aan EU-burgers en onderdanen van staten die gebonden zijn aan de EER overeenkomst, en aan de onderdanen van derde landen die legaal in de EU verblijven en een werkloosheidsuitkering ontvangen. Het op grond van het ontbreken van een mvv afwijzen van de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor het verrichten van arbeid van de tijdelijk beschermde vreemdeling is niet verenigbaar met het geclausuleerde recht op arbeid in de richtlijn. Om die reden krijgt de tijdelijk beschermde die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder een beperking die verband houdt met het verrichten van arbeid in loondienst of als zelfstandige, vrijstelling van het mvv-vereiste. Dit laat onverlet dat er een wezenlijk Nederlands belang moet zijn gediend met het verrichten van die arbeid. De vrijstelling is derhalve niet van toepassing indien voor de desbetreffende soort arbeid voorrang kan worden gegeven aan EU- en EER-burgers of legaal verblijvende derdelanders met een werkloosheidsuitkering. Zie tenslotte het derde lid van artikel 3.71 Vb: de tijdelijk beschermde vreemdeling die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel het verrichten van arbeid in loondienst als geestelijk voorganger of godsdienstleraar is (in afwijking van artikel 3.71, derde lid, Vb) eveneens vrijgesteld van het mvv-vereiste. i. die houder is van een verblijfsvergunning voor onderzoekers in de zin van Richtlijn 2005/71 afgegeven door een andere staat die Partij is bij het EG-verdrag dan wel de echtgenoot, partner of het minderjarig kind is van die houder, in geval het gezin reeds was gevormd in die andere staat. Deze vrijstelling strekt ertoe de mobiliteit voor wetenschappelijk onderzoekers tussen lidstaten te vergemakkelijken. Deze uitzondering geldt enkel voor onderzoekers die reeds in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor het verrichten van onderzoek in de zin van de richtlijn die is afgegeven door een ander lidstaat. Deze uitzondering geldt ook voor gezinsleden (echtgenoot, partner, minderjarig kind) van de onderzoeker, met dien verstande dat het gezin reeds dient te zijn gevormd in de ander lidstaat. j. die binnen drie maanden nadat aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verleend, een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met gezinshereniging, voor zover de gezinsband reeds bestond voordat de hoofdpersoon in Nederland hoofdverblijf had en er geen gezinshereniging mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft. -Een gezinslid van een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd komt op grond van artikel 29, eerste lid, onder e en f, van de Vw 2000 onder bepaalde voorwaarden eveneens in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel. Het gezinslid dat niet voldoet aan alle in voornoemd artikel genoemde voorwaarden kan, onder bepaalde voorwaarden in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier. Een van de voorwaarden is dat het gezinslid in het bezit is van een mvv. Uit de toelichting op de wijziging van artikel 3.71 Vb van 24 april 2009 blijkt dat deze voorwaarde, in situaties waarin het gezinslid enkel door het bezit van een andere nationaliteit dan de hoofdpersoon, mogelijk tot – bij nader inzien – onbillijk te achten situaties leidt, met name in het geval dat het gezinslid dat tegelijk met de hoofdpersoon naar Nederland is gekomen om internationale bescherming te zoeken, zonder de hoofdpersoon moet terugkeren naar het land van herkomst of bestendig verblijf om daar een mvv aan te vragen. Om deze situaties te voorkomen en de eenheid van het gezin in die gevallen te bewaren, is onderdeel j in artikel 3.71, tweede lid, Vb 2000 opgenomen. +Een gezinslid van een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd komt op grond van artikel 29, eerste lid, onder e en f, van de Vw 2000 onder bepaalde voorwaarden eveneens in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel. Het gezinslid dat niet voldoet aan alle in voornoemd artikel genoemde voorwaarden kan, onder bepaalde voorwaarden in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier. Een van de voorwaarden is dat het gezinslid in het bezit is van een mvv. Uit de toelichting op de wijziging van artikel 3.71 Vb van 24 april 2009 blijkt dat deze voorwaarde, in situaties waarin het gezinslid enkel door het bezit van een andere nationaliteit dan de hoofdpersoon, mogelijk tot – bij nader inzien – onbillijk te achten situaties leidt, met name in het geval dat het gezinslid dat tegelijk met de hoofdpersoon naar Nederland is gekomen om internationale bescherming te zoeken, zonder de hoofdpersoon moet terugkeren naar het land van herkomst of bestendig verblijf om daar een mvv aan te vragen. Om deze situaties te voorkomen en de eenheid van het gezin in die gevallen te bewaren, is onderdeel j in artikel 3.71, tweede lid, Vb 2000 opgenomen. k. die minderjarig is, schoolgaand is en drie jaar ononderbroken hoofdverblijf in Nederland heeft en een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met gezinshereniging bij een Nederlander of een hoofdpersoon met rechtmatig verblijf, als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e dan wel l, van de Wet. -Op grond van artikel 3.71, tweede lid, onderdeel b, Vb 2000 wordt het mvv-vereiste niet tegengeworpen aan minderjarigen van twaalf jaar of jonger, die een aanvraag tot gezinshereniging indienen omdat zij in Nederland zijn geboren uit een ouder die rechtmatig verblijf in Nederland had op het moment van de geboorte van het kind, en vanaf de geboorte onafgebroken verblijf hebben. Er komt regelmatig voor dat minderjarigen ouder dan twaalf jaar, of minderjarigen die niet in Nederland zijn geboren, na een aanzienlijke periode van feitelijk verblijf in Nederland een verblijfsaanvraag indienen in het kader van gezinshereniging met de hoofdpersoon. Uit de toelichting op de wijziging van artikel 3.71 Vb van 24 april 2009 blijkt dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste in deze gevallen- bij nader inzien – tot onbillijk te achten situaties leidt, waarin het kind, dat na geruime tijd feitelijk te hebben verbleven bij een legaal verblijvende hoofdpersoon, mogelijk zonder de hoofdpersoon moet terugkeren naar het land van herkomst of bestendig verblijf om daar een mvv aan te vragen. Het betreft een kwetsbare groep vreemdelingen die in de regel afhankelijk is van de keuzes die volwassenen voor hen maken. +Op grond van artikel 3.71, tweede lid, onderdeel b, Vb 2000 wordt het mvv-vereiste niet tegengeworpen aan minderjarigen van twaalf jaar of jonger, die een aanvraag tot gezinshereniging indienen omdat zij in Nederland zijn geboren uit een ouder die rechtmatig verblijf in Nederland had op het moment van de geboorte van het kind, en vanaf de geboorte onafgebroken verblijf hebben. Er komt regelmatig voor dat minderjarigen ouder dan twaalf jaar, of minderjarigen die niet in Nederland zijn geboren, na een aanzienlijke periode van feitelijk verblijf in Nederland een verblijfsaanvraag indienen in het kader van gezinshereniging met de hoofdpersoon. Uit de toelichting op de wijziging van artikel 3.71 Vb van 24 april 2009 blijkt dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste in deze gevallen – bij nader inzien – tot onbillijk te achten situaties leidt, waarin het kind, dat na geruime tijd feitelijk te hebben verbleven bij een legaal verblijvende hoofdpersoon, mogelijk zonder de hoofdpersoon moet terugkeren naar het land van herkomst of bestendig verblijf om daar een mvv aan te vragen. Het betreft een kwetsbare groep vreemdelingen die in de regel afhankelijk is van de keuzes die volwassenen voor hen maken. Zij zijn voorts veelal geworteld in de Nederlandse maatschappij en gaan hier te lande naar school. l. van wie uitzetting in strijd met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden zou zijn. @@ -701,7 +703,7 @@ De vreemdeling dient, indien hij zich beroept op een van de vrijstellingscategor Indien geen (afdoende) bewijs kan worden overgelegd ter staving van het beroep op één der vrijstellingscategorieën, terwijl vaststaat dat de vreemdeling hier wel schriftelijk op is gewezen, wordt de verblijfsvergunning conform artikel 16 Vw in samenhang met artikel 3.71, eerste lid, Vb afgewezen wegens het ontbreken van een mvv. -De vreemdeling die zich erop beroept dat het stellen van het vereiste bezit van een geldige mvv ten aanzien van hem getuigt van een onbillijkheid van overwegende aard (zie artikel artikel 3.71, vierde lid, Vb) dient bij het indienen van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd een onderbouwing voor het beroep op deze vrijstellingscategorie te overleggen. Het aanvraagformulier vervult hierin een rol in die zin dat het de vreemdeling erop attendeert dat er sprake kan zijn van bijzondere en individuele omstandigheden, op grond waarvan het van de vreemdeling niet kan worden verwacht dat hij een aanvraag tot afgifte van een mvv in het land van herkomst indient. Middels het aanvraagformulier wordt de vreemdeling verzocht het beroep op deze bijzondere en individuele omstandigheden reeds bij het indienen van de aanvraag zoveel mogelijk middels bewijsstukken en documenten te onderbouwen. +De vreemdeling die zich erop beroept dat het stellen van het vereiste bezit van een geldige mvv ten aanzien van hem getuigt van een onbillijkheid van overwegende aard (zie artikel 3.71, vierde lid, Vb) dient bij het indienen van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd een onderbouwing voor het beroep op deze vrijstellingscategorie te overleggen. Het aanvraagformulier vervult hierin een rol in die zin dat het de vreemdeling erop attendeert dat er sprake kan zijn van bijzondere en individuele omstandigheden, op grond waarvan het van de vreemdeling niet kan worden verwacht dat hij een aanvraag tot afgifte van een mvv in het land van herkomst indient. Middels het aanvraagformulier wordt de vreemdeling verzocht het beroep op deze bijzondere en individuele omstandigheden reeds bij het indienen van de aanvraag zoveel mogelijk middels bewijsstukken en documenten te onderbouwen. Ten aanzien van de beoordeling van een beroep op een van de vrijstellingscategorieën van het mvv-vereiste geldt dat hierbij uitsluitend dient te worden getoetst aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie. Hierbij wordt dus nog niet ten volle aan de inhoudelijke verblijfsvoorwaarden van het gevraagde verblijfsdoel getoetst, ook al zal een toets aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie veelal voor een deel overeenkomen met een inhoudelijke toets aan de verblijfsvoorwaarden. Zo wordt bijvoorbeeld voor een beroep op de vrijstelling genoemd onder artikel 3.71, tweede lid, onder a, Vb getoetst of de vreemdeling vóór zijn negentiende levensjaar vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw en in die periode niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. Dit valt voor een deel samen met de toetsing aan de voorwaarden van artikel 3.54, eerste lid, onder b, Vb. Eerst nadat is vastgesteld dat de vreemdeling zich met succes kan beroepen op een van de vrijstellingscategorieën, dient ten behoeve van de verblijfsvergunning ten volle aan de inhoudelijke voorwaarden voor de verlening hiervan getoetst te worden. In het bovengenoemde voorbeeld wordt de verblijfsaanvraag dan ook aan de overige verblijfsvoorwaarden van artikel 3.54 Vb getoetst. @@ -717,7 +719,7 @@ Vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van artikel 3.71 vierde lid, Vb, geld • die in aanmerking komt voor voortgezet verblijf op grond van het overgangsrecht als bedoeld in B16/5.1; • van wie de terugkeer in verband met een medische noodsituatie zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard (zie B8/2.1); -• die een minderjarige is die, op grond van een in het buitenland uitgesproken adoptie, door de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het bezit is gesteld van een Nederlands paspoort, terwijl door of namens de vreemdeling geen onjuiste gegevens zijn verstrekt die hebben geleid tot afgifte van het Nederlandse paspoort (zie B3/2.6 en 2.6.1); +• die een minderjarige is die, op grond van een in het buitenland uitgesproken adoptie, door de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het bezit is gesteld van een Nederlands paspoort, terwijl door of namens de vreemdeling geen onjuiste gegevens zijn verstrekt die hebben geleid tot afgifte van het Nederlandse paspoort (zie B3/2.6 en 2.6.1) ; • die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van het beleid inzake eergerelateerd geweld zoals neergelegd in hoofdstuk B20; • die een minderjarig kind is van een in het kader van eergerelateerd geweld toegelaten vreemdeling; • die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning in het kader van verblijf als slachtoffer van mensenhandel onder de beperking ‘conform beschikking Minister’; @@ -733,14 +735,12 @@ Er is in ieder geval geen sprake van een zeer bijzonder geval, indien betrokkene • het gemotiveerde beroep – hoewel mogelijk – niet met relevante stukken heeft onderbouwd binnen een daartoe gestelde termijn; • asielgerelateerde gronden aanvoert (dergelijke gronden worden alleen in het kader van een asielaanvraag beoordeeld); • als asielzoeker is uitgeprocedeerd; -• stelt dat terugkeer naar het land van herkomst redelijkerwijs niet kan worden verlangd en dat –hoewel mogelijk – niet binnen een daartoe gestelde termijn met stukken heeft onderbouwd; +• stelt dat terugkeer naar het land van herkomst redelijkerwijs niet kan worden verlangd en dat – hoewel mogelijk – niet binnen een daartoe gestelde termijn met stukken heeft onderbouwd; • aangeeft dat noodzakelijke, medische behandeling aan terugkeer – teneinde een mvv te verkrijgen – naar het land van herkomst in de weg staat, maar niet heeft aangetoond dat sprake is van een medische noodsituatie; • niet ontoerekenbaar, niet-tijdig en na afloop van een redelijke termijn – meer dan twee jaar na afloop van een eerder verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd – om verlenging of wijziging ervan of om verlening van een verblijfsvergunning heeft gevraagd. In deze gevallen kan geen recht op vrijstelling van het mvv-vereiste worden ontleend aan de hardheidsclausule. -Indien de aanvraag wordt ingediend door een vreemdeling die de afgelopen vijf jaren geen verblijf heeft gehad op grond van artikel 8, onder a tot en met e, of onder l, Vw en die geen gemotiveerd beroep op de hardheidsclausule heeft gedaan, wordt de uitzetting op voorhand niet achterwege gelaten. Ingevolge artikel 62, eerste lid, Vw dient de vreemdeling nadat het rechtmatig verblijf is beëindigd Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten. Indien een eerste verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingediend, mag de beslissing hierop uitsluitend worden afgewacht als het binnen twee weken na bekendmaking van het besluit is ingediend. In bepaalde gevallen kan evenwel een kortere vertrektermijn geïndiceerd zijn. Artikel 62, vierde lid, Vw biedt de mogelijkheid om in het belang van de uitzetting een kortere vertrektermijn te hanteren. Hierbij kan blijkens de memorie van toelichting bij dit artikel gedacht worden aan de situatie dat de vreemdeling Nederland binnen vier weken dient te verlaten, echter de eerste reismogelijkheid dient zich ofwel direct, ofwel na zes weken aan. In die situatie kan beslist worden om een kortere vertrektermijn te geven. - Dat een aantal categorieën vreemdelingen is vrijgesteld van het vereiste van het bezit van een mvv, betekent niet dat vreemdelingen die tot deze categorie behoren, geen mvv kunnen aanvragen. Indien een vreemdeling die behoort tot een van de van het mvv-vereiste vrijgestelde categorieën een aanvraag tot afgifte van een mvv indient, wordt die aanvraag uiteraard in behandeling genomen. Vreemdelingen die op grond van artikel 3A Regeling op de consulaire tarieven zijn vrijgesteld van het legesvereiste van een mvv zijn dat ook bij de aanvraag van een onverplichte mvv. #### 4.2. Geldig document voor grensoverschrijding @@ -826,12 +826,32 @@ Als zelfstandige middelen van bestaan in de zin van de Vw worden aangemerkt inko • uitbetaling van een dertiende maand, bonus of eindejaarsuitkering, mits contractueel vastgelegd; en • loon in natura, mits dit loon contractueel is vastgelegd; de waarde van het loon in natura dient op de salarisspecificaties te zijn vermeld en moet deel uitmaken van de grondslag van de loonheffing. +Gesubsidieerde arbeid wordt gelijkgesteld met andere vormen van arbeid in loondienst. Het gaat daarbij in ieder geval om arbeid ingevolge de Wsw. + Uit de ratio en strekking van het middelenvereiste volgt dat het moet gaan om legale arbeid. Arbeid is legaal als er naast belastingen ook premies sociale verzekeringen worden afgedragen. +Om te kunnen vaststellen of er sprake is van legale arbeid wordt alleen in geval van twijfel geverifieerd bij de desbetreffende uitvoeringsinstelling of de werknemer daar geregistreerd staat. Er kan daar nagegaan worden wat de aard van het dienstverband is en of er premies voor de betreffende werknemer worden afgedragen. In bepaalde gevallen kan dit direct worden geverifieerd. Indien directe verificatie niet mogelijk is, is het volgende van toepassing. Indien blijkt dat de aard van het dienstverband, zoals die is aangemeld, anders is dan in de arbeidsovereenkomst staat vermeld, wordt aan die arbeidsovereenkomst niet de gebruikelijke waarde toegekend. De te verwachten duur van de inkomsten komt dan niet overeen met de duur van de arbeidsovereenkomst. In dat geval is niet voldaan aan het duurzaamheidsvereiste. + +Om vast te stellen of er premies worden afgedragen voor de individuele werknemer kunnen zich de volgende situaties voordoen: + • Indien door de werkgever geen enkele arbeidsovereenkomst is aangemeld, wordt aangenomen dat er geen premies voor de betrokken werknemer worden afgedragen. Indien de individuele arbeidsovereenkomst niet tussentijds is aangemeld, wordt aangenomen dat er geen premies ten behoeve van de betrokken werknemer worden afgedragen. • de werkgever wordt geacht ingevolge een goed werkgeversschap in het belang van zijn werknemer de arbeidsovereenkomst tussentijds aan te melden, als hij weet hoe belangrijk dat is voor een werknemer voor wie gezinsvorming of gezinshereniging aan de orde is. Als de werkgever dat desondanks niet doet, kan de werknemer hem daarop aanspreken. De werknemer kan de werkgever met name ook verzoeken om een afschrift van de aanmelding van de arbeidsovereenkomst, zodat dat bij de aanvraag om een verblijfsvergunning kan worden overgelegd. • indien een werkgever een aantal werknemers heeft aangemeld, maar een betalingsachterstand heeft, anders gezegd, de betaling van voorschotten heeft gestaakt, is er aanleiding om aan te nemen dat er ook voor de individuele werknemer niet langer premies worden afgedragen. -• indien de individuele arbeidsovereenkomst wel is aangemeld en er (voorschotten ter zake van) sociale premies worden afgedragen – dus een totaalsom – wordt er in het algemeen van uitgegaan dat premieafdracht ook ten behoeve van de betrokken hoofdpersoon plaatsvindt. Voorts wordt in genoemde twijfelgevallen ook geverifieerd bij de Belastingdienst of ter zake belastingen worden afgedragen. Dan geldt mutatis mutandis hetzelfde als voor de af te dragen premies. +• indien de individuele arbeidsovereenkomst wel is aangemeld en er (voorschotten ter zake van) sociale premies worden afgedragen - dus een totaalsom - wordt er in het algemeen van uitgegaan dat premieafdracht ook ten behoeve van de betrokken hoofdpersoon plaatsvindt. Voorts wordt in genoemde twijfelgevallen ook geverifieerd bij de Belastingdienst of ter zake belastingen worden afgedragen. Dan geldt mutatis mutandis hetzelfde als voor de af te dragen premies. + +Voorts mag die arbeid niet worden verricht in strijd met de Wav. Zo wordt het inkomen uit arbeid in loondienst van een houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet aangemerkt als zelfstandige middelen van bestaan, indien het die vreemdeling ingevolge de Wav niet is toegestaan die arbeid te verrichten. + +Evenzo wordt het inkomen uit arbeid in loondienst niet aangemerkt als zelfstandige middelen van bestaan, indien de arbeidsovereenkomst niet is aangemeld bij de desbetreffende uitvoeringsinstantie of wanneer ter zake geen premies sociale verzekeringen worden afgedragen of wanneer ter zake geen belastingen worden afgedragen. + +De aanvraag wordt afgewezen wegens het niet zelfstandig beschikken over inkomsten uit arbeid in loondienst, indien de inkomsten zijn verkregen uit arbeid die niet wettelijk is toegestaan of geen premies sociale verzekeringen of geen belastingen worden afgedragen. Voor personeel in dienst van een ambassade of consulaat van een andere mogendheid gelden hierop uitzonderingen (zie B12/2.2.2.1). + +Het beschikken over inkomen uit arbeid in loondienst wordt aangetoond door het overleggen van: + +• een afschrift van de arbeidsovereenkomst; +• een recente werkgeversverklaring (op het moment van overleggen niet ouder dan drie maanden), voorzien van datum, handtekening van de werkgever en firmastempel. De werkgeversverklaring wordt overgelegd in de vorm van een volledig ingevuld en ondertekend model (zie bijlage 13 VV) of in de vorm van een verklaring waarin dezelfde inlichtingen als in dit model zijn opgenomen; en +• (indien de arbeidsovereenkomst meer dan drie maanden geleden is aangevangen) afschriften van loonstroken over de drie maanden direct voorafgaand aan de aanvraag; +• (indien de arbeidsovereenkomst minder dan drie maanden geleden is aangevangen) afschriften van loonstroken over het aantal gewerkte maanden direct voorafgaand aan de aanvraag; +• een afschrift van een officieel document waaruit blijkt dat de arbeidsovereenkomst bij de uitvoeringsinstelling is aangemeld (zie ook hiervoor onder ‘verificatie in geval van twijfel’). Als dit bewijsstuk niet bij het indienen van de aanvraag is overgelegd, hoeft de aanvrager niet in de gelegenheid te worden gesteld dit alsnog te overleggen, indien geen twijfel bestaat dat de vereiste premies worden afgedragen. Indien dit voor de besluitvorming relevant is (zie B1/4.3.2 onder ‘Flexibele arbeidsovereenkomsten en kortlopende arbeidscontracten’), worden met betrekking tot het arbeidsverleden tevens overgelegd: @@ -839,27 +859,95 @@ Indien dit voor de besluitvorming relevant is (zie B1/4.3.2 onder ‘Flexibele a • afschriften van jaaropgaven over de drie jaren voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag; en • (voor zover van toepassing) uitkeringsbeschikkingen en -specificaties over de drie jaren voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag. +Indien dat voor de beoordeling van het arbeidsverleden noodzakelijk is, kan tevens worden gevraagd om loonstroken over de drie jaren voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag. Ook kan ter meerdere zekerheid worden gevraagd over die jaren belastingaangiften en definitieve aanslagen over te leggen. + +Indien er een verschil van mening tussen werkgever en werknemer bestaat over de duur van de arbeidsovereenkomst, kan deze tevens worden onderbouwd met een uitspraak van de kantonrechter (zie B1/4.3.2 onder ‘Bewijsmiddelen en Wet Flexibiliteit en Zekerheid’). + +Bij twijfel of het loon daadwerkelijk wordt uitbetaald kan ter meerdere zekerheid om bank/giro- afschriften of uitbetalingskwitanties worden gevraagd die op de betreffende loonstaten of het relevante arbeidsverleden betrekking hebben. + +Indien de voornoemde bescheiden – voor zover nodig voor de beoordeling van het middelenvereiste – niet zijn overgelegd, of indien deze naar het oordeel van de Minister op relevante onderdelen inconsistenties, tegenstrijdigheden, hiaten of ongerijmdheden vertonen, is – ongeacht de gestelde hoogte en duurzaamheid van de inkomsten – niet aangetoond dat aan het middelenvereiste wordt voldaan. + +Als middelen van bestaan in de zin van de Vw wordt aangemerkt inkomen uit een inkomensvervangende uitkering krachtens een sociale verzekeringswet, waarvoor premie is afgedragen. Het gaat hierbij om: + +• WW; +• WAO; +• WIA; +• ZW; +• WAZ; +• AOW; +• de Algemene Nabestaanden Wet; het recht op deze uitkering vervalt onder meer als de nabestaande 65 jaar wordt, hertrouwt dan wel met iemand een gezamenlijke huishouding gaat voeren. De halfwezenuitkering die onder de Algemene Nabestaanden Wet valt, vervalt niet door de samenwoning of andere omstandigheden van de ouder. De uitkering vervalt over het algemeen slechts bij het meerderjarig worden van de halfwees en geldt derhalve als duurzaam inkomensbestanddeel; en +• de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten. + Voor al deze uitkeringen geldt dat slechts die uitkeringen worden meegeteld, die reeds daadwerkelijk zijn toegekend met een beschikking van de betreffende uitkeringsinstantie. Met de omstandigheid dat een persoon in de toekomst op grond van premieafdracht aanspraak zou kunnen maken op een dergelijke uitkering (bijvoorbeeld na beëindiging van de arbeidsovereenkomst), wordt geen rekening gehouden. -Als middelen van bestaan in de zin van de Vw wordt tevens aangemerkt inkomen uit eigen vermogen. Hieronder wordt in het vreemdelingenbeleid verstaan inkomen uit sparen en beleggen en inkomen uit een aanmerkelijk belang. Hieronder vallen onder meer inkomsten uit rente, aandelen, obligaties of verhuur van een zelfstandige woning. Daarbij geldt dat de bron van de inkomsten uit eigen vermogen niet mag worden aangetast. Deze inkomsten worden eerst als duurzaam aangemerkt, indien zij op het moment van de aanvraag (of de beschikking) nog beschikbaar zijn voor een periode van één jaar, en deze inkomsten op dat moment reeds gedurende één jaar beschikbaar zijn geweest. +Als middelen van bestaan in de zin van de Vw wordt tevens aangemerkt inkomen uit eigen vermogen. Hieronder wordt in het vreemdelingenbeleid verstaan inkomen uit sparen en beleggen en inkomen uit een aanmerkelijk belang. Hieronder vallen onder meer inkomsten uit rente, aandelen, obligaties of verhuur van een zelfstandige woning. Daarbij geldt dat de bron van de inkomsten uit eigen vermogen niet mag worden aangetast. Deze inkomsten worden eerst als duurzaam aangemerkt, indien zij op het moment van de aanvraag (of de beschikking) nog beschikbaar zijn, en deze inkomsten op dat moment reeds gedurende één jaar beschikbaar zijn geweest. -Bij de beoordeling van de hoogte van inkomen uit eigen vermogen, is aansluiting gezocht bij fiscale regelingen. De inkomsten uit vermogen worden door de Belastingdienst forfaitair vastgesteld op 4% van het gemiddelde eigen vermogen tussen 1 januari en 31 december van ieder jaar. Het inkomen uit eigen vermogen wordt voor de toepassing van de Vreemdelingenwet 2000 aangemerkt als voldoende middelen van bestaan, indien 4% van het eigen vermogen zoals dat op de belastingaangifte is opgegeven aan de Belastingdienst over het fiscale jaar voorafgaande aan de datum van de aanvraag omgerekend per maand, ten minste gelijk is aan het toepasselijke normbedrag als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, Vb of artikel 3.19 VV. +Bij de beoordeling van de hoogte van inkomen uit eigen vermogen, is aansluiting gezocht bij fiscale regelingen. De inkomsten uit vermogen worden door de Belastingdienst forfaitair vastgesteld op 4% van het gemiddelde eigen vermogen tussen 1 januari en 31 december van ieder jaar. Het inkomen uit eigen vermogen wordt voor de toepassing van de Vreemdelingenwet 2000 aangemerkt als voldoende middelen van bestaan, indien 4% van het eigen vermogen zoals dat op de belastingaangifte is opgegeven aan de Belastingdienst over het fiscale jaar voorafgaande aan de datum van de aanvraag omgerekend per maand, ten minste gelijk is aan het toepasselijke normbedrag als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, Vb of artikel 3.19 VV. De inkomsten worden aangetoond door overlegging van in ieder geval de opgaaf aan de Inspecteur der Belastingen over het jaar direct voorafgaand aan het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend of het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven. Dat de vereiste belastingen worden afgedragen, wordt aangenomen indien de vorenvermelde belastingopgaaf is overgelegd. Ingeval van twijfel kan worden gevraagd additionele bewijsmiddelen te overleggen waaruit blijkt dat de verschuldigde belasting is afgedragen. +Als middelen van bestaan in de zin van de Vw wordt tevens aangemerkt: + +• alimentatie die wordt ontvangen ten behoeve van kinderen; +• inkomsten uit een particuliere pensioenverzekering. Indien de vreemdeling verblijf beoogt als echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner van de hoofdpersoon die deze inkomsten ontvangt, kunnen deze middelen slechts als duurzaam worden aangemerkt indien met een verklaring van de betreffende verzekeraar is aangetoond dat het recht op uitkering niet ophoudt in geval van samenwonen of (her)trouwen; +• inkomsten uit uitkeringen van een lijfrentepolis of stamrechtovereenkomst mits is aangetoond dat loonbelasting en premies worden ingehouden; +• inkomsten uit kostgeld en particuliere verhuur (verhuur van woonruimte in het huis waar de hoofdpersoon woonachtig is) mits deze inkomsten bij de Belastingdienst worden opgegeven; +• inkomsten uit uitbetaling van de levensloopregeling; +• inkomsten uit de Algemene oorlogsongevallen regeling; +• inkomsten uit de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945; +• inkomsten uit de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945; +• inkomsten uit de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945; +• inkomsten uit de Wet Buitengewoon Pensioen Zeelieden-Oorlogsslachtoffers; +• inkomsten uit de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet; +• inkomsten uit een invaliditeitspensioen, al dan niet als aanvulling op een arbeidsongeschiktheidsverzekering; +• inkomsten uit een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering. Deze middelen kunnen slechts als duurzaam worden aangemerkt indien dit uit bescheiden (besluit van toekenning uitkering en de polisvoorwaarden) van de betreffende verzekeraar blijkt. + Deze inkomensbestanddelen kunnen derhalve worden meegeteld bij de berekening van het totale inkomen. +Niet als (bestanddeel van de) middelen van bestaan wordt aangemerkt een uitkering of bijdrage uit de publieke middelen op grond van de navolgende sociale voorzieningen waarvoor geen premie wordt afgedragen krachtens: + +• de Wet werk en bijstand; +• het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen; +• de Wet inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; +• de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen; +• de Wet inkomensvoorziening kunstenaars; +• de Toeslagenwet; +• de Wet Werkloosheidsvoorziening (overgangsregeling op grond van artikel 5 van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid, Stb. 1986, 567); +• Wajong; en +• de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria. + ##### 4.3.2. Duurzaamheid van de middelen van bestaan -Ingevolge artikel 3.75 Vb moeten middelen van bestaan duurzaam zijn. Als hoofdregel geldt dat de zelfstandig verworven inkomsten ten minste nog een jaar beschikbaar zijn. Afhankelijk van de bron waaruit de inkomsten zijn verworven, zijn nadere regels vastgesteld. +Ingevolge artikel 3.75 Vb zijn middelen van bestaan in ieder geval duurzaam indien zij nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven. + +Afhankelijk van de bron waaruit de inkomsten zijn verworven, zijn nadere regels vastgesteld. Aan de omstandigheid dat bij een arbeidsovereenkomst een proeftijd is overeengekomen, wordt voor de bepaling van de duurzaamheid geen betekenis toegekend. Als op het moment dat de aanvraag wordt beoordeeld, de proeftijd nog niet is verstreken, is dat geen reden om de beslissing op de aanvraag aan te houden. Daarbij heeft de proeftijd geen negatieve invloed op het oordeel over de duurzaamheid, en wordt de proeftijd niet in mindering gebracht op de duur van de verblijfsvergunning. Ontslag tijdens de proeftijd kan evenwel verblijfsrechtelijke gevolgen hebben (zie voor de regelgeving inzake gezinshereniging en gezinsvorming B2/9.5). +In verband met de flexibilisering van de arbeidsmarkt wordt door werkgevers steeds meer gebruik gemaakt van kortdurende en flexibele arbeidsovereenkomsten. Hierdoor worden minder arbeidsovereenkomsten met de minimale duur van één jaar afgesloten. Met het oog op deze ontwikkeling is in het Vb een uitzonderingsregel getroffen ten aanzien van de duurzaamheid van de middelen van bestaan. Beschikt de aanvrager of degene bij wie verblijf wordt beoogd niet over inkomsten die op het moment van de aanvraag, het beslismoment, of op enig tussenliggend moment nog voor een jaar beschikbaar zijn, of is er sprake van een flexibele arbeidsovereenkomst, dan wordt aan de hand van het arbeidsverleden vastgesteld of de duurzaamheid van de inkomsten voor de toekomst is gegarandeerd. + +Oproep- of afroepcontracten, nul-urencontracten, min/max-contracten, uitzendwerk, losse dienstverbanden, seizoenswerk, voorovereenkomsten, en overeenkomsten met uitgestelde prestatieplicht worden wel ‘flexibele arbeidsovereenkomsten’ genoemd. Als sprake is van arbeid voor een uitzendbureau, wordt aangenomen dat sprake is van flexibele arbeid als hier bedoeld, tenzij uit de overgelegde bescheiden uitdrukkelijk anders blijkt (zie artikel 3.76 Vb en de toelichting hierop bij ‘Bewijsmiddelen en Wet flexibiliteit en zekerheid’). De Minister begeeft zich immers bij de uitvoering van het bepaalde bij en krachtens de Vw niet op het terrein van het arbeidsrecht. + +Inkomsten uit flexibele arbeidsovereenkomsten worden, gelet op het onzekere karakter dat werken op basis van dergelijke arbeidsovereenkomsten kenmerkt, niet aangemerkt als inkomsten die nog één jaar beschikbaar zijn (op het tijdstip waarop de aanvraag wordt ontvangen of de beschikking wordt gegeven, dan wel op enig moment tussen beide tijdstippen). Zij zijn derhalve niet duurzaam in de zin van artikel 3.75, eerste lid, Vb. Hieraan doet de duur van de flexibele arbeidsovereenkomst niet af. Eigen aan flexibele arbeidsovereenkomsten is immers dat de hoogte van de inkomsten onregelmatig kan zijn. + +Inkomsten uit een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur, waarbij de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een periode korter dan één jaar, worden evenmin aangemerkt als inkomsten die duurzaam zijn in de zin van artikel 3.75, eerste lid, Vb. + +Ook voor inkomsten uit een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur, waarbij de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt binnen één jaar na de datum waarop de aanvraag is ontvangen, geldt dat ook deze niet worden aangemerkt als inkomsten die duurzaam zijn in de zin van artikel 3.75, eerste lid, Vb. + +De voornoemde inkomsten uit arbeid (inclusief werk verricht op basis van een flexibele arbeidsovereenkomst) kunnen echter, in afwijking van de hoofdregel als duurzaam worden aangemerkt, indien ten tijde van de aanvraag (of het tijdstip waarop de beschikking wordt genomen, dan wel op enig moment tussen beide tijdstippen): + +• door de aanvrager of degene bij wie verblijf wordt beoogd aantoonbaar reeds gedurende drie jaar onafgebroken (al dan niet op basis van overeenkomsten met een bepaalde duur) is gewerkt; en +• deze inkomsten uit arbeid nog beschikbaar zijn. Dit wordt aangetoond met een verklaring van de werkgever (bijvoorbeeld het uitzendbureau). Voor deze verklaring van de werkgever kan het model conform bijlage 13 VV worden gebruikt, of een verklaring waarin dezelfde inlichtingen als in dit model gevraagd worden, zijn opgenomen. + +Kortdurende tijdvakken van werkloosheid worden bij de driejaarsperiode als inkomen uit arbeid in loondienst meegeteld. In deze driejaarsperiode mag het totaal van deze tijdvakken van werkloosheid niet meer dan 26 weken bedragen. + +Gedurende de driejaarsperiode, inclusief de tijdvakken van kortdurende werkloosheid, moeten de inkomsten wel zelfstandig zijn verworven (zie B1/4.3.1). Er mag geen (aanvullende) uitkering krachtens de Wwb zijn ontvangen. Uitsluitend inkomsten uit arbeid in loondienst worden meegeteld voor de beoordeling of de inkomsten duurzaam zijn; gedurende de driejaarsperiode verworven inkomsten uit arbeid als zelfstandige blijven derhalve buiten beschouwing. Het inkomen dat de afgelopen drie jaren is verworven, hoeft niet iedere maand gelijk te zijn geweest aan de relevante brutonorm; voldoende is dat het inkomen op jaarbasis daaraan voldoet. Het laagste jaarinkomen uit arbeid in loondienst in de driejaarsperiode kan als duurzaam conform artikel 3.75, derde lid, Vb worden beschouwd. Vervolgens moet worden getoetst of deze inkomsten ook als voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 3.74 Vb of artikel 3.19 VV kunnen worden beschouwd (zie B1/4.3.3). Bij deze beoordeling gaat de IND uit van het normbedrag zoals dat geldt op het moment van de aanvraag. + Bij de duurzaamheid van inkomsten uit de Algemene nabestaandenwet is van belang dat het recht op deze uitkering onder meer vervalt als de nabestaande 65 jaar wordt, hertrouwt dan wel met iemand een gezamenlijke huishouding gaat voeren. Bij de beoordeling van de duurzaamheid wordt hiermee rekening gehouden. Om die reden worden inkomsten uit deze bron in ieder geval niet duurzaam geacht indien op grond van het doel waarvoor verblijf wordt aangevraagd vaststaat dat de hoofdpersoon (met de vreemdeling) zal gaan samenwonen. Dat op het tijdstip waarop de aanvraag wordt ingediend of de beslissing wordt genomen wel over deze uitkering wordt beschikt, doet daaraan niet af. -Onregelmatige inkomsten (overwerkvergoeding, onregelmatigheidstoeslag en fooien) en loon in natura worden als duurzaam aangemerkt wanneer deze inkomsten structureel zijn. De onregelmatige inkomsten en het loon in natura worden als structureel aangemerkt wanneer deze in de twaalf maanden voorafgaande aan de aanvraag of het moment van beschikken tenminste 11 maanden zijn verworven. Slechts het laagste maandelijkse bruto bedrag aan overwerkvergoeding, onregelmatigheidstoeslag, fooien of loon in natura dat onderdeel uitmaakt van het sv-loon mag worden meegeteld. Het is niet toegestaan de over een heel jaar extra verdiende inkomsten te middelen en dat op te tellen bij het maandinkomen. +Onregelmatige inkomsten (overwerkvergoeding, onregelmatigheidstoeslag en fooien) en loon in natura worden als duurzaam aangemerkt wanneer deze inkomsten structureel zijn. De onregelmatige inkomsten en het loon in natura worden als structureel aangemerkt wanneer deze in de twaalf maanden voorafgaande aan de aanvraag of het moment van beschikken tenminste elf maanden zijn verworven. Slechts het laagste maandelijkse bruto bedrag aan overwerkvergoeding, onregelmatigheidstoeslag, fooien of loon in natura dat onderdeel uitmaakt van het sv-loon mag worden meegeteld. Het is niet toegestaan de over een heel jaar extra verdiende inkomsten te middelen en dat op te tellen bij het maandinkomen. ##### 4.3.3. Voldoende middelen van bestaan @@ -1742,12 +1830,18 @@ Gelet op artikel 21 Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verb ##### 7.1.1. De duur van het ononderbroken verblijf in Nederland -Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder a, Vw kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw worden afgewezen indien de vreemdeling niet gedurende vijf jaren ononderbroken en direct voorafgaande aan de aanvraag rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8 Vw. Richtlijn 2003/109 laat niet toe dat uitzonderingen worden gemaakt op de duur van het rechtmatig verblijf. Wel mogen de lidstaten uitzonderingen maken op de voorwaarde dat het rechtmatig verblijf ononderbroken moet zijn. +Op grond van artikel 21, eerste lid, onder a, Vw kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw worden afgewezen indien de vreemdeling niet gedurende vijf jaren ononderbroken en direct voorafgaande aan de aanvraag rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8 Vw. Richtlijn 2003/109 laat niet toe dat uitzonderingen worden gemaakt op de duur van het rechtmatig verblijf. Wel mogen de lidstaten uitzonderingen maken op de voorwaarde dat het rechtmatig verblijf ononderbroken moet zijn. -Ingevolge artikel 3.92, eerste lid, Vb wordt de aanvraag niet af gewezen, om reden dat het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 Vw niet vijf jaar aaneengesloten is geweest, indien de aanvraag is ingediend door een meerderjarige die zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst en: +Op grond van artikel 3.92, eerste lid, Vb wordt de aanvraag niet af gewezen, om reden dat het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 Vw niet vijf jaar aaneengesloten is geweest, indien de aanvraag is ingediend door een meerderjarige die zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst en: -– die tussen het vierde en negentiende levensjaar tien jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a, b dan wel l, Vw en wiens aanvraag is ontvangen voor het drieëntwintigste levensjaar; of -– die voor het negentiende levensjaar vijf jaar rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a, b dan wel l, Vw en voor wie Nederland het meest aangewezen land is. +• die tussen het vierde en negentiende levensjaar tien jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a, b dan wel l, Vw en wiens aanvraag is ontvangen voor het drieëntwintigste levensjaar; of +• die voor het negentiende levensjaar vijf jaar rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a, b dan wel l, Vw en voor wie Nederland het meest aangewezen land is. + +Op grond van artikel 3.92, derde lid, sub c en d, Vb, wordt de aanvraag van de houder van een Europese blauwe kaart niet afgewezen als deze houder: + +• vijf jaar legaal en ononderbroken op het grondgebied van de Europese Unie verblijft als houder van een Europese blauwe kaart; +• onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van de aanvraag ten minste achttien achtereenvolgende maanden als houder van een Europese blauwe kaart in een andere staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; en +• ten minste twee achtereenvolgende jaren direct voorafgaande aan de aanvraag als houder van een door Onze Minister afgegeven Europese blauwe kaart in Nederland heeft verbleven. ##### 7.1.2. De aard van het verblijfsrecht @@ -1777,18 +1871,31 @@ Als voorbeeld kan worden genoemd de vreemdeling aan wie in aansluiting op (tijde ##### 7.1.3. Afwezigheid van het grondgebied -Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder c, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw, worden afgewezen, indien de vreemdeling in de periode, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder a, Vw zes of meer achtereenvolgende maanden of in totaal tien of meer maanden buiten Nederland heeft verbleven. +Op grond van artikel 21, eerste lid, onder c, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw, worden afgewezen, indien de vreemdeling in de periode, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder a, Vw zes of meer achtereenvolgende maanden of in totaal tien of meer maanden buiten Nederland heeft verbleven. + +Het verblijf in Nederland dient in beginsel ononderbroken te zijn. De aanvraag wordt echter niet in alle gevallen afgewezen waarin de verblijfsduur niet aaneensluitend is. Zo is een onderbreking van het verblijf in Nederland door verblijf buiten Nederland gedurende maximaal zes maanden achtereenvolgend, of maximaal tien maanden in de gehele periode van vijf jaar, onvoldoende om de aanvraag af te wijzen. Deze perioden tellen echter niet mee voor de berekening van de totale verblijfsduur van vijf jaren. De aanvraag wordt niet vanwege overschrijding van de bovengenoemde termijn van onderbreking van het verblijf afgewezen indien deze is ingediend door: • een meerderjarige vreemdeling die tussen het vierde en het negentiende levensjaar tien jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a, b dan wel l, Vw, en wiens aanvraag is ontvangen voor het drieëntwintigste levensjaar (zie artikel 3.92, eerste lid, onder a1, Vb en B4/5.1); -• een meerderjarige vreemdeling die voor het negentiende levensjaar vijf jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a, b, dan wel l, Vw, en voor wie Nederland naar het oordeel van de Minister het meest aangewezen land is (zie artikel 3.92, eerste lid, onder a2, Vb en B4/5.1); of -• een vreemdeling die weliswaar langer dan zes of tien maanden buiten Nederland heeft verbleven, maar daarbij niet het hoofdverblijf heeft verplaatst (zie artikel 3.92, eerste lid, onder b, Vb). +• een meerderjarige vreemdeling die voor het negentiende levensjaar vijf jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a, b, dan wel l, Vw, en voor wie Nederland naar het oordeel van de Minister het meest aangewezen land is (zie artikel 3.92, eerste lid, onder a2, Vb en B4/5.1); +• een vreemdeling die weliswaar langer dan zes of tien maanden buiten Nederland heeft verbleven, maar daarbij niet het hoofdverblijf heeft verplaatst (zie artikel 3.92, eerste lid, onder b, Vb); +• een vreemdeling die als houder van een Europese blauwe kaart: + +• niet langer twaalf achtereenvolgende maanden buiten Nederland heeft verbleven; of +• in totaal niet langer dan achttien maanden buiten Nederland heeft verbleven (zie artikel 3.92, derde lid, onder c, Vb). + +Deze uitzondering geldt ook als de houder van een Europese blauwe kaart geen gebruik heeft gemaakt van zijn intra-communautaire mobiliteit, maar als houder van een Europese blauwe kaart in het land van herkomst of derde land heeft verbleven (zie artikel 3.92, derde lid, onder d, Vb). Het gedeelte van het verblijf buiten Nederland dat tien maanden in totaal, of bij aaneengesloten verblijf buiten Nederland het tijdvak van zes maanden, te boven gaat wordt buiten beschouwing gelaten bij de berekening van het tijdvak van vijf jaar (artikel 3.92, zevende lid, Vb). De beoordeling of de vreemdeling zijn hoofdverblijf heeft verplaatst vindt plaats aan de hand van de feiten en omstandigheden van het concrete geval waarbij met de wil van de vreemdeling slechts rekening wordt gehouden voor zover die blijkt uit diens gedragingen. +Vestiging van het hoofdverblijf buiten Nederland wordt niet aangenomen op de enkele grond dat de vreemdeling: + +a. Nederland heeft verlaten voor de vervulling van de militaire dienstplicht en binnen zes maanden na beëindiging van de dienstplicht naar Nederland is teruggekeerd; of +b. buiten Nederland is gedetineerd en binnen zes maanden na beëindiging van de detentie naar Nederland is teruggekeerd. + Daarnaast geldt als beleidsregel dat een vreemdeling niet geacht wordt zijn hoofdverblijf buiten Nederland te hebben gevestigd: a. indien hij beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid die geheel of gedeeltelijk buiten Nederland plaatsvindt; of @@ -1796,12 +1903,22 @@ b. indien en zo lang hij feitelijk de echtgenoot/partner is van een ambtenaar, b Bij de beoordeling van de vraag of de vreemdeling het hoofdverblijf heeft verplaatst, wordt rekening gehouden met de situatie van vrouwen en hun eventuele kinderen, die tegen hun wil en zonder identiteits- en verblijfsdocumenten in het land van herkomst zijn achtergelaten. Omdat de omstandigheden van deze vrouwen sterk uiteenlopen, geldt dat als de achtergelaten vrouw zich zonder dralen tot de Nederlandse overheid (gemeente, ambassade, consulaat, IND of Vreemdelingenpolitie) heeft gewend om naar Nederland te kunnen terugkeren, verplaatsing van het hoofdverblijf niet wordt aangenomen. Wat ‘zonder dralen’ is, wordt van geval tot geval bezien; hierbij wordt rekening gehouden met de moeilijkheden die de positie van de achtergelaten vrouw met zich mee heeft gebracht. +Als een beroep wordt gedaan op achterlating, kan van de vreemdelinge worden gevergd om de omstandigheden waar een beroep op wordt gedaan met ter zake relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Indien het beroep op achterlating niet of niet afdoende met terzake relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortzetting van verblijf, stelt de IND de vreemdelinge in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt hiertoe een termijn van vier weken gegund. + +Zie ten aanzien van achtergelaten vrouwen tevens B1/5.1, B1/5.3.2 en B16/7. + +Aangezien het merendeel van de achtergelaten vreemdelingen vrouw is, wordt in de voorgaande passage gerept van achtergelaten vrouwen. Vanzelfsprekend kunnen ook mannen en minderjarigen een beroep doen op de omstandigheid dat zij zijn achtergelaten. + +De aanvraag wordt niet afgewezen wegens verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland, indien de aanvraag is ingediend door de vreemdeling die in aanmerking komt voor verblijf op grond van de in artikel 3.92 Vb geregelde terugkeeropties (zie artikel 3.92 en 4.52 Vb). + +De politie zendt het verblijfsdocument voorzien van een begeleidend schrijven, waarin de reden van inname alsmede ten minste het adres van de vreemdeling in het buitenland staan vermeld, naar het Bureau Documenten van de IND. + Indien sprake is van beroepsmatige detachering (ook in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening) in een andere EU-lidstaat, telt het verblijf buiten Nederland wel mee bij de berekening van de duur van het rechtmatig verblijf voor de toekenning van de status van langdurig ingezetene (zie artikel 3.92, derde lid, onder a, Vb). De EG-status als langdurig ingezetene kan na intrekking in sommige gevallen worden herkregen. Herverkrijging is mogelijk indien de vreemdeling, die als langdurig ingezetene houder is geweest van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw (zie artikel 3.92, derde lid, onder b, Vb): • na verblijf voor studie of beroepsopleiding in een andere lidstaat, zijn aanvraag om herverkrijging binnen zes maanden na beëindiging van die studie of opleiding, dan wel de verblijfstitel in die staat, heeft ingediend; -• na verblijf buiten de Gemeenschap gedurende een aaneengesloten periode van tenminste twaalf maanden, de aanvraag binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden van het verlies indient; of +• na verblijf buiten de Gemeenschap gedurende een aaneengesloten periode van ten minste twaalf maanden, de aanvraag binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden van het verlies indient; of • na verkrijging van de EG-verblijfsvergunning als langdurig ingezetene in een andere lidstaat, binnen twaalf maanden na het verlies van de Nederlandse status een aanvraag indient. ##### 7.1.4. Middelen van bestaan @@ -2092,8 +2209,9 @@ Ingevolge artikel 22, eerste lid, onder a, Vw kan de verblijfsvergunning voor on De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt niet ingetrokken wegens afwezigheid van het grondgebied indien: a. het hoofdverblijf niet is verplaatst (zie B1/7.1.3); -b. de houder van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aantoont dat hij langer dan zes jaar voor studiedoeleinden in een of meer andere lidstaten verblijft; of -c. er sprake is van verblijf buiten de Gemeenschap, maar nog wel binnen de EER (IJsland, Noorwegen en Liechtenstein) of Zwitserland, tenzij sprake is van een verblijf buiten Nederland van langer dan zes jaren. +b. de houder van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aantoont dat hij langer dan zes jaar voor studiedoeleinden in een of meer andere lidstaten verblijft; +c. er sprake is van verblijf buiten de Gemeenschap, maar nog wel binnen de EER (IJsland, Noorwegen en Liechtenstein) of Zwitserland, tenzij sprake is van een verblijf buiten Nederland van langer dan zes jaren; of +d. de houder van de verblijfsvergunning langdurig ingezetene, die voormalig houder van een Europese blauwe kaart was, en zijn gezinsleden die de status van langdurig ingezeten hebben verkregen niet langer dan 24 achtereenvolgende maanden buiten het grondgebied van de Europese Unie, het grondgebied van een andere EER-lidstaat of Zwitserland hebben verbleven (zie artikel 3.95, eerste lid, onder d, Vb). *Ad b* @@ -2302,7 +2420,7 @@ Zie voor wat betreft documenten voor grensoverschrijding B1/4.2 slot. Voor zover in de onderhavige paragraaf niet anders is bepaald, is het bepaalde in B1 onverkort van toepassing. -De IND heeft negen loketten verspreid over het hele land (zie B1/9.1.1). Op de website van de IND is te vernemen in welke plaats de vreemdeling zich bij een IND-loket kan melden. Alvorens de aanvraag in persoon te kunnen indienen zal de vreemdeling daartoe eerst telefonisch (0900-1234561) een afspraak dienen te maken. +De IND heeft negen loketten verspreid over het hele land (zie B1/9.1.1). Op de website van de IND is te vernemen in welke plaats de vreemdeling zich bij een IND-loket kan melden. Alvorens de aanvraag in persoon te kunnen indienen zal de vreemdeling daartoe eerst telefonisch (0900 - 1234561) een afspraak dienen te maken. De vreemdeling kan bij de burgemeester van de gemeente waar hij zijn woon- of verblijfsplaats heeft een Bewijs van Bekendmaking verkrijgen. Het Bewijs van Bekendmaking kan door de burgemeester worden afgegeven in het kader van de inschrijving in de GBA. Ook zonder in het bezit te zijn van een Bewijs van Bekendmaking kan de vreemdeling bij het IND-loket een aanvraag indienen. @@ -2314,13 +2432,13 @@ De procedure inzake de leges staat beschreven in B1/9.6.1. De IND-ambtenaar kruist op de per verblijfsdoel gespecificeerde checklist aan welke bescheiden bij het indienen van de aanvraag door de vreemdeling zijn overgelegd. De IND-ambtenaar kan de vreemdeling wijzen op de mogelijkheid de ontbrekende bescheiden bij de aanvraag per ommegaande (dezelfde dag nog) over te leggen (bijvoorbeeld een ontbrekende pasfoto, of een salarisstrookje dat de vreemdeling thuis of elders heeft laten liggen en waarvan kan worden verwacht dat de vreemdeling het per ommegaande (alsnog) kan overleggen). Met nadruk zij vermeld dat vorenstaande situatie dient te worden onderscheiden van het bieden van een herstelverzuim en dat het géén inhoudelijke toets met zich meebrengt. Indien de vreemdeling aangeeft de ontbrekende bescheiden niet per ommegaande alsnog te willen overleggen en kenbaar maakt dat hij zijn aanvraag in behandeling wenst te laten nemen, neemt de IND-ambtenaar de aanvraag onverkort in ontvangst. -De IND-ambtenaar verstrekt de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (zie bijlage 7g VV) aan de vreemdeling ten bewijze van het feit dat de vreemdeling een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft ingediend. De sticker wordt afgegeven voor een duur die één maand korter is dan de geldigheidsduur van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, met in beginsel een maximumduur van zes maanden. +De IND-ambtenaar verstrekt de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (zie bijlage 7g VV) aan de vreemdeling ten bewijze van het feit dat de vreemdeling een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft ingediend. De sticker wordt afgegeven voor een duur die één maand korter is dan de geldigheidsduur van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, met in beginsel een maximumduur van zes maanden. De sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ wordt, indien het een slachtoffer van dreigend eergerelateerd geweld betreft zoals bedoeld in B20, door de korpschef geplaatst. -De sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder f, g, h en i Vw, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt. +De sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder f, g, h en i Vw, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt. -Met nadruk zij vermeld dat de aantekening omtrent de aanmeldingsplicht alsmede de aantekening omtrent de periodieke meldplicht onverkort door de Korpschef dan wel de ambtenaar belast met het toezicht worden geplaatst. Hiertoe wordt op de sticker ‘Aantekeningen Toezicht’ (zie bijlage 7j VV) door de Korpschef de datum van de aanmelding en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aangemeld op (datum)’. +Met nadruk zij vermeld dat de aantekening omtrent de aanmeldingsplicht alsmede de aantekening omtrent de periodieke meldplicht onverkort door de Korpschef dan wel de ambtenaar belast met het toezicht worden geplaatst. Hiertoe wordt op de sticker ‘Aantekeningen Toezicht’ (zie bijlage 7j VV) door de Korpschef de datum van de aanmelding en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aangemeld op (datum)’. Voor het familielid van de onderdaan van de EU/EER of van Zwitserland dat zelf niet ook afkomstig is uit één van deze lidstaten (met andere woorden het familielid-derdelander van de unieburger) plaatst de IND-ambtenaar de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdaan’ in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, of voorziet het reisdocument van een zogeheten inlegvel. De sticker of het inlegvel bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt. @@ -2334,25 +2452,21 @@ Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt en Ook indien het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, nog niet is verstrekt, is er vanaf de bekendmaking van de beschikking sprake van rechtmatig verblijf. -Indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingevolge artikel 3.33a, vierde lid, VV bij een kantoor van de IND wordt ingediend, is het bepaalde in B1 onverkort van toepassing voor zover in deze paragraaf niet anders is bepaald. +Indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingevolge artikel 3.33a, vierde lid, VV bij een kantoor van de IND wordt ingediend, is het bepaalde in B1 onverkort van toepassing voor zover in deze paragraaf niet anders is bepaald. -Bij het in ontvangst nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bepaalt de IND-ambtenaar de voor de aanvraag geldende leges. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld de verschuldigde leges per kas of per pin ter plekke aan de kas te voldoen. De vreemdeling dient het bedrag in één keer te voldoen. Betaling in termijnen is niet mogelijk. Na betaling van het verschuldigde bedrag ontvangt de vreemdeling een betalingsbewijs. Indien de vreemdeling het verschuldigde legesbedrag niet ter plekke per kas of per pin heeft voldaan, stelt de IND-ambtenaar de vreemdeling ingevolge het bepaalde in artikel 4:5 van de Awb mondeling in de gelegenheid om het verzuim te herstellen en alsnog ter plekke de verschuldigde leges per kas of pinbetaling te voldoen. In dat geval is er geen reden om langer herstel verzuim te verlenen dan het tijdsverloop dat in de regel gemoeid is met de handeling van kas- of pinbetaling. Als betrokkene geen gebruik maakt van de hem geboden gelegenheid om het verschuldigde legesbedrag alsnog te voldoen, wordt de aanvraag direct ter plaatse door de IND-ambtenaar buiten behandeling gesteld. - -De aanzegging tot legesbetaling valt niet onder het beschikkingsbegrip. Tegen de beschikking tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag, die volgt als geen leges worden voldaan, kan een bezwaarschrift worden ingediend. - -Na betaling van de verschuldigde leges vraagt de IND-ambtenaar aan de vreemdeling – voor zover zulks niet reeds blijkt uit het ingevulde aanvraagformulier – op welke mvv-vrijstellingsgrond hij zich beroept dan wel op welke gronden betrokkene meent dat sprake is van een zodanig bijzonder geval dat vasthouden aan het mvv-vereiste zou getuigen van een bijzondere hardheid (de hardheidsclausule ex artikel 3.71, vierde lid, Vb) indien en voor zover betrokkene zich daarop beroept. Conform het bepaalde in B1/4.1.1 dient betrokkene reeds bij het indienen van de aanvraag het verzoek om mvv- vrijstelling met feiten en omstandigheden te onderbouwen en van die feiten en omstandigheden tenminste een begin van bewijs te leveren. Indien de aangevoerde feiten en omstandigheden reeds op voorhand niet kunnen leiden tot vrijstelling van het mvv-vereiste, zal de IND-ambtenaar direct ter plaatse een afwijzende beschikking uitreiken aan betrokkene. Indien de aangevoerde feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven, zal de vreemdeling in de gelegenheid worden gesteld het beroep op de mvv-vrijstelling (alsnog) nader te onderbouwen met bescheiden of anderszins. +Na betaling van de verschuldigde leges vraagt de IND-ambtenaar aan de vreemdeling – voor zover zulks niet reeds blijkt uit het ingevulde aanvraagformulier – op welke mvv-vrijstellingsgrond hij zich beroept dan wel op welke gronden betrokkene meent dat sprake is van een zodanig bijzonder geval dat vasthouden aan het mvv-vereiste zou getuigen van een bijzondere hardheid (de hardheidsclausule ex artikel 3.71, vierde lid, Vb) indien en voor zover betrokkene zich daarop beroept. Conform het bepaalde in B1/4.1.1 dient betrokkene reeds bij het indienen van de aanvraag het verzoek om mvv- vrijstelling met feiten en omstandigheden te onderbouwen en van die feiten en omstandigheden tenminste een begin van bewijs te leveren. Indien de aangevoerde feiten en omstandigheden reeds op voorhand niet kunnen leiden tot vrijstelling van het mvv-vereiste, zal de IND-ambtenaar direct ter plaatse een afwijzende beschikking uitreiken aan betrokkene. Indien de aangevoerde feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven, zal de vreemdeling in de gelegenheid worden gesteld het beroep op de mvv-vrijstelling (alsnog) nader te onderbouwen met bescheiden of anderszins. Indien de aanvraag niet meteen ter plaatse kan worden afgedaan omdat nader onderzoek aangewezen is, zal de IND-ambtenaar de vreemdeling de Sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (zie bijlage 7g VV) verstrekken ten bewijze van het feit dat de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft gedurende de behandeling van de aanvraag. -De IND-ambtenaar maakt tevens ten behoeve van de aanvrager een kopie van de pagina van het aanvraagformulier waarop de persoonsgegevens van de aanvrager alsmede diens handtekening staan vermeld. Deze kopie wordt gewaarmerkt en vervolgens overhandigd aan de vreemdeling. Voor zover de vreemdeling nog geen onderzoek naar TBC aan de ademhalingsorganen heeft ondergaan en hij daarvan evenmin is vrijgesteld, verwijst de IND-ambtenaar de vreemdeling door naar de meest nabij gelegen GG&GD met gebruikmaking van het TBC-formulier (zie bijlage 13 VV). +De IND-ambtenaar maakt tevens ten behoeve van de aanvrager een kopie van de pagina van het aanvraagformulier waarop de persoonsgegevens van de aanvrager alsmede diens handtekening staan vermeld. Deze kopie wordt gewaarmerkt en vervolgens overhandigd aan de vreemdeling. Voor zover de vreemdeling nog geen onderzoek naar TBC aan de ademhalingsorganen heeft ondergaan en hij daarvan evenmin is vrijgesteld, verwijst de IND-ambtenaar de vreemdeling door naar de meest nabij gelegen GG&GD met gebruikmaking van het TBC-formulier (zie bijlage 13 VV). Indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking verband houdend met studie aan het hoger onderwijs of voorbereidend jaar door tussenkomst van een instelling voor hoger onderwijs bij een kantoor van de IND wordt ingediend, is het bepaalde in B1 onverkort van toepassing voor zover in deze paragraaf niet anders is bepaald. -De aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking studie aan het hoger onderwijs of een voorbereidend jaar kan door de vreemdeling schriftelijk, door tussenkomst van de instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 3.18a VV, worden ingediend bij de IND. De vreemdeling vult met hulp van de onderwijsinstelling het aanvraagformulier in en ondertekent de aanvraag. De onderwijsinstelling stuurt het aanvraagformulier door naar de IND. Als voorwaarde hiervoor geldt dat de instelling voor hoger onderwijs een convenant heeft afgesloten met de IND. +De aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking studie aan het hoger onderwijs of een voorbereidend jaar kan door de vreemdeling schriftelijk, door tussenkomst van de instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 3.18a VV, worden ingediend bij de IND. De vreemdeling vult met hulp van de onderwijsinstelling het aanvraagformulier in en ondertekent de aanvraag. De onderwijsinstelling stuurt het aanvraagformulier door naar de IND. Als voorwaarde hiervoor geldt dat de instelling voor hoger onderwijs een convenant heeft afgesloten met de IND. Na ontvangst van het aanvraagformulier ontvangt de onderwijsinstelling namens de vreemdeling een ontvangstbevestiging van de IND. Deze ontvangstbevestiging geldt voor de vreemdeling als een bewijs van rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 9 Vw. Indien de vreemdeling gedurende de behandeltijd van de aanvraag toch een verblijfssticker nodig heeft kan hij hiertoe een afspraak maken via de afsprakenlijn van de IND. Op vertoon van de ontvangstbevestiging ontvangt de vreemdeling, op voorwaarde dat de leges zijn voldaan, een verblijfssticker in het paspoort. -Ingevolge artikel 3.103a Vb doet de Minister, indien een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 Vw (niet) wordt verleend aan of verlengd dan wel wordt ingetrokken, van een vreemdeling die houder is van een door een andere EU-lidstaat, afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, mededeling aan de autoriteiten van die staat (zie B17/6). +Ingevolge artikel 3.103a Vb doet de Minister, indien een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 Vw (niet) wordt verleend aan of verlengd dan wel wordt ingetrokken, van een vreemdeling die houder is van een door een andere EU-lidstaat, afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, mededeling aan de autoriteiten van die staat (zie B17/6). Het koppelingsbureau van de IND fungeert in dergelijke gevallen als contactpunt voor het verstrekken en ontvangen van informatie (zie B17/6). @@ -2473,12 +2587,8 @@ Indien de vreemdeling het verschuldigde legesbedrag niet ter plekke per kas of p De aanzegging tot legesbetaling valt niet onder het beschikkingsbegrip. Tegen de beschikking tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag, die volgt als geen leges worden voldaan, kan een bezwaarschrift worden ingediend. -Indien de vreemdeling in bewaring is gesteld en een aanvraag indient, worden met het oog op de efficiënte afdoening van de aanvraag geen leges geheven. Zie voor de procedure ter zake van het indienen van een aanvraag in de situatie waarin de vreemdeling in bewaring is gesteld A6/5.3.4.4 en B1/9.1.1. Op de aanvraag wordt onverwijld beslist, opdat – indien de aanvraag niet wordt ingewilligd – de feitelijke uitzetting doorgang kan vinden. - In gevallen waarin – na een voor de vreemdeling onaantastbaar geworden (ongunstige) beschikking – een aanvraag wordt gedaan om alsnog een voor de vreemdeling gunstige beschikking te verkrijgen, is sprake van een nieuwe aanvraag in de zin van artikel 4:6 Awb, ter zake waarvan (wederom) leges zijn verschuldigd. -Ten aanzien van de procedure die gevolgd wordt indien ingevolge artikel 3.33a, vierde lid, VV de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt ingediend bij een kantoor van de IND, zij verwezen naar het bepaalde in B1/9.4. - Ten aanzien van de procedure die gevolgd wordt indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van studie aan een instelling voor hoger onderwijs of voorbereidend jaar door tussenkomst van de onderwijsinstelling wordt ingediend bij de IND, geldt het volgende. Betaling van de door de betrokken vreemdeling verschuldigde leges vindt plaats door de instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 3.18a VV door middel van een automatisch incasso. Een machtiging tot automatisch incasso wordt door de instelling voor hoger onderwijs bij elke individuele aanvraag afgegeven. Ten behoeve van het automatisch incasso geeft de onderwijsinstelling een Nederlands bankrekeningnummer op. @@ -2501,9 +2611,7 @@ Indien de verschuldigde leges ter afdoening van de aanvraag tot het verlenen van De legesplichtige vreemdeling die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd in het kader van de terugkeeroptie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet, dient de leges in persoon aan een loket van de IND te voldoen. -Indien de vreemdeling in bewaring is gesteld en een aanvraag indient, worden met het oog op de efficiënte afdoening van de aanvraag geen leges geheven. Zie A6/5.3.4.4 en B1/9.6.1 voor de procedure ter zake van het indienen van een aanvraag in de situatie waarin de vreemdeling in bewaring is gesteld. Op de aanvraag wordt onverwijld beslist, opdat – indien de aanvraag niet wordt ingewilligd – de feitelijke uitzetting doorgang kan vinden. - -In gevallen waarin – na een voor de vreemdeling onaantastbaar geworden (ongunstige) beschikking – een aanvraag wordt gedaan om alsnog een voor de vreemdeling gunstige beschikking te verkrijgen, is sprake van een nieuwe aanvraag in de zin van artikel 4:6 van de Awb, ter zake waarvan (wederom) leges zijn verschuldigd. De aanzegging tot legesbetaling valt niet onder het beschikkingsbegrip. Tegen de beschikking tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag, die volgt als geen leges worden voldaan, kan een bezwaarschrift worden ingediend. +Indien de vreemdeling in bewaring is gesteld en een aanvraag indient, worden met het oog op de efficiënte afdoening van de aanvraag geen leges geheven. Zie A6/5.3.4.4 voor de procedure ter zake van het indienen van een aanvraag in de situatie waarin de vreemdeling in bewaring is gesteld. Op de aanvraag wordt onverwijld beslist, opdat – indien de aanvraag niet wordt ingewilligd – de feitelijke uitzetting doorgang kan vinden. ##### 9.6.2. Leges bij de ambtshalve verleende verblijfsvergunning @@ -2872,30 +2980,20 @@ c. redenen van openbare orde (waaronder begrepen de openbare rust) of nationale d. de uitzetting daardoor onredelijk wordt belemmerd; of e. sprake is van misbruik van recht. -Ad a. +Uitgangspunt is dat een vreemdeling de uitspraak op zijn eerste verzoek om voorlopige voorziening mag afwachten. Van een eerste verzoek om voorlopige voorziening is sprake als niet eerder in het bodemgeschil (de totale behandelingsduur van het geschil dat ontstaat op het moment van het bezwaar en (hoger) beroep) om een voorlopige voorziening is verzocht. Een tweede of herhaald verzoek om voorlopige voorziening mag in de regel niet worden afgewacht. Van een tweede verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in hiervoor bedoelde zin is geen sprake indien een in hetzelfde bodemgeschil eerste verzoek om een voorlopige voorziening door de voorzieningenrechter is toegewezen. -Uitgangspunt is dat een vreemdeling de uitspraak op zijn eerste verzoek om voorlopige voorziening mag afwachten. Van een eerste verzoek om voorlopige voorziening is sprake als niet eerder in het bodemgeschil (de totale behandelingsduur van het geschil dat ontstaat op het moment van het bezwaar en (hoger) beroep) om een voorlopige voorziening is verzocht. Een tweede of herhaald verzoek om voorlopige voorziening mag in de regel niet worden afgewacht. - -Ad b. - -Indien sprake is van een herhaalde aanvraag waarbij geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden naar voren zijn gebracht die tot heroverweging van het eerdere oordeel aanleiding geven, kan de herhaalde aanvraag met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, Awb worden afgewezen. Dit houdt in dat in de afwijzende beschikking ten aanzien van de motivering wordt verwezen naar de eerdere afwijzende beschikking. Bij een dergelijke afwijzing van de aanvraag mag de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening in de procedures tegen die afwijzing – het bezwaar en het (eventueel daarop volgende) beroep – niet in Nederland worden afgewacht. - -Ad c. +Indien sprake is van een herhaalde aanvraag waarbij geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden naar voren zijn gebracht die tot heroverweging van het eerdere oordeel aanleiding geven, kan de herhaalde aanvraag met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, Awb worden afgewezen. Dit houdt in dat in de afwijzende beschikking ten aanzien van de motivering wordt verwezen naar de eerdere afwijzende beschikking. Bij een dergelijke afwijzing van de aanvraag mag de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening in de procedures tegen die afwijzing - het bezwaar en het (eventueel daarop volgende) beroep - niet in Nederland worden afgewacht. Bij een ongewenstverklaarde vreemdeling zullen redenen van openbare orde dan wel de nationale veiligheid zich tegen het afwachten van de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening verzetten. Een ongewenstverklaarde vreemdeling zal derhalve de behandeling van zijn verzoek om voorlopige voorziening niet in Nederland mogen afwachten. Ook in andere gevallen waarbij (nog) geen sprake is van een ongewenstverklaring, maar wel van bijzondere omstandigheden in het kader van de openbare orde of nationale veiligheid, kunnen redenen van openbare orde of nationale veiligheid zich verzetten tegen het afwachten van de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening. In dat geval wordt aan de vreemdeling kenbaar gemaakt dat hij op grond van redenen van openbare orde of nationale veiligheid de behandeling van zijn in te dienen verzoek om voorlopige voorziening niet in Nederland zal mogen afwachten. -Ad d. - De uitzetting wordt geacht onredelijk te worden belemmerd indien een concrete mogelijkheid van terugkeer naar het land van herkomst of toelating tot een derde land verloren zou gaan doordat de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening door de vreemdeling mag worden afgewacht. Hiervan wordt geacht in ieder geval sprake te zijn indien: • een paspoort, de daarin voorkomende visa of vervangende reisdocumenten nog slechts voor korte tijd geldig zijn; • de vreemdeling kan worden uitgezet door middel van overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten ingevolge terug- en overnameovereenkomsten of Verordening 343/2003 en de terugname of overdracht ingevolge de bepalingen van de overeenkomst of verordening illusoir zou worden; • de vreemdeling met een door DT&V georganiseerde overheidsvlucht uitgezet zou kunnen worden terwijl door het afwachten van de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening uitzetting voor langere tijd illusoir zou worden. -Ad e. - Van misbruik van het recht zal slechts sprake zijn indien het verzoek om voorlopige voorziening evident geen enkel redelijk belang heeft, dat sprake is van indiening van het verzoek te kwader trouw. Hierbij zullen de omstandigheden van het geval een belangrijke rol spelen. Te denken valt bijvoorbeeld aan de situatie dat de vreemdeling na zijn inbewaringstelling één of meerdere procedures is gaan voeren met het kennelijke doel om de uitzetting dan wel de verkrijging van een reisdocument te vertragen. De vreemdeling wordt in de regel uiterlijk 24 uur voor uitzetting door de DT&V op de hoogte gesteld van de datum en het tijdstip van de geplande uitzetting. @@ -3121,7 +3219,8 @@ Het betreft de volgende categorieën: • onderdanen van een lidstaat van de EU/EER en van de Zwitserse Bondsstaat; • gezinsleden van Surinaamse onderdanen (zie B11); • gezinsleden van diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde vreemdelingen alsmede niet geprivilegieerde NAVO-militairen of NAVO-burgerpersoneel (zie B12); -• gezinsleden van langdurig ingezetenen (zie B17). +• gezinsleden van langdurig ingezetenen (zie B17); +• gezinsleden van een houder van een Europese blauwe kaart (zie B21). #### 1.4. Samenhang @@ -3139,18 +3238,17 @@ Indien geen aanspraak op een verblijfsvergunning kan worden ontleend aan het Vb In het Vb zijn voorwaarden opgenomen voor verblijf in het kader van gezinshereniging met echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner die zien op: -– het rechtsgeldig huwelijk en het geregistreerd partnerschap (zie artikel 3.14, eerste lid, onder a, Vb); -– de verblijfsstatus van de hoofdpersoon (zie artikel 3.15, eerste lid, onder a en b, Vb); -– de leeftijd van beide (huwelijks)partners (zie artikel 3.14 Vb en artikel 3.15 Vb); -– polygamie (zie artikel 3.16 Vb); -– samenwoning en een gemeenschappelijke huishouding (zie artikel 3.17, onder a, Vb); -– inschrijving in de GBA (zie artikel 3.17, onder b, Vb); -– het mvv-vereiste (zie artikel 17 Vw, artikel 3.18 Vb, artikel 3.71, tweede lid, Vb en B1/4.1); -– geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 3.19 Vb en B1/4.2). -– gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. De artikelen 3.77 en 3.78 Vb zijn van toepassing (zie artikel 3.20 Vb); -– onderzoek naar of behandeling voor TBC (zie artikel 3.21 Vb en B1/4.5); -– het middelenvereiste (zie artikel 3.74 Vb); -– het inburgeringsvereiste (zie artikel 3.71a Vb en B1/4.7). +• het rechtsgeldig huwelijk en het geregistreerd partnerschap (zie artikel 3.14, eerste lid, onder a, Vb); +• de verblijfsstatus van de hoofdpersoon (zie artikel 3.15, eerste lid, onder a en b, Vb); +• de leeftijd van beide (huwelijks)partners (zie artikel 3.14 Vb en artikel 3.15 Vb); +• polygamie (zie artikel 3.16 Vb); +• samenwoning en een gemeenschappelijke huishouding (zie artikel 3.17, onder a, Vb); +• het mvv-vereiste (zie artikel 17 Vw, artikel 3.18 Vb, artikel 3.71, tweede lid, Vb en B1/4.1); +• geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 3.19 Vb en B1/4.2). +• gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. De artikelen 3.77 en 3.78 Vb zijn van toepassing (zie artikel 3.20 Vb); +• onderzoek naar of behandeling voor TBC (zie artikel 3.21 Vb en B1/4.5); +• het middelenvereiste (zie artikel 3.74 Vb); +• het inburgeringsvereiste (zie artikel 3.71a Vb en B1/4.7). #### 2.2. Rechtsgeldig huwelijk of geregistreerd partnerschap @@ -3204,7 +3302,7 @@ Het voorstel tot opheffing van de samenwoningsverplichting voor echtgenoten in h #### 2.8. Inschrijving in de GBA -Ingevolge artikel 3.17, onder b, Vb wordt de verblijfsvergunning verleend indien het huwelijk of het geregistreerd partnerschap is ingeschreven in de GBA. Voor de handelwijze in het kader van de Wet voorkoming schijnhuwelijken wordt verwezen naar B2/3. +20111066217-06-201110-06-2011WBV2011/820111066217-06-201110-06-2011WBV2011/819-06-2011 #### 2.9. Openbare orde beleid @@ -3226,15 +3324,29 @@ De verblijfsvergunning wordt ingevolge artikel 3.22, eerste lid, Vb in ieder gev Deze inkomensnorm geldt als een referentiebedrag en niet als minimuminkomen waaronder geen gezinshereniging wordt toegestaan zonder enige concrete beoordeling van de situatie van de aanvrager. +Voor zover is komen vast te staan dat de hoofdpersoon eerder als hoofdpersoon heeft opgetreden in een procedure voor gezinshereniging of -vorming met een vreemdeling, waarbij de hoofdpersoon deze laatste vreemdelinge tegen haar wil en zonder identiteits- en verblijfsdocumenten in het land van herkomst heeft achtergelaten, geldt het volgende. In dat geval heeft de alimentatie die moet worden betaald aan de ex-echtgenote of de voormalige geregistreerd partner wel invloed op de hoogte van de middelen van bestaan in de zin van de Vw. Het betreft hier zowel de alimentatie voor de huwelijks- of geregistreerde partner, als de alimentatie voor de kinderen. De alimentatie die de hoofdpersoon betaalt wordt in mindering gebracht op diens inkomsten. Of sprake is van achterlating door de hoofdpersoon en of door de hoofdpersoon alimentatie wordt betaald, wordt slechts onderzocht indien daarvoor in het vreemdelingendossier concrete aanwijzingen zijn. In voorkomende gevallen kan worden gevraagd om overlegging van het echtscheidingsconvenant, de echtscheidingsbeschikking of de uitspraak waarbij de alimentatie is opgelegd, of de overeenkomst van ontbinding van het geregistreerde partnerschap waarbij de alimentatie overeen is gekomen. Worden deze niet overgelegd, dan is niet aangetoond dat wordt voldaan aan het middelenvereiste en wordt de aanvraag afgewezen. + +Aangezien het merendeel van de achtergelaten vreemdelingen vrouw is, wordt in de voorgaande passage gerept van vreemdelingen. Vanzelfsprekend geldt vorenstaande regel ook voor vrouwen die mannen hebben achtergelaten. Mede gelet op artikel 3.103 Vb is deze beleidsregel uitsluitend van toepassing op aanvragen ingediend na 1 juli 2005. + +In afwijking van de voorgaande alinea’s wordt de aanvraag niet afgewezen wegens onvoldoende, niet duurzame of niet zelfstandige middelen van bestaan, indien de hoofdpersoon: + +a. 65 jaar of ouder is; +b. naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is; of +c. blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen. + +Het onder a en b vermelde is gebaseerd op artikel 3.22, tweede lid, Vb. + +Het onder c vermelde is een beleidsregel die is gebaseerd op artikel 3.13, tweede lid, Vb. + Blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid wordt aangetoond aan de hand van een beschikking van de uitvoeringsinstantie die de arbeidsongeschiktheidsuitkering verstrekt. Indien de hoofdpersoon een uitkering krachtens de WAO, WAZ of de Wajong ontvangt, wordt blijvendheid aangenomen, indien: • uit de toekenningsbeschikking van de uitkerende instantie ingevolge de WAO, WAZ of Wajong blijkt, dat de hoofdpersoon volledig arbeidsongeschikt is; en • uit de meest recente uitkeringsspecificatie (die van minimaal één jaar na datum toekenningsbeschikking is) volgt dat de hoofdpersoon nog steeds voor 80-100% arbeidsongeschikt is, omdat de uitkering minimaal op gelijke hoogte is gebleven. -Indien de hoofdpersoon een uitkering krachtens de WIA ontvangt, wordt blijvendheid aangenomen, indien: +De IND neemt blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid aan als de hoofdpersoon een uitkering krachtens de WIA ontvangt en als wordt voldaan aan één van de volgende voorwaarden: -• uit de toekenningsbeschikking van de uitkerende instantie ingevolge de WIA blijkt, dat de hoofdpersoon onder de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten valt en na vijf jaar voor herkeuring in aanmerking komt; of -• uit de toekenningsbeschikking van de uitkerende instantie ingevolge de WIA blijkt, dat de hoofdpersoon onder de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten valt, doch dat er geringe kans op herstel bestaat en jaarlijks een herkeuring plaats vindt. In dat geval dient middels een beschikking van de uitkeringsinstantie aangetoond te worden dat de hoofdpersoon na de laatste herkeuring nog voor minimaal één jaar onder de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten valt. +• de hoofdpersoon valt onder de regeling IVA en uit de toekenningsbeschikking en/of uit de meest recente herbeoordeling blijkt dat er geen kans is op herstel; of +• de hoofdpersoon valt onder de regeling IVA en uit zowel de toekenningsbeschikking als uit de meest recente herbeoordeling blijkt dat er een geringe kans is op herstel. De WIA bestaat naast de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten ook uit de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. Wanneer de hoofdpersoon ingevolge de WIA onder deze regeling valt, is in ieder geval géén sprake van blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid. @@ -3242,8 +3354,9 @@ Indien de hoofdpersoon arbeid in het kader van de Wsw verricht en aanspraak kan Indien de hoofdpersoon geen uitkering krachtens de WIA, WAO, WAZ of Wajong ontvangt, wordt de blijvendheid van de arbeidsongeschiktheid aangenomen indien: -• de hoofdpersoon valt onder de regeling IVA en uit de toekenningsbeschikking en/of uit de meest recente herbeoordeling blijkt dat er geen kans is op herstel; of -• de hoofdpersoon valt onder de regeling IVA en uit zowel de toekenningsbeschikking als uit de meest recente herbeoordeling blijkt dat er een geringe kans is op herstel. +• sprake is van ten minste twee jaar volledige arbeidsongeschiktheid; +• (gedeeltelijk) herstel voor ten minste nog een jaar redelijkerwijs is uitgesloten; en +• niet reeds op voorhand, gelet op de reden(en) van de arbeidsongeschiktheid, geheel of gedeeltelijk herstel na dit jaar is te verwachten. De vreemdeling legt zelf een verklaring over van de GG&GD dan wel een bedrijfsarts of verzekeringsarts waaruit het vorenstaande blijkt. De bedrijfs- of verzekeringsarts dient met een aantekening over het betreffende specialisme te staan ingeschreven in het Beroepen in de individuele Gezondheidszorg-register. Informatie hieromtrent kan telefonisch worden verkregen (0900-8998225) of via de website van het Beroepen in de individuele gezondheidszorg-register. @@ -3258,7 +3371,7 @@ Dat het blijvend onmogelijk is om aan deze verplichting tot arbeidsinschakeling • reeds vijf jaar door het college van B&W op grond van artikel 9, tweede lid, Wwb volledig is ontheven van al de verplichtingen bedoeld in artikel 9, eerste lid, Wwb (plicht tot arbeidsinschakeling); en • (gedeeltelijke of volledige) arbeidsinschakeling niet binnen een redelijke termijn te voorzien is. -Met het oog op de invoering van de Wwb wordt bij de berekening van de termijn van vijf jaar tevens meegeteld de periode waarin de hoofdpersoon op grond van artikel 107 Awb volledig was vrijgesteld van de verplichting naar vermogen te trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen (de zogenaamde ‘sollicitatieplicht’). +Met het oog op de invoering van de Wwb wordt bij de berekening van de termijn van vijf jaar tevens meegeteld de periode waarin de hoofdpersoon op grond van artikel 107 Abw volledig was vrijgesteld van de verplichting naar vermogen te trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen (de zogenaamde ‘sollicitatieplicht’). Gedeeltelijke of volledige arbeidsinschakeling is (behoudens bijzondere omstandigheden) in elk geval binnen een redelijke termijn te voorzien indien de hoofdpersoon is vrijgesteld van de plicht tot arbeidsinschakeling met het oog op de zorg voor een kind (al dan niet jonger dan vijf jaar). @@ -4272,11 +4385,9 @@ B1/4.4 is van toepassing. ##### 6.12.10. Middelenvereiste -Het middelenvereiste is niet van toepassing indien de aanvraag is ingediend binnen drie maanden nadat aan de alleenstaande minderjarige de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend, dan wel nadat die beslissing is bekend gemaakt. +Het middelenvereiste is niet van toepassing indien de aanvraag is ingediend binnen drie maanden nadat aan de alleenstaande minderjarige de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend, dan wel nadat die beslissing is bekend gemaakt. Indien de aanvraag niet is ontvangen binnen drie maanden nadat aan de alleenstaande minderjarige de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend of bekend gemaakt, wordt de verblijfsvergunning ingevolge artikel 3.24a, tweede lid, Vb pas verleend, nadat de minderjarige heeft aangetoond duurzaam en zelfstandig te beschikken over voldoende middelen van bestaan. -Indien de aanvraag niet is ontvangen binnen drie maanden nadat aan de alleenstaande minderjarige de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend of bekend gemaakt, wordt de verblijfsvergunning ingevolge artikel 3.24a, tweede lid, Vb pas verleend, nadat de minderjarige heeft aangetoond duurzaam en zelfstandig te beschikken over voldoende middelen van bestaan. - -In dat geval geldt voor wat betreft de hoogte van het inkomen 100% van de norm ingevolge de Wwb voor de gezinssituatie die ontstaat indien de gezinshereniging wordt toegestaan. +In dat geval geldt voor wat betreft de hoogte van het inkomen dat dit ten minste gelijk moet zijn aan het normbedrag als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, Vb voor de gezinssituatie die ontstaat indien de gezinshereniging wordt toegestaan. Het middelenvereiste geldt ook niet indien gezinshereniging niet mogelijk is in een derde land waarmee de minderjarige hoofdpersoon of de vreemdeling bijzondere banden heeft. @@ -4930,39 +5041,19 @@ De hierboven in B3/2.5 vermelde voorschriften inzake aanmelding (zie B3/2.5.1) e ##### 3.3.2. Bij de aanvraag over te leggen bescheiden De aspirant-pleegouders verstrekken bij de ten behoeve van het kind in te dienen aanvraag de gegevens en bescheiden behorende bij de voorwaarden als vermeld onder B3/3.1. Het betreft: - - - • - een ten behoeve van het kind in het land van herkomst afgegeven medische verklaring. Indien uit die verklaring niet blijkt dat het kind, voor zover dat op grond van zijn nationaliteit niet is vrijgesteld van een onderzoek naar TBC aan de luchtwegen, een onderzoek op TBC heeft doorstaan, dan dient het kind alsnog (bereid te zijn) een onderzoek naar en/of de behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen te ondergaan. Daartoe wordt de bij het aanvraagformulier gevoegde bijlage ‘TBC verklaring’ ondertekend; - - - • - de instemmingverklaring van de ouders of wettelijk vertegenwoordigers van het kind dan wel van de autoriteiten in het land van herkomst waaruit blijkt dat deze instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-pleegouders; - - - • - een schriftelijke motivering van de bijzondere omstandigheden van het kind of die van de familieleden in het land van herkomst, waaruit blijkt dat het kind niet of bezwaarlijk kan worden verzorgd door familieleden die in het land van herkomst wonen; - - - • - bescheiden waaruit blijkt dat de aspirant-pleegouders duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikken; - - - • - een volledige ingevulde garantverklaring (zie bijlage 6c VV); en - - - • - bescheiden waaruit blijkt dat de aspirant-pleegouders het gezag over het pleegkind hebben. - - - - - De gevraagde officiële buitenlandse bescheiden dienen gelegaliseerd te zijn (zie B2/8). - Na onderzoek zal, met inachtneming van de relevante omstandigheden op de aanvraag worden beslist. - Zo nodig wint het Hoofd van de Visadienst dan wel de Minister voor I&A aanvullende gegevens in bij de Raad voor de Kinderbescherming omtrent de geschiktheid van de aspirant pleegouders voor de verzorging en opvoeding van het kind. - -2011530229-03-201118-03-2011WBV2011/22011530229-03-201118-03-2011WBV2011/201-04-2011 + +• een in het land van herkomst recent afgegeven (niet langer dan zes maanden geleden) medische verklaring met betrekking tot het kind. Indien uit die verklaring niet blijkt dat het kind, voor zover dat op grond van zijn nationaliteit niet is vrijgesteld van een onderzoek naar TBC aan de luchtwegen, een onderzoek op TBC heeft doorstaan, dan dient het kind alsnog (bereid te zijn) een onderzoek naar en/of de behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen te ondergaan. Daartoe wordt de bij het aanvraagformulier gevoegde bijlage ‘Intentieverklaring TBC-onderzoek’ ondertekend; +• de instemmingverklaring van de ouders of wettelijk vertegenwoordigers van het kind dan wel van de autoriteiten in het land van herkomst waaruit blijkt dat deze instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-pleegouders; +• een schriftelijke motivering van de bijzondere omstandigheden van het kind of die van de familieleden in het land van herkomst, waaruit blijkt dat het kind niet of bezwaarlijk kan worden verzorgd door familieleden die in het land van herkomst wonen; +• bescheiden waaruit blijkt dat de aspirant-pleegouders duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikken; +• een volledige ingevulde garantverklaring (zie bijlage 6c VV); en +• bescheiden waaruit blijkt dat de aspirant-pleegouders het gezag over het pleegkind hebben. + +De gevraagde officiële buitenlandse bescheiden dienen gelegaliseerd te zijn (zie B2/8). + +Na onderzoek zal, met inachtneming van de relevante omstandigheden op de aanvraag worden beslist. + +Zo nodig wint het Hoofd van de Visadienst dan wel de Minister voor I&A aanvullende gegevens in bij de Raad voor de Kinderbescherming omtrent de geschiktheid van de aspirant pleegouders voor de verzorging en opvoeding van het kind. ##### 3.3.3. Kennisgeving aan de gemeente @@ -7623,12 +7714,19 @@ Op het af te geven bewijs van rechtmatig verblijf aan gemeenschapsonderdanen, di #### 3.1. Verblijfstermijn voor werkzoekenden -EU- en EER-onderdanen en onderdanen van Zwitserland hebben het recht om gedurende drie maanden in Nederland werk te zoeken. Hoofdregel voor werkzoekenden is dat, zolang er reëel uitzicht is op werk, het rechtmatig verblijf ook na deze periode van drie maanden steeds voortduurt (zie artikel 8.16, tweede lid, onder b, Vb). +EU- en EER-onderdanen en onderdanen van Zwitserland hebben het recht om gedurende drie maanden in Nederland werk te zoeken. Hoofdregel voor werkzoekenden is dat, zolang er reëel uitzicht is op werk, het rechtmatig verblijf ook na deze periode van drie maanden steeds voortduurt (zie artikel 8.16, tweede lid, onder b, Vb). Hiervan is sprake indien kan worden aangetoond dat wordt gewacht op de uitslag van een al in gang gezette sollicitatieprocedure of indien anderszins kan worden aangetoond dat concreet uitzicht bestaat op werk. + +De IND beschouwt als bewijsmiddel dat sprake is van het daadwerkelijk zoeken naar werk: + +• een bewijs van inschrijving bij het UWV WERKbedrijf vanaf het moment dat de vreemdeling vrijwillig werkloos is geworden; en +• sollicitatiebrieven voor passende functies en reacties daarop van de beoogde werkgevers. + +De IND beschouwt als bewijsmiddel dat sprake is van een reële kans op werk een brief van een beoogde werkgever waaruit blijkt dat de sollicitatieprocedure wordt voortgezet. Het verblijfsrecht kan worden beëindigd als de werkzoekende EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland: -– een actuele bedreiging van de openbare orde of de openbare veiligheid vormt; -– lijdt aan een besmettelijke ziekte of gebrek als bedoeld in artikel 8.23 Vb (zie B10/6). +• een actuele bedreiging van de openbare orde of de openbare veiligheid vormt; +• lijdt aan een besmettelijke ziekte of gebrek als bedoeld in artikel 8.23 Vb (zie B10/6. Op het moment dat de EU- of EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan reële en daadwerkelijke arbeid als werknemer of als zelfstandige verricht, geldt hetgeen in de volgende paragrafen (inzake economisch actieven) wordt vermeld. Indien de werkzoekende EU- of EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan zelfstandig – niet uit arbeid maar uit andere bronnen – over middelen van bestaan beschikt, dient te worden beoordeeld of de EU/EER-onderdaan of Zwitserse onderdaan wellicht als economisch niet-actieve verblijfsrecht heeft. @@ -9874,7 +9972,32 @@ Het beschikken over inkomen uit arbeid in loondienst wordt in het kader van dit • indien sprake is van een overplaatsing in concernverband en geen arbeidsovereenkomst wordt aangegaan met het in Nederland gevestigde onderdeel, dient in ieder geval een verklaring van het (moeder)bedrijf in het buitenland en een werkgeversverklaring van het in Nederland gevestigde onderdeel te worden overgelegd. Uit de verklaring van het moederbedrijf dient te blijken voor welke duur de kennismigrant wordt overgeplaatst en de hoogte van het bruto jaarloon; • in het geval van een arts in opleiding tot specialist: een kopie van het bewijs van inschrijving in het opleidingsregister van de Medisch Specialisten Registratie Commissie, de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie of de Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie. Aangezien het in de regel niet mogelijk is het bewijs van inschrijving reeds bij het indienen van het verzoek om advies te overleggen zal het verzoek om advies niet worden afgewezen vanwege het ontbreken van het bewijs van inschrijving. Uit het aanstellingsbesluit of de arbeidsovereenkomst zal wel moeten blijken dat betrokkene tewerkgesteld zal worden als arts in opleiding tot specialist. De verblijfsvergunning zal echter pas worden verleend nadat het bewijs van inschrijving in het opleidingsregister is overgelegd. -##### 5.1.3. Kortlopende arbeidsovereenkomsten +##### 5.1.3. Loon niet marktconform + +De IND wijst een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf of een verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf als kennismigrant’ af of trekt deze in als sprake is van een loon dat naar het oordeel van de minister van SZW niet marktconform is. + +Als de IND indicaties heeft dat het loon niet marktconform is, wordt een advies gevraagd aan het UWV WERKbedrijf of een bepaalde beloning wel of niet marktconform is. + +De IND stelt de werkgever eerst in de gelegenheid om het volgende met (aanvullende) stukken inzichtelijk te maken: + +a. de aard van het bedrijf en het totale personeelsbestand van het bedrijf; +b. de opleiding van de kennismigrant. De werkgever moet inzichtelijk maken dat de kennismigrant over bepaalde kwalificaties beschikt. Dit kan de werkgever aantonen door het overleggen van diploma’s en/of getuigschriften van de kennismigrant. Kopieën van diploma’s en getuigschriften moeten zijn gewaardeerd door het Nuffic; +c. informatie over de functie die de kennismigrant gaat vervullen. De werkgever moet: + +• aangeven wat de naam van de functie is en welke taken de kennismigrant binnen deze functie gaat vervullen; en +• aantonen welke speciale deskundigheid op het gebied van opleiding en werkervaring nodig is om deze functie te doen vervullen door een kennismigrant; +d. aanvullende informatie over de arbeidsplaats. De werkgever moet: + +• aangeven of er een Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) van toepassing is, en zo ja, welke; en +• inzichtelijk maken dat het loon en andere arbeidsvoorwaarden (inclusief de overige vergoedingen die aan de kennismigrant betaald gaan worden), overeenkomen met de laatst overeengekomen CAO. + +Als geen sprake is van een CAO moet de werkgever informatie verstrekken dat het loon en andere arbeidsvoorwaarden overeenkomen met vergelijkbare functies. + +Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of zijn vertaald door een vertaler die door de Nederlandse rechtbank is beëdigd. + +De nieuwe voorwaarde geldt, ingevolge artikel 3.103 Vb, voor alle aanvragen om een verblijfsvergunning of machtiging tot voorlopig verblijf met als doel: ‘verblijf als kennismigrant’, die zijn ingediend op of na 19 juni 2011. + +##### 5.1.4. Kortlopende arbeidsovereenkomsten Indien de vreemdeling beschikt over een arbeidsovereenkomst voor een kortere duur dan één jaar, dient de vreemdeling gedurende de duur van de arbeidsovereenkomst naar rato te voldoen aan het criterium van het bruto jaarloon. De vreemdeling dient derhalve een loon in geld te genieten dat de uitkomst is van de rekensom: geldend looncriterium, gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden van de arbeidsovereenkomst. @@ -10271,6 +10394,16 @@ In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indi a. niet (meer) beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; of b. niet (meer) beschikt over voldoende middelen van bestaan. +#### 3.5. Verblijf als gezinslid bij een houder van een Europese blauwe kaart + +Op grond van artikel 3.51, zesde lid, onder a en b, Vb komen de gezinsleden van de houder van de Europese blauwe kaart in aanmerking voor een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf als: + +• het gezinslid onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van de aanvraag twee jaren rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad bij de houder van de Europese blauwe kaart; +• het gezinslid twee jaren heeft voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de verblijfsvergunning; +• het gezinslid op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven ten minste vijf jaar legaal en onafgebroken verblijf heeft gehad op het grondgebied van een EU lidstaat; +• het inburgeringsexamen is behaald of het gezinslid hiervan is vrijgesteld of ontheven; zie B1/4.7.2 en verder voor de uitwerking van dit vereiste; en +• zich geen van de algemene weigeringsgronden voordoet (zie B1/4). + ### 4. Bijzondere individuele omstandigheden #### 4.1. Inleiding @@ -11000,11 +11133,11 @@ Tevens wordt in dit hoofdstuk het rechtmatig verblijf van slachtoffers van huise Onder eergerelateerd geweld wordt verstaan elke vorm van geestelijk of lichamelijk geweld gepleegd vanuit een collectieve mentaliteit in een reactie op een (dreiging van) schending van de eer van een man of vrouw en daarmee van zijn of haar familie, waarvan de buitenwereld op de hoogte dreigt te raken. Dit type geweld vindt plaats in een specifieke culturele en sociale context en heeft geen religieuze basis. Eergerelateerd geweld kan verschillende vormen aannemen en in het uiterste geval tot moord of doodslag leiden. -Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer is gepleegd. Met ‘de huiselijke kring’ worden (ex-)partners, gezins- en familieleden en huisvrienden bedoeld. De term ‘huiselijk’ verwijst dus niet naar de plaats waar het geweld zich voordoet, maar naar de relatie tussen pleger en slachtoffer. Huiselijk geweld kan de vorm aannemen van kindermishandeling, (ex-)partnergeweld in alle denkbare verschijningsvormen, en mishandeling, uitbuiting en/of verwaarlozing van ouderen. Het gaat bij huiselijk geweld om lichamelijke, seksuele maar ook psychische vormen van geweld zoals belaging en bedreiging (‘stalking’). +Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer is gepleegd. Met ‘de huiselijke kring’ worden (ex-)partners, gezins- en familieleden en huisvrienden bedoeld. De term ‘huiselijk’ verwijst dus niet naar de plaats waar het geweld zich voordoet, maar naar de relatie tussen pleger en slachtoffer. Huiselijk geweld kan de vorm aannemen van kindermishandeling, (ex-)partnergeweld in alle denkbare verschijningsvormen, en mishandeling, uitbuiting en/of verwaarlozing van ouderen. Het gaat bij huiselijk geweld om lichamelijke, seksuele maar ook psychische vormen van geweld zoals belaging en bedreiging (*‘stalking’*). -Al enige jaren is er – onder andere in de media en de politiek – aandacht voor eergerelateerd en huiselijk geweld en de bestrijding ervan. Het merendeel van de slachtoffers is in het bezit van de Nederlandse nationaliteit of is in het bezit van een zelfstandige verblijfsvergunning. Het komt ook voor dat een slachtoffer een afhankelijke verblijfsvergunning heeft, of in het geheel niet of niet meer in het bezit is van een verblijfsvergunning. Voor deze laatste groep ontbreekt daarmee veelal de grond voor financiering van opvang en hulpverlening. +Al enige jaren is er - onder andere in de media en de politiek - aandacht voor eergerelateerd en huiselijk geweld en de bestrijding ervan. Het merendeel van de slachtoffers is in het bezit van de Nederlandse nationaliteit of is in het bezit van een zelfstandige verblijfsvergunning. Het komt ook voor dat een slachtoffer een afhankelijke verblijfsvergunning heeft, of in het geheel niet of niet meer in het bezit is van een verblijfsvergunning. Voor deze laatste groep ontbreekt daarmee veelal de grond voor financiering van opvang en hulpverlening. -Dit hoofdstuk voorziet alleen in beleid voor het verlenen van een verblijfsvergunning indien de vreemdeling niet in het bezit is van een (zelfstandige) verblijfsvergunning. Is de vreemdeling in het bezit van een afhankelijke verblijfsvergunning en dreigt dit verblijfsrecht, als gevolg van verbreking van de samenwoning in verband met het dreigend eergerelateerd geweld, komen te vervallen dan dient allereerst beoordeeld te worden of betrokkene op andere gronden voor (voortgezet) verblijf in aanmerking komt. Slechts indien dit niet het geval is, zal verblijf in het kader van dit hoofdstuk aan de orde zijn. +Dit hoofdstuk voorziet alleen in beleid voor het verlenen van een verblijfsvergunning indien de vreemdeling niet in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning of indien de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning twee jaar of langer is verlopen en de vreemdeling, gelet op het bepaalde in paragraaf B1/5.1 Vc, niet tijdig danwel binnen de redelijke termijn een aanvraag om verlenging of wijziging beperking heeft ingediend. Dit hoofdstuk is niet bedoeld voor slachtoffers van huiselijk geweld of eergerelateerd geweld die hun verblijfsrecht dreigen te verliezen maar hun verblijf kunnen voortzetten op grond van een van de beperkingen als genoemd in artikel 3.4 eerste lid Vb. Zij dienen een aanvraag wijziging beperking in te dienen en komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning op grond van dit hoofdstuk. Bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een dreiging van eergerelateerd of huiselijk geweld waarvoor een verblijfsvergunning af moet worden gegeven is van belang waar de vreemdeling gevaar loopt. @@ -11149,3 +11282,219 @@ Op deze aanvraag zijn de algemene toelatingsvoorwaarden als verwoord in artikel Om te verzekeren dat de minderjarige kinderen slechts verblijf krijgen gedurende de periode van toelating van het slachtoffer van dreigend eergerelateerd geweld, krijgt de aan hen verstrekte verblijfsvergunning dezelfde geldigheidsduur als die van het slachtoffer. De vreemdeling aan wie ingevolge de bepalingen van B2 een verblijfsvergunning voor verblijf bij het slachtoffer is verleend, komt niet in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf, zoals bedoeld in artikel 3.50 Vb, aangezien het hier gaat om een verblijfsrecht van tijdelijke aard (zie artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder a Vb en B16). + +## 21. Verblijf als houder van een Europese blauwe kaart + +### 1. Inleiding + +In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven in het kader van Richtlijn 2009/50, onder de beperking ‘houder van een Europese blauwe kaart’. De richtlijn regelt de voorwaarden van toegang en verblijf voor langer dan drie maanden op het grondgebied van de lidstaten van derdelanders die als houder van een Europese blauwe kaart hooggekwalificeerde werkzaamheden vervullen en van hun gezinsleden. + +In aanvulling op de algemene voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning (regulier) voor bepaalde tijd genoemd in B1/4, gelden voor de verlening van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘houder van een Europese blauwe kaart’ de in dit hoofdstuk neergelegde bijzondere voorwaarden, zoals het voldoen aan het looncriterium (zie B21/3.2) en het voldoen aan de opleidingseis (zie B21/3.4). + +### 2. Procedureel + +De volgende categorieën vreemdelingen komen in aanmerking voor verblijf op grond van Richtlijn 2009/50: + +• de vreemdeling en diens gezinsleden die vanuit een derde land (van buiten de EU) een aanvraag indient; en +• de houder van een Europese blauwe kaart en diens gezinsleden in een andere EU- lidstaat, die vanuit die lidstaat een aanvraag om een verblijfsvergunning indient. + +#### 2.1. Verzoek om advies mvv + +De vreemdeling dient het verzoek om advies schriftelijk in bij de IND. Betrokkene kan dit zelf doen, of door tussenkomst van de werkgever. De vreemdeling maakt gebruik van het aanvraagformulier ‘verzoek om advies in verband met afgifte mvv houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50’. + +De Hoofddirecteur van de IND stelt het aanvraagformulier vast en het aanvraagformulier kan alleen elektronisch worden verkregen via de website van de IND. + +De werkgever kan voor de vreemdeling, die in Nederland verblijf beoogt als houder van een Europese blauwe kaart het ingevulde en ondertekende formulier, vergezeld van de vereiste stukken, per post naar het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie sturen. Het bepaalde in B1/1.1.1 en B1/1.1.2 is van toepassing. Als de vreemdeling, conform het bepaalde in B1/1.1.1 zonder voorafgaand verzoek om een advies van de werkgever een aanvraag om een mvv indient bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of bestendig verblijf, wordt de aanvraag ter afhandeling doorgezonden naar het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie. + +De echtgeno(o)te of (geregistreerd) partner en de minderjarige kinderen die verblijf bij de houder van een Europese blauwe kaart willen, moeten een aanvraag indienen voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor gezinsleden van de houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50. + +De werkgever kan een verzoek om advies met het oog op de afgifte van een mvv in het kader van gezinshereniging bij de houder van een Europese blauwe kaart ook bij het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie indienen als: + +• de hoofdpersoon (degene bij wie de aanvrager wil verblijven) op grond van ‘houder van een Europese blauwe kaart’ verblijf in Nederland vraagt; en +• de aanvragen gelijktijdig met die van de hoofdaanvrager worden ingediend door middel van het daartoe bestemde aanvraagformulier. + +Als de gezinsleden tegelijkertijd met de hoofdpersoon een verzoek om advies indienen, moeten zij gebruik maken van het aanvraagformulier ‘verzoek om advies in verband met afgifte mvv als gezinslid bij de houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50’. + +Als een gezinslid niet gelijktijdig een verzoek om advies wordt indient moet hij maken van het formulier voor nareizende gezinsleden. + +Ten aanzien van de beslistermijnen wordt aangesloten bij de algemene bepalingen hieromtrent als opgenomen in paragraaf B1/1. + +#### 2.2. Aanvraag om een verblijfsvergunning + +Betrokkene dient de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning als houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50 schriftelijk in bij de IND. Betrokkene kan dit zelf doen, of door tussenkomst van de werkgever. Betrokkene maakt gebruik van het aanvraagformulier ‘aanvraag verblijfsvergunning zonder mvv of wijziging verblijfsdoel als houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50’ of ‘aanvraag verblijfsvergunning houder van een Europese blauwe kaart met mvv’. + +De Hoofddirecteur van de IND stelt het aanvraagformulier vast en het aanvraagformulier kan alleen elektronisch worden verkregen van de IND (zie website). + +De werkgever kan voor de vreemdeling die in Nederland wil verblijven als ‘houder van een Europese blauwe kaart’ het ingevulde en ondertekende formulier, vergezeld van de vereiste stukken, per post aan het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie sturen. + +Als de vreemdeling die in Nederland wil verblijven als ‘houder van een Europese blauwe kaart’, de aanvraag persoonlijk wil indienen bij de IND, maakt hij een afspraak via de afsprakenlijn. + +Met het aanvraagformulier voor een verblijfsvergunning voor de houder van een Europese blauwe kaart kunnen de gezinsleden gelijktijdig een aanvraag voor een verblijfsvergunning indienen. + +Als de gezinsleden naar Nederland reizen nadat de vreemdeling, die in Nederland wil verblijven als houder van een Europese blauwe kaart een aanvraag heeft ingediend, moeten deze gezinsleden een aanvraag indienen. Hiervoor moeten zij gebruik maken van het daartoe bestemde aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning regulier voor nareizende gezinsleden. + +De vreemdeling, die direct voorafgaande aan de indiening van de aanvraag houder was van een blauwe kaart uit een andere lidstaat, mag de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland afwachten. De uitzetting blijft dan achterwege. Ook de leden van het reeds in de eerste lidstaat bestaande gezin – er mag dus geen sprake zijn van gezinsvorming – mogen de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland afwachten (zie artikel 3.1b Vb). + +Ingevolge richtlijn 2009/50 neemt de IND binnen een termijn van 90 dagen een beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf als houder van een Europese blauwe kaart’. + +#### 2.3. Leges + +Betaling van de verschuldigde leges vindt plaats door tussenkomst van de werkgever door een machtiging tot automatische incasso. Als de werkgever dit niet bij de aanvraag doet dan vindt betaling van de verschuldigde leges plaats door een acceptgiro van het CJIB. + +#### 2.4. TBC-verklaring + +Het bepaalde in B1/4.5 is van toepassing. + +#### 2.5. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen + +De werkgever neemt contact op met het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND. Vervolgens moet betrokkene of de werkgever met het paspoort van de betrokkene zich melden bij dit loket. Als de vreemdeling in het bezit is van een mvv wordt op de sticker aangetekend: ‘Arbeid wel toegestaan. TWV niet vereist’. Dit geldt ook voor zijn gezinsleden. Als de vreemdeling niet over een mvv beschikt wordt de volgende arbeidsmarktaantekening geplaatst: ‘Arbeid niet toegestaan. TWV wel vereist’. Dit geldt ook voor de afhankelijke gezinsleden. + +Daarna moet de vreemdeling naar de gemeente gaan waar hij woont om zich te laten inschrijven in de GBA. + +#### 2.6. In kennis stellen eerste lidstaat bij afwijzing + +Als Nederland als tweede lidstaat een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet verleent, verlengt of intrekt, stelt de IND de eerste lidstaat, die de status als houder van een Europese blauwe kaart aan de vreemdeling heeft verleend, in kennis en verstrekt de IND informatie betreffende het verwijderingsbesluit. De eerste lidstaat is verplicht de vreemdeling en zijn gezinsleden terug te nemen (zie artikel 3.103a, vierde lid, Vb). + +Het koppelingsbureau van de IND fungeert in dergelijke gevallen als contactpunt voor het verstrekken en ontvangen van informatie. + +De toegang wordt niet geweigerd als de vreemdeling of zijn gezinsleden uit een andere staat die partij is bij het EU-Verdrag naar Nederland terugkeert als ‘houder’ of voormalig houder van een door Onze Minister afgegeven Europese blauwe kaart. Dit geldt ook als de geldigheid van de door de Nederlandse autoriteiten afgegeven verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf als houder van een Europese blauwe kaart’ is verstreken of de verblijfsvergunning tijdens behandeling van de aanvraag is ingetrokken (zie artikel 2.1a, tweede lid, onder a, Vb). + +### 3. Uitsluitingen + +Uitgesloten van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘houder van een Europese blauwe kaart’ is (zie artikel 3.30b, tweede lid, Vb): + +• de vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning op asielgerelateerde gronden, of een hiervoor aanvraag heeft ingediend waar nog niet onherroepelijk op is beslist; +• de vreemdeling die in het bezit is van verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71, of hiervoor een aanvraag heeft ingediend waar nog niet onherroepelijk op is beslist; +• een gemeenschapsonderdaan; +• een langdurig ingezeten derdelander; +• derdelanders die in Nederland verblijven op grond van een internationale overeenkomst die de toegang en het verblijf van bepaalde categorieën natuurlijke personen in verband met handel en investeringen gemakkelijker maken; +• seizoenarbeiders of werknemers die op grond van Richtlijn 96/71 ter beschikking zijn gesteld in Nederland met het oog op het verrichten van diensten; en +• de vreemdeling die arbeid wil verrichten die geheel of gedeeltelijk bestaat uit het verrichten van seksuele handelingen met derden of het verlenen van seksuele diensten aan derden (artikel 3.32 Vb). + +### 4. Voorwaarden + +Op grond van artikel 3.30b Vb wordt de verblijfsvergunning verleend als: + +• de vreemdeling beschikt over een geldige arbeidsovereenkomst of een voorlopige arbeidsovereenkomst van ten minste een jaar; +• de vreemdeling arbeid gaat verrichten waarvoor minimaal een diploma van hoger onderwijs vereist is (dus het moet gaan om hooggekwalificeerde arbeid); +• de vreemdeling voldoet aan het looncriterium zoals vastgeteld door de Minister van SZW in artikel 1i, eerste lid, onder b, Buwav; +• de werkgever waar de vreemdeling arbeid voor gaat verrichten in de periode van maximaal vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag geen sanctie is opgelegd wegens overtreding van artikel 2 Wav, of wegens het niet of onvoldoende afdragen van loonbelasting of premies voor de werknemers- of volksverzekeringen (artikel 67d, e en f van de Algemene wet inzake de Rijksbelastingen); +• de vreemdeling beschikt over de benodigde getuigschriften van hoger onderwijs in de zin van artikel 2, onder h, van Richtlijn 2009/50. Als het gaat om een gereglementeerd beroep dan moet er sprake zijn van erkenning van de beroepskwalificaties; +• de vreemdeling beschikt over een geldige mvv afgegeven onder de beperking verband houdend met verblijf als houder van een Europese blauwe kaart; +• de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; en +• de vreemdeling geen gevaar voor de openbare orde en nationale veiligheid (zie artikel 3.77 en 3.78 Vb) vormt. + +#### 4.1. Vrijstelling mvv + +De vreemdeling moet beschikken over een geldige mvv afgegeven onder een beperking verband houdend met verblijf als houder van een Europese blauwe kaart. Het mvv-vereiste geldt niet als: + +• de vreemdeling behoort tot een van de in artikel 17 Vw of artikel 3.71, tweede lid, Vb genoemde categorieën; of +• de vreemdeling ten minste achttien maanden in een andere lidstaat verblijf heeft gehad als houder van een Europese blauwe kaart (zie artikel 3.30b, derde lid, Vb). + +Het is aan de vreemdeling om bescheiden over te leggen waaruit dit blijkt. Richtlijn 2009/50 is niet bindend voor de lidstaten Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken. + +#### 4.2. Looncriterium + +Het looncriterium is een bijzondere voorwaarde voor de verlening van een verblijfsvergunning voor verblijf als ‘houder van een Europese blauwe kaart’. Uit de arbeidsovereenkomst, aangegaan voor ten minste één jaar, moet blijken dat de vreemdeling een salaris ontvangt dat in ieder geval gelijk is aan het looncriterium. De wettelijk toegestane arbeid moet verricht worden voor één en dezelfde werkgever en de vereiste premies en belastingen moeten worden afgedragen. + +Voor het looncriterium wordt verwezen naar artikel 1i van het Buwav. De Minister van SZW zal dit bedrag jaarlijks herzien. + +Bij het beoordelen van het looncriterium kent de IND uitsluitend betekenis toe aan loon in geld. Het gaat daarbij om het vaste contractueel overeengekomen en in geld vastgestelde brutoloon. + +De IND telt niet in geld uitgekeerd loon en onzekere loonbestanddelen (overwerkvergoedingen, fooien en uitkeringen) niet mee. Vaste toeslagen (zoals vakantietoeslag en een dertiende maand) rekent de IND bij het brutoloon mee. + +De aanvrager legt een kopie van de arbeidsovereenkomst over, waaruit blijkt dat voldaan wordt aan het looncriterium. Daarnaast wordt voor de bewijsmiddelen aangesloten bij B15/5.1.2. + +Bij de beoordeling van aanvragen om een mvv of een eerste verblijfsvergunning zal in de regel geen rekening kunnen worden gehouden met een eventuele toekenning van de 30% regeling, omdat de Belastingdienst in dat stadium nog geen beschikking heeft afgegeven. + +#### 4.3. Werkgever + +Aan de werkgever voor wie de vreemdeling gaat werken mag in de periode van maximaal vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag geen sanctie zijn opgelegd wegens overtreding van artikel2 van de Wav, of wegens het niet of onvoldoende afdragen van loonbelasting of premies voor de werknemers- of volksverzekeringen. + +De IND controleert bij de Arbeidsinspectie of een boete, als hiervoor bedoeld, is opgelegd. + +De IND controleert bij de Belastingdienst of de loonbelasting of premies voor de werknemers- of volksverzekeringen zijn afgedragen. + +#### 4.4. Diploma + +Onder benodigde getuigschriften van het hoger onderwijs in de zin van artikel 2, onder h, Richtlijn 2009/50 wordt verstaan: + +– een door een bevoegde instantie afgegeven diploma, certificaat of andere opleidingstitel, waaruit blijkt dat de houder met succes een postsecundair hoger onderwijsprogramma heeft gevolgd, bestaande uit een reeks cursussen die worden aangeboden door een onderwijsinstelling die in de staat waarin zij is gevestigd, wordt erkend als hoger-onderwijsinstelling. De studie die daarvoor is gevolgd heeft ten minste drie jaar geduurd. + +Bij de aanvraag moet altijd de originele diplomawaardering van het Nuffic worden meegestuurd. Betrokkene zelf of de werkgever draagt zelf zorg voor de diplomawaardering door een aanvraag hiertoe in te dienen bij het Informatiecentrum Diplomawaardering van het Nuffic. Bij deze aanvraag moet een gewaarmerkte kopie van het diploma en de bijbehorende cijferlijst worden overgelegd zonodig voorzien van een vertaling door een beëdigde vertaler. + +Volgens artikel 3.30b, eerste lid onder c, Vb moet een ‘gereglementeerd’ beroep (bijvoorbeeld een chirurg, notaris, boswachter en brandweerofficier) erkend zijn. De werkgever en de vreemdeling dragen de verantwoordelijkheid om bij een bezoek van een inspectie aan te tonen dat de vreemdeling beschikt over de vereiste beroepskwalificaties voor het betreffende gereglementeerde beroep. + +Voor beroepen in de individuele gezondheidszorg is registratie in het ‘beroepen in de individuele gezondheidszorg’-register verplicht. Als een vreemdeling in Nederland een beroep wil uitoefenen waarvoor registratie in het BIG (dit register) verplicht is, maar deze registratie niet blijkt wijst de IND de aanvraag af omdat er geen sprake is van wettelijk toegestane arbeid. + +De werkgever en/of de vreemdeling moet bij de aanvraag de bewijsmiddelen overleggen waaruit blijkt dat de vreemdeling aan de vereisten voldoet om een bepaald beroep uit te oefenen. + +#### 4.5. Geldig document voor grensoverschrijding + +Een vreemdeling die niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding komt niet in aanmerking voor een Europese blauwe kaart. In afwijking van B1/4.2 wordt de vreemdeling niet vrijgesteld van dit vereiste ook als de vreemdeling kan aantonen dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld. + +### 5. Gezinsleden + +#### 5.1. Inleiding + +Voor verlening van een verblijfsvergunning verleend onder een beperking verband houdende met gezinshereniging komen in aanmerking de echtgeno(o)te of (geregistreerd) partner, alsmede de minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin van de houder van een Europese blauwe kaart. + +#### 5.2. Voorwaarden in het kader van gezinshereniging + +Op grond van artikel 3.23b Vb wordt de verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging verleend als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan. Het is niet nodig om te beschikken over een geldige mvv: + +• de echtgeno(o)t(e), (geregistreerd) partner of het minderjarige kind minstens achttien maanden is toegelaten als gezinslid bij de houder van een Europese blauwe kaart in een andere staat die partij is bij het EU-Verdrag; +• het gezinslid beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding; +• het gezinslid geen gevaar vormt voor de openbare orde; +• de hoofdpersoon (de houder van een Europese blauwe kaart) direct voorafgaande aan de verlening van die kaart houder was van een door de autoriteiten van een andere lidstaat afgegeven blauwe kaart; en +• de hoofdpersoon (de houder van een Europese blauwe kaart) duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan. + +Het gezinslid legt bescheiden over waaruit de duur en aard van het eerdere verblijf als gezinslid in de andere staat die partij is bij het EU-verdrag blijkt. + +Als de gezinsleden niet aan de bovengenoemde voorwaarden voldoen dan zijn de algemene regels van B2 van toepassing. Dit is ook het geval indien het gezin in de andere lidstaat nog niet was gevormd. + +### 6. Geldigheidsduur + +De verblijfsvergunning wordt verleend voor ten minste één jaar en ten hoogste vier jaren (zie artikel 3.59c, eerste lid, Vb). Een verblijfsvergunning als houder van een Europese blauwe kaart wordt verleend voor de duur van de arbeidsovereenkomst aangevuld met drie maanden. + +De verblijfsvergunning van de gezinsleden wordt op grond van artikel 3.59c, tweede lid, Vb verleend en verlengd met een geldigheidsduur die gelijk is aan de duur van de verblijfsvergunning van de houder van een Europese blauwe kaart. + +### 7. Beperkingen, arbeidsmarktaantekening en voorschriften + +De verblijfsvergunning wordt verleend op grond van artikel 3.4, eerste lid onder cc, Vb onder de beperking ‘houder van een Europese blauwe kaart’. Het verblijfsrecht wordt met toepassing van artikel 3.5, derde lid, Vb aangemerkt als een niet-tijdelijk verblijfsrecht. + +Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan. Een beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’. + +De verblijfsvergunning voor de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/(geregistreerd)partner/ (naam). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. + +De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. + +Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting. + +### 8. Wijziging van werkgever, zoekperiode + +De houder van een Europese blauwe kaart heeft als hij werkloos is geworden, binnen de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, drie maanden de tijd om een nieuwe baan te zoeken. De vreemdeling en zijn (voormalige) werkgever moeten de IND direct informeren als de vreemdeling werkloos is geworden. + +Als de vreemdeling geen baan vindt binnen de termijn van drie maanden, moeten de werkgever en de vreemdeling dit melden bij de IND. De verblijfsvergunning wordt dan ingetrokken. Als er een nieuwe werkgever is gevonden moet deze dit schriftelijk doorgeven aan de IND. De IND zal dan controleren of bij deze werkgever nog wordt voldaan aan alle voorwaarden voor de Europese blauwe kaart. Als niet meer wordt voldaan aan deze voorwaarden trekt de IND de verblijfsvergunning in. Als de vreemdeling een wijziging wil aanvragen naar een ander verblijfsdoel dient hij daartoe een aanvraag in bij de IND. + +### 9. Gronden voor intrekking en niet-verlenging + +Een verblijfsvergunning kan worden ingetrokken of niet verlengd als sprake is geweest van fraude bij de verkrijging ervan of als het verblijfsdocument is vervalst of veranderd (zie artikel 3.84, tweede lid, Vb). + +De IND wijst de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning af en trekt de verblijfsvergunning in als de vreemdeling niet langer voldoet aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend (zie artikel 3.89b, eerste lid, Vb). Intrekking (zie artikel 3.91c Vb) of niet-verlenging is ook mogelijk op gronden die verband houden met openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid, een voorschrift dat aan de verblijfsvergunning is verbonden of als een van de andere in artikel 18 Vw genoemde afwijzingsgronden van toepassing is (zie B1/5.3.1 t/m B1/5.3.6). + +#### 9.1. Wijziging werkgever + +Als de houder van een Europese blauwe kaart niet langer voldoet aan de beperking waaronder aan hem verblijf is toegestaan kan de verblijfsvergunning worden ingetrokken met toepassing van artikel 18, eerste lid, sub f, Vw. Relevante wijzigingen, zoals wijziging van werkgever, moeten aan de IND worden gemeld (zie artikel 4.43 Vb). De houder van een Europese blauwe kaart heeft na drie jaar vrije toegang tot de arbeidsmarkt. + +#### 9.2. Werkloosheid + +Werkloosheid is van invloed op de verblijfsrechtelijke positie van de houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50. De aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning wordt afgewezen (zie artikel 3.89b, tweede lid, Vb en artikel 18, eerste lid, sub d, Vw) en de verblijfsvergunning wordt ingetrokken (zie artikel 3.91c Vb) als: + +• de houder langer dan drie maanden werkloos is; +• tijdens de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning eerder werkloos is geweest; of +• de houder een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand heeft aangevraagd. + +De houder van een Europese blauwe kaart moet in alle gevallen melding maken van zijn werkloosheid (zie artikel 4.43 Vb). Een beroep op de algemene middelen kan gevolgen hebben op het verblijfsrecht. + +De vreemdeling die niet meer voldoet aan de beperking verband houdend met het doel waarvoor de oorspronkelijke verblijfsvergunning is verleend, kan een aanvraag indienen tot wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning.