2015-08-01 | BWBR0005946 | Inrichtingsbesluit W.V.O.
This commit is contained in:
parent
66ae8340cc
commit
533484d691
1 changed files with 29 additions and 11 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Inrichtingsbesluit WVO
|
|||
bwb_id: BWBR0005946
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2010-08-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2015-08-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005946
|
||||
citeertitel: Inrichtingsbesluit WVO
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -63,7 +63,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Tot het eerste leerjaar van een school, behalve voor zover het betreft een school voor praktijkonderwijs, kan als leerling slechts worden toegelaten degene die:
|
||||
Tot het eerste leerjaar van een school kan als leerling slechts worden toegelaten degene die:
|
||||
|
||||
a. afkomstig is van een school voor basisonderwijs en bij wie naar het oordeel van de directeur van de school voor basisonderwijs de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs in voldoende mate is gelegd, of
|
||||
b. afkomstig is van een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en aan het einde van het schooljaar de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt, of
|
||||
|
|
@ -107,7 +107,7 @@ b. de kandidaat-leerling die het eerste leerjaar van een school voor vbo gedeelt
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Tot een school voor praktijkonderwijs kan als leerling worden toegelaten degene die de leeftijd van ten minste 12 jaar heeft bereikt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -185,30 +185,46 @@ De deskundigen, bedoeld in artikel 17a, twaalfde lid, van de wet zijn een orthop
|
|||
|
||||
**2.** De onderbouwing bevat ten minste een weergave van de belemmerende en bevorderende factoren die van invloed zijn op het onderwijs aan de leerling.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IIa. Toelaatbaarheid tot het praktijkonderwijs en aangewezen zijn op het leerwegondersteunend onderwijs
|
||||
|
||||
### Artikel 15d
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 15e
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 15f
|
||||
|
||||
**1.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan nadere regels stellen over de toepassing van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 17a1, eerste en tweede lid, van de wet.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Inrichting van het onderwijs
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemeen
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Het aantal dagen dat per schooljaar ten hoogste voor vakanties op grond van artikel 22, tweede lid, tweede volzin, van de wet, mag worden besteed, bedraagt 66 bij een zesdaagse schoolweek en 55 bij een vijfdaagse schoolweek.
|
||||
**1.** Het aantal dagen dat per schooljaar ten hoogste voor vakanties op grond van artikel 6g1, derde lid, van de wet, mag worden besteed, bedraagt 66 bij een zesdaagse schoolweek en 55 bij een vijfdaagse schoolweek.
|
||||
|
||||
**2.** Onder dagen in het eerste lid wordt verstaan elke dag van de week met uitzondering van de zondag bij een zesdaagse schoolweek en met uitzondering van de zaterdag en de zondag bij een vijfdaagse schoolweek. Op die zondagen respectievelijk zaterdagen en zondagen wordt geen onderwijs verzorgd.
|
||||
**2.** Indien na aftrek van het aantal dagen dat wordt besteed voor vakanties die centraal worden vastgesteld op grond van artikel 6g1, vierde lid, van de wet, dagen resteren van de in het eerste lid bedoelde aantallen, kan het bevoegd gezag voor het betreffende schooljaar een of meer vakanties vaststellen waarvoor ten hoogste dat resterend aantal dagen mag worden besteed.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Onder dagen in het eerste lid wordt verstaan elke dag van de week met uitzondering van de zondag bij een zesdaagse schoolweek en met uitzondering van de zaterdag en de zondag bij een vijfdaagse schoolweek. Op die zondagen respectievelijk zaterdagen en zondagen wordt geen onderwijs verzorgd.
|
||||
|
||||
Tenzij vallend binnen een op grond van artikel 22, tweede lid, tweede volzin, van de wet vastgestelde vakantie, worden de volgende dagen, waarop eveneens geen onderwijs wordt verzorgd, niet meegeteld bij het aantal dagen, bedoeld in het eerste lid:
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Tenzij vallend binnen een op grond van het tweede lid of op grond van artikel 6g1, vierde lid, van de wet vastgestelde vakantie, worden de volgende dagen, waarop eveneens geen onderwijs wordt verzorgd, niet meegeteld bij het aantal dagen, bedoeld in het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag en de beide kerstdagen, alsmede
|
||||
b. Koningsdag en Bevrijdingsdag.
|
||||
|
||||
**4.** Indien aan een bijzondere school onderwijs wordt gegeven gebaseerd op een levensbeschouwing volgens welke andere dan de in het derde lid, onderdeel a, genoemde dagen als feestdagen worden aangemerkt, kan in plaats van op de dagen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, die vallen buiten een op grond van artikel 22, tweede lid, tweede volzin, van de wet vastgestelde vakantie, geen onderwijs worden verzorgd op andere dagen. Bij toepassing van de eerste volzin worden laatstgenoemde dagen niet meegeteld bij het aantal dagen, bedoeld in het eerste lid. De eerste volzin kan per schooljaar worden toegepast voor ten hoogste het aantal dagen als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, dat buiten een op grond van artikel 22, tweede lid, tweede volzin, van de wet vastgestelde vakantie valt.
|
||||
|
||||
**5.** Indien na aftrek van het aantal dagen dat wordt besteed voor vakanties op grond van artikel 22, tweede lid, tweede volzin, van de wet, dagen resteren van de in het eerste lid bedoelde aantallen, kan het bevoegd gezag voor het betreffende schooljaar een of meer vakanties vaststellen waarvoor ten hoogste dat resterend aantal dagen mag worden besteed.
|
||||
**5.** Indien aan een bijzondere school onderwijs wordt gegeven gebaseerd op een levensbeschouwing volgens welke andere dan de in het vierde lid, onderdeel a, genoemde dagen als feestdagen worden aangemerkt, kan in plaats van op de dagen, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, die vallen buiten een op grond van het tweede lid of op grond van artikel 6g1, vierde lid, van de wet vastgestelde vakantie, geen onderwijs worden verzorgd op andere dagen. Bij toepassing van de eerste volzin worden laatstgenoemde dagen niet meegeteld bij het aantal dagen, bedoeld in het eerste lid. De eerste volzin kan per schooljaar worden toegepast voor ten hoogste het aantal dagen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, dat buiten een op grond van het tweede lid of op grond van artikel 6g1, vierde lid, van de wet vastgestelde vakantie valt.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Buiten de vakanties en de andere dagen waarop geen onderwijs wordt verzorgd ingevolge artikel 6g, vierde lid, en artikel 22, tweede lid, tweede volzin, van de wet en artikel 16, tweede tot en met vijfde lid, wijst het bevoegd gezag bij een zesdaagse schoolweek vier dagen en bij een vijfdaagse schoolweek drie dagen per schooljaar aan waarop geen onderwijs wordt verzorgd.
|
||||
Buiten de vakanties en de andere dagen waarop geen onderwijs wordt verzorgd op grond van artikel 16, wijst het bevoegd gezag bij een zesdaagse schoolweek ten hoogste dertien dagen per schooljaar aan en bij een vijfdaagse schoolweek ten hoogste twaalf dagen per schooljaar aan waarop geen onderwijs wordt verzorgd, waarvan ten hoogste zes dagen onmiddellijk aansluitend voor of na de voor de school op grond van artikel 6g1, vierde lid, van de wet vastgestelde zomervakantie.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Eerste leerjaren VO
|
||||
|
||||
|
|
@ -298,6 +314,8 @@ Praktijkonderwijs omvat ten minste Nederlandse taal, rekenen/wiskunde, informati
|
|||
|
||||
**2.** Een leerling die is of wordt ingeschreven bij een school, kan gedurende ten hoogste 2 jaren het onderwijsprogramma of een gedeelte daarvan volgen bij een orthopedagogisch-didactisch centrum.
|
||||
|
||||
**3.** Het onderwijs van leerlingen die langer dan 3 maanden een programma volgen bij het orthopedagogisch-didactisch centrum, wordt gegeven door daartoe bevoegde leraren.
|
||||
|
||||
### Artikel 26a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue