2005-01-01 | BWBR0012790 | Besluit zeevisvaartbemanning

This commit is contained in:
Coornhert 2005-01-01 12:00:00 +00:00
parent 4ac234c2f3
commit 5395f32dfc

View file

@ -58,7 +58,7 @@ c. met de aan boord aanwezige bemanning, gelet op de bijzonderheden van de reis,
### Artikel 4
**1.** Bij regeling van Onze Minister kan voor bepaalde categorieën vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 45 meter, waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor vaargebied I, vrijstelling worden verleend van het bepaalde in hoofdstuk 3.
**1.** Bij regeling van Onze Minister kan voor bepaalde categorieën vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 45 meter, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied I, vrijstelling worden verleend van het bepaalde in hoofdstuk 3.
**2.** Bij het verlenen van een vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, kunnen beperkingen worden opgelegd.
@ -70,7 +70,7 @@ De in artikel 4, tweede lid, genoemde beperkingen zijn de weersomstandigheden wa
### Artikel 6
Op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 24 meter en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW, waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor reizen die zich niet verder uitstrekken dan vaargebied I, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
Op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 24 meter en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen die zich niet verder uitstrekken dan vaargebied I, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
schipper 1
plaatsvervangend schipper 1
@ -78,7 +78,7 @@ gezel 1
### Artikel 7
Op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 24 meter en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW, waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
Op een vissersvaartuig met een lengte van minder dan 24 meter en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
schipper 1
plaatsvervangend schipper 1
@ -86,7 +86,7 @@ gezellen 2
### Artikel 8
Op een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer doch minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer doch minder dan 1125 kW, waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor reizen die zich niet verder uitstrekken dan vaargebied I, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
Op een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer doch minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer doch minder dan 1125 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen die zich niet verder uitstrekken dan vaargebied I, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
schipper 1
plaatsvervangend schipper 1
@ -94,7 +94,7 @@ gezellen 2
### Artikel 9
Op een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer doch minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer doch minder dan 1125 kW, waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
Op een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer doch minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer doch minder dan 1125 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
schipper 1
plaatsvervangend schipper 1
@ -103,7 +103,7 @@ gezellen 2
### Artikel 10
Op een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer doch minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van 1125 kW of meer doch minder dan 3000 kW, waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
Op een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer doch minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van 1125 kW of meer doch minder dan 3000 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
schipper 1
plaatsvervangend schipper 1
@ -112,7 +112,7 @@ gezellen 3
### Artikel 11
Op een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer doch minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer doch minder dan 6000 kW, waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
Op een vissersvaartuig met een lengte van 24 meter of meer doch minder dan 45 meter en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer doch minder dan 6000 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
schipper 1
plaatsvervangend schipper 1
@ -121,7 +121,7 @@ gezellen 4
### Artikel 12
Op een vissersvaartuig met een lengte van 45 meter of meer doch minder dan 60 meter en een voortstuwingsvermogen van 1500 kW of meer doch minder dan 3000 kW, waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
Op een vissersvaartuig met een lengte van 45 meter of meer doch minder dan 60 meter en een voortstuwingsvermogen van 1500 kW of meer doch minder dan 3000 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
schipper 1
plaatsvervangend schipper 1
@ -130,7 +130,7 @@ gezellen 4
### Artikel 13
Op een vissersvaartuig met een lengte van 45 meter of meer doch minder dan 60 meter en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer doch minder dan 6000 kW, waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
Op een vissersvaartuig met een lengte van 45 meter of meer doch minder dan 60 meter en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer doch minder dan 6000 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
schipper 1
plaatsvervangend schipper 1
@ -139,7 +139,7 @@ gezellen 5
### Artikel 14
Op een vissersvaartuig met een lengte van 60 meter of meer en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW, waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
Op een vissersvaartuig met een lengte van 60 meter of meer en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
schipper 1
plaatsvervangend schipper 1
@ -148,7 +148,7 @@ gezellen 5
### Artikel 15
Op een vissersvaartuig met een lengte van 60 meter of meer en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
Op een vissersvaartuig met een lengte van 60 meter of meer en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen in onbeperkt vaargebied, doet ten minste de volgende bemanning dienst:
schipper 1
plaatsvervangend schipper 1
@ -213,9 +213,9 @@ c. op grond van een ontheffing, gedurende ten minste drie maanden in een naar he
**1.** Onze Minister kan een vaarbevoegdheidsbewijs, diploma of certificaat dat is afgegeven door een bevoegde autoriteit van een staat, niet zijnde een Lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte erkennen, indien de beroepsvereisten, de wijze van opleiding en examinering en de opgedane ervaring tenminste gelijkwaardig zijn aan die in Nederland.
**2.** Indien een vaarbevoegdheidsbewijs, diploma of certificaat wordt erkend als gelijkwaardig aan een Nederlands vaarbevoegdheidsbewijs, wordt aan de aanvrager het overeenkomstige Nederlandse vaarbevoegdheidsbewijs van erkenning afgegeven.
**2.** Indien een vaarbevoegdheidsbewijs, diploma of certificaat wordt erkend als gelijkwaardig aan een Nederlands vaarbevoegdheidsbewijs, wordt aan de aanvrager het overeenkomstige Nederlandse vaarbevoegdheidsbewijs afgegeven.
**3.** Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs van erkenning als schipper zeevisvaart of plaatsvervangend schipper zeevisvaart, legt de aanvrager het bewijs over dat hij de door Onze Minister erkende opleidingsmodule wetgeving met gunstig gevolg heeft afgesloten.
**3.** Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart of plaatsvervangend schipper zeevisvaart, legt de aanvrager het bewijs over dat hij de door Onze Minister erkende opleidingsmodule wetgeving met gunstig gevolg heeft afgesloten.
### Artikel 23
@ -262,7 +262,7 @@ d. het diploma voor de zeevisvaart SW VI.
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen op reizen in onbeperkt vaargebied, is ten minste vereist:
a. het kennisbewijs stuurman voor de zeevisvaart S IV-v dan wel het diploma voor de zeevisvaart S IV-v,
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige zeevisvaart SW4 dan wel het diploma voor de zeevisvaart S IV-v;
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
c. het certificaat sloepsgast;
d. het certificaat radarnavigator, en
@ -340,6 +340,8 @@ c. een leeftijd van 18 jaar
### Artikel 34
**1.**
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als stuurman-werktuigkundige zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW, op reizen in onbeperkt vaargebied, is ten minste vereist:
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 6, dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW VI;
@ -347,13 +349,21 @@ b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
c. het certificaat radarwaarnemer, en
d. een leeftijd van 18 jaar.
**2.**
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als stuurman-werktuigkundige zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, op reizen in onbeperkt vaargebied, is tenminste vereist:
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW5, dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW V;
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie;
c. het certificaat radarwaarnemer, en
d. een diensttijd van één jaar.
### Artikel 35
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als werktuigkundige zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen op reizen in onbeperkt vaargebied is ten minste vereist:
a. het kennisbewijs werktuigkundige voor de zeevisvaart W IV-v dan wel het diploma voor de zeevisvaart W IV-v,
b. een diensttijd van twee jaren aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer, en
c. een leeftijd van 18 jaar.
b. een leeftijd van 18 jaar.
### Paragraaf 4. Vaarbevoegdheidsbewijzen op grond van Dienstdiploma's
@ -369,7 +379,7 @@ Een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartui
### Artikel 38
Een vaarbevoegdheid als stuurman zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van niet meer dan 45 meter wordt afgegeven aan de houder van het Bewijs van bekendheid met de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, dan wel aan de houder van het Bewijs van bekendheid met de Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op Zee S VII.
Een vaarbevoegdheid als schipper aan boord van vissersvaartuigen waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor reizen met mosselen of mosselzaad tussen de Wadden en de Zeeuwse wateren, dan wel als stuurman zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van niet meer dan 45 meter wordt afgegeven aan de houder van het Bewijs van bekendheid met de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, dan wel aan de houder van het Bewijs van bekendheid met de Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op Zee S VII.
## Hoofdstuk 5. Beroepsvereisten voor de zeevisvaart
@ -393,7 +403,7 @@ b. een door Onze Minister erkende opleiding of exameninstelling.
Voor het verkrijgen van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW4 of SW5 heeft betrokkene:
1. met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan de syllabus opgenomen in Bijlage I;
2. deelgenomen aan een goedgekeurde cursus brandbestrijding voor gevorderden; en
2. deelgenomen aan een goedgekeurde cursus basis veiligheidstraining vissersvaartuigen; en
3. een goedgekeurde stage aan boord van vissersvaartuigen van ten minste één jaar als onderdeel van vorenbedoelde opleiding vervuld, onder het bijhouden van een goedgekeurd stageboek, of anders een goedgekeurde diensttijd van ten minste twee jaar aan boord van vissersvaartuigen, en heeft gedurende deze stage of diensttijd buitengaats wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de schipper of van een daartoe bevoegd bemanningslid, gedurende een periode van ten minste zes maanden, en heeft gedurende ten minste zes maanden dienstgedaan in de machinekamer.
### Artikel 41
@ -401,7 +411,7 @@ Voor het verkrijgen van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevis
Voor het verkrijgen van het kennisbewijs stuurmanwerktuigkundige voor de zeevisvaart SW6 heeft betrokkene:
1. met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan de syllabus opgenomen in Bijlage II;
2. deelgenomen aan een goedgekeurde cursus brandbestrijding voor gevorderden, en
2. deelgenomen aan een goedgekeurde cursus basis veiligheidstraining vissersvaartuigen, en
3. een goedgekeurde stage aan boord van vissersvaartuigen van ten minste zes maanden als onderdeel van vorenbedoelde opleiding vervuld, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek, of anders een goedgekeurde diensttijd van ten minste twee jaar aan boord van zeevisservaartuigen, en heeft gedurende deze stage of diensttijd buitengaats wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de schipper of van een daartoe bevoegd bemanningslid, gedurende een periode van ten minste drie maanden, en heeft gedurende ten minste drie maanden dienstgedaan in de machinekamer.
### Artikel 42
@ -416,14 +426,14 @@ Voor het verkrijgen van het kennisbewijs stuurmanwerktuigkundige voor de zeevisv
Voor de afgifte van het certificaat radarnavigator heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een door Onze Minister erkende opleiding en training die voldoet aan:
sectie A-II/3 van de STCW-Code, en
sectie A-II/2 van de STCW-Code, en
sectie B-1/12, de paragrafen 18 tot en met 35 van de STCW-Code.
**2.**
Voor de afgifte van het certificaat radarwaarnemer heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een door Onze Minister erkende opleiding en training die voldoet aan:
sectie A-II/3 van de STCW-Code, en
sectie A-II/1 van de STCW-Code, en
sectie B-1/12, de paragrafen 2 tot en met 17 van de STCW-Code.
### Paragraaf 3. Beroepsvereisten ten aanzien van veiligheidstrainingen
@ -454,10 +464,7 @@ Voor het verkrijgen van het certificaat sloepsgast is met goed gevolg een door O
### Artikel 46
Voor de afgifte van het certificaat brandbestrijding voor gevorderden heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan:
voorschrift VI/3, van de bijlage bij het STCW Verdrag, en
sectie A-VI/3 van de STCW-Code.
Vervallen
### Paragraaf 4. Beroepsvereisten ten aanzien van overige diploma's en certificaten
@ -525,26 +532,17 @@ d. de naam en roepletters van het vissersvaartuig
**1.** Alvorens een schip voor de eerste maal naar zee vertrekt en vervolgens met tussenpozen van niet meer dan twaalf maanden wordt een monsterrol opgemaakt.
**2.** Van elke wijziging in de bemanningssamenstelling wordt een wijziging in de monsterrol opgemaakt.
**2.** Bij elke wijziging in de bemanningssamenstelling wordt een monsterrol opgemaakt.
**3.** Ter uitvoering van het gestelde in artikel 34, eerste lid, onderdeel d, van de wet zendt de schipper binnen een week dan wel in de eerstvolgende haven de opgemaakte monsterrol dan wel de wijzigingen in de monsterrol aan de scheepsbeheerder.
**3.** Ter uitvoering van het gestelde in artikel 34, eerste lid, onderdeel d, van de wet zendt de kapitein binnen een week na het opmaken, dan wel in de eerstvolgende haven de monsterrol aan de scheepsbeheerder.
**4.** De scheepsbeheerder houdt aantekening van de datum van ontvangst van ontvangen monsterrollen of ontvangen wijzigingen in de monsterrollen.
**4.** De scheepsbeheerder houdt aantekening van de datum van ontvangst van monsterrollen.
**5.** De opgemaakte monsterrollen worden ten kantore van de scheepsbeheerder in Nederland bewaard en ter beschikking gehouden ten behoeve van het houden van toezicht door de inspecteur-generaal.
### Artikel 51
**1.** De scheepsbeheerder stelt de inspecteur-generaal telkenmale schriftelijk in kennis van het feit dat hij een opgemaakte monsterrol dan wel een wijziging in enige monsterrol van de schipper heeft ontvangen.
**2.**
Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot het, door de scheepsbeheerder, in kennis stellen van de inspecteur-generaal van opgemaakte monsterrollen en wijzigingen in de monsterrol voor het houden van toezicht op:
a. de naleving van de wettelijke bepalingen inzake de bevoegdheden van de bemanningsleden;
b. de bemanningssamenstelling;
c. de verleende ontheffingen;
d. de toepassing van andere wet- en regelgeving waarbij de samenstelling van de bemanning van belang is.
**3.** De opgemaakte monsterrollen en de wijzigingen in de monsterrollen worden ten kantore van de scheepsbeheerder in Nederland bewaard en ter beschikking gehouden van de inspecteur-generaal.
De scheepsbeheerder stelt de inspecteur-generaal telkenmale schriftelijk in kennis van het feit dat hij van de kapitein een opgemaakte monsterrol heeft ontvangen.
### Artikel 52
@ -647,133 +645,111 @@ De artikelen 53, tweede lid, 54 en 55 zijn van overeenkomstige toepassing bij de
### Artikel 60
**1.** Alle bemanningsleden aan boord van Nederlandse vissersvaartuigen zijn voorzien van een geldige geneeskundige verklaring van algemene lichamelijke geschiktheid voor de zeevaart.
**1.** Alle bemanningsleden aan boord van Nederlandse schepen zijn voorzien van een geldige geneeskundige verklaring zeevaart.
**2.** De bemanningsleden aan wie het houden van uitkijk dan wel de wacht op de brug of in de ruimte voor de machines kan worden opgedragen, zijn in het bezit van geldige geneeskundige verklaringen betreffende het gezichtsorgaan en het gehoororgaan.
**2.** Een bemanningslid dat aan boord met een wachtfunctie is belast, is bovendien voorzien van een verklaring dat dit lid voldoet aan de medische eisen betreffende het gezichtsorgaan en het gehoor, bedoeld in artikel 62, eerste lid, tweede volzin.
**3.** Bij regeling van Onze Minister worden de modellen van de geneeskundige verklaringen vastgesteld.
**3.** Het model voor de verklaringen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt door Onze Minister vastgesteld.
### Artikel 61
**1.** Ten behoeve van de afgifte van een in artikel 60, eerste of tweede lid, genoemde geneeskundige verklaring worden de bemanningsleden aan een daarop gericht medisch onderzoek onderworpen.
**1.** Ten behoeve van de afgifte van een in artikel 60 genoemde geneeskundige verklaring worden de bemanningsleden aan een daarop gericht medisch onderzoek onderworpen door een door Onze Minister daartoe als keuringsarts aangewezen geneeskundige.
**2.**
**2.** Indien de keuringsarts twijfels heeft omtrent de medische geschiktheid dan wel wanneer in de medische eisen, bedoeld in artikel 62, eerste lid, een specialistisch rapport is vereist, verwijst deze arts de keurling voor deelonderzoek door naar een specialist.
een geneeskundige verklaring
**3.** Een geneeskundige verklaring zeevaart wordt afgegeven door een keuringsarts die heeft vastgesteld dat de keurling voldoet aan de voor die verklaring van toepassing zijnde medische eisen, bedoeld in artikel 62, eerste lid.
a. van algemene lichamelijke geschiktheid voor de zeevaart wordt afgegeven door een aangewezen geneeskundige;
b. betreffende het gezichtsorgaan wordt afgegeven door een aangewezen medisch specialist op het gebied van de oogheelkunde;
c. betreffende het gehoororgaan wordt afgegeven door een aangewezen medisch specialist op het gebeid van de keel-, neus- en oorheelkunde, die heeft vastgesteld dat de onderzochte voldoet aan de voor die verklaring van toepassing zijnde medische eisen, bedoeld in het eerste lid.
**4.** Indien de gekeurde gebruik wenst te maken van zijn recht om opnieuw te worden onderzocht, wordt hij onderzocht door een ingevolge artikel 42, eerste lid, van de wet als scheidsrechter aangewezen geneeskundige.
**3.** Indien de gekeurde gebruik wenst te maken van zijn recht om opnieuw te worden onderzocht, wordt hij onderzocht door een ingevolge artikel 42, eerste lid, van de wet als scheidsrechter aangewezen geneeskundige dan wel medisch specialist op het gebied van de oogheelkunde, onderscheidenlijk van de keel-, neusen oorheelkunde.
**4.** De in dit besluit bedoelde onderzoeken worden verricht door geneeskundigen of medisch specialisten die niet de behandelend arts of specialist van de onderzochte zijn.
**5.** De in dit besluit bedoelde onderzoeken worden verricht door geneeskundigen die niet de behandelend arts of specialist van de keurling zijn.
### Artikel 62
**1.** Bij regeling van Onze Minister worden de medische eisen vastgesteld waaraan de aanvrager moet voldoen om in aanmerking te komen voor elk van de geneeskundige verklaringen, genoemd in artikel 61.
**1.** Bij regeling van Onze Minister worden de medische eisen vastgesteld waaraan de keurling moet voldoen om in aanmerking te komen voor de geneeskundige verklaring, bedoeld in artikel 60. Daarbij worden tevens de medische eisen betreffende het gezichtsorgaan en het gehoor vastgesteld voor bemanningsleden die aan boord een wachtfunctie vervullen.
**2.** Bij regeling van Onze Minister worden de procedures en andere voorschriften vastgesteld die in acht worden genomen bij elk van de onderzoeken, bedoeld in artikel 61.
**3.** Bij de vaststelling van medische eisen wordt bepaald ten aanzien van welke nieuwe medische eisen een ontheffing als bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de wet kan worden verleend.
**4.** In afwijking van het bepaalde in artikel 61, tweede lid, wordt de desbetreffende geneeskundige verklaring, indien ontheffing wordt gegeven van een bepaalde medische eis, afgegeven door de medisch adviseur van de inspecteur-generaal.
**4.** In afwijking van het vereiste in het eerste lid kan de Medisch Adviseur Scheepvaart aan een keurling ontheffing verlenen van een van de medische eisen indien naar zijn mening het niet voldoen aan die medische eis de veiligheid niet nadelig beïnvloedt.
### Artikel 63
**1.** Een medisch onderzoek naar de algemene lichamelijke geschiktheid wordt voorafgegaan door een onderzoek op tuberculose door middel van een Mantoux-onderzoek of een röntgenologisch onderzoek van de borstorganen. Dit onderzoek wordt verricht door een daartoe bevoegde geneeskundige.
**1.** De geldigheid van een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 60 vervalt na verloop van ten hoogste twee jaar na de datum van afgifte ervan.
**2.** Indien de uitslag van het Mantoux-onderzoek of het röntgenologisch onderzoek gunstig is, plaatst de geneeskundige een voor dat doel bestemd stempel op de daarvoor bestemde bladzijde van het monsterboekje van de gekeurde, dan wel op diens bewijs van inschrijving aan een erkende opleiding voor zeevarenden.
**2.** Op medische gronden kan de keuringsarts een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als genoemd in artikel 60 afgeven voor een kortere duur dan die, genoemd in het eerste lid.
**3.** Indien de uitslag van het Mantoux-onderzoek of het röntgenologisch onderzoek niet gunstig is, wordt geen stempelafdruk geplaatst. De geneeskundige geeft in dat geval een verklaring aan de gekeurde mee ten behoeve van degeneeskundige die de algemene lichamelijke keuring verricht, waarin de gevonden afwijking wordt aangegeven.
**4.** Indien sinds het onderzoek op tuberculose, bedoeld in het eerste lid, meer dan een jaar is verstreken, wordt dat onderzoek opnieuw verricht.
**3.** De keuringsarts kan voorts een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 60 afgeven voor een beperkt vaargebied.
### Artikel 64
**1.**
**1.** De keuringsarts kan de gekeurde tijdelijk of blijvend ongeschikt voor de zeevaart verklaren.
De geldigheid van de onderscheiden geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart vervalt na verloop van de volgende termijnen na de datum van afgifte ervan:
**2.**
a. de geneeskundige verklaring van algemene lichamelijke geschiktheid voor de zeevaart: één jaar;
b. de geneeskundige verklaring van geschiktheid betreffende het gezichtsorgaan: zes jaar, waarbij de geldigheid elke twee jaar wordt bevestigd;
c. de geneeskundige verklaring van geschiktheid betreffende het gehoororgaan: zes jaar, waarbij de geldigheid elke twee jaar wordt bevestigd.
De gekeurde is:
**2.** Ten behoeve van de bevestiging, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, worden het gezichtsorgaan en het gehoororgaan elke twee jaar onderzocht als onderdeel van het onderzoek naar de algemene lichamelijke geschiktheid.
**3.** In afwijking van het in het eerste lid bepaalde blijft een geneeskundige verklaring bij overschrijding van de genoemde termijnen aan boord in elk geval geldig zolang de zeevarende aan boord van het zeeschip blijft, en zich nog geen gelegenheid tot keuring door een aangewezen geneeskundige of medisch specialist heeft voorgedaan.
**4.** Op medische gronden kan de geneeskundige een geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 104, eerste lid, onderscheidenlijk het tweede lid, afgeven voor een kortere duur dan die, genoemd in het eerste lid.
a. tijdelijk ongeschikt, indien op medische gronden wordt verwacht dat hij niet langer dan drie jaren voor de zeevaart ongeschikt zal zijn;
b. blijvend ongeschikt, indien op medische gronden wordt verwacht dat hij langer dan drie jaren voor de zeevaart ongeschikt zal zijn.
### Artikel 65
**1.** De geneeskundige kan de gekeurde tijdelijk, voorlopig of blijvend ongeschikt voor de zeevaart verklaren.
**2.**
De gekeurde is
a. tijdelijk ongeschikt, indien op medische gronden wordt verwacht dat hij niet langer dan 42 dagen voor de zeevaart ongeschikt zal zijn;
b. voorlopig ongeschikt, indien op medische gronden wordt verwacht dat hij langer dan 42 dagen en niet langer dan 3 jaar voor de zeevaart ongeschikt zal zijn;
c. blijvend ongeschikt, indien op medische gronden wordt verwacht dat hij langer dan 3 jaar voor de zeevaart ongeschikt zal zijn.
De keuringsarts die het onderzoek uitvoert, neemt de in artikel 62, eerste lid, bedoelde medische eisen, de in artikel 62, tweede lid, bedoelde procedures en andere voorschriften, alsook voorzover van toepassing, de artikelen 63 en 64 in acht.
### Artikel 66
De geneeskundige, medisch specialist of als scheidsrechter aangewezen geneeskundige of medisch specialist die het onderzoek uitvoert, neemt de in artikel 60, eerste lid, bedoelde medische eisen, de in artikel 60, tweede lid, bedoelde procedures en, voor zover van toepassing, de artikelen 61 en 62 in acht.
**1.** Een geneeskundige kan Onze Minister verzoeken hem aan te wijzen als keuringsarts. Bij het verzoek wordt een geldig bewijs van registratie als arts, bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, overgelegd.
**2.** Indien het verzoek is ingediend door een geneeskundige die in het buitenland zijn praktijk houdt, vergewist de Medisch Adviseur Scheepvaart zich van diens vakbekwaamheid.
**3.** Onze Minister gaat niet over tot aanwijzing van een geneeskundige indien diens onafhankelijkheid ten opzichte van werkgevers, werknemers of hun organisaties niet gewaarborgd is, of ingeval diens professionele kundigheden, praktijkervaring of beroepsuitrusting naar het oordeel van de Medisch Adviseur Scheepvaart, ressorterend onder Onze Minister, ontoereikend zijn.
**4.** Bij het besluit van Onze Minister over de aanwijzing worden het aantal reeds aangewezen geneeskundigen en de spreiding over het land in relatie tot de regionale of plaatselijke behoefte in aanmerking genomen.
**5.** De aanwijzing als keurend arts wordt afgegeven voor een periode van ten hoogste vijf jaren. Na afloop van deze periode kan een hernieuwd verzoek om aanwijzing als keurend arts worden ingediend; bij dit hernieuwde verzoek wordt het bewijsstuk vermeld in het eerste lid overgelegd, tenzij het tweede lid van toepassing is.
**6.** De aangewezen geneeskundige is verplicht de door Onze Minister, op aanbeveling van de Medisch Adviseur Scheepvaart, aangewezen nascholingscursussen te volgen. De kosten van deelname komen voor rekening van de betrokken geneeskundige.
### Artikel 67
Onze Minister zendt aan de geneeskundige of medisch specialist die is aangewezen om de onderzoeken als bedoeld in artikel 62 te verrichten als keurend arts of als scheidsrechter de geldende medische eisen en procedures, bedoeld in artikel 63, alsmede de wijzigingen van die medische eisen en procedures.
### Artikel 68
**1.** Een geneeskundige of medisch specialist kan Onze Minister verzoeken hem aan te wijzen als keurend arts of als scheidsrechter.
**2.**
Bij het verzoek worden documenten en andere bewijsstukken van de volgende gegevens, dan wel gewaarmerkte afschriften ervan, overgelegd:
a. naam en voornaam;
b. geboortedatum;
c. praktijkadres; en
d. een geldig bewijs van registratie als arts als bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, of
e. een geldig bewijs van registratie als medisch specialist.
**3.** Indien het verzoek is ingediend door een geneeskundige of medisch specialist die in het buitenland zijn praktijk houdt, kan in plaats van de bewijsstukken, genoemd in het tweede lid, onderdelen d en e, volstaan worden met een ander document, waaruit de bevoegdheid blijkt tot uitoefening van de geneeskunst en waaruit de datum blijkt van het behalen ervan.
**4.** Bij het besluit van Onze Minister over de aanwijzing kunnen in aanmerking worden genomen het aantal reeds aangewezen geneeskundigen of medisch specialisten, hun specialisme en de spreiding van de aangewezen geneeskundigen en medische specialisten over het land in relatie tot de regionale of plaatselijke behoefte.
**5.** Onze Minister gaat niet over tot aanwijzing van een geneeskundige, medisch specialist of scheidsrechter indien diens onafhankelijkheid ten opzichte van werkgevers, werknemers of hun organisaties niet gewaarborgd is.
### Artikel 69
Onze Minister trekt een aanwijzing in indien is gebleken dat de aangewezen geneeskundige of medisch specialist:
Onze Minister trekt, op advies van de Medisch Adviseur Scheepvaart, een aanwijzing in indien is gebleken dat de keuringsarts of scheidsrechter:
a. de algemeen geldende medische of ethische normen niet in acht neemt;
b. zich bij herhaling niet aan de procedures, bedoeld in artikel 62, tweede lid, houdt;
b. zich bij herhaling niet houdt aan het gestelde in de artikelen 61 tot en met 65, of zijn beroepsuitrusting niet toereikend is voor zijn taak als keuringsarts ;
c. valse of vervalste verklaringen heeft afgegeven;
d. niet meer in het betrokken register vermeld is als arts of als medisch specialist;
d. niet meer in het betrokken register vermeld is als arts;
e. onder curatele is gesteld wegens geestelijke stoornis;
f. anderszins niet meer gerechtigd is de geneeskunst uit te oefenen;
g. een daartoe strekkend verzoek heeft ingediend;
h. diens onafhankelijkheid ten opzichte van werkgevers, werknemers of hun organisaties niet langer gewaarborgd is; of
i. niet meer werkzaam is in de patiëntenzorg en een te gering aantal keuringen heeft verricht om door praktische ervaring zijn bekwaamheid als keuringsarts op peil te houden.
h. diens onafhankelijkheid ten opzichte van werkgevers, werknemers of hun organisaties niet langer gewaarborgd is;
i. een te gering aantal keuringen heeft verricht om door praktische ervaring zijn bekwaamheid als keuringsarts op peil te houden, of
j. heeft verzuimd een voor hem aangewezen nascholingscursus te volgen.
### Artikel 70
### Artikel 68
**1.** De medisch adviseur van de inspecteur-generaal kan geneeskundige verklaringen, afgegeven op grond van medische eisen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig zijn aan het geheel van de medische eisen, die krachtens dit besluit worden gesteld, gelijkstellen met een of meer krachtens dit besluit afgegeven geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart.
**2.** Een in het eerste lid bedoelde geneeskundige verklaring mag niet langer dan 1 jaar voor de beoordeling zijn afgegeven.
### Artikel 71
**1.** De kosten van een geneeskundig of specialistisch onderzoek of heronderzoek als bedoeld in de artikelen 40 en 42 van de wet komen voor rekening van de scheepsbeheerder of werkgever.
**1.** De kosten van een geneeskundig onderzoek, heronderzoek of specialistisch deelonderzoek als bedoeld in de artikelen 40 en 42 van de wet komen voor rekening van de scheepsbeheerder of werkgever.
**2.** Voor zover er geen scheepsbeheerder of werkgever is aan te wijzen worden de kosten, bedoeld in het eerste lid, gedragen door degene die opdracht heeft gegeven voor het onderzoek.
**3.** De kosten van een geneeskundig of specialistisch onderzoek als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet worden door het Rijk gedragen.
**3.** De kosten van een geneeskundig onderzoek of specialistisch deelonderzoek als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet worden door het Rijk gedragen.
**4.** De kosten van een heronderzoek of een aanvullend specialistisch onderzoek, bedoeld in de artikelen 40 en 42 van de wet kunnen worden gedragen door her Rijk, voor zover zij naar het oordeel van de inspecteur-generaal redelijkerwijs niet voor rekening van de gekeurde behoren te komen.
**4.** De kosten van een heronderzoek of een aanvullend specialistisch deelonderzoek, bedoeld in de artikelen 40 en 42 van de wet worden gedragen door het Rijk, voor zover zij naar het oordeel van Onze Minister redelijkerwijs niet voor rekening van de gekeurde behoren te komen.
### Artikel 69
**1.** De Medisch Adviseur Scheepvaart kan geneeskundige verklaringen, afgegeven op grond van medische eisen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig zijn aan het geheel van de medische eisen die krachtens dit besluit worden gesteld, gelijkstellen met een of meer krachtens dit besluit afgegeven geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart.
**2.** Een geneeskundige verklaring als bedoeld in het eerste lid die niet op grond van dit besluit is afgegeven, mag niet langer dan twee jaren vóór de beoordeling zijn afgegeven.
**3.** Bij toepassing van het eerste lid geeft de Medisch Adviseur Scheepvaart een geneeskundige verklaring af als genoemd in artikel 60 van dit besluit.
### Artikel 70
Vervallen
### Artikel 71
Vervallen
## Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen met betrekking tot de bemanning van vissersvaartuigen
@ -796,11 +772,11 @@ f. de brand- en waterdichte deuren, met uitzondering van die ter afsluiting van
### Artikel 73
**1.** De schipper en het bemanningslid aan wie, onder de verantwoordelijkheid van de schipper, de zorg voor het gebruik en het beheer van de medische uitrusting is overgedragen zijn in het bezit van het certificaat scheepsgezondheidszorg O (Onbeperkt), bedoeld in artikel 47, tweede lid, of , wanneer aan het vissersvaartuig een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een beperkt vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied II, van het certificaat scheepsgezondheidszorg B (Beperkt), bedoeld in artikel 47, eerste lid.
**1.** De schipper en het bemanningslid aan wie, onder de verantwoordelijkheid van de schipper, de zorg voor het gebruik en het beheer van de medische uitrusting is overgedragen zijn in het bezit van het certificaat scheepsgezondheidszorg O (Onbeperkt), bedoeld in artikel 47, tweede lid, of , wanneer aan het vissersvaartuig een bemanningscertificaat is afgegeven voor een beperkt vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied II, van het certificaat scheepsgezondheidszorg B (Beperkt), bedoeld in artikel 47, eerste lid.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden bezitters van het kennisbewijs SW 4, SW 5 en het diploma SIV-v geacht in het bezit te zijn van het certificaat scheepsgezondheidszorg B.
**3.** De in het eerste lid bedoelde personen volgen ten minste eenmaal in de vijf jaar een bijscholingscursus als bedoeld in artikel 47, derde lid, die voor personen aan boord van vissersvaartuigen waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor onbeperkt vaargebied mede een herhalingsstage als bedoeld in artikel 47, vierde lid, omvat.
**3.** De in het eerste lid bedoelde personen volgen ten minste eenmaal in de vijf jaar een bijscholingscursus als bedoeld in artikel 47, derde lid, die voor personen aan boord van vissersvaartuigen waarvoor een bemanningscertificaat is afgegeven voor onbeperkt vaargebied mede een herhalingsstage als bedoeld in artikel 47, vierde lid, omvat.
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
@ -832,9 +808,9 @@ f. de brand- en waterdichte deuren, met uitzondering van die ter afsluiting van
### Artikel 77
**1.** Aan boord van een vissersvaartuig dat reizen onderneemt buiten het zeegebied A1, zoals omschreven in artikel 2 van bijlage V van het Schepenbesluit 1965, is ten minste één persoon die als chef van de wacht op de brug kan optreden, in het bezit van een algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen; deze persoon is door de schipper aangewezen als de verantwoordelijke persoon voor de afhandeling van radioberichtgeving tijdens noodgevallen. Alle andere personen die als chef van de wacht op de brug kunnen optreden zijn in het bezit zijn van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie.
**1.** Aan boord van een vissersvaartuig dat reizen onderneemt buiten het zeegebied A1, zoals omschreven in artikel 2 van bijlage V van het Schepenbesluit 1965, is ten minste één persoon die als chef van de wacht op de brug kan optreden, in het bezit van een algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Besluit randapparaten en radio-apparaten; deze persoon is door de schipper aangewezen als de verantwoordelijke persoon voor de afhandeling van radioberichtgeving tijdens noodgevallen. Alle andere personen die als chef van de wacht op de brug kunnen optreden zijn in het bezit zijn van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie.
**2.** Aan boord van een vissersvaartuig dat uitsluitend reizen onderneemt in zeegebied A1, is ten minste één der personen die als chef van de wacht op de brug kunnen optreden in het bezit van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Besluit radio-elektrische inrichtingen.
**2.** Aan boord van een vissersvaartuig dat uitsluitend reizen onderneemt in zeegebied A1, is ten minste één der personen die als chef van de wacht op de brug kunnen optreden in het bezit van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Besluit randapparaten en radio-apparaten.
### Artikel 78