2011-12-01 | BWBR0008074 | Reglement rijbewijzen

This commit is contained in:
Coornhert 2011-12-01 12:00:00 +00:00
parent 6e75960e1c
commit 53bd41b26b

View file

@ -42,7 +42,8 @@ u. buitenlands omwisselingscertificaat: certificaat afgegeven door de bevoegde a
v. bestuurdersattest: bestuurdersattest als bedoeld in artikel 151c, vierde lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994;
w. nationaal certificaat: certificaat als bedoeld in artikel 151c, vierde lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994;
x. kwalificatiekaart bestuurder: kaart afgegeven door de bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Gemeenschap overeenkomstig de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders aantonende dat de bestuurder de basiskwalificatie heeft behaald of de nascholing heeft afgerond;
y. deelcertificaat: certificaat aantonende dat de bestuurder een aantal uren nascholing heeft gevolgd, maar nog niet heeft afgerond.
y. deelcertificaat: certificaat aantonende dat de bestuurder een aantal uren nascholing heeft gevolgd, maar nog niet heeft afgerond;
z. persoonssleutel: unieke code toegekend aan natuurlijke personen zonder burgerservicenummer om deze eenduidig te kunnen identificeren.
### Paragraaf 2. Uitzonderingen rijbewijsplicht
@ -278,7 +279,7 @@ Indien de aanvraag betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs voor een and
### Artikel 19c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de ten behoeve van hem in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van geschiktheid slechts een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, kan besturen waarin een alcoholslot is ingebouwd, wordt een rijbewijs afgegeven dat slechts geldig is voor het besturen van een motorrijtuig van de categorie B waarin ten behoeve van de aanvrager een alcoholslot is ingebouwd. Op het rijbewijs is deze beperking aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.
### Artikel 20
@ -481,19 +482,84 @@ IV. blijkens een aantekening in het rijbewijzenregister naar het oordeel van het
### Artikel 41a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Indien aan de aanvrager overeenkomstig artikel 118, derde lid, van de wet dan wel op grond van de artikelen 132b, eerste lid, of 134, zevende lid, van de wet, de verplichting is opgelegd tot deelname aan het alcoholslotprogramma en zijn rijbewijs op grond van artikel 132b, tweede lid, van de wet ongeldig is verklaard, vindt de aanvraag tot afgifte van een rijbewijs dat geldig is voor de categorie B, met de voor het alcoholslotprogramma vastgestelde codering, plaats overeenkomstig de artikelen 41a en 41b.
**2.**
Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, dient aan de volgende eisen te worden voldaan:
a. de in artikel 33 genoemde bescheiden worden overgelegd;
b. het ongeldig verklaarde rijbewijs wordt overgelegd, tenzij uit het rijbewijzenregister blijkt dat het reeds is ingeleverd;
c. in het rijbewijzenregister is ten aanzien van de aanvrager een verklaring van geschiktheid geregistreerd voor de rijbewijscategorie B, waarbij de datum van de aanvraag van die verklaring moet liggen na de datum van het besluit tot oplegging van de verplichting tot deelname aan het alcoholslotprogramma, en de datum van registratie van die verklaring niet langer dan een jaar vóór de aanvraag van het rijbewijs mag liggen.
**3.** In aanvulling op het tweede lid dient ten aanzien van de aanvrager in het rijbewijzenregister een verklaring van rijvaardigheid voor de categorie B te zijn geregistreerd, waarbij de datum van de aanvraag van die verklaring moet liggen na het besluit tot oplegging van de verplichting tot deelname aan het alcoholslotprogramma, en de datum van registratie van die verklaring niet langer dan drie jaar vóór de aanvraag van het rijbewijs mag liggen, indien het rijbewijs bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, een rijbewijs betreft als bedoeld in respectievelijk de artikelen 44, eerste lid, 45, eerste lid, 46, eerste lid, 47, eerste lid, of 48, eerste lid, en dit rijbewijs niet voldoet aan de in respectievelijk de artikelen 44, 45, 46, 47 of 48 voor omwisseling gestelde eisen.
**4.** Voor de toepassing van het derde lid wordt met de daar bedoelde verklaring van rijvaardigheid gelijkgesteld een door het daartoe bevoegde militaire gezag niet langer dan zes maanden voor de aanvraag afgegeven bewijs van rijvaardigheid voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, waarbij de datum van de aanvraag van dat bewijs moet liggen na het besluit tot oplegging van de verplichting tot deelname aan het alcoholslotprogramma.
**5.**
Indien het over te leggen rijbewijs wegens vermissing of diefstal niet kan worden overgelegd, worden in plaats daarvan de volgende documenten overgelegd:
a. een proces-verbaal ter zake van vermissing of diefstal, in Nederland op ambtseed opgemaakt door de daartoe bevoegde algemeen of buitengewoon opsporingsambtenaar, waarin de omstandigheden waaronder het rijbewijs verloren is geraakt of teniet is gegaan, worden omschreven;
b. indien het over te leggen rijbewijs een rijbewijs betreft afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, een door dat gezag afgegeven gewaarmerkte verklaring waaruit van de afgifte en de geldigheid blijkt en waaruit tevens blijkt dat door dat gezag jegens de aanvrager geen maatregelen van bestuursrechtelijke of strafrechtelijke aard betreffende de beperking, schorsing, intrekking of nietigverklaring van de rijbevoegdheid zijn getroffen en dat bij dat gezag ook overigens geen bezwaar tegen afgifte van een rijbewijs bestaat.
**6.** Door een besluit als bedoeld in artikel 132b, eerste lid, van de wet vervallen verklaringen van geschiktheid die zijn geregistreerd voor dat besluit.
**7.** Indien de in het eerste lid bedoelde aanvrager niet aan de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde eis voldoet, kan hem een rijbewijs voor de categorie AM worden afgegeven. Indien het op grond van artikel 132b, tweede lid, van de wet ongeldig verklaarde rijbewijs een rijbewijs is als bedoeld in het derde lid, dient ten aanzien van de aanvrager wel een verklaring van rijvaardigheid voor de rijbewijscategorie AM te zijn geregistreerd.
### Artikel 41b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
Indien ten aanzien van de in artikel 41a, eerste lid, bedoelde aanvrager de in artikel 123b, eerste lid, van de wet bedoelde rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden, dient, naast de in artikel 41a, tweede lid, gestelde eisen, te worden voldaan aan de volgende eisen:
a. de in artikel 42b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring dient te worden overgelegd;
b. in het rijbewijzenregister dient een verklaring van rijvaardigheid te zijn geregistreerd voor de rijbewijscategorie B, waarbij de datum van de aanvraag van die verklaring moet liggen na het tijdstip waarop de in artikel 123b, eerste lid, van de wet bedoelde uitspraak onherroepelijk is geworden en de datum van registratie van die verklaring niet langer dan drie jaar voor de aanvraag mag liggen.
**2.** De artikelen 42b, vierde, vijfde en zevende lid, en 42c tot en met 42e zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 41c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Nadat ten aanzien van de aanvrager overeenkomstig artikel 132d, eerste of derde lid, van de wet door het CBR is geregistreerd dat de op het alcoholslotprogramma betrekking hebbende codering is vervallen, vindt een aanvraag tot afgifte van een rijbewijs zonder de voor het alcoholslotprogramma vastgestelde codering plaats overeenkomstig de artikelen 41c en 41d.
**2.**
De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, kan worden gedaan voor de volgende rijbewijscategorieën:
a. alle, dan wel een of meerdere categorieën waarvoor het eerder afgegeven rijbewijs tot het tijdstip van de ongeldigverklaring, bedoeld in artikel 132b, tweede lid, van de wet, geldig was;
b. alle, dan wel een of meerdere categorieën die al voor het in de onderdeel a bedoelde tijdstip van de ongeldigverklaring, bedoeld in artikel 132b, tweede lid, van de wet ongeldig zijn verklaard
I. wegens het niet verlenen van de vereiste medewerking aan een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer, een educatieve maatregel alcohol en verkeer of een onderzoek naar de geschiktheid,
II. wegens gebleken ongeschiktheid na een onderzoek naar de geschiktheid als bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet,
III. op grond van artikel 124, eerste lid, onderdeel d, van de wet, of
IV. indien betrokkene bij een aanvraag tot vernieuwing van het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs door het niet aanvragen van de vereiste verklaring van geschiktheid heeft afgezien van vernieuwing van een of meer categorieën.
**3.**
Bij de aanvraag van een rijbewijs in de in het tweede lid bedoelde gevallen dient te zijn voldaan aan de volgende eisen:
a. de aanvrager overlegt, behoudens de in artikel 33 genoemde bescheiden, tevens het aan hem afgegeven rijbewijs met de voor deelname aan het alcoholslotprogramma vastgestelde codering;
b. in het rijbewijzenregister is ten aanzien van de aanvrager een verklaring van geschiktheid geregistreerd voor de categorie of categorieën, bedoeld in het tweede lid, waarop de aanvraag betrekking heeft, met uitzondering van de categorie AM, waarbij de datum van registratie niet langer dan een jaar vóór de aanvraag mag liggen.
**4.** Indien het rijbewijs wegens vermissing of diefstal niet kan worden overgelegd, wordt in plaats daarvan overgelegd een proces-verbaal ter zake van vermissing of diefstal, in Nederland op ambtseed opgemaakt door een daartoe bevoegd algemeen of buitengewoon opsporingsambtenaar, waarin de omstandigheden waaronder het rijbewijs verloren is geraakt of teniet is gegaan, worden omschreven.
### Artikel 41d
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.**
Indien ten aanzien van de in artikel 41c, eerste lid, bedoelde aanvrager de in artikel 123b, eerste lid, van de wet bedoelde rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden, dient, naast de in artikel 41c, derde lid, onderdelen a en b, gestelde eisen, bij de aanvraag:
a. ten aanzien van de aanvrager in het rijbewijzenregister een verklaring van rijvaardigheid te zijn geregistreerd voor de zwaarste categorie die op de in artikel 42b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring is vermeld en waarop de aanvraag betrekking heeft, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar vóór de aanvraag mag liggen en waarbij de datum van registratie tevens moet liggen na de datum waarop de in artikel 123b, eerste lid, van de wet bedoelde uitspraak onherroepelijk is geworden;
b. ten aanzien van de aanvrager een verklaring van geschiktheid te zijn geregistreerd voor elke rijbewijscategorie waarop de aanvraag betrekking heeft, waarbij:
I. de datum van de aanvraag van die verklaring moet liggen na de datum van het besluit, bedoeld in artikel 132d, eerste of derde lid, van de wet, en
II. de datum van registratie niet langer dan een jaar voor de aanvraag mag liggen.
**2.** Het eerste lid, onderdeel b, geldt niet indien de zwaarste rijbewijscategorie de rijbewijscategorie B of AM betreft.
**3.** Artikel 41c, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Indien ten tijde van de aanvraag, bedoeld in artikel 41c, eerste lid, de in artikel 42b, tweede lid, onderdeel c, onder I, bedoelde verklaring van rijvaardigheid zijn geldigheid heeft verloren, kan alleen een rijbewijs worden aangevraagd voor de rijbewijscategorieën B en AM.
### Artikel 42
@ -977,9 +1043,10 @@ Bij de aanvraag dienen te worden overgelegd:
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier volgens door het CBR vastgesteld model;
b. I. indien aan de aanvrager in Nederland de status van diplomatiek of consulair ambtenaar is toegekend of de aanvrager behoort tot het gezin van een persoon aan wie in Nederland de status van diplomatiek of consulair ambtenaar is toegekend, een door Onze Minister van Buitenlandse Zaken afgegeven verklaring waaruit zulks blijkt;
II. indien de aanvrager lid is van een in het kader van het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag, nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, in Nederland gelegerde krijgsmacht, lid is van de tot die krijgsmacht behorende civiele dienst of behoort tot het gezin van een lid van een krijgsmacht als hiervoor bedoeld of tot het gezin van een tot de civiele dienst van zodanige krijgsmacht behorende persoon, een door de betrokken basiscommandant ondertekende verklaring waaruit zulks blijkt;
c. indien de aanvraag wordt gedaan met het oog op de aanvraag van een rijbewijs als bedoeld in de artikelen 42b, eerste lid, of 42d, eerste lid, dient de aanvrager tevens te overleggen de in artikel 42b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring.
c. indien de aanvraag wordt gedaan met het oog op de aanvraag van een rijbewijs als bedoeld in de artikelen 42b, eerste lid, of 42d, eerste lid, dient de aanvrager tevens te overleggen de in artikel 42b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring;
d. indien de aanvraag wordt gedaan met het oog op de aanvraag van een rijbewijs, bedoeld in de artikelen 41b, eerste lid, of 41d, eerste lid, dient de aanvrager tevens te overleggen de in artikel 42b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring.
**3.** Het tweede lid, onderdeel *a*, geldt niet indien de aanvraag langs geautomatiseerde weg wordt ingediend.
**3.** Het tweede lid, onderdeel a, geldt niet indien de aanvraag langs geautomatiseerde weg wordt ingediend.
**4.** Bij de aanvraag van een verklaring van rijvaardigheid raadpleegt het CBR de in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens ingeschreven persoonsgegevens van de aanvrager.
@ -1010,7 +1077,8 @@ Voor toelating tot het theorie-examen dienen te worden overgelegd:
a. een op naam van de aanvrager gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur;
b. I. indien aan de aanvrager in Nederland de status van diplomatiek of consulair ambtenaar is toegekend of de aanvrager behoort tot het gezin van een persoon aan wie in Nederland de status van diplomatiek of consulair ambtenaar is toegekend, een door Onze Minister van Buitenlandse Zaken afgegeven verklaring waaruit zulks blijkt;
II. indien de aanvrager lid is van een in het kader van het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag, nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, in Nederland gelegerde krijgsmacht, lid is van de tot die krijgsmacht behorende civiele dienst of behoort tot het gezin van een lid van een krijgsmacht als hiervoor bedoeld of tot het gezin van een tot de civiele dienst van zodanige krijgsmacht behorende persoon, een door de betrokken basiscommandant ondertekende verklaring waaruit zulks blijkt;
c. indien de aanvraag wordt gedaan met het oog op de aanvraag van een rijbewijs, bedoeld in artikel 42a, eerste lid, dient de aanvrager tevens te overleggen de in artikel 42b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring.
c. indien de aanvraag wordt gedaan met het oog op de aanvraag van een rijbewijs, bedoeld in artikel 42a, eerste lid, dient de aanvrager tevens te overleggen de in artikel 42b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring;
d. indien de aanvraag wordt gedaan met het oog op de aanvraag van een rijbewijs, bedoeld in de artikelen 41b, eerste lid, of 41d, eerste lid, dient de aanvrager tevens te overleggen de in artikel 42b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring.
**2.** Voor de toelating tot het theorie-examen raadpleegt het CBR de in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens ingeschreven persoonsgegevens van de aanvrager.
@ -1132,7 +1200,7 @@ b. een in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid v
**8.**
In afwijking van het eerste en het derde tot en met zevende lid moet voor toelating tot het praktijkexamen in verband met een aanvraag van een rijbewijs als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, zijn voldaan aan de volgende eisen:
In afwijking van het eerste en het derde tot en met zevende lid moet voor toelating tot het praktijkexamen in verband met de aanvraag van een rijbewijs als bedoeld in de artikelen 41b, eerste lid, 41d, eerste lid, of 42a, eerste lid, zijn voldaan aan de volgende eisen:
a. de aanvrager dient een op naam van de aanvrager gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht te overleggen;
b. de aanvrager dient de in artikel 42b, tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring te overleggen;
@ -1359,7 +1427,7 @@ Indien de aanvrager op basis van het in artikel 94 bedoelde onderzoek een medede
### Artikel 97
**1.** Verklaringen van geschiktheid worden op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief door het CBR in het rijbewijzenregister geregistreerd ten behoeve van een ieder die voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen. Het CBR doet van deze registratie mededeling aan de aanvrager.
**1.** Verklaringen van geschiktheid worden op aanvraag, alsmede op in dit hoofdstuk vastgestelde wijze, en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief door het CBR in het rijbewijzenregister geregistreerd ten behoeve van een ieder die voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen. Het CBR doet van deze registratie mededeling aan de aanvrager.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt ten behoeve van degene wiens rijbewijs op grond van artikel 132, tweede lid, van de wet ongeldig is verklaard wegens het niet-verlenen van de vereiste medewerking aan de hem opgelegde verplichting zich te onderwerpen aan een educatieve maatregel ter bevordering van de geschiktheid, gedurende een periode van ten hoogste drie jaren na de ongeldigverklaring van het rijbewijs geen verklaring van geschiktheid in het rijbewijzenregister geregistreerd zo lang hij niet alsnog aan die verplichting heeft voldaan.
@ -1367,6 +1435,13 @@ Indien de aanvrager op basis van het in artikel 94 bedoelde onderzoek een medede
**4.** In afwijking van het eerste en derde lid wordt ten behoeve van degene die niet heeft meegewerkt aan een keuring of een onderzoek door gebruik te maken van het blokkeringsrecht bedoeld in artikel 7:464, tweede lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek, gedurende een periode van één jaar na de datum van de keuring of het onderzoek geen verklaring van geschiktheid in het rijbewijzenregister geregistreerd.
**5.**
In afwijking van het eerste lid wordt ten behoeve van degene wiens rijbewijs op grond van artikel 132, tweede lid, van de wet ongeldig is verklaard wegens het niet verlenen van de vereiste medewerking aan de hem opgelegde verplichting zich te onderwerpen aan het alcoholslotprogramma, gedurende een periode van ten hoogste vijf jaren na die ongeldigverklaring geen verklaring van geschiktheid geregistreerd zolang de aanvrager niet heeft voldaan aan artikel 103, tweede en derde lid. Hetzelfde geldt voor degene aan wie:
a. overeenkomstig artikel 118, derde lid, van de wet dan wel op grond van artikel 134, zevende lid, van de wet, de verplichting is opgelegd tot deelname aan het alcoholslotprogramma, maar die binnen een periode van vijf jaren na de oplegging van de verplichting tot deelname aan het alcoholslotprogramma niet heeft voldaan aan artikel 103, tweede of derde lid, of
b. na die periode van vijf jaar alsnog de verplichting opgelegd is tot deelname aan het alcoholslotprogramma.
### Artikel 98
Het voor de aanvraag van verklaringen van geschiktheid verschuldigde tarief wordt vastgesteld door het CBR onder goedkeuring van Onze Minister. Het tarief dient door de aanvrager te worden voldaan door aankoop van een aanvraagformulier volgens door het CBR vastgesteld model door het verschuldigde bedrag over te maken op een door het CBR aangewezen bankrekening.
@ -1456,15 +1531,42 @@ b. de eigen verklaring, indien geen vordering als bedoeld in artikel 101, eerste
Indien het de registratie betreft van een verklaring of van verklaringen van geschiktheid in verband met een aanvraag als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, wordt, indien de aanvrager zijn geschiktheid heeft aangetoond, ten behoeve van de aanvrager ook voor alle lichtere categorieën waarop deze aanvraag mede betrekking heeft, een verklaring van geschiktheid geregistreerd in het rijbewijzenregister. Beperkende coderingen op het eerder afgegeven, ongeldig geworden, rijbewijs dan wel geregistreerd in het rijbewijzenregister bij een of meer rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, worden overgenomen op de verklaring of verklaringen van geschiktheid in het kader van de aanvraag als bedoeld in de vorige volzin.
**2.** Indien naar het oordeel van het CBR redelijke grond bestaat voor de verwachting dat de aanvrager slechts aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voldoet voor een daarbij te bepalen termijn die korter is dan de in artikel 122, eerste lid, van de wet voorziene geldigheidsduur, registreert het CBR die termijn in het rijbewijzenregister binnen de in het eerste lid aangegeven termijn.
**2.**
**3.** Indien de aanvrager naar het oordeel van het CBR aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen ten aanzien van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, slechts kan voldoen indien het door hem te besturen motorrijtuig aan bepaalde eisen voldoet dan wel indien de aanvrager bij het besturen gebruik maakt van kunst- of hulpmiddelen, is het, ten einde de aard van de mogelijke aanpassingen aan het motorrijtuig of van de door de aanvrager te gebruiken kunst- of hulpmiddelen vast te stellen, bevoegd technisch onderzoek te verrichten of te doen verrichten dan wel van de aanvrager te vorderen dat deze zich onderwerpt aan een rijproef.
Indien het de registratie van een verklaring van geschiktheid betreft nadat aan de aanvrager overeenkomstig artikel 118, derde lid, van de wet dan wel op grond van de artikelen 132b, eerste lid, of 134, zevende lid, van de wet de verplichting is opgelegd tot deelname aan het alcoholslotprogramma, wordt ten aanzien van de aanvrager een verklaring van geschiktheid voor de rijbewijscategorie B geregistreerd, indien:
**4.** Indien de aanvrager naar het oordeel van het CBR aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, slechts voldoet indien het door hem te besturen motorrijtuig aan bepaalde eisen voldoet dan wel indien de aanvrager bij het besturen gebruik maakt van kunst- of hulpmiddelen, registreert het CBR binnen de in het eerste lid aangegeven termijn de noodzakelijk geachte aanpassingen aan het motorrijtuig dan wel de door de bestuurder te gebruiken kunst- of hulpmiddelen in het rijbewijzenregister door middel van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.
a. ten aanzien van betrokkene is geregistreerd dat hij het formulier, bedoeld in artikel 132c, eerste lid, onderdeel c, van de wet heeft teruggezonden aan het CBR,
b. ten aanzien van betrokkene is geregistreerd dat hij een alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, van de wet heeft laten inbouwen in een of meer motorrijtuigen van de in artikel 132a bedoelde categorie, en
c. ten aanzien van betrokkene is geregistreerd dat hij de in het besluit, bedoeld in artikel 132b, eerste lid, van de wet aangegeven kosten op de in dat besluit aangegeven wijze heeft betaald aan het CBR.
**5.** Indien de aanvrager naar het oordeel van het CBR aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, slechts voldoet indien hij het motorrijtuig bestuurt binnen een geografisch beperkt gebied, registreert het CBR binnen de in het eerste lid aangegeven termijn dat gebied in het rijbewijzenregister door middel van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.
De verklaring van geschiktheid wordt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken nadat is voldaan aan deze eisen, geregistreerd.
**6.** Indien de aanvrager naar het oordeel van het CBR aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen slechts voldoet indien hij het door hem te besturen motorrijtuig gebruikt voor privé doeleinden, registreert het CBR binnen de in het eerste lid aangegeven termijn die beperking in het rijbewijzenregister door middel van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.
**3.** Op de in het tweede lid bedoelde verklaring van geschiktheid wordt door middel van de voorgeschreven codering aangegeven dat alleen een motorrijtuig van de categorie B met het opgegeven kenteken mag worden bestuurd waarin een alcoholslot is ingebouwd.
**4.** Indien op het eerder aan de aanvrager afgegevenrijbewijs vermeldingen of beperkende coderingen in de vorm van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering, anders dan de voor het alcoholslotprogramma vastgestelde codering, waren aangebracht, worden deze coderingen overgenomen op de in het tweede lid bedoelde verklaring van geschiktheid.
**5.** Indien het de registratie van een verklaring van geschiktheid betreft met het oog op een aanvraag als bedoeld in de artikelen 41c of 41d, wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken nadat het CBR op basis van artikel 132d, eerste of derde lid, van de wet heeft besloten dat er geen aanleiding is tot verlenging van het alcoholslotprogramma, ten aanzien van de aanvrager voor een of meerdere van de categorieën A, B of E bij B een verklaring van geschiktheid geregistreerd. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
**6.**
In afwijking van het vijfde lid wordt een verklaring van geschiktheid zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken nadat een geneeskundig verslag volgens door het CBR vastgesteld model is overgelegd, geregistreerd, indien:
a. de aanvrager de leeftijd van 65 maar nog niet die van 70 jaren heeft bereikt, en het ongeldig verklaarde rijbewijs zijn geldigheid zou verliezen op of na de dag waarop hij de leeftijd van 70 jaren bereikt,
b. de aanvrager de leeftijd van 70 jaren heeft bereikt,
c. de aanvraag mede betrekking heeft op een van de rijbewijscategorieën C, C1, D, D1, E bij C, E bij C1, E bij D en E bij D1, dan wel
d. blijkens een aantekening in het rijbewijzenregister naar het oordeel van het CBR de registratie van een dergelijke verklaring noodzakelijk is op grond van bij het CBR bekend zijnde gegevens met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de aanvrager.
**7.** Op het geneeskundig verslag, bedoeld in het zesde lid, is artikel 100, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
**8.** Indien naar het oordeel van het CBR redelijke grond bestaat voor de verwachting dat de aanvrager slechts aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voldoet voor een daarbij te bepalen termijn die korter is dan de in artikel 122, eerste lid, van de wet voorziene geldigheidsduur, registreert het CBR die termijn in het rijbewijzenregister binnen de in het eerste lid aangegeven termijn.
**9.** Indien de aanvrager naar het oordeel van het CBR aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen ten aanzien van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, slechts kan voldoen indien het door hem te besturen motorrijtuig aan bepaalde eisen voldoet dan wel indien de aanvrager bij het besturen gebruik maakt van kunst- of hulpmiddelen, is het, ten einde de aard van de mogelijke aanpassingen aan het motorrijtuig of van de door de aanvrager te gebruiken kunst- of hulpmiddelen vast te stellen, bevoegd technisch onderzoek te verrichten of te doen verrichten dan wel van de aanvrager te vorderen dat deze zich onderwerpt aan een rijproef.
**10.** Indien de aanvrager naar het oordeel van het CBR aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, slechts voldoet indien het door hem te besturen motorrijtuig aan bepaalde eisen voldoet dan wel indien de aanvrager bij het besturen gebruik maakt van kunst- of hulpmiddelen, registreert het CBR binnen de in het eerste lid aangegeven termijn de noodzakelijk geachte aanpassingen aan het motorrijtuig dan wel de door de bestuurder te gebruiken kunst- of hulpmiddelen in het rijbewijzenregister door middel van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.
**11.** Indien de aanvrager naar het oordeel van het CBR aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, slechts voldoet indien hij het motorrijtuig bestuurt binnen een geografisch beperkt gebied, registreert het CBR binnen de in het eerste lid aangegeven termijn dat gebied in het rijbewijzenregister door middel van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.
**12.** Indien de aanvrager naar het oordeel van het CBR aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen slechts voldoet indien hij het door hem te besturen motorrijtuig gebruikt voor privé doeleinden, registreert het CBR binnen de in het eerste lid aangegeven termijn die beperking in het rijbewijzenregister door middel van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.
**7.** Het CBR kan de in dit artikel genoemde termijnen verlengen als de ontvangen gegevens onvolledig zijn.
@ -1575,7 +1677,7 @@ Degene die een rijbewijs afgeeft tegen overlegging van een in een andere lid-sta
### Artikel 118a
**1.** Degene die een rijbewijs afgeeft tegen overlegging van een eerder afgegeven rijbewijs waarin vermeldingen of beperkende aantekeningen in de vorm van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering zijn aangebracht, neemt die codering of coderingen over in het af te geven rijbewijs.
**1.** Degene die een rijbewijs afgeeft tegen overlegging van een eerder afgegeven rijbewijs waarin vermeldingen of beperkende aantekeningen in de vorm van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering zijn aangebracht, dan wel een rijbewijs afgeeft op basis van een aanvraag als bedoeld in artikel 41a, neemt die codering of coderingen over in het af te geven rijbewijs.
**2.** Indien het eerder afgegeven rijbewijs niet kan worden overgelegd omdat het verloren is geraakt of teniet is gegaan, neemt degene die een rijbewijs afgeeft de in het rijbewijzenregister opgenomen vermeldingen of beperkende aantekeningen in de vorm van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering over in het af te geven rijbewijs.
@ -1689,6 +1791,8 @@ c. de overige ontvreemde, vermiste of vernietigde materialen.
## Hoofdstuk VI. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid
### Afdeling 1
### Artikel 131
Tot het doen van de schriftelijke mededeling, bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de wet zijn bevoegd:
@ -1702,6 +1806,8 @@ d. de directeur van het CBR.
Bij de uitvoering van de maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid raadpleegt het CBR de in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens ingeschreven persoonsgegevens van betrokkene.
### Afdeling 2
### Artikel 132
**1.** Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de in artikel 130, eerste lid, van de wet bedoelde mededeling legt het CBR in de bij ministeriële regeling aangegeven gevallen betrokkene de verplichting op zich te onderwerpen aan een educatieve maatregel of maatregelen. Zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de volledige betaling van de kosten van de educatieve maatregel of maatregelen stelt het CBR het tijdstip waarop en de plaats waar betrokkene de opgelegde educatieve maatregel of maatregelen dient te ondergaan, vast. Het wijst daarbij tevens de tot toepassing van die maatregel of maatregelen bevoegde deskundigen aan.
@ -1712,11 +1818,86 @@ Bij de uitvoering van de maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid raadpleegt h
**4.** De bevindingen van de met de toepassing van de educatieve maatregelen belaste deskundige of deskundigen worden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken aan het CBR medegedeeld. Het CBR stelt op basis van die bevindingen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na de ontvangst ervan, vast of betrokkene aan de hem opgelegde verplichtingen heeft voldaan.
### Afdeling 3
#### Paragraaf 1. Algemeen
### Artikel 132a
**1.** Een alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, eerste lid, van de wet wordt alleen ingebouwd in motorrijtuigen van de rijbewijscategorie B, met uitzondering van driewielige motorrijtuigen die onder deze rijbewijscategorie vallen.
**2.** Het in het eerste lid bedoelde alcoholslot wordt door betrokkene gehuurd of gekocht van de erkenninghouder, bedoeld in artikel 132f, eerste lid, van de wet of van de erkenninghouder, bedoeld in artikel 132k, eerste lid, van de wet.
**3.**
Door betrokkene wordt met de in het tweede lid bedoelde erkenninghouder een contract afgesloten. In dit contract worden in ieder geval afspraken gemaakt over:
a. de inbouw, de kalibratie, het uitlezen, het onderhoud, de vervanging en de uitbouw van het alcoholslot;
b. de wijze van betaling van de kosten verbonden aan het alcoholslot en eventueel bijkomende kosten;
c. de consequenties van verkoop of diefstal van, dan wel schade aan, het motorrijtuig waarin het alcoholslot is ingebouwd.
**4.**
Bij het verzoek tot inbouw van een alcoholslot dient door of namens degene aan wie het CBR de verplichting tot deelname aan het alcoholslotprogramma is opgelegd, te worden overgelegd:
a. het burgerservicenummer of de persoonssleutel, van de persoon aan wie de verplichting tot deelname aan het alcoholslotprogramma is opgelegd;
b. het kentekenbewijs van het motorrijtuig, waarin het alcoholslot moet worden ingebouwd.
**5.** Bij het afhalen van het motorrijtuig waarin het alcoholslot is ingebouwd, dient degene aan wie de verplichting tot deelname aan het alcoholslotprogramma is opgelegd, in persoon te verschijnen, zich te legitimeren aan de hand van een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht, de instructie te volgen over de werking en het gebruik van het alcoholslot en een verklaring van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld model te ondertekenen dat hij die instructie heeft ontvangen.
### Artikel 132b
**1.** Het CBR bepaalt de periodes waarbinnen de betrokken rijbewijshouder het alcoholslot moet laten uitlezen, en het tijdstip waarop en de plaats waar hij zich dient te melden voor een gesprek of bijeenkomst.
**2.** Indien betrokkene niet op de vastgestelde plaats en tijd aanwezig is voor het gesprek of de bijeenkomst, wordt daarvan door de aangewezen deskundige respectievelijk die erkenninghouder onverwijld mededeling gedaan aan het CBR.
**3.** Indien betrokkene niet op de vastgestelde tijd en plaats aanwezig is voor het gesprek, worden tijd en plaats zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na de ontvangst van het afwezigheidsbericht opnieuw vastgesteld, tenzij naar het oordeel van het CBR geen sprake was van een geldige reden van verhindering.
**4.** Op basis van de mededeling, bedoeld in het tweede lid stelt het CBR zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van die mededeling, vast of betrokkene aan de hem opgelegde verplichtingen heeft voldaan.
#### Paragraaf 2. Alcoholslotregister
### Artikel 132c
**1.**
In het in artikel 129a, eerste lid, van de wet bedoelde alcoholslotregister worden de volgende gegevens geregistreerd:
a. geslachtsnaam, voorvoegsels, eerste voornaam voluit, voorletters van eventuele overige voornamen, burgerlijke staat, plaats en datum en eventueel land van geboorte, geslacht en het burgerservicenummer of persoonssleutel van degene aan wie een rijbewijs is afgegeven;
b. indien in het oude rijbewijs diens adellijke titel of predicaat waren vermeld, adellijke titel of predicaat;
c. het bedrijfsnummer van de erkenninghouder, bedoeld in artikel 132k, eerste lid, van de wet waaruit de naam, het adres, de postcode en de plaats waar de werkplaats is gevestigd blijkt of waaruit blijkt van welke werkplaats door de mobiele installatie-eenheid gebruik is gemaakt;
d. de naam van de persoon die een of meer van de in artikel 132k, eerste lid, van de wet bedoelde werkzaamheden heeft uitgevoerd;
e. datum van inbouw, inclusief kalibratie en, indien nodig justering, en het merk, type, typegoedkeuringsnummer en serienummer van het ingebouwde alcoholslot;
f. het kenteken van het motorrijtuig waarin het alcoholslot is ingebouwd;
g. gegevens omtrent autorisaties van werkplaatsen waar alcoholsloten kunnen worden ingebouwd, gekalibreerd, getest, uitgelezen, onderhouden, vervangen en uitgebouwd, alsmede omtrent medewerkers van die werkplaatsen die bevoegd zijn tot deze activiteiten;
h. de datum waarop het alcoholslot is uitgelezen, inclusief de kalibratie en zonodig justering, alsmede de gegevens die overeenkomstig Annex 2 bij bijlage 1 bij de Regeling voertuigen in het alcoholslot worden geregistreerd;
i. data van eventueel onderhoud, anders dan de periodieke kalibratie, van het ingebouwde alcoholslot en de reden hiervan en de daarop volgende kalibratie en zo nodig justering;
j. de datum van een eventuele vervanging van het alcoholslot en de reden daarvan, alsmede van de daarop volgende kalibratie en zo nodig justering;
k. gegevens betreffende onregelmatigheden met betrekking tot de bedrading, de behuizing, de aansluitpunten, de software, of de verzegeling, al dan niet in gecodeerde vorm;
l. de datum van beëindiging van het alcoholslotprogramma;
m. de datum van de uitbouw van het alcoholslot of de alcoholsloten.
**2.** De in het eerste lid, onderdelen a, b, e, f, en h tot en met m, bedoelde gegevens worden verwijderd tien jaar na de beëindiging van het alcoholslotprogramma, bedoeld in artikel 132d, eerste of derde lid, van de wet, of de beslissing tot beëindiging van het alcoholslotprogramma wegens het niet verlenen van de vereiste medewerking, bedoeld in artikel 132, tweede lid, van de wet of indien betrokkene is overleden.
### Artikel 132d
Het CBR verwerkt in het alcoholslotregister de gegevens, genoemd in artikel 132c, onderdelen a, b en l.
### Artikel 132e
De erkenninghouder, bedoeld in artikel 132k, eerste lid, van de wet verwerkt in het alcoholslotregister de gegevens genoemd in artikel 132c, onderdelen c tot en met k en m.
### Artikel 132f
De Dienst Wegverkeer verwerkt in het alcoholslotregister de gegevens, genoemd in artikel 132c, onderdelen g en k.
### Afdeling 4
### Artikel 133
**1.**
Tijdstip en plaats van het in artikel 131 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid of, indien het onderzoek in gedeelten plaatsvindt, van die gedeelten, worden door het CBR vastgesteld:
Tijdstip en plaats van het in artikel 133 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid of, indien het onderzoek in gedeelten plaatsvindt, van die gedeelten, worden door het CBR vastgesteld:
a. in de in artikel 131, eerste lid, van de wet bedoelde gevallen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de volledige betaling van de kosten van het onderzoek, in die gevallen waarin betaling voor rekening van betrokkene komt;
b. in de overige gevallen zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na het besluit als bedoeld in artikel 131, eerste lid, van de wet.
@ -1727,7 +1908,7 @@ b. in de overige gevallen zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken n
### Artikel 134
**1.** Het in artikel 131 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid omvat een theorie-gedeelte en een praktijk-gedeelte.
**1.** Het in artikel 133 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid omvat een theorie-gedeelte en een praktijk-gedeelte.
**2.** Indien het onderzoek betrekking heeft op meerdere rijbewijscategorieën, wordt de kennis van de theorie van alle categorieën gezamenlijk onderzocht.
@ -1739,7 +1920,7 @@ b. in de overige gevallen zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken n
### Artikel 134a
Indien het in artikel 131 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid een onderzoek betreft op basis van feiten of omstandigheden die het rijgedrag betreffen, dan bestaat het onderzoek alleen uit een praktijkonderzoek. Artikel 134, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Indien het in artikel 133 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid een onderzoek betreft op basis van feiten of omstandigheden die het rijgedrag betreffen, dan bestaat het onderzoek alleen uit een praktijkonderzoek. Artikel 134, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 135
@ -1767,7 +1948,7 @@ Indien het in artikel 131 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid e
### Artikel 136
**1.** Het in artikel 131 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid vindt plaats aan de hand van de bij ministeriële regeling ter uitvoering van de artikelen 60a tot en met 64, 69a en 70 vastgestelde eisen met betrekking tot de rijvaardigheid.
**1.** Het in artikel 133 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid vindt plaats aan de hand van de bij ministeriële regeling ter uitvoering van de artikelen 60a tot en met 64, 69a en 70 vastgestelde eisen met betrekking tot de rijvaardigheid.
**2.** In afwijking van het eerste lid vindt het in artikel 134a bedoelde onderzoek plaats aan de hand van de bij ministeriële regeling ter uitvoering van de artikelen 60a tot en met 64, 69a en 70 vastgestelde eisen met betrekking tot het onderdeel rijgedrag.
@ -1802,7 +1983,7 @@ b. degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, indien het niet voor all
### Artikel 142
Het in artikel 131 van de wet bedoelde onderzoek naar de geschiktheid vindt plaats aan de hand van de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid en mag slechts betreffen:
Het in artikel 133 van de wet bedoelde onderzoek naar de geschiktheid vindt plaats aan de hand van de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid en mag slechts betreffen:
a. indien betrokkene de leeftijd van 70 jaren nog niet heeft bereikt, de punten waaromtrent in de eigen verklaring vragen zijn gesteld;
b. indien betrokkene de leeftijd van 70 jaren heeft bereikt, bovendien de punten waaromtrent in het geneeskundig verslag vragen zijn gesteld.
@ -1862,7 +2043,7 @@ Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen verwerkt in het rijbewijzenr
a. de aanvraag van rijbewijzen, bedoeld in artikel 113, eerste lid, van de wet;
b. de afgifte van rijbewijzen, bedoeld in artikel 116, eerste lid, van de wet;
c. de inlevering van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 120, tweede lid, 124, vierde lid, en 132, vijfde lid, onderdeel b, van de wet;
c. de inlevering van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 120, tweede lid, en 124, vierde lid, van de wet;
d. de ongeldigverklaring van rijbewijzen, bedoeld in artikel 124, tweede lid, van de wet;
e. beperking van de geldigheidsduur op grond van de in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van geschiktheid;
f. vermissing of diefstal, bedoeld in artikel 145, onderdeel k;
@ -1894,12 +2075,13 @@ Het CBR verwerkt in het rijbewijzenregister gegevens omtrent:
a. de verklaring van rijvaardigheid;
b. de verklaring van geschiktheid;
c. de schorsing van de geldigheid van rijbewijzen, bedoeld in artikel 131, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, van de wet;
d. de inlevering van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 124, vierde lid, 131, derde lid, onderdeel b, en 132, vijfde lid, onderdeel a, van de wet;
e. de teruggave van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 131, derde lid, onderdeel c, vierde lid en vijfde lid, en 134, vierde lid, van de wet;
f. de ongeldigverklaring van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 124, eerste lid, onder d, 132, tweede lid, en 134, derde lid, van de wet;
g. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel l,
h. de aantekening, bedoeld in artikel 124, zevende en achtste lid, van de wet.
c. de schorsing van de geldigheid van rijbewijzen, bedoeld in artikel 131, tweede lid, onderdeel a, van de wet;
d. de inlevering van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 124, vierde lid, 131, tweede lid, onderdeel b, 132, vijfde lid, 132b, tweede lid, en 134, vierde lid van de wet;
e. de teruggave van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 131, tweede lid, onderdeel c, en 134, vierde lid, van de wet;
f. de ongeldigverklaring van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 124, eerste lid, onderdeel d, 132, tweede lid, 132b, tweede lid, 134, tweede lid, van de wet;
g. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel l;
h. de aantekening, bedoeld in de artikelen 124, zevende en achtste lid, 132b, vierde lid, en 134, zesde lid;
i. het opleggen van een alcoholslotprogramma krachtens artikel 118, derde lid, van de wet of op grond van de artikelen 131, eerste lid, aanhef en onderdeel b, of 134, zevende lid, onderdeel a, van de wet, alsmede de aanvang, het verlengen en het beëindigen ervan.
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens, gegevens betreffen omtrent rijbewijzen afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, wordt onder «verwerken» in het eerste lid, mede verstaan het melden van deze gegevens aan de Dienst Wegverkeer.
@ -1911,7 +2093,7 @@ a. de vordering tot overgifte van rijbewijzen, bedoeld in de artikelen 130, twee
b. het feitelijk innemen van die rijbewijzen;
c. het feitelijk innemen van rijbewijzen ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften;
d. het voldoen van de administratieve sanctie;
e. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel h.
e. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel l.
### Artikel 150
@ -1923,7 +2105,7 @@ a. de inhouding van rijbewijzen, bedoeld in artikel 164, vierde lid, van de wet;
b. de schorsing van de inhouding van rijbewijzen;
c. de teruggave van rijbewijzen die ingevorderd of ingehouden zijn geweest;
d. de oplegging van de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen;
e. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel h;
e. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel l;
f. de ongeldigheid van het rijbewijs ingevolge artikel 123b, van de wet, de datum van ingang van de ongeldigheid, bedoeld in dat artikel, en de aantekening ingevolge dat artikel.
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens, gegevens betreffen omtrent rijbewijzen afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, wordt onder «verwerken» in het eerste lid, mede verstaan het melden van deze gegevens aan de Dienst Wegverkeer.
@ -1937,7 +2119,7 @@ b. de datum waarop de inlevering dient plaats te vinden;
c. de duur van de inneming;
d. het bedrag van de verschuldigde sanctie;
e. het feitelijk innemen van rijbewijzen;
f. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel h;
f. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel l;
g. de teruggave van rijbewijzen die ingehouden zijn geweest.
### Artikel 152
@ -1954,7 +2136,8 @@ e. verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing ten behoeve va
i. een door de bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Gemeenschap overeenkomstig de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders aan de aanvrager afgegeven geldige kwalificatiekaart bestuurder;
ii. een buitenlands omwisselingscertificaat, dan wel
iii. een Nederlands omwisselingscertificaat.
iii. een Nederlands omwisselingscertificaat;
f. de verblijfplaats van rijbewijzen, bedoeld in artikel 145, onderdeel l.
**2.** De Dienst Wegverkeer verwerkt tevens de gegevens die op grond van artikel 148, tweede lid, door het CBR en op grond van artikel 150, tweede lid, door de officier van justitie aan hem zijn gemeld.
@ -1964,19 +2147,19 @@ Vervallen
### Artikel 153a
Indien een rijbewijs dat op grond van artikel 124, eerste lid, onderdeel d, van de wet voor ongeldigverklaring in aanmerking komt, niet ongeldig kan worden verklaard omdat het zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, plaatst het CBR in het rijbewijzenregister een aantekening waaruit blijkt dat de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs een verklaring van geschiktheid dient over te leggen voor iedere rijbewijscategorie waarop de aantekening betrekking heeft.
Indien een rijbewijs dat op grond van artikel 124, eerste lid, onderdeel d, van de wet voor ongeldigverklaring in aanmerking komt, niet ongeldig kan worden verklaard omdat het zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, plaatst het CBR in het rijbewijzenregister een aantekening waaruit blijkt dat ten aanzien van de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs een verklaring van geschiktheid dient te zijn geregistreerd voor iedere rijbewijscategorie waarop de aantekening betrekking heeft.
### Artikel 153b
Indien een rijbewijs dat op grond van artikel 132, tweede lid, van de wet voor ongeldigverklaring in aanmerking komt, niet ongeldig kan worden verklaard omdat het zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, plaatst het CBR in het rijbewijzenregister een aantekening waaruit blijkt dat de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs voor iedere rijbewijscategorie waarop het in artikel 131, eerste lid, van de wet bedoelde onderzoek betrekking had, al naar gelang de aard van het onderzoek hetzij een verklaring van rijvaardigheid en een verklaring van geschiktheid hetzij een verklaring van geschiktheid dient over te leggen.
Indien een rijbewijs dat op grond van artikel 132, tweede lid, van de wet voor ongeldigverklaring in aanmerking komt, niet ongeldig kan worden verklaard omdat het zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur of omdat het reeds van rechtswege ongeldig is geworden op grond van artikel 123b van de wet, plaatst het CBR in het rijbewijzenregister een aantekening waaruit blijkt dat ten aanzien van de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs voor iedere rijbewijscategorie waarop het in artikel 133, eerste lid, van de wet bedoelde onderzoek betrekking had, al naar gelang de aard van het onderzoek hetzij een verklaring van rijvaardigheid en een verklaring van geschiktheid hetzij een verklaring van geschiktheid moet zijn geregistreerd overeenkomstig de daarvoor vastgestelde regels.
### Artikel 153c
Indien een rijbewijs dat op grond van artikel 134, tweede lid, van de wet voor ongeldigverklaring in aanmerking komt, niet ongeldig kan worden verklaard omdat het zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, plaatst het CBR in het rijbewijzenregister een aantekening waaruit blijkt dat de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs voor iedere rijbewijscategorie waarvoor op grond van de uitslag van het in artikel 131, eerste lid, van de wet bedoelde onderzoek aanleiding tot ongeldigverklaring bestond, al naar gelang de aard van het onderzoek hetzij een verklaring van rijvaardigheid en een verklaring van geschiktheid hetzij een verklaring van geschiktheid dient over te leggen.
Indien een rijbewijs dat op grond van artikel 134, tweede lid, van de wet voor ongeldigverklaring in aanmerking komt, niet ongeldig kan worden verklaard omdat het zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur of omdat het reeds van rechtswege ongeldig is geworden op grond van artikel 123b van de wet, plaatst het CBR in het rijbewijzenregister een aantekening waaruit blijkt dat ten aanzien van de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs voor iedere rijbewijscategorie waarvoor op grond van de uitslag van het in artikel 131, eerste lid, van de wet bedoelde onderzoek, al naar gelang de aard van het onderzoek, hetzij een verklaring van geschiktheid en een verklaring van rijvaardigheid, hetzij een verklaring van geschiktheid moet zijn geregistreerd overeenkomstig de daarvoor vastgestelde regels.
### Artikel 153d
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Indien een rijbewijs dat op grond van artikel 132b, tweede lid, van de wet niet ongeldig kan worden verklaard omdat het zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur of omdat het op andere wijze reeds ongeldig is geworden, plaatst het CBR in het rijbewijzenregister een aantekening waaruit blijkt dat ten aanzien van de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs op grond van de artikelen 41a tot en met 41d alleen een verklaring van geschiktheid kan worden geregistreerd indien is voldaan aan artikel 103, tweede en derde lid.
### Artikel 154
@ -2615,7 +2798,7 @@ Een begeleiderspas wordt slechts afgegeven indien de aanvraag betrekking heeft o
a. die in het bezit is van een rijbewijs voor categorie B waarvan sinds de datum van eerste afgifte ten minste 5 jaren verstreken zijn en die de leeftijd van tenminste 27 jaren heeft bereikt;
b. van wie de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen niet op enig moment binnen een periode van vier jaren voorafgaand aan de aanvraag onherroepelijk is ontzegd;
c. van wie niet ingevolge artikel 130, tweede lid, van de wet de overgifte van het rijbewijs is gevorderd dan wel wiens rijbewijs is ingevorderd en aan wie dat rijbewijs niet is teruggegeven;
d. van wie niet ingevolge artikel 131, derde lid, onderdeel a, van de wet de geldigheid van het rijbewijs voor een of meer categorieën is geschorst;
d. van wie niet ingevolge artikel 131, het tweede lid, onderdeel a, van de wet de geldigheid van het rijbewijs voor een of meer categorieën is geschorst;
e. van wie niet ingevolge artikel 164, eerste lid, van de wet de overgifte van het rijbewijs is gevorderd dan wel het rijbewijs is ingevorderd en aan wie dat rijbewijs niet is teruggegeven;
f. van wie het rijbewijs zijn geldigheid niet op enig moment binnen een periode van vier jaren voorafgaand aan de aanvraag ingevolge artikel 123b, eerste lid, van de wet heeft verloren, dan wel ten aanzien van wie in die periode in het rijbewijzenregister een aantekening is gemaakt als bedoeld in artikel 123b, derde lid, van de wet;
g. aan wie niet op enig moment binnen een periode van vier jaren voorafgaand aan de aanvraag ingevolge artikel 132c, eerste lid, onder d, van de wet een rijbewijs is afgegeven waarop de bij ministeriële regeling vastgestelde codering voor het rijden met een alcoholslot is vermeld;