diff --git a/zbo/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2011/BWBR0029624/README.md b/zbo/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2011/BWBR0029624/README.md index 2ae8d421a89..78fa28444d8 100644 --- a/zbo/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2011/BWBR0029624/README.md +++ b/zbo/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2011/BWBR0029624/README.md @@ -36,7 +36,8 @@ q. *persoonskenmerkenbestand:* een bestand dat bestaat uit de opgave van de zorg r. *uitstroombestand:* een bestand waarin de zorgverzekeraar per gepseudonimiseerd burgerservicenummer de persoonskenmerken, bedoeld onder q, opgeeft van verzekerden die in enig jaar zijn uitgestroomd; s. *Referentiebestand Verzekerden Zorgverzekeringswet (RBVZ):* een bestand over enig jaar waarin per gepseudonimiseerd burgerservicenummer de in- en uitschrijfdatum en het UZOVI nummer van de verzekeraar van de verzekerde zijn vastgelegd; t. *verzekerde die in het buitenland woont:* een verzekerde die in Nederland werkt en in de Europese Unie, de Europees Economische Ruimte, Zwitserland of een verdragsland woont; -u. *vereveningsbijdrage:* de bijdrage bedoeld in paragraaf 4.2 van de Zorgverzekeringswet. +u. *vereveningsbijdrage:* de bijdrage bedoeld in paragraaf 4.2 van de Zorgverzekeringswet; +v. *VPPKB:* Verzekerde Periode en Persoonskenmerken Bestand: een bestand dat bestaat uit de opgave van de zorgverzekeraar van verzekerden mét een geverifieerd gepseudonimiseerd burgerservicenummer dat per geverifieerd gepseudonimiseerd burgerservicenummer de verzekerde periode, de persoonskenmerken geslacht, geboortemaand en geboortejaar, viercijferige postcode en gepseudonimiseerd adres bevat en de opgave van de zorgverzekeraar van verzekerden zonder een geverifieerd burgerservicenummer en verzekerden zonder burgerservicenummer dat per verzekerde de verzekerde periode, de persoonskenmerken geslacht, geboortemaand en geboortejaar en viercijferige postcode bevat. ### Artikel 2 @@ -333,21 +334,21 @@ Indien een zorgverzekeraar na de toekenning van de vereveningsbijdrage 2011 besl **1.** -De zorgverzekeraars leveren het persoonskenmerkenbestand 2011 op 1 juli 2011 bij het college aan. De peildatum van de opgave is de datum van nominale premieprolongatie voor de maand juni 2011. +De zorgverzekeraars leveren het persoonskenmerkenbestand 2011 op 15 juni 2011 bij het college aan. De zorgverzekeraars leveren het uitstroombestand 2011 op 1 juli 2012 bij het college aan. -**2.** Voor de vaststelling van het aantal verzekerden 2011 en de verzekeringsduur per verzekerde per zorgverzekeraar baseert het college zich op het RBVZ en de opgave van verzekerden die vanwege bijzondere omstandigheden niet over een burgerservicenummer beschikken. Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2011 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, wordt die periode voor het vaststellen van de verzekeringsduur verdeeld naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest. +**2.** Voor de vaststelling van het aantal verzekerden 2011 en de verzekeringsduur per verzekerde per zorgverzekeraar baseert het college zich op het VPPKB 2011, zoals zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2012. Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2011 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, wordt die periode voor het vaststellen van de verzekeringsduur verdeeld naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest. -**3.** Voor de vaststelling van de vereveningskenmerken per verzekerde naar risicoklasse leeftijd en geslacht 2011, naar regioklasse 2011, naar GGZ-regioklasse 2011, naar éénpersoonsadresklasse, naar jonger dan 18 jaarklasse en naar de verzekerdenaantallen van 18 jaar en ouder 2011, baseert het college zich op het persoonskenmerkenbestand 2011 en het uitstroombestand 2011. In het geval een verzekerde niet is opgenomen in het persoonskenmerkenbestand 2011 en het uitstroombestand 2011 maakt het college indien mogelijk gebruik van de gegevens uit het persoonskenmerkenbestand 2012. In het geval een verzekerde ook niet is opgenomen in het persoonskenmerkenbestand 2012, maakt het college indien mogelijk gebruik van de gegevens uit het persoonskenmerkenbestand 2010. +**3.** Voor de vaststelling van de vereveningskenmerken per verzekerde naar risicoklasse leeftijd en geslacht 2011, naar regioklasse 2011, naar GGZ-regioklasse 2011, naar éénpersoonsadresklasse, naar jonger dan 18 jaarklasse en naar de verzekerdenaantallen van 18 jaar en ouder 2011, baseert het college zich op het persoonskenmerkenbestand 2011. In het geval een verzekerde niet is opgenomen in het persoonskenmerkenbestand 2011 maakt het college gebruik van de gegevens uit het VPPKB 2011. **4.** Voor de vaststelling van de aard van het inkomenklasse baseert het college zich voor de zelfstandigen op de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst en voor de overige inkomstenbronnen op de gepseudonimiseerde opgave van het UWV. Voor de opgave van het UWV of de Belastingdienst naar inkomensbron in het jaar 2011, bedoeld in de vorige volzin, hanteert het college de peildatum 30 juni 2011. Indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, maakt het college voor verzekerden uit die gemeente indien mogelijk gebruik van de gegevens zoals bekend uit 2010, met als peildatum 30 juni 2010. Het college hanteert per verzekerde voor de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als gebruikt voor de opgave van het UWV. **5.** Voor de vaststelling van de sociaal economische statusklasse baseert het college zich voor het inkomen op de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst over 2010. In het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2010, maakt het college gebruik van de opgave over 2009. In het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2009, maakt het college gebruik van de opgave over 2008. -**6.** Voor de vaststelling van de GGZ-kosten lage drempelklasse en de GGZ-kosten hoge drempelklasse, baseert het college zich op de opgave door zorgverzekeraars per 1 juni 2012 van declaraties van dbc’s geneeskundige GGZ die in 2010 geopend zijn en van overige declaraties geneeskundige GGZ over 2010. +**6.** Voor de vaststelling van de GGZ-kosten lage drempelklasse en de GGZ-kosten hoge drempelklasse baseert het college zich op declaraties 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2012 bij het college hebben aangeleverd. -**7.** Het college bepaalt per zorgverzekeraar het aantal verzekerden voor het deelbedrag kosten van B-dbc’s, voor het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en voor het deelbedrag kosten van overige prestaties als volgt. Voor elke verzekerde uit het persoonskenmerkenbestand 2011 bepaalt het college in welke klasse een verzekerde valt. Het college classificeert de verzekerden naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht, naar aard van het inkomenklasse, naar regioklasse, naar FKG klasse, naar DKG klasse en naar sociaal economische statusklasse. Het college bepaalt de leeftijd op basis van de geboortemaand en het geboortejaar. Het college hanteert daarbij als peildatum 30 juni 2011. +**7.** Het college bepaalt per zorgverzekeraar het aantal verzekerden voor het deelbedrag kosten van B-dbc’s, voor het deelbedrag variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp en voor het deelbedrag kosten van overige prestaties als volgt. Voor elke verzekerde uit het VPPKB 2011 bepaalt het college in welke klasse een verzekerde valt. Het college classificeert de verzekerden naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht, naar aard van het inkomenklasse, naar regioklasse, naar FKG klasse, naar DKG klasse en naar sociaal economische statusklasse. Het college bepaalt de leeftijd op basis van de geboortemaand en het geboortejaar. Het college hanteert daarbij als peildatum 30 juni 2011. **8.** @@ -370,8 +371,8 @@ i. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor verg ii. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als kliniekverpakkingen; iii. middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen. c. Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG aan een verzekerde toe. -d. Het college koppelt de opgave onder a met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het persoonskenmerkenbestand 2011 en het uitstroombestand 2011 en bepaalt op basis hiervan en met behulp van de drempel onder c per verzekerde in welke FKG klasse en FKG GGZ klasse de verzekerde valt. -e. Op basis van het onder d bepaalde stelt het college het aantal verzekerden 2010 per FKG 2011 met inachtneming van het bepaalde met betrekking tot de samenloop van FKG’s, bedoeld in artikel 5, tweede lid vast. Het college wijst verzekerden 2010 in 2011 per FKG 2011, zoals bepaald onder d, toe aan een zorgverzekeraar met behulp van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer, het persoonskenmerkenbestand 2011 en het uitstroombestand 2011. +d. Het college koppelt de opgave onder a met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2011 en bepaalt op basis hiervan en met behulp van de drempel onder c per verzekerde in welke FKG klasse en FKG GGZ klasse de verzekerde valt. +e. Op basis van het onder d bepaalde stelt het college het aantal verzekerden 2010 per FKG 2011 met inachtneming van het bepaalde met betrekking tot de samenloop van FKG’s, bedoeld in artikel 5, tweede lid vast. Het college wijst verzekerden 2010 in 2011 per FKG 2011, zoals bepaald onder d, toe aan een zorgverzekeraar met behulp van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer. f. Het college bepaalt voor verzekerden die in 2011 in het buitenland wonen het gewicht op 45% van het gewicht voor FKG 0 geen FKG. g. Het college bepaalt voor verzekerden die in 2011 in het buitenland wonen het gewicht FKG GGZ op EUR 0,00. h. Tot slot worden de verzekerdenaantallen 2011 per FKG 2011 en per FKG GGZ 2011 gesommeerd. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur zoals vastgesteld in het tweede lid. @@ -381,18 +382,20 @@ h. Tot slot worden de verzekerdenaantallen 2011 per FKG 2011 en per FKG GGZ 2011 Voor de voorlopige vaststelling van de bijdrage aan een zorgverzekeraar bepaalt het college het aantal verzekerden per DKG 2011 per zorgverzekeraar als volgt: a. Uitgangspunt is de opgave van de zorgverzekeraar per 1 juni 2012 van de declaraties van alle dbc’s die in 2010 geopend zijn. Op basis daarvan bepaalt het college het aantal verzekerden per DKG 2011 volgens de indeling in artikel 5, derde lid. -b. Het college wijst verzekerden 2010 in 2011 per DKG 2011, zoals bepaald onder a, toe aan een zorgverzekeraar met behulp van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer, het persoonskenmerkenbestand 2011 en het uitstroombestand 2011. +b. Het college wijst verzekerden 2010 in 2011 per DKG 2011, zoals bepaald onder a, toe aan een zorgverzekeraar met behulp van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer met het VPPKB 2011. c. Het college bepaalt voor verzekerden die in 2011 in het buitenland wonen het gewicht op 55% van het gewicht voor DKG 0. d. Tot slot worden per zorgverzekeraar de verzekerdenaantallen 2011 per DKG 2011 opgeteld. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid. -**12.** Het college bepaalt met behulp van opgaven van de Belastingdienst en het UWV, het RBVZ over 2011, het persoonskenmerkenbestand 2011 en het uitstroombestand 2011 de aantallen verzekerden per aard van het inkomenklasse 2011 en sociaal economische statusklasse 2011. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid. +**12.** Het college bepaalt met behulp van opgaven van de Belastingdienst en het UWV en het persoonskenmerkenbestand 2011 de aantallen verzekerden per aard van het inkomenklasse 2011 en sociaal economische statusklasse 2011. In het geval een verzekerde niet is opgenomen in het persoonskenmerkenbestand 2011 maakt het college gebruik van de gegevens uit het VPPKB 2011. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid. -**13.** Het college bepaalt met behulp van het RBVZ over 2011, de opgave van de Belastingdienst en de opgave van de zorgverzekeraars naar viercijferige postcode van het adres waar de verzekerde woonachtig is, de aantallen verzekerden naar regioklasse 2011 en de aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder naar GGZ regioklasse. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid. +**13.** Het college bepaalt met behulp van het VPPKB over 2011, de opgave van de Belastingdienst en de opgave van de zorgverzekeraars naar viercijferige postcode van het adres waar de verzekerde woonachtig is, de aantallen verzekerden naar regioklasse 2011 en de aantallen verzekerden van 18 jaar en ouder naar GGZ regioklasse. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid. -**14.** Het college bepaalt met behulp van het RBVZ over 2011, de opgave van de Belastingdienst en de opgave van de zorgverzekeraars van het adres waar de verzekerde woonachtig is, de aantallen verzekerden naar éénpersoonsadresklasse. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid. +**14.** Het college bepaalt met behulp van het VPPKB over 2011, de opgave van de Belastingdienst en de opgave van de zorgverzekeraars van het adres waar de verzekerde woonachtig is, de aantallen verzekerden naar éénpersoonsadresklasse. Hierbij telt de verzekerde mee voor de verzekeringsduur, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid. **15.** Het college bepaalt met behulp van de opgave door zorgverzekeraars per 1 juni 2012 van declaraties van dbc’s geneeskundige GGZ die in 2010 geopend zijn en van overige declaraties geneeskundige GGZ over 2010 de aantallen verzekerden naar de GGZ-kosten lage drempelklasse en de GGZ-kosten hoge drempelklasse. +**16.** Het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer of zonder geverifieerd burgerservicenummer uitsluitend in bij de vereveningskenmerken leeftijd en geslacht en regio. + ### Artikel 18 **1.** Het college bepaalt op basis van de opgave jaarstaat 2011 per 1 juni 2012 per zorgverzekeraar en voor het totaal van de zorgverzekeraars de kosten van B-dbc’s 2011, met inachtneming van de artikelen 3.11 en 3.12 van de Regeling zorgverzekering. @@ -582,10 +585,12 @@ Het college herberekent het normatieve bedrag voor de tweede keer voorlopig met ### Artikel 26 -**1.** Het college betrekt de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast, het uitstroombestand 2012 en de opgave door zorgverzekeraars per 1 november 2012 van verzekerden die vanwege bijzondere omstandigheden niet over een burgerservicenummer beschikken 2011 bij de verzekerdenaantallen zoals berekend op grond van artikel 17. +**1.** Het college betrekt de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast bij de verzekerdenaantallen. **2.** Voor de sociaal economische statusklasse betrekt het college voor het inkomen de opgave van de Belastingdienst over 2011 bij de verzekerdenaantallen. Indien een verzekerde niet is opgenomen in de opgave voor 2011, maakt het college gebruik van de opgave voor 2010. Indien een verzekerde niet is opgenomen in de opgave voor 2010, maakt het college gebruik van de opgave voor 2009. +**3.** Voor de vaststelling van de GGZ-kosten lage drempelklasse en de GGZ-kosten hoge drempelklasse, baseert het college zich op declaraties 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2012, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het college hebben aangeleverd. + ### Artikel 27 **1.**