From 53f4a55042e85e94167c1a8a44b2f8caf135a1c2 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Aug 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-08-01 | BWBR0017017 | Wet kinderopvang --- wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md | 38 ++++++++++++++++++++++ 1 file changed, 38 insertions(+) diff --git a/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md b/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md index be1b54127cd..35aeb0c3ac6 100644 --- a/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md +++ b/wet/wet-kinderopvang/BWBR0017017/README.md @@ -1254,6 +1254,44 @@ Een voordracht voor een krachtens deze afdeling vast te stellen algemene maatreg De artikelen 3.1 tot en met 3.6 vervallen drie jaar na inwerkingtreding van de wet van 18 juli 2009 tot wijziging van de Wet kinderopvang in verband met een herziening van het stelsel van gastouderopvang (Stb. 345). +### Artikel 3.6a + +**1.** In afwijking van artikel 1.5, eerste lid, onder b, heeft een ouder voor het berekeningsjaar 2010 tevens aanspraak op kinderopvangtoeslag in de door hem of zijn partner te betalen kosten jegens het Rijk onderscheidenlijk aanspraak op een tegemoetkoming in de door hem of zijn partner te betalen kosten van kinderopvang jegens de gemeente of jegens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, indien het betreft gastouderopvang, die plaatsvindt door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau, in een of meer voorzieningen voor gastouderopvang die niet in het register kinderopvang zijn opgenomen onder voorwaarde dat is voldaan aan artikel 1.56b, derde, vierde en vijfde lid. + +**2.** Voor zover er geen uniek nummer is verstrekt als bedoeld in artikel 1.10, is dat artikel niet van toepassing gedurende het berekeningsjaar 2010. + +**3.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2016. + +### Artikel 3.6b + +**1.** + +Voorzieningen voor gastouderopvang die niet zijn opgenomen in het register kinderopvang, worden voor de toepassing van artikel 1.5, eerste lid, onder b, gelijk gesteld met een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang op voorwaarde dat: + +a. van de gastouder die de opvang verzorgt in een gelijkgestelde voorziening één voorzienig voor gastouderopvang is opgenomen in het register kinderopvang; en +b. de gelijkgestelde voorzieningen voor gastouderopvang voldoen aan het bepaalde bij of krachtens de paragrafen 2 en 3 van afdeling 3 van hoofdstuk 1. + +**2.** + +Indien opvang plaatsvindt in meer dan een voorzienig van gastouderopvang heeft een aanvraag als bedoeld in artikel 1.45, tweede lid, betrekking: + +a. op het woonadres van de gastouder, indien de gastouderopvang zal plaatsvinden op zowel het woonadres van de gastouder als op het woonadres van een of meer ouders; of +b. op een van de woonadressen van de ouders, indien de gastouderopvang uitsluitend zal plaatsvinden op twee of meer woonadressen van ouders. + +**3.** Indien de gastouder van wie een voorziening voor gastouderopvang met het woonadres van een ouder is ingeschreven in het register kinderopvang, na die inschrijving tevens opvang gaat bieden op het eigen woonadres, wordt dit aangemerkt als een wijziging in de gegevens als bedoeld in artikel 1.47, eerste lid. + +**4.** Op het in exploitatie nemen van een op grond van het eerste lid gelijkgestelde voorziening voor gastouderopvang zijn de artikelen 1.45 tot en met 1.47a niet van toepassing. + +**5.** Een ouder die gebruik maakt van een of meer voorzieningen die zijn gelijkgesteld op grond van het eerste lid, verstrekt het in artikel 1.10 bedoelde unieke nummer dat is afgegeven voor de geregistreerde voorziening bedoeld in het eerste lid, onder a, eveneens ten aanzien van de gelijkgestelde voorzieningen. + +**6.** Dit artikel geldt vanaf het berekeningsjaar 2011 en vervalt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarbij de verschillende leden op verschillende tijdstippen kunnen vervallen. + +### Artikel 3.6c + +**1.** De in artikel 1.61, eerste lid, genoemde toezichthouder kan in afwijking van artikel 1.62 tevens ten aanzien van een op grond van artikel 3.6b, eerste lid, gelijkgestelde voorziening voor gastouderopvang onderzoeken of de exploitatie van deze voorziening redelijkerwijs plaatsvindt in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens de paragrafen 2 en 3 van afdeling 3 van hoofdstuk 1. De artikelen 1.61, 1.62, derde lid, en 1.63 tot en met 1.66 zijn met ingang van 1 januari 2011 van overeenkomstige toepassing op een op grond van artikel 3.6b, eerste lid, gelijkgestelde voorziening voor gastouderopvang. + +**2.** Dit artikel vervalt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. + ### Artikel 3.7 **1.** Afdeling 2 en artikel 1.86 zijn gedurende ten hoogste zes maanden na het tijdstip van hun inwerkingtreding niet van toepassing op een ouder als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder h en i, die gebruik maakt van kinderopvang die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten behoeve van die ouder is bekostigd op grond een vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet gesloten schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Werkloosheidswet respectievelijk artikel 22a, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.