From 53f6bedc2a99f79c44570f9b2f7f05a14924f1b1 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 9 Jan 2003 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2003-01-09 | BWBR0002844 | Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 --- .../BWBR0002844/README.md | 2 +- 1 file changed, 1 insertion(+), 1 deletion(-) diff --git a/wet/wet-uitkeringen-vervolgingsslachtoffers-1940-1945/BWBR0002844/README.md b/wet/wet-uitkeringen-vervolgingsslachtoffers-1940-1945/BWBR0002844/README.md index 2828b15fad8..c8be18dd9d5 100644 --- a/wet/wet-uitkeringen-vervolgingsslachtoffers-1940-1945/BWBR0002844/README.md +++ b/wet/wet-uitkeringen-vervolgingsslachtoffers-1940-1945/BWBR0002844/README.md @@ -312,7 +312,7 @@ d. de overige inkomsten, met uitzondering van inkomsten van de echtgenoot van de -a. De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, bezitten. Deze inkomsten worden jaarlijks bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat van het aldus berekende bedrag f 1428 per 1 januari 2002: € 675,22. per jaar wordt vrijgelaten. +a. De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, bezitten. Deze inkomsten worden jaarlijks bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat van het aldus berekende bedrag f 1428 per 1 januari 2003: € 698,15. per jaar wordt vrijgelaten. b. Indien na het tijdstip van de aanvraag aan de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot andere vermogensbestanddelen toevallen, worden de inkomsten uit het vermogen opnieuw berekend overeenkomstig het bepaalde onder *a*. c. Wijziging van het vermogen, anders dan bedoeld onder *b*, geeft geen aanleiding tot herziening van de overeenkomstig dit lid, onder *a* en *b* vastgestelde inkomsten, tenzij het vermogen, door oorzaken gelegen in factoren waarop de uitkeringsgerechtigde generlei invloed heeft kunnen uitoefenen, zodanig is verminderd, dat dit tot een klaarblijkelijke hardheid zou leiden. Bij de beoordeling hiervan wordt rekening gehouden met de totale vermogens- en inkomstenpositie van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot.