2014-09-13 | BWBR0012066 | Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
This commit is contained in:
parent
07e58c46b6
commit
5401eb9167
1 changed files with 7 additions and 7 deletions
|
|
@ -210,18 +210,18 @@ De waarde in het economische verkeer van opgebouwde aanspraken uit een pensioenr
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van artikel 3.127, eerste en vierde lid, van de wet, verstrekt de verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdelen a en b, van de wet aan de belastingplichtige een opgave van de aan een kalenderjaar toe te rekenen aangroei van het bedrag van de jaarlijkse uitkeringen van de aan hem toekomende aanspraken die recht geven op een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom, voor zover deze aangroei het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in het kalenderjaar.
|
||||
**1.** Voor de toepassing van artikel 3.127, eerste en vierde lid, van de wet, verstrekt de verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdelen a en b, van de wet aan de belastingplichtige een opgave van de aan het voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen aangroei van het bedrag van de jaarlijkse uitkeringen van de aan hem toekomende aanspraken die recht geven op een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom, voor zover deze aangroei het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in dat voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aan een kalenderjaar toe te rekenen pensioenaangroei, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald als volgt en vervolgens vermenigvuldigd met 35/37:
|
||||
De aan het voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen pensioenaangroei, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald als volgt en vervolgens vermenigvuldigd met 35/37:
|
||||
|
||||
a. bij een aan een beschikbare premie gerelateerde levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom: door de op het kalenderjaar betrekking hebbende premies te vermenigvuldigen met de volgende factor:
|
||||
b. bij overige aan het inkomen gerelateerde levenslange inkomensvoorzieningen bij ouderdom: door het opbouwpercentage van het kalenderjaar van de aan de belastingplichtige toekomende pensioenaanspraken te vermenigvuldigen met de pensioengrondslag van het kalenderjaar.
|
||||
a. bij een aan een beschikbare premie gerelateerde levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom: door de op het voorafgaande kalenderjaar betrekking hebbende premies te vermenigvuldigen met de volgende factor:
|
||||
b. bij overige aan het inkomen gerelateerde levenslange inkomensvoorzieningen bij ouderdom: door het opbouwpercentage van het voorafgaande kalenderjaar van de aan de belastingplichtige toekomende pensioenaanspraken te vermenigvuldigen met de pensioengrondslag van het voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**3.** De opgave van de pensioenaangroei wordt door de verzekeraar binnen tien maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de pensioenaangroei betrekking heeft, aan de belastingplichtige verstrekt.
|
||||
|
||||
**4.** De pensioengrondslag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt bepaald door het pensioengevend inkomen van het kalenderjaar te verminderen met het in het kalenderjaar ingevolge de pensioenregeling in aanmerking genomen bedrag ter zake van uitkeringen als bedoeld in artikel 9 van de Algemene Ouderdomswet.
|
||||
**4.** De pensioengrondslag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt bepaald door het pensioengevend inkomen van het voorafgaande kalenderjaar te verminderen met het in het voorafgaande kalenderjaar ingevolge de pensioenregeling in aanmerking genomen bedrag ter zake van uitkeringen als bedoeld in artikel 9 van de Algemene Ouderdomswet.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -275,7 +275,7 @@ f. de waardedaling van de aandelen of winstbewijzen bij de niet in Nederland won
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een in het eerste bedoelde titel betreft:
|
||||
Een in het eerste lid bedoelde titel betreft:
|
||||
|
||||
a. een overgang onder algemene titel;
|
||||
b. een overgang krachtens erfrecht onder bijzondere titel;
|
||||
|
|
@ -476,7 +476,7 @@ b. van de eerststervende van twee of meer personen, wordt gelijkgesteld met een
|
|||
Bij de bepaling van de omvang van hetgeen op de belastingplichtige aan uitgaven voor specifieke zorgkosten drukt blijven buiten beschouwing:
|
||||
|
||||
a. bijzondere bijstand in de zin van artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de Wet werk en bijstand die, ondanks een aanspraak op deze bijzondere bijstand, niet is genoten en niet wordt genoten;
|
||||
b. tegemoetkomingen als bedoeld in de artikelen 2 en 10 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten en artikel XXXIIID van het Belastingplan 2014.
|
||||
b. tegemoetkomingen als bedoeld in de artikelen 2 en 11a van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, artikel 63a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 65l van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 67i van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 3:75 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en artikel XXXIIID van het Belastingplan 2014.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue