2016-03-31 | BWBR0025028 | Mediawet 2008
This commit is contained in:
parent
fbfb7c8581
commit
5418709042
1 changed files with 236 additions and 17 deletions
|
|
@ -22,9 +22,12 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- *aanbieder van een omroepzender:* natuurlijke persoon of rechtspersoon die transmissiecapaciteit door middel van een omroepzender ter beschikking stelt;
|
||||
- *aanbodkanaal:* geordende geheel van media-aanbod dat onder een herkenbare naam via een elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel e, van de Telecommunicatiewet wordt aangeboden;
|
||||
- *alcoholhoudende drank:* alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;
|
||||
- *catch-up:* afname als mediadienst op aanvraag van media-aanbod gedurende een beperkte periode die begint tijdens of kort na de verspreiding van dat media-aanbod op een programmakanaal;
|
||||
- *commerciële mediadienst:* mediadienst die verzorgd wordt op grond van hoofdstuk 3;
|
||||
- *commerciële media-instelling:* natuurlijke persoon of rechtspersoon die een commerciële mediadienst verzorgt en die voor de toepassing van deze wet onder de bevoegdheid van Nederland valt;
|
||||
- *Commissariaat:* Commissariaat voor de Media, genoemd in artikel 7.1;
|
||||
- *concessiebeleidsplan:* concessiebeleidsplan als bedoeld in artikel 2.20;
|
||||
- *concessiebeleidsplan RPO:* concessiebeleidsplan RPO als bedoeld in artikel 2.60l;
|
||||
- *dagbladmarkt:* door het Stimuleringsfonds voor de journalistiek, genoemd in artikel 8.1, vastgestelde gemiddelde betaalde oplage, in een kalenderjaar, van persorganen die bestemd zijn voor het publiek in Nederland en ten minste zes keer per week verschijnen;
|
||||
- *erkenningperiode:* periode als bedoeld in artikel 2.29, eerste lid;
|
||||
- *Europese richtlijn:* Richtlijn 2010/13/EU van 10 maart 2010 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten);
|
||||
|
|
@ -63,6 +66,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
a. de keuze van het media-aanbod; en
|
||||
b. de ordening van het media-aanbod in een chronologisch schema voor wat betreft programma’s, of in een catalogus voor wat betreft het media-aanbod van mediadiensten op aanvraag;
|
||||
- *regionale publieke media-instelling:* instelling die op grond van titel 2.3 is aangewezen voor de verzorging van een regionale publieke mediadienst;
|
||||
- *RPO:* Stichting Regionale Publieke Omroep;
|
||||
- *sluikreclame:* het anders dan op grond van deze wet vermelden of tonen van namen, (beeld)merken, producten, diensten of activiteiten van personen, bedrijven of instellingen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daarmee wordt beoogd of mede wordt beoogd reclame te maken, met dien verstande dat het oogmerk in elk geval aanwezig is als de vertoning of vermelding tegen betaling of soortgelijke vergoeding geschiedt;
|
||||
- *sponsoring:* het verstrekken van financiële of andere bijdragen door een onderneming of een natuurlijke persoon die zich gewoonlijk niet bezighoudt met de verzorging van mediadiensten of media-aanbod, ten behoeve van de totstandkoming of aankoop van media-aanbod, teneinde de verspreiding daarvan naar het algemene publiek of een deel daarvan te bevorderen of mogelijk te maken;
|
||||
- *sportwedstrijd:* wedstrijd of de voorbereiding op een wedstrijd, georganiseerd door of onder auspiciën van de door het NOC*NSF erkende nationale sportorganisaties en hun geledingen, of door vergelijkbare internationale, al dan niet overkoepelende sportorganisaties, dan wel een andere wedstrijd of de voorbereiding op een wedstrijd van een sport die door het NOC*NSF als sport is aangemerkt;
|
||||
|
|
@ -895,7 +899,185 @@ e. de naleving van de gedragscode, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid.
|
|||
|
||||
### Titel 2.3. Regionale en lokale publieke mediadiensten
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.3.1. Aanwijzing
|
||||
#### Paragraaf 2.3.1. Stichting Regionale Publieke Omroep
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60a
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wijst een stichting aan als het samenwerkings- en coördinatieorgaan voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau, bedoeld in artikel 2.1.
|
||||
|
||||
**2.** De stichting, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van deze wet aangeduid als de RPO.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De RPO wordt belast met de volgende taken:
|
||||
|
||||
a. het bevorderen van samenwerking en coördinatie met het oog op de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau;
|
||||
b. het behartigen van zaken die van gemeenschappelijk belang zijn voor de regionale publieke mediadienst en de regionale publieke media-instellingen;
|
||||
c. het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten en het vaststellen van normen voor de honorering van freelancers, mede in naam van de regionale publieke media-instellingen;
|
||||
d. het bevorderen van een doelmatige inzet van de gelden die bestemd zijn voor de verzorging en verspreiding van het media-aanbod en het bevorderen van geïntegreerde financiële verslaglegging en verantwoording;
|
||||
e. het inrichten, in stand houden, beheren en exploiteren en regelen van het gebruik van organen, diensten en faciliteiten, waaronder studio’s en distributie-infrastructuren, die nodig zijn voor een goede uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau; en
|
||||
f. andere taken waarmee zij bij de wet wordt belast.
|
||||
|
||||
**4.** De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is niet van toepassing op de RPO.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60b
|
||||
|
||||
De organen van de RPO zijn een raad van toezicht en een bestuur.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60c
|
||||
|
||||
**1.** De raad van toezicht van de RPO bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier andere leden die op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit worden benoemd, geschorst en ontslagen.
|
||||
|
||||
**2.** De gezamenlijke ondernemingsraden van de regionale publieke media-instellingen kunnen voor benoeming van een van de andere leden personen aanbevelen.
|
||||
|
||||
**3.** Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het lidmaatschap van de raad van toezicht van de RPO is onverenigbaar met:
|
||||
|
||||
a. het lidmaatschap van het bestuur van de RPO;
|
||||
b. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een publieke media-instelling;
|
||||
c. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een commerciële media-instelling;
|
||||
d. het lidmaatschap van een van beide Kamers der Staten-Generaal, een provinciaal bestuur of een gemeentebestuur;
|
||||
e. een dienstbetrekking bij een ministerie of bij een dienst, instelling of bedrijf vallende onder de verantwoordelijkheid van een Minister; en
|
||||
f. het hebben van financiële of andere belangen bij bedrijven of instellingen en het vervullen van nevenfuncties waardoor een goede vervulling van de functie of de handhaving van de onafhankelijkheid van het betrokken lid of van het vertrouwen daarin in het geding kan zijn.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Schorsing en ontslag zijn mogelijk wegens:
|
||||
|
||||
a. ongeschiktheid;
|
||||
b. disfunctioneren; en
|
||||
c. onverenigbaarheid als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Ontslag is verder mogelijk op eigen verzoek.
|
||||
|
||||
**4.** De leden van de raad van toezicht van de RPO ontvangen van de RPO een door Onze Minister vast te stellen vergoeding.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60e
|
||||
|
||||
**1.** De raad van toezicht van de RPO houdt toezicht op het beleid van het bestuur van de RPO, de algemene gang van zaken bij de RPO en de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau en staat het bestuur van de RPO met advies terzijde.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De raad van toezicht van de RPO is verder belast met:
|
||||
|
||||
a. het vaststellen van de jaarrekening van de RPO; en
|
||||
b. het wijzigen van de statuten van de RPO, op voorstel van het bestuur van de RPO.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht van de RPO zich naar het gemeenschappelijke belang van de regionale publieke mediadienst.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60f
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van de RPO bestaat uit ten hoogste zes leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht van de RPO.
|
||||
|
||||
**2.** Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.
|
||||
|
||||
**3.** Besluiten tot benoeming, schorsing of ontslag behoeven de instemming van Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60g
|
||||
|
||||
**1.** Voor het bestuur van de RPO is artikel 2.60d, eerste lid, onder c tot en met f, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Het lidmaatschap van het bestuur van de RPO is onverenigbaar met het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een publieke media-instelling, de regionale publieke media-instellingen uitgezonderd.
|
||||
|
||||
**3.** De leden van het bestuur van de RPO zijn in dienst van de RPO. De raad van toezicht van de RPO stelt hun arbeidsvoorwaarden vast.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 668a, eerste tot en met vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de leden van het bestuur van de RPO.
|
||||
|
||||
**5.** Een lid van het bestuur van de RPO kan niet na beëindiging van dat lidmaatschap voor een aansluitende periode worden benoemd als lid van de raad van toezicht van de RPO.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60h
|
||||
|
||||
**1.** Het bestuur van de RPO is belast met de uitvoering van de taken van de RPO.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Naast de andere taken en bevoegdheden die het bestuur van de RPO heeft op grond van deze wet, is hij belast met:
|
||||
|
||||
a. de dagelijkse leiding over de werkzaamheden van de RPO;
|
||||
b. het vaststellen van de regelingen die nodig zijn voor de uitvoering van de taken van de RPO;
|
||||
c. het vaststellen van het concessiebeleidsplan RPO;
|
||||
d. het aangaan van de prestatieovereenkomst, bedoeld in artikel 2.60n;
|
||||
e. het vaststellen van de begroting, bedoeld in artikel 2.169a; en
|
||||
f. het vaststellen van het jaarverslag, bedoeld in artikel 2.17, in samenhang met artikel 2.60j, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60i
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De volgende besluiten van het bestuur van de RPO behoeven de instemming van de raad van toezicht van de RPO:
|
||||
|
||||
a. de besluiten, bedoeld in het artikel 2.60h, tweede lid, onder c tot en met f;
|
||||
b. het doen van investeringen die een in de statuten van de RPO vastgesteld bedrag te boven gaan;
|
||||
c. het door de RPO aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon of vennootschap als die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de RPO of de regionale publieke media-instellingen;
|
||||
d. collectief ontslag van een aanmerkelijk aantal werknemers; en
|
||||
e. het vaststellen van ingrijpende wijzigingen in de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers.
|
||||
|
||||
**2.** De verdere werkwijze van de raad van toezicht van de RPO en het bestuur van de RPO wordt geregeld in de statuten en reglementen van de RPO.
|
||||
|
||||
**3.** In de statuten wordt in ieder geval geregeld op welke wijze de regionale publieke media-instellingen worden betrokken bij de besluitvorming van het bestuur van de RPO.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60j
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 2.15 tot en met 2.18, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing voor de RPO.
|
||||
|
||||
**2.** De raad van toezicht van de RPO en het bestuur van de RPO kunnen niet besluiten tot ontbinding van de RPO.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60k
|
||||
|
||||
Voor de verwezenlijking van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau wordt bij koninklijk besluit aan de RPO een concessie verleend die geldt voor tien jaar en in werking treedt met ingang van een in het koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60l
|
||||
|
||||
**1.** Voorafgaand aan de concessieverlening en vóór aanvang van de tweede periode van vijf jaar van de concessieperiode dient de RPO een concessiebeleidsplan RPO voor de komende vijf jaar in bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het concessiebeleidsplan RPO bevat in elk geval:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van de wijze waarop in de komende vijf jaar de publieke mediaopdracht op regionaal niveau wordt uitgevoerd, tevens uitgewerkt in kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van de regionale publieke mediadienst;
|
||||
b. aard en aantal van de programmakanalen en de daarvoor gewenste frequentieruimte;
|
||||
c. aard en aantal van de overige aanbodkanalen;
|
||||
d. een onderbouwd overzicht van de naar verwachting benodigde organisatorische, personele, materiële en financiële middelen; en
|
||||
e. een beschrijving van de samenwerking met de landelijke en lokale publieke media-instellingen en anderen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels gesteld worden over de inrichting van het concessiebeleidsplan RPO en het tijdstip van indiening.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van de RPO stelt het concessiebeleidsplan RPO vast na overleg met in elk geval de regionale publieke media-instellingen en, voor zover het de samenwerking betreft, de betrokken landelijke en lokale publieke media-instellingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60m
|
||||
|
||||
**1.** De RPO maakt het concessiebeleidsplan RPO openbaar.
|
||||
|
||||
**2.** Over het concessiebeleidsplan RPO vraagt Onze Minister advies aan het Commissariaat en de Raad voor cultuur.
|
||||
|
||||
**3.** Het concessiebeleidsplan RPO behoeft de instemming van Onze Minister voor zover het betreft de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.60l, tweede lid, onder b en c, waarbij de instemming geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in de Telecommunicatiewet.
|
||||
|
||||
**4.** Als de RPO wijzigingen wil aanbrengen in het door Onze Minister goedgekeurde deel van het concessiebeleidsplan RPO, dan neemt zij die op in de begroting. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60n
|
||||
|
||||
**1.** Mede op basis van het concessiebeleidsplan RPO sluiten Onze Minister en de RPO een prestatieovereenkomst voor de duur van het concessiebeleidsplan RPO.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De prestatieovereenkomst bevat afspraken over:
|
||||
|
||||
a. kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van de regionale publieke mediadienst;
|
||||
b. maatregelen bij niet naleving, voor zover mogelijk binnen het bepaalde bij of krachtens deze wet; en
|
||||
c. tussentijdse wijziging in verband met veranderende inzichten of omstandigheden.
|
||||
|
||||
**3.** De prestatieovereenkomst heeft geen betrekking op de inhoud van het media-aanbod van de regionale publieke mediadienst.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.60o
|
||||
|
||||
De regionale publieke media-instellingen verstrekken desgevraagd aan de raad van toezicht van de RPO, het bestuur van de RPO en de door hem daartoe aangewezen medewerkers van de RPO alle inlichtingen voor zover dat voor de vervulling van de taken van de raad van toezicht van de RPO en het bestuur van de RPO redelijkerwijs nodig is.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.3.1a. Aanwijzing van regionale of lokale publieke media-instelling
|
||||
|
||||
### Artikel 2.61
|
||||
|
||||
|
|
@ -967,7 +1149,7 @@ b. de termijn waarbinnen beslissingen op de aanvragen worden genomen;
|
|||
c. de termijn waarop adviezen als bedoeld in artikel 2.61, derde lid worden uitgebracht; en
|
||||
d. de termijn waarop beslissingen over aanwijzing of intrekking van een aanwijzing in werking treden.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.3.2. Media-aanbod
|
||||
#### Paragraaf 2.3.2. Media-aanbod van regionale of lokale publieke mediadienst
|
||||
|
||||
### Artikel 2.70
|
||||
|
||||
|
|
@ -1525,7 +1707,7 @@ d. de samenwerking met de in het vierde lid, onderdelen a en b, bedoelde instell
|
|||
|
||||
### Artikel 2.133
|
||||
|
||||
Op overeenkomsten ter zake van nevenactiviteiten die er toe strekken om rechten op en de bekendheid van media-aanbod dat voor de landelijke publieke mediadienst is verzorgd of daaraan verbonden namen en merken buiten de landelijke publieke mediadienst te exploiteren, zijn de artikelen 2.110 tot en met 2.112 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn, bedoeld in artikel 2.111, eerste en tweede lid, twee maanden is.
|
||||
Op overeenkomsten ter zake van nevenactiviteiten die er toe strekken om rechten op en de bekendheid van media-aanbod dat voor de landelijke publieke mediadienst is verzorgd of daaraan verbonden namen en merken buiten de publieke mediadienst te exploiteren, zijn de artikelen 2.110 tot en met 2.112 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn, bedoeld in artikel 2.111, eerste en tweede lid, twee maanden is.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.134
|
||||
|
||||
|
|
@ -1537,7 +1719,7 @@ Op overeenkomsten ter zake van nevenactiviteiten die er toe strekken om rechten
|
|||
|
||||
### Artikel 2.135
|
||||
|
||||
**1.** Tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald, gebruiken de NPO en de publieke media-instellingen al hun inkomsten voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht.
|
||||
**1.** Tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald, gebruiken de NPO, de RPO en de publieke media-instellingen al hun inkomsten voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht.
|
||||
|
||||
**2.** De landelijke publieke media-instelling die samenwerkingsomroep is, draagt ervoor zorg dat de omroepverenigingen die hij vertegenwoordigt, al hun inkomsten voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht gebruiken, tenzij bij of krachtens deze wet anders is bepaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1632,13 +1814,13 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.141
|
||||
|
||||
**1.** De NPO en de publieke media-instellingen zijn met al hun activiteiten niet dienstbaar aan het maken van winst door derden en tonen dat desgevraagd naar genoegen van het Commissariaat aan.
|
||||
**1.** De NPO, de RPO en de publieke media-instellingen zijn met al hun activiteiten niet dienstbaar aan het maken van winst door derden en tonen dat desgevraagd naar genoegen van het Commissariaat aan.
|
||||
|
||||
**2.** De landelijke publieke media-instelling die samenwerkingsomroep is, draagt ervoor zorg dat de omroepverenigingen die hij vertegenwoordigt, met al hun activiteiten niet dienstbaar zijn aan het maken van winst door derden en tonen dat desgevraagd naar genoegen van het Commissariaat aan.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.142
|
||||
|
||||
**1.** De NPO en de publieke media-instellingen zorgen er voor dat leden van hun organen, werknemers en andere personen of rechtspersonen waarmee een overeenkomst is gesloten met het oog op de uitvoering van de publieke mediaopdracht, voor zichzelf of voor anderen geen op geld waardeerbaar voordeel van derden bedingen of aanvaarden dat direct of indirect verband houdt met werkzaamheden van de betrokkene voor de instelling, tenzij het daartoe bevoegde orgaan van de instelling daarvoor toestemming heeft gegeven.
|
||||
**1.** De NPO, de RPO en de publieke media-instellingen zorgen er voor dat leden van hun organen, werknemers en andere personen of rechtspersonen waarmee een overeenkomst is gesloten met het oog op de uitvoering van de publieke mediaopdracht, voor zichzelf of voor anderen geen op geld waardeerbaar voordeel van derden bedingen of aanvaarden dat direct of indirect verband houdt met werkzaamheden van de betrokkene voor de instelling, tenzij het daartoe bevoegde orgaan van de instelling daarvoor toestemming heeft gegeven.
|
||||
|
||||
**2.** Toestemming wordt alleen gegeven als de betrokkene aannemelijk maakt dat het voordeel niet is bedoeld als tegenprestatie voor het door hem in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor de instelling bevoordelen van derden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1650,7 +1832,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De NPO, de landelijke en regionale publieke media-instellingen en de instellingen die door Onze Minister zijn aangewezen voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren, van een media-archief en van een expertisecentrum voor media-educatie, richten hun bestuurlijke organisatie zodanig in dat overeenkomstig hun statuten en reglementen:
|
||||
De NPO, de RPO, de landelijke en regionale publieke media-instellingen en de instellingen die door Onze Minister zijn aangewezen voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren, van een media-archief en van een expertisecentrum voor media-educatie, richten hun bestuurlijke organisatie zodanig in dat overeenkomstig hun statuten en reglementen:
|
||||
|
||||
a. er een helder onderscheid is tussen het dagelijks bestuur en het toezichthoudende orgaan;
|
||||
b. deugdelijk, onafhankelijk en deskundig toezicht wordt uitgeoefend; en
|
||||
|
|
@ -1666,7 +1848,7 @@ c. de leden van het toezichthoudende orgaan worden benoemd op basis van vooraf v
|
|||
|
||||
### Artikel 2.143
|
||||
|
||||
**1.** De NPO en de publieke media-instellingen voorzien op onafhankelijke wijze in de uitvoering van de publieke mediaopdracht en hebben daarvoor op de wijze zoals geregeld in deze wet aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas die een kwalitatief hoogwaardig media-aanbod mogelijk maakt en waardoor continuïteit van financiering gewaarborgd is.
|
||||
**1.** De NPO, de RPO en de publieke media-instellingen voorzien op onafhankelijke wijze in de uitvoering van de publieke mediaopdracht en hebben daarvoor op de wijze zoals geregeld in deze wet aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas die een kwalitatief hoogwaardig media-aanbod mogelijk maakt en waardoor continuïteit van financiering gewaarborgd is.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht en ter bestrijding van de overige kosten, bedoeld in artikel 2.146, worden onder de naam «rijksmediabijdrage» jaarlijks gelden beschikbaar gesteld door Onze Minister.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1902,7 +2084,7 @@ c. de financiering van de door het Commissariaat aan te houden rekening-courantv
|
|||
|
||||
Onze Minister kan, voor zover dat de financiering van de rekening-courantverhouding niet in gevaar brengt, uit de algemene mediareserve gelden ter beschikking stellen ten behoeve van:
|
||||
|
||||
a. de NPO en de landelijke en regionale publieke media-instellingen en;
|
||||
a. de NPO, de RPO en de landelijke en regionale publieke media-instellingen en;
|
||||
b. de door hem aangewezen instellingen voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren, van een media-archief en van een expertisecentrum voor media-educatie.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister stelt gelden ten behoeve van de landelijke publieke media-instellingen door tussenkomst van het Commissariaat ter beschikking aan de raad van bestuur. Artikel 2.152a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
|
@ -1913,7 +2095,7 @@ b. de door hem aangewezen instellingen voor het in stand houden en exploiteren v
|
|||
|
||||
**1.** Renteopbrengsten uit het beheer van de algemene mediareserve zijn bestemd voor door Onze Minister te bepalen mediadoeleinden in brede zin.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan uit de renteopbrengsten gelden ter beschikking stellen aan de NPO en aan de landelijke en regionale publieke media-instellingen.
|
||||
**2.** Onze Minister kan uit de renteopbrengsten gelden ter beschikking stellen aan de NPO, de RPO en aan de landelijke en regionale publieke media-instellingen.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 2.167, tweede en derde lid, is van toepassing met dien verstande dat de toepassing van het derde lid uitsluitend betrekking heeft op de regionale publieke media-instellingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1927,6 +2109,35 @@ b. de door hem aangewezen instellingen voor het in stand houden en exploiteren v
|
|||
|
||||
#### Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale en lokale publieke mediadiensten
|
||||
|
||||
### Artikel 2.169a
|
||||
|
||||
**1.** De RPO dient jaarlijks vóór 15 september een begroting voor de regionale publieke mediadienst in bij Onze Minister en het Commissariaat.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De begroting bevat in elk geval:
|
||||
|
||||
a. een beschrijving van de wijze waarop door de RPO en de regionale publieke media-instellingen invulling wordt gegeven aan het voorgenomen media-aanbod op de verschillende aanbodkanalen, met in achtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet;
|
||||
b. een overzicht van aard en aantal van de aanbodkanalen;
|
||||
c. de financiële middelen die voor het volgende kalenderjaar nodig zijn om de voornemens met betrekking tot de regionale publieke mediadienst te verwezenlijken en een raming voor de daarop volgende vier jaar;
|
||||
d. een toelichting op de onderscheiden onderdelen en begrotingsposten; en
|
||||
e. een beschrijving van de samenwerking met de landelijke en lokale publieke media-instellingen en anderen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De financiële middelen worden als volgt onderverdeeld:
|
||||
|
||||
a. de eigen inkomsten van de regionale publieke media-instellingen, die gebruikt moeten worden voor de verzorging van het media-aanbod; en
|
||||
b. de financiële middelen voor de uitvoering van de taken en werkzaamheden van de RPO.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.169b
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inhoud en inrichting van de begroting.
|
||||
|
||||
**2.** Het Commissariaat zendt vóór 15 oktober zijn opmerkingen met betrekking tot de begroting aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** De RPO maakt de begroting openbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.170
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks vóór 1 december het totaalbudget vast dat voor het volgend jaar beschikbaar is voor de bekostiging van de regionale publieke mediadiensten. Onze Minister stelt het totaalbudget ter beschikking aan het Commissariaat.
|
||||
|
|
@ -1935,7 +2146,7 @@ b. de door hem aangewezen instellingen voor het in stand houden en exploiteren v
|
|||
|
||||
**3.** Aan de verstrekking van de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, worden geen voorwaarden verbonden die in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens deze wet.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid gaat vergezeld van een begroting.
|
||||
**4.** Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid gaat vergezeld van een begroting die is afgestemd op de begroting, bedoeld in artikel 2.169a, eerste lid, voor dezelfde periode.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2026,9 +2237,9 @@ Het Commissariaat brengt als onderdeel van het financieel verslag, bedoeld in ar
|
|||
|
||||
### Artikel 2.173a
|
||||
|
||||
**1.** Het Commissariaat is belast met de rechtmatigheidstoetsing van de uitgaven van de regionale publieke media-instellingen.
|
||||
**1.** Het Commissariaat is belast met de rechtmatigheidstoetsing van de uitgaven van de RPO en de regionale publieke media-instellingen.
|
||||
|
||||
**2.** De regionale publieke media-instellingen zenden jaarlijks vóór 1 mei de jaarrekening aan het Commissariaat.
|
||||
**2.** De RPO en de regionale publieke media-instellingen zenden jaarlijks vóór 1 mei de jaarrekening aan het Commissariaat.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 2.172 en 2.173 zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2068,7 +2279,7 @@ Het Commissariaat brengt als onderdeel van het financieel verslag, bedoeld in ar
|
|||
|
||||
### Artikel 2.177
|
||||
|
||||
**1.** Gelden die in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gebruikt of die in strijd met de artikelen 2.174, tweede lid, 2.174a, eerste lid, en 2.175, eerste lid, zijn gereserveerd, of die in strijd met artikel 2.174a, tweede lid, tweede volzin, niet zijn ontvangen, vordert het Commissariaat van de NPO of de landelijke of regionale publieke media-instelling terug.
|
||||
**1.** Gelden die in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gebruikt of die in strijd met de artikelen 2.174, tweede lid, 2.174a, eerste lid, en 2.175, eerste lid, zijn gereserveerd, of die in strijd met artikel 2.174a, tweede lid, tweede volzin, niet zijn ontvangen, vordert het Commissariaat van de NPO, de RPO of de landelijke of regionale publieke media-instelling terug.
|
||||
|
||||
**2.** Teruggevorderde gelden worden toegevoegd aan de algemene mediareserve.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2938,7 +3149,7 @@ Onverminderd artikel 13 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn onvere
|
|||
|
||||
a. het lidmaatschap van een van beide Kamers der Staten-Generaal, een provinciaal bestuur of een gemeentebestuur;
|
||||
b. een dienstbetrekking bij een ministerie, een dienst, instelling of bedrijf vallende onder de verantwoordelijkheid van een minister; en
|
||||
c. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij de NPO, een publieke media-instelling, een omroepvereniging die in een samenwerkingsomroep vertegenwoordigd is, een commerciële media-instelling of een uitgever van een persorgaan.
|
||||
c. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij de NPO, de RPO, een publieke media-instelling, een omroepvereniging die in een samenwerkingsomroep vertegenwoordigd is, een commerciële media-instelling of een uitgever van een persorgaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.5
|
||||
|
||||
|
|
@ -2986,7 +3197,7 @@ Het Commissariaat plaatst besluiten tot vaststelling van nadere regels op grond
|
|||
|
||||
Het Commissariaat is belast met de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 2.2 tot en met 2.27, 2.29 tot en met 2.33, 2.34a tot en met 2.34j, 2.36 tot en met 2.41, 2.53 tot en met 2.57, 2.59, 2.60, 2.125 tot en met 2.131, 2.143 tot en met 2.145, 2.148a, 2.149, 2.150, eerste lid, 2.151, eerste lid, 2.166 tot en met 2.168, 2.180 tot en met 2.187, 4.2 tot en met 4.5 en 6.26; en
|
||||
a. de artikelen 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdelen a tot en met h, j tot en met l, 2.3 tot en met 2.27, 2.29 tot en met 2.33, 2.34a tot en met 2.34j, 2.36 tot en met 2.41, 2.53 tot en met 2.57, 2.59, 2.60, 2.60a tot en met 2.60o, 2.125 tot en met 2.131, 2.143 tot en met 2.145, 2.148a, 2.149, 2.150, eerste lid, 2.151, eerste lid, 2.166 tot en met 2.168, 2.180 tot en met 2.187, 4.2 tot en met 4.5 en 6.26; en
|
||||
b. hoofdstuk 8.
|
||||
|
||||
**2.** Met het toezicht op de naleving zijn belast de leden van het Commissariaat en de bij besluit van het Commissariaat aangewezen medewerkers van het Commissariaat.
|
||||
|
|
@ -3453,7 +3664,7 @@ b. een omroepvereniging als bedoeld in artikel 9.7, onderdeel c, met een omroepv
|
|||
|
||||
#### Afdeling 9.2.8. Overgangsrecht vrijstelling melding van voorgenomen concentratie door omroepverenigingen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.15*
|
||||
### Artikel 9.14b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -3464,6 +3675,14 @@ b. een omroepvereniging als bedoeld in artikel 9.7, onderdeel c, met een omroepv
|
|||
|
||||
**2.** Dit artikel is van toepassing in de periode vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2015.
|
||||
|
||||
#### Afdeling 9.2.9. Overgangsrecht RPO
|
||||
|
||||
### Artikel 9.14c
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 2.60k kan de eerste concessie die wordt verleend aan de RPO gelden voor een periode korter dan tien jaar.
|
||||
|
||||
**2.** In geval van toepassing van het eerste lid heeft het eerste concessiebeleidsplan RPO, in afwijking van artikel 2.60l, betrekking op de volledige periode van de eerste concessie.
|
||||
|
||||
### Titel 9.3. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 9.15
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue