diff --git a/amvb/besluit-politiegegevens/BWBR0023086/README.md b/amvb/besluit-politiegegevens/BWBR0023086/README.md index 58ce52ca387..b5e38ea2aa9 100644 --- a/amvb/besluit-politiegegevens/BWBR0023086/README.md +++ b/amvb/besluit-politiegegevens/BWBR0023086/README.md @@ -273,13 +273,13 @@ Politiegegevens, als bedoeld in het eerste lid kunnen, door tussenkomst van het a. De Nederlandsche Bank N.V., ten behoeve van: -1°. het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in artikel 5 van het Besluit prudentiële regels Wft, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in de artikelen 3:9, eerste lid, en 3:99, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht en ter beoordeling van de integere bedrijfsuitoefening onderscheidenlijk de integere bedrijfsvoering, bedoeld in de artikelen 3:10, eerste lid, en 3:17, eerste lid, van die wet; +1°. het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in artikel 5 van het Besluit prudentiële regels Wft, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in de artikelen 3:9, eerste lid, en 3:99, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht of ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon op grond van een verordening als bedoeld in artikel 1:24, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht, en ter beoordeling van de integere bedrijfsuitoefening onderscheidenlijk de integere bedrijfsvoering, bedoeld in de artikelen 3:10, eerste lid, en 3:17, eerste lid, van die wet; 2°. het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Beleidsregel inzake de betrouwbaarheid van (kandidaat)(mede)beleidsbepalers van en houders van gekwalificeerde deelnemingen in onder toezicht staande instellingen (Stcrt. 2005, 20), ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Wet toezicht trustkantoren en ter beoordeling van de integere bedrijfsvoering, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel f, en 10, eerste lid, van die wet; 3°. het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in artikel 31 van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 105, vijfde lid, van de Pensioenwet en artikel 110, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en ter beoordeling van de beheerste en integere bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 143, eerste lid, van de Pensioenwet en artikel 138, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling; b. Onze Minister van Financiën, ten behoeve van het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in artikel 2 van de Beleidsregel inzake de betrouwbaarheid van (kandidaat)(mede)beleidsbepalers van en houders van gekwalificeerde deelnemingen in onder toezicht staande instellingen (Stcrt. 2005, 20), ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikelen 2, tweede lid, onderdelen a, b, c of d, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren en ter beoordeling van de integere bedrijfsvoering, bedoeld in de artikelen 2, eerste en tweede lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, en 9, eerste lid, van die wet; c. de Stichting Autoriteit Financiële Markten, te behoeve van: -1°. het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in artikel 12 van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:10, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht en ter beoordeling van de integere bedrijfsuitoefening onderscheidenlijk de integere bedrijfsvoering, bedoeld in de artikelen 4:11, eerste lid, 4:14, eerste lid, en 4:15, eerste lid, van die wet; +1°. het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in artikel 12 van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:10, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht of ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon op grond van een verordening als bedoeld in artikel 1:25, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht, en ter beoordeling van de integere bedrijfsuitoefening onderscheidenlijk de integere bedrijfsvoering, bedoeld in de artikelen 4:11, eerste lid, 4:14, eerste lid, en 4:15, eerste lid, van die wet; 2°. het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Beleidsregel 06-01 betrouwbaarheid personen ex Wet toezicht accountantsorganisaties en Besluit toezicht accountantsorganisaties (Stcrt. 2006, 190), ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties en artikelen 5 van het Besluit toezicht accountantsorganisaties en ter beoordeling van de integere bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van die wet. **3.** De politiegegevens, bedoeld in het tweede lid, worden door leden van het openbaar ministerie beoordeeld in het kader van de adviserende taak voor de uitvoering van de bovenbedoelde wetten en kunnen, in het kader van vorenbedoelde taak, worden verstrekt aan de personen en instanties, genoemd in het tweede lid. Aan de verstrekking van de politiegegevens kunnen door de leden van het openbaar ministerie nadere voorwaarden worden gesteld. Die voorwaarden kunnen onder meer betreffen het ter beschikking stellen of doorgeven van die gegevens of inlichtingen aan derden.