diff --git a/amvb/bezoldigingsbesluit-burgerlijke-rijksambtenaren-1984/BWBR0003630/README.md b/amvb/bezoldigingsbesluit-burgerlijke-rijksambtenaren-1984/BWBR0003630/README.md index 08d5d37ab08..96030d8aa95 100644 --- a/amvb/bezoldigingsbesluit-burgerlijke-rijksambtenaren-1984/BWBR0003630/README.md +++ b/amvb/bezoldigingsbesluit-burgerlijke-rijksambtenaren-1984/BWBR0003630/README.md @@ -55,9 +55,10 @@ de maandelijkse toeslag, genoemd in artikel 22b; waarop de ambtenaar aanspraak heeft; g. volledige arbeidsduur: een arbeidsduur welke gemiddeld zesendertig werkuren per week omvat; -h. *functie:* het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door het daartoe bevoegde gezag is opgedragen; -j. “j.” moet zijn “i.” toeslag: een toeslag als bedoeld in artikel 22a; -j. periodieke toeslag: een toeslag als bedoeld in artikel 22a die maandelijks wordt betaald. +h. arbeidsduurfactor: de breuk, waarvan de teller bestaat uit de voor de ambtenaar vastgestelde arbeidsduur en de noemer bestaat uit het getal 36; +i. *functie:* het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door het daartoe bevoegde gezag is opgedragen; +j. toeslag: een toeslag als bedoeld in artikel 22a; +k. periodieke toeslag: een toeslag als bedoeld in artikel 22a die maandelijks wordt betaald. ### Artikel 3 @@ -137,11 +138,11 @@ Bij een salarisverhoging als bedoeld in het eerste lid wordt het salaris: a. voor de ambtenaar voor wie één der salarisschalen 1 tot en met 17 van de bijlage B geldt, vastgesteld op een bedrag vermeld in de naasthogere salarisschaal, met dien verstande dat het maximum van die schaal niet wordt overschreden; b. voor de ambtenaar, voor wie salarisschaal 18 van de bijlage B geldt, vastgesteld op één van de volgende bedragen: -€ 8108,16; +€ 8388,00; -€ 8282,16; +€ 8566,00; -€ 8457,10. +€ 8744,96. **3.** Indien het functioneren van de ambtenaar niet langer als uitstekend kan worden gekwalificeerd, kan het bevoegd gezag de toekenning van de salarisverhoging, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk intrekken. @@ -340,22 +341,15 @@ Vervallen ### Artikel 20a -**1.** - -De ambtenaar heeft recht op een eindejaarsuitkering ter grootte van: - -a. 1,6% van het door hem genoten salaris; en -b. een bedrag van € 91,67 per maand, vermenigvuldigd met de arbeidsduurfactor indien deze kleiner is dan 1. +**1.** De ambtenaar heeft recht op een eindejaarsuitkering ter grootte van 2,8 % van het door hem genoten salaris. **2.** De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorafgaande kalenderjaar. -**3.** Het bedrag, genoemd in het eerste lid, onder b, wordt vanaf 1 januari 2007 aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris van het burgerlijk rijkspersoneel met ingang van de dag waarop de salariswijziging van kracht wordt. +**3.** Voor de duur dat de bezoldiging op grond van artikel 18, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of op grond van een bepaling van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, wordt de ambtenaar voor de toepassing van het eerste lid geacht geen salaris te genieten. -**4.** Voor de duur dat de bezoldiging op grond van artikel 18, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of op grond van een bepaling van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, wordt de ambtenaar voor de toepassing van het eerste lid geacht geen salaris te genieten. +**4.** De ambtenaar die recht heeft op een uitkering op basis van de Ziektewet, de Wet arbeid en zorg, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt voor de toepassing van het eerste lid geacht het salaris te genieten dat hij zou hebben genoten indien hij geen recht zou hebben gehad op een uitkering op basis van genoemde wetten. -**5.** De ambtenaar die recht heeft op een uitkering op basis van de Ziektewet, de Wet arbeid en zorg, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt voor de toepassing van het eerste lid geacht het salaris te genieten dat hij zou hebben genoten indien hij geen recht zou hebben gehad op een uitkering op basis van genoemde wetten. - -**6.** Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag. +**5.** Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag. ## Hoofdstuk IV. Bepalingen betreffende de vakantie-uitkering @@ -363,9 +357,9 @@ b. een bedrag van € 91,67 per maand, vermenigvuldigd met de arbeidsduurfactor **1.** De ambtenaar heeft recht op een vakantie-uitkering ten bedrage van 8% van de door hem genoten bezoldiging. -**2.** De vakantie-uitkering per maand bedraagt ten minste € 139,96 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Bij genot van slechts een gedeelte van zijn bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het derde lid, wordt de vakantie-uitkering naar evenredigheid verminderd. +**2.** De vakantie-uitkering per maand bedraagt ten minste € 150,65 vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Bij genot van slechts een gedeelte van zijn bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het derde lid, wordt de vakantie-uitkering naar evenredigheid verminderd. -**3.** Wanneer de ambtenaar op grond van de artikelen 17 tot en met 20d, 37 of 37a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of op grond van bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht in het genot van zijn volle bezoldiging te zijn, met dien verstande dat wanneer het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, hij voor de toepassing van het eerste lid wordt geacht geen bezoldiging te genieten. +**3.** Wanneer de ambtenaar op grond van de artikelen 17 tot en met 20d of van artikel 37 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of op grond van bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht in het genot van zijn volle bezoldiging te zijn, met dien verstande dat wanneer het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, hij voor de toepassing van het eerste lid wordt geacht geen bezoldiging te genieten. ### Artikel 22 @@ -491,7 +485,9 @@ Bij algemene maatregel van bestuur, regelende het overgangsrecht, wordt het tijd -## Bijlage B. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 bevattende de indelingsstructuur (hoofd- en niveaugroepen) waarbinnen de zwaarte van de functies wordt bepaald, alsmede de daarbij behorende salarisschalen voor de ambtenaren +## Bijlage B. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 + +bevattende de indelingsstructuur (hoofd- en niveaugroepen) waarbinnen de zwaarte van de functies wordt bepaald, alsmede de daarbij behorende salarisschalen voor de ambtenaren ## Bijlage C